Aanhef
De raad van de gemeente Haarlemmermeer;
gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 23 september 2025 nummer 12550138;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
besluit
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting gemeente Haarlemmermeer 2026 ("Verordening toeristenbelasting 2026”).
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf binnen de gemeente Haarlemmermeer tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente Haarlemmermeer in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven.
Artikel 2 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
Artikel 3 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
a.van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
b.voor de opvang in hotels van kwetsbare groepen hulpbehoevenden (vluchtelingen en dak- en thuislozen) die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
1De belasting wordt berekend over de vergoeding voor het verblijf die in rekening wordt gebracht, de toeristenbelasting daaronder niet begrepen.
2Als vergoeding wordt aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen.
Artikel 5 Belastingtarief
Het tarief bedraagt 6,92 procent van de heffingsmaatstaf.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Aanslaggrens
Belastingaanslagen van minder dan € 25,00 worden niet opgelegd.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1Een belastingaanslag is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is een voorlopige aanslag die is opgelegd voor de elfde maand van het belastingjaar, invorderbaar in zoveel gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, nog maanden van het belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de aangewezen inspecteur, bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub a, van de Gemeentewet.
Artikel 11 Overgangsrecht
De "Verordening toeristenbelasting 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 oktober 2024 (11166970), wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening toeristenbelasting 2026".