GEMEENTEBREDE BESCHOUWING GEMEENTELIJKE ACCOMMODATIES & MAATSCHAPPELIJKE ACTIVITEITEN
IAP – WERKWIJZE VAN WIJKANALYSE TOT ACTIEPLAN
Bijlage 1: begrippenkader
We werken integrale plannen en voorstellen uit voor de maatschappelijke voorzieningen in de wijken en kernen van onze gemeente. Vanwege de integrale benadering is sprake van een mix van begrippen die we hier duiden.
Maatschappelijke activiteiten: Dit zijn bezigheden die voortkomen uit de maatschappelijke behoeften van mensen of een groep mensen.
Maatschappelijke voorzieningen: Een combinatie van functies, activiteiten en accommodaties die zijn gericht op het bewerkstelligen van specifieke behoeften en doelstellingen van doelgroepen.
Maatschappelijke accommodaties: Vastgoedobjecten met een maatschappelijke bestemming, die worden ingezet voor de beleidsdoelstellingen van onderwijs, welzijn, zorg, sport en cultuur. De bestemming van de accommodatie (het object) is bepalend, niet het eigendom van het object.
Bovenwijkse maatschappelijke voorziening: Een maatschappelijke voorziening waarvan het nut zich uitstrekt over een groter gebied dan de wijk of kern waar de maatschappelijke voorziening is gevestigd.
Bijlage 2: gedetailleerde beschrijving aanpak wijkanalyse
Kick-off
In de kick-off wordt er een plenaire presentatie gehouden voor het IAP team. In deze presentatie wordt het plan van aanpak toegelicht en een beeld geschetst van het ‘DNA’ van de wijk op basis van gegevens waar O&S over beschikt. Dit zijn o.a. de volgende gegevens:
•Achtergrond en historie van een wijk;
•Uitstraling: veel of weinig groen, veel of weinig verhard, type woningen;
•Grote/relevante ontwikkelingen in de wijk;
•Demografische samenstelling en ontwikkeling: vergrijzing, verjonging;
•Economische omstandigheden in de wijk: gemiddeld inkomen en besteding;
•Zorgvraag: aantal regelingen in gebruik;
•Participatie: arbeid, vrijwilligers, betrokkenheid wijkbeheer, eenzaamheid, buurtcohesie
•Aantal woningen (incl. % sociale huur);
•Aantal huishoudens onder 105% sociaal minimum.
Hierbij is aandacht voor de karakteristieke thema’s die spelen in de wijk en de lopende en verwachte (woningbouw)ontwikkelingen. Deze presentatie wordt door de ambtelijk opdrachtnemer IAP voorbereid samen met O&S en de gebiedsmanagers.
Feitenanalyse
De feitenanalyse wordt uitgevoerd op drie onderdelen: stakeholder, programma en vastgoed. Voor het verzamelen van de feitelijke gegevens is een Excel model ontwikkeld.
•In het onderdeel stakeholders wordt een overzicht gegeven van alle stakeholders die actief zijn in de betreffende wijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dorps- en wijkraden, welzijnsorganisaties, exploitanten van maatschappelijk vastgoed, sportverenigingen, culturele verenigingen, vrijwilligersorganisaties, etc. Per stakeholder wordt de mate van invloed en belang ingeschat en de basishouding bepaald. Tevens wordt er geïnventariseerd of de stakeholder activiteiten organiseert die beleidsmatig ondersteund worden en waar de niet ingevulde behoefte uit bestaat. Bij de start van de wijkanalyse wordt de stakeholderanalyse gericht op de meer algemene houding van de belangrijkste partijen in de wijk.
•Bij programma worden in de eerste plaats alle activiteiten geïnventariseerd die beleidsmatig worden ondersteund. Per activiteit wordt de spreiding (welke reikwijdte heeft een activiteit: betreft het een wijkfunctie, bovenwijkse functie of gemeente-overstijgende functie), de rol van de gemeente en de subsidiering in beeld gebracht. Vervolgens wordt geïnventariseerd waar (in welke accommodatie) de activiteit wordt gefaciliteerd. Naast de aanwezige activiteiten wordt er, binnen het onderdeel programma, tevens gekeken naar de bereikbaarheid van activiteiten die beleidsmatig gewenst zijn, maar in de betreffende kern niet worden gefaciliteerd. Tot slot worden in de analyse ook de activiteiten geïnventariseerd die niet beleidsmatig ondersteund worden.
•In het onderdeel vastgoed worden alle aanwezige gemeentelijke accommodaties geanalyseerd. Per accommodatie wordt inzichtelijk gemaakt om wat voor type vastgoed het gaat, wat het bouwjaar is, wat de capaciteit is, hoe toegankelijk de accommodatie is en hoe het vastgoed gebruikt wordt. Daarnaast worden ook financiële vastgoedgegevens opgehaald zoals de kostprijsdekkende huur en de WOZ- en de boekwaarde. Tot slot worden ook in de analyse ook de accommodaties verzameld die in particulier eigendom zijn en waarin maatschappelijke activiteiten plaatsvinden.
Iedere discipline gaat met zijn/haar onderdeel aan de slag om alle feitelijke gegevens op te halen. De gebiedsmanagers gaan aan de slag met het onderdeel stakeholders. SSC vult het onderdeel programma in en Vastgoedzaken houdt zich bezig met het onderdeel vastgoed. Het hiervoor ontwikkelde format in Excel is eenvoudig in te vullen. Op basis van de gemeentelijke kaders, die in paragraaf 4.2 omschreven worden, rolt er, indien van toepassing, een beoordeling uit de ingevulde gegevens. Iedere discipline krijgt een week de tijd om de gegevens op te halen en het format in te vullen. Gedurende deze week komt het IAP team geregeld bij elkaar om de voortgang van de individuele feitenanalyse te bespreken zodat er, indien nodig, tijdig bijgestuurd kan worden.
Benoemen kansen en knelpunten en verkennen en kwalificeren oplossingsrichtingen
In een bijeenkomst waar O&S, gebiedsmanagement, SSC en Vastgoedzaken bij aanwezig zijn worden de uitkomsten van de feitenanalyse met elkaar gedeeld. Na deze bijeenkomst worden twee sprints georganiseerd om met de resultaten uit de feitenanalyse aan de slag te gaan.
Sprint 1: benoemen van de kansen en knelpunten
Per onderdeel (gebied, stakeholders, programma en vastgoed) worden gezamenlijk de kansen en knelpunten benoemd. Knelpunten zouden kunnen zijn: vraag naar andere activiteiten gezien de gebieds- of bevolkingsontwikkelingen, niet ingevulde activiteiten, niet conform beleid gefaciliteerde activiteiten, verouderd vastgoed, niet optimaal benut vastgoed ect. We benoemen de knelpunten vanuit de activiteiten en vanuit het vastgoed apart van elkaar. Tijdens deze exercitie kan het zijn dat op onderdelen verdiepend onderzoek nodig is
om dergelijke uitspraken te doen. Hier wordt ook een overzicht van gemaakt, zodat in de volgende stap het verdiepend onderzoek wordt uitgevoerd.
Sprint 2: verkennen en kwalificeren van oplossingsrichtingen
De kansen en knelpunten vormen de basis om gezamenlijk de eerste integrale oplossingsrichtingen uit te denken. Er is een matrix ontwikkeld die stimuleert om integraal te denken. Een knelpunt vanuit het programma (activiteit) heeft immers direct een relatie met het vastgoed en andersom. Een weergave van de matrix is hieronder weergegeven. Eerst worden vanuit de activiteit gerelateerde knelpunten de mogelijke oplossingen geïnventariseerd. Activiteit-gerichte oplossingen kunnen zijn:
•Activiteiten subsidiëren;
•Activiteiten huisvesten;
•Activiteiten niet meer faciliteren;
•Activiteiten anders faciliteren;
•Activiteiten clusteren;
•Niets doen.
Vervolgens wordt per oplossing het gevolg voor het aanwezige vastgoed specifiek omschreven. Een voorbeeld: het knelpunt is dat er vanuit de gemeenschap behoefte is aan een nieuwe activiteit. De uitkomst is dat de gemeente deze activiteit actief gaat huisvesten. Een gevolg voor het vastgoed kan zijn dat deze activiteit ondergebracht wordt in bestaand gemeentelijk vastgoed dat momenteel niet optimaal benut wordt of wordt ondergebracht in vastgoed van derden. Deze oplossingen dienen in een volgende stap van de analyse verder onderzocht te worden.
Ditzelfde wordt gedaan voor de vastgoed gerelateerde knelpunten. Vastgoed technische oplossingen voor de knelpunten kunnen zijn:
•Aanwezig vastgoed beter benutten;
•Aanwezig vastgoed uitbreiden;
•Aanwezig vastgoed renoveren;
•Nieuw/vervangend vastgoed realiseren;
•Inzetten vastgoed derden;
•Aanwezig vastgoed (gedeeltelijk) afstoten;
•Niets doen (in stand houden).
Ook voor de vastgoedoplossingen worden de gevolgen voor de aanwezige activiteiten omschreven. Ook hier een voorbeeld: een accommodatie wordt enkel monofunctioneel gebruikt en de bezetting is laag. Een mogelijke oplossing is dat het vastgoed wordt afgestoten. Het gevolg voor de activiteit kan zijn dat deze wordt ondergebracht in aanwezig vastgoed (publiek of privaat) waar nog ruimte is.
Door de gewenste oplossing in bovenstaande matrix in te vullen ontstaat het eerste integrale beeld van de opgave voor de wijk. Iedere oplossing wordt vervolgens gekwalificeerd. Dit houdt in dat wordt aangegeven of de oplossing een quick win (snel uit te voeren zonder grote gevolgen voor de wijk) betreft of dat een participatietraject noodzakelijk is.
Verdiepend onderzoek
Daar waar (wat betreft het gebied, stakeholders, programma of vastgoed) verdiepend onderzoek noodzakelijk is krijgt de verantwoordelijke een week de tijd om dit onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is nodig om een nauwkeuriger beeld van de huidige situatie te krijgen.
Bepalen integrale opgave
Opnieuw komt het IAP team gedurende een dagdeel bij elkaar. De resultaten van het verdiepende onderzoek worden met elkaar gedeeld. Gezamenlijk wordt de matrix hierop aangevuld, zodat er een compleet beeld van de ontwikkelopgave ontstaat dat met de BOG besproken kan worden.
Staf/bestuur informeren
De laatste stap in de analysefase betreft het informeren van de BOG over de opgave die voor ligt. De AON presenteert aan de BOG de doorlopen stappen en het eerste beeld van de ontwikkelopgave in de wijk. Tevens wordt om akkoord gevraagd op verdere uitwerking van de opgave en het eventueel starten van het participatietraject.
Bijlage 3: type kernen gemeente Haarlemmermeer
Team Onderzoek en Strategie hanteert voor haar onderzoeken (o.a. Kijk op de Wijk) een indeling van 36 wijken/kernen (zie ook de kaart op de volgende pagina). Grofweg zijn deze wijken onder te verdelen in kleine kernen/dubbeldorpen, (post)moderne wijken en centrumgebieden. Hieronder volgt een nadere toelichting.
Kleine kern en dubbeldorp
Het kenmerk van een kleine kern is een kleine woonomgeving in een landelijk gebied dat niet direct verbonden is met nabijgelegen grotere woonkernen. Het voorzieningenniveau is beperkt en kleinschalig van aard. De bevolkingsopbouw is licht vergrijzend.
Ontwikkelmogelijkheden voor extra woningbouw zijn beperkt (mede door beperkingen van het Luchthavenindelingsbesluit (LIB)). De sociale cohesie is groter dan gemiddeld. Dubbeldorpen zijn een karakteristiek Haarlemmermeers fenomeen. Dat is vooral duidelijk in het gebied waar de Ringvaart de gemeentegrens vormt. Hier vormen dorpen uit de Haarlemmermeer een dubbeldorp met (meestal) een dorp uit de aangrenzende gemeente. De banden van al de dubbeldorpen zijn sterk in historisch en sociaal opzicht. Het is dan ook logisch om bij een voorzieningenvraagstuk in een dubbeldorp hiermee rekening te houden.
Kleine kern en dubbeldorp
•Abbenes
•Buitenkaag
•Weteringbrug
•Burgerveen
•Rijsenhout (dd)
•Rozenburg
•Oude Meer
•Aalsmeerderbrug
•Lijnden
•Vijfhuizen/Nieuwebrug (dd)
•Cruquius (dd)
•Zwaanshoek (dd)
•Beinsdorp (dd)
•Lisserbroek (dd)
•Halfweg
•Spaarndam (dd)
•Spaarnwoude
•Haarlemmerliede
•Schiphol Rijk
•Boesingheliede
•Leimuiderbrug
•Hoofddorp omgeving
•Nieuw-Vennep omgeving
(Post)moderne wijken
De moderne wijken zijn in één keer bedacht en gebouwd volgens de geldende ideeën en normen van dat moment. Afhankelijk van de schaalgrootte en de verwachtte bevolkingssamenstelling berekenden planologen hoeveel voorzieningen benodigd zouden zijn. De planmatige wijken zijn elk ontworpen als aparte postzegel, waardoor minder oog is geweest voor de voorzieningensamenhang tussen wijken. Elke wijk kreeg z’n eigen winkelcentrum, scholen en sociaal- cultureel centrum op handige bereikbare plekken in de wijk. Veel van deze wijken zijn planologisch “naar binnen” gekeerd ontworpen.
(Post)moderne wijken
•N-V Getsewoud
•N-V Linquenda
•H Floriande
•H Overbos
•H Toolenburg
•H Bornholm
•H Graan voor Visch
•H Pax
•H Nassau en Tudorpark
Centrumgebieden
In de centrumgebieden heeft de buurt minder sociale betekenis dan in de kleine kernen en dubbeldorpen. Contacten met buurtgenoten zijn hier vaker oppervlakkig. In de stedelijke dynamiek van het centrum is het buurtvangnet het zwakst ontwikkeld. In de centrumgebieden zijn ouderen en alleenstaanden sterker vertegenwoordigd dan elders in de gemeente. Dat heeft gevolgen voor de sociale infrastructuur en de maatschappelijke voorzieningen in deze gebieden.
Centrumgebieden
•N-V Centrum
•N-V Welgelegen
•H Centrum
•Zwanenburg
•Badhoevedorp (incl. Nieuwe Meer)
Bijlage 4: vormen stakeholder analyse
1Analyse op basis van invloed en belang
•Focus – groot belang en veel invloed: deze stakeholders hebben jouw focus. Deze groep betrek je actief in het proces in bijvoorbeeld brainstormsessies.
•Relatie – klein belang en veel invloed: je onderhoudt de bestaande relatie en zodra je resultaten hebt toon je ze aan deze groep in bijvoorbeeld netwerkbijeenkomsten.
•Interesse – groot belang en weinig invloed: deze stakeholders zijn je ambassadeurs. Betrek ze bij inhoudelijke bijeenkomsten.
•Informatie – klein belang en weinig invloed: deze groep heeft voldoende aan de basisinformatie. Neem ze mee in berichtgeving en houd ze op de hoogte.
2Analyse op basis van vertrouwen en overeenstemming
•Tegenstanders – weinig vertrouwen en geen overeenstemming: wees duidelijk
•Coalitiegenoten – weinig vertrouwen en veel overeenstemming: wees zakelijk
•Opponenten – veel vertrouwen en geen overeenstemming: toon respect
•Medestanders – veel vertrouwen en veel overeenstemming: wees openhartig
Bijlage 5: Beleidskaders (programma)
In de onderstaande tabel wordt verwezen naar de vastgestelde beleidskaders per beleidsterrein.
Beleidsprogramma’s
Vastgestelde beleidsdocumenten
Binnensport, buitensport en bewegingsonderwijs
Sport- en beweegvisie Haarlemmermeer 2019-2029
“Sport in beweeglijk perspectief” (2009)
Sportvisie “Thuis in de sport” (2007) en ons daaruit volgend
sportbeleid
Ontmoeten en welzijn
Programmabegroti ng 2020-2023
Beleidsdoel C: Inwoners nemenin hun wijk, actief deelaan de samenleving
Uitwerking overdracht eigendom van sociaal-culturele accommodaties en ontvlechting van exploitatie en beheer Stichting Meerwaarde (reg.nr. 2012.0072866)
Uitwerking exploitatie en beheer sociaal culturele accommodaties (reg.nr.
2012.0003829)
Uitwerking Plan van Aanpak Sociaal Culturele Accommodaties (reg.nr. 2009.0023428
)
Cultuur
cultuurbeleid (Actualisatie 2017-
2020 (reg.nr.
2017.0035360)
cultuurvisie tot2030 (reg.nr.
2012/0016382)
Erfgoednota (verwachting: eind2019
gereed)
Recreatie en natuureducatie
"recreatie en groenbeleid Haarlemmermeer"
(2009)
Budget in programmabegroting 2020-2023
Kinderopvang in relatietot onderwijshuisvesting
Integraal Huisvesting Plan (IHP) 2.0
2017-2024
2017.0026699
Lokaal Educatieve Agenda2016-2020
2016.0000968
Programmabegr oting2020-2023 Beleidsdoel B Jeugd &
Onderwijs
wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE)
Zorg en gezondheid
Koers 2019-2023
Visie en beleid informele zorg en vrijwillige inzet (verwachting: eerste kwartaal 2020
gereed)
Lokale Inclusie Agenda 2019
In de Programma’s van Eisen (PvE’s) voor de maatschappelijke organisaties die een subsidie ontvangen voor de uitvoering van onderdelen van bovenstaand beleid, is het bovenstaande verder uitgewerkt in eisen die wij aan de uitvoering van het beleid stellen.
In de wijkanalyse wordt per ook activiteit aangegeven of we de activiteit als wijkgebonden (W), bovenwijks (B) of gemeentelijk (G) zien en wat de maximale afstand van bewoners is tot de activiteit. Dit betreft geen vastgesteld beleid, maar zijn wegingsfactoren om na te gaan of er sprake is van een knelpunt op het gebied van programma. Ook wordt geïnventariseerd wat de aard is van de rol die de gemeente vervult – subsidiëren en/of accommoderen – en hoe de gemeente daar invulling aan geeft. In algemene zin wordt tevens aangegeven waar de activiteiten gehuisvest zijn en wat de kwaliteit van deze accommodaties is.
Binnensport, buitensport en bewegingsonderwijs
Vanuit de Sport- en beweegvisie Haarlemmermeer 2019-2029, de sportvisie “Thuis in de sport” (2007) en ons daaruit volgend sportbeleid “Sport in beweeglijk perspectief” (2009) streven we naar een hoogwaardig sportlandschap, dat een positieve bijdrage levert aan het leefklimaat en het imago van de gemeente. Ons sportbeleid heeft drie pijlers:
•Sportstimulering en bewegingsonderwijs omzetten naar duurzaam bewegen. Dichtbij huis en laagdrempelig sportaanbod creëren om volwassenen, en zeker ook ouderen, meer aan het bewegen te krijgen.
•Accommodaties: om de sportvoorzieningen te laten meegroeien met de groei van Haarlemmermeer worden tweejaarlijks behoefteprognoses geactualiseerd ten behoeve van een integrale voorzieningenplanning. Hierbij wordt de wettelijke taak voor een onderwijsprognose gekoppeld met het gemeentelijk beleid voor een sportprognose.
•Topsportontwikkeling: geschikte faciliteiten realiseren en evenementen organiseren door met het sportleven en bedrijven als partners een duurzame ontwikkeling in te zetten.
Onze gemeentelijke rol is verschillend, ter facilitering van ons beleid, mede afhankelijk van het sporttype:
-De gemeente verzorgt compleet de huisvesting van bewegingsonderwijs in het verlengde van de onderwijshuisvesting. Dit is wettelijk een gemeentelijke taak. Bewegingsonderwijs vindt vooral plaats in gymzalen, maar ook in sportzalen en sporthallen.
-Daarnaast zorgt de gemeente voor de binnensportaccommodaties voor de (top)sportverenigingen die vallen binnen ons sportbeleid. Deze verenigingen gebruiken vooral de sportzalen en sporthallen, omdat de meeste binnensporten niet passen in een gymzaal. Een sportzaal bevat twee gymzaaldelen, een sporthal drie.
-Voor sommige buitensporten (o.a. voetbal) verzorgt gemeente zowel de aanleg als het beheer van de sportvelden en verhuurt de gemeente de velden tegen gereduceerd tarief aan de verenigingen. Andere buitensporten (o.a. tennis, schaatsen) zijn zelf verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van hun banen.
-De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor bouw, onderhoud en exploitatie van hun gebouw (kleedkamers, kantine ed.), vaak met hulp van een borgstelling conform sportbeleid.
-Voor gymzalen is de locatie van de school leidend. Voor de overige sportaccommodaties is de behoefte leidend. Deze accommodaties kunnen zowel bovenwijks als voor de gehele gemeente dienen.
-Voor zwemfaciliteiten geldt dat we naast de bestaande zwembaden in onze gemeente zoveel mogelijk zwemwater faciliteren in recreatiegebieden. De recreatiegebieden en de beweegvriendelijke omgeving vormen onderdeel van de openbare ruimte, dus vormen geen onderdeel van IAP. Buiten- en binnen accommodaties op het gebied van recreatie vallen wel onder het IAP.
Ontmoeten en welzijn
Ons gemeentelijk beleid voor sociaal culturele- accommodaties geeft dat wijkcentra, dorpshuizen en jongerencentra basisvoorzieningen zijn in een wijk of kern. Deze voorzieningen zijn een plek voor ontmoeting, ontspanning, (talent)ontwikkeling, informatie en advies. Ook kunnen er activiteiten plaatsvinden die gericht zijn op ondersteuning. Daarmee zijn deze accommodaties ook een randvoorwaarde voor onze stevige sociale basis. Met onze stevige sociale basis verlichten we zoveel mogelijk de gemeentelijke zorgtaak (WMO, Jeugdzorg en participatiewet). Welzijnsactiviteiten (waaronder laagdrempelige nuldelijnszorg gericht op lichte ondersteuning waar vormen van zware zorg niet ingezet hoeven te worden) vinden veelal plaats in dorps- en wijkcentra.
Inwoners nemen in hun buurt of kern, actief deel aan de samenleving. De gemeente stimuleert inwoners, jong en oud, om prettig en zelfstandig te leven in hun woonomgeving en een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving. Activiteiten en diensten worden op maat in wijken en kernen uitgevoerd, gebruikmakend van een uitgebreid en divers netwerk van sociaal-culturele accommodaties. Wij vinden het belangrijk dat inwoners van jong tot oud zelf initiatieven nemen, vrijwilligerswerk doen, alsmede gevraagd en ongevraagd het gemeentebestuur adviseren over zaken die zij belangrijk vinden.
De kern van het collegebeleid is wijkgericht werken met inachtneming van de grote diversiteit die Haarlemmermeer zo kenmerkt. Geen wijk of kern is hetzelfde. Ook onze inwoners zijn onmogelijk over één kam te scheren. Speciale aandacht gaat ook uit naar de specifieke situatie van dubbeldorpen.
Onze gemeentelijke rol voor ontmoetingscentra is flexibel. Er zijn voor deze functie meerdere eigendomssituaties:
-Gemeentelijk eigendom
-Particulier eigendom met subsidie voor beheer en exploitatie
-Particulier eigendom zonder subsidie voor beheer en exploitatie
Uitgangspunt is dat in alle wijken mogelijkheden tot ontmoeting zijn. Dat hoeft niet noodzakelijkerwijze in gemeentelijk vastgoed. Wel dienen de gesubsidieerde sociaal-culturele accommodaties doelmatig en efficiënt gebruikt te worden. Voor het verstevigen van de sociale basis is het van belang dat er toegankelijke activiteiten en lichte vormen van ondersteuning in de buurt zijn.
Bij de meeste accommodaties is de gemeente eigenaar. Wij laten bij voorkeur de ontmoetingscentra door Maatvast beheren en exploiteren. Het staat dorpsverenigingen ook vrij om hun ontmoetingsruimte zelf in eigendom te hebben, te exploiteren en te beheren.
Als bestaande laagdrempelige ontmoetingsplekken niet (meer) particulier georganiseerd kunnen, staat de gemeente open om exploitatie en beheer en eventueel eigendom over te nemen.
Via sleutelbeleid kunnen meer vrijwilligers direct toegang krijgen tot het gebouw, en is te voorkomen dat voor elke activiteit de aanwezigheid van een beheerder benodigd is. Dat is efficiënt en kostenbesparend.
Cultuur
Ons cultuurbeleid (Actualisatie 2017-2020 (reg.nr. 2017.0035360), in combinatie met onze cultuurvisie tot 2030 (reg.nr. 2012/0016382)) heeft meerdere speerpunten:
•Het Cultuurgebouw heeft een centrale rol in de samenwerking met andere culturele organisaties. . Naast de verdere ontwikkeling van samenwerkingsactiviteiten zal Het Cultuurgebouw de komende periode de rol van cultuurmakelaar verder uitbouwen. Dit houdt het volgende in: het vanuit een spilfunctie bij elkaar brengen van vraag en aanbod in en uit alle hoeken van de polder. Om vervolgens op die manier nieuwe vormen van interactie tot stand te brengen tussen culturele en/of niet-culturele initiatieven die elkaar kunnen versterken. Het Cultuurgebouw zal daartoe in de komende periode zijn 'zichtbaarheid' binnen het culturele veld vergroten.
•Uit evaluatie is de noodzaak naar voren gekomen voor Het Cultuurgebouw om zichzelf zichtbaarder te maken. Niet alleen als grootschalige, professionele aanbieder van de ‘eigen’ culturele activiteiten in Het Cultuurgebouw, maar ook buiten de eigen fysieke thuisbasis, ‘op locatie’ in wijken en kernen.
•We stimuleren cultureel ondernemerschap van culturele organisaties. Hierbij is aandacht voor de afhankelijkheid van subsidie, de vraag hoe cultureel ondernemerschap zich verhoudt tot het streven naar een efficiënter gebruik van accommodaties, integrale kostprijsberekening en reservevorming.
•De nog op te stellen erfgoednota gaat uit van een meer integrale benadering van erfgoed en ruimtelijke ontwikkeling met het streven naar meer integraal gebruik, inclusief het waarborgen van archeologische waarden. De Erfgoednota zal een visie bevatten en kader voor de museale infrastructuur in Haarlemmermeer. De actualisatie van het beleid wordt eind 2019 verwacht.
•Over de invulling van de ontmoetings- en educatiefunctie die de bibliotheeklocaties in Haarlemmermeer hebben, zijn wij in gesprek met het Cultuurgebouw en ontwikkelen wij een visie in samenhang met het sociaal domein.
•We stimuleren en faciliteren meerdere (cultuur-, ontmoetings- en zorg-) functies in één gebouw. Zo bevat het Cultuurgebouw Hoofddorp een poppodium, theater, cultuureducatieafdeling en bibliotheek en is in Spaarndam, Badhoevedorp en Zwanenburg de bibliotheek gehuisvest in het dorpshuis.
Recreatie en natuureducatie
Onze groen- en recreatiegebieden zijn belangrijk voor het behoud en optimalisering van de leefbaarheid, klimaatbestendigheid en sociale cohesie. We werken, in samenwerking met andere overheden en organisaties, aan het aantrekkelijker maken van de woon- en leefomgeving door bestaande recreatiegebieden up to date te houden, verbindingen te verbeteren en meer recreatief groen te realiseren, overeenkomstig de groei van het aantal inwoners in Haarlemmermeer. Daarbij willen we de huidige recreatiegebieden behouden en inzetten op multifunctioneel gebruik ervan. De gebieden moeten aantrekkelijk zijn voor een divers publiek en voorzien in gevarieerde recreatiebehoeften. In dit IAP beschouwen we alleen de accommodaties en objecten in deze gebieden.
Bovenstaande betreft recreatie buiten de bebouwde kom. Binnenstedelijk groen (parken, speelplekken, openbaar gebied) heeft ook een recreatieve functie en wordt vooral geregeld via beheer.
Het huidige beleid komt voort uit "recreatie en groenbeleid Haarlemmermeer" uit 2009. De actualisatie van het beleid wordt eind 2019, begin 2020 verwacht.
De gemeentelijke rol en taak kan verschillend zijn voor de recreatiefuncties:
1De gemeente regelt pro-actief zowel eigendom als exploitatie van zowel perceel als pand.
2De gemeente regelt pro-actief eigendom perceel en pand, maar besteedt de exploitatie wel uit.
3De gemeente heeft geen actieve rol; geen eigendom, alleen reactief.
Komt op als er initiatief komt; dan wordt beoordeeld of subsidie nodig/mogelijk is.
4De gemeente heeft geen actieve rol; geen eigendom, alleen reactief.
Hetzelfde als 3, maar dan zonder afweging of het past binnen het subsidiebeleid.
5De gemeente heeft geen actieve rol; geen eigendom. De activiteit moet wel binnen ons recreatiebeleid passen om een recht van opstal of erfpacht uit te geven
Hetzelfde als 4, maar dan zonder de financiële afweging om de initiatiefnemer op gemeentegrond gelegenheid te geven de functie uit te voeren. Medewerking bij eventuele bestemmingsplan/ bouwvergunningsprocedures als het past binnen ons recreatiebeleid.
Kinderopvang in relatie tot onderwijshuisvesting
Binnen de gemeente Haarlemmermeer zijn verschillende aanbieders in de kinderopvang actief. Het gaat hierbij om kinder(dag)opvang, peuteropvang, BSO en gastouderbureaus. Zij zijn te vinden in het LRK (Landelijk Register Kinderopvang). Door de harmonisatie is alle kinderopvang commercieel geworden, ook de peuterspeelzalen. Er zijn echter doelgroepen waarbij de gemeente faciliteert in de vorm van subsidieverstrekking. De gemeente stelt subsidie beschikbaar voor peuters van wie de ouders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag en voor doelgroepkinderen (peuters met een vve-indicatie (voor- en vroegschoolse educatie)). De JGZ (jeugdgezondheidszorg consultatiebureau-arts) indiceert doelgroepkinderen voor vve. Ook voor peuters met een zorgvraag is passende opvang mogelijk.
Bij een aantal aanbieders worden doelgroepkinderen met een vve-indicatie (vroeg- en voorschoolse educatie) opgevangen. Deze aanbieders voldoen aan de gemeentelijke verdeelregel peuteropvang en vve, waarin kwaliteitseisen worden benoemd (2019.0033203).
De gemeente stimuleert vanuit onderwijsbeleid de ontwikkeling van kinderopvang (bij voorkeur met een vve-aanbod) in combinatie met een basisschool om een Integraal KindCentrum (IKC) te creëren. Dit sluit aan bij de voorwaarden in de verdeelregel voor subsidie peuteropvang en vve: deze schrijft voor dat er samenwerking is met een basisschool of meerdere basisscholen en dat er sprake is van warme overdracht als het gaat om doelgroepkinderen.
De gemeente heeft geen wettelijke taak voor het accommoderen van functies voor kinderopvang. Maar zij stimuleert wel de vorming van integrale kindcentra (IKC’s), wat ertoe leidt dat in sommige gevallen kinderopvang wordt ondergebracht in (leegstand in) schoolgebouwen. Van belang daarbij is dat de gemeente een gelijkwaardig speelveld voor alle aanbieders van kinderopvang waarborgt, dus dat bij gebruik van gemeentelijke accommodaties marktconforme prijzen worden gehanteerd.
De gemeente streeft naar een dekkend aanbod voor alle (doelgroep)peuters en stimuleert de totstandkoming van IKC’s.
Voor onderwijs is het Integraal Huisvesting Plan (IHP 2.0) het uitgangspunt. Hierin hebben schoolbesturen met gemeente samen afgesproken welke scholen in aanmerking komen voor nieuwbouw of renovatie. Het IHP wordt 2-jaarlijks geactualiseerd.
Zorg en gezondheid
Het meerendeel van de zorg- en gezondheidsaccommodaties is particulier; als uitzondering is een aantal gezondheidscentra en woonzorglocaties in gemeentelijk eigendom. Dat geldt voor zowel eerstelijnszorg waarvoor geen verwijzing nodig is, als voor tweedelijnszorg waarvoor wel een verwijzing nodig is.
Onder de nulde lijn verstaan wij onder andere de laagdrempelige welzijnsactiviteiten en activiteiten gericht op lichte ondersteuning die veelal in de lokale dorps- en wijkcentra plaatsvinden.
Vanuit onze gemeentelijke (zorg)taken en beleid (Koers 2019-2023) is aandacht voor álle maatschappelijke activiteiten en accommodaties:
•Dat voorzieningen en openbare ruimte sociaal en fysiek toegankelijk zijn, ook voor inwoners met een beperking.
•Er is voldoende aanbod en lichte ondersteuning nabij zodat ook inwoners in een kwetsbare situatie mee kunnen doen in de wijk en langer of weer thuis kunnen blijven wonen.
•Dat voorzieningen goed bereikbaar zijn en dat daarbij rekening wordt gehouden met de meest voor de hand liggende vervoersmethoden van de betreffende doelgroepen.
•Dat er voorzieningen voor dagelijkse levensbehoeften, zorg en dagbesteding bij voorkeur in combinatie met of in de directe nabijheid van zorgwoningen worden gerealiseerd.
•Inclusieve samenleving: dat mensen met een beperking zoveel mogelijk kunnen meedoen aan de sociale en commerciële functies en activiteiten. In het kader van het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking of aandoening heeft de gemeente een Lokale Inclusie Agenda (LIA) opgesteld.
•Stevige sociale basis en passende zorg en ondersteuning.
•Momenteel wordt er visie en beleid opgesteld over informele zorg en vrijwillige inzet.
Bijlage 6: Vastgoed
a.Benutting en het optimaliseren van gebruik
Accommodaties worden zo optimaal mogelijk ingezet voor maatschappelijke activiteiten. Door doelmatig gebruik wordt de portefeuille zo compact mogelijk gehouden. De gebouwcapaciteit, het gebruik en benutting in tijd bieden inzicht in mogelijkheden om ruimte in gebruik te geven. De mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van accommodaties en inzicht in de ontwikkeling van maatschappelijke activiteiten worden vanuit Samenleving, Sport en Cultuur aangegeven. Deze informatie is de basis voor de uitwerking van (integrale) scenario’s om de inzet van maatschappelijk vastgoed te bepalen en het gebruik te optimaliseren.
Het IAP heeft er een rechtstreekse verbinding met het IHP voor het onderwijs. De reden is dat bij vaststelling van het IHP is besloten dat planning en inzet van accommodaties voor bewegingsonderwijs (gymzalen) in het IAP wordt verzorgd. Dat biedt zowel voor het onderwijs als voor sportactiviteiten kansen voor gecombineerd gebruik. Bijvangst is dat er mogelijkheden ontstaan om zowel voor het onderwijs als voor sport een zo optimaal mogelijke accommodaties te realiseren die in ruimte en gebruik aantrekkelijker zijn dan een standaard gymzaal.
b.Verduurzaming en opgaven klimaatakkoord en energietransitie
De opgave voor verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is meervoudig. Zo zijn er regelingen op grond van milieuwetgeving waar we al aan gebonden zijn zoals de verplichtingen om energiebesparende maatregelen aan te brengen met een terugverdientijd op de investering van 10 jaar. De komende jaren zullen aanpassing in de omgevingswet worden doorgevoerd die volgen op het Klimaatakkoord. Het betreft maatregelen voor CO2 reductie en energietransitie. Gemeenten krijgen in deze ontwikkeling een voorbeeldfunctie. Door in de afwegingen ook noodzakelijke maatregelen voor energie en klimaat mee te nemen kunnen verantwoorde besluiten worden voorbereid voor investeringen die bijdragen aan een optimale inzet van ons maatschappelijk vastgoed en een goede prestatie op zo min mogelijke milieubelasting
c.Optimale financiële exploitatie en verantwoorde investeringen
Exploitatie en beheer: Optimaliseren van de inzet van maatschappelijk vastgoed en terugdringen van leegstand heeft effect op de exploitatie van de accommodaties. Waar mogelijk treffen we maatregelen om hoge exploitatiekosten voor onderhoud en energie te beperken. Aan de inkomstenkant zal worden gekeken naar de huur- en gebruikstarieven die door partijen worden betaald. Onder andere met het invoeren van kostprijs dekkende huur
Investeringen worden beoordeeld op de langjarige effecten voor exploitatie, gebruik, en nut voor de accommodatie. Te verwachten is dat aanscherping van regelgeving voor milieubelasting en energieverbruik de noodzaak tot investeren zal gaan voeden. Voor elk investeringsvoorstel zal een businesscase worden opgesteld om de effecten en consequenties helder te maken.
d.Toegankelijkheid
In het kader van het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking of aandoening heeft de gemeente een Lokale Inclusie Agenda (LIA) opgesteld. Het streven is om accommodaties toegankelijk te laten zijn voor alle inwoners en bezoekers. Het VN-Verdrag geeft ons expliciet de opdracht om, juist in de sociale basis, intensiever aan sociale en fysieke inclusie te werken. Voor het verstevigen van de sociale basis is het van belang dat er toegankelijke activiteiten en lichte vormen van ondersteuning in de buurt zijn. Toegankelijkheid is daarom een structureel af te wegen aandachtspunt voor het maatschappelijk vastgoed.
Bijlage 7: Gemeentebrede Beschouwing
Bij de gemeentebrede beschouwing is uit meerdere bronnen het huidige aanbod in beeld gebracht. Het is echter nog niet mogelijk om het volledige aanbod in kaart te brengen. De kaarten bij de beleidsprogramma’s laten alle panden in eigendom zien. De gronden (in eigendom) en de panden in eigendom bij particulieren zijn niet in beeld gebracht.
Binnensport, buitensport en bewegingsonderwijs
AANBOD
De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit:
-27 binnensportaccommodaties van in totaal 56.000 m2. Dit aanbod bestaat uit 6 sporthallen (basissport) (1 in Badhoevedorp, Nieuw-Vennep en Spaarndam en 3 in Hoofddorp) en 25 gymzalen (1 in Abbenes, Badhoevedorp, Buitenkaag, Lisserbroek, Rijsenhout, Vijfhuizen, Zwaanshoek en Zwanenburg, 9 in Hoofddorp en 4 in Nieuw-Vennep 4)
-Circa 50 buitensportverenigingen met buitensportaccommodaties van in totaal bijna 18.000 m2. De verenigingen hebben zelf hun clubgebouwen in eigendom.
-3 zwembaden (basissport).
Het gemiddeld bouwjaar van de binnensportaccommodaties is 1979. De bestaande lokalen zijn gemiddeld 40 jaar oud. Dat is te verklaren, aangezien de bouw van de panden bijna parallel loopt aan de ontwikkeling en uitbreiding van de grotere kernen van Haarlemmermeer vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw.
Gezien de leeftijd van dit deel van de portefeuille verwachten we op afzienbare termijn investeringen voor groot onderhoud, renovatie of vervanging van accommodaties. Deze investeringen vallen buiten het MJOP (MeerJaren Onderhouds Plan) en worden opgenomen in de kredietaanvragen die volgen uit de dorps- en wijkanalyses van het IAP.
VRAAG
De behoefte voor portefeuille-ontwikkeling is beoordeeld op basis van de geplande gebiedsontwikkelingen in combinatie met trends en ontwikkelingen (zoals vergrijzing en ontwikkeling in (andere) sportbehoeften).
Deze behoefte wordt bepaald door:
-Bij bewegingsonderwijs: het aantal klokuren gymnastiekonderwijs in het Primair en Voortgezet Onderwijs. In de verordening onderwijshuisvesting zijn normen opgenomen, gebaseerd op aantal klokuren en groepen leerlingen en voor wat betreft de maximale afstand tot de school. Scholen kiezen er soms voor om het aantal uren te verhogen. Landelijk speelt de discussie dat het aantal gym-uren verhoogd zou moeten worden.
-Bij verenigingen wordt de behoefte bepaald door het aantal teams, trainingsuren en wedstrijduren. Een en ander is onderhevig aan leeftijden en speelklasse.
-Voor topsport worden bovendien stringentere eisen gesteld aan een accommodatie dan lagere competities.
De belangrijkste conclusies over de behoefte in relatie tot het bestaande aanbod zijn als volgt:
1) De capaciteit van onze binnensportaccommodaties moet uitbreiden. Tot hoeveel zaaldelen we precies gaan groeien is nog in uitwerking, mede door afstemming met de sportverenigingen.
2) Onze sportzalen en sporthallen zijn goed bezet door de combinatie van bewegingsonderwijs overdag en verenigingen ’s avonds. De gymzalen zijn niet erg aantrekkelijk voor sportverenigingen vanwege beperkte gebruiksmogelijkheden.
3) Er hoeven geen nieuwe buitensportaccommodaties bij te komen. Wel is uitbreiding van bestaande sportterreinen nodig; hier is ruimte voor groei rondom het sportcomplex of in het aantal gebruiksdagen.
4) Er is behoefte aan ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe type buitensporten zoals beachvolley- korf en handbal, padel (buitensquash), mountainbike en BMX.
5) Daarnaast willen we een invulling geven aan de opkomst van individuele sporten zoals hardlopen en wielrennen en onze gemeentelijke gezondheidstaak. Hiervoor gaan we – zeker in de nieuw te ontwikkelen woonwijken – meer ruimte inrichten voor een beweegvriendelijke omgeving in de openbare ruimte.
6) Omdat gebruik van zwemwater fluctueert in de tijd, wordt er in 2025 onderzocht of de huidige 3 zwembaden voldoende zullen zijn.
Deze uitbreidingsbehoefte gaan we als volgt implementeren:
-Uitbreiden van aantal beschikbare sportaccommodaties ten behoeve van verenigingssport door:
o Bij gebiedsontwikkelingen rekening te houden met een nieuwe sportaccommodatie
o Bij vervangingsvraagstukken van bestaande sportaccommodaties de mogelijkheid en toegevoegde waarde van een grotere sportaccommodatie te onderzoeken
o Onderzoeken welke gymzalen op efficiënte wijze kunnen worden opgeschaald naar een zogenaamde beweegbox/gymzaal+.
Bij gebiedsontwikkelingen onderzoeken of de bestaande buitensportvoorzieningen in de gemeente voldoende capaciteit bieden.
Ontmoeten en Welzijn
AANBOD
De ontmoetingsaccommodaties zijn als volgt onder te verdelen:
-16 dorpshuizen en wijkcentra in gemeentelijke vastgoedportefeuille (1 in Beinsdorp, Burgerveen, Lijnden, Lisserbroek en Vijfhuizen, 2 in Badhoevedorp en Nieuw- Vennep en 7 in Hoofddorp).
-2 dorpshuizen in Nieuw-Vennep zijn niet in eigendom van de gemeente, maar worden wel door Maatvast beheerd.
-9 dorpshuizen en wijkcentra in particulier eigendom & bestuur (in Abbenes, Buitenkaag, Cruquius, Oude Meer, Spaarndam, Weteringbrug, Badhoevedorp, Zwanenburg en Zwaanshoek), waarvan een aantal geen subsidie ontvangt dus volledig zelfstandig opereren.
-6 jongerencentra (1 in Badhoevedorp, Lisserbroek, Nieuw-Vennep en Zwanenburg en 2 in Hoofddorp).
-Onder bovengenoemde accommodaties vallen 4 Meervoudige Functionele Accommodaties (MFA’s) waarin o.a. een dorpshuis is gevestigd.
We verwachten op afzienbare termijn investeringen voor groot onderhoud, renovatie of vervanging van accommodaties. Deze investeringen vallen buiten het MJOP (MeerJaren Onderhouds Plan) en worden opgenomen in de kredietaanvragen die volgen uit de dorps- en wijkanalyses van het IAP.
In het IAP proberen we die opgave te combineren met ontwikkelingen en kansen die zich voordoen in de breedte van onze portefeuille in de betreffende kernen.
VRAAG
Voor de behoefte van de portefeuille-ontwikkeling gelden de uitgangspunten:
Optimaliseren ontmoetingsfuncties in de verschillende kernen op basis van wijkgerichte aanpak. Voor nieuwe woonwijken houden we rekening met een ruimtebeslag van circa 300 m2 per 1000 woningen. Dit is slechts een richtlijn, want de benodigde ruimte is enorm afhankelijk van de lokale behoefte en activiteiten en de reeds bestaande voorzieningen rondom de nieuwe wijk. Dit kengetal moet ook gebruikt worden in de context van het betreffende gebied: zijn er bijvoorbeeld ook andere accommodaties zoals een bibliotheek of jongerencentrum in de buurt.
Cultuur
AANBOD
Cultuurfuncties zijn onder te verdelen naar meerdere sub functies (in totaal bijna 18.000 m2):
-6 bibliotheken (1 in Badhoevedorp (in het dorpshuis), Nieuw-Vennep, Spaarndam (in het dorpshuis) en Zwanenburg (in het dorpshuis), 2 in Hoofddorp)
-3 theaters (2 in Hoofddorp en 1 in Nieuw-Vennep)
-2 vestigingen van Pier K cultuureducatie (in Hoofddorp en Nieuw-Vennep)
-1 poppodium (in Hoofddorp)
-5 forten (in Aalsmeerderbrug (Aalsmeer) en Hoofddorp (beiden eigendom van de gemeente) en in Vijfhuizen, Penningsveer en Haarlemmerliede). Twee forten hebben momenteel een museumfunctie;
-4 musea die behoren tot de gemeentelijke museale infrastructuur, te weten Museum De Cruquius (stoomgemaal De Cruquius en historisch museum Haarlemmermeer (Mentzhoeve Haarlemmermeerse Bos) ineen), Kunstfort Vijfhuizen voor moderne kunst, Museum Stoomgemaal Halfweg en Luchtoorlog- en verzetsmuseum Crash in het Fort bij Aalsmeer. Daarnaast is in Nieuw- Vennep het particuliere Nederlands Transportmuseum gevestigd.
We stimuleren en faciliteren meerdere (cultuur-, ontmoetings- en zorg)functies in één gebouw:
-Het Cultuurgebouw in Hoofddorp bevat een poppodium, theater, cultuureducatie en bibliotheek;
-De Bibliotheek Spaarndam zit in het dorpscentrum Spaarndam;
-Bibliotheek Badhoevedorp gaat inhuizen in het dorpshuis;
-Bibliotheek Zwanenburg zit nu al naast dorpshuis De Olm, gaat mee met het nieuwe dorpshuis.
VRAAG
-De recente plannen die Stichting Haarlemmermeer Museum De Cruquius heeft ontwikkeld voor restauratie van gemaal de Cruquius en nieuwbouw voor het Historisch Museum en herinrichting hebben onze steun.
-Er wordt onderzocht of de bibliotheekvestiging van Nieuw-Vennep kan verhuizen naar Pier K.
Onze aanpak tot optimalisatie van onze accommodaties bestaat uit meerdere sporen:
-Ontmoetingsfunctie van het Raadshuisplein stimuleren;
-Samenwerking tussen verschillende functies en de ontmoetingsfunctie van het Cultuurgebouw stimuleren;
-Bibliotheekfunctie op scholen stimuleren;
-Cultureel ondernemerschap stimuleren.
Recreatie en natuureducatie
AANBOD
De bestaande accommodaties bestaan uit meerdere categorieën in relatie tot eigendom en organisatie:
1Gemeentelijk eigendom en gemeentelijke exploitatie:
-Diverse objecten zoals toiletgebouwen in recreatiegebieden.
2Gemeentelijk eigendom met exploitatie door derden:
-4 kinderboerderijen (in Badhoevedorp, Hoofddorp; Nieuw-Vennep en Zwanenburg). De Stichting Kinderboerderij voert de exploitatie uit. In de kinderboerderijen wordt ook dagbesteding aangeboden 4 kinderboerderijen en geven deze daarmee ook een maatschappelijke functie (zorg).
-De Heimanshof (natuureducatie);
-Dierenasiel: wettelijke taak.
3Gemeentelijk eigendom: recht van opstal/erfpacht aan verenigingen/stichtingen met subsidie (valt onder het recreatiebeleid). De verenigingen/stichtingen zijn eigenaar van de panden.
-Scouting (2 in Hoofddorp, 1 in Nieuw-Vennep, 1 in Zwanenburg, 2 in Badhoevedorp);
-Jeugdverenigingen: Jungle in Vijfhuizen;
-Speeltuinverenigingen (1 in Hoofddorp en 1 in Zwanenburg en 1 in Badhoevedorp);
-Avondturenspeelplaats Jeugdland in Hoofddorp en Nieuw-Vennep;
4Gemeentelijk terreineigendom; recht van opstal/erfpacht aan bedrijven zonder subsidie:
-Maneges (2 in Hoofddorp);
-Klimpark;
-E-cross;
-Schietsportverenigingen (1 in Hoofddorp).
5Particulier zonder subsidie:
-bv kleinschalige particuliere kinderboerderijen.
VRAAG
-Wat betreft categorie 1 en 2 zullen er toiletgebouwen in nieuwe recreatiegebieden benodigd zijn en een kinderboerderij vanwege de gebiedsontwikkelingen. Dit wordt opgenomen in de groen- en recreatieplannen ten behoeve van de gebiedsontwikkelingen die buiten het IAP worden opgesteld.
Kinderopvang in relatie tot onderwijshuisvesting
AANBOD
Kinderopvangpanden in gemeentelijk eigendom: 1 in Badhoevedorp, 1 in Halfweg, 13 in Hoofddorp, 1 in Nieuw- Vennep en 1 in Rijsenhout. Deze worden verhuurd op basis van commerciële huurprijzen. Daarnaast zijn er veel accommodaties in particulier eigendom.
De gemeente heeft geen wettelijke taak voor het accommoderen van functies voor kinderopvang. Maar zij stimuleert wel de vorming van integrale kindcentra (IKC’s).
VRAAG
Beleidsmatig wordt zorggedragen voor voldoende plaatsen voor- en vroegschoolse educatie (vve). Dit wordt ingekocht bij de bestaande kinderdagverblijven.
Voor kinderopvang wordt uitgegaan van de volgende vuistregel: per 1.000 kinderen is behoefte is aan 700 kindplaatsen. Per kindplaats moet 7m2 ruimte gereserveerd worden.
Zorg en gezondheid
AANBOD
In onze gemeentelijke vastgoedportefeuille:
-2 welzijnsfuncties: De Krim (stichting ANBO Samen op Weg) en het voormalig Ketelhuisje in Nieuw-Vennep.
-Centrum voor Jeugd en Gezin in Hoofddorp.
-4 (zorg)woonfuncties (2 wooncomplexen in Hoofddorp voor spoedzoekers en statushouders, 1 maatschappelijke opvang in Hoofddorp, 1 voormalig Cebeco in Hoofddorp en 1 mantelzorgwoning in Lisserbroek.
-Beschermd Wonen (1 in Toolenburg, 1 in Nieuw-Vennep, 1 in Floriande (RIBW/Leger des Heils/OTT).
VRAAG
-Diverse woonzorgorganisaties hebben initiatieven ingediend; deze worden beoordeeld en gefaciliteerd.