Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Halderberge

Gemeente Halderberge · geldt sinds 1 januari 2026

3. Criteria voor een maatwerkvoorziening

3.13 Algemene weigeringsgronden

3.13.1 Hoofdverblijf/woonplaats

De cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening (voor zelfredzaamheid en participatie) indien hij zijn hoofdverblijf in de gemeente heeft.

3.13.2 Vermijdbaarheid en voorzienbaarheid

De cliënt kan alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komen als de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs niet vermijdbaar was of niet voorzienbaar was. Achtergrond is dat van iedereen mag worden verwacht op tijd te anticiperen op ondersteuningsvragen die te voorzien zijn, bijvoorbeeld door rekening te houden met zijn of haar beperkingen in keuzes die worden gemaakt. Zo moet degene die weet dat als traplopen nu al lastig gaat en uiteindelijk zeer moeizaam of zelfs onmogelijk gaat worden, op tijd maatregelen nemen en gaan zoeken naar een alternatieve woning. Wachten tot het niet langer kan, gaat voorbij aan de eigen verantwoordelijkheid en leidt tot een afwijzing. Het verhuizen naar een woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de cliënt en/of zijn huisgenoten of dat de betreffende woning niet bedoeld is voor permanente bewoning, betekent ook dat er geen aanspraak bestaat op woonvoorzieningen. Ook een verhuizing die samenhangt met een levensfase (bijvoorbeeld ouder worden en kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen) is voorzienbaar. Hierbij dient wel altijd maatwerk geboden te worden en de situatie per cliënt beoordeeld te worden.

Indien een voorziening in de woning is aangebracht, zoals een douchescherm of een bad en het was op dat moment te voorzien dat deze voorziening in de toekomst niet meer adequaat zou zijn, bestaat geen aanspraak op compensatie in het kader van de wet. Voorzienbaarheid moet goed onderzocht worden en in kaart gebracht. Als een cliënt een aantal jaar geleden een bad heeft laten plaatsen en in de jaren daarna gezondheidsklachten heeft ontwikkeld, kan gesteld worden dat de problemen niet te voorzien waren. Echter is het wel mogelijk dat op het moment dat de gezondheidsklachten ontstonden, cliënt al had kunnen voorzien dat er problemen met de woning zouden ontstaan en kan dus verwacht worden van een cliënt dat hij rekening houdend met deze verwachting nagedacht zou hebben over bijvoorbeeld verhuizen.

3.13.3 Algemene voorziening

De cliënt komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien er een algemene voorziening is die:

· daadwerkelijk beschikbaar is voor de cliënt;

· financieel gedragen kan worden door de cliënt;

Het college beoordeelt of de cliënt in redelijkheid de algemene voorziening kan betalen. Het is vervolgens aan de cliënt om dit te weerleggen. De cliënt moet aannemelijk maken dat de algemene voorziening financieel niet gedragen kan worden; passend en toereikend is voor de cliënt.

3.13.4 Algemeen gebruikelijk

In paragraaf 3.10 is al uitgelegd wat een algemeen gebruikelijke voorziening is. Er is voor een cliënt geen aanspraak op een maatwerkvoorziening als deze eigenlijk algemeen gebruikelijk is. Met het

criterium 'algemeen gebruikelijk' wordt dus beoogd om te voorkomen dat het college een cliënt een voorziening verstrekt waarover de cliënt, ook als hij of zij geen beperkingen had en gelet op de omstandigheden van betrokken cliënt, zou (hebben kunnen) beschikken.

3.13.5 Eerder verstrekte voorziening

Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover de aanvraag betrekking heeft op een al eerder verstrekte voorziening in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening is nog niet verstreken. Een uitzondering kan worden gemaakt als de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. Hieronder wordt ook verstaan het risico dat verzekerd kan worden met een opstalverzekering. Het is eveneens redelijk te achten dat de cliënt - indien een derde schade heeft veroorzaakt - deze aansprakelijk stelt.

3.13.6 Normale afschrijvingstermijn

Het college verstaat onder de normale afschrijvingsduur de technische afschrijvingsduur. Dit houdt in dat het college niet gehouden is een economisch afgeschreven voorziening, die nog in goede staat is en passend voor de cliënt, in te nemen en een nieuwe maatwerkvoorziening te verstrekken.

De normale afschrijvingstermijnen zijn als bijlage opgenomen (bijlage 3).

Bij woonvoorzieningen mag rekening gehouden worden met de 'algemeen gebruikelijk te achten levensduur van een te vervangen voorziening'. Voor de beoordeling van bovenstaande en een overzicht van de gehanteerde afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar bijlage 3 van deze beleidsregels.

3.13.7 Reeds gemaakte kosten

Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening indien de kosten voorafgaand aan het moment van aanvragen of beschikken zijn gemaakt en niet meer op dat moment is na te gaan of de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en als goedkoopst adequaat is aan te merken.

3.13.8 Niet voldoen aan verplichtingen

De cliënt heeft de volgende verplichtingen:

Inlichtingenplicht

Op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het de cliënt redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn om het besluit tot toekenning van de maatwerkvoorziening te heroverwegen.

Dit stelt het college in staat om te beoordelen of het beroep op die maatwerkvoorziening of het daaraan gekoppelde persoonsgebonden budget nog terecht is. Verstrekt de cliënt niet onverwijld uit eigen beweging of op verzoek van het college alle gevraagde inlichtingen en bewijsstukken, dan heeft dat gevolgen voor de toekenning van de maatwerkvoorziening of het daaraan gekoppelde persoonsgebonden budget. Het college kan niet alleen bij een aanvraag, maar ook in andere stadia concrete informatie en bewijsstukken van de cliënt vragen.

Het niet naleven van de inlichtingenverplichting kan leiden tot:

· buiten behandeling laten of afwijzen van de aanvraag of

· beëindigen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en/of

herzien/intrekken van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en terugvorderen.

Medewerkingsplicht

De cliënt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het verlenen van medewerking aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met de (beoordeling van de) aanspraak op maatwerkvoorzieningen. Deze medewerking verplichting geldt ook voor huisgenoten indien het gaat om de beoordeling van eventuele gebruikelijke hulp.

Het niet of onvoldoende meewerken aan het onderzoek kan leiden tot:

· buiten behandeling laten van de aanvraag (Awb), indien onvoldoende informatie bekend is;

· beëindigen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en/of

· herzien/intrekken van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en terugvorderen.

3.13.9 Geen aanleiding voor verhuizen, tenzij belangrijke reden

Aanspraken op maatwerkvoorzieningen die het gevolg zijn van een verhuizing vanuit een voor de cliënt geschikte woning en waarvoor dus geen noodzaak bestaat, leiden tot afwijzing. Dat is anders indien er een belangrijke reden voor de verhuizing bestaat.

Onder belangrijke reden kan bijvoorbeeld worden verstaan: het gaan samenwonen, huwelijk of echtscheiding en het aanvaarden van werk op een zodanige afstand dat verhuizen noodzakelijk is. De beoordeling of sprake is van een belangrijke reden is steeds afhankelijk van een weging van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Er is alleen sprake van een belangrijke reden die aanleiding vormt voor toewijzing van de maatwerkvoorziening als de cliënt geen in redelijkheid van hem te vergen eigen mogelijkheden heeft om zelf voor een passende oplossing te zorgen. In deze uitzonderingssituaties mag verwacht worden dat de cliënt vooraf contact opneemt met de gemeente, zodat de gemeente mee kan bepalen wat de goedkoopst adequate oplossing is.

3.13.10 College niet vooraf geïnformeerd

Uit de jurisprudentie blijkt dat van cliënten mag worden verwacht dat ze eerst contact opnemen met het college voordat ze een andere woning huren of kopen of een (nieuw) gehuurde of gekochte woning willen gaan aanpassen. Het college moet de gelegenheid krijgen om vooraf eventuele alternatieven en de goedkoopst adequate oplossing in kaart te brengen met cliënt.

Het is aan cliënt om tijdig maar in ieder geval ruim voordat men een huurcontract of (voorlopig) koopcontract aangaat, contact op te nemen.

3.14 Herziening, intrekking, terugvordering en verhaal

3.14.1 Herziening of intrekking

3.14.1.1 Bij een beleidswijziging

Artikel 2.3.9 van de Wmo 2015 geeft aan dat de gemeente de verantwoordelijkheid heeft om elke indicatie periodiek te onderzoeken. De aanleiding hiertoe kan een beleidswijziging zijn. De gemeente zal in voorkomende gevallen:

· tijdig de nodige algemene, publieke communicatie daartoe verzorgen

· en daarbij de situatie van elke individuele cliënt zorgvuldig en nader onderzoeken met in acht name van een redelijke overgangstermijn.

3.14.1.2 Op individueel niveau

Artikel 2.3.10, eerste lid Wmo 2015 geeft aan dat het college een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget kan herzien dan wel intrekken. De bevoegdheid kan worden toegepast wanneer:

a.de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

b.de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen;

c.de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is;

d.de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden;

e.de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt.

Om de ondersteuning betaalbaar te houden en alleen ter beschikking te stellen aan diegene die het daadwerkelijk nodig heeft, voert het college als beleid dat wanneer een of meer van de hiervoor (onder a tot en met e) genoemde situaties zich voor doen, gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om de beslissing tot verstrekking van de maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget in te trekken of te herzien. Daaraan dient echter wel een zorgvuldige belangenafweging vooraf te gaan. In dat kader zal de cliënt (op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht) ook vooraf moeten worden gehoord. Daar waar mogelijk wordt het intrekkingsbesluit en een terugvorderingsbesluit in één brief gecombineerd.

3.14.2 Terugvordering

Terugvordering naar aanleiding van een beslissing op grond van artikel 2.3.10, eerste lid onder a Wmo 2015.

In artikel 2.4.1, eerste lid Wmo 2015 en in art. 15, vierde tot en met zesde lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Halderberge 2020 is, ten aanzien van besluiten op grond van artikel 2.3.10, eerste lid onder a Wmo 2015, de bevoegdheid tot terugvordering geregeld. De mogelijkheid tot terugvordering is beperkt tot schending van de inlichtingenplicht en die schending moet bovendien opzettelijk hebben plaatsgevonden. Het college wenst bij de Wmo 2015 als uitgangspunt te hanteren dat bij een (opzettelijke) schending van de inlichtingenplicht in beginsel tot terugvordering van de geldwaarde van de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget wordt overgegaan. Daarvan ziet het college slechts af als achteraf nog objectief kan worden vastgesteld dat de gemeente niet (in financiële zin) is benadeeld.

Van het opzettelijk schenden van de inlichtingenplicht is naar het oordeel van het college in ieder geval sprake wanneer de cliënt of degene die daaraan zijn medewerking heeft verleend, wist of behoorde te weten dat de informatie die hij niet, niet tijdig dan wel onvolledig aan het college heeft overgelegd van invloed kon zijn op het vaststellen van het recht op een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget en is vastgesteld dat die informatie niet, niet tijdig dan wel onvolledig aan het college is overgelegd. In dat verband zal bij de toekenningbeschikking nadrukkelijk moeten worden gewezen onder welke omstandigheden van de cliënt en/of zijn netwerk wordt verlangd welke informatie wanneer aan het college moet worden overgelegd. Het voorgaande moet niet limitatief worden opgevat. Ook in andere situaties kan sprake zijn van opzet. Het is aan het college om dit te onderbouwen en de beslissing tot terugvordering te motiveren.

3.14.3 Verhaal

Verhaal van kosten naar aanleiding van een beslissing op grond van artikel 2.3.10, eerste lid onder b tot en met e Wmo 2015.

Het college kan het besluit op grond waarvan het pgb is verstrekt, herzien of intrekken in de onder artikel 2.3.10, eerste lid onder a tot en met e Wmo 2015 genoemde gevallen. Door de herziening of intrekking van het besluit komt de rechtsgrond van de verstrekking geheel (bij intrekking) of gedeeltelijk (bij herziening) te vervallen. Dit kan - indien van toepassing - met terugwerkende kracht. De terugvordering krachtens artikel 2.4.1 Wmo 2015 is beperkt tot de in artikel 2.3.10, eerste lid onder a Wmo 2015, genoemde gevallen waarin sprake is van (aantoonbare) opzet. Het college kan het in die gevallen terug te betalen bedrag bij dwangbevel invorderen. In de overige gevallen is titel 4.4 (Bestuursrechtelijke geldschulden) uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Artikel 4:85, eerste lid, onder b, Awb bepaalt dat titel 4.4 van toepassing is op geldschulden die voortvloeien uit een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep. De verplichting tot betaling van een geldsom (het ten onrechte verkregen persoonsgebonden budget of de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening) wordt bij beschikking vastgesteld (artikel 4:86, eerste lid Awb).

8. Begeleiding: ontwikkeling, stabilisatie, verminderde zelfredzaamheid en logeerzorg

8.2 Voorliggende voorzieningen

8.2.1 Behandeling

Alvorens begeleiding te verstrekken is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Het is uiteraard niet aan de Wmo professional om dit te bepalen. Hiervoor wordt de medische adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psychiater, psycholoog, specialist ouderen geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reumacentrum). Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek.

e diagnose is niet leidend maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contra- productief is). Begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden.

8.2.2 (wettelijk) Voorliggende voorzieningen

Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens de

maatwerkvoorziening begeleiding wordt overwogen:

· Onderwijs: begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van school. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Alleen in uitzonderlijke situaties; als toezicht en aansturen meer vraagt dan van school en ouders kan worden verwacht en de mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs ontoereikend zijn kan begeleiding worden geïndiceerd.

· Kinderopvang: kinderopvang is de verantwoordelijkheid van ouders, werkgever en overheid (kinderopvangtoeslag). Kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend en het leidsters leren omgaan met een kind met een beperking is gebruikelijke hulp van ouders. Alleen in uitzonderlijke situaties, als extra begeleiding nodig is die niet door leidsters kan worden geboden en niet van ouders kan worden verwacht, kan begeleiding worden geïndiceerd.

· Jeugdwet: Opvoedingsondersteuning voor alle ouders en ouders van kinderen met een beperking, zoals medisch kinderdagverblijf, specialistische hulp thuis of tijdelijke opname worden op grond van de Jeugdwet geboden. Begeleiding kan in sommige gevallen ondersteunend op opvoedingsondersteuning thuis ter bevordering van de zelfredzaamheid van ouders worden geboden.

· Arbeidsvoorzieningen: op grond van ziektewet, WlA, Wajong en WSW zijn er mogelijkheden voor aangepast werk. Het uitgangspunt is dat - als aangepast werk of speciaal onderwijs op grond van genoemde regelingen niet mogelijk is - begeleiding groep (dagbesteding) kan worden overwogen.

8.2.3 Algemeen gebruikelijke voorzieningen en gebruikelijke hulp

Wanneer mensen een beperking hebben, wordt bij activiteiten van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding vaak gedacht aan begeleiding waar voorliggende voorzieningen mogelijk zijn of het gewoon de verantwoordelijkheid is van de cliënt of zijn huisgenoten. Er zijn veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden (die mensen zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen). Zie bijlage 2. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen:

Net als bij huishoudelijke ondersteuning wordt bij begeleiding het begrip:" gebruikelijke hulp" (afgeleid van de AWBZ-term "gebruikelijke zorg") gehanteerd. Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die "normaal" wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben.

Begeleiding door partner, ouder, volwassen inwonend kind of andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp beschouwd:

-In kortdurende situaties (maximaal drie maanden): als uitzicht op herstel (van de

zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn.

-In langdurige situaties:

Bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek

familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes);

Hulp bij overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie;

· Het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met cliënt;

-Ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Alleen wanneer er sprake is van een langdurige situatie waarbij de begeleiding, in vergelijking tot gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel, substantieel wordt overschreden is er sprake van boven gebruikelijke hulp en kan begeleiding worden ingezet.

11. Persoonsgebonden budget

11.2 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb

11.2.1 Pgb plan

Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt indien de cliënt dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan aanvraagt. In het plan moet duidelijk worden aangetoond dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot goede en doelmatige

ondersteuning. Indien noodzakelijk vraagt de cliënt offertes op voor het realiseren van de maatwerkvoorziening. Deze worden bij het plan gevoegd. De gemeente beoordeelt of dit plan voldoet. Door het opstellen van een pgb plan wordt de cliënt gestimuleerd na te denken over zijn ondersteuningsvraag, deze uit te werken en te concretiseren. Op basis hiervan kan de kwaliteit van ondersteuning geëvalueerd worden.

11.2.2 Bekwaamheid van de aanvrager

Bekwaamheid

De gemeente beoordeelt of de pgb houder ( of diens vertegenwoordiger) in staat is goed om te gaan met een pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn bijvoorbeeld:

· de cliënt is verminderd handelingsbekwaam;

· de cliënt heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;

· er is sprake van schulden en/of verslavingsproblematiek;

· er is eerder misbruik gemaakt van het pgb;

· er is eerder sprake geweest van fraude;

· er is sprake van een instabiele situatie ten aanzien van de beperkingen.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een

medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

PGB vaardig

Een client of zijn vertegenwoordiger ( Pgb houder) die pgb vaardig is, is aantoonbaar in staat om het pgb te beheren en hij beseft welke rechten en plichten ( zoals werkgeversrol) hierbij horen. De zorgaanbieder mag dit beheer niet op zich nemen. Onder PGB vaardigheid verstaan we:

-De pgb houder is in staat de eigen situatie te overzien, afspraken te maken met aanbieder en te sturen op activiteiten en frequentie

-De pgb houder is op de hoogte van rechten en plichten van een pgb ( evt. werkgeversverplichtingen)

-De pgb houder kan de voortgang op de hulpverlening bewaken en bijsturen waar nodig

-De pgb houder heeft geen druk ervaren vanuit de pgb hulpverlener om zorg te mogen leveren.

11.2.3 Kwaliteit van dienstverlening

Ook bij een pgb geldt dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. De kwaliteit van de dienstverlening die ingezet wordt door een pgb moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de dienstverlening in zorg in natura. Een pgb wordt verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. In het gemotiveerd plan dient aangetoond te worden op welke wijze deze kwaliteit gewaarborgd is.

Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.

11.5 Beschikking pgb voorzieningen

11.5.1 Beschikking pgb

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval het volgende vastgelegd ( in aanvulling op artikel 9 van de verordening),

· de termijn waarbinnen de voorziening aangeschaft dient te zijn.

· verplichting doorgeven van wijzigingen;

· op basis van welk artikel van de Verordening dit besluit is genomen;

bezwaarmogelijkheid.

11.5.2 Eigen bijdrage

Als sprake is van een door de cliënt te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover zowel tijdens het gesprek als in de beschikking geïnformeerd. Als een cliënt vragen heeft over zijn/haar eigen bijdrage is op www.hetcak.nl een antwoord te vinden op veel gestelde vragen.

11.11 Pgb voor huishoudelijke ondersteuning

11.11.1 Uitgangspunt besteding pgb voor huishoudelijke ondersteuning

De uitgangspunten voor de huishoudelijke ondersteuning pgb zijn:

-Er wordt bij het HO pgb gekozen voor een resultaatgerichte werkwijze.

-Er wordt onderscheid gemaakt in de pgb-tarieven. Hierbij wordt uitgegaan van verschillende marktconforme tarieven die gebaseerd zijn op diegene die de ondersteuning levert:

•Professional: niet gecontracteerde zorgaanbieder/ zpp'er

•sociaal netwerk/ niet-professional/ overig

-Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning wordt gekeken naar de wijze waarop de cliënt kan worden gestimuleerd om zelf huishoudelijke werkzaamheden te blijven doen of weer te gaan doen. Daarom wordt gewerkt met twee cliëntperspectieven, te weten:

1ontwikkeling

2stabilisatie

-De combinatie van de persoon die de ondersteuning levert en de leefsituatie van de cliënt leidt tot een specifieke pgb-categorie met een daarbij horend pgb-tarief (zie 6.11.2).

-Het maximaal pgb-tarief voor PGB professioneel is gelijk aan tarief HO zin.

-Een PGB wordt verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is.

-Er wordt geen pgb ingezet wanneer de huishoudelijke ondersteuning wordt geleverd door een gecontracteerde aanbieder HO zin.

-Bij HO+ kan alleen een pgb worden ingezet als de client een vertegenwoordiger heeft die pgb vaardig is (zie alinea 6.2.) en die erop stuurt dat de ondersteuning aansluit op de benodigde kwaliteit en het te behalen resultaat.

-Bij HO+ is zorgcontinuïteit essentieel, de vertegenwoordiger van de cliënt is hiervoor verantwoordelijk, ook bij verlof of ziekte van de hulp. Kan dit niet worden gegarandeerd, dan wordt er geen pgb ingezet.

11.11.2 Hoogte pgb

De Wmo stelt dat de cliënt met zijn pgb een gelijkwaardige voorziening moet kunnen treffen als bij de inzet van zorg in natura. Het toegekende pgb dient te worden aangewend voor de inkoop van huishoudelijke ondersteuning. De combinatie van de persoon die de ondersteuning levert en de leefsituatie van de cliënt leidt tot een specifieke pgb-categorie met een daarbij horend pgb-tarief waarbij het HHM normenkader als richtlijn wordt gebruikt.

-Het tarief voor PGB HO sociaal netwerk/informeel is gebaseerd op het minimumloon + 8% vakantietoeslag.

-Het tarief voor PGB HO sociaal netwerk/ informeel met arbeidsovereenkomst is wanneer het wetsvoorstel aanpassing regeling dienstverlening aan huis is aangenomen, gebaseerd op het minimumloon +8% vakantietoeslag + doorberekening vakantie uren + werkgeverslasten.

--Voor PGB HO professional zijn de tarieven gelijk aan de tarieven voor Zorg in Natura. Dit alles leidt tot maximale pgb-tarieven per maand zoals opgenomen in bijlage 11.

Indexering Huishoudelijke Ondersteuning

PGB sociaal netwerk

Voor de indexatie van de PGB tarieven sociaal netwerk wordt gebruikt gemaakt van het minimumloon. De indexatie vindt plaats bij aanpassing van het minimumloon.

PGB professioneel

De tarieven pgb HO professioneel zijn gelijk aan de tarieven van gecontracteerd aanbod via ZIN. Indexatie van de tarieven pgb HO professioneel vindt gelijktijdig plaats met de momenten waarop de ZIN-tarieven worden geïndexeerd. ( per 1 januari)

Lager maandtarief

Het pgb plan wat wordt ingediend door de cliënt is leidend. Ligt het maandtarief wat is opgenomen in het pgb plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bovenstaande tabellen, wordt dit tarief gehanteerd. Het uurtarief wordt wel gecheckt vanwege de wetgeving rondom het minimumloon en de inleg bij de SVB.

Hoger maandtarief

Is meer inzet van huishoudelijke ondersteuning nodig en dus een hoger maandtarief, dan wordt voor bepaling hiervan de urennormering van het HHM normenkader aangehouden en het pgb-tarief wat passend is bij de persoon die de ondersteuning levert.

Eigen bijdrage

De gemeente keert een "bruto" pgb uit aan de SVB, hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb.

11.11.3 Salaris zorgverlener

Het salaris van de zorgverlener is het uurloon dat de zorgverlener kan declareren. In het uurloon zijn de reiskosten en het vakantiegeld inbegrepen. Onder het salaris voor een zorgverlener wordt niet verstaan:

a.Feestdagenuitkering: uit het pgb mag geen feestdagenuitkering aan de zorgverlener(s) worden betaald;

b.Reiskosten

c.Kosten voor het voeren van een pgb-administratie: De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert het budget;

d.Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb: in verband met fraudegevoeligheid is het niet toegestaan dat een (professionele) zorgverlener de administratie richting SVB verzorgt;

e.Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) in het buitenland: controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Een pgb mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland.

Een eenmalige uitkering uit het PGB wordt niet toegestaan. In overleg met de gemeente kan hierop een uitzondering worden gemaakt als er sprake is van een plotselinge beëindiging van de werkzaamheden als gevolg van bijvoorbeeld een overlijden. De zorgverlener komt dan plotseling zonder werk te zitten. De beoordeling hiervan is aan de gemeente.

11.11.4 Uurlonen

Het is niet toegestaan vaste maandlonen af te spreken met zorgverlener(s). Alleen uurlonen worden toegestaan.

11.11.5 Beëindiging toekenning

Voor huishoudelijke ondersteuning geldt aanvullend dat de toekenning eindigt:

· als de budgethouder wordt opgenomen in een Wlz-instelling en deze opname een permanent karakter heeft;

· als de budgethouder langer dan 2 maanden aaneengesloten is opgenomen in een instelling;

· als de budgethouder recht heeft op huishoudelijke ondersteuning volgens een andere regeling;

· als de budgethouder aangeeft geen pgb meer te willen ontvangen en eventueel kiest voor een verstrekking in natura. In dat geval blijft het recht op huishoudelijke ondersteuning (bij ongewijzigde omstandigheden) bestaan, maar wijzigt de vorm en krijgt cliënt een nieuwe beschikking. Een cliënt kan één keer per jaar wisselen tussen het pgb en verstrekking in natura

11.12 Pgb bij rolstoelen, losse woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen

11.12.1 Hulpmiddel

Onder een hulpmiddel verstaan we een voorziening om meer zelfstandig:

-te bewegen in en om de woning ( zoals een handbewogen of elektrische rolstoel)

-te bewegen in en om de woonplaats ( zoals een scootmobiel of een fietsvoorziening)

-te wonen ( dat wil zeggen losse voorzieningen zoals bad-, douche- of transfervoorzieningen).

Met het pgb voor hulpmiddelen krijgt de client een geldbedrag in handen waarmee hij zelf een aan hem te verlenen voorziening kan (in) kopen of huren.

11.12.2 Kwaliteitseisen

De kwaliteit van de hulpmiddelen, die ingekocht worden door een pgb, moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de hulpmiddelen verstrekt in natura. (zie paragraaf 4.3.3) Indien van toepassing moet het hulpmiddel voldoen aan de code VVR (Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers). Een pgb wordt verstrekt als naar oordeel van het college is gewaarborgd dat het hulpmiddel van goede kwaliteit is. De cliënt kan gevraagd worden aan te tonen dat de kwaliteit gewaarborgd is.

Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of het hulpmiddel, in redelijkheid, geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.

11.12.3 Pgb vaardigheid

Aanvullend op paragraaf 4.3.2 moet de pgb houder in staat zijn het opgestelde functioneel programma van eisen te lezen en samen met een leverancier/extern deskundige (zoals een eerstelijns ergotherapeut uit de Zvw) het functioneel programma van eisen te vertalen in een ergonomisch programma van eisen om te komen tot het leveren van het goedkoopst adequate hulpmiddel.

De pgb houder moet in staat zijn contractueel afspraken te maken met de leverancier over onderhoud en reparatie. Ook moet hij indien van toepassing een adequate verzekering kunnen afsluiten.

11.12.4 Uitsluitingen pgb voor hulpmiddelen

Een pgb voor een hulpmiddel wordt niet verstrekt wanneer verwacht wordt dat binnen de afschrijvingstermijn de voorziening niet meer adequaat of noodzakelijk is (zoals bij kinderen i.v.m. groei en ontwikkeling of bij een progressieve aandoening). Een niet stabiele gezondheidssituatie kan er toe leiden dat het college besluit dat toekenning van een pgb niet mogelijk is, omdat hiermee niet snel en adequaat op een veranderende situatie ingesprongen kan worden. Wanneer aanpassingen op medische gronden (ziekte blijkt toch progressief) noodzakelijk zijn aan de maatwerkvoorziening die eerder met een pgb is aangeschaft, is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten van deze aanpassingen.

Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van veranderde omstandigheden, kan geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening.

Als een voorziening volgens de vooraf vastgestelde afschrijvingstermijn is afgeschreven maar nog wel compenserend en technisch in orde is, wordt geen nieuw pgb voor een maatwerkvoorziening verstrekt. Of de voorziening nog compenserend is, wordt beoordeeld door de gemeente zelf (samen met de leverancier) of door een door de gemeente aan te wijzen externe deskundige. De eventuele daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van de gemeente. Op basis van een nieuwe aanvraag kan wel opnieuw een pgb voor de jaarlijkse kosten van onderhoud, reparatie en verzekering worden verstrekt. Dit pgb zal jaarlijks uitbetaald worden tot het moment dat uit onderzoek blijkt dat de voorziening technisch is afgeschreven.

Wanneer er sprake is van schuldenproblematiek wordt het pgb aan de leverancier uitbetaald. Dit is een uitzondering op de algemene beleidsregel dat bij schuldenproblematiek geen pgb wordt verstrekt.

Het omzetten van het pgb naar een voorziening in natura op verzoek van de cliënt, is niet meer mogelijk nadat het pgb al is besteed aan een voorziening. Dit is van toepassing gedurende de looptijd van het pgb.

11.12.5 Toets op resultaat

Indien een cliënt kiest voor een pgb, moet vooraf de afweging gemaakt worden of het resultaat, zoals vastgelegd in de beschikking, kan worden behaald met het pgb. De pgb houder is hier verantwoordelijk voor. De gemeente informeert de pgb houder vooraf dat periodiek getoetst kan worden of het resultaat met het pgb behaald wordt en welke consequenties verbonden zijn aan het niet behalen van het resultaat. Wanneer (tussentijds) door de Wmo-consulent wordt vastgesteld dat de resultaten die in het pgb-plan zijn genoemd niet of onvoldoende worden behaald, zijn mogelijke consequenties:

· Pgb wordt omgezet naar zorg in natura en pgb moet in totaliteit worden terugbetaald.

· Pgb voor de kosten van onderhoud en verzekering wordt stopgezet en moet terugbetaald worden.

11.12.6 Functioneel Programma van eisen

Wanneer een cliënt kiest voor een pgb wordt door de Wmo-professional een functioneel Programma van Eisen (PvE) opgesteld waaraan de voorziening moet voldoen. De cliënt stelt vervolgens samen met een professional een ergonomisch programma van eisen op.

Als cliënt een andere voorziening wil, niet zijnde een algemeen gebruikelijke voorziening, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de cliënt aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren als in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel daarvan.

De aanschaf van een tweedehands hulpmiddel is toegestaan mits deze in alle redelijkheid voldoet aan de afschrijvingstermijn voor het betreffende hulpmiddel zoals opgenomen in bijlage 3. Het tweedehands aan te schaffen hulpmiddel moet gereviseerd zijn bij aankoop of binnen 1 maand na aankoop. Zie hiervoor verder onder aanschaf en facturatie.

11.12.7 Duur van de toekenning

De voorziening wordt tenminste toegekend totdat deze technisch is afgeschreven. Dit houdt in dat het college niet gehouden is een economisch afgeschreven voorziening, die nog in goede staat is en passend voor de cliënt, in te nemen en een nieuwe maatwerkvoorziening te verstrekken.

De normale afschrijvingstermijnen zijn als bijlage opgenomen (bijlage 3).

11.12.8 Aanschaf en facturatie

Na ontvangst van de beschikking heeft de cliënt drie maanden de tijd om de voorziening aan te schaffen. Aan het einde van deze 3 maanden wordt door de consulent contact opgenomen met de cliënt, alleen indien de voorziening nog niet is gedeclareerd.

Een pgb kan ingetrokken worden als de cliënt de voorziening niet binnen drie maanden aanschaft of inkoopt en hiervoor geen gegronde reden is.

Na overleg van de factuur wordt het pgb uitbetaald aan de leverancier of aan de pgb houder. De factuur moet worden ingediend tot 3 maanden na beschikking.

Het pgb wordt aangewend voor het aanschaffen van een hulpmiddel. Dit kan bij een erkende leverancier. Ook is het mogelijk een tweedehands hulpmiddel aan te schaffen onder de voorwaarde dat deze wordt nagekeken door bijvoorbeeld de leverancier van hulpmiddelen in natura of een andere erkende leverancier.

Jaarlijks dient de cliënt de factuur voor het onderhoudscontract en de verzekering in te leveren bij de gemeente. Op basis van deze facturen wordt jaarlijks het pgb voor onderhoud en verzekering uitbetaald aan de cliënt.

11.12.9 Hoogte pgb

De hoogte van het pgb en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking.

De hoogte van het pgb is maximaal de kosten die de gemeente zou moeten betalen aan de door de gemeente gecontracteerde leverancier als de voorziening in natura zou worden verstrekt (de goedkoopst compenserende voorziening wordt verstrekt). Eventuele meerkosten komen voor rekening van de pgb houder. De bedragen zijn afgeleid van de bedragen die gelden voor de natura voorzieningen en/of zijn gebaseerd op realistische marktconforme prijzen.

Het pgb is bedoeld voor de aanschaf van het hulpmiddel, reparatie, onderhoud en verzekeringskosten voor de gehele economische afschrijvingsperiode van het hulpmiddel. Het bedrag voor de aanschaf van het hulpmiddel wordt in één bedrag uitgekeerd. Indien onderhoud, reparatie en verzekering van toepassing is, wordt hiervoor jaarlijks een bedrag beschikbaar gesteld.

De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen wordt per type voorziening vastgesteld. Per type voorziening gelden periodebedragen en afschrijvingstermijnen, zie bijlage 3.

-Voor vervoersvoorzieningen en trapliften wordt de hoogte vastgesteld op basis van het pgb-plan wat is opgesteld op basis van het functioneel programma van eisen. De hoogte van het pgb voor vervoersvoorzieningen is maximaal de vastgestelde afschrijvingstermijn x het periodebedrag en bedraagt nooit meer dan de kosten die de gemeente voor zorg in natura maakt.

De hoogte van het pgb voor de trapliften is maximaal de hoogte van het bedrag dat de gemeente voor trapliften zorg in natura betaalt.

-Voor voorzieningen om zich te bewegen in en om de woning en voor hulpmiddelen in het kader van wonen geldt dat de hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van opgevraagde offerte(s) en een tegenofferte opgevraagd door de consulent bij de gecontracteerde leverancier voor zorg en in natura, bij de fabrikant of importeur. De pgb-houder wordt gevraagd om minimaal één offerte aan te leveren. De offerte voorziet ook in een uitvraag van het onderhoudscontract en verzekering (indien van toepassing).

11.12.10 Meerkosten

Als bij de aanschaf van de voorziening met het pgb aanpassingen aan de voorziening nodig zijn dan moeten deze aanpassingen bekostigd worden uit het toegekende pgb bedrag.

De situatie waarin het door de cliënt beoogde hulpmiddel duurder is dan op basis van het functioneel PvE door het college verstrekt zou worden, betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten betalen zelf bij wanneer de kosten van het door hem gewenste hulpmiddel hoger zijn dan het door het college voorgestelde aanbod. Het college kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod.

11.12.11 Onderhoud, reparatie en verzekering

De pgb-houder is verplicht zijn vervoersvoorziening te verzekeren voor de wettelijke aansprakelijkheid (WA).

Onderhoud aan het hulpmiddel dient vanaf het tweede jaar van toekenning van het pgb jaarlijks te worden uitgevoerd.

De hoogte van het pgb voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) verzekering wordt afgeleid van de tarieven die de gemeenten betalen aan onderhoud, reparatie en verzekering. Reparaties kunnen in de eerste twee jaar mogelijk onder de garantie van het hulpmiddel vallen. Onderhoud staat los van de garantie, het pgb voor onderhoud wordt vanaf het tweede jaar toegekend.

11.12.12 Restwaarde

De restwaarde van de voorziening wordt bepaald en kan vervolgens worden teruggevorderd van de pgb-houder indien:

· de voorziening niet langer gebruikt wordt door de pgb-houder;

· de pgb-houder verhuisd is naar een andere gemeente;

· de voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer adequaat is vanwege een veranderd ziektebeeld;

· de pgb-houder niet langer gebruik maakt van de Wmo maar van andere regelgeving zoals de Wlz;

· deze overleden is: bij overlijden van de budgethouder kan/kunnen de nabestaande(n) worden benaderd om te komen tot inname van het hulpmiddel of kan de restwaarde van de voorziening worden teruggevorderd van de nabestaande(n).

De restwaarde van een hulpmiddel wordt berekend aan de hand van de lineaire afschrijvingsmethode. Het gedeelte van het pgb, dat bestemd is voor de kosten van het onderhoud, de reparaties en de verzekering kan worden teruggevorderd over de nog niet verstreken afschrijvingstermijn, indien er sprake is van een situatie zoals opgesomd hierboven.

11.12.13 Eigen bijdrages

Voor het bepalen van de eigen bijdrage van losse woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen wordt gerekend met het opleggen van de eigen bijdrage zolang de voorziening benodigd is en tot de kostprijs is bereikt.

Voor rolstoelen wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht.

11.12.14 Omzetting pgb in voorziening in natura en vice versa

Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura is niet meer mogelijk nadat het pgb reeds is besteed aan een voorziening. De cliënt moet dan de resterende afschrijvingstermijn (bijlage 3) wachten met het doen van een nieuwe aanvraag.

Omzetting voorziening in natura in pgb

Een eenmaal verstrekte voorziening in natura kan in het geval van bijzonder maatwerk gedurende de duur van de verstrekking - – niet worden omgezet naar pgb.

11.14 Pgb bij begeleiding, dagbesteding en logeerzorg

11.14.1 Uitgangspunten pgb begeleiding

Bij het pgb voor begeleiding gaat het om de inhuur van menskracht. Hierdoor is het onder andere belangrijk dat de cliënt goed weet wat zijn rechten en plichten zijn. Hij levert een pgb plan aan dat inzicht geeft in de ondersteuningsvraag van de cliënt en de te bereiken doelen en resultaten, frequentie van ondersteuning en waarin de uit te voeren activiteiten zijn benoemd. Waar de term pgb houder wordt gebruikt wordt bedoeld de pgb houder of zijn vertegenwoordiger.

De uitgangspunten voor het pgb voor begeleiding zijn:

· Er wordt bij het pgb voor begeleiding gekozen voor een resultaatgerichte werkwijze.

· We maken voor het pgb begeleiding onderscheid in de situatie van de cliënt:

-Ontwikkeling, er wordt voor relatief korte termijn een pgb verstrekt

-Behouden / stabilisatie, er wordt voor middellange/ lange termijn een pgb verstrekt

-Ondersteunen bij verminderde zelfredzaamheid, er worden langdurige afspraken gemaakt over de ondersteuning die met het pgb wordt gerealiseerd

· De cliënt staat centraal in de uitvoering van de ondersteuning, ongeacht of deze wordt geboden door het sociaal netwerk of een zorgaanbieder.

· Een combinatie van het pgb voor het sociaal netwerk en een pgb voor een zorgaanbieder is mogelijk tegen maximaal het resultaatstarief voor begeleiding zorg in natura. Er kan geen sprake zijn van dubbele financiering.

· Er wordt geen pgb verstrekt als deze wordt ingezet bij een gecontracteerde zorgaanbieder ( begeleiding zin) tenzij dit in een combinatie met het sociaal netwerk is.

11.14.2 PGB Vaardigheid

Een client of zijn vertegenwoordiger ( Pgb houder) die pgb vaardig is, is aantoonbaar in staat om het pgb te beheren en hij beseft welke rechten en plichten ( zoals werkgeversrol) hierbij horen. De zorgaanbieder mag dit beheer niet op zich nemen. Onder PGB vaardigheid verstaan we:

-De pgb houder is in staat de eigen situatie te overzien, afspraken te maken met aanbieder en te sturen op activiteiten en frequentie

-De pgb houder is op de hoogte van rechten en plichten van een pgb ( evt. werkgeversverplichtingen)

-De pgb houder kan de voortgang op de hulpverlening bewaken en bijsturen waar nodig

-De pgb houder heeft geen druk ervaren vanuit de pgb hulpverlener om zorg te mogen leveren.

11.14.3 Pgb plan

Het PGB plan is de basis voor de te bieden begeleiding voor zowel de Wmo professional, de PGB budgethouder en de hulpverlener. Bij het pgb voor begeleiding werken we met een pgb plan waarin door de Wmo professional doelen en resultaten worden benoemd. De pgb houder vult samen met de hulpverlener de activiteiten en frequentie in Van de cliënt of zijn vertegenwoordiger wordt verwacht dat deze een kwalitatief goed doordacht pgb plan opstelt.

11.14.4 Toets op resultaat

Indien een cliënt kiest voor een pgb, dient vooraf de afweging gemaakt te worden of het resultaat kan worden behaald met het pgb. Het is belangrijk dat het pgb zo wordt ingezet dat het in het pgb plan geformuleerde resultaat wordt behaald. De resultaten worden door de Wmo professional in het pgb plan gezet. De pgb houder vult het pgb plan aan met de activiteiten en frequentie en is verantwoordelijk voor het behalen van het resultaat. De gemeente informeert de pgb houder vooraf dat periodiek getoetst kan worden of het resultaat met het pgb behaald wordt en welke consequenties verbonden zijn aan het niet behalen van het resultaat. Wanneer (tussentijds) door de Wmo professional wordt vastgesteld dat de resultaten die in het pgb plan zijn genoemd niet of onvoldoende worden behaald, zijn mogelijke consequenties:

· De pgb houder c.q. zijn ondersteuner moet kunnen beredeneren waarom het resultaat niet behaald is en waarom dit niet eerder met de Wmo professional besproken is.

· Resultaten worden aangepast naar de actuele situatie;

· Pgb wordt omgezet naar zorg in natura of andere pgb-begeleider;

· Pgb wordt stopgezet en moet terugbetaald worden.

11.14.5 Kwaliteitseisen

Net als bij zorg in natura is het ook bij het pgb belangrijk dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. De pgb houder is verantwoordelijk voor het aantonen van de kwaliteit. De pgb houder ondertekent een eigen verklaring waarin hij aangeeft dat de pgb zorgverlener voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Deze zijn opgenomen in bijlage 11.

11.14.6 Algemene kwaliteitseisen

Alle maatschappelijke ondersteuning die wordt geboden, dus ook de ondersteuning op basis van het pgb voor begeleiding, dient te voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor kwaliteit. Deze voorwaarden gelden zowel voor zorgaanbieders/ zzp als sociaal netwerk/ overig die met de inzet van een pgb ondersteuning verlenen. In de Wmo 2015 is opgenomen dat een voorziening in elk geval:

a.veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt,

b.wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt,

c.wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;

d.wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.

11.14.7 Kwaliteitseisen zorgaanbieders / ZZP'ers

-Met het pgb worden gestelde resultaten bereikt en dit wordt inzichtelijk gemaakt. Wanneer er meerdere professionele en niet professionele begeleiders worden ingezet, maakt de pgb houder inzichtelijk hoe dit op elkaar is afgestemd;

-In geval van afwezigheid door vakantie, ziekte of andere oorzaken sluit de zorg naadloos aan. De pgb houder is verantwoordelijk voor een planning die hierin voorziet;

-Pgb- zorgaanbieder werkt doelgericht, systematisch en planmatig

-Pgb houder communiceert in de Nederlandse taal met gemeente

-Opdrachtnemer heeft een inschrijving Kamer van Koophandel

-Opdrachtnemer heeft een voor haar branche geldend kwaliteitsborgingscertificaat, in ieder geval betrekking hebbende op zorg, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening, dan wel, een geldig ISO 9001:2008-certificaat met daarbij een bewijs van implementatie van additionele normen die gelden voor haar branche, in ieder geval betrekking hebbende op zorg, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening, dan wel, een geldig ISO 9001:2015-certificaat met daarbij een bewijs van implementatie van additionele normen die gelden voor haar branche, in ieder geval betrekking hebbende op zorg, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening, dan wel een kwaliteitsborgingssysteem waarvan na toetsing gesteld kan worden dat het aan het hier bovenstaande gelijk te stellen is

-Opdrachtnemer hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

-Opdrachtnemer heeft een bedrijfs- en/of beroepsaansprakelijkheidsverzekering tot een bedrag van 1.000.000,-

-Opdrachtnemer hanteert de meldplicht calamiteiten zoals beschreven in de Wmo (art 3.4) bij de toezichthouder van de gemeente.

-Opdrachtnemer zorgt ervoor dat de kwaliteit van de Maatwerkvoorziening overeenkomstig de gangbare kwaliteitsmaatstaven in de zorg- en welzijnssector is en steeds in overeenstemming is met de Wmo 2015 en de daarop gebaseerde regelingen.

-Opdrachtnemer houdt zich aan de privacy wet en regelgeving

-Alle medewerkers zijn in bezit van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)

-Bij de uitvoering van de overeenkomst wordt gewerkt met aantoonbaar bekwame en geschoolde Beroepskrachten , in overeenstemming met de wet- en regelgeving alsmede geldende cao’s

-Opdrachtnemer werkt met medewerkers die onder supervisie staan van een medewerker die die minimaal mbo niveau 4 van een relevante opleiding heeft behaald. Voor het product stabilisatie hoog geldt dat de opdrachtnemer met medewerkers werkt die onder supervisie staan van een hbo geschoolde professional. Waar een zzp-er zelfstandig de begeleiding verzorgt en er geen sprake is van supervisie, dient deze te voldoen aan de opleidingseisen. De opleidingenlijst is op aanvraag te verkrijgen.

Aanvullende kwaliteitseisen die gelden voor locaties pgb professionals

-Wanneer ondersteuning wordt geboden op locatie anders dan bij de client, dient de locatie te voldoen aan alle relevante en geldende wet- en regelgeving en vergunningen;

-Het te behalen resultaat kan op de locatie op een veilige en gezonde wijze worden behaald

-De aanbieder heeft een methode geïmplementeerd waarmee in kaart wordt gebracht welke veiligheidsrisico’s / gezondheidsrisico’s er bestaan van een pand

-De aanbieder inventariseert veiligheidsrisico’s / gezondheidsrisico’s met betrekking tot de voorziening structureel

11.14-8 Kwaliteitseisen niet professionals

Naast de hiervoor genoemde algemene kwaliteitseisen worden aan het sociaal netwerk/ overig die worden gecontracteerd door de pgb houder de volgende kwaliteitseisen gesteld:

· Met het pgb worden gestelde resultaten bereikt en dit wordt inzichtelijk gemaakt. Wanneer er meerdere niet professionele begeleiders met het PGB begeleiding worden ingezet, wordt inzichtelijk gemaakt hoe dit op elkaar is afgestemd;

· Het overleggen van een VOG-verklaring met uitzondering van personen uit het gezin van de pgb houder en eerste en tweedegraads familieleden;

· In geval van afwezigheid door vakantie, ziekte of andere oorzaken sluit de zorg naadloos aan. De pgb houder is verantwoordelijk voor een planning die hierin voorziet;

· De zorgverlener mag niet overbelast zijn;

· De zorgverlener heeft een stabiele persoonlijke situatie (een indicatie kan bijvoorbeeld zijn dat deze zelf in ieder geval geen begeleiding heeft).

· De PGB houder communiceert met de gemeenten in de Nederlandse taal.

11.14.9 Uitsluitingen Pgb voor begeleiding

Gebruikelijke hulp bij begeleiding

Het pgb voor begeleiding mag niet ingezet worden voor gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de huisgenoten, tot wie gerekend worden, de partner, ouders, inwonende kinderen en anderen met wie cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor gebruikelijke hulp bij begeleiding:

· Gebruikelijke hulp wordt verwacht in een kortdurende zorgsituatie, die een periode van maximaal drie maanden beslaat en waarin uitzicht is op herstel.

· In een zorgsituatie die langer dan drie maanden duurt en waarin uitzicht is op herstel en in

een zorgsituatie waarin geen uitzicht is op herstel wordt gebruikelijke hulp verwacht bij:

Begeleiding op het terrein van maatschappelijke deelname. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het bezoeken van een huisarts, het bezoeken van dagbesteding; Begeleiding bij het normale maatschappelijke verkeer binnen de levenssfeer. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het bezoeken van vrienden, familie; Het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het doen van administratie.

11.14.10 Pgb sociaal netwerk / overig

Bij zorg in natura kennen we stabilisatie midden en hoog, deze is bedoeld voor cliënten, die beperkingen hebben die (langdurig) gepaard gaan met matig of zwaar regieverlies of met een invaliderende aandoening of beperking (fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele beperkingen). Deze beperkingen hebben een tekortschietend zelfregelend vermogen tot gevolg. De integratie in de samenleving door de beperking of aandoening kan zeer moeilijk zijn. Gezien de benodigde deskundigheid voor deze producten, is het bieden van deze vorm van begeleiding door het sociaal netwerk in principe niet aan de orde. Uitzondering kan gemaakt worden als aangetoond kan worden dat de begeleider uit het sociaal netwerk beschikt over de benodigde diploma's en ervaring om deze vorm van begeleiding te bieden.

Het pgb sociaal netwerk kan niet worden ingezet voor de producten dagbesteding ontwikkelingsgericht, arbeidsmatige dagbesteding, daginvulling stabilisatie, daginvulling bij verminderde zelfredzaamheid en logeerzorg.

11.14.11 Verbeterbare problematiek

Wanneer de Wmo professional vindt dat er sprake is van verbeterbare problematiek (ontwikkelen), is het uitgangspunt dat door de pgb ondersteuner gewerkt aan verbetering en/of herstel. Dit geldt zowel voor het sociaal netwerk/ overig als voor zorgaanbieders / ZZP'ers.

Wanneer de cliënt, het sociaal netwerk of de zorgaanbieder echter in tegenstelling tot de Wmo professional van mening is dat de problematiek onverbeterlijk is, is de ondersteuning niet cliëntgericht en wordt geen pgb verstrekt en wordt een andere passende oplossing gezocht. Dit kan zijn een zorg in natura maatwerkvoorziening of een pgb bij een andere zorgaanbieder. Als hierover tussen gemeente en cliënt verschil van mening ontstaat dan kan een onafhankelijk advies worden opgevraagd.

11.14.12 Hoogte pgb voor begeleiding

Voor de hoogte van het pgb voor begeleiding wordt onderscheid gemaakt in:

· Professioneel: ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die werkzaam zijn als zelfstandig werkend ondernemer: 100 % van het tarief waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht;

· Niet professioneel /sociaal netwerk: voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld hierboven worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het pgb niet meer dan het op grond van de Wet langdurige zorg geldende tarief voor zorg van niet-professionele zorgverleners (peiljaar 2026: maximaal uurtarief: € 26,98) Het pgb kan naar verhouding nooit hoger zijn dan het maximale maandtarief voor zorgaanbieders en zzp’ers ( tarieven Zorg in Natura). Indien er sprake is van een pgb met arbeidsovereenkomst, en wanneer het wetsvoorstel aanpassing regeling dienstverlening aan huis is aangenomen wordt het PGB met deze werkgeverslasten verhoogd.

De tarieven zijn opgenomen in bijlage 11. De PGB Begeleiding tarieven professionals worden jaarlijks geïndexeerd volgens de methodiek van het contract maatwerkvoorziening Begeleiding (per 1 januari). De Pgb Begeleiding tarieven voor niet professionals / sociaal netwerk worden één keer per jaar geïndexeerd per 1 januari. Hiervoor benutten we het tarief sociaal netwerk WLZ wat op 1 oktober het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar bekend is.

Lager maandtarief

Het pgb plan wat wordt ingediend door de cliënt is leidend. Ligt het maandtarief wat is opgenomen in het pgb plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bovenstaande tabel, wordt het door de pgb houder opgegeven tarief gehanteerd. De gemeente checkt wel het uurtarief vanwege de wetgeving rondom het minimumloon en de inleg bij de SVB.

Het pgb mag niet hoger zijn dan het tarief dat beschikbaar is voor de begeleiding zorg in natura (ZIN). In individuele situaties blijft maatwerk mogelijk en kan op basis van een onderbouwde motivatie het pgb tarief worden verhoogd met de benodigde extra inzet.

De gemeente keert een "bruto" pgb uit aan de SVB, hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb.

11.14.13 Salaris zorgverlener

Het salaris van de zorgverlener is het uurloon dat de zorgverlener kan declareren. Onder het salaris voor een zorgverlener wordt niet verstaan:

a.Een eenmalige uitkering uit het PGB wordt niet toegestaan. In overleg met de gemeente kan hierop een uitzondering worden gemaakt als er sprake is van een plotselinge beëindiging van de werkzaamheden als gevolg van bijvoorbeeld een overlijden. De zorgverlener komt dan plotseling zonder werk te zitten. De beoordeling hiervan is aan de gemeente.

b.Feestdagenuitkering: Uit het pgb mag geen feestdagenuitkering aan de zorgverlener(s) worden betaald;

c.Reiskosten;

d.VOG verklaring: uit het pgb mag geen VOG- verklaring worden betaald;

e.Kosten voor het voeren van een pgb administratie: De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert het budget;

f.Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb: in verband met fraudegevoeligheid is het niet toegestaan dat een (professionele) zorgverlener de administratie richting SVB verzorgt;

Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) in het buitenland: controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Een pgb mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland.

11.14.14 Uurlonen

Voor de begeleiding is het niet toegestaan vaste maandlonen af te spreken met zorgverlener(s). Alleen uurlonen worden toegestaan.

13. Lokaal verplaatsen per vervoermiddel

13.5 Scootmobiel

13.6 Gesloten buitenwagen

Een gesloten buitenwagen is een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. Canta is een bekend merk dat daarom ook wel als soortnaam wordt

gebruikt. De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 km rijdt maar waarvoor geen aparte verkeersregels gelden. De brommobiel is niet specifiek voor gehandicapten bedoeld en wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een gesloten buitenwagen wordt door de aanvrager vaak als gewenste oplossing voor het vervoersprobleem beschouwd maar is niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen als op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de voorliggende voorzieningen voldoet wordt een gesloten buitenwagen overwogen.

13.7 Autoaanpassingen

Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle). In de Wmo wordt uitgegaan van een levensduur van minimaal zeven jaar van de aanpassingen; dit is in praktijk een redelijke termijn. Bij verstrekking van een vergoeding voor een autoaanpassing is het daarom redelijk om van de aanvrager te verlangen dat wordt aangetoond door middel van een keuringsrapport dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog zo'n zeven jaar mee kan).

•Vervanging van een bestaande autoaanpassing of overzetten naar of aanbrengen in een nieuwe auto is niet vanzelfsprekend. Wanneer een dergelijk verzoek wordt gedaan, zal eerst in kaart gebracht worden wat de goedkoopst adequate voorziening is.

Vastgesteld 16 december 2025

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.