Gemeentelijke regelgeving

Natuurvisie Haarlemmermeer 2040

Gemeente Haarlemmermeer · geldt sinds 11 oktober 2022

Aanhef

Samenvatting

Het belang van natuur en biodiversiteit

Natuur- en landschapswaarden staan wereldwijd onder druk. Het verlies aan biodiversiteit, een gevolg daarvan, leidt mondiaal tot problemen. Niet alleen voor de natuur, maar ook voor de mens. Een afname van natuur en biodiversiteit leidt tot hogere kosten voor gezondheidszorg, sociaal-maatschappelijke problemen en verminderde klimaatbestendigheid. De waarde van vastgoed neemt af bij afwezigheid van natuur in de omgeving en de landbouw is sterk afhankelijk van een gezond bodemleven, natuurlijke bestuivers en plaagbestrijding.

Investeren in natuur loont, de maatschappelijke baten overstijgen de kosten van aanleg en beheer met een factor 1,5 tot 2*. Ook wij zien het belang van biodiversiteit voor onze samenleving en leefomgeving en hebben daarom besloten tot het opstellen van deze Natuurvisie, mede als bouwsteen voor de Omgevingsvisie.

Biodiversiteit in de gemeente Haarlemmermeer?

Na een sterke afname van de natuurkwaliteit in de tweede helft van de vorige eeuw, treedt er een voorzichtig herstel op. Het verbinden van maatschappelijke activiteiten en opgaven met het investeren in de natuur kan deze trend verder versterken. De natuurwaarden binnen onze gemeente worden in hoge mate gestuurd door de ontstaansgeschiedenis en de ruimte die de economische functies binnen de gemeente geven. De aanleg van natuur- en recreatiegebieden vanaf de jaren ’70 heeft geleid tot een aantal waardevolle gebieden maar het ontbreekt nog aan een aaneengesloten netwerk van grote natuurgebieden, verbindingszones en stedelijke natuur. Om dit netwerk te realiseren moeten ook de agrarische gebieden, bedrijventerreinen en woongebieden een functionele schakel gaan vormen.

Opgaven waar we voor staan

Een belangrijke opgave hiertoe is het afmaken en uitbreiden van het Natuurnetwerk Nederland zoals dat in onze gemeente gepland is. Parallel daaraan is de opgave om de groengebieden binnen onze gemeente, van groot tot klein, met elkaar te verbinden voor zover het Natuurnetwerk Nederland daar niet in voorziet. Daarnaast zullen andere functies (economische bedrijvigheid, waterhuishouding, landschap, recreatie en wonen) het ecologisch netwerk moeten versterken en vice versa. Dit leidt tot herstel van de biodiversiteit en een duurzame leefomgeving voor mens en natuur.

Streefbeeld 2040

Om inzichtelijk te maken hoe het vergroten van biodiversiteit en maatschappelijke opgaven samen kunnen gaan formuleren wij een streefbeeld; een weergave van hoe onze leefomgeving er vanuit het perspectief van natuurinclusiviteit en verhoogde biodiversiteit er uit zou kunnen zien in 2040, of eerder! Hierbij werken we streefbeelden uit voor verschillende landschappelijke categorieën en een groen-blauwe structuur van ecologische verbindingen die onze gemeente doorweeft.

Uitvoeringsprincipes

De Natuurvisie is een beleidsvisie. Hiermee wordt wel duidelijk hoe het streefbeeld er uit ziet dat we willen bereiken maar wordt nog geen concrete uitwerking gegeven aan de realisatie hiervan. Om inzicht te geven in acties die de realisatie van het streefbeeld kunnen verwezenlijken zijn uitvoeringsprincipes opgesteld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, ons dagelijks beheer van de openbare ruimte en in samenwerkingen met externe partijen bieden de uitvoeringsprincipes handvatten om behoud en versterking van de biodiversiteit te verweven in onze samenleving en leefomgeving.

Uitvoeren door verbinden

Wij zijn de regisseur in het versterken van de biodiversiteit in onze gemeente. Het eigen gemeentelijk apparaat en beheerareaal wordt tot in de haarvaten gericht op het versterken van de biodiversiteit. Waar onze eigen invloed minder groot is zoeken wij verbinding met bedrijven, branche verenigingen en inwoners om naar het streefbeeld toe te werken. Doelen in het kader van biodiversiteit verbinden we aan andere maatschappelijke opgaven. Zodat we in alle opzichten, verbindingen maken voor meer biodiversiteit.

4. Kansen, taken en opgaven voor biodiversiteit

4.1 Kansen

4.1.1 Biodiversiteit bevorderende maatregelen

Er zijn meerdere manieren om de biodiversiteit te bevorderen:

•Toename van het aantal biotopen;

•Toename van de variatie binnen biotopen;

•Onderling verbinden van biotopen;

•Verbetering van beheer;

•Toename van het areaal van biotopen met hoge biodiversiteit.

Binnen ons areaal worden al jaren steeds meer gronden omgezet van gazon naar schraal gras, en geklepelde bermen naar schrale bermen. In stedelijk gebied en ook langs bermen en waterwegen is het beheer veel meer dan voorheen gericht op kleurrijke weiden en bermen. Andere kansen worden gevormd door de aanplant van veel meer bomen en bossen, zodat die op termijn de biodiversiteit een stuk kunnen verhogen. De Bossenstrategie die– voortkomend uit het Klimaatakkoord - door het ministerie van LNV in samenwerking met de provincies wordt ontwikkeld kan hierbij een belangrijk instrument vormen.

Ook door de boeren wordt de biodiversiteit steeds meer omarmd, bijvoorbeeld via het initiatief GreenBASE waarin biodiversiteit in combinatie met landbouw wordt versterkt in bermen, akkerranden, sloten en erven. Het collectief Noord-Holland Zuid participeert in de pilot Akkerbelt binnen het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) waarin wordt gezocht naar een groenere methode van agrarische productie in Haarlemmermeer

15Gebiedslan GLB-pilot Akkerbelt, DeelgebiedHaarlemmermeer. Minister van LNV, Agrarisch collectief NHZ & Europees landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (2019).

. Door het grote aandeel van de landbouw binnen het grondgebruik in onze gemeente (figuur 4.1) bieden dergelijke samenwerkingen kansen voor bevordering van de biodiversiteit en een duurzaam perspectief voor natuurinclusieve landbouw.

Figuur 4.1. Grondgebruik in de gemeente (bron: https:/gemeentehaarlemmermeer.nl). Verdere vergroening van de landbouw kan gezien het grote areaal van grote betekenis zijn voor de biodiversiteit in de gemeente.

Een voorbeeld van de mogelijkheden is het aanleggen van bloemrijke akkerranden waardoor de diversiteit en aantallen van insecten toenemen en tegelijkertijd sprake is van natuurlijke gewasbescherming (figuur 4.2).

Figuur 4.2. Het Collectief Noord-Holland Zuid heeft in samenwerking met het project GreenBASE en de aangesloten boeren ruim 50 kilometer kruidenrijke akkerranden gerealiseerd. Er wordt daarnaast op circa 35 ha graan ingezaaid dat niet wordt geoogst en dat in de winter blijft staan als voedsel voor vinken, gorzen en patrijzen (bron: collectief NHZ, dec. 2020). In 2020-2022 wordt gestreefd naar 60 km extra akkerranden en de realisatie van vogelakkers met strokenteelt.

In het provinciaal Natuurbeheerplan wordt niet alleen gestreefd naar natuur in natuurgebieden en verbindingszones. Er wordt ook gestreefd naar natuur op agrarisch land. Figuur 4.3 toont de gebieden waar agrarische natuurpakketten aangevraagd kunnen worden. Het Collectief Noord-Holland Zuid is in de gemeente Haarlemmermeer de gebiedscoöperatie die de subsidieaanvraag organiseert (loketfunctie).

Figuur 4.3. Zoekgebieden waarvoor agrarische beheerpakketten aangevraagd kunnen worden (via het Collectief Noord-Holland Zuid)

16Conform Gewijzigde Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland 2016-2021 (SVNL 2016-2021). Provincie Noord-Holland (2015).

Er liggen echter nog veel meer kansen, zoals kleine aanpassingen in inrichting en beheer binnen stedelijke gebieden, infrastructuur passeerbaar maken voor dieren, natuurvriendelijk ontwikkelen bij nieuwe wijken en verbetering van waterkwaliteit en aanleg van natuurvriendelijke oevers in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

4.1.2 Aanleg en behoud van een duurzaam, robuust ecologisch netwerk

Zowel een kans als een taak betreft de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bestaande uit kerngebieden en de ecologische verbindingen ertussen. Figuur 4.4 toont de ligging van deze gebieden en verbindingen zoals vastgelegd in het provinciale natuurbeheerplan en de provinciale Omgevingsverordening

17Omgevingsverordening NH2020. Provincie Noord-Holland (2020)

.

Het doel van het netwerk is om vele soorten, groot en klein, zowel plaatselijk onderdak te bieden als de mogelijkheid te geven zich van de ene locatie naar de andere te begeven. Dit is onderdeel van het landelijke ecologische netwerk, dat dient om de biodiversiteit te versterken door uitwisseling van genen mogelijk te maken. Het is de bedoeling dat de geprojecteerde gebieden ingericht worden of een kwaliteitsslag krijgen en verbonden worden door de geprojecteerde verbindingen.

De realisatie van het NNN is een provinciale opgave.

Er dient van het NNN nog ruim 70 ha ingericht te worden. Als het eigendom al bij één van de natuurorganisaties ligt, dient die het initiatief te nemen om de gronden in te richten. Dit kan met gebruik van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en landschap (SKNL). Wij zijn verantwoordelijk voor het planologisch-juridisch ruimtelijk mogelijk maken dan wel houden van de aanleg van het NNN via het bestemmingsplan.

De realisatie van de NNN-verbindingen dient net zoals de NNN-gebieden plaats te kunnen vinden; ruimtelijke ontwikkelingen mogen de (toekomstige) realisatie van de verbinding niet uitsluiten. Waar de huidige situatie onvoldoende ruimte biedt kan worden gekeken naar een andere, kwalitatieve invulling, bijvoorbeeld door de inrichting van stapstenen (kleine gebieden met de vereiste biotopen en op een maximale afstand om de afstand tussen gebieden door doelsoorten te kunnen overbruggen) en met gebruik van faunapassages.

De verbindingen zoals weergegeven op kaart 4.4 zijn deels indicatief: in een aantal gevallen gaat het om een zoekgebied waar nog geen concrete invulling aan is gegeven, voor sommige verbindingen staat de locatie en loop vast maar heeft er nog geen ontwikkeling plaats gevonden. Ook zijn er verbindingen die anders of slechts deels ingericht zijn dan oorspronkelijk bedoeld was.

Het NNN moet zo snel mogelijk worden aangepakt om een functioneel netwerk te realiseren waarbij knelpunten zijn opgelost. Figuur 4.4 toont de belangrijkste knelpunten; infrastructuur die voor de doelsoorten niet passeerbaar zijn. Voorbeelden van dergelijke knelpunten zijn (rijks)wegen, spoorlijnen, de Ringvaart en bestaande bebouwing.

Het ecologisch netwerk binnen onze gemeente beperkt zicht echter niet tot de opgave zoals die volgt uit het NNN. In verschillende gemeentelijke structuurvisies en -plannen zijn ecologische verbindingen opgenomen. Ook biedt de ontwikkeling van (nieuwe) recreatieve gebieden en verbindingen kansen. Al deze structuren tezamen dragen uiteindelijk bij aan het te ontwikkelen en behouden ecologische netwerk.

Figuur 4.4. Het Natuurnetwerk Nederland in de gemeente Haarlemmermeer. De verbindingen zijn deels indicatief (zoals de verbinding door De Liede) en deels al concreet geprojecteerd (zoals de Groene AS bij Badhoevedorp). Knelpunten in het netwerk zijn aangegeven (bron: kaartviewer natuurbeheerplan provincie Noord-Holland, aangepast gemeente Haarlemmermeer).

Figuur 4.5. De skyline van Schiphol gezien vanaf het Groene Carré langs de N201 (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

4.2 Wettelijke taken, kaders en beperkingen

4.2.1 Natuurwetgeving

Ruimtelijke ontwikkelingen en plannen die het NNN, Natura-2000 en beschermde soorten mogelijk negatief beïnvloeden dienen getoetst en beoordeeld te worden conform de natuurwetgeving.

Als er sprake is van een mogelijke overtreding van de natuurwetgeving dienen wij bij vergunningsprocedures de Provincie Noord- Holland als bevoegd gezag te betrekken

18Uitvoeringstaken zijn belegd bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (2021)

. Indien de procedure via een Omgevingsvergunning verloopt is een vvgb (verklaring van geen bedenkingen) van het bevoegd gezag noodzakelijk bij vergunningen die wij verlenen. Wanneer de toestemming in het kader van de natuurwetgeving via de Omgevingsvergunning verloopt is de handhaving van dergelijke vergunningen onze verantwoordelijkheid.

Bij ontwikkelingen in het NNN zijn wij verantwoordelijk voor de beoordeling van de toelaatbaarheid, op basis van een onderliggend salderingsvoorstel. De uiteindelijke beslissing of herbegrenzing kan worden toegestaan wordt door Provincie Noord-Holland genomen.

In het beheer van ons eigen areaal en ruimtelijke ontwikkelingen dienen wij ons te conformeren aan de wettelijke verplichtingen vanuit de natuurwetgeving. Indien mogelijk maken wij gebruik van een goedgekeurde gedragscode of vrijstelling, of vragen wij ontheffing aan indien noodzakelijk.

4.2.2 Ruimtelijke ordening

De ruimtelijke ordening wordt in onze gemeente sterk gestuurd door economische functies. Schiphol en de aanpalende bedrijvigheid beslaan grote oppervlaktes en oefenen ook daarbuiten sterke invloed uit op de ruimtelijke ordening. Dit gebeurt onder andere via het Luchthavenindelingsbesluit (LIB). In het LIB is opgenomen dat vanwege de vliegveiligheid de mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuur, die een aantrekkingskracht hebben op vogels die de vliegveiligheid in gevaar brengen, beperkt zijn.

4.3 Maatschappelijke opgaven

4.3.1 Ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerreinen en gebieden

Wij kennen een grote woningbouwopgave verdeeld over 23 locaties van om en nabij 20.000 woningen.

Het versterken van de kwaliteit van de natuur in onze gemeente zal plaats moeten vinden in samenhang met deze woningbouwopgave. Dit vormt qua ruimtebeslag een grote uitdaging.

Verkeren de ontwikkelingen nog in een vroeg stadium dan kan de uitgifte van grond of ontwikkelrechten gekoppeld worden aan een groen programma van eisen gericht op versterking van de biodiversiteit, onder andere door natuurinclusief bouwen. Het is daarbij van belang de ‘groene component’ niet enkel als kostenpost te zien maar te duiden in termen van meer waarde voor het onroerend goed, voor het leefklimaat, landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit en in samenhang met andere opgaven zoals klimaatadaptatie. De financiële waarde van vastgoed neemt significant toe in een groen-blauwe omgeving (zie hoofdstuk 1).

Bij woningbouw moet een bepaalde hoeveelheid groen in de wijk gerealiseerd worden, zoals vastgelegd in de DIOR. Bij ontwikkeling van gebieden wordt er waar mogelijk rekening gehouden met deze normen in de planvorming. In de ontwikkelingsfase zijn de intenties uitstekend, maar in de aanlegfase (zowel bodemvoorbereiding als aanleg) van wijken is de groene inrichting vaak de laatste fase in de realisatie van een ruimtelijke opgave. Dat geeft het risico, dat ondanks de groennormen, het groen door gebrek aan middelen en fysieke ruimte niet optimaal wordt ingericht voor de biodiversiteit. Buiten de aanleg van groen in de wijk moet ook nog per woning 400m² regionaal groen worden aangelegd

19Voortgangsrapportage Groot Groen en Recreatie 2014-2018. Gemeente Haarlemmermeer (2018)

.

Figuur 4.6. Groen bedrijventerrein op de Beukenhorst Zuid (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Figuur 4.7. Wandelen in de polder (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

4.3.2 Gezondheid

De mens vormt onderdeel van de natuur, voor een gezonde mens is een natuurlijke omgeving noodzakelijk. Een natuurlijke omgeving:

-daagt uit tot bewegen, voor sporten, spelen of een ommetje met de hond;

-verlaagt stress;

-verlaagt asociaal gedrag;

-reduceert criminaliteit

20Urban Green Space interventions and health: a review of impacts and effectiveness. WHO (2017).

.

Een groene omgeving heeft positieve effecten op de mentale en fysieke gezondheid. In een onderzoek onder 10.000 Nederlanders is vastgesteld dat zij die een hoog percentage groene ruimte in een straal van 1 tot 3 km rond hun woonplaats vonden, een betere fysieke en mentale gezondheid ervoeren en minder gezondheidsklachten hadden.

21Health benefits of Nature. Van den Berg et al. (2012). Oxford Textbook of nature and Public Health : The role of nature in improving the health of a population. Van den Berg & Staats (2018)

Inwoners van steden zouden voldoende mogelijkheden moeten hebben om met de natuur in aanraking te komen en natuur en stedelijke biodiversiteit zou beschermd moeten worden. Als norm hanteert de WHO 0,5-1 ha op 300 meter afstand.

22Urban Greene Spaces: a brief for action. WHO (2017)

Het is dus niet voldoende alleen te investeren in grote parken op enkele locaties. Elk dorp, elke wijk en elke straat behoeft groen op kleine afstand. De Nota Ruimte (2004) sprak al van de noodzaak 75 m2 groen per woning te realiseren. In de DIOR zijn ook voor (groene) speelruimte normen opgenomen.

Het groen dient als:

-uitloopgebied voor het dagelijkse ommetje met of zonder hond. De bewegingsnorm van 30-50 minuten licht bewegen moet voor iedereen vanuit het huis in een groene omgeving te realiseren zijn;

-bewegingsruimte voor bijvoorbeeld joggen, nordic walking, fietsen en dergelijke;

-ontspanningsruimte.

4.3.3 Sociale samenhang

Een groene omgeving draagt ook bij aan de sociale samenhang. Of het nu grootschalige groengebieden betreft of kleinschalig buurtgroen, het groen vormt vaak een plek waar mensen samenkomen. Grote en kleine evenementen in parken, de buurtbarbecue, maar ook het samen beheren van een buurtmoestuin of het werken op een volkstuincomplex zijn goede voorbeelden. Vandaar dat het ook uit sociaal oogpunt belangrijk is te investeren in voldoende groene ontmoetingsruimte die voor iedere inwoner bereikbaar is.

4.3.4 Klimaat

De klimaatverandering beïnvloedt onze leefomgeving. Bij inrichting en beheer van de openbare ruimte gelden andere spelregels dan enkele decennia geleden. De belangrijkste veranderingen zijn:

-Meer extremen: heftiger neerslag en langduriger droogte. Dit noopt ons tot beter bufferen en langer vasthouden van regenwater. Dit kan goed gecombineerd worden met de aanleg van natuurgebieden. Bovendien dragen natuurgebieden bij aan een betere kwaliteit van dat opgeslagen water, aan verkoeling, vergroten ze de verdamping en creëren ze meer biodiversiteit. Bij het ontwerp van groengebieden moet rekening worden gehouden met extremere groeiplaatsen (zeer nat en zeer droog) en dit kan leiden tot een aanpassing van het assortiment van de beplanting;

-Een stijging van de temperatuur: deze manifesteert zich het sterkst in het hitte-eiland effect. Hierbij slaat een stenige omgeving overdag veel hitte op, die zowel overdag als ’s nachts uitgestraald wordt. Groene elementen creëren schaduw en stimuleren de verdamping waarmee een verkoelend effect ontstaat;

-Verschuivingen in leefgebieden van soorten: de flora en fauna die tot nog toe in zuidelijkere delen van Europa voorkomen zullen hun leefgebieden in noordelijke richting uitbreiden. Een biodivers systeem kan deze invloeden makkelijker opvangen dan een soortenarm ecosysteem, waarin al snel plagen ontstaan die met hoge kosten bestreden moeten worden;

-De opgave om energie op te wekken met behulp van zonnepanelenparken en windturbineparken.

Zonder goede inpassingsmaatregelen bevat de bodem onder zonnepanelenparken nagenoeg geen bodemleven meer. Met de juiste inpassingsmaatregelen neemt zowel het bodemleven toe (ten opzichte van agrarische percelen) als het rendement van zonneparken. Dit laatste door de verkoelende werking van groen op de panelen. In ons Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer

23Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer. Gemeente Haarlemmermeer (2020)

zijn voor het zonnecarré hiertoe inpassingsmaatregelen zoals ecologische oevers, kruidenrijke randen en toepassing van beplanting voorgesteld. Dergelijke kansen kunnen ook worden gezocht bij de ontwikkeling van windturbineparken, al dan niet op andere locaties, bijvoorbeeld via een gebiedsfonds.

4.3.5 Landbouw

Biodiversiteit en (sinds Plan Mansholt

24https://sicco-mansholt.hetnieuweinstituut.nl/nl

) traditionele op kostprijsverlaging gerichte landbouw zijn strijdig met elkaar. Bij de huidige grootschalige landbouw

25Peiljaar 2020

ligt het accent op beheersbaarheid van alle factoren die leiden tot een minimalisering van kosten en maximalisering van de omvang van de opbrengst. Biodiversiteit verhogend beheer gaat vrijwel altijd ten koste van de oogstomvang van granen, grassen of andere producten in traditionele landbouwsystemen. Tegelijkertijd staat tegenover de beperking in oogstomvang ook potentiële kostenverlaging, bijvoorbeeld door verlaging van plaagdruk en verminderde toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, en een hogere opbrengst per kilogram product doordat voor biologisch-dynamische producten een hogere verkoopprijs kan worden gehanteerd. De opgave in de landbouw is dan ook om een duurzame agrarische bedrijfsvoering te behouden waarbij ook de biodiversiteit gebaat is.

4.3.6 Waterhuishouding

Het Hoogheemraadschap van Rijnland streeft naar een vereenvoudigd en robuuster watersysteem, het verbeterde droogmakerij systeem (VDS). De grote aantallen peilvakken, de harde peilscheidingen daartussen en het omgekeerde peilbeheer (lage winterstanden en hoge zomerstanden) zijn uit oogpunt van waterbeheer niet toekomstbestendig en funest voor de ecologische waterkwaliteit.

VDS is een systeem waarbij de risico’s op wateroverlast, ook met het oog op de toekomstige klimaatveranderingen, beperkt worden. Het VDS kenmerkt zich als een watersysteem met een flexibel peil, waarbij het peil natuurlijk fluctueert met als bovengrens het zomer- en winterpeil van de polderboezem en als ondergrens het zomerpeil van de vakbemaling, die daar aanwezig is. Bij wateroverlastsituaties is er door middel van een slimme stuw uitwisseling mogelijk tussen het peilvak en de polderboezem. De vakbemalingen komen hierdoor te vervallen. In figuur 4.8 is het nieuwe systeem schematisch weergegeven.

Het VDS wordt toegepast wanneer er sprake is van een functieverandering in een gebied, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk of aanleg van een recreatiegebied op voormalige landbouwgronden. Hiermee neemt gaandeweg de toepassing van het VDS in plaats van het traditionele watersysteem toe. Bij ongewijzigd gebruik wordt het VDS vooralsnog niet toegepast.

De biodiversiteitsopgave profiteert op twee manieren van dit VDS. Ten eerste stijgt het winterpeil fors, waardoor dit meer overeen komt met een natuurlijke situatie. Ten tweede zijn de verschillende peilvakken met regelmaat verbonden door het kantelen van de slimme stuwen. Daardoor kunnen vooral de waterdieren, maar ook zaad en worteldelen, zich verspreiden.

Bij inrichting van waterhuishoudkundige projecten kan de combinatie worden gezocht met natuurontwikkeling. Een voorbeeld hiervan is de piekberging in het zuiden van de Haarlemmermeer: Met de realisatie van de piekberging kan de geprojecteerde ecologische NNN-verbinding zoals weergegeven in figuur 4.4 worden gerealiseerd.

Figuur 4.8. Het huidige standaard profiel (boven), het VDS bevat ook nieuwe slootprofielen met plasbermen die meer ruimte bieden voor waterberging.

5. Streefbeeld 2040

5.1 Stedelijk gebied

5.1.1 Streefbeeld hoogstedelijk

Binnen een intensief bebouwd woon- en/of werkgebied is in 2040 voldoende groen aanwezig voor ecosysteemdiensten als verkoeling en beschaduwing, windwering en tijdelijke rustplekken voor mens en dier. De meeste gebouwen zijn natuurinclusief ingericht. Groene wanden, dakterrassen en daken ontharden het hoog stedelijk gebied en zorgen voor natuurlijke isolatie. Zonnepanelen op daken leveren lokaal een bijdrage aan de energiebehoefte, groene daken leveren hierbij een bijdrage aan het rendement door de verkoelende werking en grotere reflectie van zonlicht. Er zijn een aantal kleine plekken met groene vakken, maar dan wel hoogwaardig in beleving, met veel bloeiende planten en in een overbrugbaar netwerk voor de fauna die er gebruik van maakt.

Enkele van deze plekke zijn kleine stadsbosjes of een variant daarvan, zoals voedselbosjes. Ook in de stedelijke omgeving zijn er kansen voor wilde bijen en zweefvliegen, die op hun beurt bijdragen aan bestuiving

26Baldock et al (2015)

.

Figuur 5.1. Waar mogelijk zijn harde oppervlakken getransformeerd tot beplante oppervlaktes. (Bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Voor iedere inwoner en werknemer is er in de directe omgeving (< 250 meter) een park van minimaal 1,5 ha, met mogelijkheden voor biodiversiteit, waarbij sterk wordt gezoneerd: intensieve plekken vooral op gebruik door mensen gericht, extensieve vooral voor dieren. Er zijn daarin donkere gedeeltes voor dieren die licht mijden, zoals marterachtigen, vleermuizen en uilen.

Cultuurhistorie en natuur versterken elkaar door de gebouwen en bouwwerken in een juiste historische setting met groen te omzomen. Aan inwoners wordt als vorm van bewonersparticipatie de ruimte geboden om ook in de openbare ruimte bloeiende planten neer te zetten, mits zij deze ook onderhouden. Bedrijven, inwoners en organisaties zijn overtuigd van het belang van natuur en biodiversiteit, en ondersteunen deze door inrichting en beheer van hun eigen grondgebied: tuinen en bedrijventerreinen. Tijdelijk lege plekken zijn ingezaaid met wilde bloemen en er staat een insectenhotel. Het watersysteem is schoon en biedt ruimte aan gebiedseigen flora en fauna. Het water staat op een hoger natuurlijk peil. Waar mogelijk zijn natuurvriendelijke oevers aangelegd en waar de ruimte daarvoor te krap was, zijn kades aangelegd met muurplanten. Wateroverlast is beperkt door robuuste opvangsystemen in de woonwijken (wadi’s en lokale opvang regenwater). Daar leveren ook particuliere tuinen een bijdrage aan. Het Verbeterd Droogmakerij Systeem is ook in de bebouwde kommen gerealiseerd.

Figuur 5.2. Insectenhotel in een ecologische tuin (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

De natuur is ook in het stedelijk gebied niet statisch, maar dynamisch. Vooral in hoogstedelijke gebieden, onder andere onder invloed van klimaatverandering en het specifieke milieu, verschijnen regelmatig nieuwe soorten. Sommigen hiervan worden bestreden omdat ze overlast veroorzaken, andere nieuwelingen zijn van harte welkom.

5.1.2 Streefbeeld laagstedelijk

Er is tussen alle woongebouwen of werkplekken een groen netwerk, van grasvelden, bomenrijen en kleinere bosjes. De grasvelden zijn waar mogelijk ecologisch beheerd met daarin geïntegreerd mogelijkheden voor natuurlijk spelen. Er wordt gemikt op voldoende ruimte voor een compleet ecosysteem: bloemen, insecten, zoogdieren en vogels. In de buurt van water komen ook amfibieën voor. Dat betekent dus: bloemenweiden, insectenonderkomens, takkenrillen, struiken en bomen. Dit groene netwerk van grootschalige en kleinschalige verbindingen maakt minimaal 15% van het gehele grondgebied uit. Binnen dit netwerk is ook ruimte voor bewonersactiviteiten als volkstuinen, voedselbosjes en boomgaarden en plekken voor ontmoeting en samenspel, voor elke leeftijd en doelgroep. Het draagvlak voor natuur en biodiversiteit onder de bevolking is groot, het besef is dat natuur en biodiversiteit overal zijn en dus ook overal kunnen worden ingepast.

De oevers van de watergangen zijn aangelegd volgens de principes van natuurvriendelijke oevers, waardoor er een groot scala aan bijzondere moerasplanten staan en er veel watervogels nestelen. Zo mogelijk is het waterpeil wat hoger dan van de polderboezem, waardoor schoon regenwater langer in de stad wordt vastgehouden. Onder water groeien veel plantensoorten en komen veel vissen voor terwijl de natuur intussen zelf, zo nodig met hulp van de mens, de exoten als rivierkreeften opruimt.

Figuur 5.3 Natuurvriendelijke oevers bieden ruimte aan mens en natuur

(bron: beeldbank Haarlemmermeer).

5.1.3 Streefbeeld dorps

Natuurlijke elementen zoals bomenrijen, grasvelden en bosjes doorweven de dorpen, die in combinatie met de aanwezigheid van oudere woningen en ruime tuinen een broedplaats vormen voor vleermuizen en vogels. De dorpen langs de Ringvaart en Hoofdvaart vormen hotspots voor vogels en insecten, doordat er voedsel, beschutting en leefgebied in overvloed aanwezig zijn, zowel in de openbare ruimte alsook in particuliere tuinen. De lagere dynamiek in ruimtelijke ontwikkeling draagt er aan bij dat deze functies hun plek behouden.

Figuur 5.4. Dorpsbosje met speelaanleidingen (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Inwoners zijn zeer betrokken bij hun leefomgeving, staan dicht bij de natuur, dragen ideeën aan en pakken initiatieven gezamenlijk op. Via de ecologisch beheerde, bloemrijke polderwegen staan de dorpen met elkaar in verbinding en vindt er uitwisseling tussen populaties plaats.

Bij elk dorp is een bosje van minimaal 1,5 hectare aanwezig als speelbos voor de kinderen, wandelgebied, uitlaatbos voor honden, trimbaan etc. Door gerichte zonering is daar ook ruimte voor natuur en biodiversiteit, onderbouwd door een ecologische aanplant van bomen, struiken en kruiden. Daardoor zijn bosranden aanwezig met mantel en zoom, watergangen en waterpartijen geschikt voor amfibieën en libellen en bloemrijke grasvelden. De watergangen binnen het dorp zijn voorzien van natuurvriendelijke oevers.

5.1.4 Beleid

Het stedelijk gebied is de omgeving waar we in 2040 via diverse gemeentelijke instrumenten (planvorming, projectontwikkelingen, vergunningen, subsidies en eigen beheer) op relatief eenvoudige wijze een bijdrage leveren aan de biodiversiteitsdoelstellingen.

We hebben in 2040 een beleidsinstrumentarium om de bovenstaande visies voor de hoogstedelijke, laagstedelijke en dorpse gebieden te verwezenlijken.

Dit betreft zowel sectoraal instrumentarium voor het eigen groenareaal, als regels voor integrale gebiedsontwikkelingen, planologische regels en stimuleringsmaatregelen voor inwoners en instellingen. De ruimtelijke en landschappelijke structuur is geborgd in de visie Landschap en recreatie. Aanvullend op de functionele opgave van het groen is in deze Natuurvisie de ecologische invulling vormgegeven, daarmee kunnen beide visies niet los van elkaar gezien worden.

Natuurinclusief ontwerpen en inrichten maakt integraal onderdeel uit van ons beleid. Wij hebben een helder beeld van de gewenste biotopen en gewenste natuurtypen bij nieuwe ontwikkelingen; de best bereikbare kwaliteit, omgevingscondities en de DIOR zijn daarbij leidend.

In bestaande versteende wijken wordt bij herinrichtingen altijd gedacht aan biodiversiteit. De stedelijke biodiversiteit is hierdoor in 2040 substantieel toegenomen. Ten eerste in het eigen groenareaal door op biodiversiteit gericht beheer en specifieke inrichting. Onder andere door het behoud van aanwezige grote bomen en langdurige bestaande groene percelen. Ten tweede in de openbare ruimte door investeringen in groene oplossingen voor maatschappelijke opgaven (klimaat, wateroverlast, hittebestrijding, sociale cohesie). Ten derde door het stimuleren van particuliere en private partijen om hun eigendommen groener en biodiverser in te richten.

Een inspirerend voorbeeld voor het streven naar meer biodiversiteit en natuurinclusief bouwen in het stedelijk gebied zien we in het project Wickevoort; een woonwijk in ontwikkeling (2020), gelegen op een landgoed van 42 hectare bij Cruquius in de Haarlemmermeer. Biodiversiteit is meegenomen als integraal onderdeel van de bouw en infrastructuur. Vooruitstrevende ideeën zoals het delen van eigendom van de openbare ruimte, vastleggen van beheer en onderhoud van kenmerkende landschapselementen en het maximaliseren van de verharding in tuinen hebben tot doel de groene delen van het plan duurzaam en in samenspraak met de bewoners te ontwikkelen en behouden.

Wij hebben duidelijk inzicht in het voorkomen van soorten in het stedelijk gebied doordat monitoringsprogramma’s de aanwezige flora en fauna monitoren. Deze data zijn beschikbaar voor iedereen in openbare databanken (bijv. NDFF).

Onderzoeksgegevens voortkomend uit ruimtelijke ontwikkelingen worden centraal verzameld, geregistreerd en beschikbaar gemaakt. Monitoring van beschermde soorten op gemeentelijk niveau en de inzet van soortmanagement plannen zijn instrumenten die samenhang en datadeling borgen en daarmee de maatschappelijke kosten verlagen en de efficiency verhogen.

5.1.5 Inrichting

Onze gemeente bestaat uit een afwisselend stelsel van groene- en blauwe linten bestaande uit lanen en waterlopen. Aan dat stelsel liggen erven en hoogstedelijk, laagstedelijk en dorpse gebieden die zo biodivers mogelijk zijn ingericht. De aan het raster gekoppelde weidevogel-, natuur- en recreatiegebieden zijn daarin afwisselende en robuuste aantrekkelijke gebieden die fungeren als zelfstandig leefgebied voor de aanwezige flora en fauna.

De verbindende structuren tussen deze buitengebieden en stedelijk groen - zogenaamde ecolinten - zijn optimaal ingericht waardoor er in voldoende mate uitwisseling plaatsvindt tussen de natuur buiten en binnen de bebouwde kom. Hierdoor blijven de aanwezige populaties flora en fauna vitaal en kan er ook in de groene bedrijfsparken en groenzones genoten worden van biodiversiteit. In deze verbindende groen-blauwe structuren wordt binnen het bebouwd gebied hoge laanbeplanting afgewisseld met waterlopen, struwelen en bloemrijke bermen.

Bij inrichting en beheer wordt qua assortiment rekening gehouden met de gevolgen van de klimaatverandering. Er wordt daarbij zoveel mogelijk inheems plantmateriaal toegepast, geschikt voor de lokale groeicondities.

Figuur 5.5. Ecolinten verbinden binnen- en buitenstedelijk groen (bron: beeldbank Haarlemmermeer)

5.1.6 Beheer

In 2040 is beheer gericht op biodiversiteit de nieuwe standaard. Het beheer is gericht op meer zichtbaar en beleefbaar groen, waarbij bloemen, bijen en vlinders de specifieke aandacht hebben. Binnen het stedelijk gebied zijn parken en groenvoorzieningen hotspots met een rijke biodiversiteit. Het beheer is gericht op het omvormen van monoculturen naar kruiden- en faunarijke graslanden en bloemenweides. Bij aanleg van nieuw groen of vervanging van bestaand groen kiezen wij voor een klimaatbestendig en divers assortiment.

Figuur 5.6 De Heimanshof (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

5.1.7 Educatie en participatie

De stedelijke gebieden zijn steeds belangrijker voor de biodiversiteit. Dat vraagt een samenspel van ons op de eigen gronden met alle particuliere bewoners en private grondbezitters. Deze laatste twee groepen nemen een grondgebied in dat aanmerkelijk groter is dan alle groene ruimte in gemeentehanden.

De zichtbaarheid van biodiversiteit voor inwoners begint in hun directe omgeving zoals tuin, wegberm, plantsoen en park. Bij veel inwoners is er de wens om parken, gazons, bermen en oevers in de gemeente natuurvriendelijker te beheren. Als inwoners de uitdaging aan willen gaan om zelf openbaar groen op een ecologische manier te beheren, zullen wij dit waar mogelijk faciliteren. Wij stimuleren bewoners en bedrijven om biodiversiteitsinitiatieven binnen het stedelijk gebied op te zetten.

Hiertoe werken we samen met natuur- en milieueducatieorganisaties en De Heimanshof. Inwoners en bedrijven kunnen met vraagstukken en groene initiatieven terecht bij de natuur- en milieueducatieorganisaties. In het bebouwde gebied worden overhoekjes en braakliggende gebieden op aanvraag van inwoners beschikbaar gesteld aan bewonersgroepen en buurtbewoners om groene initiatieven en (tijdelijke) natuur te ontwikkelen. Er is een duidelijk aanspreekpunt binnen de gemeente voor deze organisaties, die groene initiatieven coördineren.

Een netwerk van groene organisaties en bewonersgroepen in de gemeente wordt actief ondersteund. Bewoners beseffen dat de grootste winst is te behalen in de achtertuin. Er is een structurele (financiële) ondersteuning van vrijwilligersorganisaties, bewonerscollectieven en bedrijvenparken die biodiversiteitsprojecten ontplooien of beheren. Evenementen als soortenjacht, slootjesdag en natuurfestival worden breed uitgezet in de gemeente. Educatie van jeugd via educatie op scholen heeft prioriteit, de scholen beschikken over groene schoolpleinen en (gezamenlijke) moestuinen.

Figuur 5.7. Natuur in de stad (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Figuur 5.8. Groene omlijsting van erven biedt kansen voor biodiversiteit (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

5.2 Agrarisch gebied

5.2.1 Streefbeeld

Langs de oude linten is een lommerrijk geheel ontstaan van grote bomen, hagen, heggen, struiken en kruiden. Niet alleen vlak langs de weg, maar ook achter de bermsloot. De oude boomgaarden zijn grotendeels in ere hersteld of opnieuw aangelegd, en de erven zijn alle voorzien van een groene erfbeplanting van bomen, struiken en kruiden.

Deze dienen bij het juiste beheer als reservoir voor functionele biodiversiteit: allerlei insecten die de boeren helpen bij het bestrijden van plagen in hun gewas, waardoor bespuiting vrijwel niet meer nodig is. In het open agrarisch polderlandschap vormen deze groen ingerichte erven met boomgaarden en heggen belangrijke biodiversiteithotspots. Zij bieden onderdak aan allerlei dieren die rondom boerderijen leven (vleermuizen, marters, kerkuilen, zwaluwen en mussen) of als schuilplekken benutten (patrijzen, fazanten, vossen, buizerds).

Het landbouwlandschap binnen de gemeente kan meer doelen tegelijk dienen, te weten recreatie én productie, op een manier die ook ruimte biedt voor biodiversiteit. Het productielandschap is nog grotendeels open, maar op overhoekjes tegen wegen en spoorlijnen aan zijn bosjes aanwezig om onderdak te bieden aan roofvogels, patrijzen en fazanten. Heggen koppelen deze bosjes aan de wegen als begeleidende heggen, waardoor een aaneengesloten netwerk ontstaat. Overal zijn brede akkerranden met functionele biodiversiteit: kruiden, vlinders en andere kleine dieren zoals natuurlijke plaagbestrijders en bestuivers. Het agrarisch landschap is in trek bij de omwonenden als “kijkgroen”, om te verblijven, wandelen en te ontspannen.

Op de akkers zelf wordt natuurinclusieve landbouw bedreven. Waar mogelijk zijn in lijn met oude verkavelingen meer bomen en struiken geplant. Op andere plekken is de openheid van het landschap bewaard gebleven. Het aantal verschillende gewassen dat wordt verbouwd zal onder invloed van de vraag vanuit de omgeving en de klimaatverandering duidelijk zijn vergroot.

In de veenweidegebieden is de waterstand verhoogd om de CO2 uitstoot te verminderen en zijn veel meer bloeiende moerasstroken ontstaan.

Die geven onderdak aan bruine kiekendieven en andere nestelende vogels, maar ook aan ringslangen en zeldzame soorten als de Noordse woelmuis en waterspitsmuis. Er bloeien veel orchideeën.

In zones waar het landbouwareaal overgaat in stedelijk gebied bloeien nieuwe initiatieven op waarin recreatie, natuur en landbouw een aantrekkelijke combinatie vormen.

En tenslotte speelt de agrarische grond een duidelijke rol als buffer en opslag van allerlei stoffen. Veel fosfaten, nitraten en mineralen zijn gebonden aan koolstofhoudende organische stof, dat daarmee een belangrijke rol vervult in de vastlegging en uit de atmosfeer houden van deze verbindingen. De bodembiologie vormt dan ook een belangrijke pijler van de agrarische productie.

5.2.2 Beleid

We stimuleren het herstel van erfbeplantingen, oude boomgaarden en andere waardevolle landschappelijke elementen en de aanleg van bloemrijke akkerranden. We faciliteren het opstellen van erfinrichtingsplannen, waardoor windsingels en boomgaarden zijn teruggekeerd in het landschap. Daarnaast verkennen we mogelijkheden om aanvullend op het gebruik van bestaand instrumentarium (Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLB), Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en spuitvrije zones) maatregelen te ondersteunen om ecologie op het agrarisch bedrijf te versterken.

Waar mogelijk maken we nieuwe functies op de boerenerven planologisch mogelijk en werken we mee aan een goede bereikbaarheid om naast de agrarische functie meerdere taken te combineren zoals recreatie, verkoop aan huis of zorg. Op deze wijze versterken we de functie van het buitengebied als recreatieruimte en de transformatie naar een op lokale afzet gerichte duurzame productie van kwalitatief goede en streekgebonden producten.

En we onderzoeken de mogelijkheid om lokaal collectieve kleinschalige landbouwbedrijven te vestigen, bijvoorbeeld bij grootschalige gebiedsontwikkelingen.

We werken intensief samen met natuur- en milieueducatieorganisaties en agrarische collectieven en samenwerkingsverbanden om dit beleid tot uitvoering te laten komen. Dat vereist onze inzet voor:

•kennisuitwisseling met agrariërs;

•(planologisch) mogelijk maken van eigen boereninitiatieven,

•en toewerken naar een natuurinclusieve landbouw.

5.2.3 Inrichting

Het agrarische landschap is een gevarieerd agrarisch (polder)landschap waarbij de diversiteit in teelten en gewassen een rijk leefgebied vormt voor agrarische akkernatuur. Akkerranden zijn bloemrijke linten die leefgebied geven aan insecten en boerenlandvogels. Ook slootranden en natuurvriendelijke oevers versterken het agrarisch gebied. Windsingels, struweelgroepen en hagen zorgen voor beschutting en variatie in het open landschap. Beplanting zorgt er tevens voor dat grote elementen, als infrastructuur, minder aanwezig zijn in het landschap. De inrichting van sloten en het watersysteem is gericht op het behoud van diversiteit in waterkwaliteit, waarbij er ook ruimte is voor overblijvende rietkragen en sloot- en perceelranden. In de noordelijk veenweidegebieden wordt gestuurd op veenbehoud, moeraszones en rijke (weidevogel) weiden.

De akkerranden en stroken sluiten aan bij de bermen en waterlopen in het agrarisch gebied. Deze worden door ons en het Hoogheemraadschap al ecologisch beheerd en versterken daarmee de functionele biodiversiteit waar de akkerranden op gericht zijn.

Figuur 5.10. Bloemrijke akkerrand (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

5.2.4 Beheer

Het beheer van het buitengebied in 2040 vindt plaats op een natuurinclusieve wijze. De agrariërs houden volop rekening met het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, zichtbaar in:

•spuitvrijzones om afspoelen van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater te voorkomen;

•akkerranden. Ecologische winst wordt er ook behaald door het beheer van de randen van percelen, beheerpaden en (sloot) bermen ecologisch uit te voeren. Overblijvende vegetaties van één- en tweejarige kruiden zorgt voor een toename van biodiversiteit langs de randen van de percelen en stroken midden op de akkers;

•winterakkers. De aanleg van winterakkers met zaadhoudende gewassen (graan, zonnebloem) zorgt voor voedsel van zaadeters (gorzen, vinken etc.). Wel moet dit altijd zo worden gedaan dat ganzen en andere grote vogels het niet waarderen;

•vogelakkers met strokenteelt. De strokenteelt waarborgt voldoende voedselplanten en bescherming voor talloze (functionele) soorten, ook in het productieseizoen van landbouwgewassen;

•variatie in het landschap.

Gemeentelijke bermen en waterlopen van het Hoogheemraadschap worden ecologisch beheerd en bieden de ruggengraat voor de agrarische biodiversiteit. De rietzones in het Verbeterd Droogmakerij Systeem en de heggen langs de wegen worden zodanig beheerd dat altijd dekking voorhanden is voor langslopende dieren als kleine marters, patrijzen, vossen en andere zoogdieren en vogels.

5.2.5 Educatie en participatie

Wij stimuleren agrariërs en bewoners van het buitengebied via natuur- en milieueducatieorganisaties en agrarische collectieven om biodiversiteitsinitiatieven op te zetten. Een netwerk van groene organisaties en bewonersgroepen werkt samen met lokale agrariërs om streekproducten te ontwikkelen. De streekwinkeltjes met lokale waar, die verspreid in het buitengebied staan, zijn etalages van de natuurinclusieve landbouw. Er zijn tal van wandelpaden en fietspaden met interessante informatie. Op de wekelijkse streekmarkten in de grote plaatsen wordt volop gehandeld in natuurinclusieve producten.

Figuur 5.11. Verkoop aan huis stimuleert de recreatieve kwaliteit van het platteland (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

5.3 Natuur- en recreatiegebieden

5.3.1 Streefbeeld

Het ecologisch raamwerk in Haarlemmermeer bestaat uit grote en kleine natuurgebieden, intensieve en extensieve recreatiegebieden, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. In deze natuurgebieden is de biodiversiteit hoog, zowel door de leeftijd als door een gericht beheer. De groene (bos)vakken zijn met elkaar verbonden door ecologische verbindingszones die langs natte (tochten) en droge infrastructuur (wegen en bermen) gelegd zijn.

5.3.2 Beleid

We streven naar groengebieden van verschillende aard en structuur, optimaal ingericht voor zowel de ontwikkeling van biodiversiteit als voor gebruik als recreatiegebied, door zonering van intensief en extensief gebruikte deelgebieden. In gebieden die onderdeel uitmaken van het NNN doen wij dat door regelmatig overleg met de terreinbeherende organisatie te plegen en door samen met hen naar middelen te zoeken om de strategisch groengebieden effectief te kunnen beheren.

Voor de recreatiegebieden zetten we onze rol als medebestuurder in om deze diversiteit te realiseren.

5.3.3 Inrichting

Ecologische NNN-gebieden en -verbindingen De ecologische NNN-verbindingen koppelen alle NNN-gebieden aan elkaar (zie figuur 5.13). Ze zijn waar mogelijk zodanig breed dat er gemakkelijk recreatief medegebruik kan plaatsvinden. Als dat niet gaat, heeft de natuur voorrang. De voornaamste verbindingen zijn die voor water en moeras. Die lopen dan ook overal door – desnoods via vochtige greppels of paddentunnels – en hebben overal oversteekpunten met plaatselijke infrastructuur. Ook de barrière die gevormd wordt door de Ringvaart is geslecht door de plaatsing van uittreedplaatsen; voorzieningen waardoor soorten de oever kunnen betreden waar dat bij de gebruikelijke steile, gladde beschoeiing niet mogelijk is. Verder zijn er door middel van bosaanplant met biologisch interessante bomen ook overal boomcorridors aangelegd, die bosdieren een veilig onderkomen bieden en vleermuizen faciliteren. De NNN-opgave in de gemeente is gerealiseerd. De NNN-gebieden zijn overal waar dat maar kan, maar altijd met behoud van hun wezenlijke kenmerken en waarden, geschikt voor recreatie.

Figuur 5.12. Een natuurgebied van Staatsbosbeheer (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Figuur 5.13. Een optimaal ingericht NNN in de gemeente.

Intensieve recreatiegebieden

Deze gebieden zijn nadrukkelijk voor de recreatie bedoeld en de natuur lift mee. Biodiversiteit heeft daar vooral een plek op locaties waar geen of weinig mensen zijn: op kleine stukjes groen, langs het water, in de nacht of juist hoog in de bomen. Meestal gaat het om rustigere zones binnen grotere recreatiegebieden, maar soms ook om locaties midden in drukbezochte zones, zoals oeverzwaluwen die gebruik maken van (kunstmatige) broedwanden.

Extensieve recreatiegebieden

Deze gebieden worden gekenmerkt door bossen en open weiden, waterpartijen en overgangen daartussen. Deze gebieden met veel variatie in structuur en omstandigheden, bieden een grote verscheidenheid aan biotopen: bossen met een wateroever, natte bossen, bossen met weiden, veel bosranden. Juist de grote variatie geeft bijzonder veel biodiversiteit op allerlei niveaus; van een grote variatie aan bloemen, via bijzonder veel soorten insecten en spinnen tot aan allerlei vogels en zoogdieren. Denk aan buizerds, ransuilen, haviken en sperwers, wielewaal en nachtegaal. Vossen, hermelijnen, en zelfs reeën. Deze bossen waarin de recreatie extensief is, zijn in de gemeente in aantal en omvang toegenomen.

Figuur 5.14. Recreatiegebieden vervullen een belangrijke rol voor de inwoners maar kunnen ook bij intensief gebruik geschikt zijn voor flora en fauna (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Natuurgebieden

Op sommige plekken vinden we slecht toegankelijke gebieden, die vooral gericht zijn op natuur, maar geen onderdeel uitmaken van het NNN, bijvoorbeeld natte zones en moerassen. Daarin groeien weer allerlei soorten die in het verleden hier ook zijn waargenomen, zoals zomerklokjes en kievitsbloemen naast allerlei orchideeën en dotterbloemen. Daar komen bijzondere insecten op af en er is ruimte voor nieuwe soorten, zoals de otter of bever.

Droge verbindingen

De droge verbindingen bestaan uit bermen, dijken en taluds en bevinden zich vaak langs wegen. Op deze lijnelementen staan bomen. Maar bomen alleen zijn niet genoeg, daarom zijn begeleidende heggen en bosjes aangeplant. Daaronder staat vaak een bloemrijke kruidenberm. Veel polderwegen hebben in 2040 aan minimaal één zijde een ecologisch beheerde grasberm met een gevarieerde kruidenvegetatie of zelfs hagen van inheemse bloeiende struiken. De bermen vormen zo een voedselbron voor insecten en bieden dekking aan kleine zoogdieren en vogels.

Natte verbindingen niet NNN

Deze verbindingen zijn in de toekomst optimaal ingericht, waarbij natuurvriendelijke oevers en het flexibel peilbeheer van het Hoogheemraadschap van Rijnland (het Verbeterd Droogmakerij Systeem) de ideale randvoorwaarden verzorgen voor watergebonden natuurwaarden. Rietkragen, open water en een goede waterkwaliteit bieden biotoop voor rietvogels, amfibieën en watervogels.

De ecologische verbindingen vormen een belangrijke basis voor de biodiversiteit in het landelijk gebied.

Soms zitten er gaten in de bomenrijen, maar dat wordt opgevangen door bosjes aan te planten als stapstenen. Bij inrichting van de verbindingen wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke variatie in biotopen en naar van oorsprong Nederlands plantmateriaal.

Figuur 5.15. Een natte ecologische verbindingszone (bron beeldbank Haarlemmermeer).

5.3.4 Beheer

De grote natuur- en recreatiegebieden in onze gemeente zijn hoofdzakelijk in het beheer van Staatsbosbeheer en het Recreatieschap Spaarnwoude. We werken intensief samen met deze partijen en maken deel uit van het bestuur van het Recreatieschap. Wij delen het standpunt met de gebiedsbeheerders om recreatief gebruik en natuurwaarden in deze gebieden goed in balans te brengen. Het beheer van de natuur-, recreatiegebieden en verbindingszones is optimaal afgestemd op de natuurpotenties (gestuurd door bodem en water) van de gebieden. Voor de natuur en recreatiegebieden die wij zelf beheren is ecologische beheer gericht op vergroting van de soortenrijkdom, voor zowel flora als insecten (bijen, vlinders, zweefvliegen et cetera), de standaard.

Ook wordt ingezet op extensieve vormen van recreatiegebieden, waarin de natuur mogelijkheden biedt als struinnatuur en speelbossen.

Bijzondere biotopen in de gemeente, de zogenaamde parels, worden in stand gehouden en waar mogelijk verbeterd door monitoring, begeleiding en specifiek maatwerk in beheer. Juist deze plekken bieden veel zeldzame en bijzondere soorten planten en dieren kansen. Door gerichte maatregelen voor bepaalde soorten of soortgroepen (graslandbeheer voor vlinders, oude bomen op rustige plekken voor roofvogelnesten, hellingen op het zuiden met kale grond voor graafbijen) wordt de biodiversiteit sterk vergroot.

Uitvoering van het beheer speelt in op de klimaatverandering en de gevolgen ervan. Dermate flexibel dat daardoor wordt ingespeeld op (extreem) droge en of natte tijden. Intensief beheer wordt alleen daar uitgevoerd waar functies als (verkeers) veiligheid of recreatie doelstellingen dat vereisen.

5.3.5 Educatie en participatie

De natuur en recreatiegebieden in Haarlemmermeer zijn veelal in eigendom van derden. Wij overleggen met deze partijen om de participatie in natuurbeleving en natuurbeheer te vergroten.

Wij steunen de organisaties in het bekend maken van de recreatieve gebieden bij onze inwoners en coördineert met deze partijen de inspanningen om een eensluidend beleid te voeren wat betreft huisregels, bebording, veiligheid en handhaving. Samen zijn wandel- en fietsroutes uitgezet, van bebording voorzien en ingericht.

Figuur 5.16 Lepelaarkolonie de Liede (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Figuur 5.17. De groenste tuin (bron: beeldbank Haarlemmermeer).

Bijlage 1 Beleidsoverzicht

Vigerend beleid (2020)

Beleidsniveau

Document

Omschrijving

Provinciaal

Provinciaal Natuurbeheerplan 2020 (2019)

Onderdeel van het programma natuurontwikkeling (PNO). De provincie stelt de kaders voor het beheer van natuur en landschap door een Natuurbeheerplan vast te stellen. Op basis van het Natuurbeheerplan kunnen beheerders bij de provincie een subsidie aanvragen voor de uitvoering van dit beheer.

In het provinciaal Natuurbeheerplan wordt niet alleen gestreefd naar natuur in natuurgebieden en verbindingszones. Er wordt ook gestreefd naar natuur op agrarisch land. Subsidie voor het

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer kan worden verleend voor agrarische natuurtypen die gerealiseerd kunnen worden binnen de leefgebieden:

•Open grasland;

•Natte dooradering;

•Droge dooradering;

•Open akkerland.

In de gemeente Haarlemmermeer organiseert het Collectief Noord-Holland Zuid de subsidieaanvraag (loketfunctie) voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer.

Gemeentelijk

Raamplan Haarlemmermeer Groen (2000)

Aanleg van een groenstructuur van 1800 ha extra, ten behoeve van extra recreatiemogelijkheden in grootschalige groengebieden. Het areaal is bedoeld om te voorzien in tekorten aan recreatieruimte en om te zorgen voor vermindering van de recreatiedruk op de kwetsbare natuur in de duinen, alsmede voor een landschappelijke inpassing van de luchthavenuitbreiding.

Beleidsnota Groen en recreatie in de Haarlemmermeer (2007)

2bouwstenen (landschappelijk raamwerk, karaktervolle groengebieden) om 3 doelstellingen te realiseren:

-Meer routes en verbindingen tussen en attracties en groengebieden die verspreid door de polder liggen.

-Differentiatie van groengebieden.

-Aanleg van een groene buffer tussen Hoofddorp en

Nieuw-Vennep met recreatieve- en leisurevoorzieningen. Een groot deel is openbaar recreatiegebied.

De bouwstenen samen vormen de Groen Blauwe structuur in Haarlemmermeer. Het raamwerk biedt ruimte aan dieren om zich te verplaatsen en planten om zich te verspreiden. Het raamwerk legt goede ecologische verbindingen tussen de gebieden onderling en met gebieden buiten de polder. De verbindingen en de kerngebieden zorgen voor realisatie van de ecologische hoofdstructuur zoals door het rijk en de provincie gewenst. Deze ecologische verbindingen combineren we zoveel mogelijk met de recreatieve verbindingen.

Gemeentelijke Structuurvisie 2030

(2012)

Het doel van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor de gemeente Haarlemmermeer. In de Structuurvisie is de huidige en toekomstige Groen Blauwe structuur voor de gemeente vastgelegd op de plankaart. Herijking van de kaart vindt plaats in de gemeentelijke visie Landschap en recreatie (2020).

Deelstructuurvisie Hoofddorp

Het doel van de Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030 is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor Hoofddorp waarmee de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot en met 2030) zijn geborgd. In de deelstructuurvisie zijn ambities opgenomen voor een ecologische structuur door en om Hoofddorp en een grotere biodiversiteit, onder andere door verbetering dan wel realisatie van ecologische verbindingen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Groenstructuurplan Badhoevedorp en Lijnden-Oost

Het Groenstructuurplan brengt de hoofdgroenstructuur van Badhoevedorp in beeld en stelt deze vast. Hiermee worden bruikbare en heldere kaders van de deelgebieden op basis van het Masterplan Badhoevedorp (2008) gegeven, wordt een toetsingskader voor nieuw ruimtelijke ontwikkelingen geboden en wordt sturing gegeven aan het beheer en onderhoud van openbaar groen.

Ruimtelijke Economische Visie Rijsenhout (REVR)

Het doel van de REVR is een nieuw perspectief en planologische duidelijkheid te bieden over de glastuinbouwclusters 1, 2, 3, 6, 7 in Rijsenhout. Onderdeel van de ruimtelijke structuur is een groen- blauwe structuur, uitgewerkt op basis van en in samenhang met de Groenblauwe Hoofdstructuur Oostflank Haarlemmermeer (2009). De Hoofdstructuur dient als basis voor de verdere uitwerking en realisatie van PrimA4a, Schiphol Logistics Park (SLP) en Schiphol Trade Park (STP).De groen-blauwe structuur voorziet in verbindingen door Rijsenhout, waarmee Park 21, het Geniepark en de Westeinderplassen worden verbonden.

Groenstructuurplan Haarlemmerliede en Spaarnwoude (2014)

Beleidsnota voor het behoud en de ontwikkeling van het groen in onze gemeente, deelgebied Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Geeft een uitwerking van de (gewenste) inrichting van het landschap in Haarlemmerliede en Spaarnwoude:

-behoud van de weidsheid en openheid van de polder,

-aanbrengen van struwelen in de lengterichting van de verkaveling,

-versterking van de sfeer van rietland, wilgenstruweel en moeras langs de buitenrand van de oude polders;

-natuurlijke oevers en waterpartijen.

Groenstructuurplan 1991

Een beschrijving van de groenstructuren van alle (kleine) kernen in de Haarlemmermeer. Beschreven zijn de huidige situatie en ambities voor de toekomstige uit te werken groenstructuurplannen; inclusief inrichting, beeld en beheer.

Beleid in ontwikkeling (2021)

Beleidsniveau

Document

Omschrijving

Landelijk/ Provinciaal

Bossenstrategie

Rijk (ministerie van LNV( en provincies werken samen aan een Bossenstrategie voor Nederland. De bossenstrategie volgt uit het Klimaatakkoord (2019). De ambitie van de Bossenstrategie is het bijdragen aan gezonde, toekomstbestendige en maatschappelijk gewaardeerde bossen. Uitgangspunten hiervoor zijn uitbreiding van het areaal, een kwaliteitsimpuls in bestaande bossen, een toename van bomen in het landelijk gebied en de stedelijke omgeving en duurzaam gebruik van bomen en bos.

De bossenstrategie gaat van invloed zijn in Haarlemmermeer omdat ook in onze gemeente gezocht zal worden naar ontwikkellocaties voor bos en bomen. Keuzes die hierin gemaakt worden dienen gewogen te worden in samenhang met de streefbeelden in deze Natuurvisie.

Gemeentelijk

Visie Landschap en Recreatie i.h.k.v. de Omgevingsvisie

De visie Landschap en Recreatie wordt parallel aan onderhavige Natuurvisie opgesteld. Doel van de visie Landschap en Recreatie is (o.a.) het versterken en toegankelijk maken van typerende landschappen in de gemeente Haarlemmermeer bij een toenemende vraag naar aangename ruimte om te verblijven, ontspannen en gebruiken.

Beide visies versterken elkaar in de gewenste ontwikkelingen van het landelijk en stedelijk gebied, zowel qua landschappelijk beeld als qua natuurwaarden. In de uitwerking van ontwikkelingen dienen beiden in samenhang te worden gewogen.

Gemeentelijk

Polderlinten

Het rapport Polderlinten wordt parallel aan onderhavige Natuurvisie ontwikkeld. Polderlinten is de verzamelterm voor de oorspronkelijke wegen- en waterstructuur bestaande uit de polderwegen en polderdwarswegen, vaarten en tochten. Deze structuur staat ruimtelijk onder druk. Deze rapportage brengt het ontstaan, de ontwikkeling en de waarden van de polderlinten in beeld, met als doel om te komen tot een ruimtelijk instrument ter behoud en doorontwikkeling van de polderlinten.

Bijlage 2 Input participatie

Op 3 september 2019 hebben bijeenkomsten plaatsgevonden om inzicht te verkrijgen in de ideeën van verschillende stake-holders. Input voor deze Natuurvisie werd gevraagd op 4 onderwerpen met een relatie tot (het vergroten) van de biodiversiteit:

Beheer v.d. buitenruimte: Uitvoering van het (dagelijks) beheer door gemeente Haarlemmermeer. Inrichting: Keuzes en aanwijzingen voor gemeentelijke inrichting van o.a. parken, landschap en nieuwe woonwijken.

Educatie & participatie: Wat vindt de gemeente dat inwoners van Haarlemmermeer kunnen bijdragen door onze activiteiten en gedrag, om te helpen om het in een meer groene richting te krijgen. Scholen, bewonersinitiatieven, etc.

Beleid: Welke zaken zou de gemeente moeten regelen om biodiversiteit een boost te geven? Denk aan subsidieregelingen, ondersteunende regelgeving, etc. Hoe omgaan met nieuwe ontwikkelingen zoals infrastructuur?

De ideeën zoals voortgebracht hebben samen met andere informatiebronnen (literatuur, wetgeving, beleid et cetera) de basis gevormd voor de streefbeelden en uitvoeringsprincipes. In de navolgende tabellen zijn de aangebrachte ideeën weergegeven zoals verzameld per groep waarin de onderwerpen zijn besproken. Daarbij is weergegeven in lijn met welk uitvoeringsprincipe (toekomstige) acties kunnen worden ondernomen om tot realisatie van genoemde ideeën te komen. Nb. Niet in alle gevallen valt dit (direct) binnen onze bevoegdheid/ invloed, zie ook de cirkels van invloed in hoofdstuk 2.3.

Groep 1: Inwoners, Staatsbosbeheer, leden dorpsraad, Natuurlijke zaken

Onderwerp

Idee

#

1Uitvoeringsprincipe(s)

Beheer v.d. buitenruimte

Niet te snel kappen; beter onderhouden zodat ze niet gekapt hoeven te worden.

15

Sloten; veel ontzettende vieze en ‘ongezond’ groene slootjes. Zou toezicht op moeten staan.

15

•Bermen; prachtig bloeiend, misschien eens stukje niet, rest juist wel.

•Maaibeheer langs de wegen veel beter, Haarlem al stuk verder.

•Veel aanpassingen geweest hier, kan nog een stuk mooier. Iets minder maaien en meer bloemen inzaaien.

•Bermbeheer zoals in Haarlem. Veel minder maaien.

•Bermen maaien op de juiste momenten.

•Maaibeheer is lappendeken van verantwoordelijkheden. Meer eenvormigheid.

•Provincie maait stukken langs haar wegen. Rijk langs de snelwegen.

9, 15

•Zwerfafval; hele zware boetes. Kan dat niet beter gehandhaafd worden?

•Zwerfvuil; wel veel hondenpoep bakken maar geen vuilnisbakken.

15

Dunnen van bodem; meer verdunnen i.p.v. omzagen, beter ringen zodat ze langzaam afsterven. Goed voor insecten en paddenstoelen (natuur handje helpen).

9, 15

Wordt te zwart in de polder (kraaiachtigen), minder variëteit vogels. Dominantie van agressievere soorten.

•Meer duidelijkheid waar je terecht kan met vraagstukken over de bermen, de vogels…..wat je ermee kunt.

•Voor elke bewoner moet duidelijk zijn waar je terecht kunt. Te hoge drempel om iets te melden (via 0900-1852).

9, 15 , 14

Aanbrengen variëteit in beplanting buitenruimte ter bevordering van biodiversiteit (wintergroen afwisselen met bladverliezend, stekels, besdragend, etc.); gaat ook verspreiding ziektes tegen in complete plantvakken.

9, 15

Inrichting

•Planten van bomen en struiken/plantsoenen als festiviteit; vergroot betrokkenheid, gezamenlijk onderhoud.

•Inrichten van groenparken, betrekken middenstand/lokale partners. Kunnen ze zelf ook baat bij hebben.

14

•Akkerlanden voor de patrijs; komt uit oosten, daar heel veel beheer voor de patrijs.

•Houtrakpolder; brakke natuur. Is dat ook in andere gebieden in Haarlemmermeer mogelijk?

•Vleermuiskasten en vogelkasten. Nestelgelegenheden. Insectenhotels, eenden korven.

•Knotwilg; grote diversiteit aan flora en fauna, insecten. Overal zien we nu veel opschot van elzen (schade aan de beschoeiing en draagt niet bij aan diversiteit).

9, 15

•Stage plaatsen aanbieden voor inrichtingsplannen. Ruimte voor groene studenten.

13

•Fietspaden in westelijk deel bij Zwaansbroek bloemrijke ruige randen.

9, 15

•Groen Blauwe verbindingen tussen de verschillende groengebieden.

•Stimuleren bloemranden.

•Bomen en hagen langs de akkers.

5, 6, 8, 12

•Natuurvriendelijke oevers; in H’dorp waar je bramen kunt plukken. Te weinig wilde pluknatuur. Voedselbos.

•Inwoners meer mogelijkheden om in hun wijk een moestuin aan te leggen op niet gebruikte plekken. Mailtje aan gemeente toegestuurd….kreeg als reactie ‘we zullen het beplanten’. Dat was niet het initiatief/de vraag. Plek voor de bewoners om ermee te starten.

•Her en der wel wat vruchtdragend langs hondenlooproutes.

3, 14, 15

Wilgentunnels waar het kan.

10

Vergroenen rond maatschappelijk vastgoed.

1

Educatie & participatie

•Stimuleren tegels eruit, groen erin.

•App over flora en fauna in Haarlemmermeer.

•Natuurwandelpaden met infoborden en verrekijkers, bijvoorbeeld langs de ringvaart.

•Groenactiviteiten onder de aandacht brengen; zoals VWGZKL(vogelwerkgroep).

•Stimuleren van infiltratietegels; tegen gereduceerd tarief bij gemeente halen o.i.d.

•Meer educatie over tuinaanleg; wat doe je nou voor het beheer van die planten. Men is bevreesd voor het werk dat een groene tuin met zich mee brengt. Vogelbescherming heeft vrijwilligers als adviseurs. Egelsnelwegen.

•Bijeenkomsten op lokaal niveau in dorpshuizen.

•Samenwerking met de dorpen om met elkaar te zorgen dat zwerfafval wordt tegengegaan.

•Venneperhout; mooie moestuin. Prachtig stukje natuur, kun je ook groente kopen.

•Nieuwe media; meer bewustzijn en gebruik van maken.

14, 15

Monitoren; gaat het wel zoals je wilt, heeft de maatregel wel het gewenste effecten – delen met de inwoners.

14, 16

Scholieren betrekken; daar zit veel bewustzijn, is hun toekomst. 12-18 jaar, heel gedreven.

13

Water is heel belangrijk, gezond oppervlaktewater. Stoppen met chemische troep, gedrag veranderen in gebruik.

15

Beleid

•Stikstofbeleid; invloed op de natuur.

•Biologische akkerbouw stimuleren.

•Hondenbeleid in de gaten houden. Bos wordt minder toegankelijk (niet fris).

17

Lichtvervuiling

9, 15, 17

Monitoren

16

Betrekken stakeholders (bewoners) bij je beleidsvorming.

14, 17

Scholen helpen om een groen programma op te zetten.

13

Groep 2: Inwoners

Onderwerp

Idee

#

Beheer v.d. buitenruimte

•Bermen / plantsoenen: wilde bloemen zaaien.

•Meer sinusbeheer, minder klepelen.

9, 15

•Tegel eruit – plantje erin stimuleren. Door campagne, evt. door subsidie.

•Daarbij bewoners ook faciliteren door tegels op te halen, door samenwerking met partners als Global Garden, Groei & Bloei, Groenrij e.d. Betrokken tuinbedrijven kunnen ook sponsoren.

14

Maaibeheer – veel meer uitleg naar bewoners. Het is een hot topic.

14

Zeldzame soorten beschermen in bepaalde HLMR gebiedjes.

9, 15, 16

Luchtruim – biologie centrum oprichten?

-

Inrichting

Aanleg geveltuinen faciliteren, net zoals in Haarlem. Daar haalt de gemeente op verzoek de geveltegels weg, maken er een nette rand met opsluitband, vullen dit met goede aarde. De beplanting en verzorging is aan de bewoner of de bedrijfseigenaar.

14, 15

Inrichting voor publiek terrein: groene daken op de bushokjes.

1

Inrichting voor bedrijfsparken: stimuleer begroeiing bij hun pand: investeer energie in hoe zij kunnen vergroenen op hun gevels, op hun daken, bij hun parkeerplaatsen, als welkom bij de voordeur en aan de grens van hun perceel. Evt. zelfs onderhoudsvriendelijke borders, want die bestaan.

1

•Inrichting qua soorten; voldoende gevarieerd, zodat meerdere insecten/ diersoorten er hun heil vinden.

•Nieuwe Geniepark – meer samenhang qua inrichting (nu eenzame boompjes?)?

9, 15

Zonnecelveld – creëer beplanting tussen de panelen.

7

Educatie & participatie

•Groene Ambassadeurs: help bewoners met hun tuininrichting zodat minder verstening plaatsvindt door ambassadeurs in te schakelen, i.e. getrainde inwoners die anderen advies kunnen geven met hun kennis over planten / indeling / goede adressen. Dit bestaat al landelijk voor balkons en vogelvriendelijkheid, maar het bestaat nog niet voor tuinen & planten/ biodiversiteit verhogende maatregelen (de ambassadeur krijgt daarbij een kleine vergoeding van de bewoner rechtstreeks, bijv. € 25 – 40).

•Ambassadeurs voor tuinen, maar ook voor scholen, voor bedrijven?

•Meer informatie naar inwoners toe. Over groene happy stories, over feiten. Over groene vrijwilligers organisaties.

•Verbeter de distributie van het lokale Sufferdje, deze wordt lang niet overal in HLRMR verspreid. Dit is een bekend probleem. Er is immers veel informatie te delen. En bij dit medium hoort ook een niet onaanzienlijke doelgroep.

•Meer ruimte voor stadslandbouw. Voeding voor locals, niet voor het buitenland. Voedt de bewoners op met de gedachte dat het beter voor de wereld is om lokaal geteeld te kopen. Spulletjes bij de boer ophalen.

Consumer Supported Agriculture stimuleren.

14

•Tiny FOOD forests – bijv. nabij scholen. Zij bieden veel kennis en uitproberen aan bewoners / jonge kinderen, en sociale cohesie ook, en zijn om verschillende redenen eigenlijk waardevoller dan gewone Tiny Forests.

•Schooltuinen voor kinderen stimuleren.

13

Beleid

Wijs plaatsen aan waar Tiny Homes mogen komen, hopelijk met Huge gardens.

-

•Shared Gardens stimuleren bij nieuwe, gewone woningen zodat mindervoor verstening wordt gekozen, uit gemak, en advies meer voor de hand ligt.

14

•Agriculture aanmoedigen met beleidsmaatregelen.

•Boeren: help hen beleidsmatig met verbeteren van hun bodem, zoals via composteren, door pachtcontracten aan te passen. De boeren staan teveel onder economische druk om de kosten hiervan zelf te dragen.

17

•Natuurinclusief bouwen aanmoedigen met beleidsmaatregelen, á la Wickevoort.

•Bedrijven verplichten tot groen.

1

Per gebied een natuur thema vaststellen, i.e. voor vogels, voor beschermde planten, voor kikkers, etc.

9

Doe iets met de verlaten landjes, bijv. makkelijker bestemming kunnen wijzigen vanwege biodiversiteitsprioriteit.

4

Groep 3: Inwoners, Bulderbos, dienstverleners, Wijkraad Hoofddorp Oost, imkers, Heimanshof

Onderwerp

Idee

#

Beheer v.d. buitenruimte

•Vaker groen nalopen op vuil/afval.

•Bestrijden Amerikaanse rivierkreeften (door beroepsvissers), Japanse Duizendknoop en Berenklauw.

15

Ontwerp en beheer beter op elkaar afstemmen.

1, 15

Bomen/groen langs bedrijfsgebouwen (SLP).

1

•Zo min mogelijk maaien (en minder intensief).

•Alleen stroken voor wandelaars maaien.

•Informatie over beheer (Sinusmaaien).

•Naaldbomen op oude strook hoogspanning 150 kV.

•Niet maaien in broedseizoen (Venneperhout/SBB), beter communicatie SBB – gemeente.

•Leeftijd bomen meer respecteren.

15

Bosje bij Bulderbos beheren (aanmelden Wildbeheereenheid).

11, 15

Inrichting

Braakliggende terreinen inzaaien met bloemmengsels (tijdelijke ontheffing).

4

Aandacht voor nestgelegenheid gierzwaluwen en mussen (natuurinclusief).

1

•Verwijderde bomen herplanten.

•Meer investeren in diversiteit, niet allemaal (vakken) van hetzelfde.

•Meer drachtplanten in najaar.

•Plaagbeheer (exotische soorten eten onze eigen beestjes op).

•Focus op natuurwaarden in P21.

•Minder opruimen, mag rommelig zijn.

•Waterberging in bermen (niet afvoeren).

15

•Akkerranden.

•Meer bloemen.

5, 6, 9,

15

Meer natuurlijke processen in beheer (klimaat).

15, 17

Rekening houden met klimaatverandering (soorten die hier beter tegen kunnen).

17

Educatie & participatie

•Meer lessen bijv. over groene tuinen in Heimanshof (op site gemeente zetten).

•Randen om sportvelden/scholen (verplicht) laten onderhouden door ouders/ kinderen.

•Groeneducatie op school.

•Voorlichting door imkervereniging.

•Tegel eruit plant er in – lespakketten school.

13, 14

Beleid

•Tegeltax/boete of bonus bij groene inrichting.

17

•Subsidie voor groene tuin.

14

Groep 4: Inwoners, Heimanshof/floron, vogelwerkgroep, de groenste tuin (park Venneperhout), Groei en bloei, Fruit your world, de Landijn, gemeente Haarlemmermeer

2Noot: er is vrijwel direct afgestapt van de vooraf geplande werkwijze. Hierdoor ontstond er een dynamisch en levendig gesprek waarin de verschillende onderwerpen elkaar in rap tempo opvolgden en de behandeling per onderwerp is losgelaten.

Idee/opmerking

#

Bewoner 2: Het beheer en groen in de gemeente is rommelig, hij stoort zich aan al het onkruid. Hij stelt de vraag hoe we de bewoners zo ver krijgen om het zelf te gaan beheren en onderhouden. Bewoner 1: Geeft als voorbeeld de fruitbomen aan de Rijnlanderweg: hoe worden deze beheerd? Deze bomen en gebied is oorspronkelijk bedoeld voor Beukenhorst, maar die mensen zie je niet. De bomen worden al rauw geplukt. Bij de Fruittuinen is daarentegen beter beheer. Veel kleine projecten na participatie aan het lot overgelaten, zelfbeheer werkt niet. IJweg/Plesmanhoek werkt wel goed. Fruittuinen is wel een vorm van geslaagde participatie.

14, 15

Hoe wordt de ecologische structuur beheerd? Net zoals de groenstructuren in het zuiden van de Haarlemmermeer, het is een oud bosperceel, maar wat ga je daarmee doen? Komt daar de weg naar Lisse? Deze keuzes zullen gemaakt moeten worden om de natuur hoop te geven voor de toekomst. Plekken waar de natuur hun gang kan gaan zijn belangrijk.

8, 12, 15

Het is ook belangrijk voor het afvangen van fijnstof, rekening houden met bomen en planten om de fijnstof tegen te houden.

17

Houdt ook rekening met het water, want dat hoort ook bij de Haarlemmermeer

15

Bewoner 5: Denk ook aan pixellandbouw. Deze agrarische gemeente verandert naar een Schipholgemeente. Hierdoor een goede gemeente om te experimenteren met pixellandbouw. Bewoner 6: Legt het principe van pixellandbouw uit.

Bewoner 1: Dit is voornamelijk een particulier initiatief, moet wel economisch verantwoord zijn voor de ondernemers.

Bewoner 5: Het wordt allemaal te klein om te kunnen boeren, dus dat biedt opties om meer biodiversiteit toe te voegen. Tiny Houses biedt ook mogelijkheden. Denk ook aan samenwerking met Universiteit Wageningen. Hij legt ‘fruit your world’ uit, dit vergt wel organisatie.

5, 6

Bewoner 3: Niets aan onderhoud bij Venneperhout.

Bewoner 4: Dat komt omdat Staatsbosbeheer te weinig geld heeft. Het niet maaien en onderhouden levert wel weer meer orchideeën op.

Bewoner 7: In het Haarlemmermeerse bos zijn er geen orchideeën, in de Plesmanhoek wel. Bewoner 3: Combineer natuur en recreatie, duidelijk aanwijzen waar de natuur zijn gang kan gaan.

Mede ingezet door het ontstaan van nieuwe wijken.

1, 15,

Bewoner 2: Hier meteen inhaken met educatie. Ik heb destijds op de basisschool les gekregen over de natuur en daardoor werd mijn interesse gewekt.

Bewoner 7: Hier wel weer mensen nodig die het trekken. Wanneer kinderen van de basisschool gaan is, door gebrek aan educatie, de interesse al snel weer weg. In onderwijs is ook gewoon weinig ruimte voor educatie. Het moet langer ‘vastgehouden’ worden. De lespakketten liggen klaar, niet alleen voor scholen, maar ook voor gebieden. Creëer uitvalsplekken voor kinderen waar deze educatie plaats kan gaan vinden. Je hebt (als de leraar dit niet kan) iemand nodig die dit begeleidt.

Het is belangrijk voor latere generaties.

13

Bewoner 8: Dat begint in eigen tuin. Van belang door de verandering van het milieu, microklimaat in steden is warmer. De wateroverlast komt ook door onze inrichting. Te veel verharding. Als tegenhanger: Groei en Bloei tegeluitplanting. Is in samenwerking met Intratuin. Landelijk 20.000 tegels verzamelt.

Bewoner 2: De mensen met handicap en ouderen hebben hierbij wel hulp nodig. Deze tuinhulp kun je ook weer combineren met het tegengaan van eenzaamheid.

14

Bewoner 3: Waar is deze ruimte, moet voor langere termijn. Niet iets inplannen en later een woonwijk creëren.

Bewoner 7: Betrek bedrijven en laat ze natuurprojecten sponsoren. Er moet een manier zijn om die bedrijven te betrekken.

Bewoner 8: Er worden al rotondes ingericht door hoveniers.

Bewoner 2: Het moet geen reclameland worden.

1, 4, 14

Bewoner 3: Agrarisch collectief houdt zich hier al mee bezig (GreenBASE), maar ook in het voormalige Haarlemmerliede/Spaarnwoude.

Bewoner 7: Komt bij veel akkerbouwers op het land op voor inventarisatie planten. Hij meldt sommige planten niet om de bedrijfsvoering van de boeren niet tegen te liggen. Het gaat om de planten die bestreden moeten worden, maar die de akkerbouwer niet weg krijgt.

Bewoner 3: Geeft als voorbeeld het project voedselakkers. Daardoor nieuwe soorten vogels gespot

(patrijzen). Er zijn akkerbouwers die er aandacht voor hebben.

5, 6

Bewoner 8: Waarom iets creëren wat op zandgrond hoort i.p.v. kleigrond wat we hier hebben? Bewoner 7: Laten we ons op regionale soorten richten. Discussie klepelen en biodiversiteit. Blijven klepelen heeft zeer veel positief effect voor biodiversiteit. Is wel kostbaar, er moet een afweging gemaakt worden. Komst hoge beplanting (berenklauw, etc) heeft negatieve effecten voor de verkeersveiligheid.

Bewoner 1: Zoiets gebeurt eerst 3 jaar en daarna 5 jaar niet. Continuïteit is belangrijk! Wijs locaties aan.

Bewoner 7: benadrukt nogmaals regionale planten. Let op de soorten en maak er meerjarig plan van met bijvoorbeeld klavers.

Bewoner 1 en Bewoner 7: De visie moet veel verder de toekomst in

Bewoner 3: Pleit voor het belang voor de vogels. Waterschap houdt geen rekening met broedtijd. Regelen moet met meerdere beheerders geregeld worden.

9, 15

Bewoner 3: Haarlemmerliede en Spaarnwoude is een prachtig vogelgebied, het is al beschermd. Gebied moet je koesteren en beschermen. Waterbeheer moet wel geregeld worden. Pas op voor de gevaren van de uitbreiding van de haven door Amsterdam! Want ze hebben al daar al een optie.

Bewoner 2: Mag niks aan gedaan worden, niet aankomen!

9, 17

Bewoner 1: Nieuwe baan Schiphol moet tegengehouden worden! Vliegschaamte moet gevoed worden. Ook voor de bescherming van Rijsenhout en het bijbehorende water, het is eigenlijk een pareltje.

17

Bewoner 3: Standaard natuur-inclusief bouwen bij nieuwbouw. Denk aan het creëren van plaatsen voor vleermuizen en vogels. Koestert de hoop dat dit bij nieuwe wijken ook ingebracht gaat worden. De meerkosten zijn gering, Amsterdam loopt hier in voorop.

Bewoner 7: De inbreilocaties zijn prachtig, maar kleine groene stukjes raakt men kwijt. Hoe houd je mensen zo betrokken bij het groen?

1, 2

Bewoner 1: Er moeten 20.000 bomen in nieuwe wijken Nieuw-Vennep geplaatst worden. Door eerdere boomplanting in verkeerde grond/slechte structuur. Geeft ook het voorbeeld van de vieze en vervuilde grond in Park21.

Bewoner 7: Dat van de vervuilde grond ligt wat genuanceerder.

Bewoner 7: Werk met de stroom mee. Kijk wat er speelt en wat de mogelijkheden zijn.

Bewoner 3: Laat stukken aan de natuur over, doe dat ook bij Park21. Bepaal niet alles al van tevoren.

2, 3, 11

Bewoner 2: De wijkbewoners snappen niks van het maaibeleid, het begint weer bij educatie. Buig het om naar eigen beheer, er zijn bijvoorbeeld maar 3 bewoners nodig om iets te kunnen regelen. Bewoner 4: Plaats borden met uitleg, betrek dorps- en wijkraden.

14, 15

Bewoner 7: Koppel het beheren aan saamhorigheid, bewegen, verantwoordelijkheid. Maak het hip! Onderzoek ook de mogelijkheden met zoute landbouw.

14, 15,

17

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.