Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels kwaliteit en toezicht beschermd wonen en opvang Regio Drechtsteden en Alblasserwaard Vijfheerenlanden 2017

Gemeente Hardinxveld-Giessendam · geldt sinds 13 juli 2017

Aanhef

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente Hardinxveld-Giessendam

gezien het voorstel d.d. 4 juli 2017 inzake Nadere regels kwaliteit en toezicht beschermd wonen en opvang Regio Drechtsteden en Alblasserwaard Vijfheerenlanden,

gelet op artikel 3.1 van de Wmo 2015;

B E S L U I T :

vast te stellen

Nadere regels kwaliteit en toezicht beschermd wonen en opvang Regio Drechtsteden en Alblasserwaard Vijfheerenlanden 2017

3.Kwaliteit

3.1 Kwaliteitseisen

Bij het opstellen van de kwaliteitsnormen is in veel gevallen gekozen voor een 'open omschrijving' van de norm. Dit biedt de mogelijkheid om het gesprek te voeren over de kwaliteit en nieuwe vormen van verantwoording en toetsing in te zetten die meer zeggen over kwaliteit (in plaats van de bekende checklists en verslagen). Hieronder zijn de kwaliteitseisen en indicatoren gedefinieerd. De kwaliteitseisen moeten worden gezien als Nadere Regels in het kader van de uitvoering van de Wmo. De indicatoren zeggen iets over de manier waarop aan de eis kan worden voldaan. Tenslotte geven we per eis/indicator aan hoe wij omgaan met de monitoring van de eisen. Dit kan zijn door in gesprek te gaan met zorgaanbieders of door hier "harde" consequenties aan te verbinden (handhaven).

Er is per kwaliteitseis aangegeven op welk onderdeel van het proces dit betrekking heeft. Zoals gezegd gaan we in gesprek over de mate waarin een organisatie voldoet aan de kwaliteitseisen. Dit omdat we belang hechten in de transformatiebeweging van herstelgerichtheid en we juist organisaties willen stimuleren om dit op te pakken. Op dit moment gaan we nog niet sanctioneren bij het niet behalen van de kwaliteitseisen. In de toekomst zullen we dit heroverwegen. We zullen dit kwaliteitskader dan ook periodiek evalueren en indien nodig herijken.

Verderop staan nog een aantal kwaliteitseisen die specifiek gelden voor opvang.

Kwaliteitseisen

Indicatoren

Monitoring

1

(input)

Bij aanmelding van cliënten voert de organisatie een netwerkscreening en kindcheck uit.

De organisatie legt vast hoe zij omgaan met:

-Aanwezigheid van kinderen in gezin;

-Contacten/maatregelen jeugdbescherming, Veilig Thuis;

-Veiligheid in gezin;

-hoe de organisatie verantwoordelijkheid neemt in de brede aanpak rondom gezin/netwerk.

Tevens laat de organisatie zien hoe dit is geïmplementeerd in haar werkwijzen.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Deze worden voorgelegd aan de contractmanager bij de aanvraag voor contractering.

2

(input)

De ondersteuning wordt geleverd door deskundige medewerkers

-De organisatie stelt per soort dienstverlening vast welke deskundigheid en scholing vereist is;

-De organisatie laat zien hoe dit is geïmplementeerd;

-De organisatie laat zien welk deel van de ondersteuning aan cliënten wordt uitgevoerd door geschoolde professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Deze worden voorgelegd aan de contractmanager bij de aanvraag voor contractering.

3

(input)

De organisatie heeft een werkend kwaliteitssysteem en veiligheidsmanagementsysteem.

De organisatie heeft een voor de branche geldend kwaliteitskeurmerk of eigen kwaliteitshandboek;

Een eigen kwaliteitshandboek voldoet in ieder geval aan de eisen gesteld in de kwaliteitstoets die wordt gehanteerd door de SDD.

De organisatie toont de aanwezigheid en werking van het keurmerk/kwaliteitshandboek aan voorafgaand aan contractering.

De organisatie legt jaarlijkse hernieuwing voor aan de contractmanager.

4

(input)

De organisatie voert een deugdelijke administratie en goede registratie.

De organisatie voert een administratie en registratie waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, cliëntdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming.

De organisatie conformeert zich aan het overeengekomen administratieve proces. De contractmanager monitort de naleving van dit proces en kan passende sancties opleggen bij een ondeugdelijke administratieve organisatie, waaronder het niet langer declarabel stellen van gemaakte kosten.

5

(proces)

De organisatie toont aan hoe zij invulling geeft aan "regie bij de cliënt"

De organisatie legt vast hoe zij omgaan met:

-Hoe de cliënt en zijn/haar netwerk wordt betrokken bij het opstellen van het ondersteuningsplan;

-Hoe de cliënt en zijn/haar netwerk wordt betrokken bij een crisisplan;

-Hoe hierbij wordt gekeken naar wensen/doelen/behoeften cliënt;

-Hoe cliënt wordt geïnformeerd over rechten/plichten/cliëntondersteuning en klachtenafhandeling.

Tevens laat de organisatie zien hoe dit is geïmplementeerd in haar werkwijzen.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken aan de orde komen.

6

(proces)

De organisatie meet minimaal eens per twee jaar de cliëntervaringen.

-De organisatie voert minimaal eens per twee jaar een onderzoek uit met een hiervoor erkende methode naar cliëntervaringen.

-De organisatie voert aantoonbaar en in samenspraak met cliënt vertegenwoordigers verbeteringen door n.a.v. uitkomsten.

De organisatie deelt de uitkomsten en verbeteringen met de gemeente. Dit komt naar voren in de gespreken met contractmanager.

7

(proces)

De organisatie toont aan dat de cliënt integrale ondersteuning ontvangt gericht op vergroten van de zelfredzaamheid en participatie.

-Er worden ondersteuningsplannen opgesteld met doelen en afspraken waarin alle relevante leefgebieden uit de ZRM aan de orde komen;

-In de ondersteuningsplannen komt aan de orde wat de behoeften zijn van de cliënt, ook behoeften die eventueel buiten het aanbod van de organisatie vallen, zoals de inzet van het sociale netwerk en algemene voorzieningen;

-In het ondersteuningsplan is concreet gemaakt welke ondersteuning de organisatie biedt aan de cliënt ten behoeve van het behalen van zijn doelen;

-In het ondersteuningsplan zijn de doelen en mogelijkheden mbt door- en uitstroom opgenomen en de acties en voorwaarden (incl. huisvesting) die hiervoor nodig zijn;

-De organisatie houdt de ondersteuningsplannen actueel en evalueert deze minimaal halfjaarlijks met de cliënt en houdt de vorderingen bij.

De ondersteuningsplannen dienen binnen 3 maanden na indicatie te worden opgesteld.

Jaarlijks worden per organisatie een aantal cliëntdossiers en ondersteuningsplannen opgevraagd. De uitkomsten van de beoordeling worden meegenomen in de jaarlijkse gesprekken met de contractmanager. Ook worden de ondersteuningsplannen en resultaten besproken met de wmo-consulenten.

8

(proces)

De organisatie toont aan dat de organisatie een bijdrage levert aan een integrale aanpak in de keten.

De organisatie werkt aantoonbaar samen met andere organisaties en legt de werkwijze vast. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op:

-Regie, coördinatie en verantwoordelijkheden;

-Op- en afschalen;

-Gezamenlijke aanpak rondom een gezin/netwerk, waarbij specifiek aandacht is voor eventuele kinderen;

-vervolgbegeleiding

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken met de contractmanager aan de orde komen.

9

(proces)

De organisatie meldt calamiteiten en ernstige incidenten aan de toezichthoudend ambtenaar

De organisatie meldt alle calamiteiten en ernstige incidenten aan de toezichthoudend ambtenaar.

De toezichthoudend ambtenaar onderzoekt de calamiteiten en incidenten en handhaaft indien nodig.

10

(proces)

De organisatie meldt lopend onderzoek door gemeentebestuur, justitie, inspectie van de gezondheidszorg of de inspectie SZW bij de gemeente

De organisatie meldt alle vermeldde onderzoeken aan de contractmanager.

De SDD onderzoekt of deze onderzoeken aanleiding vormen tot handhaving.

11

(output)

De organisatie toont aan hoe zij omgaat met herstel in de ondersteuning.

De organisatie werkt met bewezen effectieve herstelgerichte methoden en toont aan hoe dit in organisatie is ingebed en hoe de organisatie omgaat met verbeteringen en innovatie.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken met de contractmanager aan de orde komen.

12

(output)

De organisatie zorgt voor goede begeleiding bij uit-/doorstroom.

Bij uitstroom zijn afspraken gemaakt met de cliënt over:

-passend vervolgonderdak;

-de mogelijkheden die de cliënt heeft in het geval van terugval.

De organisatie implementeert dit in haar werkwijzen. Hierbij wordt actief contact gezocht met de wmo-consultenten.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken met de contractmanager aan de orde komen.

13

(outcome)

De organisatie toont aan dat met de geleverde ondersteuning de geïndiceerde resultaten worden bereikt.

De organisatie houdt per cliënt bij wat de ontwikkelingen zijn van de geïndiceerde resultaten in relatie tot het opgestelde ondersteuningsplan.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken met de contractmanager aan de orde komen.

Aanvullende specifieke eisen voor de Opvang.

14

(proces)

De activiteiten van de organisatie zijn aantoonbaar gericht op het bereiken van rust en veiligheid van de cliënt en van de omgeving waarin de cliënt zich bevindt.

De organisatie legt vast:

-hoe de veiligheid van de cliënt en zijn/haar netwerk wordt gewaarborgd;

-Hoe rust voor de cliënt en zijn/haar netwerk wordt gecreëerd;

-Welke vervolgstappen worden ondernomen met de cliënt.

Tevens laat de organisatie zien hoe dit is geïmplementeerd in haar werkwijzen.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken met de contractmanager en/of accounthouder aan de orde komen.

15

(proces)

Organisatie toont aan wat haar bijdrage is aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de keten om ervoor te zorgen dat er geen mensen op straat slapen.

De organisatie werkt aantoonbaar samen met andere organisaties en legt de werkwijze vast. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op:

-Regie, coördinatie en verantwoordelijkheden;

-Op- en afschalen;

-Gezamenlijke aanpak rondom een gezin/netwerk.

Tevens laat de organisatie zien hoe dit is geïmplementeerd in haar werkwijzen.

Organisatie kan stukken tonen die aantonen hoe aan de indicatoren wordt voldaan. Dit zal in jaarlijkse gesprekken met de contractmanager en/of accounthouder aan de orde komen.

5.Toezicht en fraudepreventie

5.1 Signalering

Het is van belang om alert te zijn op signalen van onrechtmatigheden. Deze signalen kunnen komen van consulenten, maar ook van medewerkers van het sociale team, wijkmanagers, het netwerk van de cliënt, etc. Het is van belang om deze signalen op een punt te verzamelen. Binnen de Drechtsteden is een zogenaamd "vergrootglasoverleg" waarin signalen worden besproken over vermoedens van onrechtmatigheden binnen de wmo-maatwerkvoorzieningen. Dit overleg kent ook een centraal meldpunt voor deze signalen. Aangezien dit nauw samenhangt met beschermd wonen en opvang sluiten we hierbij aan.

Het is van belang dat collega's van alle gemeenten uit onze regio weten van dit overleg en het meldpunt (signalenonrechtmatighedenwmo@drechtsteden.nl). Dit geldt voor beschermd wonen en opvang voor zowel de Drechtsteden als de AV.

5.2 toezicht

Wanneer binnen het vergrootglasoverleg wordt geconstateerd dat er signalen binnenkomen die reden zijn tot zorg kan er toezicht worden ingesteld. Binnen de Wmo hebben gemeenten de plicht om een toezichthouder aan te wijzen. Zowel de Drechtsteden als de AV regio hebben voor de overige maatwerkvoorzieningen de DG&J aangewezen als toezichthouder. Ook voor beschermd wonen en opvang willen we de DG&J vragen de rol van toezichthouder op te nemen.

Het gaat hier om toezicht bij vermoedens van onrechtmatigheden. Deze kunnen zowel kwalitatief als financieel van aard zijn. De aangewezen toezichthouder heeft de bevoegdheid om (ook op locatie) onderzoek te doen, waarbij zij ook de bevoegdheid heeft inzage te vragen in dossiers, met inachtneming van de privacyregelgeving.

5.3 handhaving

De bevindingen van de toezichthouder kunnen aanleiding zijn voor handhaving door de gemeenten.

De gemeente kan geld terugvorderen wanneer de voorziening onjuist is verstrekt, de omstandigheden zijn gewijzigd, het budget niet (geheel) is besteed, het budget niet is besteed aan de zorg zoals in de toekenning is omschreven, of de besteding niet voldoet aan de vooraf gestelde eisen en voorwaarden. De terugvordering is geregeld in artikel 2.4.1. van de Wmo 2015.

Er zijn ook andere sancties mogelijk. Tijdelijke sancties zijn het niet toewijzen van cliënten in zorg bij de aanbieder. Structurele sancties zijn het beëindigen van het contract. Ten onrechte betaald geld kan worden teruggevorderd, en daarnaast bestaat de mogelijkheid schadevergoeding te vorderen. Strafrechtelijke aangifte tegen de aanbieder is ook een mogelijkheid.

6.Pgb's

6.1 Toezicht op pgb

Binnen de Drechtsteden en AV komen er regelmatig signalen binnen over onrechtmatigheden bij pgb verstrekkingen maar ook over gebrekkige kwaliteit van dienstverlening door uitvoerders pgb's. Het Burgerlijk Wetboek biedt wel mogelijkheden om de kwaliteit en rechtmatigheid te controleren bij de aanbieders, bijvoorbeeld door de toezichthouders die zijn aangewezen door de gemeente.

De door de gemeente aangewezen toezichthouder Wmo is bevoegd om toezichthoudend onderzoek te doen bij pgb-ontvangers en de aanbieders die met het pgb gefinancierd zijn.

De toezichthouder is bevoegd om te controleren of pgb-ontvanger de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking naleeft. Het onderzoek van de toezichthouder kan bestaan uit:

-de ondersteuningsinhoudelijke controle van de overeenkomsten die de PGB-houder heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie;

-de uitvoering in de praktijk van de ingekochte voorziening bij de door betreffende PGB-houder gecontracteerde leverancier (is de ondersteuning doelmatig , veilig en cliëntgericht).

Niet alleen de pgb-ontvanger, maar ook de zorgaanbieder bij wie de pgb-ondersteuning is ingekocht is verplicht om aan het onderzoek van de toezichthouder mee te werken (ex hoofdstuk 5.2 Awb). Zo kan de toezichthouder ook bij de betreffende leverancier inlichtingen vorderen, documenten opvragen en zaken onderzoeken.

In gevallen van signalen van gebrekkige kwaliteit of mogelijke onrechtmatigheid zullen wij de toezichthouder Wmo (DG&J) vragen om ter plekke onderzoek te doen. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek kan de gemeente handhaven.

Sancties zijn het intrekken of terugvorderen van het pgb. Ook kan de keuzevrijheid voor een pgb voortaan worden geweigerd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.