Aanhef
De raad van de gemeente Halderberge;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 februari 2023;
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de:
Verordening financieel beleid, financieel beheer en inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Halderberge
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
b.auditcommissie: adviescommissie van de raad die adviezen uitbrengt over financieel gerelateerde onderwerpen;
c.BBV: het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
d.college: het college van burgemeester en wethouders;
e.inkomsten: totaal van de baten voor onttrekkingen aan reserves;
f.investeringen: het vastleggen van vermogen in duurzame goederen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
g.overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
h.rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving;
i.team: een organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie.
Artikel 2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen
1De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast:
a.de taakvelden, en
b.de beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV
3De raad stelt desgewenst vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden.
Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken
1In de begroting wordt:
a.van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven, en
b.in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitaties.
2In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
3In de begroting en de jaarrekening worden in het overzicht van de incidentele baten en lasten per programma posten vanaf € 25.000 apart gespecificeerd.
Artikel 4 Kaders begroting
1Het college biedt de raad voor 15 juli van het begrotingsjaar een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vóór 1 augustus van het begrotingsjaar vast.
2Bij het vaststellen van de begroting stelt de raad een post voor incidentele onvoorziene uitgaven vast. Deze bedraagt tenminste € 200.000 en ten hoogste 0,5% van het lastentotaal, exclusief mutaties in de reserves van de begroting.
Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten
1De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten:
a.per programma,
b.van de overhead, en
c.van de algemene dekkingsmiddelen.
2Nieuwe investeringen zijn opgenomen in het investeringsplan van de begroting en worden met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. De raad kan bij de begrotingsbehandeling aangeven van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen of daar nader over geïnformeerd wil worden.
3Het college informeert de raad vooraf als het verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
4Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad als bedoeld in artikel 6 doet het college voorstellen aan de raad voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde mutaties in de reserves, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. Indien er in een tussentijdse rapportage sprake is van de noodzaak voor het instellen van nieuwe reserves of voorzieningen of van nieuwe investeringskredieten doet het college daarvoor een voorstel aan de raad.
5Het college is bevoegd overschrijdingen van de geautoriseerde lasten en onderschrijdingen van de geautoriseerde baten te dekken uit de post voor onvoorziene uitgaven, indien er sprake is van een incidentele gebeurtenis of handeling waarvoor geen of een ontoereikend budget is opgenomen in de begroting en die volgens het college niet uitgesteld kan worden tot na de eerstvolgende tussentijdse rapportage.
6Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
7Als de investering niet binnen de oorspronkelijke planning kan worden gerealiseerd, maar wel binnen het gevoteerde krediet blijft, wordt de raad hier via de tussentijdse rapportages over geïnformeerd met vermelding van een aangepaste planning en de gevolgen voor de meerjarenraming.
Artikel 6 Tussentijdse rapportage
1Het college informeert de raad door middel van een voorjaarsrapportage, een najaarsrapportage en een slotwijziging over de realisatie van de begroting van de gemeente.
2De voorjaarsrapportage kan worden samengevoegd met de nota zoals aangegeven in artikel 4. De naam van dit document is Zomernota.
3De voorjaarsrapportage bevat ten minste een overzicht met de bijgestelde raming van:
a.de baten en lasten per programma;
b.de baten en lasten van de algemene dekkingsmiddelen;
c.de baten en lasten van de overhead;
d.het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c;
e.de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma; en
f.het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e.
4De najaarsrapportage bevat ten minste een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
a.de baten en de lasten per programma;
b.de baten en lasten van de algemene dekkingsmiddelen;
c.de baten en lasten van de overhead;
d.het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a, b en c;
e.de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en
f.het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e,
g.een totaaloverzicht van de raming en realisatie van de investeringskredieten.
5De slotwijziging bevat ten minste de mutaties in de geraamde baten en lasten van de onderdelen a t/m f van het derde lid van dit artikel en - voor zover hiervan sprake is – een voorstel van het college om (geautoriseerde) uitgaven die het jaar geheel of ten dele overschrijden te reserveren in de reserve jaaroverschrijdende uitgaven.
Artikel 7 Jaarstukken
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat of, bij een negatief resultaat, de afdekking van het negatieve resultaat.
Artikel 8 Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
In het kader van de actieve informatieplicht beslist het college niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 9 EMU-saldo
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 10 Rechtmatigheidsverantwoording
1Het gemeentelijk beleid inzake de rechtmatigheidsverantwoording ligt vast in een beleidsnota rechtmatigheid. Deze nota maakt onlosmakelijk deel uit van deze verordening.
2De raad stelt de beleidsnota rechtmatigheid vast, nadat de raad advies heeft ingewonnen van de auditcommissie.
3Indien beleidswijzigingen of wijzigingen als gevolg van wettelijke bepalingen optreden en daarvoor aanpassing van het vastgelegde beleid nodig is, wordt de beleidsnota rechtmatigheid herzien.
Artikel 11 Waardering en afschrijving vaste activa
1Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. Via een gemotiveerd raadsbesluit is afwijking van de afschrijvingstermijn mogelijk.
2Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Artikel 12 Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van de ouderdom en/of status van de openstaande vorderingen.
Artikel 13 Reserves en voorzieningen
1In de begroting en bij de jaarstukken vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de programma’s plaats.
2In bijlage 2 Beleidskader reserves en voorzieningen is het beleidskader ten aanzien van reserves en voorzieningen opgenomen.
Artikel 14 Kostprijsberekening
1Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten, de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen en overige indirecte kosten betrokken.
2Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
3Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van de personeelslasten die verbonden zijn aan die specifieke rechten, heffingen, goederen, werken of diensten, in verhouding tot de totale personeelslasten van alle taakvelden exclusief de personeelslasten van de overheadfuncties. De uitkomst hiervan levert een percentage op wat wordt vermenigvuldigd met de totale overhead.
4Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende en kortlopende geldleningen. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een kwart procent afgerond.
Artikel 15 Prijzen economische activiteiten
1Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
2Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening.
3Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
4Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publieke belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
5Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorig lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van één van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Artikel 16 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten en de leges.
Artikel 17 Financieringsfunctie
1Het gemeentelijk beleid inzake de financieringsfunctie ligt vast in een treasurystatuut.
2De raad stelt het treasurystatuut vast, nadat de raad advies heeft ingewonnen van de auditcommissie.
3Indien beleidswijzigingen of wijzigingen als gevolg van wettelijke bepalingen optreden en daarvoor aanpassing van het vastgelegde beleid nodig is, wordt het treasurystatuut herzien.
Artikel 18 Lokale heffingen
Het college neemt in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken ten minste de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV op.
Artikel 19 Weerstandsvermogen
In bijlage 3 Beleidskader weerstandsvermogen is het beleidskader ten aanzien van het weerstandsvermogen opgenomen. Dit kader geeft de uitgangspunten weer voor het risicobeleid en de wijze waarop de gemeente Halderberge omgaat met het weerstandsvermogen.
Artikel 20 Onderhoud kapitaalgoederen
1Het college biedt de raad een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Dat kan in één plan of apart voor de diverse onderdelen van de openbare ruimte. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair.
2Het college biedt de raad een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud.
3Het college biedt de raad een onderhoudsplan gebouwen aan. Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen.
4De raad stelt de de plannen zoals genoemd in lid 1 t/m 3 vast.
5Het college biedt de raad voorstellen voor aanpassing van de in dit artikel genoemde plannen aan indien op grond van gewijzigde wettelijke bepalingen, gewijzigd gemeentelijk beleid of anderszins daar aanleiding toe is.
Artikel 21 Financiering
Het college neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken ten minste de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het BBV op.
Artikel 22 Bedrijfsvoering
Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV in ieder geval op:
a.de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;
b.ontwikkelingen in het beleid ten aanzien van de diverse onderdelen van de bedrijfsvoering;
c.een toelichting op alle afwijkingen, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en alle niet in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen afwijkingen, voor zover deze laatste de rapportagegrens, zoals bedoeld in de beleidsnota rechtmatigheid overschrijden, en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Artikel 23 Verbonden partijen
Het college neemt in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken ten minste de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV op.
Artikel 24 Grondbeleid
1Het gemeentelijk grondbeleid wordt vastgelegd in een afzonderlijke beleidsnota, de Nota grondbeleid. In deze nota wordt tenminste aandacht besteed aan:
a.de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
b.de vormen van grondbeleid (faciliterend en/of actief);
c.de gewenste samenwerkingsvormen;
d.en de uitgangspunten voor de uitgifte van gronden en voor de verkoopprijzen van de gronden.
2Het college biedt de raad jaarlijks als bijlage bij de kadernota een meerjarenperspectief voor de grondexploitaties aan. In dit meerjarenperspectief wordt tenminste ingegaan op:
a.te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten en de financiële positie van de grondexploitaties;
b.de looptijd van de grondexploitaties en het geraamde saldo (tegen contante waarde) van de projecten binnen de grondexploitaties;
c.Het verloop van de totale boekwaarde van de projecten binnen de grondexploitaties;
d.en het verloop van de reservepositie van de grondexploitaties.
3Het beleid over de bijdragen van de eigen grondexploitaties en die van derden in bovenwijkse voorzieningen wordt vastgelegd in een aparte nota kostenverhaal.
4Het college biedt de raad een voorstel voor aanpassing van de Nota grondbeleid en/of de nota kostenverhaal aan indien op grond van gewijzigde wettelijke bepalingen, gewijzigd gemeentelijk beleid of anderszins daar aanleiding toe is.
Artikel 25 Administratie
1De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel;
b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen en schulden;
c.het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
d.het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
e.en de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 26 Financiële organisatie
Het college zorgt voor:
a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams;
b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
e.de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f.het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
g.het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
h.het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan, en
i.het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 27 Interne controle
1Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen. Bij afwijkingen in de rechtmatigheid rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 22 onder c. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
2Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 28 Intrekking en overgangsrecht
De Financiële verordening Halderberge, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 28 mei 2020, wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt, voor zover de beslissingen en handelingen plaats hebben gevonden voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 29 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
2Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Halderberge.
Grensbedrag voor afschrijving
Activa, zowel met economisch nut als met maatschappelijk nut, met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en onbewerkte terreinen die altijd worden geactiveerd. Bij de bepaling van het bedrag van € 20.000 wordt gekeken naar het totaal van de investering en niet naar de prijs per afzonderlijk goed.
Waarderen en afschrijven
Bij het waarderen (de bepaling van de waarde en de regels die daarvoor gelden) en het afschrijven van activa worden de bepalingen van het BBV aangehouden. Aanvullend daarop gelden gelden bij de gemeente Halderberge de volgende bepalingen:
1Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Hieronder vallen ook personeelskosten die direct aan een actief zijn toe te rekenen.
2Personeelskosten worden toegerekend op basis van een percentage over de totale lasten van de investering. Dit percentage wordt op voorcalculatorische basis berekend en toegepast op zowel de raming voor het investeringsplan in de begroting als voor de realisatie.
3Activa die zijn geactiveerd, worden lineair afgeschreven.
4Op activa wordt afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt of is verworven.
5Indirecte kosten, waaronder salariskosten van overheadfuncties, worden niet geactiveerd, maar in het betreffende jaar ten laste van de exploitatie gebracht.
6De restwaarde van activa wordt uit voorzichtigheidsoverwegingen in beginsel voor alle activa op 0 gewaardeerd.
7Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt conform het BBV jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
8Er kan gebruik worden gemaakt van de componentenbenadering. Hiervan is sprake als verschillende bestanddelen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, apart worden afgeschreven op basis van de individuele waardevermindering van die delen. Toepassing van deze methode is toegestaan als de financiële omvang van de afzonderlijke componenten omvangrijk is en de technische of economische levensduur van die afzonderlijke componenten afwijkt van de rest van het actief. Bij activa waarbij het gewenst is om de componentenbenadering toe te passen, wordt dit gemotiveerd toegelicht in het voorstel aan de raad.
Renteberekening
De rente die aan actief wordt toegerekend, wordt altijd berekend over de boekwaarde van het actief per 1 januari van het betreffende jaar.
Materiële vaste activa met een maatschappelijke nut
Materiële vaste activa met een maatschappelijk nut zijn investeringen die niet verhandelbaar zijn en geen middelen genereren, maar wel een publieke taak vervullen. Het gaat hierbij voornamelijk om investeringen in de openbare ruimte.
Materiële activa met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en afgeschreven in een termijn die is afgestemd op de verwachte levensduur. In de tabel met afschrijvingstermijnen zijn hiervoor diverse afschrijvingstermijnen opgenomen.
Afschrijvingstermijnen
Immateriële vaste activa
•Kosten voor onderzoek en ontwikkeling 5 jaar
•Bijdrage aan activa in eigendom van derden Variabel *
* De afschrijvingsduur is maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Materiële vaste activa met economisch nut
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven, voor zover het gronden zonder aanvullende bewerkingen zijn of ondergronden van gebouwen en andere voorzieningen. Indien het investeringen in terreinen betreft waarvan de waarde gedurende de levensduur afneemt, is sprake van bewerkte terreinen en wordt er wel afgeschreven.
Gronden en terreinen
•Bewerkte terreinen 25 jaar
•Aanleg sportvelden en banen 25 jaar
•Toplaag kunstgrasvelden 12 jaar
•Onderlaag kunstgrasvelden 25 jaar
•Begraafplaatsen aanleg en uitbreiding 50 jaar
•Begraafplaatsen herinrichting 15 jaar
Woonruimten, bedrijfsgebouwen, scholen en sportgebouwen en culturele gebouwen
•Nieuwbouw 40 jaar
•Renovatie 25 jaar
•Aankoop bestaande gebouwen 25 jaar
•Nieuwbouw semi-permanente gebouwen 10 jaar
Riolering
•Riolering algemeen (niet specifiek benoemd) 70 jaar
•Vrijvervalriolen 70 jaar
•Bergbezinkvoorzieningen 70 jaar
•Grondwatermaatregelen 70 jaar
•Afkoppelmaatregelen 70 jaar
•Gemalen – mechanisch/elektrisch 15 jaar
•Drukriolering – mechanisch/elektrisch 15 jaar
•IBA klasse III 15 jaar
•Maatregelen waterketen 70 jaar
Inventaris
•Eerste inrichting en onderwijsleerpakket scholen 10 jaar
•Inventaris overige gemeentelijke gebouwen 10 jaar
Machines, apparaten en technische installaties
•Algemeen (niet specifiek benoemd) 10 jaar
•Technische installaties (verwarming, klimaatbeheersing, ed.) 15 jaar
•Telefooncentrale, automatiseringsnetwerken, e.d. 10 jaar
•Automatisering hardware 4 jaar
•Mobiele telefoons 3 jaar
•Tablets en laptops 4 jaar
•Speeltoestellen 10 jaar
Vervoermiddelen
•Tractiemiddelen en materieel buitendienst 10 jaar
•Dienstauto's 8 jaar
Overige duurzame bedrijfsmiddelen
•Automatisering software 4 jaar
•Automatisering gebruiksrechten (licenties) met onbepaalde duur 4 jaar
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut
Wegenbouwkundige werken
•Wegenbouwkundige infrastructurele werken 40 jaar
•Fietspaden en voetpaden 25 jaar
•Aanleg en vervanging van kunstwerken (viaducten, tunnels, bruggen) 40 jaar
•Verkeersmaatregelen 25 jaar
•Verkeersregelinstallaties 15 jaar
•Verlichting – armaturen 20 jaar
•Verlichting – lichtmasten 40 jaar
Waterbouwkundige werken
•Waterbouwkundige werken 40 jaar
Werken aan gronden en terreinen
•Aanleg / vervanging / reconstructie parken en plantsoenen 30 jaar
•Voorzieningen in parken en plantsoenen 15 jaar
•Overige werken aan gronden en terreinen 30 jaar
Overige materiële activa met maatschappelijk nut
•Straatmeubilair 10 jaar