Aanhef
Het college heeft besloten om:
1de bodemenergieplannen Schiphol Trade Park, Stadscentrum Hoofddorp, Lincolnpark en Pionierterrein vast te stellen;
2de vastgestelde bodemenergieplannen als toetsingskader voor vergunningen te versturen aan de provincie Noord-Holland;
3deze nota ter informatie te zenden aan de raad.
In onderstaande paragrafen is de relevante bestaande regelgeving voor open en gesloten bodemenergiesystemen beschreven.
Bijlage B
Berekening koude- en warmtevraag Hoofddorp Centrum
Op basis van het opgegeven aantal m² BVO is per kavel de koude- en warmtevraag bepaald voor zowel de geplande ontwikkelingen als de bestaande bouw.
Tabel B1 Oppervlakten ontwikkelingen en bestaande bouw centrum Hoofddorp
Naam
Oppervlakte woningen [m²]
Oppervlakte commercieel/ winkelfunctie [m²]
Oppervlakte kantoor [m²]
Oppervlakte overig [m²]
V&D / De Deining
7200
1500
-
1500
Concourslaan
2760
2200
-
-
Post NL
10020
3151
-
-
Tree House*
13860
750
-
1050
Voorzetgebouw
-
-
-
2800
Gemeentehuis
-
-
16000
-
Centrum Parkzicht
20400
1280
10000
-
Van Willigenlaan 40 - 66
6600
-
-
-
Binnenweg e.o.
24000
-
-
-
Emmaschoollocatie
1080
-
-
-
Tenniscomplex
6000
-
-
-
Subtotaal
72060
8131
26000
5350
Bestaande bouw
149000
92000
29200
21160
Totaal
221060
100131
55200
26510
Ontwikkelingen/Nieuwbouw
Tabel B2 Kentallen warmte- en koudebehoefte per woonfunctie voor nieuwbouwontwikkelingen
Eenheid
Gebouwfunctie
Woning
Commercieel
Kantoor
Overig
Ruimte verwarming
W/m²
30
50
40
50
Koeling/Zomercomfort
W/m2
20
50
60
50
Warm tapwater
W
1500
0
0
0
Warmtevraag
Voor het bepalen van de warmtevraag per kavel is zowel de ruimteverwarming als de verwarming voor warmtapwater meegenomen. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de warmte uit de bodem wordt geleverd via elektrisch aangedreven warmtepompen met een C.O.P. van 5 voor ruimteverwarming. Er wordt aangenomen dat verwarmd wordt voor 1500 vollasturen. Dit resulteert in een bodemzijdige warmtevraag zoals weergegeven in tabel B2.
Koudevraag
Om aan de koudevraag van het gebouw te voldoen is in deze berekening aangehouden dat koude direct via de bron geleverd wordt aan het gebouw. Bij woningen, commercieel en overig wordt aangenomen dat voor 400 vollasturen gekoeld wordt. Bij kantoren worden 1000 vollasturen aangenomen. De gebouwzijdige koudevraag is eveneens weergegeven in tabel B2.
Bestaande bouw
Voor de bestaande bouw is gebruik gemaakt van BAG gegevens om op basis van de BVO en de gebruiksfunctie de energiebehoefte te bepalen. Per gebruiksfunctie zijn kengetallen gebruikt. Deze zijn weergegeven in tabel B3.
Tabel B3 Kentallen warmte- en koudebehoefte per woonfunctie voor bestaande bouw
Eenheid
Gebouwfunctie
Woonfunctie
Winkelfunctie
Kantoorfunctie
Overige functies
Ruimte verwarming
W/m²
40
70
70
60
Koeling/Zomercomfort
W/m2
0
70
80
50
Warm tapwater
W/gebouw
1500
0
0
0
Warmtevraag
Voor het bepalen van de warmtevraag per kavel is zowel de ruimteverwarming als de verwarming voor warmtapwater meegenomen. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de warmte uit de bodem wordt geleverd via elektrisch aangedreven warmtepompen met een C.O.P. van 5 voor ruimteverwarming. Er wordt aangenomen dat verwarmd wordt voor 1700 vollasturen. Dit resulteert in een bodemzijdige warmtevraag zoals weergegeven in tabel B3.
Koudevraag
Om aan de koudevraag van het gebouw te voldoen is in deze berekening aangehouden dat koude direct via de bron geleverd wordt aan het gebouw. Bij gebouwen met winkelfunctie en overige functies wordt aangenomen dat voor 400 vollasturen gekoeld wordt. Bij gebouwen met kantoorfunctie worden 1000 vollasturen aangenomen. De gebouwzijdige koudevraag is eveneens weergegeven in tabel B4.
Tabel B4 Berekende energetische uitgangspunten per kavel in MWh
Kavel
Bodemzijdige warmtevraag [MWh]
Bodemzijdige koudevraag [MWh]
V&D / De Deining
655
117
Concourslaan
314
66
PostNL
850
143
Voorzetgebouw
168
56
Gemeentehuis
512
960
Centrum Parkzicht
1.269
789
Van Willigenlaan 40 - 66
290
53
Binnenweg e.o.
1.056
192
Emmaschoollocatie
48
9
Tenniscomplex
264
48
Totaal ontwikkelingen
7.147
2.433
Concourslaan e.o.
15.642
3.859
Cor v/d Meerstraat e.o.
4.486
0.275
Raadhuisplein e.o.
3.574
0.664
Totaal bestaande bouw
23.702
4.798
Totaal
30.849
7.231
Bijlage C
Scenario’s
Om de mogelijke scenario’s voor de inpassing van bodemenergiesystemen te evalueren is Hoofddorp Centrum opgedeeld in drie delen. Het opdelen in drie gebieden is tevens tot stand gekomen op basis van logische grenzen (wegen e.d.) en zodanig dat we hiermee een meer homogene samenstelling van gebouwen en gebouwfuncties per gebied hebben. Vanuit die homogene situatie wordt het bodemenergieplan bezien waarna in de samenhang dit weer wordt samengevoegd. De opdeling ziet er als volgt uit:
•Raadhuisplein en omgeving
•Concourslaan en omgeving
•Cor van de Meerstraat en omgeving
Hiervoor is een onderscheid gemaakt tussen de reeds bekende ontwikkelingen voor de komende 10 jaar en de overige bestaande bouw.
Raadhuisplein en omgeving
Hier vinden de meeste grote ontwikkelingen plaats en zijn al aangelegde, vergunde en aangevraagde systemen aanwezig. Er zijn voldoende potentiële bronlocaties voor elke ontwikkeling beschikbaar. De bodemzijdige warmtevraag van de bestaande bouw waar nog geen bodemenergiesystemen zijn gerealiseerd of aangevraagd, is beperkt met 3.574 MWh. De koudevraag omslaat 664 MWh. De toekomstige ontwikkelingen in dit gebied hebben een warmtevraag van ca. 5.730 MWh en een koudevraag van ca. 1.920 MWh.
Concourslaan en omgeving
Hier zullen enkele ontwikkelingen plaatsvinden. Er is veel bestaande bouw aanwezig met een groot deel van de energievraag in de wijk. De potentiële boorlocaties zijn beperkt tot de Concourslaan en de Kruisweg, mogelijk enkele parkeerplaatsen en beperkte ruimte op eigen percelen. Indien de bestaande bouw volledig gebruik zou maken van bodemenergie bedraagt de bodemzijdige warmtevraag ca. 15.642 MWh per jaar en de bodemzijdige koudevraag ca. 3.859 MWh.
De ontwikkelingen in dit deelgebied hebben aanvullend hierop een bodemzijdige warmtevraag van ca. 970 MWh en een bodemzijdige koudevraag van 326 MWh.
Cor van de Meerstraat en omgeving
Deze straat omvat voornamelijk bestaande woningen en appartementencomplexen. Er zijn voldoende boorlocaties en het biedt mogelijkheden voor een groot aantal doubletten. De energievraag van de bestaande bouw betreft een bodemzijdige warmtevraag van ca. 4.486 MWh en een koudevraag van ca. 275 MWh. De ontwikkelingen in het deelgebied hebben aanvullend hierop een bodemzijdige warmtevraag van ca. 1.056 MWh en een koudevraag van ca. 192 MWh.
Figuur C1 Indeling deelgebieden scenario’s
Raadhuisplein e.o.
In dit gebied zijn drie systemen vergund of aangevraagd. Het betreft de monobron van Treehouse, het doublet van het Cultuurgebouw en het doublet met scheve filterstelling van Lugano. Om de ontwikkelingen van het Raadhuisplein te kunnen voorzien van bodemenergie en tevens deze in te passen met de bestaande systemen is ervoor gekozen om zo veel mogelijk gebruik te maken van doubletten.
Figuur C2 Indeling Raadhuisplein e.o.
Aangezien Treehouse een monobron heeft aangevraagd, zijn in de directe omgeving van dit systeem alleen andere monobronnen en scheve doubletten mogelijk. Zowel Lugano als het Cultuurgebouw hebben een koude bron in de omgeving van het Raadhuisplein. In deze omgeving is het mogelijk aanvullend hierop meerdere koude bronnen te plaatsen op voldoende afstand van de monobron van Treehouse. Bij de warme bron van het Cultuurgebouw is ruimte voor meerdere warme bronnen.
Indien ontwikkelingen rondom deze locatie een warme bron plaatsen, kan aan de zuidwestkant en de noordkant de bijbehorende koude bron geplaatst worden.
In het gebied rond de Fruittuinen is het mogelijk om een doublet aan te leggen, wat niet interfereert met de overige systemen. In dit deelgebied zijn geen opties mogelijk waarin wezenlijk wordt afgeweken van deze configuratie, waarbij bronnen op korte afstand tot de afnemer geplaatst kunnen worden. Een eventueel strokenpatroon zou slecht passen in het patroon van mogelijke bronlocaties, bestaande bronnen en de mogelijkheid om op korte afstand tot de gebruiker bronnen te plaatsen.
Uitgaande van deze configuratie kunnen er minstens 7 doubletten en 2 monobronnen gerealiseerd worden, aanvullend op de reeds vergunde en aangevraagde systemen. Dat resulteert in een bodemcapaciteit van ca. 19.732 MWh.
Concourslaan e.o.
Er zijn geen vergunningen reeds verstrekt in dit deelgebied. Echter, door de aanvraag van een monobron bij Treehouse is het RE:BORN gebouw in zekere zin gedwongen om ook het principe monobron/scheve doublet aan te leggen. De bronlocatie(s) kan/kunnen worden beoogd op de Kruisweg. Verder zijn er ontwikkelingen gepland in het oude V&D gebouw en op de Concourslaan. Deze ontwikkelingen kunnen naar verwachting volstaan met een enkele monobron. Aangezien de potentiële boorlocaties door de grote dichtheid van gebouwen en winkelstraten zeer beperkt zijn, zijn twee scenario’s mogelijk.
Scenario A. Doubletten
Voor dit scenario worden doubletten beoogd met warme bronnen ter hoogte van de Concourslaan en koude bronnen op de Kruisweg. Op deze manier kunnen de beperkte boorlocaties optimaal worden benut. Echter zullen kabels en leidingen met deze configuratie over grote afstand gelegd moeten worden en zullen de bronnen zich op grote afstand tot de eindgebruiker bevinden.
Indien alleen de ontwikkelingen aangesloten zullen worden op bodemenergie is dit een ongunstige configuratie, aangezien er dan onnodig doubletten gerealiseerd worden, waar een monobron ook had kunnen volstaan, en zal er collectiviteit vanuit meerdere partijen en extra aansluitingen nodig zijn om een doublet op maximale capaciteit te laten functioneren.
Als de bestaande bouw, zoals het winkelcentrum, ook gebruik gaat maken van bodemenergie kan deze configuratie voordelig zijn omdat minder bronnen benodigd zijn en de capaciteit in de bodem optimaal benut wordt. Echter, de boorlocaties zijn hier zeer beperkt, met name op de Concourslaan. Indien hier niet genoeg ruimte wordt gevonden om warme bronnen te plaatsen zouden er überhaupt geen mogelijkheden meer zijn op bodemenergiesystemen toe te passen in dit gebied. In deze wijk zou waarschijnlijk ruimte zijn voor ca. 4 doubletsystemen (8 bronnen). Dit resulteert in een capaciteit in de bodem van ca. 10.440 MWh.
Figuren C3 Varianten deelgebied winkelcentrum
Scenario B. Monobronnen
Indien in dit gebied monobronnen gerealiseerd gaan worden is het voor de betrokken partijen mogelijk om op korte afstand tot de gebruiker monobronnen te realiseren, en is collectiviteit niet direct noodzakelijk, wat logistieke problemen kan voorkomen. Tevens is het niet noodzakelijk monobronnen op dezelfde afstand te plaatsen, waardoor op meer locaties bronnen geplaatst kunnen worden en aangezien de potentiële boorlocaties zeer beperkt zijn is dit een belangrijke overweging.
Voor de ontwikkelingen zou dit scenario gunstig zijn, aangezien direct monobronnen aangelegd kunnen worden naast de locatie en er minder leidingwerk over grotere afstanden gelegd hoeven te worden.
Indien bestaande bouw aangesloten wordt zijn meerdere monobronnen nodig. Hier is ruimte voor. Indien potentiële grootgebruikers van bodemenergie, zoals het winkelcentrum, toch op bodemenergie overstappen is het mogelijk op grotere afstand, in een ander deelgebied, doubletten te realiseren of in het eigen deelgebied meerdere monobronnen aan te leggen.
Door efficiënt gebruik te maken van potentiële boorlocaties kunnen er ca. 12 monobronnen gerealiseerd worden. Dit resulteert in een bodemcapaciteit van ca. 8.766 MWh.
Cor van de Meerstraat e.o.
Dit gebied heeft nog geen vergunde systemen. De wijk bestaat voornamelijk uit grondgebonden rijwoningen en appartementencomplexen. Er staan een aantal ontwikkelingen gepland in het zuidoosten van dit deelgebied. Potentiële boorlocaties zijn geen probleem in deze wijk.
Scenario A. Doubletten
Dit deelgebied kan opgedeeld worden in een warme strook in het noordoosten en een koude strook in het zuidwesten. Op deze manier is er ruimte voor veel doubletten. Dit is een gunstig scenario voor zowel de bestaande bouw als de ontwikkelingen. Tevens zou er ruimte overblijven voor eventuele grote doubletten om warmte te leveren voor locaties waar de ruimte beperkt is, zoals het winkelcentrum. De warme strook wordt doorgetrokken tot het Burgemeester van Stampplein. In deze straat is weinig ruimte om te boren door de aanwezigheid van een parkeergarage, maar indien er toch ruimte gevonden kan worden zou hier een warme bron aangelegd kunnen worden. In deze wijk is het mogelijk om 5 doubletten te realiseren. Dat resulteert in een capaciteit van ca. 13.050 MWh in dit deelgebied.
Figuren C4 Varianten deelgebied Cor van de Meerstraat e.o.
Scenario B. Monobronnen
De andere optie voor dit deelgebied is, evenals scenario B van de Concourslaan e.o., het toestaan van enkel monobronnen. Op deze manier kunnen de ontwikkelingen rondom de Binnenweg individuele monobronnen plaatsen. De overige bebouwing zou met kleinschaligere collectieve systemen een aantal monobronnen geraliseerd kunnen worden. Op deze manier zal de ruimte in de bodem niet optimaal gebruikt worden, en ook mogelijkheden hiervoor in de toekomst beperken, aangezien de mogelijkheid voor grote doubletsystemen niet gegarandeerd is in de omgeving. Er zou eventueel plaats zijn voor ca. 10 monobronnen in de omgeving. Dat resulteert in een capaciteit van ca. 7305 MWh per jaar.
Afweging
Met elke combinatie van scenario’s kan aan de totale energievraag voldaan worden (tabel C1). Echter komt de vraag en de potentie niet overeen. Zo kan de Concourslaan e.o. in beide scenario’s niet voldoende capaciteit bieden om aan de energievraag te voldoen. In de omgeving van de Cor van de Meerstraat is juist capaciteit over.
Tabel C1 De bodemzijdige energievraag in relatie tot bodempotentie
Deelgebied
Vraag [MWh]
Potentie [MWh]
Raadhuisplein e.o.
9.304
19.732
Concourslaan e.o.
16.003
A
10.440
B
8.766
Cor van de Meerstraat e.o.
5.542
A
13.050
B
7.305
Totaal
30.849
35.803 tot 43.222
Indien de volledige energiebehoefte in het gebied van de Concourslaan en omstreken niet gehaald kan worden binnen het gebied zal in de situatie dat bijvoorbeeld het winkelcentrum bodemenergie wil aanleggen, deze systemen buiten het gebied moeten aanleggen. Rondom het Raadhuisplein zijn meerdere systemen reeds aanwezig, en met de geplande ontwikkelingen zal er in de toekomst weinig ruimte zijn voor aanvullende doubletten. Daarvoor is gekeken naar de oplossing dat kan worden uitgeweken naar de Cor van de Meerstraat e.o. Dit biedt bredere kansen voor mogelijke grootschalige collectieve systemen. Als aan de energiebehoefte binnen de Concourslaan e.o. mogelijk toch al voldaan moet worden door systemen op afstand te plaatsen, zijn monobronnen binnen dit gebied de betere optie. Zo worden in ieder geval de ontwikkelingen en eventuele kleinschalige collectieven de mogelijkheid geboden de meest voor de hand liggende oplossing te gebruiken; één of twee monobronnen op korte afstand tot de locatie.
Om de optie niet uit te sluiten dat er grootschalige doubletten voor grotere collectieven mogelijk zijn, worden hier mogelijkheden geboden in het gebied rondom de Cor van de Meerstraat.
Met deze configuratie wordt ruimte gegeven voor ontwikkelingen om de meest voor de hand liggende optie te gebruiken, doubletten voor grootgebruikers en monobronnen voor kleinere ontwikkelingen, en worden onnodig omslachtige constructies vermeden. Daarnaast blijft er ruimschoots ruimte over om aan de volledige energievraag te voldoen. Ook kunnen eventuele toekomstige ontwikkelingen met dit scenario afgedekt worden.
Bijlage D
Hydrologische effecten
Inleiding
Om de effecten van de aan te leggen bronnen in het gebied in kaart te brengen om te beoordelen of deze acceptabel zijn, zijn potentiële bronnen geplaatst, verspreid over het gebied. Met deze bronnen wordt de energievraag van de ontwikkelingen en de bestaande bouw bereikt.
Voor de modelberekening wordt gebruik gemaakt van FloPy, een package in programmeertaal Python dat gebruik maakt van SEAWAT, wat gebaseerd is op de eindige differentiemethode. De modelberekeningen zijn alleen uitgevoerd voor een stationaire situatie bij het maximale debiet. Hierbij gaat het primair om het bepalen van de invloed van de wko-systemen op de omgeving.
Schematisatie
De geohydrologische schematisatie is gebaseerd op de in dit rapport beschreven bodemopbouw (zie paragraaf 3.1). Tabel D1 geeft de schematisatie van de geohydrologische bodemopbouw ten behoeve van de modellering weer. Voor de verticale anisotropie is een factor 4 aangehouden.
Tabel D1 Samenvatting schematisatie bodemopbouw voor modellering
Modellaag
Type laag
Niveau (m-mv)
Dikte modellaag (m)
kh (m/d)
c(d)
Typering
1
Freatisch
0tot 1
1
20
Zand, matig grof
2
Deklaag
1tot 10
9
900
Klei
3
WVP1a
10tot 20
10
17
Zand, matig grof
4
Stoorlaag
20tot 23
3
300
Klei
5
WVP1b
23tot 63
40
17
Zand, matig grof
6
SDL1
63tot 66
3
300
Klei
7
WVP2
66tot 78
12
15
Zand, matig fijn,kleiig
8
SDL2
78tot 85
7
700
Klei
9
WVP3a
85tot 90
5
25
Zand matig tot zeer grof
10
WVP3b
90tot 105
15
25
Zand matig tot zeer grof
11
WVP3c
105tot120
15
25
Zand matig tot zeer grof
12
WVP3d
120tot135
15
25
Zand matig tot zeer grof
13
WVP3e
135tot140
5
25
Zand matig tot zeer grof
14
WVP3f
140tot150
10
25
Zand matig tot zeer grof
15
WVP3g
150tot180
30
25
Zand matig tot zeer grof
16
SDL3
180tot185
5
500
Klei
17
Geoh. Basis
185tot200
15
10
Zand, matig fijn
De bronsystemen zijn gemodelleerd met uitgangspunten zoals weergegeven in tabel D1. Op basis van de capaciteitsproef van het Cultuurgebouw kan worden bevestigd dat de doorlatendheid in dit pakket realistisch en conservatief is, wat betekent dat de effectberekeningen dit ook zijn. De ontwikkelingen hebben over het algemeen bronnen dichtbij de locatie, waarbij aan de energievraag wordt voldaan van de ontwikkeling. Voor de bestaande bouw zijn bronnen verspreid over de bijbehorende zones. Deze bronnen hebben als maximaal debiet 200 m³/h indien het een doublet is en 65 m³/h als het een monobron is.
Er wordt uitgegaan van 1500 vollasturen.
De bronlocaties zijn bepaald aan de hand van de zones zoals deze zijn ingedeeld volgens bijlage 1. Elke ontwikkeling heeft een systeem of ligt in de omgeving van een systeem. Er zijn extra bronnen toegevoegd omdat mogelijke toekomstige ontwikkelingen of bestaande bouw eventueel ook aansluiten. Deze modelberekening dient als indicator voor de mogelijke effecten die op kunnen treden bij ingebruiktreding van deze bronconfiguratie. Bij de vergunningverlening van bodemenergiesystemen dient rekening gehouden te worden met de op dat moment vergunde systemen en de effecten.
Afbeelding D1 Mogelijke bronconfiguraties
Tabel D2 Gegevens bronnen
Nr
Naam bron
X
Y
Boven- kant filter (m
+mv)
Onder- kant filter
(m +mv)
Type
Infil- tratie tempe- ratuur (⁰C)
Max. water- hoeveel- heid infiltratie (m³)
Max. water- hoeveel- heid ont- trekking (m³)
Debiet (m³/h)
1
Lugano Warm
107742
479450
-90
-120
Warm
16
105000
105000
50
2
Lugano
Koud
107765
479475
-120
-150
Koud
8
105000
105000
50
3
Cultuurgebouw Koud
107937
479528
-90
-140
Koud
8
100000
100000
132
4
Cultuurgebouw Warm
107957
479390
-90
-140
Warm
18
100000
100000
132
5
TreeHouse Warm
107963
479656
-90
-105
Warm
23
100000
100000
65
6
TreeHouse Koud
107963
479656
-135
-150
Koud
7
100000
100000
65
7
Centrum Parkzicht Koud
107834
479326
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
8
Centrum Parkzicht
Warm
108013
479329
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
9
Centrum Parkzicht 2 Koud
107884
479273
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
10
Centrum Parkzicht 2 Warm
107984
479356
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
11
Willigenlaan Koud
108153
479201
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
12
Willigenlaan Warm
108062
479117
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
Nr
Naam bron
X
Y
Boven- kant filter (m
+mv)
Onder- kant filter
(m +mv)
Type
Infil- tratie tempe- ratuur (⁰C)
Max. water- hoeveel- heid infiltratie (m³)
Max. water- hoeveel- heid ont- trekking (m³)
Debiet (m³/h)
13
PostNL 1
Warm
107893
479652
-90
-105
Warm
16
60000
60000
40
14
PostNL 1 Koud
107893
479652
-135
-150
Koud
8
60000
60000
40
15
PostNL 2 Warm
107904
479711
-90
-105
Warm
16
60000
60000
40
16
PostNL 2 Koud
107904
479711
-135
-150
Koud
8
60000
60000
40
17
V&D Warm
107692
479868
-90
-105
Warm
16
97500
97500
65
18
V&D
Koud
107692
479868
-135
-150
Koud
8
97500
97500
65
19
Concourslaan Warm
107699
479673
-90
-105
Warm
16
45000
45000
30
20
Concourslaan Koud
107699
479673
-135
-150
Koud
8
45000
45000
30
21
Binnenweg Warm
107638
479383
-90
-140
Warm
16
228000
228000
152
22
Binnenweg
Koud
107566
479259
-90
-140
Koud
8
228000
228000
152
23
Zuidwest 1 Koud
107466
479274
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
24
Zuidwest 1 Warm
107605
479465
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
25
Zuidwest 2 Koud
107386
479404
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
26
Zuidwest 2 Warm
107511
479543
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
27
Noordoost
Koud
108129
479508
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
28
Noordoost Warm
108105
479381
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
29
Zuidoost Warm
107944
479058
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
30
Zuidoost Koud
107716
479268
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
31
Oost Warm
108248
479404
-90
-140
Warm
16
300000
300000
200
32
Oost
Koud
108193
479310
-90
-140
Koud
8
300000
300000
200
33
Monobron 1 Warm
107558
479800
-90
-105
Warm
16
100000
100000
65
34
Monobron 1 Koud
107558
479800
-135
-150
Koud
8
100000
100000
65
35
Monobron 2 Warm
107657
479715
-90
-105
Warm
16
100000
100000
65
36
Monobron 2 Koud
107657
479715
-135
-150
Koud
8
100000
100000
65
37
Monobron 3
Warm
107661
479930
-90
-105
Warm
16
100000
100000
65
38
Monobron 3 Koud
107661
479930
-135
-150
Koud
8
100000
100000
65
39
Monobron 4 Warm
107837
479785
-90
-105
Warm
16
100000
100000
65
40
Monobron 4 Koud
107837
479785
-135
-150
Koud
8
100000
100000
65
41
Hyde Park 1
108254
479059
-90
-140
Warm
16
533333
533333
270
42
Hyde Park 2
108122
478914
-90
-140
Koud
8
533333
533333
270
43
Hyde Park 3
108108
478898
-90
-140
Koud
8
533333
533333
270
44
Hyde Park 4
108270
479054
-90
-140
Warm
16
533333
533333
270
45
Hyde Park 5
108354
479187
-90
-140
Koud
8
533333
533333
270
46
Hyde Park 6
108367
479199
-90
-140
Koud
8
533333
533333
270
Nr
Naam bron
X
Y
Boven- kant filter (m
+mv)
Onder- kant filter
(m +mv)
Type
Infil- tratie tempe- ratuur (⁰C)
Max. water- hoeveel- heid infiltratie (m³)
Max. water- hoeveel- heid ont- trekking (m³)
Debiet (m³/h)
47
Hyde Park 7
107955
478726
-90
-140
Warm
16
533333
533333
270
48
Hyde Park 8
107968
478713
-90
-140
Warm
16
533333
533333
270
49
Hyde Park 9
108383
479020
-90
-140
Warm
16
533333
533333
270
50
Hyde Park 10
108430
479085
-90
-140
Warm
16
533333
533333
270
51
Hyde Park 11
108560
478957
-90
-140
Koud
8
533333
533333
270
52
Hyde Park 12
108579
478972
-90
-140
Koud
8
533333
533333
270
Oppervlaktewater en neerslag
De hydrologische effecten van het energieopslagsysteem zijn gedefinieerd als het verschil tussen de hydrologische situatie voor en na aanleg van de bodemenergiesystemen. Regionale aspecten zoals neerslag en oppervlaktewaterregimes zijn niet meegenomen in de berekeningen. De uitkomsten voor deze studie zijn echter toereikend voor het verkrijgen van een indicatie van de hydrologische effecten van de bodemenergiesystemen.
Uitkomsten effectenberekeningen
Uitgangspunten
Om een indicatie te verkrijgen van de hydrologische effecten als gevolg van het grondwatersysteem zijn de berekeningen op onderstaande uitgangspunten gebaseerd:
-Een bodemopbouw zoals weergegeven in dit rapport.
-De berekeningen zijn uitgevoerd voor een stationaire zomersituatie.
-Uitgangspunt is een “worst case” benadering.
-De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maximale ontwerpdebiet van de gemodelleerde systemen. Dit zal een overschatting van de effecten tot gevolg hebben omdat in werkelijkheid het water niet voor een periode van 24 uur per dag zal worden onttrokken in alle bronnen tegelijkertijd, maar minder.
De op basis van de gehanteerde uitgangspunten berekende grondwaterstands- en stijghoogteveranderingen zijn samengevat in tabel D3 en weergegeven in bijlage 3.
Tabel D3 Berekende grondwaterstand- en stijghoogteveranderingen en grootte 5 cm-invloedsgebied
Laag
Bodemlaag
Grondwaterstand- en stijghoogteveranderingen bij de bronnen1)
1
Freatisch pakket
Stijghoogteverandering max 0,05m
3
WVP1a
Stijghoogteverandering max0,06 m
5
WVP1b
Stijghoogteverandering max 0,08m
7
WVP2
Stijghoogteverandering max. 0,30m
11
WVP3
Stijghoogteverandering max. 6,02m
Beïnvloeding zoet / brak / zout grensvlak
In het model wordt op een diepte van 40 m –N.A.P. een stijghoogteverschil van maximaal 0,08 m berekend. In vergelijking met de natuurlijke stijghoogtefluctuatie in WVP1 van ± 0,30 m (paragraaf 3.3) is deze berekende invloed op de brak/zout grens relatief beperkt. Hierdoor, en in combinatie met de tegengestelde potentiaalrichting tussen seizoenen, worden geen noemenswaardige negatieve effecten van het nieuwe KWO- systeem op het zoet/brak/zout grensvlak verwacht.
Invloed op (maaiveld)zettingen
Voor het bepalen van risico op (maaiveld-)zettingen is uitgegaan van de in dit rapport beschreven bodemopbouw en de berekende stijghoogteverlagingen. Op basis van de voorhanden bodemonderzoeksgegevens worden maaiveldzettingen kleiner dan 18 mm berekend dichtbij de bronnen van Hyde Park. Binnen de afbakening van het bodemenergieplan wordt een maximale zetting van 12 mm verwacht. Om zettingsproblemen te voorkomen wordt in de praktijk een zettingsverhang van minder dan 1 meter per 300 meter (3,33 ‰) nagestreefd. Schade aan gebouwen treedt meestal op vanaf een zettingsverhang van 1 meter op 150 meter (6,66 ‰). Het maximale zettingsverhang is berekend op 0,09‰. Hiermee worden geen noemenswaardige zettingen verwacht als gevolg van de bronsystemen met deze bronconfiguratie en zoekgebieden.
Invloed op ondergrondse infrastructuur
Ervan uitgaande dat parkeergarages maximaal tot WVP1 reiken, is de maximale schommeling in de grondwaterstand 0,08. Zettingen die zijn berekend na 30 jaar onttrekken bedragen 18 mm Aangezien de effecten “worst case” zijn berekend, waarbij er uitgegaan is van een continue onttrekking van 30 jaar zullen de effecten in werkelijkheid kleiner zijn. Er zal namelijk niet voor 30 jaar continu worden onttrokken, maar elk half jaar ook worden geïnfiltreerd. Derhalve worden geen significante effecten op ondergrondse infrastructuur verwacht.
Opbarstrisico’s
Met het oog op reeds bestaande bebouwing en infrastructuur dient opbarsten van waterremmende lagen te worden voorkomen. Bronnen zullen worden aangelegd in WVP3 met een gewicht van circa 1428 kN/m2 boven de kleilaag (onderzijde op 89 m –N.A.P.). De berekende stijghoogteverandering bedraagt in het worst case scenario maximaal circa 6m. Hierbij is de opwaartse waterdruk onder SDL2 maximaal circa 858 kN/m2 bij een maximum stijghoogte als uitgangspunt. Opbarstrisico’s zijn in onderhavige situatie niet aan de orde.
Hydrologische effecten
In de afbeeldingen D2 tot en met D6 zijn de hydrologische effecten in de watervoerende pakketten weergegeven.
Afbeelding D2 Hydrologische effecten in modellaag 10, zomersituatie
Afbeelding D3 Hydrologische effecten in modellaag 1, zomersituatie
Afbeelding D8 Hydrologische effecten in modellaag 3, zomersituatie
Afbeelding D9 Hydrologische effecten in modellaag 5, zomersituatie
Afbeelding D10 Hydrologische effecten in modellaag 1, zomersituatie
Hydrothermische Effecten
Inleiding
De thermische effecten van het grondwatersysteem bestaan uit het opwarmen (zomer) en het afkoelen (winter) van het grondwater. In verband met eventuele toekomstig aan te leggen systemen in de omgeving dient inzicht te worden verkregen in het invloedgebied. In dit hoofdstuk worden deze thermische effecten berekend. Ook hier zijn de berekeningen uitgevoerd voor een “worst case” scenario. Hierbij zijn de in tussenseizoenen te onttrekken en te retourneren hoeveelheden grondwater in de uitgangspunten verdisconteerd in de grondwaterhoeveelheden voor zomer- en winterseizoen.
Uitgangspunten
De effecten dienen te worden berekend voor zowel de zomer- als de winterperiode. Hierbij wordt uitgegaan van een tijdsperiode van ongeveer 20 jaar. Voor de thermische berekeningen is uitgegaan van de in tabel 2.1 opgenomen energetische uitgangspunten. Daarnaast is gebruik gemaakt van onderstaande uitgangspunten voor de bodem:
Tabel D4 Uitgangspunten thermische berekening
Parameter
Water
Zand
Klei
Warmtecapaciteit [MJ/m3K]
4,2
2,4
2,3
Warmtegeleidingscoëfficiënt [W/mK]
0,6
2,4
1,8
Grondwaterstroming
richting
n.v.t.
verhang [‰]
n.v.t.
Natuurlijke grondwatertemperatuur [°C]
12
Ter bepaling van de jaarlijkse cyclus is het jaar in maanden opgedeeld (zie tabel D5). Op basis van het aantal vollasturen voor koeling en verwarming is het gebruik van het systeem geschematiseerd. In het onderstaande schema wordt ervan uitgegaan dat alleen in de winter wordt verwarmd en alleen in de zomer wordt gekoeld. Er wordt geïnfiltreerd met de temperaturen zoals weergegeven in tabel F.
Door het nominale debiet te hanteren (in plaats van het maximum debiet) wordt met de grootste ∆T’s gerekend, waardoor de temperatuurverschillen als een “worst case” situatie worden benaderd.
Tabel D5 Jaarlijkse cyclus WKO-systemen
Functie
Fractie van verpompt volume
Periode
Verwarmen
0.2
Januari
Verwarmen
0.2
Februari
Verwarmen
0.15
Maart
Verwarmen
0.05
April
Koelen
0.15
Mei
Koelen
0.2
Juni
Koelen
0.25
Juli
Koelen
0.25
Augustus
Koelen
0.15
September
Verwarmen
0.05
Oktober
Verwarmen
0.15
November
Verwarmen
0.2
December
Thermische invloed
De maximale thermische invloedsgebieden zijn weergegeven in afbeeldingen D7 en D8. De resultaten geven tevens aan dat met de aangegeven bronconfiguratie voldaan kan worden aan de totale energievraag zonder tot negatieve interferentie te leiden van bestaande systemen.
Afbeelding D7 Hydrothermische effecten in modellaag 13, einde winter
Afbeelding D8 Hydrothermische effecten in modellaag 10, einde zomer
Bijlage E
Richtlijnen WKO-bronnen Hoofddorp Centrum
1Bronnen dienen geplaatst te worden in de vastgestelde zones van het interferentiegebied.
2Indien mogelijk dient de bron op eigen kavel te worden geplaatst om ruimte op openbare grond beschikbaar te houden.
3Bronnen in openbare ruimte dienen aan te sluiten op een collectief zodra dit mogelijk is.
4Door de aanwezigheid van artesisch grondwater dienen de bronnen mogelijk afgewerkt te worden met uitschuifbare stukken en ringstukken.
5Voor de putconstructies op openbaar terrein gelden de aanvullende regels:
a.Monobronnen in openbaar terrein dienen gelijk aan maaiveld te worden afgewerkt.
b.Doubletbronnen met een minimale ontwerpcapaciteit van 150 m³/h mogen worden aangelegd met een bovengrondse putconstructie. Kleinere doubletbronnen dienen gelijk aan maaiveld afgewerkt te worden.
c.De putten gelijk aan maaiveld moeten voldoen aan verkeersbelasting D 400 kN.
d.Indien putten in het straatwerk komen, moeten deze ook als zodanig netjes worden afgewerkt. Geen beton in het zicht. Dit geldt ook voor andere maaiveldverhardingen.
e.De gemeente behoudt het recht om de randen van bovengrondse putconstructies te voorzien van informatie, kunst, reclame of andere grafische afbeeldingen. Dit zal geen invloed hebben op het onderhoud van de bron.
6Bij plaatsing van de bronnen op openbaar terrein gelden de aanvullende regels:
a.Voorkeurslocaties zijn op het trottoir, parkeervakken en pleinen.
b.Bij voorkeur voorkomen dat groen wordt ingeperkt door plaatsing van de bron. Hiermee worden met name bomen bedoeld.
7Voor de locatie, inpassing en uiterlijk van de bronput dient te allen tijde contact met de gemeente Haarlemmermeer plaats te vinden. De bronput moet voldoen aan de digitale welstandskaart Haarlemmermeer.