Gemeentelijke regelgeving

Kadernota Integrale Veiligheid 2018-2022

Gemeente Haarlemmermeer · geldt sinds 6 oktober 2018

3. Veiligheidsanalyse 2013-2017 en prioriteiten

3.2. Prioriteiten 2018-2022

3.2.1. Verbeteren veiligheidsgevoel in eigen buurt

Inleiding van het thema

De nieuwe gemeente Haarlemmermeer is een relatief veilige gemeente in vergelijking met andere grote gemeenten in Nederland.

1Bron CBS 2017/G32

Met name de veelvoorkomende criminaliteit is in vrijwel in elke wijk afgenomen. Ondanks dat er sprake is van een afname van delicten met een grote impact op slachtoffers en zijn/haar omgeving (zoals woninginbraken, straatroof, overvallen en geweldsmisdrijven), komt dit niet tot uitdrukking in de veiligheidsgevoelens van onze inwoners.

Er zijn vele factoren die van invloed zijn op de (on)veiligheidsgevoelens van inwoners. Maatschappelijke factoren zoals de groeiende anonimiteit, een verminderende sociale cohesie, grote veranderingen in het sociaal domein, toenemende overlast van personen met verward gedrag en de vergrijzing kunnen van invloed zijn op de gevoelens van (on)veiligheid van inwoners. Ook het veelvuldig gebruik van het begrip (on)veiligheid in de (social)media, beïnvloedt de perceptie en beleving die burgers van veiligheid hebben. Daarnaast spelen individuele factoren een rol. Hoe inwoners over veiligheid denken, hoe zij veiligheid beleven en wat zij er zelf aan doen, kan per individu en gebied/wijk verschillen. Ook van invloed kan zijn in hoeverre inwoners zelf invloed hebben op lokale leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken en wat zij hiermee bereiken in hun buurt. Het veiligheidsgevoel van bewoners wordt daarnaast beïnvloed door hoe men in de eigen woonomgeving met elkaar omgaat en hoe schoon, heel en veilig die feitelijk is. Dit wordt ook wel de sociale en fysieke kwaliteit genoemd. Sommige factoren zijn moeilijk of misschien onmogelijk door lokaal beleid te beïnvloeden. Maar op een aantal factoren kan de gemeente wel invloed uitoefenen met lokaal beleid.

Sinds 2015 maakt ‘het gevoel van veiligheid’ deel uit van de strategische beleidsdoelstelling van het gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. De participatie van inwoners op een veilige woon- en leefomgeving, is sindsdien een uitgangspunt in het Integraal Veiligheidsbeleid.

De gemeente speelt een belangrijke regierol in het versterken en investeren in de sociale- en fysieke kwaliteit in wijken en kernen. In de praktijk is sprake van een aanpak met korte lijnen tussen keten- en zorgpartners vanuit diverse clusters en domeinen. Daarnaast worden inwoners betrokken in het meedenken over de veiligheid en leefbaarheid in wijken via bestaande netwerken: Waaks!, WhatsApp groepen, vrijwillige brandweer, AED groepen (Automatische externe defibrillator), dorps- en wijkraden, digi- en jongerenpanels, inloopspreekuren, wijkschouwen en Facebookpolls. Ook wordt via de aanpak van woninginbraken aandacht besteed aan de (on)veiligheidsgevoelens van inwoners door het onder andere organiseren van informatiebijeenkomsten en workshops. Daarbij informeren wij inwoners erop wat zij zelf kunnen doen. De komende jaren zullen wij de verbinding blijven zoeken met deze bestaande netwerken en hier verder op doorbouwen.

Naast onze huidige aanpak zien wij ook verbetermogelijkheden. Wij willen met name verbeteren door meer maatwerk te leveren aan die wijken en kernen waar inwoners aangeven zich bovengemiddeld onveilig te voelen. Dat doen wij o.a. door aandacht te geven aan die inwoners en te luisteren naar hun veiligheidsbeleving en door kwalitatief onderzoeken uit te voeren. Wij gaan in die wijken meer integraal samenwerken op het thema met alle betrokken veiligheidspartners en de inwoners. Daarbij krijgen ook de sociale- en fysieke kwaliteit en de verkeersveiligheid in die wijken en kernen de aandacht die nodig is.

Problematiek

Uit onderzoeken naar de veiligheidsbeleving van inwoners in beide gemeenten blijkt dat er tussen enkele Haarlemmermeerse wijken en kernen, grote lokale verschillen zijn in veiligheidsbeleving.

Onderzoeksresultaten laten zien dat, waar het criminaliteitsniveau vrijwel gelijk is, er grote verschillen zijn in de mate waarin inwoners zich veilig voelen. In wijken waar bewoners zich ‘onveilig’ voelen, zijn mogelijke oorzaken (mede vanuit de theorie) in hoofdlijnen bekend. Nader onderzoek naar de oorzaken, kan uitwijzen welke punten voor verbetering van veiligheidsgevoelens mogelijk zijn.

Momenteel wordt er van verschillende kanten bijgedragen aan het verbeteren van het veiligheidsgevoel van inwoners. Vanuit verschillende zorg- en veiligheidspartners, clusters en domeinen vinden er maatregelen en initiatieven plaats. Informatie-uitwisseling of coördinatie hiertussen vindt onvoldoende of niet plaats. Om de veiligheidsgevoelens in eigen buurt aan te pakken is het nodig dat er integraal wordt samengewerkt tussen al deze partners. Dit vergt een duidelijke regievorming en het opnemen van de prioriteit in de werkplannen van alle ketenpartners.

Focuspunten

Binnen deze prioriteit leggen wij onze focus op de volgende aangrijpingspunten om veiligheidsgevoelens in eigen buurt positief te beïnvloeden. Hierbij zullen wij in eerste instantie inzoomen op enkele gebieden waar de veiligheidsgevoelens zowel positief als negatief afwijken van het gemiddelde binnen de gemeente. Verder zoomen we in op hotspots van bijvoorbeeld woninginbraken of locaties waar de verkeersveiligheid onder druk staat.

Aanpak van High Impact Crimes (woninginbraken, straatroof, overvallen, geweldsmisdrijven)

Wanneer inwoners slachtoffer worden van een woninginbraak, straatroof of overval dan heeft dit grote emotionele gevolgen voor het slachtoffer. Slachtoffers kunnen zich lang na deze misdrijven nog onveilig voelen. Er is een nieuw plan van aanpak voor de woninginbraken in ontwikkeling voor aankomende jaren 2018-2022. In dit plan zal aansluiting en samenwerking worden gezocht met deze prioriteit.

Bevorderen van de sociale kwaliteit

In wijken waar bewoners prettig met elkaar omgaan, zich thuis voelen en elkaar helpen komt beperkte sociale overlast voor en vallen buitenstaanders (en criminelen) eerder op. De sociale kwaliteit van deze wijken is sterk. In wijken waar veel overlast plaatsvindt, zoals: incidenten met overlast verwarde personen, multi-probleemgezinnen, illegale bewoning, drank- en drugsoverlast, ervaren bewoners eerder gevoelens van onveiligheid. Om deze redenen zou moeten worden ingezet op het versterken van de sociale kwaliteit. Bewonersinitiatieven om de veiligheid en de leefbaarheid in de wijken aan te pakken zouden dan ook meer kunnen worden gestimuleerd. De participatie van bewoners in bestaande netwerken (bijvoorbeeld: Waaks!, AED, vrijwillige brandweer, buurt WhatsApp groepen) zou nog meer kunnen worden aangewend voor het versterken van de sociale kwaliteit in wijken. Veiligheid is een onderdeel van het gebiedsgerichte programma ‘Meer voor Elkaar’.

Bevorderen fysieke kwaliteit

Een buurt die ‘schoon, heel en goed’ onderhouden is wordt over het algemeen als ‘veiliger’ ervaren dan een buurt waar sprake is van zwerfafval, slechte verlichting, vernielingen en andere tekenen van verloedering. Om deze redenen is het investeren in het onderhoud en beheer van de openbare ruimte in woonwijken en gebieden een belangrijke focuspunt voor het aanpakken van deze prioriteit. Daarnaast zou bij de herinrichting van woonwijken en in nieuwbouwplannen de veiligheidsbeleving van bewoners opgenomen kunnen worden. Ook hier kunnen we leren van bewoners en zouden netwerken van bewoners meer kunnen worden aangewend voor het verbeteren van de leefbaarheid en fysieke veiligheid in wijken. De participatie van bewoners in wijkschouwen is hier een mooi voorbeeld van.

Bevorderen verkeersveiligheid

De Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer ‘Vrijheid van bewegen’ biedt het strategisch kader waarin dit focuspunt voor het verbeteren van het gevoel van veiligheid in de buurt aandacht krijgt. In dit kader verhogen wij onze inzet op verkeersveiligheid voor alle verkeersmodaliteiten. De concretisering vindt plaats in de Investeringsagenda Mobiliteit en het uitvoeringsprogramma Beheer en Bereikbaarheid. Daarin staan de knelpunten en projecten die op basis van (ongevallen)analyses en participatie de komende jaren aangepakt zullen worden. Daarbij zetten wij in op de aanpak van black-spots, duurzaam veilig inrichten van woongebieden, onderzoek naar preventieve aanpak op basis van wegkenmerken en ingrepen in de infrastructuur. Volgens de inwonerparticipatie in het veiligheidsdomein staat ‘te hard rijden’ bovenaan de lijst van punten die voor inwoners belangrijk zijn. Samen met de Vervoerregio Amsterdam en in overleg met het landelijk OM zetten wij daarom in op een pilot op handhaving in 30km gebieden. Wij voeren daarnaast ook een lobby bij de VNG en Ministerie van Justitie en Veiligheid om de bevoegdheden van handhavers uit te breiden. In de onderzoeken naar ‘de veiligheidsbeleving in de buurt’ nemen we mee in welke mate verkeersveiligheid daarop invloed heeft. Die informatie gebruiken we voor de afstemming tussen het uitvoeringsprogramma Veiligheid en het uitvoeringsprogramma Beheer en Bereikbaarheid. Ook verkeerseducatie op scholen, verkeersveiligheidscampagnes en cursussen voor ouderen dragen bij aan een betere beleving van verkeersveiligheid. Bijzondere aandacht gaat uit naar verkeersveiligheid rond Schiphol, scholen, en provinciale wegen. Wij gaan ook de samenwerking met de andere wegbeheerders (Provincie, Rijkswaterstaat en Schiphol) verbeteren. Voor een volledig beeld van de visie en de beleidsversterking van de verkeersveiligheid verwijzen wij de lezer naar de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer.

Uitgangspunten

Voor de prioriteit ‘verbeteren veiligheidsgevoel in eigen buurt’ vormen de integrale ketenaanpak, participatie van inwoners en ondernemers en het dorps- en wijkgericht werken belangrijke uitgangspunten. Dit maken we concreet door meer in verbinding te staan met inwoners in wijken en het meer verbinden van de verschillende domeinen en clusters. Daarnaast is eigen verantwoordelijkheid en (zelf)redzaamheid een uitgangspunt, waarbij rekening dient worden te houden met personen waarbij sprake is van verminderde- of niet-zelfredzaamheid.

Indicatoren/doelstellingen

Het meten van ‘de veiligheidsgevoelens in eigen buurt’ en de sociale cohesie worden 1 x 2 jaar uitgevoerd. Andere indicatoren die mede van invloed zijn op het gevoel van veiligheid, zoals de aanwezigheid van high impact crimes en de totale geregistreerde criminaliteit worden continue door de politie gemeten en periodiek met de driehoeksmonitor gedeeld. Ook het aantal meldingen openbare ruimte die een beeld geven van leefbaarheidsonderwerpen hebben wij steeds voor handen. Onderstaande indicatoren willen wij daarom hanteren voor het monitoren van deze prioriteit. Specifiek onderzoek naar de veiligheidsbeleving in eigen buurt in enkele wijken en kernen gebruiken wij voor het formuleren van projecten en activiteiten die we terug laten komen in de uitvoeringsprogramma’s Veiligheid en Beheer en Bereikbaarheid.

Indicator

Bron

Meting 2017

Streefwaarde 2019

Streefwaarde 2020

Streefwaarde 2021

Streefwaarde 2022

% voelt zich wel eens

onveilig in eigen buurt

Gemeente

22% *)

22%

21%

20%

<20%

Cijfer sociale cohesie

Gemeente

6,2 *)

6,2

6,3

6,3

>6,3

Meldingen openbare ruimte

Gemeente

4.714

4.500

<4.500

4.500

<4.500

Totaal aantal misdrijven

Politie

6.756

6.500

<6.500

<6.500

<6.500

Woninginbraken (absoluut en in % aantal inwoners)

Politie

565(pm%)

500

<500

<500

<500

Straatroof (absoluut)

Politie

17

15

<15

<15

<15

Overvallen (absoluut)

Politie

11

10

<10

<10

<10

Geweld (absoluut)

Politie

394

350

<350

<350

<350

*) meting 2016

Aanpak en samenwerking met partners

Voor de aanpak en samenwerking met partners bij het verbeteren van het veiligheidsgevoel in eigen buurt wordt per wijk en kern bekeken wie betrokken moeten worden. Bij de aanpak van deze prioriteit in zijn algemeen worden vooral inwoners en bestaande netwerken van inwoners betrokken. Denk aan buurt WhatsApp groepen, Waaks!, buurtpreventieteams, vrijwillige brandweer. Daarnaast zal er vooral meer en intensiever samengewerkt gaan worden met ketenpartners en tussen de verschillende beleidsdomeinen. Kernspelers zijn naast onze inwoners, de dorps- en wijkraden, gebiedsmanagement en relatiebeheer, gebiedsbeheer, het sociaal domein, handhavers, andere gemeenten (dubbeldorpen), MeerWaarde, wijkagenten/politie, woningbouwcorporatie Ymere, ondernemers en het Zorg & Veiligheidshuis Kennemerland.

Wij zetten in hoofdlijnen in op:

–de aanpak van high impact crimes in samenwerking met politie, KMar en OM.

–het betrekken van inwoners, ondernemers en bestaande netwerken bij de aanpak van deze prioriteit.

–het verkrijgen van inzichten in welke aspecten een onveilig en veilig gevoel creëren bij inwoners door in 2019 en 2020 nader onderzoek te doen naar de oorzaken van (on)veiligheidsgevoelens in de pilotgebieden Graan voor Visch, Rijsenhout, Spaarndam en Floriande waar bewoners zich respectievelijk ‘het onveiligst’ en ‘het veiligst’ voelen in eigen buurt. Door de oorzaken te kennen worden ook de aangrijpingspunten voor verbetering zichtbaar.

–na de onderzoeksfase een integraal plan van aanpak maken voor het verbeteren van onveiligheidsgevoelens en het verder uitbouwen van de best practices hiervan naar die gebieden waar dit noodzakelijk wordt geacht.

–het verbeteren van communicatie en informatievoorzieningen rondom de veiligheid en leefbaarheid in de buurt.

–het wijzen van inwoners op eigen verantwoordelijkheid en het informeren van bewoners met bijvoorbeeld handelingsperspectieven.

–het bevorderen van een integrale samenwerking, een betere ketensamenwerking op het thema veiligheidsbeleving bewerkstellingen tussen professionals in de zorg- en veiligheidsketen.

–zorgen voor veilige buurten door het bevorderen van veiligheidsgevoelens in eigen buurt op te nemen in herinrichtingsplannen en nieuwbouwplannen.

–maatwerk toepassen in buurten en straten zoals bij de aanpak van woninginbraken in hotspots

–het uitvoeren van projecten in het kader van versterken sociale kwaliteit. Bijvoorbeeld het Project “Meer voor elkaar’ inzetten verbreden naar andere wijken/kernen.

–het onderhouden, in stand houden en verbeteren van ‘schoon en heel’, de openbare ruimte en groenvoorziening in wijken.

–het gebiedsgericht samenwerken tussen handhavers, politie, inwoners en ondernemers tot stand brengen in de gebieden Noord, Midden en Zuid.

Financiën

Voor het verbeteren van het veiligheidsgevoel in eigen buurt zetten wij het jaarlijks beschikbare materiele budget van € 50.000 (dat was gereserveerd voor de aanpak van woninginbraken) de komende jaren in op:

–het uitvoeren van het plan van aanpak High Impact Crimes 2018-2022.

–het uitvoeren van kwalitatief onderzoek naar veiligheidsbeleving in enkele pilot wijken.

–het inzetten van social media en communicatie campagnes.

De te maken kosten zullen in eerste instantie binnen de bestaande begroting worden gedekt. Indien deze niet toereikend zijn zullen wij de dekking van de extra lasten betrekken in de integrale afweging bij de Voorjaarsrapportage 2019.

3.2.2. Versterken keten zorg-veiligheid

Inleiding van het thema

Maatschappelijke ontwikkelingen zoals het langer thuis blijven wonen van hulpbehoevende en kwetsbare inwoners en de zelfredzaamheid die van mensen wordt verwacht, brengen risico’s met zich mee, zowel op het gebied van zorg en welzijn als op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. De afgelopen jaren zijn in het sociaal domein grote veranderingen doorgevoerd. Die veranderingen hebben geleid tot een nieuwe balans tussen zorg en veiligheid en hebben effect op de persoonlijke leefsituatie van hulpbehoevende en kwetsbare inwoners en op de leefbaarheid en veiligheid in wijken en kernen. Binnen het veiligheidsdomein uit zich dit o.a. in woonoverlast en overlast van personen met verward gedrag. Daarnaast is de fysieke veiligheid in de woningen van kwetsbare inwoners een aandachtspunt. De gemeente speelt een belangrijke regierol in de aanpak van complexe casuïstiek, afstemming van interventies en de verbinding tussen de zorg- en veiligheidspartners. Voor de komende jaren zien wij daar een blijvende, intensieve, rol weggelegd.

Ondanks de verschillende inspanningen zien wij verbetermogelijkheden in de regievoering, het toepassen van maatwerk, het vinden van elkaar en benutten van elkaars kennis en expertise. Met het versterken van de keten zorg-veiligheid en vroegtijdige signalering willen wij:

–woon- en leefsituatie van inwoners verbeteren

–overlast voor de omgeving verminderen

–recidive en escalatie voorkomen

–bijdragen aan de sociale kwaliteit in wijken en kernen

Problematiek

Bij het versterken van de verbinding tussen het zorg- en veiligheidsdomein gaat het vaak om personen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen. Dit kan zich uiten in gewelddadig gedrag, maar ook in verwaarlozing. Vaak ervaren personen problemen op meerdere levensgebieden. De combinatie van verschillende problematiek (o.a. psychische-, verslavings- en financiële problemen) kan de druk die wordt ervaren versterken. Om te voorkomen dat mensen afglijden of overlastgevend gedrag geven is een passende ondersteuning en maatwerk van belang. Dit vraagt veel inzet van partijen, terwijl de oplossingen vaak niet eenvoudig gevonden worden. Dit vergt een lange adem en goede afstemming tussen betrokken partijen waarbij het belang van de persoon en de omgeving nooit uit het oog verloren mag worden. Maatwerk, doorzettingsmacht en beslissingsbevoegdheid zijn belangrijke waarden om de problematiek mee aan te pakken. Voor wat betreft de fysieke veiligheid van de kwetsbare en hulpbehoevende inwoners gaat het om de brandveiligheid.

Focuspunten

Bij het versterken van de verbinding tussen zorg en veiligheid leggen wij onze focus op vier (groepen van) personen waarvan hun situatie of problematiek er toe leidt dat wij zowel in het zorgdomein als in het veiligheidsdomein met deze mensen te maken (kunnen) hebben. Daar waar zorg voor deze mensen niet toereikend is zijn de effecten ook merkbaar in het veiligheidsdomein met name in de vorm van overlast.

Personen met verward gedrag.

Het aantal meldingen van personen met verward gedrag is de afgelopen jaren toegenomen, zowel lokaal als landelijk. Wij willen voorkomen dat personen tussen wal en schip vallen, de aandacht voor de persoon en directe omgeving voorop stellen en een sluitende aanpak realiseren, zodat veiligheidsgevoelens in wijken en kernen worden bevorderd, crisissituaties zo veel mogelijk worden voorkomen en politie en hulpdiensten worden ontlast. Daarbij is het van belang duidelijkheid te scheppen over op welke plekken welke signalen af kunnen worden gegeven. In het plan van aanpak Personen met verward gedrag staan welke acties worden ondernomen om vanaf eind 2018 tot een sluitende aanpak te komen waarbij de mensen de ondersteuning kunnen ontvangen die zij nodig hebben. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, die in 2020 in werking treedt, regelt o.a. dat verplichte zorg ook buiten een GGZ-instelling opgelegd kan worden. De burgemeester krijgt hierin een belangrijke rol.

Zorgmijders en mensen die niet op eigen kracht hulp kunnen vragen

Zorgmijders hebben geen hulpvraag maar wel zorg nodig. Als mensen geen hulp willen, kan het een uitdaging zijn hen toch te bewegen zorg en hulp te accepteren. De omgeving van deze personen ervaart soms (ernstige en langdurige) overlast. Professionals die in de vorm van bemoeizorg, actief de mensen opzoeken en ondersteunen, spelen een essentiële rol in de aanpak en vroegtijdige inzet bij problematiek. Via bemoeizorg worden personen gemotiveerd meer balans te bewerkstelligen in hun leven.

Kwetsbare inwoners met verminderde zelfredzaamheid

De samenleving wordt complexer (o.a. door technologische ontwikkelingen en digitalisering) waardoor kwetsbare inwoners met verminderde zelfredzaamheid eerder vastlopen in de maatschappij. Er wordt een groot beroep gedaan op zelfredzaamheid en op de omgeving (van burenhulp tot mantelzorg) van deze personen. Het risico bestaat dat personen met een moeilijk definieerbare hulpvraag onvoldoende hulp ontvangen. Ouderen verdienen in het bijzonder aandacht, om hen te beschermen en ouderenmishandeling of andere problemen en risico’s (zoals brandveiligheid) te voorkomen.

Geweld door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer

Relationeel geweld (seksueel geweld, huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling) heeft een grote impact op betrokkenen. Voor een gezonde en veilige leefomgeving, voor jong en oud, vinden wij het belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium de problematiek te signaleren, aan te pakken en duurzaam op te lossen. Dit focuspunt vraagt om een intensieve wisselwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein. Het voorkomen van deze specifieke vormen van geweld bij al de eerste signalen is belangrijk. Ook het instrument ‘tijdelijk huisverbod’ is cruciaal om veiligheid èn zorg te garanderen. Wij sluiten daarbij aan bij het landelijke programma ‘geweld hoort nergens thuis’.

Uitgangspunten

In ons veiligheidsbeleid is zelfredzaamheid een uitgangspunt, waarbij wij uiteraard voldoende rekening houden met personen waarbij sprake is van verminderde of niet-zelfredzaamheid. Voor mensen die zorg mijden of niet op eigen kracht hulp kunnen vragen levert dit uitgangspunt dan ook een spanning op omdat het zoeken is wat mensen wel kunnen en willen. Voor de prioriteit versterken van de keten zorg-veiligheid vormen de integrale ketenaanpak, gebiedsgericht werken en informatie gestuurd werken belangrijke uitgangspunten. Daarnaast vraagt de sociale problematiek op Schiphol een specifieke aanpak die gericht is op de luchthaven en de reisbewegingen die daar plaatsvinden.

Indicatoren/doelstellingen

Het meten van de versterking keten zorg-veiligheid aan de hand van harde data is ingewikkeld. Toch willen we een aantal indicatoren opnemen die een beeld geven van de problematiek. Deze indicatoren staan in onderstaand overzicht. Zonder context zegt een indicator echter weinig. Op dit thema gaat het ons meer om het proces voor een sterkere keten, waarbij creatief denken en een sterkere, domein overstijgende samenwerking wordt gerealiseerd. We willen als resultaat van die versterkte keten een beheersbare situatie en verminderde overlast(gevoelens). Daarvoor gaan wij nieuwe instrumenten creëren, en onderzoek doen zoals een kwalitatieve meting van ervaringen van cliënten, omwonenden en/of professionals.

Indicator

Bron

Meting 2017

Streefwaarde 2019

Streefwaarde 2020

Streefwaarde 2021

Streefwaarde 2022

Incidenten personen met verward gedrag

Politie

576

530

480

400

350

Incidenten personen met verward gedrag Schiphol / aanvaarde hulp

KMar

150

130

100

80

75

Aantal opgelegde gebieds-ontzeggingen Schiphol

KMar

7

24

24

24

24

Aantal tijdelijke huisverboden

Gemeente

16

20

20

20

20

Aanpak en samenwerking met partners

Bij het verbeteren van de keten zorg-veiligheid werken wij intensief samen met onder meer het Zorg- en Veiligheidshuis, Veilig Thuis, politie, Openbaar ministerie, Koninklijke Marechaussee, reclassering, GGZ (inclusief verslavingszorg), GGD, Meerwaarde, Schiphol Group en Schiphol Social Work.

Wij zetten in hoofdlijnen in op:

–Verbinding en bovenal vertrouwen tussen verschillende partijen vanuit zorg en veiligheidsdomein

–Vakmanschap van de professionals

–Problemen signaleren, informatie delen, samenwerken vanuit eigen verantwoordelijkheid met het gezamenlijke doel/gedeelde belangen voor ogen

–Duidelijke afspraken en afstemming acties

–Regie op een gemeenschappelijk gedragen plan

–Heldere, concrete (kortere termijn) doelen binnen bredere complexe geheel.

Financiën

Voor het versterken van de keten zorg-veiligheid zetten wij in op:

–Toereikende faciliteiten in het zorgdomein. Deze zijn van groot belang om problemen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid te voorkomen, zoals voldoende opvang, zorg en woongelegenheden

–Communicatie (beeldvorming/tolerantie en handelingsperspectief)

–Regisseur verbinding zorg- en veiligheid (versterken samenwerking)

–Onderzoek naar functioneren/effectiviteit zorg- en veiligheidsdomein/analyse (zie indicatoren)

De te maken kosten zullen in eerste instantie binnen de bestaande begroting worden gedekt. Indien deze niet toereikend zijn zullen wij de dekking van de extra lasten betrekken in de integrale afweging bij de Voorjaarsrapportage 2019.

3.2.3. Aanpak ondermijning / georganiseerde criminaliteit

Inleiding van het thema

Ondermijnende criminaliteit ondermijnt het lokale gezag, verslechtert de veiligheid en leefbaarheid in de buurt en levert schade op voor bonafide ondernemers. De ‘onderwereld’ maakt voor criminele activiteiten gebruik van diensten van ‘de bovenwereld’. Zo gebruiken criminelen vastgoed bijvoorbeeld voor het telen van hennep, het witwassen van crimineel verkregen vermogen of mensenhandel. Voor het verkrijgen en exploiteren van vastgoed maken ze onder andere gebruik van financiële dienstverleners, makelaars, notarissen, loodgieters en de overheid als vergunningverlener. Bewust of onbewust faciliteren deze partijen daarmee de ontplooiing van criminele activiteiten waardoor vermenging ontstaat tussen onder- en bovenwereld. Met de bestuurlijke aanpak willen wij deze vermenging bestrijden en voorkomen dat criminelen door de overheid worden gefaciliteerd.

Binnen het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (verder RIEC) werken wij met verschillende overheidspartners (o.a. het Openbaar Ministerie, de Politie, de Belastingdienst en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) samen aan het voorkomen en terugdringen van ondermijnende criminaliteit. Deze vorm van criminaliteit ondermijnt het lokale gezag en verslechtert de veiligheid en leefbaarheid, doordat onderwereld (onder valse voorwendselen) gebruik maakt van legale voorzieningen. Ondermijning is een vorm van georganiseerde criminaliteit die zich in de woonwijken en industrieterreinen manifesteert, maar niet op een zichtbare en meetbare manier zoals problemen met jeugdoverlast, woninginbrekers of personen met verward gedrag. Mede daarom hebben inwoners en ondernemers ook geen directe last van ondermijning en zullen zij het daardoor minder snel melden.

Wij gaan bestuursrechtelijke interventies plegen bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Zo wordt bijvoorbeeld het beleid op basis van artikel 13b Opiumwet toegepast wanneer er soft- en/of harddrugs wordt aangetroffen in een woning of lokaal. Bij illegale prostitutie in een woning of lokaal ontvangt de pandeigenaar een last onder dwangsom. En bij illegale autoverkoop wordt er gehandhaafd op basis van het bestemmingsplan.

Tevens hebben wij een vastgestelde beleidsregel Wet Bibob. Hiermee kunnen aanvragers van vergunningen of kopers van vastgoed en/of gronden financieel getoetst worden. De aanvrager en/of koper moet kunnen aantonen dat het verkregen geld niet van criminele activiteiten afkomstig is.

Problematiek

We willen en moeten voorkomen, dat de onderwereld structureel verweven raakt met de bovenwereld waardoor de rechtsorde in gevaar kan komen. Bij de aanpak van ondermijning/georganiseerde criminaliteit willen wij een focus leggen op woon- en adresfraude, criminele samenwerkingsverbanden, (verouderde) bedrijventerreinen en drugsproductie- en handel (inclusief -smokkel via Schiphol).

In Haarlemmermeer zijn er meerdere gelegenheidsstructuren voor criminelen. Haarlemmermeer heeft namelijk een gunstige ligging voor het ontplooien van criminele netwerken. Door de aanwezigheid van Schiphol en een veelheid aan kleine en grote bedrijventerreinen is Haarlemmermeer een belangrijk knooppunt in de metropoolregio Amsterdam met goede infrastructurele verbindingen naar binnen- en buitenland.

Focuspunten

Bij de aanpak van ondermijning leggen wij onze focus op vier aangrijpingspunten die een goede basis vormen om de problematiek het hoofd te bieden.

Woon- en adres fraude

Door het niet inschrijven of verkeerd inschrijven in de Basisregistratie Personen (verder BRP) kunnen personen zich onttrekken aan het zicht van de overheid. De basis in de aanpak ondermijning voor de gemeente (en voor veel andere partners) begint bij een goede registratie in de BRP. Met een goede registratie is het moeilijker om fraude te plegen met uitkeringen en/of toeslagen. Goed geregistreerde personen zijn altijd traceerbaar door de overheid.

Criminele samenwerkingsverbanden

Criminelen organiseren zich in een netwerk waarbij zij zich structureel bezighouden met criminaliteit voor hun eigen financieel gewin. Belangrijk is hierbij dat we niet in een piramidevorm denken met één leider maar meer in de aanpak van facilitators. Criminele netwerken zijn steeds minder hiërarchisch maar meer een flexibel geheel waarbij personen makkelijk vervangbaar zijn. Zij ondermijnen daarbij de wet- en regelgeving van de overheid. Denk hierbij aan het onterecht verkrijgen van een uitkering, subsidie of toeslagen, het misbruiken van vergunningen, het verkrijgen van geld door criminele activiteiten (mensenhandel, hennepteelt- en handel, vastgoedfraude) en dat vervolgens in de legale economie willen brengen (witwassen). Op den duur kunnen deze criminele samenwerkingsverbanden onaantastbaar lijken. Wij kunnen deze problematiek alleen maar gezamenlijk aanpakken met partners. En tevens kunnen wij barrières opwerpen om deze vorm van ondermijning tegen te houden. Bijvoorbeeld middels de beleidsregel Wet Bibob.

Verouderde bedrijventerreinen

De gemeente kent een aantal oudere bedrijventerreinen waar het risico bestaat dat illegale bedrijven die onder de radar willen blijven zich daar willen vestigen. Een projectmatige en integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit levert successen op, zoals op bedrijventerrein De Weeren in Zwanenburg (aantreffen van wapens, drugs en gestolen voertuigen).

Drugsproductie en -handel

Steeds vaker worden wij geconfronteerd met het dumpen van drugsafval in onze gemeente. Dit is voor ons een duidelijke aanwijzing dat we op dit vlak extra inzet moeten plegen om ook degenen die zich hier mee bezig houden te achterhalen. Drugsproductie en -handel is in Nederland nu eenmaal zeer lucratief waarbij de pakkans en de straffen laag zijn. De aanwezigheid van Schiphol heeft een aantrekkende werking op het smokkelen van drugs. Naast een lokale aanpak primair door de KMar is ook een meer landelijke aanpak en internationale samenwerking noodzakelijk om drugssmokkel via Schiphol aan te pakken. Daarnaast blijkt uit casuïstiek dat er bijna altijd een link is tussen georganiseerde criminaliteit en drugshandel. Omdat nu eenmaal met drugshandel snel en veel geld valt te verdienen.

Wij hebben opdracht gegeven voor een onderzoek naar ondermijning door een extern deskundige. Dit zogenoemde Ondermijningsbeeld vergroot het zicht op en inzicht in de georganiseerde criminaliteit in de gemeente en versterkt onze informatiepositie. Hierdoor kan ondermijnende criminaliteit effectiever worden aangepakt. Het ondermijningsbeeld beschrijft concrete signalen op het niveau van (rechts)personen, branches en locaties.

Uitgangspunten

Binnen de aanpak ondermijning zijn vooral de integrale ketenaanpak en het informatie gestuurd werken uitgangspunten waaraan wij met onze partners verder vorm gaan geven.

Verder vinden wij het uitgangspunt participatie van inwoners en ondernemers belangrijk binnen deze prioriteit, omdat inwoners en ondernemers een uitstekende informatiebron kunnen zijn om ons (bijvoorbeeld via Meld Misdaad Anoniem) te helpen in de aanpak.

Indicatoren/doelstellingen

Ons doel is om op basis van samenwerking en een gezamenlijk informatiebeeld de meest efficiënte en effectieve aanpak toe te passen om de georganiseerde criminaliteit terug te dringen. Wij zijn in staat proactief, preventief en repressief ondermijning te voorkomen en te bestrijden. Met behulp van informatie van inwoners en ondernemers. Om de aanpak te meten zullen wij de komende jaren de volgende indicatoren hanteren.

Indicator

Bron

Meting 2017

Streefwaarde 2019

Streefwaarde 2020

Streefwaarde 2021

Streefwaarde 2022

Misdrijven handel en vervaardigen soft- of harddrugs

Politie

26

25

<25

<25

<25

Waarschuwingen en sluitingen woningen en lokalen soft- en harddrugs

Gemeente

23keer waarschuwing

en 10 keer sluitingen

30keer

waarschuwing

en 15 keer sluiting

30keer

waarschuwing

en 20 keer

sluiting

30keer

waarschuwing

en 25 keer

sluiting

30keer

waarschuwing

en 25 keer sluiting

Aantal signalen die vanuit gemeente worden aangebracht bij het RIEC

Gemeente

5

12

15

15

15

Aantal ontmantelde hennepkwekerijen

Politie

43

45

>45

>45

>45

Aantal RIEC casussen

RIEC

9

15

20

20

20

Aanpak en samenwerking met partners

Samen met onze (publieke en private) partners gaan wij georganiseerde criminaliteit tegen en willen deze zoveel mogelijk ontwrichten, waarbij gebruik wordt gemaakt van bestuursrechtelijke-, fiscale- en strafrechtelijke instrumenten. De overheidspartijen treden daadkrachtig op tegen vormen van ondermijning. Het bundelen en delen van de juiste informatie is hierbij randvoorwaardelijk.

Ter uitwerking van deze prioriteit maken wij een integraal plan van aanpak ondermijning 2018-2022.

Inwoners en ondernemers hebben geen direct negatief effect van georganiseerde criminaliteit. Maar op de lange termijn kunnen zij er wel last van krijgen. Zolang de inwoners en ondernemers weinig melden blijven er witte vlekken waarvan de overheidspartners geen wetenschap hebben. Wat wij niet weten kunnen wij ook niet aanpakken. Een bewustwordingscampagne onder inwoners en ondernemers kan de gemeente helpen in het ontvangen van signalen van georganiseerde criminaliteit. In de campagne moet inzichtelijk worden gemaakt welk direct effect georganiseerde criminaliteit op hen heeft. Onterecht uitgekeerde uitkeringen kost de gemeenschap geld maar ook het ontmantelen van een hennepkwekerij kost capaciteit van de overheid en daardoor geld.

We zetten in hoofdlijnen in op:

1Deelnemen aan alle RIEC-casuïstiek en indien wij signalen hebben van ondermijning deze aanleveren bij het RIEC;

2Persoonsgerichte aanpak en locatiegerichte aanpak van Outlaw Motor Gangs;

3Uitvoeren van de beleidsregel Wet Bibob;

4Handhaven volgens het beleid volgens artikel 13b Opiumwet bij soft- en harddrugs;

5Continueren van de ambtelijke wekgroep georganiseerde criminaliteit;

6Continueren van integrale controles bij seks- en escortbedrijven;

7Handhaven op illegale prostitutie;

8Opstellen van een plan van aanpak woon- en adresfraude;

9Opstellen van een integraal plan van aanpak ondermijning 2018-2022.

Financiën

Er is structureel budget noodzakelijk om een hoger bewustzijn over ondermijning te creëren bij inwoners en ondernemers. Hiermee wordt de meldingsbereidheid van hen vergroot waardoor de overheidspartners meer signalen ontvangen. De overheidspartners kunnen met deze signalen de integrale aanpak uitvoeren om zo de ondermijning aan te pakken.

Om de aanpak Ondermijning te kunnen starten is extra capaciteit nodig: dit vergt medewerkers en/of functies die we nu niet in de gemeente hebben.

Zo is een Tactisch analist noodzakelijk om beter informatie gestuurd te kunnen werken. Waarbij de verzamelde informatie uit onderzoeken en het RIEC-informatieplein d.m.v. gedetailleerde analyse wordt omgezet in ‘intelligence’: (harde) analyse en informatie die bruikbaar is ten behoeve van integrale en bestuurlijke interventies.

Daarnaast om het thema ‘woon- en adresfraude’ vorm te geven dient er extra capaciteit te komen bij Burgerzaken voor een bevolkingscontroleur. Deze bevolkingscontroleur kan controleren op de juistheid van de BRP, heeft bevoegdheden om onderzoek te doen door bijvoorbeeld controlebezoeken afleggen aan zowel bestaande als leegstaande panden en kan personen ambtshalve inschrijven in de BRP.

De te maken kosten zullen in eerste instantie binnen de bestaande begroting worden gedekt. Indien deze niet toereikend zijn zullen wij de dekking van de extra lasten betrekken in de integrale afweging bij de Voorjaarsrapportage 2019.

3.2.4. Integraal samenwerken aan contraterrorisme, extremisme en radicalisering (CTER)

Inleiding van het thema

CTER heeft een brede scope. In tegenstelling tot wat vaak wordt verstaan onder CTER gaat het in Haarlemmermeer niet alleen over de gewelddadig religieuze variant. Het gaat ook over de vormen links- en rechts (politiek), milieu en dieren. Op dit hele spectrum kunnen zich uitingen voordoen op het gebied van CTER.

Daarnaast gaat CTER ook over het voorstadium van radicalisering; polarisatie. De verbinding tussen mensen en verschillende groepen is bij polarisatie in het geding. Samenhang met inclusiebeleid en andere activiteiten vanuit het sociaal domein/zorg en welzijn zijn daarbij van belang.

Het is bij de aanpak van CTER en polarisatie van belang dat verschillende organisaties en sleutelpersonen kennis hebben over inhoud en achtergrond van thematiek en over een handelingsperspectief beschikken hoe om te gaan met bepaalde signalen en informatie. De gemeente moet goed ingericht zijn om dit zowel te kunnen stimuleren als aan te pakken. De aanpak kent zowel een preventieve insteek, als een repressieve.

Naast bovengenoemde ontwikkelingen en activiteiten verandert onze omgeving dermate dat er noodzaak is om ons voor te bereiden op een hopelijk nooit voordoende uiting van extreem geweld. Uit de burgerparticipatie voor deze nota blijkt dat inwoners en bezoekers van onze gemeente er ook van uit gaan dat de overheid er alles aan doet om de risico’s op extreem geweld te voorkomen en goed voorbereid is op een situatie als die zich voordoet. Dit alles maakt dat de gemeente samen met haar partners dient te voorzien in een adequate hulpverlenings- en crisisorganisatie welke paraat en bekwaam is met betrekking tot terrorismegevolgbestrijding.

De gemeente Haarlemmermeer heeft de vanaf 2016 haar eerstelijns professionals die frequent in contact staan met inwoners, ondernemers en organisaties, opgeleid middels basis- en verdiepingstrainingen op het gebied van CTER. Zij beschikken daarmee over kennis van het onderwerp, hoe het zich kan manifesteren en hoe zij ermee om moeten gaan wanneer zij ermee geconfronteerd worden. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het bestaande netwerk van contactpersonen en wordt deze waar nodig uitgebreid. Dit heeft tot doel om een goede informatiepositie te behouden en te versterken wat essentieel is voor een goede aanpak van polarisatie en CTER.

Wanneer zich een (potentiële) CTER-casus voordoet binnen de gemeente Haarlemmermeer, wordt binnen de in het Regionaal Bestuurlijk Overleg Politie (RBOP) gemaakte afspraken samengewerkt met integrale ketenpartners, zowel binnen als buiten de gemeente. De gemeente maakt waar nodig gebruik van duidingsexperts ten behoeve van een adequate informatieanalyse en inzet van de juiste maatregelen.

In Haarlemmermeer beschikken we over een parate en getrainde reguliere hulpverlening- en crisisorganisatie. Daarnaast is de afgelopen jaren de aandacht uit gegaan naar zelfredzaamheid, hulpverlening door omstanders en specifieke voorbereiding op onder andere terrorismegevolgbestrijding.

In Haarlemmermeer zijn voor zover bekend weinig CTER-casussen. Het is juist dan van belang om aandacht te houden voor het thema. Nu er nagenoeg geen uitreizen naar, en terugkeerders van het strijdgebied zijn, wil niet zeggen dat de problematiek en aanhangers van dit specifieke radicaal gedachtegoed of ontwikkelingen op andere domeinen van CTER niet meer bestaan.

Verbreding van CTER naar polarisatie is een verbetering van de aanpak. Polarisatie vindt vaker plaats dan uitingen van CTER, en kunnen een voorportaal voor individuen zijn van CTER. Door in te zetten op het tegengaan van polarisatie, wordt tegelijkertijd gewerkt aan meer sociale / maatschappelijke inclusie.

Complexiteit van vitale infrastructuur en maatschappelijke veerkracht bij een dreiging en na incidenten blijven aandacht vragen. Tevens vergt de continuïteit van parate en bekwame hulpverleningsdiensten en crisisorganisatie voor de dagdagelijkse hulpverlening en specifieke crisis focus en blijvende doorontwikkeling.

Problematiek

Haarlemmermeer kent een zeer beperkte problematiek op het gebied van CTER. Doordat er weinig casuïstiek is, is er tot op heden beperkte praktische ervaring opgedaan. De onbekendheid en onzichtbaarheid van CTER en polarisatie en niet weten wat ermee te doen kan problematisch zijn. Het thema wordt bijvoorbeeld op scholen nog onvoldoende onder de aandacht gebracht. Meer verbinding en dialoog met onderwijzers en leerlingen / studenten zijn hierbij van belang.

Wat wel wordt geconstateerd zijn uitingen van polarisatie en discriminatie, met verminderde sociale cohesie tot gevolg. Dit is overigens een maatschappij brede trend en niet specifiek voor Haarlemmermeer. Gevoelens van geen / beperkte verbinding binnen de maatschappij en met de overheid worden ervaren. Dit kan legio oorzaken kennen, waarvan sommige buiten de invloed van de lokale overheid liggen.

Een andere landelijke trend waar ook rekening mee gehouden wordt in Haarlemmermeer is de toenemende invloed van het salafisme. Het salafisme is een verzamelterm voor een spectrum aan fundamentalistische stromingen binnen de soennitische islam. De salafistische stromingen zijn gericht op morele ‘heropvoeding’ en ‘zuivering’ van de geloofsgemeenschap en de maatschappij. Zowel online als offline wordt het gedachtegoed breed verspreid. Hoewel zeker niet alle salafisten een gevaar vormen voor de democratische rechtsorde bestaan er desondanks zorgen om de antidemocratische, polariserende en onverdraagzame boodschap die door een aantal van hen verspreid wordt. Ook vormen aspecten van het salafisme een voedingsbodem voor radicalisering.

Haarlemmermeer heeft gelukkig geen ervaring met fysieke uitingen van extreem (terroristisch) geweld. Desondanks is anticipatie op dreigingen binnen en buiten Haarlemmermeer van belang. Naast maatschappelijke ontwikkelingen zoals de toename van mensen met verward gedrag, vormt de vitale infrastructuur een complexe uitdaging voor de crisisorganisatie. Dit vergt een veranderende houding en werkwijze van de hulpverleningsdiensten. Ook kan er voor dagelijkse incidenten en bij uitingen van extreem geweld een stap vooruit gemaakt te worden in het bevorderen van de handelingsperspectieven voor omstanders (eigen veiligheid en onderlinge hulpverlening).

Focuspunten

Bij het integraal (in de veiligheidsketen) samenwerken aan CTER zijn er een aantal focuspunten te onderscheiden. Deze worden hieronder toegelicht.

Polarisatie

Radicalisering en polarisatie zijn twee verschillende fenomenen. Ze zijn aan elkaar verwant, maar zijn niet gelijk. Polarisatie betreft de verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving die kan resulteren in spanningen tussen deze groepen en toename van de segregatie (o.a. langs etnische, religieuze en andere lijnen). Polarisatie is zorgelijk vanwege de toenemende sociale spanningen, in de klas, op straat, in de eigen organisatie en in de samenleving. Niet alleen omdat polarisatie als een mogelijke voedingsbodem voor alle vormen van radicalisering en extremisme kan dienen, maar omdat polarisatie an sich een negatieve invloed heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren. Professionals maken zich grote zorgen om toenemende vervreemding, toenemend wantrouwen tegenover instituties en autoriteiten, een groeiend wij-zij-denken en mentale segregatie die jongeren vatbaarder maakt voor extreme standpunten en boodschappen. Polarisatie zorgt er kortom mede voor dat jongeren zich kunnen terugtrekken en geen rolmodel meer willen zijn. Ze vinden dat de democratische rechtsstaat er minder voor hen is en ervaren deze zeker niet als wederkerig. Dat heeft niet alleen gevolgen voor hun persoonlijke ontwikkeling en de kansen die ze krijgen en nemen in hun leven. Het kan er ook toe leiden dat jongeren opgroeien tot volwassenen die weinig tot geen maatschappelijke verbondenheid ervaren en zich minder medeverantwoordelijk voelen voor het algemeen welzijn.

Preventie, detectie en repressie van radicalisering

Het voorkomen van radicalisering wordt preventie genoemd. Het herkennen van signalen van radicalisering wordt aangeduid als detectie. Het treffen van maatregelen (bestuurs- dan wel strafrechtelijk of zorg) om radicalisering tegen te gaan betreft repressie.

Parate en bekwame hulpverlening- en crisisorganisatie

Dit wordt opgepakt bij het veiligheidsthema Crisisbeheersing (zie bijlage 1).

Uitgangspunten

Voor deze prioriteit zijn twee beleidsuitgangspunten dominant namelijk de integrale keenaanpak en informatie gestuurd werken.

Integrale ketenaanpak

De verbinding en korte lijnen tussen organisaties en professionals, zowel binnen als buiten de gemeente, zijn essentieel voor een effectieve aanpak. Radicaliseringsvraagstukken en een adequate crisisaanpak zijn vaak multidisciplinair van aard, raken meerdere organisaties en vergen verschillende soorten maatregelen. Afstemming tussen partners en onderlinge informatiedeling is daarbij van belang. In regionaal en lokaal verband wordt al intensief integraal samengewerkt. Dit heeft in het verleden zijn nut bewezen en zal worden gecontinueerd.

Informatie gestuurd werken

Informatie is van groot belang bij het tijdig kunnen inspelen op polarisatie- en CTER-casuïstiek. Daarbij is het van belang dat niet alleen de politie, maar ook de gemeente informatie uit de samenleving kan halen. De gemeente staat in verbinding op diverse gebieden met inwoners. Denk daarbij aan burgerzaken, leerplicht, sociale recherche, handhaving en toezicht, etc. Daarvoor is het in verbinding staan met de gemeenschap en gemeenschappelijke organisaties van groot belang. Informatie kan ook verkregen worden door middel van meldingen van inwoners en ondernemers. Informatie kan niet alleen een beeld geven van individuele gevallen, maar ook van mogelijk bredere ontwikkelingen in wijken of gemeenschappen. De verkregen informatie wordt geduid door professionals. Dat houdt in dat wordt gekeken of meldingen daadwerkelijk te maken hebben met radicalisering.

Indicatoren/doelstellingen

CTER laat zich, anders dan veel andere veiligheidsthema’s, lastig in een uitgekristalliseerd beeld vastleggen. Zowel kwalitatief als kwantitatief. Resultaten en effectiviteit van een preventieve en repressieve aanpak zijn nauwelijks meetbaar. Veel speelt zich buiten het zicht van de openbaarheid af. Ook kan niet alles vanuit gemeentelijk beleid worden voorkomen of aangepakt. Denk bijvoorbeeld aan een terreuraanslag die elders is voorbereid, maar hier plaats vindt.

Onze doelstellingen binnen deze prioriteit zijn:

–Tijdig herkennen van CTER en polarisatie

–Hogere meldingsbereidheid bij inwoners en ondernemers

–Bewustwording en bekendheid bij professionals, inwoners en organisaties hoe gedrag te herkennen en te beschikken over handelingsperspectief hoe het te voorkomen

–Grotere sociale cohesie

–Integrale samenwerking (intern en extern)

–Meer / betere informatievoorziening- en positie

–Afname van polarisatie, radicalisering, extremisme en terrorisme

–Parate en bekwame crisisorganisatie

Indicator

Bron

Meting 2017

Streefwaarde 2019

Streefwaarde 2020

Streefwaarde 2021

Streefwaarde 2022

Incidenten terreurdreiging

Politie

0

0

0

0

0

Meldingen CTER / ISTER Schiphol

KMar

1.177

1.000

750

<750

<750

Aantal casussen

Gemeente

4

0<4

0<4

0<4

0<4

Aantal crisisoefeningen

Terrorisme gevolgbestrijding

VRK

7

7

7

7

7

Aanpak en samenwerking met partners

We zetten op hoofdlijnen in op:

–Korte lijnen tussen professionals en kennis hebben van (elkaars) interventie(on)mogelijkheden.

–Borging van CTER en polarisatie in beleidsplannen van betrokken organisaties die een rol spelen in de aanpak.

–Periodieke afstemming tussen in- en externe partnerorganisaties.

–Informatiedeling en netwerkbenadering (integraliteit).

–Handelingsbekwaam zijn en blijven.

We werken als gemeente samen met een groot intern- en extern netwerk, namelijk: team OOV, sociaal domein /sociale wijkteam, Leerplicht, Burgerzaken, Handhaving & Toezicht, SSC, KCC, Sociale Recherche, gebiedsmanagement en relatiebeheer, Politie basisteam Haarlemmermeer, Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Noord-Holland), Zorg- en Veiligheidshuis Kennemerland, MeerWaarde, Zelforganisaties, Sleutelfiguren en organisaties vanuit de gemeenschap, Scholen, Wijkcentra, Jongerenwerk, Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering Nederland, GGZ, KMar, VRK.

Financiën

We willen investeren door in te zetten op:

–Inhuren expertise (duidingsexpertise) voor incidentele casusbehandelingen

–trainingen (kennis en handelingsperspectief)

–preventie: kennisverbreding over dit thema bij scholen; maatschappelijk werk organisaties

–Capaciteit medewerkers

–Onderzoeken

De te maken kosten zullen in eerste instantie binnen de bestaande begroting worden gedekt. Indien deze niet toereikend zijn zullen wij de dekking van de extra lasten betrekken in de integrale afweging bij de Voorjaarsrapportage 2019.

Bijlage 1. Overige veiligheidsthema’s 2018-2022

De prioriteiten zijn in hoofdstuk 3. uitgewerkt. In deze bijlage wordt de aanpak op hoofdlijnen van de overige veiligheidsthema’s in het kort aangegeven. De nadere uitwerking vindt plaats in het jaarlijks uitvoeringsprogramma veiligheid.

Veilig winkelgebied

Veilige bedrijventerreinen

Veilig uitgaan

Veilige evenementen

Veilig toerisme en Schiphol

Jeugdoverlast

Jeugdcriminaliteit

Jeugd, alcohol en drugs

Veilig in en om de school

Brandveiligheid

Externe veiligheid / milieu

Crisisbeheersing

Hartveilig wonen

Veilige publieke taak

Informatieveiligheid

Ambtelijke- en bestuurlijke integriteit

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.