Aanhef
De gemeenteraad van Hardenberg;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 juni 2024;
gelet op titel 4.3 Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT:
1de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit', vastgesteld op 28 januari 2020, in te trekken;
2de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' (versie 2024) vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 16 juli 2024.
Bijlage 1. Kenmerken erf en bebouwing van de landschapstypen
Open veenontginningslandschap
Kenmerken erf en bebouwing:
1Diverse bouwstijlen, sober.
2Langs vaarten komt men vaak het Groningertype boerderij tegen. Kenmerken: woning en het bedrijfsgedeelte (stallen) zijn één geheel. Het woongedeelte is smaller dan bedrijfsgedeelte. De verspringing in de zijgevels worden ook wel “krimpen” genoemd;
3Grote gebouwen (woongedeelte en bedrijfsgedeelte samen onder één dak) en van oorsprong weinig bijgebouwen.
4Doorzichten tussen de bebouwing naar het achterliggende open gebied.
5Rechthoekige erven.
6Erven met grote huiskavels.
7Erven aan de weg.
8Strakke ordening van bebouwing op het erf.
9Boerderijen zijn met de voorgevel loodrecht op de weg georiënteerd.
10De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving.
11Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend.
12Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout, doek of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren.
13Erven hebben een open karakter met aan de achterzijde zicht op het open landschap.
14Strakke ordening van het groen.
15De erfgrenzen zijn niet helemaal beplant, transparant.
16Op het erf enkele grote solitaire bomen.
Erfopbouw open veenontginningslandschap
Besloten veenontginningslandschap
Kenmerken erf en bebouwing:
1De bebouwing is kleiner dan in het open veenontginningslandschap.
2Groningertype bebouwing, woning en bedrijf gescheiden in één volume.
3Het woongedeelte is smaller dan het bedrijfsgedeelte.
4Bebouwing geordend op het erf.
5De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken.
6De hoofdmassa is eenvoudig en passend, qua maat en schaal, binnen de kamer.
7De zichtgevels richting de openbare ruimte zijn representatief vormgegeven.
8Perceelsgrensbeplanting in de vorm van eikenrijen en elzensingels in De Kolonie.
9De erven liggen aan de weg.
10Rechthoekige erven.
11De erven hebben vaak een “groene” mantel met beplanting langs de erfgrenzen en een open achterzijde.
12Voorzijde erf (siertuin) staan vaak enkele solitaire bomen met een grasveld omzoomd met plantenborders of met hagen of bermsloot.
Erfopbouw besloten veenontginningslandschap
Open heideontginningslandschap
Kenmerken erf en bebouwing:
1Verspreide rechthoekige erven langs de ontginningsassen.
2Bebouwing aan de weg met de kopgevel naar de weg gekeerd.
3Grote karakteristieke Groningse boerderijen, vaak roodbruine baksteen en oranje of grijze dakpannen.
4Alle zichtgevels zijn representatief vormgegeven.
5De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken.
6De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving.
7Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend.
8Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout, doek of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren.
9Erven zijn omzoomd aan de zijkanten en achterkant door een “groene mantel”.
10Voorzijde erf (siertuin) staan vaak enkele solitaire bomen met een groot grasveld omzoomd met plantenborders.
Erfopbouw open heideontginningslandschap
Besloten heideontginningslandschap
Kenmerken erf en bebouwing:
1Verspreide bebouwing op een rechthoekig erf aan de weg en soms op afstand van de weg.
2Veelal kleine boerderijen met een rieten zadelkap.
3De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken.
4De hoofdmassa is eenvoudig en passend, qua maat en schaal.
5De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving.
6Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend.
7Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren.
8De huiskavels zijn kleiner dan in het open heideontginningslandschap.
9Rationeel opgebouwd erf.
10De erven zijn voorzien van een “groen” raamwerk in de vorm van eikenrijen, berk en/of singels.
11Voorzijde erf (siertuin) staan vaak enkele solitaire bomen met een grasveld omzoomd met plantenborders.
Erfopbouw besloten heideontginningslandschap
Essen en hoevenlandschap
Kenmerken erf en bebouwing:
1De boerderijen staan aan de randen van de es.
2De ontsluiting van de boerderijen is grillig.
3Onregelmatige erfopbouw met losse strooiing van hoofd- en bijgebouwen.
4De gebouwen staan vaak niet ver van de weg af.
5De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving en reageert op de streekeigen gebiedskenmerken.
6Het hoofdgebouw (de boerderij) ligt gedraaid aan de weg en gaat op in het landschap doormiddel van het materiaal gebruik.
7Het meest voorkomende boerderijtype is het Hallehuis (ook wel Saksische boerderijtype). Het Hallehuis is een langgerekte boerderij waarbij het woongedeelte en bedrijfsgedeelte één geheel zijn. De kap is kenmerkend: rieten zadeldak met wolfseind(en) en soms een combinatie van riet en pannen.
8De hoofdmassa is eenvoudig vormgegeven (zadelkap met lage gootlijn) en passend (qua maat en schaal) tussen de bebouwing in de omgeving.
9Voorhuizen vaak gedekt met pannen en stenen muren.
10Onderscheid woon- en werkgedeelte in architectuur.
11Donkere kleuren(baksteen), riet en zwart potdekselwerk.
12Schuren ondergeschikt, in gedekte kleuren.
13De detaillering is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur.
14Bijgebouwen en achterhuis vaak met riet gedekt en achterhuis vaak met hout.
15De latere boerderijen zijn aan de voorzijde voorzien van fraai bewerkte kozijnen, portalen en kroonlijsten.
16Het erf gaat op in het landschap een duidelijke (erf)afscheiding van het perceel ontbreekt.
17Erfopbouw: bescheiden siertuin op het voorerf eventueel voorzien van een moestuin en/of boomgaard, grote solitaire bomen of groepen: eik en (knot-en lei) lindes.
Erfopbouw essen en hoevenlandschap
Beekdallandschap
Kenmerken erf en bebouwing:
1Erven aan de weg of op afstand.
2Erven hoger gelegen retentiegebied.
3Woonhuis los van de schuren.
4Schuren voorkant naar de weg of parallel langs de weg.
5Ruilverkavelingsboerderijen, sobere architectuur.
6Nieuwbouw op een logische manier laten aansluiten op het bestaande bebouwing en geef vorm, kleur en materiaal hierbij geen voorrang.
7Open erf, niet alle zijden van de huiskavel zijn beplant.
8Nutstuin ontbreekt, wel een siertuin en in sommige gevallen een kleine weide.
Erfopbouw beekdallandschap
Bijlage 2. Praktijkvoorbeelden landschapsontsierende gebouwen
Voorbeeld 1: Een vrijgekomen agrarisch bedrijfsgebouw in het besloten heideontginningslandschap.
Deze stal is landschapsontsierend vanwege het architectuurbeeld en dan met name de kleurstelling.
Het landschappelijke kenmerk is: half open landschap met doorzichten.
Uitgangspunten architectuur:
1De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving.
2Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpallet van het omringende landschap. Donkere tinten, reliëf (geen vlakke plaat), niet glimmend.
3Schuren; dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling. Schuren; wanden: damwandbeplating, steen, beton, hout of vergelijkbare uitstraling in donkere kleuren.
4Conclusie: kleur- en materiaalgebruik wijkt af van de bebouwing in de omgeving.
Voorbeeld 2: Vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen in het essen en hoevenlandschap.
Deze gebouwen zijn landschapsontsierend vanwege het volume, materiaalgebruik en kleur, uitstraling, situering op het erf en de passendheid bij de overige bebouwing op het erf
Het volume:
1Uitgangspunt landschappelijke kenmerk: kleinschalig landschap met kleine bouwvolumes.
2Conclusie: bouwvolume is niet passend binnen een kleinschalig landschap.
Het materiaalgebruik en kleur:
1Uitgangspunt materiaal gebruik: Donkere kleuren(baksteen), riet en zwart potdekselwerk, antracietkleurige dakpan/golfplaat. Schuren ondergeschikt, in gedekte kleuren.
2Conclusie: kleur en materiaal gebruik niet passend binnen de gebiedskenmerken.
De uitstraling:
1Uitgangspunten uitstraling; gedekte kleuren en kleinschaligheid.
2Conclusie: het zijn grootschalige gebouwen in een kleinschalig landschap met afwijkende kleuren.
De situering op het erf:
1Uitgangspunt situering: losse strooiing van gebouwen.
2Conclusie: de gebouwen staan niet in samenhang (positie achterop het perceel in een rechte strakke lijn) met elkaar en de stallen zijn te groot voor het gebied. De grootte van de stallen maakt het niet mogelijk om ze passend te maken in zijn omgeving, kleinschaligheid.
De passendheid bij de overige bebouwing op het erf:
1Uitgangspunt passendheid: losse strooiing, kleinschalige bebouwing in gedekte kleuren.
2Conclusie: de positie en de grootte (langgerekt) van de stallen is niet passend is voor een erf in het essen en hoeven landschap.
Voorbeeld 3: Vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen in het open veenontginningslandschap.
Deze bedrijfsgebouwen zijn landschapsontsierend vanwege het toegepaste materiaalgebruik en de kleurstelling, de diversiteit in architectuur en de situering op het erf (voor de woning).
De kenmerken van een erf in het open veenontginningslandschap zijn:
1Rechthoekige erven.
2Kopgevel naar de weg.
3Strakke ordening van bedrijfsgebouwen op het erf.
4Behouden helder onderscheid tussen voor(wonen) en achter(werken) in situering en architectuur.
5De hoofdmassa is eenvoudig vormgegeven en passend (qua maat en schaal) tussen de belendende bebouwing en het bebouwingslint.
6Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpallet van het omringende landschap.
7Kleurgebruik: donker kleurgebruik met voldoende reliëf.
8Conclusie: de positionering van de gebouwen op het erf (de woning staat achter de bedrijfsgebouwen), het afwijkende materiaalgebruik, en het kleurgebruik zijn niet passend in het open veenontginningslandschap.
Bijlage 3. Ontwerpuitgangspunten één-erfgedachte in de verschillende landschapstypen
Erfopbouw essen- en hoevenlandschap en beekdal
Erfopbouw besloten veen- en heideontginningslandschap
Bijlage 4. Rekenvoorbeeld inzet sloopmeters voor andere ontwikkelingen (geen woningbouw)
Rekenvoorbeeld bij toepassing van de tabel uit paragraaf 6.2:
Een initiatiefnemer wilt bij zijn (niet-agrarisch) bedrijf een nieuw bedrijfsgebouw van 700 m2 realiseren. De uitbreiding van het niet-agrarisch bedrijf is beoordeeld als een gebiedseigen ontwikkeling. Dan moeten er sloopmeters aangeleverd worden. Eerst moet er gekeken worden in welke trede de ontwikkeling valt. Omdat de uitbreiding meer dan 500 m2 is, is de derde trede van toepassing. De ontwikkeling is beoordeeld als gebiedseigen dus moet er bij kolom van gebiedseigen ontwikkeling gekeken worden. De hoeveelheid sloopmeters die er aangeleverd moeten worden is afhankelijk of deze sloopmeters met of zonder asbest zijn.
De hoeveelheid sloopmeters die er moeten worden aangeleverd met asbest zijn:
Eerste trede, verhouding 1:1: 100 m2 = 100 m2 sloop:
Tweede trede, verhouding 1:2: 400 m2 = 800 m2 sloop:
Derde trede, verhouding 1:3: 200 m2 = 600 m2 sloop:
Totaal: 1500 m2.
De hoeveelheid sloopmeters die er moeten worden aangeleverd zonder asbest zijn:
Eerste trede, verhouding 1:2: 100 m2 = 200 m2 sloop:
Tweede trede, verhouding 1:3: 400 m2 = 1200 m2 sloop:
Derde trede, verhouding 1:4: 200 m2 = 800 m2 sloop:
Totaal: 2200 m2.
Bijlage 5. Schematische uitwerkingen proces sloopbewijzen
Schematische uitwerking van het proces (inzet sloopbewijs voor één ontwikkeling)
Schematische uitwerking van het proces (inzet sloopbewijs voor meerdere ontwikkelingen)
Hardenberg, 16 juli 2024