Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Jeugdhulp 2025 gemeente Harlingen

Gemeente Harlingen · geldt sinds 11 december 2025

4 Procedure melding, onderzoek en aanvraag

4.2 Proces

4.2.1 Melding hulpvraag

Een melding van behoefte aan ondersteuning kan door of namens het gezin worden gedaan. De persoon die namens het gezin een melding doet, hoeft niet een vertegenwoordiger van het gezin te zijn, maar kan ook een huisgenoot, iemand uit het sociaal netwerk, een professionele hulpverlener, arts of het transferpunt van het ziekenhuis zijn.

Een melding kan gedaan worden bij het gebiedsteam of telefonisch of fysiek bij het loket van de gemeente. Daarnaast is het ook mogelijk om de melding digitaal, via het meldingsformulier op de website van de betreffende gemeente in te dienen.

Bij ontvangst van de melding wordt beoordeeld of het gaat om een vraag die in een eerste (telefonisch) contact direct kan worden beantwoord en afgehandeld of dat het een vraag betreft waarbij nader onderzoek nodig is.

De beslissing om af te zien van nader onderzoek dient altijd in overleg en met goedkeuring van het gezin te worden genomen.

Een melding wordt inclusief de datum van ontvangst geregistreerd. Als de melding digitaal (per e-mail of via een formulier op de website van de gemeente) is gedaan, wordt deze schriftelijk (per e-mail of per post) bevestigd.

4.2.2 Cliëntondersteuning en familiegroepsplan

Clientondersteuning

Vooraf aan de intake wordt het gezin gewezen op de mogelijkheden om gratis gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en om gebruik te maken van het familiegroepsplan.

Een cliëntondersteuner kan het gezin tijdens het onderzoek helpen zijn hulpvraag te verwoorden en keuzes te maken. De gemeente heeft een aanbieder gecontracteerd voor de onafhankelijke cliëntondersteuning. De cliënt kan hier kosteloos gebruik van maken, maar kan er ook voor kiezen zijn cliëntondersteuning zelf te organiseren. De kosten hiervan zijn dan voor de cliënt zelf.

Familiegroepsplan

1Voorafgaand aan het gesprek in het kader van het onderzoek wordt de jeugdige en/of ouder(s) de mogelijkheid geboden om een familiegroepsplan in te dienen. Het familiegroepsplan wordt opgesteld door de jeugdige en/of de ouders zelf of samen met hun sociaal netwerk. In het plan staan de volgende zaken beschreven:

a.Welke (opvoed-)problematiek de jeugdige of de ouder(s) heeft of ervaart.

b.Welke ondersteuning nodig is.

c.Wie die ondersteuning biedt/ kan bieden.

2Het familiegroepsplan wordt betrokken bij het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte.

3Aan het familiegroepsplan kunnen, voor de toekenning van de aanvraag, geen rechten worden ontleend.

4Het familiegroepsplan dient binnen 7 dagen na de melding te worden ingediend én in ieder geval voordat het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte is gestart.

4.2.3 Intake en onderzoek

Een melding van behoefte aan ondersteuning wordt nader onderzocht op basis van het eventueel aanwezige persoonlijk plan van het gezin, één of meer gesprekken met het gezin en indien nodig aangevuld met een (medisch) advies van een deskundige.

Er wordt o.a. door middel van het “ordeningsprincipe Kind in Fryslân”(opvoedkwadrant) onderzocht of het gezin en/of de jeugdige ondersteuning nodig heeft en zo ja, welke vorm van ondersteuning. In dit onderzoek komen onderstaande punten aan bod:

•Wat de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) is;

•Of gemeente Harlingen volgens het Woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is voor de hulpvraag;

•Of de Jeugdwet van toepassing is;

•Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn;

•Wat er nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te kunnen participeren;

•In hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk hier aan kunnen bijdragen;

•In hoeverre er aanspraak op een voorliggende voorziening gemaakt kan worden;

•In hoeverre er aanspraak op een algemene voorziening gemaakt kan worden;

•Informatieverstrekking over de mogelijkheid van het aanvragen van een pgb;

•Indien aangevraagd: Beoordelen of aan de voorwaarden van de pgb wordt voldaan.

Tijdens het proces kan het wenselijk zijn om informatie op te vragen van betrokkenen (instanties) zoals de huisarts of de school. Het opvragen van gegevens mag uitsluitend plaats vinden met toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger(s) en jeugdigen vanaf zestien jaar. Daarbij dient in de toestemmingsverklaring opgenomen te worden wie de gegevens opvraagt, bij wie de gegevens worden opgevraagd, om welke gegevens het gaat en met welk doel. Ter bevordering van de snelheid in het opvragen van deze gegevens, kan het gezin zelf de gewenste gegevens opvragen, met de vermelding welk belang hij heeft bij deze gegevens.

4.2.4 Ondersteuningsplan

Op basis van de intake en het onderzoek wordt een verslag gemaakt en indien nodig een ondersteuningsplan opgesteld. In het ondersteuningsplan wordt onderstaand aangegeven:

•Wat de ondersteuningsvraag van de jongere en/of het gezin is;

•Waarom deze ondersteuning nodig is;

•Welke doelstelling er wordt nagestreefd met de ondersteuning;

•Op welke wijze deze ondersteuning wordt vormgegeven;

•Welke afspraken er zijn gemaakt met het gezin en diens netwerk;

•Welke voorziening wordt opgesteld indien een individuele voorziening door of namens het gezin wordt aangevraagd.

Het gezin ontvangt het ondersteuningsplan binnen 20 werkdagen na het intakegesprek. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is wordt het gezin geïnformeerd over de reden van vertraging.

De gezaghebbende ouders(s) en jeugdigen krijgen de mogelijkheid om het plan te lezen en hierop een reactie te geven. De reactietermijn wordt door het gebiedsteam in samenspraak met het gezin bepaald. Indien nodig worden naar aanleiding van de reactie van het gezin feitelijke onjuistheden in het plan aangepast. Opmerkingen en aanvullingen van het gezin worden aan het plan toegevoegd.

4.2.5 Aanvraag tot individuele voorziening

Een uitkomst van het onderzoek kan zijn dat er een individuele voorziening nodig is. De voorziening dient efficiënte en effectieve ondersteuning te bieden zodat er gewerkt kan worden aan de hulpvraag.

Opbouw

Het Ondersteuningsplan beschrijft de volgende onderdelen:

1De ondersteuningsbehoefte van het gezin;

2Welke voorziening wordt geadviseerd en aangevraagd;

3De doelen en de resultaten die bereikt moeten worden met deze voorziening;

4De motivatie waarom deze voorziening (consistent, betaalbaar en adequaat) voorziet in de ondersteuningsbehoefte;

5De eigen mogelijkheden van het gezin en hun netwerk.

6Hoe de individuele voorziening wordt afgegeven. Een individuele voorziening kan op basis van een Zorg In Natura (ZIN) of een persoons gebonden budget (pgb) afgegeven worden. Bij ZIN gaat het om zorgaanbieders die een zorgovereenkomst hebben gesloten met SDF. De kwaliteit van de zorgaanbieder wordt door hen getoetst. Het gebiedsteam behoudt na start van de hulpverlening een regiefunctie. Vanuit deze functie monitort hij samen met het gezin de voortgang van de hulpverlening en er aan de gestelde resultaten wordt gewerkt. Bij een pgb doet de pgb-budgethouder dit zelf (zie hoofdstuk 6).

7Door ondertekening van het ondersteuningsplan gaan de jeugdige en/of ouder(s) akkoord met de inzet van de daarin omschreven jeugdhulp.

Toekomstplan

Voor jeugdigen kan de overgang naar 18 jaar een kwetsbaar moment zijn. Het is belangrijk om een jeugdige hier goed op voor te bereiden. Jeugdigen van 16,5 jaar of ouder maken daarom aanvullend een toekomstplan. Het maken van een toekomstplan helpt jeugdigen in de overgang naar 18 jaar. Voor het toekomstplan ligt het eigenaarschap zoveel mogelijk bij de jeugdige. Het maken van een toekomstplan staat ook in de contracten met de jeugdhulpaanbieders en in de subsidieafspraken met de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). In het toekomstplan worden vragen beantwoord als:

•Wat kun je verwachten als je 18 jaar bent?

•Wat moet je regelen?

•Wat wil je bereikt hebben als je 18 jaar wordt?

•Wat heb je hier voor nodig?

•En wie kan je hierbij helpen?

Overeenstemming

Wanneer het gebiedsteam en het gezin het eens zijn over de inhoud van het Ondersteuningsplan dan wordt deze ondertekend. Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige, dienen (ook) de wettelijk vertegenwoordiger(s)s (gezaghebbenden) van de jeugdige schriftelijk toestemming te geven voorafgaand aan het indienen van de aanvraag van de voorziening. Hierbij dient de onderstaande richtlijn te worden aangehouden.

•-12 jaar: toestemming één gezaghebbende ;

•12-16 jaar: toestemming één gezaghebbende en kind zelf;

•16-18 jaar: toestemming kind zelf.

Wanneer gezaghebbende ouders uit elkaar of gescheiden zijn, dan is het wenselijk dat beide gezaghebbenden hun handtekening zetten als de jeugdige jonger is dan 16 jaar.

Daarnaast is een handtekening van de wettelijke vertegenwoordigers noodzakelijk wanneer het een kind met een verstandelijke beperking betreft en/of er sprake is van een uitwonend traject bij een 16 tot 18 jarige.

Bij acute situaties zoals crisis en/of onveiligheid kan er afgeweken worden van bovenstaande regels zodat de noodzakelijke hulpverlening direct kan starten en de toestemming en beschikking achteraf kan worden geregeld. De gedragswetenschapper kan hierbij worden geconsulteerd.

Geen overeenstemming

In complexe situaties kan het voorkomen dat de wettelijk vertegenwoordigers weigeren om toestemming te geven voor noodzakelijke hulpverlening. Wanneer de veiligheid en/of ontwikkeling van de jeugdige hierdoor in het geding komt, kan er een verzoek tot onderzoek gedaan worden bij de Raad voor de Kinderbescherming met als doel om de noodzakelijke hulpverlening alsnog te laten starten.

Indien er geen medewerking wordt verleend aan een zorgvuldig onderzoek en daarmee de noodzaak van de ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening niet kan worden vastgesteld, dan adviseert het gebiedsteam negatief op de aanvraag van de jeugdige en/of ouder(s).

Wanneer de jeugdige en/of ouder(s) het niet eens is met het afgegeven advies, dan kan er worden besloten om een Ondersteuningsplan op te stellen met een negatief advies. Hierin staat dat de voorziening die de jeugdige/vertegenwoordiger wenst, niet door de gemeente afgegeven wordt. De jeugdige en/of ouders ontvangt een afwijzende beschikking op de aanvraag voor een voorziening en kan indien gewenst in bezwaar gaan tegen de beslissing.

4.2.6 Beschikking

De beschikking vormt het sluitstuk van de procedure. De tekst in de beschikking moet begrijpelijk zijn. De jeugdige en/of ouders kan aan de beschikking rechten ontlenen en daarom is het van belang dat de beschikking in ieder geval het volgende vermeldt:

▪︎ Welke rechten en plichten de cliënt krijgt op grond van het besluit;

▪︎ De ingangsdatum en de duur van de verstrekking. De duur van de beschikking is maximaal 1,5 jaar. In afwijking hierop kan de looptijd langer dan 1,5 jaar zijn als er sprake is van een van de onderstaande situaties:

o Een duurzaam traject. De beschikking zal in dit geval een maximale duur van 1 jaar hebben.

o Pleegzorg ‘Perspectief-biedend’ of verblijf in een gezinshuis, indien is besloten dat een jeugdige niet meer terug naar huis kan en langdurig verblijf in een pleeggezin of gezinshuis noodzakelijk is. De beschikking zal in dit geval in principe een looptijd hebben tot de jeugdige de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.

o Verblijf in een kleinschalige woonvoorziening, indien is besloten dat een jeugdige niet meer terug naar huis kan en langdurig verblijf in een kleinschalige woonvoorziening noodzakelijk is. De beschikking zal in dit geval in principe een looptijd hebben van maximaal 5 jaar.

▪︎ Of de voorziening in natura (ZIN) en/of pgb wordt verstrekt;

▪︎ Hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt.

Voor een pgb gelden de volgende toevoegingen:

▪︎ Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;

▪︎ De hoogte van het pgb en hoe dit tot stand is gekomen;

▪︎ De duur van de verstrekking en waarvoor het pgb is bedoeld;

▪︎ De wijze van verantwoording en besteding van het pgb;

▪︎ Dat de cliënt of diens vertegenwoordiger zelf contact moet opnemen wanneer de situatie verandert.

Grond voor dit besluit

Dit besluit is genomen op basis van het onderzoek dat de medewerker van het gebiedsteam heeft uitgevoerd en vastgelegd. De regels die hierop van toepassing zijn staan in de Jeugdwet, in de Verordening en Beleidsregels en het Financieel Besluit Jeugdhulp van de gemeente Harlingen, welke te vinden zijn op overheid.nl.

4.2.7 Directe verwijzing via andere wettelijke verwijzers

Naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp bestaat ook de directe verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of gecertificeerde instelling. Met zo’n verwijzing kan de jeugdige direct bij de jeugdhulpaanbieder terecht.

Na een verwijzing door de bij de wet bevoegde verwijzers wordt op basis hiervan een jeugdhulp maatwerkvoorziening ingezet. Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken wordt de ondersteuning met deze voorziening vastgelegd in een beschikking (zie paragraaf 4.2.6).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.