Aanhef
De raad van de gemeente Harderwijk;
gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 september 2026,
nummer 02430000909008;
besluit:
vast te stellen de Verordening gezamenlijke commissie voor bezwaarschriften Ermelo, Harderwijk, Zeewolde en Meerinzicht 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen
a.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
b.bestuur: het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Meerinzicht;
c.bestuursorgaan: bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de wet dat het bestreden besluit heeft genomen en een besluit dient te nemen op het bezwaarschrift;
d.burgemeester: de burgemeester van Ermelo, Harderwijk of Zeewolde;
e.college: het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, Harderwijk of Zeewolde;
f.colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde gezamenlijk;
g.commissie: gezamenlijke commissie van advies voor de bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 van de wet;
h.indiener: indiener van een bezwaarschrift;
i.plaatsvervangend voorzitter: de door de bestuursorganen aangewezen leden van de commissie;
j.raad: de gemeenteraad van Ermelo, Harderwijk of Zeewolde;
k.voorzitter: één of meer van de voorzitters van de commissie;
l.wet: de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Taken commissie
1De commissie adviseert over te nemen beslissingen op bezwaar tegen besluiten van het bestuur, de raad, het college en de burgemeester.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften, ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake (gemeentelijke) belastingen, de Wet waardering onroerende zaken en ten aanzien van wettelijke voorschriften in het kader waarvan een specifieke commissie in het leven is of wordt geroepen.
3De commissie kan tevens adviseren over bezwaarschriften, gericht aan bestuursorganen bedoeld in artikel 1:1 van de Awb, die geen deel uitmaken van de onder het eerste lid genoemde bestuursorganen.
Artikel 3. Samenstelling commissie
1De commissie bestaat uit twee of meer voorzitters en minimaal vijf leden.
2De voorzitters en de leden worden door het bestuur en de colleges benoemd, geschorst en ontslagen.
3De commissie regelt de vervanging van de voorzitters en de leden, waarbij uitsluitend gekozen kan worden uit reeds benoemde leden.
4De voorzitters en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de onder artikel 1 genoemde bestuursorganen.
5De voorzitters en leden ontvangen een vergoeding, die door de colleges wordt vastgesteld.
Artikel 4. Secretaris
De commissie wordt ondersteund door een of meer secretarissen. De secretarissen van de commissie zijn de door het bestuur aangewezen functionarissen van team Juridische zaken van Meerinzicht.
Artikel 5. Zittingsduur
1De voorzitters en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden.
2De voorzitters en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de colleges.
3De aftredende of ontslag nemende voorzitters of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
4De benoeming van de voorzitters en de leden van de commissie is gebaseerd op de deskundigheid en onafhankelijkheid van de kandidaten.
Artikel 6. Ingediend bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.
Artikel 7. Informeel overleg
Na ontvangst van de kennisgeving van het bezwaarschrift onderzoekt het bestuursorgaan of de zaak in der minne kan worden geschikt voordat de zaak verder in behandeling wordt genomen. De vakafdeling verricht daartoe de nodige handelingen, waaronder eventueel opschorten van de beslistermijn hangende het informeel overleg en stelt de commissie op de hoogte van de uitkomst.
Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden
De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie:
a.Verzoek om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, derde lid, van de wet);
b.Stellen van een termijn aan de indiener (artikel 6:6 van de wet);
c.Verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17 van de wet);
d.Ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid van de wet);
e.Al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid van de wet).
Artikel 9. Vooronderzoek
1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden die het budget overstijgen, is vooraf machtiging van het bestuursorgaan vereist.
Artikel 10. Hoorzitting
1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de indiener, eventuele belanghebbende(n) en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling in het advies.
Artikel 11. Uitnodiging hoorzitting
1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.
2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3De beslissing van de voorzitter, in samenspraak met de secretaris, op dit verzoek wordt uiterlijk 1 week voor het tijdstip van de zitting aan belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.
4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 12. Quorum
De commissie vergadert als regel met een voorzitter en twee leden. Voor het houden van een rechtsgeldige hoorzitting is vereist dat in ieder geval de voorzitter, dan wel een plaatsvervangend voorzitter, en ten minste één lid aanwezig zijn.
Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 14. Openbaarheid zitting
1De zitting van de commissie is in beginsel openbaar.
2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3Als de commissie naar aanleiding van het tweede lid beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn, die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.
Artikel 15. Verslaglegging
1De commissie maakt een digitale geluidsopname van de hoorzitting.
2De digitale opname, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstrekt.
3Conform artikel 7:13, zesde lid, van de wet wordt in het advies kort weergegeven wat naar voren is gekomen tijdens de hoorzitting.
4Op verzoek van het bestuursorgaan, de indiener of de belanghebbende, dan wel op verzoek van de bestuursrechter in geval een (hoger) beroepsprocedure, maakt de secretaris op basis van de geluidsopname een schriftelijk verslag op.
5Een schriftelijk verslag als bedoeld in het voorgaande lid bevat een samenvatting van wat partijen hebben gezegd. Het schriftelijk verslag vermeldt in ieder geval:
a.de namen en rol van partijen in de betreffende bezwaarzaak;
b.de zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen;
c.de vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;
d.de verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
6De voorzitter en de secretaris ondertekenen het schriftelijk verslag.
Artikel 16. Nader onderzoek
1Indien na afloop van de hoorzitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt toegezonden aan de indiener en in afschrift aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden. Op de informatie kan schriftelijk worden gereageerd.
3De indiener, leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Beraadslaging en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2Het advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee leden, ook wanneer de hoorzitting door de voorzitter en één lid heeft plaatsgevonden.
3De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
4Het advies is gemotiveerd en bevat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
5Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de betrokken secretaris.
Artikel 18. Uitbrengen advies
Het advies wordt, onder mede zending van eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
Artikel 19. Jaarverslag
1Ten minste eenmaal per jaar vergadert de commissie plenair.
2De commissie brengt jaarlijks voor 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeenten en van Meerinzicht verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
3Ten behoeve van het jaarverslag ontvangt de commissie een afschrift van de beslissing op bezwaar.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie onder gelijktijdige intrekking van de Verordening gezamenlijke commissie voor bezwaarschriften Ermelo, Harderwijk, Zeewolde en Meerinzicht 2022.
Artikel 21. Overgangsbepaling
Bezwaarschriften die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, maar nog niet zijn afgehandeld, worden behandeld door de commissie overeenkomstig deze verordening.
Artikel 22 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening gezamenlijke commissie voor bezwaarschriften Ermelo, Harderwijk, Zeewolde en Meerinzicht 2026".