Aanhef
De raad van de gemeente Haarlemmermeer;
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 24 maart 2020 nummer 2020.0000707;
besluit:
1het 'Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer' vast te stellen, met als onderdelen:
a.de Zonneladder Haarlemmermeer;
b.de beleidsregels en ontwikkelprincipes voor zonneakkers;
c.het aangewezen zoekgebied voor grootschalige zonneakers, het 'Zonnecarré' (clusteren van zonneakkers rondom de banen van de luchthaven);
d.De grenzen van het aangewezen zoekgebied voor grootschalige zonneakkers als volgt aan te passen zodanig dat de omvang gelijk blijft:
-de Noordelijke grens tussen het knooppunt Rotterpolderplein (A9/A200) en het knooppunt Raasdorp (A9/A5) te verleggen van de Schipholweg naar een lijn die ligt op circa 600 meter vanaf onderzijde van het talud van de A9.
-de Westelijke grens te verleggen van de N205 naar de Uweg waarbij de grens tussen de Vijfhuizerweg en het knooppunt Rotterpolderplein het fietspad langs de Polderbaan volgt.
2de besluiten te publiceren en in werking te laten treden op de dag na publicatie;
3de nota 'Beleidsregels Ruimtelijke inpassing zonnepanelen parken' (2014.0057122) en de verruiming daarop (2017.0013395) in te trekken met ingang van de datum van publicatie van de nieuwe beleidsregels.
Inleiding
Een groeiende vraag naar duurzame en lokaal opgewekte elektriciteit en de financiële aantrekkelijkheid van zonneakkers, maakt dat er veel initiatieven bij de gemeente Haarlemmermeer binnenkomen voor zonneakkers in het buitengebied. Door de grote rol die zonne-energie in de energietransitie krijgt, zal de behoefte aan ruimte voor zonneakkers toenemen. Dat vraagt om sturing op voorkeurslocaties. Zoals we dat ook doen bij woningbouw of bedrijventerreinen.
Nieuw beleid is nodig om duidelijkheid te bieden over of, waar en onder welke voorwaarden deze ruimtevraag gefaciliteerd wordt. Dit roept allerlei vragen op. Welk deel van de lokaal gebruikte energie is lokaal op te wekken? Hoe is de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen? Hoe wordt planologische duidelijkheid geboden? Welke heldere kaders en perspectieven worden geboden aan initiatiefnemers?
Dit beleidskader is leidend voor hoe wij omgaan met initiatieven voor zonneakkers. Ook is dit beleidskader leidend voor onze inzet voor de Regionale Energiestrategie (RES, zie hoofdstuk 1) voor het onderdeel opwek door zon in het buitengebied. De beleidsregels “Ruimtelijke inpassing zonnepanelenparken" (2014.0057122) en de verruiming daarop (2017.0057122) worden hiermee ingetrokken.
Leeswijzer
In dit beleidskader wordt ingegaan op de noodzaak van zonneakkers en beleidsvorming (hoofdstuk 1), de zonneladder Haarlemmermeer en bijbehorende routekaart (hoofdstuk 2), de landschappelijke kwaliteiten en belangen van Haarlemmermeer (hoofdstuk 3), de voorwaarden en ontwikkelprincipes voor realisatie van zonneakkers (hoofdstuk 4), ruimtelijke varianten voor locaties van grootschalige zonneakkers (hoofdstuk 5), het aangewezen zoekgebied voor grootschalige zonneakkers (hoofdstuk 6) en de te volgen stappen om richting een uitvoeringsstrategie te komen (hoofdstuk 7).
Ontwikkelingen zonne-energie in Nederland en Haarlemmermeer
De laatste jaren nemen zonnepanelen een enorme vlucht. Vanaf 2011 is het opgesteld vermogen in Nederland – naar schatting – gegroeid van 149 MW naar 4.300 MW in 2018. Dat jaar werd een recordgroei behaald van 46% t.o.v. 2017. Opvallend is vooral de groei van zonneakkers van commerciële exploitanten. Deze groeide, mede dankzij de SDE+ subsidie, met 90%.
Ook in Haarlemmermeer is deze groei te zien. In 2017 werd het opgesteld vermogen bijna verdubbeld t.o.v. het jaar daarvoor. Daarmee werd de sterkste groei behaald van alle Nederlandse gemeenten, nog los van de ontwikkeling van zonneakker ‘de Groene Hoek’ bij Hoofddorp. De groei zit met name in zon op daken.
Deze cijfers geven aan dat er een sterke autonome groei is. Aan de andere kant: In absolute zin is zonne-energie nog maar een fractie in de totale energiemix. Een serie getallen: in 2017 was 13% van de hernieuwbaar geproduceerde elektriciteit afkomstig uit zonne-energie. 14% van de totale elektriciteit in Nederland was afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Het totale elektriciteitsgebruik vertegenwoordigt slechts 20% van ons energiegebruik. Daarmee is nu zo’n 0,4% van de totale nationale energievraag ingevuld door zonne-energie.
Bronnen: Solar Trendrapport 2018, CBS Zonnestroom per gemeente 2017, CBS Longreads: Trends in Nederland 2018; cijfers- Energie, CBS Statline: Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik 2017
Bijlage 1: Begrippenlijst
Begrip
Beschrijving
Bufferzone
Een provinciaal ruimtelijk instrument bedoelt om de stedelijke gebieden van Amsterdam en Haarlem niet aan elkaar te laten groeien
Energiescenario’s
Scenario's opgesteld met het Energy Transition Model (ETM) waarmee doorgerekend kan worden hoeveel hectare zonneakkers nodig zijn bij bepaalde aannames.
Grootschalige zonneakkers
Zonneakkers groter dan 10 hectare
Initiatiefnemers
Inwoners of ondernemers met een plan voor de aanleg van een zonneakker
Kleinschalige zonneakkers
Zonneakkers kleiner dan 2 hectare
Klimaatakkoord
Een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan
Middelgrote zonneakkers
Zonneakkers tussen de 2 en de 10 hectare
Oorspronkelijke polderkavel
Haarlemmermeerse kavels met een afmeting van 1 km bij 200 m en een oppervlak van 20 hectare
Regionale energiestrategie
Het instrument van het Klimaatakkoord waarmee gemeenten en regio's aangeven hoeveel duurzame energieproductie ze kunnen en willen faciliteren en in welke zoekgebieden
Routekaart
Een concrete vertaling van de zonneladder die aangeeft hoeveel opwekcapaciteit er minimaal gerealiseerd moet worden op daken en parkeerterreinen, voordat er meer op land bij mag komen
Ruimtelijke varianten
Onderscheidende schetsen van locaties voor zonnepanelen in Haarlemmermeer
Wachtlandschap
Planologisch vastgelegde ruimtelijke reserveringen voor toekomstige kantoor- en bedrijventerrein en glastuinbouwconcentratiegebied
Westflank
Het globale gebied aan de westkant van Haarlemmermeer tussen Vijfhuizen en Lisserbroek die beoogd is voor wonen, recreatie en agrarisch gebruik
Zonnecollectoren
Buispanelen die warmte opwekken in plaats van elektriciteit
Zonneladder
Een rangschikking naar wenselijkheid van type locaties voor zonnepanelen
Zonnepanelen
Photovoltaische (PV) panelen die elektriciteit opwekken
Bijlage 2: Type initiatieven in Haarlemmermeer
De initiatieven en initiatiefnemers op het gebied van zonne-energie in Haarlemmermeer hebben verschillende kenmerken.
Type initiatiefnemers
Initiatiefnemers die zonne-energie (willen) opwekken/ ontwikkelen in Haarlemmermeer zijn in zeven categorieën in te delen:
1Eigen gebruik
Initiatiefnemers die ter plaatse van hun woning, bedrijf of instelling zonne-energie primair ontwikkelen voor verduurzaming eigen gebruik. Voorbeelden: zonnepanelen op daken van woningen, gebouwen, schuren, garages, carports en in tuinen of om bedrijfspand gelegen gronden.
2Netleveraar
Initiatiefnemers die ter plaatse van hun woning, bedrijf of instelling zonne-energie ontwikkelen waarbij groot deel aan het net wordt geleverd. Voorbeelden: Grote agrarische schuren of bedrijfsdaken.
3Energiecoöperatie
Energiecoöperaties die lokaal met bewoners en/of bedrijven zonne-energie ontwikkelen voor verduurzaming van wijk/dorp/gemeente.
Voorbeelden: Lisserbroek SamenMeer
4Zonne-energie-ontwikkelaar en exploitant zonder grond
Initiatiefnemers/projectontwikkelaars die geen grond bezitten, maar als doel hebben zonne-energie te ontwikkelen en zelf te exploiteren (al dan niet met partners).
5Zonne-energie ontwikkelaar en doorverkoper zonder grond
Initiatiefnemers/projectontwikkelaars die geen grond bezitten, maar als doel hebben zonne-energie te ontwikkelen en daarna het ‘concept/bedrijf?’ door te verkopen.
6Zonne-energie ontwikkelaar en exploitant met grond
Initiatiefnemers/projectontwikkelaars die grond bezitten en als doel hebben zonne-energie te ontwikkelen en zelf te exploiteren (al dan niet met partners).
Voorbeeld: Fase 1 van de Groene Hoek
7Zonne-energie ontwikkelaar en doorverkoper met grond
Initiatiefnemers/projectontwikkelaars die grond bezitten en als doel hebben zonne-energie te ontwikkelen en daarna het plan door verkopen.
Deze initiatiefnemers verschillen van elkaar waar het gaat om de omvang van het project, de impact op de omgeving, de wijze van financiering en de maatschappelijke meerwaarde.
Bijlage 3: Geldend ruimtelijk-juridisch beleid
Provinciale Ruimtelijke Verordening
(Vastgesteld 14 januari 2019, in werking getreden 1 februari 2019)
In de Provinciale Ruimtelijk Verordening zijn regels opgenomen voor opstellingen voor zonne-energie (artikel 32a PRV). Hierin is onder andere aangegeven dat:
1Opstellingen voor zonne-energie kunnen uitsluitend mogelijk gemaakt worden met een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik;
2Opstellingen voor zonne-energie zijn niet toegestaan op gronden die zijn aangemerkt als:
a.Natuurnetwerk Nederland en natuurverbinding;
b.erfgoed van uitzonderlijke universele waarden de Stelling van Amsterdam;
c.bufferzones;
d.weidevogelleefgebieden.
3Aan de omgevingsvergunning worden in elk geval de volgende voorwaarden verbonden:
a.deze geldt voor een bepaalde termijn, die maximaal 25 jaar bestrijkt;
b.na afloop van de termijn wordt de bestaande toestand van voor de vergunning verlening hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd en
c.hiervoor wordt financiële zekerheid gesteld.
4Opstellingen voor zonne-energie in het landelijk gebied zijn ook mogelijk op gronden met nutsvoorzieningen (behalve op leidingtracés) als de aanwezige functies in stand blijven;
5Voldaan moet worden aan de ruimtelijke kwaliteitseisen van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, zoals die zijn omschreven de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (artikel 15 PRV).
6Gedeputeerde Staten stellen nadere regels over de omvang en inpassing van een opstelling voor zonne-energie
Artikel 27 Landbouweffecten
1Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op landelijk gebied gaat vergezeld van een landbouw effectrapportage, indien sprake is van:
a.a. een MER-plichtige activiteit als bedoeld in het Besluit MER;
b.b. overige ingrepen die een aanzienlijk effect hebben op gronden met een agrarische bestemming, of;
c.c. een vermindering van het areaal landbouwgrond met minimaal 100 ha.
2De toelichting van een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat de resultaten van de landbouw effectrapportage en bevat de motivering hoe rekening is gehouden met deze resultaten in de belangenafweging.
3De toelichting van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op landelijk gebied, waarop het eerste lid niet van toepassing is, maar dat een functiewijziging bevat van een agrarische functie naar een niet-agrarische functie bevat een motivering hoe rekening is gehouden met de effecten op de agrarische structuur van het betreffende gebied.
4Het bepaalde in de voorafgaande leden is niet van toepassing op de gronden aangeduid op kaart 4 en op de digitale verbeelding ervan als Natuurnetwerk Nederland of als natuurverbinding.
5Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de inhoud van een landbouweffectrapportage als bedoeld in het eerste lid.
Uitvoeringsregeling opstellingen voor zonne-energie in het landelijk gebied
(Gedeputeerde Staten 9 april 2019, gepubliceerd 17 april 2019)
In de uitvoeringsregeling zijn regels opgenomen over de locatie, de omvang en de inpassing van opstellingen voor zonne-energie.
Locatie:
De locatie voor de opstelling van zonne-energie dient aan minimaal één zijde aan te sluiten op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint. Onder dorpslint wordt verstaan een langgerekte lijn van aaneengesloten bebouwing of kort op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing ten behoeve van overwegend stedelijke functie.
De omvang van de opstelling bedraagt:
a.maximaal 5 hectare op een locatie die aan één zijde ontsloten is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint;
b.maximaal 10 hectare op een locatie die aan één zijde ontsloten is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint en daarnaast nog een andere zijde aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint, een rijksweg, provinciale weg of spoorweg;
c.maximaal 25 hectare op een locatie die aan één zijde ontsloten is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint en daarnaast nog twee andere zijden aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint, een rijksweg, provinciale weg of spoorweg;
Daarnaast blijft gelden dat de opstellingen voor zonne-energie niet groter zijn dan passend binnen de uitgangspunten van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De locatie mag niet aansluiten op een bestaande locatie, tenzij sprake is van aanvulling van een bestaande locatie tot de maximaal toegestane oppervlakte.
Inpassingseisen:
Aan de inpassing van de opstelling voor zonne-energie worden de volgende eisen gesteld:
1de hoogte bedraagt maximaal 1,50 meter gemeten vanaf het gemiddelde straatpeil van de omliggende openbare wegen;
2hiervan kan worden afgeweken indien de afwijking aantoonbaar bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit of anderszins substantiële meerwaarde oplevert voor de fysieke leefomgeving;
3de bodem onder de opstelling wordt niet verhard of verdicht;
4de terreinafscherming en de rand van de opstelling voor zonne-energie zijn passend in de omgeving en worden zoveel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd;
5de afstand tussen de opstelling voor zonne-energie en woonbebouwing bedraagt minimaal 50 meter.
Inpassing stimuleringsgebieden
Stimuleringsgebieden voor zonne-energie zijn gebieden waar van de locatiecriteria kan worden afgeweken, omdat meer grootschalige of afwijkend gelegen opstellingen voor zonne-energie op die plek passend zijn binnen de regionale ruimtelijke- en energetische beleidsuitgangspunten of een substantiële meerwaarde opleveren voor de fysieke leefomgeving. Het gaat om locaties die geometrisch begrensd worden, zoals bijvoorbeeld de opstelling voor zonne-energie in de ‘Groene Hoek’. Om die reden zijn de locatie en omvangscriteria niet van toepassing.
Zonnepanelen op daken vergunningsvrij
Een zonnepaneel voor elektriciteitsopwekking mag vergunningsvrij op een dak worden geplaatst, als (artikel 2, lid 6 bijlage II besluit omgevingsrecht):
a.op een schuin dak
-binnen het dakvlak,
-in of direct op het dakvlak, en
-de hellingshoek gelijk is aan de hellingshoek van het dakvlak;
b.op een plat dak: de afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk zijn aan de hoogte van het paneel;
Maar er zijn uitzonderingen. Een zonnepaneel mag niet op:
-een illegaal bouwwerk,
-een rijks- of gemeentelijk monument, of
-een pand in beschermd stads of dorpsgezicht
Bijlage 4: Financiën en netwerk
Businesscase
Volgens het Solar Trendrapport van 2019, is de kostprijs van zonne-energie de afgelopen tien jaar met 88% gedaald. Elke verdubbeling van de productie van het aantal zonnepanelen wereldwijd gaat gepaard met een kostendaling van 28,5%. Deze daling zorgt ervoor dat zonnestroom inmiddels goedkoper is dan elektriciteit geproduceerd met gas- of kolencentrales. Onderdelen van de businesscase voor zonneakkers staan uitgelegd in onderstaande tabellen.
Tabel 2: Businesscase uit “Zonneparken in het buitengebied van de provincie Flevoland; een economische en ruimtelijke verkenning”
Belangrijkste stimulerende instrumenten
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Dit is de opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet. In de toekomst wordt het zo mogelijk om via zogenaamde maatwerkregels in het omgevingsplan, te eisen dat nieuwe (en mogelijk ook bestaande) gebouwen hun dak gebruiken om duurzame energie op te wekken of om maatregelen te nemen voor klimaatadaptatie. Dit geldt voor gebouwen die niet al onder de voorgenomen BENG-eisen vallen zoals onverwarmde industriehallen.
Postcoderoosregeling
Deze regeling stimuleert duurzame opwekking door energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Deze regeling is met name bedoeld voor huishoudens zonder eigen dak dat geschikt is voor zonnepanelen. Het biedt 15 jaar lang vrijstelling van energiebelasting over de zon- of windenergie die deelnemers in een project gezamenlijk opwekken. In ruil voor deelname (een investering) ontvangen deelnemers naar rato jaarlijks een teruggave van de energiebelasting die zij betaald hebben over de energie die ze thuis gebruiken.
Salderingsregeling
De salderingsregeling is de laatste jaren erg succesvol geweest in het stimuleren van zonnepanelen bij huishoudens. Het wegstrepen van de zonnestroom die aan het net geleverd wordt tegen de stroom die op een ander moment van het net wordt afgenomen, maakt dat particulieren zonnepanelen in ongeveer 7 jaar terugverdienen. Vanaf 1 januari 2023 wordt deze regeling stapsgewijs afgebouwd. De verwachting is dat voor systemen die nog deze kabinetsperiode worden aangeschaft, de terugverdientijd rond de 7 jaar zal blijven. Daarna kan de terugverdientijd iets oplopen.
SDE+
Deze subsidieregeling is op dit moment het belangrijkste instrument voor de stimulering van de productie van hernieuwbare energie. Het dekt de ‘onrendabele top’ van exploitatie van duurzame energieprojecten. Hiervoor geldt vanaf 2019 dat dakgebonden PV-systemen een hoger basisbedrag krijgen dan grondgebonden systemen. Dit is met name gedaan omdat dakgebonden systemen gemiddeld genomen een hogere kostprijs hebben dan grondgebonden systemen. Met deze differentiatie kunnen zonnepanelen op daken een vergelijkbaar rendement halen. In de praktijk kunnen daksystemen gemiddeld genomen financieel aantrekkelijker zijn omdat bij het bepalen van de kostprijs voor veldopstellingen geen rekening is gehouden met eventuele grondvergoedingen.
Op grond van het regeerakkoord wordt vanaf 2020 de SDE+ verbreed naar de SDE++. In de nieuwe systematiek komt een rangschikking waarbij technieken worden gecorrigeerd voor eigen verbruik. Systemen waarbij (een deel van) de elektriciteitsopbrengst direct voor eigen gebruik wordt aangewend krijgen de voorkeur over systemen zonder eigen gebruik. In de praktijk betekent dit een voorkeur voor dakgebonden systemen. Maar, andere mogelijke opweklocaties zoals parkeerterreinen of geluidschermen worden hiermee niet bevoordeeld. Het kabinet zal bij het verder vormgeven van de SDE++ onderzoeken of het nodig is de regeling in dat licht aan te verbeteren.
Netverzwaring
Kosten voor netverzwaring worden gesocialiseerd. Het is dus in maatschappelijk belang dat het net zo optimaal mogelijk benut wordt en onnodige netverzwaring wordt voorkomen. In de toekomst kan het voorkomen dat het terugleveren van zonnestroom beperkt wordt tot een bepaald maximum van de piekopwek. In de praktijk scheelt het maar marginaal op de totaal opgewekte energie, maar wel significant op de aansluiting. Dit onder het motto ‘geen vierbaansweg aanleggen voor een paar drukke vakantiedagen per jaar’.
Over het algemeen kan gezegd worden dat onderstations in Haarlemmermeer vooral belast zijn met de afname van elektriciteit. Opwek kan dan gunstig zijn om dit te compenseren. Echter, grootschalig terugleveren op het elektriciteitsnet vraagt om aanpassingen en verzwaringen. Volgens de netbeheerder zijn meerdere kleinschalige zonneakkers, verspreid over de gemeente, beter aan te sluiten op het bestaande net dan enkele grootschalige parken. Tenzij er directe aansluitingen op onderstations gerealiseerd worden. Maar deze zijn kostbaar.
Voor de aansluiting op het netwerk moet altijd per situatie gekeken worden welke opties mogelijk zijn. Zo kan er direct op een onderstation aangesloten worden, kan er een aansluiting gemaakt worden op de ring, of kan er gebruik worden gemaakt van een nabijgelegen zware aansluiting op een boerenerf.
Het combineren van zonne- en windenergie op dezelfde netwerkaansluiting kan gunstig zijn omdat het energieprofiel daarmee afvlakt. Zon en wind zijn deels complementair zodat er minder pieken en dalen ontstaan in het opwekken van energie.
Bijlage 5: Milieueffecten en recycling zonnepanelen
Cadmium Telluride
Cadmium telluride wordt tegenwoordig vaak gebruik in zonnepanelen vanwege de betere prestaties op gebied van energie efficiëntie en CO2 uitstoot ten opzicht van alternatieve materialen. Daarmee is de milieu impact van cadmium telluride zonnepanelen lager dan die van andere type zonnepanelen. Met betrekking tot de gezondheidsrisico’s (toxiciteit) van cadmium telluride wordt met name het cadmium deel gezien als een risico. Cadmium telluride is als chemische verbinding echter (orde van groottes) minder gevaarlijk dan de pure vorm van cadmium. Het is ook een chemisch zeer stabiel molecuul dat niet oplosbaar is in water.
Ongevaarlijk is het ook niet, het is nog steeds giftig als het ingenomen of ingeademd wordt. Na toxisch onderzoek heeft de European Chemical Agency (ECHA) cadmium telluride niet meer als gevaarlijk geclassificeerd.
Een onderzoek in Beieren omtrent zonneakkers op agrarisch land heeft aangetoond dat de gezondheidsrisico’s van het mogelijk weglekken van cadmium telluride zeer gering zijn.
Tot slot moet gesteld worden dat cadmium een onvermijdbaar bijproduct is van het productieproces van onder andere zink, goud en koper. Door cadmium niet in een gecontroleerde omgeving te gebruiken, zoals zonnepanelen, zou het gestort moeten worden als chemisch afval. Verschillende onderzoekers stellen dan ook dat het gebruik van cadmium in de vorm van cadmium telluride in zonnepanelen een veiliger alternatief is.
Recycling
Recycling van zonnepanelen is bij wet geregeld in de richtlijn Afgedankt Elektronisch en Elektronisch Afval (AEEA) (de Nederlandse vertaling van de Europese WEEE richtlijn). Fabrikanten en importeurs (dus ook projectontwikkelaars, installateurs en groothandelaren) zijn verplicht hieraan mee te doen. De belangrijkste eisen uit de richtlijnen zijn:
1) registreren van de organisatie voor de Nederlandse markt;
2) registreren van de hoeveelheid geïmporteerde producten per jaar;
3) verwijderen van afval volgens wettelijke eisen;
4) zorgen voor een ‘passende financiële regeling’ waarmee een organisatie borgt dat de geïmporteerde producten ook echt verwerkt worden.
De branchevereniging van de Nederlandse zonne-energiesector – Holland Solar – heeft bijgedragen aan de oprichting van de stichting Zonne-energie Recycling Nederland (ZRN). Deze stichting ontzorgt bedrijven bij het naleven van de richtlijnen.
Door de recyclingvereisten, het schaarser worden van mineralen en metalen en de daarmee gepaard gaande kosten en de WEEE-inleververgoeding worden producenten gestimuleerd om de kringloop van AEEA te sluiten. Zonnepanelen zijn inmiddels al voor 96 procent recyclebaar.
Bijlage 6: Inspiratie voor dubbelgebruik buitengebied
Zonopwek en parkeren
Wat? Overdekte constructies voor auto’s of landbouwvoertuigen met zonnepanelen.
Waar? Op agrarische erven en woonerven van voldoende omvang.
Hoe? Zorgvuldig ingepast en met lichte en natuurlijke constructies.
Zonneakkers en schapenhouderij
Wat? Begrazing door schapen onder lage zonnepanelen.
Waar? Op locaties voor zonneakkers. Niet in directe nabijheid luchthaven. Niet in ecologische inpassingszones.
Hoe? Als beheer van grasland onder zonneakkers. Goed positioneren zodat gras groeit (dus N-Z en niet O-W) voldoende afstand, water onder panelen laten komen.
Zonneakkers en kippenhouderij
8https://www.bndestem.nl/breda/wandelen-tussen-de-kippen-op-een-zonneakker~a1babb2a/
Wat? Uitloop van kippen onder lage zonnepanelen.
Waar? Alleen beperkt bij bestaande kippenhouderij.
Hoe? Als mogelijkheid om kippen te laten scharrelen onder de panelen.
Zonneakkers en akkerbouw
Wat? Verplaatsbare constructies voor zonnepanelen met daaronder akkerbouw.
Waar? Op locaties voor zonneakkers.
Hoe? Nu alleen nog experimenteel in Duitsland.
Zonneakkers en tuinbouw/paddestoelenteelt
9https://www.gakon.nl/nl/tuinbouw/kassenbouw/solar-kassenhttps://www.nbd-online.nl/nieuws/188334-zonnefarm-groentebed
Wat? Zonnepanelen boven paddenstoelenproductieunits.
Waar? Op glastuinbouwlocaties die van functie veranderen (bijvoorbeeld Rijsenhout)
Hoe? Niet te dicht bij woningen.
Zonneakkers en schapenhouderij
Wat? Begrazing door schapen onder lage zonnepanelen.
Waar? Op locaties voor zonneakkers. Niet in directe nabijheid luchthaven. Niet in ecologische inpassingszones.
Hoe? Als beheer van grasland onder zonneakkers. Goed positioneren zodat gras groeit (dus N-Z en niet O-W) voldoende afstand, water onder panelen laten komen.
Zonneakkers en klimaatadaptatie
10https://www.welldesign.com/portfolios/agrarische-zonnesystemen/https://www.deingenieur.nl/artikel/akkerbouw-onder-zonneakkerhttp://hofgemeinschaft-heggelbach.de/energie/agrofotovoltaik
Wat? Lichte, overdekte constructie met zonnepanelen die opgaan in een recreatief landschap. Geeft schaduw tegen hittestress of beschutting tegen regen.
Waar? In intensievere recreatieve gebieden in het buitengebied.
Hoe? Niet belemmerend werken voor groenstructuur/bomen. Opgaand in het landschap.
Zonneakkers en waterberging
Wat? Drijvende zonnepanelen.
Waar? Wordt al aangelegd bij PWN locatie.
Hoe? Geen nadelen voor recreatieve functie en voor ecologie
Zon en weginfrastructuur in buitengebied
11https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/2018/09/berijdbare-zonnepanelen-nu-ook-op-rijksweg-getest.aspx
Wat? Geluidsschermen, taluds, vangrails, wegdek voorzien van zonnepanelen.
Waar? Zowel bij bestaande als nieuwe infrastructuur.
Hoe? Verkeersveilig. Goed te beheren
Zonneakkers en recreatie
12http://duurzaamharen.nl/informatiebijeenkomst-polycultuur-zonneakker-mikkelhorst/
Wat? Recreatiegebieden waar zonnepanelen ingepast worden.
Waar? Op locaties voor zonneakkers. In zeer beperkte omvang in recreatiegebieden.
Hoe? Afhankelijk van beleving van recreant, afhankelijk van de aard van het gebied, afhankelijk van de vormgeving van de inpassing. Meegeven als inpassingseis bij zonneakkers.
Grote zonneakkers in de buurt van dorpen en steden kunnen ook ruimte bieden voor routes voor langzaam verkeer. Een betere dooradering van het landelijk gebied van Haarlemmermeer biedt kansen en ruimte voor zowel recreatief als utilitair gebruik.
Zonneakkers en ecologie
13https://www.trouw.nl/groen/ecologisch-zonneakker-is-geen-geldmachine-maar-draagt-wel-zorg-voor-de-natuur~ae059f46/
Wat? Zonneakkers als vliegwiel gebruiken voor creëren van meer biodiversiteit. Denk aan bijenstroken, natte verbindingszones.
Waar? Op locaties voor zonneakkers.
Hoe? Afhankelijk van locatie, doeltypen natuur. Meegeven als inpassingseis bij zonneakkers. Afstandeisen tussen panelen (zie artikel). Inzaaieisen. Bijenkasten
Zonneakkers en kunst
Wat? Zonneakkers combineren met kunst.
Waar? Op en langs locaties voor zonneakkers.
Hoe? Omvormergebouwtjes als uitkijkposten om kunst te spotten. Beeldende kunst tussen panelen. Panelen zelf als kunstwerk. Tekst op panelen. Spelen met kleuren panelen et cetera.
Bijlage 8: Aannames routekaart zonneladder
De cijfers in de routekaart zijn gebaseerd op een ‘aannemelijk’ groeipad. Voor woningdaken zijn bijvoorbeeld de groeicijfers van de jaren 2014 t/m 2018 als startpunt genomen. Vervolgens is een groeivoorspelling gedaan op basis van een ’S-Curve’ en een benuttingsgraad van 50% van de woningen in 2050. De steilte van de groeicurve is zo gekozen dat deze aansluit bij de bekende groeicijfers. Voor grote daken is dezelfde methode toegepast. Voor de benutting van parkeerterreinen is een minder nauwkeurige schatting gedaan omdat er geen historische groeicijfers bekend zijn (lees=worden nu nog niet benut). Er is aangenomen dat 1 hectare aan zonnepanelen overeenkomt met 1 MW vermogen.
Potentie van de belangrijkste onderdelen per trede
1Daken: De potentie op woningdaken is ongeveer 300 MW en van bedrijfsdaken ongeveer 750 MW. Met name op grote daken kan veel winst behaald worden (uit Energy Transition Model o.b.v. scenario’s uit de Ruimtelijke Verkenning Haarlemmermeer). De 30 grootste daken in Haarlemmermeer hebben een gezamenlijk oppervlak van zo’n 100 hectare (uit Dashboard zon op grote daken Noord-Holland).
2Parkeerterreinen: Er is grofweg 80 hectare aan grote parkeerterreinen in Haarlemmermeer.
3‘Wachtlandschappen’: De potentie hiervan is groot, maar hangt volledig af van de termijnen waarin ontwikkelingen plaatsvinden.
4Grasbermen, -taluds en geluidswallen: Het gaat om enkele honderden hectare aan oppervlak. Verdiepend onderzoek is nodig om de potentie te bepalen wanneer rekening wordt gehouden met veiligheidszones, natuurfuncties, waterberging en business cases voor zonnepanelen op die locaties.
5Kleinschalige locaties: In principe gaat dit om locaties van minder dan 2 hectare.
6Grootschalige locaties: Potentie van 1000 hectare bruto in 2050. Nadere uitwerking is nodig. Hieronder valt ook de mogelijkheid van een park van maximaal 20 hectare in PARK21.
Bijlage 9: Overzicht kans-locaties kleinschalig
Kern
Binnenstedelijk (trede 1 en 2)
Bij infrastructuur (trede 3)
Kleinschalige zonneakkers (trede 5)
Spaarndam
Grote daken (Albert Heijn)
Talud A9
Spaarnwoude
Boerderijen
Penningsveer
Grote daken
Nvt. Buiten LIB4
Halfweg
Grote daken
Haarlemmerliede
Grote daken en boerderijen, parkeerterrein SugarCity
Langs A200
Nieuwebrug
Grote daken
Berm N205
Nvt. Buiten LIB4
Zwanenburg
Bedrijfsdaken de Weeren
Knooppunt A5/A9, talud A9
Langs A9, rond AWZI Zwanenburg
Vijfhuizen
Parkeerplaats Expo Haarlemmermeer
Langs busbaan
Nvt. Buiten LIB4
Boesingheliede
Grote daken
Knooppunt A5/A9, talud A9
Lijnden
Grote daken, parkeerterreinen
Knooppunt A5/A9, talud A5, talud A9
Restgrond aan Raasdorperweg
Cruquius
Bedrijfsdaken
Nvt. Buiten LIB4
Zwaanshoek
Bedrijfs- en boerderij daken, parkeerterrein tuincentrum, nabij waterzuivering
Op duinpolderweg-aquaduct
Nvt. Buiten LIB4
Badhoevedorp
Grote daken, parkeerterrein sportcentrum en hotel
Knooppunt Badhoevedorp, afritten A9
Nieuwe Meer
Parkeerterrein golfclub, bedrijfsdaken
Afritten van A9
Hoofddorp
Parkeerplaatsen recreatiegebieden en sportcomplexen, bedrijfsdaken, geluidswal
Langs N205, afritten A4
Op de ribbels in buitenschot
Schiphol
Grote parkeerterreinen en bedrijfsdaken, op Schipholterrein
Afritten en taluds A4
Schiphol-Rijk
Bedrijfsdaken
Talud N201
Beinsdorp
Bedrijfsdaken
Talud N205
Nvt. Buiten LIB4
Rozenburg
Grote parkeerterreinen en bedrijfsdaken
Afritten A4, talud N201
Oude Meer en Schiphol Oost
Grote parkeerterreinen en bedrijfsdaken
Afritten A9
Aalsmeerderbrug
Bedrijfsdaken
Talud N201
Nieuw Vennep
Bedrijfsdaken, parkeerterrein station
Talud N207 en spoorlijnen
PARK 21, combinatie met educatie/recreatie
Rijsenhout
Bedrijfsdaken, parkeerterreinen rond A4
Afritten A4
Lisserbroek
Bedrijfsdaken, boerderijen,
Doorsnijding Duinpolder talud
Nvt. Buiten LIB4
‘t Kabel
Bedrijfsdaken
Talud spoorlijnen
Burgerveen
Bedrijfsdaken
Talud A4
Abbenes
Bedrijfsdaken
Talud Dokter Heijelaan, strook A44
Leimuiderbrug
Bedrijfsdaken
Talud N207
Weteringbrug
Bedrijfsdaken, parkeerterrein
Talud A44
Voormalige sportterrein
Buitenkaag
Bedrijfsdaken
Talud A44 en spoor
Bijlage 10: Reacties op concept beleidskader
In onderstaande tabel zijn de meest relevante reacties op het concept beleidskader zonneakkers opgenomen, zoals gegeven door deelnemers aan de RES-ateliers en initiatiefnemers voor zonneakkers die bekend zijn bij de gemeente. Per reactie is aangegeven door wie deze is gemaakt (initiatiefnemer of deelnemer aan een atelier) en hoe de reactie is verwerkt. Voor de vertrouwelijkheid zijn de reacties algemeen geformuleerd en waar nodig samengevoegd. Belangrijk om te vermelden is dat dit niet de volledigheid van reacties uit de RES-ateliers bevat. Daarvoor zijn aparte verslagen beschikbaar. Dit zijn enkel de reacties die vragen om een aanpassing ten opzichte van het concept beleidskader.
Reactie op. concept beleid
Door wie?
Hoe verwerkt?
Ruimte geven voor zonneakers nabij water- /rioolzuivering installaties, ook buiten eigen terrein.
Initiatiefnemer
In de zonneladder is ruimte geboden voor dit soort initiatieven op eigen terrein. Buiten dat terrein is het afhankelijk van functie, omvang en locatie. Voor agrarische grond: Grootschalig alleen in zoekgebied, kleinschalig eventueel als kanslocatie binnen LIB4.
Zowel carré als corridor aanwijzen als zoekgebied, danwel combinatie/ hybride vorm maken.
Initiatiefnemer, deelnemer RES atelier inwoners, deelnemer RES atelier stakeholders
We wijzen de zonnecarré aan als zoekgebied. Redenen daarvoor zijn opgenomen in hoofdstuk 6. O.a. versnippering voorkomen en inzetten op ruimtelijke kwaliteit. In de toekomst kan heroverwogen worden als blijkt dat plan voor de carré niet van de grond komt.
Geen harde grens opnemen voor de breedte van zonne-corridors
Initiatiefnemer
Corridors worden in dit beleidskader niet verder uitgewerkt
Heroverwegen dat zonneakkers 125m vanaf de polderlinten moeten blijven
Initiatiefnemer
125mblijft gehandhaafd voor noord-zuid linten. Voor oost-west linten is afstand van 50m opgenomen. Het is belangrijk om de linten vrij te houden om het karakter van Haarlemmermeer te behouden.
Stelling dat het gebied onder Zwanenburg geen uitloopgebied is voor recreatie
Initiatiefnemer
Op dit moment is het gebied onder Zwanenburg met name agrarisch in gebruik. In de toekomst voorzien wij een behoefte aan meer recreatief uitloopgebied.
LIB 1 en 2 zones niet bij voorbaat uitsluiten maar afhankelijk maken van oordeel ILT
Initiatiefnemer
Zonneakkers zijn in principe niet toegestaan in LIB 1 en 2. Mocht LVNL, ILT en Schiphol daarvan (schriftelijk aantoonbaar) af willen wijken, dan is daar onder voorwaarde ruimte voor.
Niet te veel randvoorwaarden/ beperkingen opleggen maar ruimte laten voor maatwerk
Initiatiefnemer
De mogelijkheden voor zonneakkers zijn aanzienlijk verruimd t.o.v. het vorige beleid. Randvoorwaarden worden gesteld om ervoor te zorgen dat de (leef)omgeving profiteert van deze ontwikkeling.
Zon in zuidpunt toestaan i.c.m. windturbines
Deelnemer RES atelier inwoners, deelnemer RES atelier stakeholders
Grootschalig zon is niet toegestaan in de zuidpunt. Er is ruimte gelaten om eventueel gronden bij infrastructuur te benutten.