Gemeentelijke regelgeving

VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2026

Gemeente Hardenberg · geldt sinds 25 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Hardenberg;

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025, nummer 1103210;

Gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2021;

Besluit:

Vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;

b.motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

c.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

d.houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven.

Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd:

1degene die gebruikt maakt van een lease-auto, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de kentekenhouder (leasemaatschappij);

2de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een motorvoertuig van zijn werkgever, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de werkgever;

e.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

f.centrale computer: computer bestemd voor registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van belanghebbenden parkeren en betaald parkeren met gebruik van een telefoon, internet of andere communicatiemiddelen.

g.parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

h.belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:

1is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990;

2gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

i.vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig of brommobiel te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;

j.vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

k.weggedeelten: een straat, plein, terrein of zone.

l.autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden.

m.autodeelplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

a.een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht.

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

2Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen.

b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd, met dien verstande dat:

1indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

2indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

Artikel 6 Wijze van heffing en termijn van betaling

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

4Indien een parkeervergunning in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt naar evenredigheid restitutie van de belasting verleend, berekend naar rato van de verschuldigde belasting voor een heel jaar, op basis van het aantal maanden tot het einde van het desbetreffende kalenderjaar. De maand waarin de dag valt waarop de parkeervergunning wordt ingetrokken, wordt meegerekend.

5Indien een parkeervergunning in de loop van een kalenderjaar wordt aangevraagd wordt het parkeergeld berekend naar rato van het verschuldigde parkeergeld voor een heel jaar, op basis van het aantal maanden tot het einde van het desbetreffende kalenderjaar. De maand waarin de dag valt waarop de parkeervergunning wordt verleend, wordt meegerekend.

6Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de naheffingsaanslag dan wel het verzoek tot betaling is vermeld.

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 8 Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

1Vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2a van deze verordening zijn:

a.als zodanig herkenbare politievoertuigen;

b.als zodanig herkenbare stadstoezichtvoertuigen;

c.als zodanig herkenbare brandweervoertuigen;

d.als zodanig herkenbare ambulances;

e.als zodanig herkenbare dierenambulances.

2De in het eerste lid genoemde categorieën gebruikers onder a, b, c, d en e zijn bovendien vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2b van deze verordening.

Artikel 9 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

1De ‘Verordening parkeerbelastingen 2025, vastgesteld op 3 december 2024, met zaaknummer 769006, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2026'.

Bijlage

Tarieventabel Parkeren 2026

Zaaknummer: 1103210

Tarieventabel, als bedoeld in artikel 4 van de ‘Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026’

Artikel 1 Tarieven straatparkeren

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:

In het betaald parkeren gebied

Bijzonderheden

Bedrag

Per tijdeenheid van

Maximum bedrag per dag

Admiraal Helfrichstraat

€ 1,15

1uur

Nvt

Badhuisplein

€ 1,15

1uur

Nvt

Badhuisweg

€ 1,15

1uur

Nvt

Boumanplein

€ 1,15

1uur

Nvt

Bruchterweg

Tussen Lage Doelen en Europaweg

€ 1,15

1uur

Nvt

Burgemeester Bramerstraat

€ 1,15

1uur

Nvt

Doelendwarsstraat

€ 1,15

1uur

Nvt

Gedempte Haven

€ 1,15

1uur

Nvt

Havenweg

€ 1,15

1uur

Nvt

Hoge Doelen

€ 1,15

1uur

Nvt

Israël Emanuelplein

€ 1,15

1uur

Nvt

Koppellaan

Naast pand Bruchterweg 21

€ 1,15

1uur

Nvt

Lage Doelen

€ 1,15

1uur

Nvt

Marslaan

tussen Sportlaan en Koehierdesteeg

€ 1,15

1uur

Nvt

Mr. Hzn. Trompstraat

Parkeerterrein voor De Meet

€ 1,15

1uur

Nvt

Mulopad

€ 1,15

1uur

Nvt

Oosteinde

€ 1,15

1uur

Nvt

Oude Bosch

Parkeerterrein De Troubadour

€ 1,15

1uur

Nvt

Park Kruserbrink

Alleen voor campers

€ 10,00

24uur*

€ 10,00

Parkweg

Tussen Nijenstede en Sportlaan

€ 1,15

1uur

Nvt

Salland

€ 1,15

1uur

Nvt

Sallandsestraat

€ 1,15

1uur

Nvt

Sportlaan

€ 1,15

1uur

Nvt

Sportlaan

Tussen Parkweg en Oosteinde (gehandicaptenparkeerplaats t.h.v. LOC)

€ 1,15

1uur

Nvt

Stationsstraat

Tussen Witte de Withstraat en Oosteinde

€ 1,15

1uur

Nvt

Vechtvoorde

€ 1,15

1uur

Nvt

Vechtvoorde

Parkeerterrein direct ten noorden van het Badhuisplein

€ 1,15

1uur

Nvt

Wilhelminaplein

€ 1,15

1uur

Nvt

Witte de Withstraat

€ 1,15

1uur

Nvt

* Tarief geldt per periode van 24 uur of een gedeelte daarvan.

Artikel 2 Tarieven vergunningen en ontheffingen

1Het tarief voor een bewonersparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 50,00

2Het tarief voor een bedrijfsparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 460,00.

3Het tarief voor een mantelzorgparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 50,00

4Het tarief voor een hulpverlenersparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 50,00

5Het tarief voor een weekmarktparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 240,00

6In het gebied, zoals beschreven in het vigerende 'Aanwijzingsbesluit parkeren 2021' onder artikel 1, lid 2, kan worden geparkeerd met een bezoekersparkeervergunning voor bezoek van bewoners, de betaling van dit type vergunning gebeurt door middel van een kraskaart of de digitale bezoekersregeling:

•Het tarief voor deze kraskaart bedraagt: € 0,50 per 1 uur of € 1,50 per 4 uur.

•Het tarief van de digitale bezoekersregeling bedraagt € 0,40 per uur.

7Het tarief van een tijdelijke parkeervergunning bedraagt per vergunning:

•€ 5,00 per dag

•€ 25,00 per week (maximaal twee weken)

Gewaarmerkt door de griffier van de gemeente Hardenberg,

als behorende bij het raadsbesluit van 16 december 2025,

De griffier van de gemeente Hardenberg,

F.G.S. Droste

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.