Gemeentelijke regelgeving

In een schone leefomgeving van afval naar grondstof in de gemeente Halderberge Beleidsplan 2024-2028

Gemeente Halderberge · geldt sinds 29 juni 2024

Bijlage 1 Nascheiding fijn restafval

•Bij nascheiding van het fijn restafval gaat het op dit moment in alle gevallen om gemechaniseerde technieken waarmee voornamelijk kunststoffen, metalen en drankkartons uit het restafval worden gehaald voordat het naar de verbrandingsinstallatie gaat. Voor glas, GFT-afval, textiel en papier/ karton is nascheiding met als oogmerk hergebruik en/ of recycling op dit moment geen optie. Nascheiding is dus niet maar ‘alles in één bak gooien’. Het gaat specifiek om kunststoffen, metalen en drankkartons die bij het restafval mogen en er achteraf via nascheiding uit worden gehaald.

•Nascheiding is toepasbaar bij alle typen bebouwingen; hoogbouw, laagbouw, binnenstad en buitengebied. Als vuistregel wordt gebruikt dat nascheiding zich het beste leent voor stedelijk gebied (hoogbouw en deel laagbouw) waar burgers thuis geen plaats hebben om al hun gescheiden afval op te slaan. In de grote steden zoals Den Haag, Rotterdam en Amsterdam waar met bronschei-ding gemiddeld per inwoner slechts een paar kilo aan PBD kan worden ingezameld is nascheiding een goed alternatief. Deze gemeenten realiseren met nascheiding resultaten tussen de 15 en 30 killogram per inwoner. Ter vergelijking Halderberge realiseert met bronscheiding 33 kilogram per inwoner.

•Het milieuvoordeel van nascheiding is niet eenduidig meer of minder dan van bronscheiding. Exacte cijfers over het scheidings-rendement van nascheidingsinstallaties worden door betrokken partijen als marktgevoelig en vertrouwelijk beschouwd en derhalve beperkt gedeeld. De meeste nascheidingsinstallaties kunnen, afhankelijk van de samenstelling van het fijn restafval en de effectiviteit van de installatie, bruto 50 tot 60% van alle PBD uit het fijn restafval halen. Dit resulteert in een hoeveelheid PBD die ligt tussen de 15 en 30 kilogram per inwoner. Hierbij de opmerking dat bij nascheiding alle metalen eruit worden gehaald, dus niet alleen de verpakkingen. Het verdere traject in de keten (via kunststof-sorteerinstallatie of direct naar recyclers) waar ook nog uitval als gevolg van vervuiling plaatsvindt is buiten beschouwing gelaten.

•Het niet meer gescheiden hoeven houden van PBD kunnen inwoners beschouwen als een verhoging van de service. De vraag is of dat zo is hangt vooral af van de mogelijkheden die ze nu hebben om PBD gescheiden te houden in huis, het beschikbare inzamel-middel (gemak) en hoe belangrijk hun intrinsieke wens is om afval te kunnen scheiden als bijdrage voor een beter milieu.

•Voor huishoudens die PBD gescheiden houden, zowel in laag- als hoogbouw, wijzigt de situatie in huis/ keuken. Er is geen apart bewaarmiddel meer nodig voor deze fractie. De capaciteit voor het kunnen bewaren van fijn restafval zal vergroot moeten worden. Voor de een zal dit meer gemak zijn en voor een ander zal het niet uitmaken, immers de totaal benodigde capaciteit blijft hetzelfde en men is al ingesteld op het gescheiden bewaren van PBD.

•De inzamelfrequentie van de restafvalcontainer zal niet verlaagd mogen worden naar bijvoorbeeld één keer per vier weken. Bij een inzamelfrequentie om de vier weken is de capaciteit van een 240 liter en zeker van een 140 liter maat namelijk onvoldoende voor het volumineuze deel kunststof dat erbij komt.

•Een belangrijk deel van de inwoners vindt het belangrijk afval te scheiden omdat men afval als een maatschappelijk probleem ervaart en de wil heeft om een steentje bij te dragen aan een beter milieu. Hierdoor beoordelen inwoners bronscheiding over het algemeen positief. Dit betekent dat afval scheiden op een laagdrempelige wijze een betrokkenheid creëert bij het milieu. Echter is het wel belangrijk dat een systeem van bronscheiding goed gecommuniceerd wordt. Bij de keuze voor nascheiding komt deze mogelijkheid te vervallen.

•Uit onderzoeken blijkt dat inwoners door bronscheiding van PBD, zeker ook in combinatie met een financiële prikkel, ál hun afval beter scheiden, dus ook het papier, GFT+E, etc. Waarschijnlijk raken burgers dan meer bewust van het soort en de hoeveelheid afval die ze hebben. Overigens zien we in gemeenten in Zeeland die van bronscheiding zijn overgestapt naar nascheiding geen negatieve impact op de hoeveelheid en kwaliteit (voor zover bekend) van de andere afvalsoorten die nog wel gescheiden worden ingezameld.

•Nascheiding staat op gespannen voet met het betalen per lediging van de restafvalcontainer of per inworp in de ondergrondse ver-zamelcontainer. Bij nascheiding hebben inwoners niet langer de gelegenheid om zo weinig mogelijk restafval aan te bieden (de fractie PBD zit er per definitie in) en daarmee zo goedkoop mogelijk uit te zijn. De sturingsmogelijkheid van een financiële prikkel wordt verstoord. Inwoners betalen een hogere prijs voor het aanbieden van PBD waarvoor ze geen alternatieve mogelijkheid hebben om uit het restafval te laten. PBD bij het restafval betekent meer volume en bijgevolg meer ledigingen en inworpen. Deze combinatie werkt dus niet. Toch is er een enkele gemeente die nascheiding combineert met diftar op basis van aantal ledigingen en volume (Elburg, Oldebroek en Ermelo in de regio Noord-Veluwe). Deze gemeenten hebben, gecorrigeerd voor de nascheiding, echter veel meer restafval dan Halderberge op dit moment.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.