Aanhef
Samenvoeging welstandsnota’s
Bijlage 1: definities
Aanbouwen: grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw (nota Haarlemmerliede en Spaarnwoude).
Aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw (nota Haarlemmermeer).
Achtererfgebied: erf aan de achterkant en aan de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw.
Achterkant: de achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw op minstens 1,00 m achter de voorgevel-lijn en voor zover die zijde niet direct grenst aan de weg of openbaar groen
Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen
Antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
Antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
Band: horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen
Bedrijfsbebouwing: gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter (nota Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Bedrijfsgebouw: een gebouw, dat blijkens aard en indeling bruikbaar en noodzakelijk is voor de uitoefening van een bedrijf, met uitzondering van (bedrijfs)woningen (nota Haarlemmermeer)
Bedrijventerrein: een gebied binnen of buiten de bebouwde kom van een stad of dorp dat in eerste instantie bedoeld is voor de vestiging van commerciële bedrijven.
Beschermd dorps- of stadsgezicht: gebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuurhistorische waarde is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de Monumentenwet of op grond van de Erfgoedverordening
Beschot: afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen
Bestemmingsplan: door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd
Bestrating: verharding zoals straatstenen of tegels
Bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak
Bijgebouw: gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage. (nota Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Bijgebouw: een op zich zelf staand, niet voor bewoning bestemd al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw (nota Haarlemmermeer)
Blinde muur of gevel: gevel of muur zonder raam, deur of andere opening
Borstwering: lage dichte muur tot borsthoogte
Boeiboord: opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal
Boerderij: gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kophalsromp en andere typen
Bouwblok: een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt
Bouwlaag: de begane grond of een verdieping van een gebouw (nota Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder (nota Haarlemmermeer)
Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
(Bouw)perceelsgrens: de grens van een bouwperceel
Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels
Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd
Bungalow: meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd
Buurtschap: verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom
Carport: afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning
Dak: afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht
Dakhelling: de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak
Dakkapel: uitbouw op een hellend dakvlak (nota Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Dakkapel: is een ondergeschikte toevoeging in een dakvlak, omgeven door dakpannen (nota Haarlemmermeer)
Daknok: hoogste punt van een schuin dak
Dakopbouw: een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, of één doosvormig volume op het oorspronkelijke platte dak of optreden van de gevel, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert, bedoeld om het lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten
Dakraam: raam in een hellend dak
Dakvoet: laagste punt van een schuin dak
Deelplan: een stedenbouwkundig plan, waarin een stuk van een wijk of stad gedetailleerd is uitgewerkt
Detail: ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam
Drager en invulling: de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden)
Ensemble: architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden
Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een (hoofd)gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden
Erker: kleine toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas
Flat: groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen
Galerij: gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de woningen
Garagebox: gebouw ten behoeve van het stallen van voertuigen
Geleding: verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen
Gepotdekseld: gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan
Gevel: buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel)
Gootklos: in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot
Groengebied: gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden
Hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is
Hoogbouw: gebouwen van meer dan vier lagen
Individueel gebouw: zelfstandig, op zichzelf staand gebouw
Industriebebouwing: gebouwen met een industriële bestemming
Industriegebied: gebied bestemd voor de vestiging van industrie
Kavel: grondstuk, kadastrale eenheid
Kern: centrum van een dorp of stad
Kilgoot: een hellende goot tussen twee dakvlakken
Klossen: uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten
Kop: in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw
Kunstobject: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat strekt tot het tot uitdrukking brengen van een kunstzinnig idee, door het op creatieve wijze vorm geven aan materiaal of materialen, zoals steen, hout, brons, glas e.d.
Kunstwerk: een civiel bouwwerk, geen gebouw zijnde, waaronder zijn begrepen aquaducten, bruggen, sluizen, tunnels en viaducten, alsook daarmee gelijk te stellen bouwwerken
Laag: zie bouwlaag
Laagbouw: gebouwen van één of twee lagen
Lak: afwerklaag van schilderwerk
Landelijk gebied: zie buitengebied
Latei: draagbalk boven gevelopening
Lessenaarsdak: dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak
Lichtkoepel: raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel
Lijst: een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel
Lint: langgerekte weg met daarlangs bebouwing
Logistiek aanwijsbord: een bord langs een weg waarop is aangegeven waar een bedrijf zich bevindt
Luifel: een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur
Maaiveld: bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht
Mansardekap: dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat
Massa: volume van een gebouw of bouwdeel
Metselverband: het zichtbare patroon van metselwerk
Middelhoogbouw: gebouwen van drie of vier lagen
Middenstijl: verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn
Monument: alle zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde die zijn opgenomen in het monumentenregister, zoals bedoeld in artikel 10 van de Monumentenwet dan wel panden waaromtrent de minister van onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingevolge artikel 8 van deze wet het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt; panden die zijn geplaatst op de monumentenlijst zoals bedoeld in de gemeentelijke monumentenverordening
Nok: horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak
Onderbouw: het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak
Ondergeschikt: voert niet de boventoon
Ontsluiting: de toegang tot een terrein of een gebouw
Openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is (met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer)
Openbare ruimte: zie openbaar toegankelijk gebied
Oriëntatie: de richting van een gebouw
Overstek: bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel
Paneel: rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting
Plaatmateriaal: bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel)
Planmatige bebouwing: groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan
Plint: een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw
Portiek: gemeenschappelijk trappenhuis
Piramidedak: dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten
Rabatdelen: planken met duidelijk duidelijke groeven
Renovatie: vernieuwing van een gebouw
Rijtjeshuis: huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen
Rollaag: horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand
Rooilijn: lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden
Sanering: herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw
Schilddak: dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken die in een daknok samenkomen
Schuur: bijgebouw ten behoeve van opslag
Situering: de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving
Speklaag: doorlopende horizontale metselwerklaag in een contrasterende kleur
Stads- en dorpsvernieuwing: maatregelen voor de verbetering of vervanging van bebouwing en de openbare ruimte daaromheen
Strookramen: horizontaal raam met onderverdeling, veelal net zo breed als de gevel
Textuur: de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk)
Travee: dan de afstand waarbij de gevel zich in de lengterichting begint te herhalen, dit komt dan overeen met de breedtes van deuren en vensters
Uitbouw: aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is (nota Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw (nota Haarlemmermeer)
Voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied
Voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk
Voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening
Voortuingebied: erf dat geen onderdeel is van het achtertuingebied
Voorkant: de voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw op minder dan 1,00 m achter de voorgevellijn en voorzover die zijde direct grenst aan de weg of openbaar groen
Woning: een gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden
Woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden
Woongebouw: een gebouw, dat twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden
Woonschip: een object dat zich op het water bevindt en dat uitsluitend of in hoofdzaak is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden dan wel hiertoe kan worden opgebouwd
Woonwagen: een wagen die voortdurend of nagenoeg voortdurend als woning wordt gebezigd of daartoe is bestemd
Windveer: plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen
Zadeldak: dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen
Zijgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk
Bijlage 2: nieuwe beeldkwaliteitsplannen
Om een beeldkwaliteitsplan, als bijlage, onderdeel uit te laten maken van de welstandsnota - zodat deze in mandaat afgedaan kan worden - dient dit beeldkwaliteitsplan - voor zover relevant - te voldoen aan een de volgende eisen:
A. Analyse
1Beschrijving ontwikkelingsgeschiedenis
2Beschrijving huidige situatie (plangebied en omgeving)
-Ordeningsprincipes landschap en cultuurhistorische betekenis
-Water- en groenstructuur
-Wegenstructuur
•Polderwegen
•Rijkswegen
•Hoofdontsluitingen
-Beschrijving bebouwingskarakteristiek (stedenbouw, architectuur, openbare ruimte)
•Landschapsstructuur
•grote lijnen van omgeving
•analyse van de context
•typologie bebouwing omgeving
•korrelgrootte, kenmerken architectuur
B. Plan/Visie:
1Beschrijving ontwerpprincipes
-karakteristieken, planbeschrijving
-groen-, water- en verkeersstructuur van het plan
-aansluiting met omgeving
-verkavelingstypologie
-accenten
-bouwenveloppen en randvoorwaarden
-mogelijk dubbel grondgebruik
-plintbeschrijving
-entree, voorkant, alzijdigheid
-positie op kavel
-bouwlagen en bouwhoogte plan als geheel
2Bebouwing
-Bouwvolume
•percentage bebouwing
•FSI
•plat/kap
•bouwhoogte
•hellingshoek dak
•materialisering
-Architectuur
•Karakter
•Massa
•Accenten
•Referenties
•materialisatie
•nok- en bouwhoogte
•hellingshoeken
•aan- en opbouwen
•vrijheid
C. Openbare Ruimte
-parkeertypologie
-routes
-verkeersontsluiting
-langzaam verkeer
-waterstructuur en oeverbehandeling
-buurt- en wijkparken
-speelvoorzieningen
-overgang privé/openbaar
-materialisering
-relatie met beheer
-verlichting
-straatmeubilair
-bruggen en duikers
-beeldende kunst
-trafo’s en andere elektriciteitskasten
D. Inpassing in omgeving
-hoe wordt met bestaande kwaliteiten omgegaan
-welke maatregelen worden genomen om negatieve effecten op te heffen
Bijlage 3: bestaande beeldkwaliteitsplannen
Onderstaande beeldkwaliteitsplannen (of vergelijkbaar) zijn het toetsingskader inzake redelijke eisen van welstand in de gebieden waar het beeldkwaliteitsplan op ziet.
-Badhoevedorp bedrijventerrein Lijndenhof (2018)
-Bedrijvenpark Nieuw-Vennep Zuid (2013)
-Beukenhorst Hydepark (2018)
-Beukenhorst Zuid (2013)
-Boseilanden (2013)
-De Liede Noord (2019)
-De Liede West (2019)
-De President (2013)
-Gebiedsvisie dorpskern Halfweg (2015)
-Gemeenlandshuis Spaarndam (2018)
-Landgoed Wickevoort (2018)
-Nieuw-Vennep Nieuwe Kom (2013)
-Park 21, beeldkwaliteit polderlaag (2013)
-Piekberging (2020)
-Poldermanterrein, plan Lageweg te Spaarndam (2017)
-PrimAviera, masterplan en beeldkwaliteit nieuwe ontwikkeling (2008)
-PrimAviera, herstructureringsplan bestaand gebied (2009)
-Quatrebras te Badhoevedorp (2016)
-Schiphol Logistics Park e.o. (2015)
-Schiphol Trade Park e.o., A4 zone west (2014)
-Tudorpark / Toolenburg Zuid (2013)
-Wilhelminahoeve (2013)
-Zuidrand bouwenvelop Huis van de Sport / Onderwijs (2013)
(xxxx)=jaar van vaststelling door gemeenteraad
Bijlage 4: Beeldkwaliteitsplan Victoriapark Ymere
[Deze bijlage is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: https://www.officielebekendmakingen.nl/dc-2024-1226.]
Bijlage 5: Beeldkwaliteitsplan Het Nieuwe Noord
[Deze bijlage is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dc-2024-5029.]
Bijlage 6: Beeldkwaliteitsplan Huis ter Lucht
01INLEIDING
Op de percelen aan de IJweg 1455 - 1457 te Nieuw-Vennep is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. Met de plannen voor het achtergelegen gebied Nieuw-Vennep West is de bedrijfsvoering reeds geruime tijd gestopt. Het voornemen is de bestaande bedrijfsbebouwing en bijbehorende opstallen te slopen om vervolgens woningbouw op het perceel te realiseren.
Om tot een goede inpassing van de woonhuizen te komen is door B+O Architectuur en Stedenbouw een stedenbouwkundig plan genaamd ‘Huis ter Lucht’ opgesteld. De naam is een verwijzing naar de voormalige boerderij die in het plangebied heeft gestaan. Het stedenbouwkundige plan heeft een agrarische/boerderijachtige uitstraling, als verwijzing naar de geschiedenis van de plek.
Het plan omvat de realisatie van een mix van woningtypologieën. Aan de IJweg zullen twee geschakelde één vrijstaand woonhuis mogelijk worden gemaakt. De geschakelde woonhuizen zijn ogenschijnlijk vormgegeven als 1 bouwvolume en doen daarmee mee in het ritme van de lintbebouwing. Aan de IJweg blijft daarnaast een bestaande woning behouden, waarvoor in de toekomst vervangende nieuwbouw plaats kan vinden volgens de uitgangspunten van dit beeldkwaliteitsplan.
Tijdens de uitwerking van het plan heeft de gemeente Haarlemmermeer kenbaar gemaakt dat men voornemens is om een nieuwe ontsluitingsweg aan de noordzijde van het plangebied aan te leggen. Om het plan Huis ter Lucht toekomstbestendig te maken is daarom in de stedenbouwkundige uitwerking reeds rekening gehouden met een eventuele toekomstige situatie waarin de hoofdontsluiting wordt omgeklapt. Deze zone wordt in eerste instantie ingericht als parkachtige groene zone waaraan de woonhuizen zijn gelegen.
Mocht de ontsluiting worden omgeklapt dan zullen de bestaande aansluitingen op de IJweg enkel in gebruik ten behoeve van fietsverbindingen en hulpdiensten.
Op het achterste deel van het plangebied zal een riant woonerf worden gecreëerd met een variatie aan woningtypen. In het plan zijn voornamelijk 2-onder-1-kap woningen en rijwoningen voorzien. Voor de 2-onder-1-kap woningen geldt dat in plaats van een geschakeld bouwvolume ook twee vrijstaande woningen gerealiseerd mogen worden. In het bestemmingsplan is per bouwvlak het maximum aantal wooneenheden vastgelegd.
In het deel van het plangebied waar wegens een milieuzonering geen woningen kunnen worden gerealiseerd wordt een gezamenlijke moestuin, boomgaard en speelplaats gerealiseerd. Ook ligt hier een gemeenschappelijke parkeervoorziening. Samen met de het erf en de parkachtige zone wordt daarmee het grootste deel van het plangebied voor gemeenschappelijk gebruik ingericht. Voor de erfafscheiding van de privé tuinen wordt in het beeldkwaliteitsplan ook voorwaarden beschreven, met vergroening als uitgangspunt. Doelstelling is om een prettig woon- en leefklimaat te realiseren, zowel voor mens als natuur.
B+O Architectuur en Stedenbouw
Meppel, april 2024
LUCHTFOTO PLANGEBIED
HOE WERKT HET BEELDKWALITEITSPLAN?
Wat is een beeldkwaliteitsplan?
Een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld om de beeldkwaliteit in een bepaald gebied te creëren, te verbeteren of veilig te stellen. In een beeldkwaliteitsplan worden aanbevelingen gedaan of richtlijnen gegeven voor:
■ vormgeving van de bebouwing;
■ inrichting van de openbare ruimte;
■ start van ontwerpprocessen.
Verder wordt het beeldkwaliteitsplan gebruikt om te bepalen of een bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Daarom wordt het beeldkwaliteitsplan verankerd in de gemeentelijke Welstandsnota.
Wat is morfologie?
Morfologie betekent letterlijk ‘vormkunde’. Het is afgeleid van morfè, het Griekse woord voor vorm. Bij het onderzoeken van de morfologie wordt op landschappelijke en stedenbouwkundige schaal gekeken naar de onderlinge verhoudingen en relaties tussen de vormen van de bebouwing. Een goede morfologie komt tot uiting in evenwichtige verhoudingen tussen de diverse gebouwen onderling en in een evenwichtige verhouding tussen gebouw(en) en het omliggende onbebouwde terrein.
Wat is typologie?
Typologie is een vakterm in de architectuur, waarbij het gaat om het bepalen van de typen, die de primaire kern van de bebouwde omgeving vormen. Typologie heeft betrekking op meerdere onderwerpen in de architectuur. In dit beeldkwaliteitsplan betreft het de typologie van bouwwerken. Met andere woorden: de hoofdvorm van het gebouw.
Hoe werkt de matrix?
Per deelaspect is een matrix ontwikkelt, die de kleuren en materialen aangeeft. Bij het bouwen van een hoofd- of bijgebouw is in de matrix af te lezen welke materialen in het gebied voorkomen, wat de bijbehorende kleuren daarbij zijn en hoe het gebouw ten opzichte van de weg gesitueerd wordt.
Hoe werken de inspiratiebeelden?
Naast de matrix zijn kleuren, materialen en inspiratiebeelden opgenomen, die laten zien wat er in het gebied thuishoort. De inspiratiebeelden dienen als voorbeelden en laten zien hoe materialen en kleuren toegepast kunnen worden. Dit om aan te geven dat er verschillende manieren zijn om materialen en kleuren toe te passen. Dit geldt zowel voor verbouw of nieuwbouw, als voor de beplanting en bestrating
De getoonde beelden zijn ‘slechts’ inspiratiebeelden. Een architect mag hier altijd van afwijken mits passend binnen de materialen- en kleurenmatrix. De afbeeldingen in het beeldkwaliteitsplan geven ‘slechts’ een suggestie aan. Ook de maatvoering van de profielen is richtinggevend. Het betreft principeprofielen, er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
Andere toetsingskaders
Naast dit beeldkwaliteitplan gelden nog andere toetsingskaders voor het bouwen in het plan Huis ter Lucht. Dit zijn onder andere het bestemmingsplan Huis ter Lucht, het Bouwbesluit en de koop- overeenkomst bij de kavel. In het bestemmingsplan Huis ter Lucht zijn de bestemmingen vastgelegd met de bouwvlakken en de regels waaraan de bebouwing moet voldoen, zoals bijvoorbeeld maximale bouwhoogten en dakhellingen. In totaal kunnen in het plan maximaal 27 woningen worden gebouwd.
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
VOGELVLUCHT PERSPECTIEF
02VOORSCHRIFTEN
RANDVOORWAARDEN
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
Vanuit de beoogde en gewenste ruimtelijke kwaliteit, zijn de door de gemeente Haarlemmermeer opgestelde welstandscriteria afkomstig uit de geldende welstandsnota als uitgangspunt genomen en daar waar nodig aangescherpt. Dit leidt tot de volgende voorschriften:
Vormgeving
■ Gestreefd wordt naar samenhang in het plan middels het toepassen van een landelijk en streekeigen woning type, met een eigentijdse uitwerking van streekeigen kenmerken en details.
■ De detaillering moet sober maar zorgvuldig zijn.
(geen toeters en bellen, de sfeer is landelijk)
■ Aan de IJweg dient de bebouwing qua massa en vormgeving aan te sluiten op het ritme en de bebouwingskarakteristieken van het polderlint. De dichtere bebouwingstypes van rijwoningen worden centraal in het plangebied gerealiseerd.
■ De bebouwing heeft een enkelvoudige hoofdmassa. Dakkapellen zijn alleen toegestaan wanneer ze duidelijk ondergeschikt in het dakvlak overkomen en integraal onderdeel van de architectuur zijn.
■ Bij voorkeur worden bijgebouwen als onderdeel van het hoofdgebouw ontworpen. Losse bijgebouwen dienen in de daarvoor bestemde positie en volgens hun voorschriften te worden gebouwd.
■ De gevelopeningen / kozijnen moeten passen bij de typologie en architectuur van het betreffende bouwblok.
■ Technische onderdelen zoals bijvoorbeeld zonnepanelen of onderdelen van een warmtepomp die in het zicht komen, dienen integraal te worden mee ontworpen.
Detaillering, kleuren en materialen
■ Uitgangspunt is dat de verschillende woonblokken een samenhangend geheel vormen, maar moeten ook weer niet teveel op elkaar lijken. Dit om te voorkomen dat het plangebied een uitbreidingswijk wordt waarbij alle woningen sterk op elkaar lijken. Dit betekent dat wanneer er een woning ontwikkeld wordt met bepaalde materialen, het de voorkeur verdient dat deze materialen niet bij een ander bouwblok in dezelfde verschijningsvorm terug komen. Hierbij kan worden aangemerkt dat het gebruik van dakpannen als dakbedekking en hout of baksteen als gevelbekleding vaker voor mogen komen. Doel van de uitgangspunten is om eenheid te creeren met een natuurlijke verscheidenheid, die tegelijk ook een duidelijke binding uitstraalt.
■ De toegestane materialen en kleuren zijn vermeld op de matrix zoals opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan.
■ Er moeten landelijke materialen met een natuurlijke uitstraling en kleur worden toegepast.
(dus geen blauw, geel of paars, maar wel donkerrood, bruin, donker groen, grijs en zwart. Wit alleen voor goed geproportioneerde kozijnen en windveren)
■ Aan de randen van het plangebied met het buitengebied dienen geen grote lichte en/of reflecterende vlakken te worden toegepast.
■ Naast een juiste typologie is ook een juiste detaillering van belang.
Qua detaillering dient de nieuwe bebouwing aan te sluiten op de oorspronkelijke, karakteristieke bebouwing van het gebied.
Hierbij hoeft de detaillering van de oorspronkelijk karakteristieke bebouwing niet exact gekopieerd te worden, maar dient deze wel als uitgangspunt en inspiratiebron.
In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer wordt omschreven welke informatie nodig is om tot een beoordeling te kunnen komen.
We noemen wat daar wordt gevraagd:
■ plattegronden
■ gevelaanzichten
■ doorsneden
■ beeldbepalende principedetails
■ situatietekening met de inrichting van het terrein en inclusief aansluitende terreinen
■ geveltekeningen of foto’s, die de relatie met de belendende bebouwing duidelijkmaken
■ lijst toe te passen materialen
■ schema toe te passenkleuren
Beoordeling
Toetsing aan het beeldkwaliteitsplan vindt in elk geval plaats indien dit in de regels van een bestemmingsplan is bepaald. Bij elke aanvraag om bouw- of aanlegvergunning moet worden aangegeven of, en zo ja welke, landschappelijke voorzieningen in samenhang met de realisatie van het betreffende bouwwerk of werk worden getroffen, en daarna in stand worden gehouden. Dit is ten behoeve van de toetsing aan het beeldkwaliteitsplan. Voor bouwwerken en werken waarvoor in de regels van een bestemmingsplan overlegging van een landschapsplan wordt verlangd, wordt ten behoeve van de beoordeling advies ingewonnen bij een onafhankelijke landschapsdeskundige.
Deze advisering wordt bij aanvragen om bouwvergunning in het welstandsadvies geïntegreerd. Voor overige aanvragen die afwijken van het beeldkwaliteitsplan bepaalt de gemeente of er onafhankelijk advies van een landschapsdeskundige wordt ingewonnen.
TYPOLOGIEËN
VOORSCHRIFTEN
Binnen het plangebied zijn 3 verschillende typologiën van woonhuizen te benoemen.
De massa van de volumes is gebaseerd op het principe van het ‘Hallenhuis’, waarvan bijvoorbeeld de stolpboerderij een afgeleide is. Dit is een van oorsprong, op gebintenstructuur gebaseerde, landelijke bebouwingstypologie en is voorzien van een hoofdbeuk met aan weerszijde een zijbeuk. Deze opzet vormt de basis voor elk woonhuis, waarbij gevarieerd kan worden in de mate waarin het volume wordt ingevuld. Daarmee biedt het mogelijkheden om groter of kleiner te bouwen en blijft de typologie van het Hallenhuis altijd herkenbaar. De zijbeuk kan worden gebruikt als veranda of biedt plaats aan functies als bijkeuken, tuinkamer of berging. Hiermee blijven deze elementen onderdeel van het hoofdgebouw. Ook kan de garage onderdeel zijn van de achterzijde van het woonhuis. De materialen en kleuren die zijn toegestaan zijn opgenomen in de matrix en sluiten aan op de bebouwingskenmerken van het landelijke gebied.
Massa en vorm
■ Eenvoudig volume.
■ Rechthoekige grondvorm als basis, met een lengte:breedte verhouding van ca. 2:1.
■ Afgedekt door een zadeldak, waarbij ondergeschikte insnedes in het basisvolume mogelijk zijn.
Architectuur
■ Gerelateerd aan de landelijke bebouwingskarakteristiek. Eenvoudig, strak, verticale openingen en subtiele details.
INSPIRATIEBEELDEN TYPE 1
INSPIRATIEBEELDEN TYPE 2
INSPIRATIEBEELDEN TYPE 3
INSPIRATIEBEELDEN TYPE 4
VOORSCHRIFTEN BIJGEBOUWEN
Voor het vrijstaande woonhuis type 1 en de twee-onder-één- kap woonhuizen type 2 geldt het uitgangspunt dat bijgebouwen onderdeel zijn van het hoofdgebouw. In de omvang van het bouwvlak is hiermee rekening gehouden.
Voor de geschakelde woningen type 3 geldt dat er een gemeenschappelijk berginggebouw wordt gerealiseerd, grenzend aan de gemeenschappelijke speel- en moestuin. De verschijningsvorm van de gemeenschappelijke berging dient te zijn gebaseerd op een ingetogen landelijke uitstraling, zodat deze aansluit op de verschijningsvorm van de woonhuizen.
Voor de geschakelde woningen type 4 geldt in de basis dat de beringen onderdeel zijn van het hoofdvolume. Om voldoende daglicht in de woning mogelijk te maken, zullen de tussenwoningen worden voorzien van een berging in de tuin.
Massa en vorm
■ Per hoofdgebouw maximaal 1 bijgebouw.
■ Rechthoekige grondvorm als basis.
■ Nokrichting vrij te bepalen.
Materiaal en kleurgebruik
■ Materialisering ofwel gelijk aan het hoofdgebouw, ofwel donker of vergrijzend hout, danwel glas in het geval van een kas.
■ Dak kan worden bedekt met pv-panelen als dit de voorkeur verdient over pv-panelen op het hoofdgebouw, bijvoorbeeld bij rode pannen óf riet.
Detaillering
■ Sobere en subtiele details en/of aansluitend bij hoofdgebouw
MATRIX BEBOUWING
ORIENTATIE VAN DE GEBOUWEN
GOOT HOOGTE VAN DE GEBOUWEN
ZONNEPANELEN
Om duurzaam te kunnen wonen zijn diverse ingrepen vereist. Een gangbare technische ingreep is het toepassen van zonnepanelen. Om verrommeling te voorkomen zijn hiervoor in het beeldkwaliteitsplan randvoorwaarden benoemd.
■ Bij voorkeur gericht in zuidelijke of zuidwestelijke richting
■ Integraal in het ontwerp opnemen.
■ Heldere vlakken maken die esthetisch in het dakvlak zijn geplaatst, met voldoende afstand tot de rand.
■ Kleurstelling van zonnepanelen afstemmen op kleur en type van de dakbedekking.
■ In bepaalde situaties kan het, bijvoorbeeld door het type dakbedekking van het hoofdgebouw, de voorkeur hebben om het dak van het bijgebouw te gebruiken ten behoeve van pv-panelen, Dit bijvoorbeeld in het geval van rode pannen óf riet.
■ Indien er voldoende ruimte is kunnen pv-panelen ook in de tuin worden gesitueerd, bij voorkeur in een verlaagd maaiveld.
03OPENBAAR GEBIED
De in dit beeldkwaliteitsplan beschreven uitgangspunten voor het openbaar gebied zijn inspirerend van aard. Deze omvatten niet de technische uitwerking, maar geven enkel weer welke uitstraling voor de buitenruimte is beoogd zodat deze aansluiten op de beeldkwaliteit van de gebouwen. De technische uitwerking van het openbaar gebied vindt zelfstandig plaats, maar is in overeenstemming met de uitgangspunten zoals benoemd in dit beeldkwaliteitsplan.
MATRIX ERFINRICHTING
1) bij voorkeur wordt er een gemengde haag toegepast, vanwege natuurinclusiviteit
2) niet aan de buitenranden, enkel tussen de woningen
INSPIRATIEBEELDEN PERMACULTUUR MOESTUIN
INSPIRATIEBEELDEN SPEELPLEK
PARKEREN
De parkeergelegen zijn zoveel mogelijk achter de hoofdgebouwen gelegen, zodat deze uit het zicht onttrokken zijn. De parkeerbehoefte is uitgewerkt conform de Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018;
■ Rijwoning 20 won. x 2,2 = 44,0 pp
■ Geschakelde woning 6 won. x 2,4 = 14,4 pp
■ Vrijstaand 1 won. x 2,5 = 2,5pp
Totaal benodigd 60,9 pp
Geschakelde en vrijstaande woningen op eigen kavel.
Totaal openbaar benodigd: 44,0 pp
Aanwezig openbaar: 44,0 pp
Conclusie: voldoet
Het parkeren kan zowel landschappelijk of bouwkundig worden vormgegeven. Wanneer voor een landschappelijke inpassing wordt gekozen heeft het de voorkeur om de parkeerplaatsen te omhagen en al dan niet te omgeven door bloemrijke bomen. Dit om het beeld van een boomgaard op te roepen, waarin wordt geparkeerd.
In het geval van een bouwwerk moet deze de uitstraling krijgen van de zo herkenbare kapschuren: de hoge en relatief open gevel aan de erfzijde, en een lage goothoogte aan de achterzijde. De kapschuur kan als open structuur worden met daarop een dak en hoeft niet te worden voorzien van wanden.De kapschuur sluit aan bij het landelijke karakter in materialisering en kleur: veel hout of beplating, donkere kleuren, niet of nauwelijks metselwerk. De luifel of een groot dakoverstek aan de erfzijde is een markant onderdeel.
■ Goot erfzijde op minimaal 3,5 m en maximaal 5,5 m
■ Goot achterzijde op circa 2,5 m
■ Kap ca. 45 graden
■ Maximale nokhoogte 8 m
DUURZAAMHEID
De huidige economie is grotendeels lineair. Dat wil zeggen dat van grondstoffen een product wordt gemaakt dat vervolgens na gebruik wordt weggegooid. Een verhaal met een begin en een einde. Het resultaat is steeds schaarsere grondstoffen en een steeds grotere afvalberg. In een circulaire economie spelen hergroeibare grondstoffen en hergebruik een belangrijke rol. Het verbruik van fossiele grondstoffen is laag, evenals de CO2-uitstoot en de afvalproductie.
Het verdient de voorkeur om deze circulaire gedachte reeds in het ontwerp mee te nemen, zodat ontwerpprocessen hierop kunnen worden ingericht. In dat kader zijn hier enkele aanbevelingen opgenomen die in het ontwerpproces kunnen worden meegenomen.
■ Materialen zodanig kiezen dat deze aansluiten op de ambitie om te bouwen voor de lange termijn.
■ Bouwen voor de lange termijn komt tegemoet aan een concrete duurzaamheids ambitie. Langdurig gebruik van een woning beperkt de milieubelasting door het niet opnieuw hoeven toepassen van materialen.
■ Rondom het constructieve casco kunnen woonhuizen eenvoudig worden geactualiseerd, zodat toekomstbestendigheid van de woning gewaarborgd is.
■ Onderdelen als uitbouw, erker of veranda kunnen worden gerealiseerd middels op zichzelfstaande constructies en zijn daarmee remontabel.
■ Er bestaat de mogelijkheid om gerecyclede materialen toe te passen die in de directe omgeving gewonnen zijn.
NATUURINCLUSIEF
Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Ten behoeve daarvan zijn hier enkele aanbevelingen opgenomen die in het ontwerpproces kunnen worden meegenomen.
■ Voorwaarden creëren voor een hoge levenskwaliteit voor mens en natuur, voor nu en voor later.
■ Het toepassen van nestkasten voor vleermuizen en huiszwaluwen etc. draagt hieraan bij.
■ Fruitbomen en bloeiende planten in tuinen dragen bij aan de biodiversiteit van het gebied.
■ Vegatatiedak ten behoeve van natuurinclusiviteit.
■ Vegatatiedak koelt het gebouw, absorbeert geluid en zuivert de lucht, wat positief bijdraagt aan het interne woon- en leefklimaat.
■ Regenwater opvangen om dit op een later moment te hergebruiken voor bewatering beperkt het gebruik van (drink-) water.
■ Voor een goede toepassing van natuurinclusief bouwen dient overleg plaats te vinden overleg met natuurkenners. Dit ten behoeve van een goede plaatsing en passende maatregelen, in relatie tot de ecologie van de omgeving.