Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Inburgering ‘iedereen doet mee!’

Gemeente Halderberge · geldt sinds 30 juli 2021

Aanhef

Bestuurlijke samenvatting

Vanaf 1 januari 2022 wordt de regie op inburgering ondergebracht bij de gemeenten. Dan gaat de nieuwe Wet inburgering in. Het doel is om inburgeraars sneller en beter te laten inburgeren. Inburgeren en meedoen komen samen centraal te staan in het nieuwe inburgeringsstelsel. De6 gemeenten werken samen, waarbij de uitvoering bij het Werkplein Hart van West-Brabant wordt ondergebracht. De verantwoordelijkheid voor de inburgering ligt zowel bij gemeenten als bij de inburgeraar zelf.

Het gaat hierbij om asielzoekers van wie het IND heeft vastgesteld dat zij met recht en rede hun thuisland ontvlucht zijn (statushouders). Na toekenning van hun verblijfsvergunning is het aan de gemeenten om hen huisvesting aan te bieden, zodat zij het AZC kunnen verlaten en kunnen starten met inburgeren in hun nieuwe woonplaats.

Bij de uitvoering van de Wet inburgering gaat het om de uitvoering van vastgestelde taken. Gemeenten hebben hierbinnen echter beleidsvrijheid. In dit beleidsplan staat beschreven hoe De6 gemeenten hun beleidsvrije ruimte besteden.

De regie op het inburgeringsproces ligt bij de gemeenten. Een procesregisseur in dienst van het Werkplein zal hierin een coördinerende rol spelen. De inburgering begint met een kennismaking met de gemeente en een brede intake die zo vroeg mogelijk plaatsvindt. Na de intake wordt in samenspraak een persoonlijk plan opgesteld om de inburgering vorm te geven. Hierbij gelden algemene uitgangspunten, maar het grootste deel is maatwerk. Op verschillende leefgebieden wordt bekeken welke mogelijkheden een inburgeraar heeft en welke ondersteuning de inburgeraar daarbij nodig heeft. Er wordt een keuze gemaakt tussen drie leerroutes, waarbij het accent bij de eerste leerroute ligt op werk, bij de tweede op onderwijs en bij de derde route op zelfredzaamheid. Het doel is altijd om de taal op een zo hoog mogelijk niveau te leren (minimaal B1-niveau) en om mee te doen in de samenleving.

Om deze reden zal de markt voor inburgeringscursussen hervormd en het examenstelsel gemoderniseerd worden. De6-gemeenten kiezen voor een beperkt aantal inburgeringsscholen om grip te houden op de kwaliteit die deze scholen leveren. Het uitgangspunt is dat inburgeren leidt tot betaald werk. Daarbij wordt gekeken naar de wensen van de inburgeraar, maar wordt aangestuurd op een duurzame arbeidspositie. Voor inburgeraars die minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en nog niet leerbaar genoeg zijn, is meedoen in de samenleving het doel. Dat kan via vrijwilligerswerk of andere wijzen van participatie. Wanneer werk (nog) niet mogelijk is, is het behalen van een Nederlands schooldiploma belangrijk. Daarop zal worden geïnvesteerd via de onderwijsroute.

Alle inburgeraars worden financieel ontzorgd door de gemeente om daarmee te voorkomen dat zij in de schulden raken. De vaste lasten zullen zes maanden automatisch worden afgeschreven. Na zes maanden moet de inburgeraar financieel zelfredzaam zijn. Bij wijze van uitzondering kan de periode van financiële ontzorging worden verlengd.

Randvoorwaarden om de inburgering te laten slagen zijn bereikbaarheid van de inburgeringslessen en kinderopvang tijdens lestijden indien noodzakelijk. In beide gevallen geldt het uitgangspunt dat de inburgeraar zo snel mogelijk zelfredzaam is op het gebied van mobiliteit en gebruik kan maken van reguliere mogelijkheden voor kinderopvang. In die gevallen waarin dat niet mogelijk is, worden maatwerkafspraken gemaakt tussen de gemeente en de inburgeraar.

3. Samenwerking De6-gemeenten

3.1 Samenwerkingsstructuur

3.1.1 Gemeenschappelijke Regeling

De6-gemeenten beschikken over een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, het Werkplein Hart van West-Brabant. In december 2020 hebben de gemeenteraden van De6-gemeenten de opdracht aan het Werkplein gegeven om de uitvoering van de Wet inburgering op zich te nemen. Hier hebben de gemeenteraden de GR Werkplein voor aangepast. Er is voor het Werkplein gekozen omdat deze organisatie beschikt over kennis en expertise rondom het begeleiden van mensen naar werk. Het Werkplein werkt momenteel ook al met statushouders. Sinds de vluchtelingencrisis voert het Werkplein de zogenaamde aanpak statushouders uit. Deze is erop gericht statushouders door een begeleiding aan het werk te krijgen of te laten participeren in de samenleving. De nieuwe Wet inburgering is weliswaar aanzienlijk breder, maar hierdoor heeft het Werkplein wel waardevolle ervaring opgedaan met de doelgroep en de meeste partners waarmee ook in de nieuwe Wet inburgering samengewerkt moet worden. Daarnaast onderschrijft het Werkplein de doelen van de wet om statushouders in hun eigen omgeving te laten inburgeren door middel van scholing, werk en maatschappelijke begeleiding. Het Werkplein ziet dit als kans om de lokale aansluiting bij gemeenten verder te verbeteren.

3.1.2 Opdracht Werkplein

Het Werkplein heeft de taak om mensen naar vermogen te laten participeren in de samenleving. Dat doet het Werkplein door mensen bestaanszekerheid te geven en hen te adviseren en te begeleiden naar werk. Daarbij is het belangrijk dat mensen uit de schulden, armoede of sociaal isolement komen en blijven. Momenteel vallen statushouders al onder de doelgroep van het Werkplein, omdat veel statushouders (tijdelijk) afhankelijk zijn van een uitkering.

Het Werkplein krijgt een centrale rol in de uitvoering van de wettelijke taken. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet inburgering behoudt het Werkplein een aantal bestaande taken en krijgt het er een aantal nieuwe taken bij. Inkomensverstrekking is een bestaande taak van het Werkplein die niet gaat veranderen. Een nieuwe taak voor het Werkplein is het werkgeverschap voor de procesregisseurs. Procesregisseurs zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van alle inburgeringsroutes, waar de brede intake, het persoonlijk plan, het leertraject en de maatschappelijke begeleiding belangrijke onderdelen van zijn. Ook de financiële ontzorging is een nieuwe taak.

3.2 Bestuurlijk besluitvormingsproces

3.2.1 Genomen besluiten

Het eerste besluit in het traject had betrekking op de organisatorische borging. Vervolgens hebben de gemeenteraden van De6 in december 2020 het besluit tot aanpassing van de GR genomen en gaven zij daarmee het Werkplein de opdracht om de regievoering van de inburgering op zich te nemen en daarmee verantwoordelijk te worden voor de wettelijke taken rondom de inburgering.

3.2.2 Te nemen besluiten

Het vervolgtraject bestaat nu uit het vaststellen van de inhoudelijke beleidskaders en het uitvoeringsproces. Het vaststellen van dit Beleidsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraden. Het uitvoeringsproces wordt vastgelegd in de vorm van de beleidsregels of werkinstructies. Dit is de basis voor de uitvoering van de taken. De colleges van burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels.

In de totstandkoming van dit Beleidsplan zijn de adviesraden sociaal domein en relevante organisaties betrokken om mee te denken. Nog vast te stellen beleidsregels komen tot stand in samenspraak met de cliëntenraad Werkplein.

Tot slot worden ook de inkoop van diensten en het inrichten van werkprocessen genoemd. Dit zijn tevens bevoegdheden voor de colleges. Deze zijn in het geval van De6 belegd bij het Werkplein.

4. Uitgangspunten en doelstellingen

4.3 Wat gaan we daarvoor doen?

4.3.1 Brede intake en doorlopende leerlijn – geen tijd te verliezen

Volgend uit onze visie vinden we het met betrekking tot de brede intake belangrijk dat de statushouder en de gemeente Halderberge zo vroeg mogelijk nadat zij aan elkaar gekoppeld zijn, kennis met elkaar maken. Die eerste kennismaking is gericht op het uitwisselen en verstrekken van meer algemene informatie die ieder een basis geeft vanwaar we elkaar beter kunnen leren kennen. Deze basis zal vanuit de gemeenten voor iedereen gelijk zijn. Zodra de mogelijkheid er is, zal echter een intensiever gesprek gevoerd worden. Over het hoogst mogelijke niveau waartoe de statushouder zich kan ontwikkelen en zijn deelname aan de maatschappij. Maar ook over alle aspecten in zijn leven die hierop van invloed zijn en waarmee in de begeleiding dus rekening gehouden moet worden. Om het gesprek richting te geven gebeurt dit aan de hand van een vaste leidraad. Deze leidraad bevat tevens handvatten om de haalbaarheid van het nagestreefde niveau te kunnen vaststellen.

Wat gaan we daarvoor doen?

•In een zo vroeg mogelijk stadium wordt voor alle inburgeraars op een integrale wijze en met behulp van specialistische kennis de ondersteuningsbehoefte binnen het volledig sociaal domein helder.

•Gedurende de brede intake wordt het de statushouder duidelijk wat van hem verwacht wordt onder de wet Inburgering én wat hij mag verwachten van de gemeente.

4.3.2 Persoonlijk plan inburgering en participatie - resultaatverplichting en handhaving

Volgend uit onze visie vinden we het met betrekking tot het PIP belangrijk dat dit plan het einddoel van de inburgering bevat, de weg daarnaartoe en de daarbij benodigde begeleiding en ondersteuning op alle aspecten van het sociaal domein. Uiteraard wordt hier Onderwijs, Werk & Inkomen en Maatschappelijke begeleiding onder verstaan, maar bij behoefte kan dit ook WMO, Jeugd, Schuldhulpverlening en Maatschappelijk werk zijn. Zowel de gemeente als de statushouder committeert zich aan de uitspraken in dit plan. Het is daarom belangrijk dat het plan in overeenstemming tussen beiden is opgesteld. Wanneer er bij de beschrijving van een doel geen overeenstemming bereikt is, dan wordt in ieder geval uitgelegd waarom dit niet het geval is.

Het einddoel, tussentijdse doelen en de verwachtingen van zowel statushouder als gemeente, moeten concreet beschreven zijn in het plan. Wanneer de doelen en verwachtingen niet behaald worden, dan kan het PIP aangepast worden, wanneer hiertoe in een gesprek geconcludeerd wordt. Het aanpassen van de leerroute kan wettelijk echter slechts één keer.

Wanneer onwil de reden van het niet behalen van de afspraken in het PIP is, dan wordt hierop gehandhaafd middels een boete onder de Wet inburgering, of middels sancties op de uitkering onder de Participatiewet.

Wat gaan we daarvoor doen?

•Het PIP komt op grond van kennis en inzicht van de inburgeraar en zijn situatie tot stand. Overeenstemming tussen de gemeente en de inburgeraar over de inhoud van het PIP is het uitgangspunt. Wanneer dit niet haalbaar blijkt, dan is afstemming in ieder geval de minimumvereiste.

•Het PIP geeft een duidelijk beeld van het einddoel en de weg daarnaartoe. Het fungeert als leidraad voor de inburgeringsperiode voor zowel de gemeente als de statushouder.

4.3.3 Verhoging van de taal-eis naar B1 en leerroutes

Het leren van de taal en de daarbij behorende leerroutes moeten als doel hebben om inburgeraars zo snel mogelijk naar werk of naar school te begeleiden. Het in de wet nagestreefd taalniveau wordt verhoogd naar B1. Uiteindelijk is het doel dat inburgeraars duurzaam uitstromen. Er zal op individueel niveau gekeken moeten worden wat de juiste route is. Dit kan afhangen van de leerbaarheid maar ook van de positie van de inburgeraar. We gaan daarbij uit van de intrinsieke motivatie van de statushouder, maar het einddoel moet wel reëel zijn. Wanneer de leerroute of het einddoel niet passend of reëel is, leggen we uit waarom dit zo is en waarom er een andere route wordt gevolgd of doel wordt nagestreefd. We bekijken wel met de statushouder of en hoe hij op een later moment alsnog bij zijn (op dit moment niet realistische) einddoel kan uitkomen.

Wat gaan we daarvoor doen?

•Alle inburgeraars worden zo spoedig mogelijk in een passende leerroute geplaatst. Daarbij is taalniveau B1 het uitgangspunt maar dit hangt ook af van de leerbaarheid. De passende leerroute hangt af van individuele omstandigheden.

•Alle inburgeraars moeten op een zo hoog mogelijk niveau participeren in de samenleving. Daarbij is werk het uiteindelijke doel. Wanneer werk geen optie is, wordt er op alternatieve wijze geparticipeerd.

4.3.4 Hervorming van de markt voor inburgeringscursussen

De gemeenten kiezen voor een beperkt aantal inburgeringsscholen om grip te houden op deze contractpartners en sturing op het contract eenvoudiger te houden. Om een contract aan te gaan met de gemeenten, moet door een inburgeringsschool worden voldaan aan de kwaliteitseisen die gemeenten aan inburgeringscursussen stellen. Kwaliteit van de cursussen zoals de koppeling met de praktijk en bereikbaarheid van de locaties zijn belangrijke uitgangspunten.

Wat gaan we daarvoor doen?

•De gemeenten waarborgen de kwaliteit van de inburgeringscursussen door contracten af te sluiten met een beperkt aantal aanbieders. Aan die scholen worden kwaliteitseisen gesteld, ook de bereikbaarheid van de school speelt een rol.

•Taal is de basis van de inburgeringscursus waarbij kwalitatief hoogstaand onderwijs geleverd wordt en waarbij aandacht is voor de koppeling met de werkvloer. Er zit weinig tijd tussen plaatsing en de start met taalonderwijs.

4.3.5 Het examenstelsel – modernisering

Het examenstelstel bestaat uit zeven onderdelen die wettelijk bepaald zijn. Gemeenten hebben op dit examenstelsel geen beleidsvrijheid. Onze visie en ambitie om statushouders zo snel mogelijk zelfstandig en onafhankelijk hun leven te laten leiden waarbij zij op een zo hoog mogelijk niveau participeren, heeft dan ook geen invloed op de invulling van het examenstelsel. De wijze waarop de het examenstelsel wettelijk is vormgegeven, draagt echter wel bij aan het realiseren van onze visie en ambitie.

4.3.6 Ontzorgen van asielstatushouders

Voor iedere statushouder worden aan het begin de basisverplichtingen uit handen genomen. Niet alleen het inhouden van financiële lasten per maand, maar ook het regelen van veel administratieve zaken. De financiële ontzorging is wettelijk bepaald en voorziet in doorbetaling van vaste lasten gedurende zes maanden uit uitkering. In de zes maanden van ontzorgen worden diverse zaken voor de statushouder geregeld (verzekering, onderwijs, inkomen, lasten worden doorbetaald). In zes maanden wordt de statushouder klaargestoomd om financieel zelfredzaam te zijn. Met de start van de ontzorging, begint tegelijkertijd het traject tot een zelfstandige financiële zelfredzaamheid van de inburgeraar. Hier is een regionale hoofdpartner voor verantwoordelijk. Bij uitzondering kan de ontzorging verlengd worden.

Wat gaan we daarvoor doen?

•We zorgen ervoor dat alle inburgeraars financieel zelfstandig en verantwoordelijk worden en een heldere en sluitende financiële administratie kunnen voeren.

Bijlage 1: Ontwerpbegroting

Doel van de ontwerpbegroting is om een inschatting te maken van de te verwachten (voorlopige) kosten voor uitvoering van de nieuwe wet Inburgering.

Het gaat om de volgende inburgeringsvoorzieningen: de leerroutes, PVT, maatschappelijke begeleiding, MAP en de inzet van tolken.

Voor de invoering en uitvoering ontvangen de gemeenten in het Gemeentefonds middelen. In principe zijn deze middelen toereikend om de kosten qua uitvoering te betalen. Onder de uitvoeringskosten vallen de loonkosten van de procesregisseurs en een aantal administratieve taken. Ook taken als financieel ontzorgen en een welkomstprogramma zijn hierin opgenomen.

Voor de inburgeringsvoorzieningen ontvangen de gemeenten een integratie-uitkering van het Rijk. Deze integratie-uitkering is gebaseerd op een bedrag van € 12.712 per inburgeraar. Deze middelen worden in een periode van drie jaar toegekend (61% in het eerste jaar).

In deze conceptbegroting is gerekend met 182 asielstatushouders, waarvan 127 inburgeringsplichtig zijn. Mochten deze aantallen hoger of lager worden, dan worden de rijksvergoeding en de kosten daarop aangepast. De belangrijkste kostenpost zijn de leerroutes. Daarvoor wordt het maximale bedrag van € 9.000, dat voor de inkoop wordt gehanteerd, in de begroting gebruikt. Uiteraard bestaat het risico dat voor dit tarief partijen afzien van inschrijving op het inkooptraject. Daarnaast is de maatschappelijke begeleiding een belangrijke begrotingspost. De insteek is dat die door Vluchtelingenwerk al worden verzorgd. Het inkooptraject daarvoor loopt nog.

Bij het opmaken van de ontwerpbegroting is een inschatting gemaakt van het aantal te verwachten statushouders op basis van de taakstelling van de eerste helft 2021 en gezins- en overige migranten die inburgeringsplichtig zijn onder de nieuwe wet. Op dit moment lopen de inkooptrajecten voor de verschillende leerroutes. De sluitingsdatum van deze inkooptrajecten is medio april.

Waarvoor

2022

2023

2024

2025

Uitvoeringskosten

Loonkosten:

Procesregisseur

€ 347.802

€ 354.410

€ 361.144

€ 365.478

Administratieve ondersteuning

€ 101.665

€ 103.597

€ 105.565

€ 106.832

Welkomstprogramma

€ 111.600

€ 113.720

€ 115.881

€ 117.272

Ontzorgen

€ 56.461

€ 57.534

€ 58.627

€ 59.331

Overige taken

€ 38.204

€ 38.930

€ 39.669

€ 40.145

Overige personeelskosten

€ 20.264

€ 20.649

€ 21.041

€ 21.294

Huisvestingskosten

€ 26.247

€ 26.247

€ 26.247

€ 26.247

ICT systeem en voorzieningen

€ 35.328

€ 35.328

€ 35.328

€ 35.328

Facilitaire kosten

€ 9.647

€ 9.647

€ 9.647

€ 9.647

Meetinstrument kwaliteit

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

Overige kosten en onvoorzien

-€ 25.954

€ 34.918

€ 21.830

€ 13.406

Totaal uitvoeringskosten

€ 736.264

€ 809.979

€ 809.979

€ 809.979

Inburgeringsvoorzieningen:

Asielmigranten

Leerroutes:

€ 745.563

€ 1.106.328

€ 1.196.519

€ 1.196.519

B1-route:

€ 417.338

€ 633.797

€ 687.911

€ 687.911

Onderwijsroute:

€ 208.669

€ 316.898

€ 343.956

€ 343.956

Z-route:

€ 69.556

€ 105.633

€ 114.652

€ 114.652

Andere leerroutes

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Arbeid en begeleiding:

€ 257.590

€ 391.193

€ 424.594

€ 424.594

MAP

€ 10.511

€ 15.962

€ 17.325

€ 17.325

Maatschappelijke begeleiding

€ 214.852

€ 326.288

€ 354.147

€ 354.147

PVT

Tolkvoorziening

€ 32.228

€ 48.943

€ 53.122

€ 53.122

Totaal Asielmigranten

€ 1.003.153

€ 1.497.521

€ 1.621.113

€ 1.621.113

Gezins- en overige migranten

Leerroutes

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

MAP

€ 10.630

€ 10.630

€ 10.630

€ 10.630

Maatschappelijke begeleiding

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

PVT

€ 11.775

€ 11.775

€ 11.775

€ 11.775

Tolkvoorziening

€ 9.758

€ 9.758

€ 9.758

€ 9.758

Totaal gezins- en overige migranten

€ 32.163

€ 32.163

€ 32.163

€ 32.163

Tekort/overschot

€ -20.632

€ -5.399

€ -1.591

€ -1.591

Totaal kosten inburgering

€ 1.750.949

€ 2.334.264

€ 2.461.664

€ 2.461.664

2022

2023

2024

2025

Bijdrage uitvoeringskosten:

Etten-Leur

€ 140.691

€ 154.777

€ 154.777

€ 154.777

Halderberge

€ 93.755

€ 103.141

€ 103.141

€ 103.141

Moerdijk

€ 108.343

€ 119.190

€ 119.190

€ 119.190

Roosendaal

€ 267.571

€ 294.361

€ 294.361

€ 294.361

Rucphen

€ 64.163

€ 70.587

€ 70.587

€ 70.587

Zundert

€ 61.741

€ 67.923

€ 67.923

€ 67.923

Totaal

€ 736.264

€ 809.979

€ 809.979

€ 809.979

Bijdrage inburgeringsvoorzieningen

Etten-Leur

€ 189.556

€ 284.756

€ 308.556

€ 308.556

Halderberge

€ 133.805

€ 201.005

€ 217.805

€ 217.805

Moerdijk

€ 161.681

€ 242.881

€ 263.181

€ 263.181

Roosendaal

€ 334.511

€ 502.511

€ 544.511

€ 544.511

Rucphen

€ 100.353

€ 150.753

€ 163.353

€ 163.353

Zundert

€ 94.778

€ 142.378

€ 154.278

€ 154.278

Totaal bijdrage inburgeringsvoorzieningen

€ 1.014.685

€ 1.524.285

€ 1.651.685

€ 1.651.685

Totaal bijdrage gemeenten

€ 1.750.949

€ 2.334.264

€ 2.461.664

€ 2.461.664

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.