Aanhef
De burgemeester van de gemeente Harderwijk;
gelet op artikel 13b Opiumwet, de Aanwijzing Opiumwet, 172 jo. 174 Gemeentewet, 4:81 en 4:84 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv) gemeente Harderwijk;
Besluit
vast te stellen: de bijgevoegde beleidsregels "Beleidsregels Damocles gemeente Harderwijk" met bijbehorende toelichting vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van “Het Damoclesbeleid Harderwijk 2019 vastgesteld op 18 juni 2019. De beleidsregels geven aan hoe ik met mijn bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet omga.
Beleidsregels Damocles gemeente Harderwijk
Op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot het
opleggen van een last onder bestuursdwang, indien in woningen of lokalen of op
een daarbij behorend erf drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel
daartoe aanwezig zijn, dan wel daartoe voorbereidingshandelingen worden gepleegd.
Bestuursrechtelijke sancties
Deze last onder bestuursdwang kan het bevel van de burgemeester inhouden om de woning of het lokaal te sluiten. Tevens omvat deze bevoegdheid de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen of een schriftelijke waarschuwing te geven.
Mogelijkheid last onder dwangsom
Artikel 5:32, eerste lid, van de Awb regelt namelijk dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen. Indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven kan een last onder dwangsom, vanuit het oogpunt van evenredigheid, meer op zijn plaats zijn.
Onderscheid bestuursdwang en last onder dwangsom
De bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet is in beginsel gericht op het pand.
Bij het opleggen van een last onder dwangsom dient er wel sprake te zijn van een overtreder. Voor de definitie van het begrip overtreder zie artikel 1 onder sub h van deze beleidsregels.
De last onder dwangsom is dus subjectgericht. Bij de oplegging hiervan zal er in beginsel dan ook voor worden gekozen deze voor overtredingen ten aanzien van de gehele gemeente te laten gelden. In tegenstelling tot de last onder bestuursdwang, die objectgericht is.
Waarschuwing
Tot slot volgt uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet dat in algemene zin bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel.
Dit moet echter worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. Over de belangenafweging en afwijking van de handhavingsmatrix meer in hoofdstuk 2.
Doel
Deze beleidsregel is een uitvoering van de bepaling in artikel 13b Opiumwet die de burgemeester de bevoegdheid geeft om maatregelen te treffen tegen drugshandel of voorbereidingshandelingen in een woning of lokaal. De beleidsregel geeft aan op welke wijze en wanneer de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid. Door het inzetten van deze bevoegdheid willen we daadkrachtig optreden en:
-verhinderen dat de woning of het lokaal (nog) wordt gebruikt ten behoeve van (georganiseerde) drugshandel en het drugscircuit;
-het woon- en leefklimaat herstellen;
-de (dreigende) verstoring van de openbare orde herstellen;
-de bekendheid van de woning of het lokaal in het drugscircuit en als drugspand doorbreken en de loop eruit halen;
-verdere aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning of het lokaal voorkomen;
-het verhinderen dat de woning, of het lokaal wordt, of weer wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit;
-te bewerkstelligen dat er door de gekozen maatregel een einde komt aan de verboden situatie en dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen;
-de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen.
Subdoelstellingen zijn:
-te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een adequate reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het beoogde effect heeft, namelijk het bestrijden van handel in drugs en herstel van de openbare orde;
-door het treffen van de gekozen maatregel de negatieve effecten en risico’s voor de openbare orde en veiligheid van handel in en het gebruik van drugs zoveel mogelijk te beheersen;
-het kenbaar maken aan de betrokkenen en omgeving welke maatregel men van de overheid kan verwachten na een overtreding van art. 13b Opiumwet, zodat duidelijk wordt dat het ongeoorloofd is dat een pand als locatie dient om drugs te verbouwen, te produceren of te verkopen.
Juridisch kader
De bevoegdheid van de burgemeester om in geval van de aanwezigheid van drugs of voorwerpen of stoffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, op te treden is opgenomen in artikel 13b van de Opiumwet.
Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I), artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II), artikel 10a (verbod op voorbereidingshandelingen harddrugs) en artikel 11a (verbod op voorbereidingshandelingen softdrugs) Opiumwet, is in die wet artikel 13b opgenomen.
Artikel 13b
1De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
a) een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is
b) een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
2Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
Voorbereidingshandelingen 11a
De bestuursdwangbevoegdheid ziet dus ook op voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of 11a Opiumwet. Deze bepalingen vereisen dat degene die een voorwerp of stof voorhanden heeft weet, of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat deze bestemd is/zijn voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of beroeps/bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Dat kan blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stof of uit de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge samenhang. Daarnaast kan dit ook blijken uit de uit een opsporingsonderzoek verkregen resultaten van tapgesprekken of observaties. Het in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf voorhanden hebben van de genoemde voorwerpen of stoffen verschaft de toepassing van deze bestuursdwangbevoegdheid. Voor de toepassing bij strafbare voorbereidingshandelingen wordt aansluiting gezocht bij het gestelde daartoe in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie.