Gemeentelijke regelgeving

Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening, 2018 Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Gemeente Hardinxveld-Giessendam · geldt sinds 5 september 2018

Aanhef

Beleid voor:

•Het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder

•Het beoordelen van geluid langs 30 km/uur wegen in ruimtelijke procedure

Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders op 21 augustus 2018

Dit beleid treedt in werking de dag na publicatie

BIJLAGE 1 Begrippen

Cumulatieve geluidbelasting

Van cumulatie is sprake als een geluidgevoelige bestemming door meerdere geluidbronnen wordt belast, bijvoorbeeld door meerdere wegen en / of zowel door weg-, rail-, scheepvaart als door industrielawaai.

Geluidgevoelige bestemmingen

Woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen zoals omschreven in de Wet geluidhinder.

Geluidluwe buitenruimte

Een buitenruimte (20 m2 achter- of zijtuin) waar qua geluidbelasting voldaan kan worden aan de grenswaarden uit dit beleid.

Indien de buitenruimte een balkon betreft is deze rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar en heeft een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,3 m. Een geluidluwe buitenruimte is in beginsel niet gelegen aan de hoogst belaste zijde. Een dakterras kan indien deze rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar is ook als geluidluwe buitenruimte gezien worden.

Geluidluwe gevel

Een totale gevel waar qua geluidbelasting voldaan kan worden aan de grenswaarden uit dit beleid.

Grootschalige ontwikkeling

Ontwikkelingssituaties met meer dan 15 woningen

Kleinschalige ontwikkeling

Ontwikkelingssituaties met 15 woningen of minder.

Onderzoek naar geluidreducerende maatregelen en motivatie waarom het plangebied op de gekozen manier wordt ingericht is niet nodig.

Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder

In deze Regeling van 14 december 2009, nr. BJZ2009064879 staan nadere regels voor het beoordelen van de kosten en doeltreffendheid van maatregelen gericht op het terugbrengen van

de verwachte geluidbelasting voor rijkswegen en spoorwegen.

Voorkeursgrenswaarde

Wettelijke milieukwaliteitsnorm, formeel 'ten hoogst toelaatbare geluidbelasting' genoemd, die geldt op de gevel van een woning of een andere geluidgevoelige bestemming.

Bijlage 2: Wet geluidhinder; procedure en bepalingen voor vaststellen hogere waarden

Inleiding

De procedure hogere waarden is een begrip uit de Wet geluidhinder. Deze procedure wordt bijvoorbeeld gevoerd bij de aanleg van een (spoor)weg, de aanleg van een industrieterrein met ‘grote lawaaimakers’ of bij de bouw van een woning langs een weg of bij zo’n industrieterrein. De procedure wordt gevoerd indien in zo’n situatie de voorkeursgrenswaarde bij een woning zal worden overschreden (uiteraard geldt dit tevens voor andere geluidgevoelige bestemmingen).

Doel van de procedure is het aantal woningen dat een hoge geluidbelasting ondervindt zoveel mogelijk te beperken. Deze regeling heeft de volgende kenmerken:

Een hogere waarde is niet ongelimiteerd. Er is altijd een bovengrens. Er is echter niet één vaste waarde. De maximale hoogte hangt samen met de specifieke situatie, bijvoorbeeld met de vraag of het om een binnen- of buitenstedelijke situatie of nieuwbouw of vervangende nieuwbouw gaat.

Door de combinatie van dergelijke uitgangspunten is sprake van een bandbreedte in de vast te stellen hogere waarden.

De bevoegdheid tot het vaststellen van de hogere waarden ligt in de meeste gevallen bij burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. De provincie is bevoegd als het gaat om een wijziging of aanleg van een rijks- of provinciale weg, hoofdspoorweg of regionaal industrieterrein.

Degene die het verzoek om hogere waarden vast te stellen indient, dient voldoende alternatieven te onderzoeken die helpen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen en dient de noodzaak tot een hogere waarde duidelijk te motiveren. Als bijlage 3 is een checklist opgenomen met daarin aangegeven welke informatie noodzakelijk is in het verzoek om hogere waarden.

Wetgeving en regels

Op grond van artikelen opgenomen in Hoofdstuk VIIIa ‘Hogere waarden en onderzoeksbepalingen’ van de Wet geluidhinder kunnen hogere waarden worden vastgesteld. In dit hoofdstuk zijn de algemene voorwaarden omtrent de bevoegdheden en beoordelingscriteria voor het vaststellen van een hogere waarde opgenomen. In de afzonderlijke hoofdstukken zijn bepalingen beschreven met betrekking tot grenswaarden van verschillende geluidbronnen in nieuwe en bestaande situaties en de samenhang met onder andere het bestemmingsplan.

In het Besluit geluidhinder is een verdere differentiatie van de grenswaarden opgenomen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en ziekenhuizen. In hoofdstuk 5 van het besluit staan de vereisten aan de verzoekers en het verzoek voor een hogere waarde opgenomen.

In artikel 110a, lid 5 Wgh zijn criteria opgenomen voor het vaststellen van een hogere waarde.

Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen als (bron- of overdrachts)maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, maatregelen ernstige bezwaren hebben van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Tevens dient, indien een geluidgevoelige bestemming gelegen is in meerdere zones van (verschillende) geluidbronnen, de gecumuleerde geluidbelasting naar oordeel van burgemeester en wethouders niet te leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Dit volgt uit artikel 110a, zesde lid van de Wet geluidhinder. In bijlage I, hoofdstuk 2, van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is de rekenmethode cumulatieve geluidbelasting opgenomen.

Indien een hogere waarde wordt vastgesteld gelden in de meeste gevallen eisen vanuit het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de karakteristieke geluidwering van de gevels van de geluidgevoelige functies.

Bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is in de meeste gevallen bevoegd om hogerewaarden vast te stellen. In een aantal gevallen zal de bevoegdheid hiervoor echter bij gedeputeerde staten van de provincie blijven. In de onderstaande tabel is aangegeven in welke gevallen welk orgaan bevoegd gezag is.

Ontwikkeling

Omschrijving geluidbron

Bevoegd gezag

Aanleg nieuwe of

wijziging bestaande

(spoor)weg of

industrieterrein

Rijksweg

Hoofdspoorweg

Provinciale weg

Industrieterrein van regionaal

belang

GS

GS

GS

GS

Aanleg nieuwe of

wijziging bestaande

(spoor)weg of

industrieterrein

Gemeentelijke weg

Gemeentelijke spoorweg (o.a.

sneltram)

Industrieterrein

B&W

B&W

B&W

Woningbouw in de zone

Rijksweg, provinciale of

gemeentelijke weg

(Hoofd)spoorweg

Industrieterrein (ook van regionaal

belang)

B&W

B&W

B&W

Als de aanleg van een nieuwe of de wijziging van een bestaande gemeentelijke (spoor)weg of industrieterrein gevolgen heeft voor woningen gelegen in de naburige gemeente, is de gemeente waarin de ontwikkeling plaatsvindt bevoegd om een hogere waarde vast te stellen. Dit dient echter in goed overleg te gebeuren met de gemeente waarin de woningen zijn gelegen. Voor weg- en railverkeerslawaai geldt dat bij reconstructies (in de zin van de Wgh) aan de weg of het spoor bij iedere situatie moet worden beoordeeld wat de grenswaarde is waaraan wordt getoetst. De grenswaarde is de laagste waarde van de in het verleden vastgestelde hogere (sanerings)waarde of het heersende geluidniveau zoals berekend in het jaar van de reconstructie. Vervolgens geldt deze grenswaarde bij de beoordeling of maatregelen doeltreffend zijn of op ernstige bezwaren stuiten. Aan de hand van de beoordeling op grond van het beleid kan een hogere waarde worden vastgesteld.

Procedure

Bij de wijziging van de Wet geluidhinder is de procedure voor het vaststellen van hogere waarden gewijzigd. Het vaststellen van hogere waarden is gekoppeld aan een ruimtelijke procedure of een verkeersbesluit. In de onderstaande figuur is schematisch weergegeven op welke punten beide procedures zijn gekoppeld.

Toelichting bij figuur

1Voorbereiding ruimtelijke procedure of een verkeersbesluit en ontwerp hogere waardenbesluit door akoestisch onderzoek naar geluidbelasting en toetsing aan het beleid.

2Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan of omgevingsvergunning* en ontwerp hogere waardenbesluit overeenkomstig afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht.

3Vaststelling hogere waarden besluit.

4Voorbereiding definitief-bestemmingsplan, indien deze afwijkt van het (voor) ontwerpbestemmingsplan dient het vastgestelde hogere waarde-besluit in acht te worden genomen. Als de afwijking tussen het ontwerp- en het definitieve bestemmingsplan van invloed is op de hogere waarden dient de Raad haar besluit omtrent het bestemmingsplan aan te houden totdat B&W een nieuw hogere waarden besluit hebben genomen.

* Zie ook de tekst m.b.t. de omgevingsvergunning.

Als in een ontwerpbestemmingsplan gebieden worden gereserveerd voor woningbouw maar de precieze locatie van de woonblokken nog niet bekend is, wordt een hogere waarde-besluit genomen op basis van de ligging van (meerdere) geluidcontour(en) en maximaal aantal geluidgevoelige bestemmingen.

Vanaf 1 november 2014 is er ook een vergelijkbare procedure voor hogere waarden bij de afwijking van het bestemmingsplan op grond van de zogenoemde kruimelgevallenlijst.

De procedure ziet er in dat geval anders uit. Er komt geen ontwerp hogere waarden besluit meer. Bezwaar tegen de beschikking dient gelijktijdig plaats te vinden met de reguliere vergunning.

Omgevingsvergunning

Over het algemeen zal een hogere waarde procedure relevant zijn bij een omgevingsvergunning voor een ruime afwijking van het bestemmingsplan (artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° Wabo), het vroegere projectbesluit. Een dergelijke omgevingsvergunning wordt genomen via de uitgebreide voorbereidingsprocedure (§ 3.3 De uitgebreide voorbereidingsprocedure Wabo).

In de Wet geluidhinder is niet vastgelegd hoe de koppeling (in tijd) plaatsvindt tussen een ontwerpbesluit hogere waarde en de omgevingsvergunning. Het ontwerpbesluit hogere waarde behoeft dus niet gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegd te worden. Hoewel er formeel geen koppeling is tussen beide procedures, wordt wel aanbevolen om het ontwerpbesluit hogere waarde tegelijkertijd ter inzage te leggen. Om het ontwerpbesluit hogere waarde goed te begrijpen is immers de informatie behorende bij de ontwerp-omgevingsvergunning nodig.

Voor een omgevingsprocedure voor een beperkte afwijking geldt de reguliere voorbereidingsprocedure (§ 3.2 De reguliere voorbereidingsprocedure Wabo). Hiervoor geldt dat er geen ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd maar direct het besluit voor de omgevingsvergunning wordt genomen, met in acht neming van de vastgestelde hogere waarde.

Registratie bij Kadaster

Met de wetswijziging in 2007 is besloten om de hogere waarden te registreren bij het Kadaster. Indien er gedetailleerde plannen bekend zijn met straatnaam en huisnummer waarvoor een hogere waarde is vastgesteld dan dienen deze zo snel als mogelijk ingeschreven te worden bij het Kadaster.

Bij de vaststelling van een globaal bestemmingsplan zijn de straatnamen en de huisnummers vaak nog niet bekend en zullen de hogere waarden zijn vastgesteld op bepaalde locaties in het plangebied. In dat geval is het nog niet mogelijk om ze te laten inschrijven bij het Kadaster.

Inschrijving is in dergelijk gevallen pas mogelijk als de adresgegevens bekend zijn.

In de praktijk kan er een groot tijdsverschil zitten tussen het vaststellen van hogere waarden en het registreren van hogere waarden.

30km per uur wegen

De Wet geluidhinder is niet van toepassing op de wegen waar een snelheidsregime geldt van 30 km per uur. Ook op basis van het Bouwbesluit 2012 gelden geen eisen aan de geluidwering, aangezien het Bouwbesluit 2012 is gekoppeld aan de vastgestelde hogere waarde. Omdat langs 30 km-wegen geen zone aanwezig is en er om deze reden geen hogere waarde kan worden vastgesteld is het Bouwbesluit 2012 niet van toepassing.

De van toepassing zijnde wet- en regelgeving is het bestemmingsplan. Uit uitspraken van de Raad van State volgt dat een goed woon- en leefklimaat moet worden gewaarborgd middels het bestemmingsplan bij geluidgevoelige bestemmingen aan een 30 km per uur weg. Tevens moet voor woningen, waar de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt overschreden, worden getoetst aan de gevelwering om een acceptabel binnenniveau te kunnen garanderen.

Bijlage 3 Checklist verzoek hogere waarde

In het Besluit geluidhinder, artikel 5.4, is aangegeven uit welke informatie een hogere waarde verzoek ten minste dient te bestaan, namelijk:

* de verzochte hogere waarde,

* de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen,

* de resultaten van het akoestisch onderzoek,

* een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen om aan de grenswaarde voor het geluidniveau binnen de geluidgevoelige bestemming te voldoen,

* een kaart met bijbehorende verklaring met daarop aangegeven de geluidzone (huidig en gewijzigd) en de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen,

* het bevoegd gezag kan van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien hij deze noodzakelijk acht voor de beoordeling van het verzoek.

Indien de geluidgevoelige bestemming gelegen is in meerdere zones van (verschillende) geluidbronnen is inzicht noodzakelijk in de cumulatieve geluidbelasting, zoals berekend overeenkomstig de rekenmethode zoals opgenomen in Bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.

NB: Voor iedere woning moet een hogere waarde verzoek worden opgesteld. Als het hogere waarde verzoek meerdere woningen betreft, kan met één verzoek worden volstaan maar zal het aantal woningen moeten worden vermeld.

BIJLAGE 4 Overzicht grenswaarden

Grenswaarden wegverkeerslawaai

Situatie

Artikel

Wet geluidhinder

Ten hoogste

toelaatbare

geluidbelasting

Uiterste

grenswaarde

Hoogst toelaatbaar

binnenniveau

Bestaande weg

Nieuwe woning

Art. 82 en art. 83, lid 2

48dB

63dB

33dB

Nieuw te bouwen agrarische woning

Art. 82 en art. 83, lid 4

48dB

58dB

33dB

Vervangende nieuwbouw

in stedelijk gebied,

langs een auto(snel)weg

buiten bebouwde kom

Art. 82 en art. 83, lid 5

Art. 82 en art. 83, lid 6

Art. 82 en art. 83, lid 7

48dB

48dB

48dB

68dB

63dB

58dB

33dB

Grenswaarden railverkeerslawaai (landelijke spoorwegen)

Situatie

Artikel

Wet geluidhinder

Voorkeurs-grenswaarde

Uiterste grenswaarde

Hoogst toelaatbaar binnenniveau

Bestaande spoorweg

Woningen

Art.106d lid 1 en 2

55dB

68dB

33dB

Grenswaarden industrielawaai

Situatie

Artikel

Voorkeursgrenswaarde

Uiterste

grenswaarde

Hoogst

toelaatbaar

binnenniveau

Bestaand industrieterrein

woning, niet geprojecteerde

Art. 59

50dB(A)

55dB(A)

35dB(A)

woning, vervangende nieuwbouw

Art. 50

50dB(A)

65dB(A)

35dB(A)

woning, zeehavennorm

Art. 50

50dB(A)

60dB(A)

35dB(A)

Herziening bestemmingsplan, zonder zonewijziging

woning nieuw te projecteren

(zeehavenontheffing)

Art. 60

50dB(A)

60dB(A)

35dB(A)

woning nieuw te projecteren

(vervangende nieuwbouw)

Art. 59

50dB(A)

65dB(A)

35dB(A)

Opmerkingen industrielawaai

1.

Tijdelijk 2 dB(A) extra mogelijk vanwege industrieterreinen.

2.

Reeds eerder toegekende voorkeursgrenswaarden of hogere grenswaarden voor industrieterreinen blij-

ven gelden (ook van voor inwerkingtreding van de Wet geluidhinder in 1979).

Definitie begrippen

Geprojecteerde woning:

een nog niet aanwezige woning waarvoor het geldende bestemmingsplan

verlening van de omgevingsvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven.

Woning in aanbouw:

een nog niet aanwezige woning waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Nieuw te projecteren woning:

een nog niet aanwezige woning ten behoeve waarvan het geldende

bestemmingsplan moet worden gewijzigd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.