6.Nadere regels
Artikel 1 Gebruik van de standplaats
Het is de vergunninghouder verboden:
a.meer ruimte in te nemen dan hem is toegewezen.
b.de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen;
c.de doorgang in de wandelpaden op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren;
d.zich, behoudens ontheffing van het college, aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren;
e.op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die waarvoor vergunning is verleend;
f.eerder dan de sluitingstijd van de markt de standplaats te verlaten en/of af te breken (moet verkoopklaar blijven), behoudens toestemming van de marktmeester op grond van weersomstandigheden of andere dringende redenen;
g.langer dan 60 minuten van de standplaats weg te blijven, behoudens toestemming van de marktmeester;
h.gebruikte of tweedehandsartikelen aan te bieden;
i.op de markt afval aan te voeren, waaronder mede wordt verstaan: waren of goederen of partijen, die geheel of in belangrijke mate ongeschikt zijn om te verhandelen;
j.Indien vergunninghouder niet uiterlijk om 13.30 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.
k.eerder dan 2 uur voor aanvang van de markt de standplaats in te nemen;
l.langer dan anderhalf uur na de markttijd goederen aanwezig te hebben op het marktterrein;
m.voertuigen tijdens de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan aangegeven in de vergunning of door de marktmeester is aangewezen.
Artikel 2 Verboden op marktterrein
Tijdens de markt is het verboden op het marktterrein:
a.te enquêteren zonder vergunning van het college;
b.het is verboden tijdens de duur van de markt op het marktterrein met gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten of deze te verspreiden, dan wel godsdienstige, politieke of andere propaganda te voeren.
c.met goederen of waren rond te rijden zonder vergunning van het college;
d.een artikel aan te prijzen als geneesmiddel, genoemd in de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
e.reclamedrukwerk te verspreiden anders dan vanaf de standplaats;
f.waren te verkopen, die in strijd zijn met de Warenwet;
g.de standplaats langdurig te verlaten. Een vergunninghouder dient tijdens de markt verkoopklaar te zijn;
Artikel 3 Verzorging standplaats
De vergunninghouder is verplicht:
a.er zorg voor te dragen dat zijn standplaats, zulks ter beoordeling van de marktmeester, steeds een goed verzorgd aanzien biedt en veilig is;
b.zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond af te schermen;
c.uitstallingen en reclame borden moeten binnen de breedte van de marktkraam/markavan/verkoopwagen worden geplaatst;
d.de doorgang in de paden mogen niet worden belemmert, zulks ter beoordeling van de marktmeester.
Artikel 4 Het gebruik van parasols
1Het gebruik van parasols voor het beschermen van producten tegen weersinvloeden is toegestaan. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de doorgang in de paden.
2Het vervangen van marktkramen door parasols is niet toegestaan, omdat een uniforme uitstraling op de markt wordt nagestreefd.
3Het gebruik van parasols als extra aankleding van de verkoopplaats is toegestaan zolang deze de doorgang in de paden niet belemmert en het zicht op de koopwaar van andere kooplieden niet ontneemt.
Artikel 5 Verlichting en elektrische energie
1Het is de standplaatshouder verboden op zijn standplaats:
a.gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting;
b.elektriciteit te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren daarvan is aangewezen of om hierin zelf te voorzien.
2De volgende soorten stroom worden aangeboden:
a.230 Volt 10 Ampère (2300 Watt)
b.230 Volt 16 Ampère (3680 Watt)
c.400 Volt 3 x 16 Ampère (3 x 3680 Watt)
3Bij aanpassing van de stroomvoorziening naar krachtstroom zoals aangegeven in artikel 5 lid 2 sub c, zijn de kosten voor de vergunninghouder van de standplaats.
4Het college kan vergunning verlenen voor het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 6 Afval
1De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om op de standplaats geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, plaatst aan de voorzijde van de marktkraam, verkoopwagen of markavan twee afvalbakken of afvalkorven en ledigt deze wanneer zij vol zijn.
2De vergunninghouder zamelt tijdens de markt op en rondom zijn standplaats zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke zelf in;
3De vergunninghouder levert, alvorens het marktterrein te verlaten zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan, schoon op en neemt het afval mee. Hij overhandigt het college desgevraagd een kopie van het contract en/ of afvalstroomnummer van de afvalinzamelaar of afvalverwerker.
Artikel 7 Geluidsapparatuur
1Het is verboden op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid.
2Het aanwezig hebben van radio’s, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de standplaats, voor een ander doel dan verkoop daarvan, is verboden.
3Het college kan vergunning verlenen voor de in het eerste en tweede lid gestelde verboden.
Artikel 8 Koken, bakken en verwarmen
1Het is de vergunninghouder toegestaan voor de bereiding van etenswaren of producten elektrische verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties te gebruiken, waarbij gebruik wordt gemaakt van oliën en vetten.
2De vergunninghouder zorgt ervoor dat de bakplaats op de grond is afgedekt door middel van een zeil of karton waardoor er geen vetresten achterblijven.
3Het zogenaamde lekwater (ijsresten en vocht van de vis bijvoorbeeld) dient opgevangen en afgevoerd te worden door de vergunninghouder. Schrobwater mag worden afgevoerd in de straatkolk, mits goed wordt nagespoeld met schoon water.
4Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen onder het stellen van voorwaarden.
Artikel 9 Geur
1Bij gebruik van verwarmingstoestellen, bak -en kookinstallaties worden de bij de bereiding van voedingsmiddelen vrijkomende wasem, bakdampen en rook, zonder zich binnen de standplaats te kunnen verspreiden, naar de buitenlucht afgezogen door een gasdicht uitgevoerde afvoerleiding en afgevoerd door een verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter, dan wel een doelmatige ontgeuringsinstallatie.
2Het eerste lid is niet van toepassing indien naar het oordeel van het college geen geurhinder wordt ondervonden dan wel indien de afvoerleiding naar het oordeel van het college zodanig is gesitueerd dat een afdoende verspreiding van de wasem, bakdampen of rook in de buitenlucht is gewaarborgd en geurhinder wordt voorkomen.
3Het eerste lid is niet van toepassing indien voor de bereiding van voedingsmiddelen in de standplaats een elektrische frituurpan aanwezig is met een inhoud van niet meer dan 4 liter of een kookketel met een inhoud van niet meer dan 25 liter.