Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader 'Omarmen van Initiatieven in de Warmtetransitie'

Gemeente Haarlemmermeer · geldt sinds 29 november 2022

Aanhef

besluit

1het beleidskader ‘Omarmen initiatieven in de warmtetransitie’ vast te stellen.

1. Inleiding

1.1 Wat zijn initiatieven in de warmtetransitie?

Initiatieven in de warmtetransitie zijn concrete plannen met als doel het realiseren van een CO2-arme en aardgasvrije bebouwde omgeving. Wanneer voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden spreken we van een ‘initiatief’:

•er is sprake van een vastgelegde organisatie of samenwerking;

•op basis van een globale haalbaarheidsscan lijkt het initiatief haalbaar;

•er is een globale projectomschrijving opgesteld;

•er is een concept communicatie- en participatieplan opgesteld.

Een ‘idee’ is nog geen ‘initiatief’. Toch zijn ideeën van groot belang om te komen tot concrete initiatieven. Via het energieloket ondersteunen wij daarom inwoners en gebouweigenaren om van idee naar initiatief te komen.

Voorbeeld idee

Voorbeeld initiatief

Inwoner meldt gemeente het idee om waterstof te produceren en leveren aan de wijk.

Meerdere buurtbewoners willen gezamenlijk overstappen op warmte en koude uit de bodem. Hiervoor hebben ze een samenwerking opgestart en er is een locatie op het oog.

1.2 Wanneer geldt dit beleidskader?

Dit beleidskader is van toepassing op initiatieven ten behoeve van de warmtetransitie waarbij collectiviteit een rol speelt. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het initiatief meerdere gebouweigenaren/huurders raakt of er ruimtelijke consequenties zijn zoals impact op de openbare buitenruimte, omgevingskwaliteit (bijvoorbeeld luchtkwaliteit, geur, geluid) of externe veiligheid. In al deze gevallen is het eindproduct een wijkplan waarin de verschillende kaders van de warmtetransitie worden ondervangen.

Dit beleidskader is zodoende niet van toepassing op een gebouweigenaar die enkel het eigen gebouw wilt verduurzamen. Individuele gebouweigenaren zullen wel moeten voldoen aan geldend beleid.

De ervaring met de warmtetransitie in de bestaande gebouwde omgeving is beperkt. De technologieën zijn niet nieuw, maar de toepassing in een al bestaande omgeving, met verschillende gebouwen en een diversiteit aan gebouweigenaren en eigendoms- structuren, maakt de opgave complex. Oftewel, we zitten nog in een lerende fase van de warmtetransitie. Dat betekent dat we indien nodig maatwerk zullen bieden en dit document zullen actualiseren als er nieuwe inzichten zijn.

2. Context

2.1 Klimaatakkoord

In het klimaatakkoord is afgesproken dat de transitie van aardgas naar duurzame warmte gerealiseerd moet worden met betrokkenheid van bewoners, gebouweigenaren en andere partijen waar de overstap aan de orde is.

‘Het vroegtijdig betrekken van de omgeving in en rond de wijk zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. Een goed ingericht participatieproces draagt op die manier bij aan kwalitatief betere besluitvorming en kan daarmee ook helpen om de acceptatie van de maatregelen uit de wijkgerichte aanpak te vergroten.’ (Klimaatakkoord)

In het Klimaatakkoord staat ook dat het cruciaal is dat bewoners gaan meedenken en meedoen in de transitie naar aardgasvrije wijken.

2.2 Programma Energietransitie

In het Coalitieakkoord stellen we dat participatie en het vergroten van betrokkenheid een belangrijk onderdeel is van Gebiedsgericht werken (Coalitieakkoord 2019-2022 ‘Samen bouwen aan een krachtig nieuw Haarlemmermeer’). Dat is ook vertaald naar het Programma Energietransitie waarin het organiseren van betrokkenheid een van de kernelementen in de aanpak is. Hierin is ook opgenomen dat we eigen initiatief omarmen. De ondersteuning zal hierbij niet financieel zijn maar uitgaan van samenwerkingsinstrumenten zoals afspraken en convenanten.

Het is belangrijk dat we veranderingen door de energietransitie, samen met alle betrokkenen, doorlopen en daarin serieus gehoor geven aan wensen en initiatieven van iedereen. Haarlemmermeer heeft een traditie in participatie en gebiedsgericht werken en dit wordt alleen maar belangrijker.

•we stimuleren het ontstaan van coöperatief eigendom van energieprojecten;

•we bieden inwoners en ondernemers in de gemeente waar mogelijk de kans om te participeren in lokale projecten.

2.3 Warmtevisie Haarlemmermeer 2030

Het omarmen van initiatieven voor de warmtetransitie komt voort uit de Kadernota Warmtetransitie Haarlemmermeer (2020.0000491) en de Warmtevisie Haarlemmermeer 2030. Daarom betrekken wij de samenleving bij het te vormen beleid, de uitvoering daarvan en omarmen we initiatieven.

De warmtetransitie doen we dus samen met iedereen. Inwoners, gebouweigenaren en ondernemers doen mee in de warmtetransitie door mee te denken en initiatieven te ontplooien. Initiatieven vanuit de samenleving zijn een belangrijke aanleiding om te starten met een wijkplan. Voor de voortgang van de warmtetransitie is het daarom van belang dat die initiatieven ook tot stand komen en omarmd worden.

6. Fase 1: Voorbereiding

6.1 Aanmelden initiatief

Initiatiefnemer maakt het initiatief kenbaar bij de gemeente met een aanmeldformulier. Bij aanmelding wordt een concept participatieplan verwacht. Deze wordt ambtelijk getoetst aan de kaders. Daarnaast wordt een omschrijving van het initiatief aangeleverd.

6.2 Toets 1

Na aanmelding van het initiatief wordt een kennismakingsgesprek tussen de gemeente en initiatiefnemer geregeld. Voorafgaande aan deze kennismaking geeft de gemeente een eerste reactie op de aangeleverde documenten. Gemeente toetst of de aanmelding, inclusief concept participatieplan, voldoende is uitgewerkt om te starten met ‘participatie over participatie’.

6.3 Participatie over de participatie

Nadat het participatieplan is goed gekeurd, begint de initiatiefnemer met het uitwerken van het Projectplan. Initiatiefnemer zorgt voor participatie conform het concept participatieplan. Dit gebeurt zodanig dat in het Projectplan een door belanghebbende gedragen participatieparagraaf wordt opgenomen. Kortom, er is duidelijk vastgelegd welk participatieproces in fase 2 gevolgd gaat worden. Het doel van participatie over de participatie is: het is voor iedereen die meewerkt aan het wijkplan duidelijk waarover, wanneer, door wie, en hoe geparticipeerd wordt.

Minimale eisen

Kleinschalige lokale initiatieven

Middelgrote initiatieven

Grote initiatieven

Aanmelding

Aanmelding vindt plaats via het door gemeente aangeleverde formulier.

Participatieplan

Korte beschrijving wie betrokken zijn en wie nog betrokken moeten worden.

Aanmelding

Aanmelding vindt plaats via het door gemeente aangeleverde formulier.

Participatieplan

Bij aanmelding van het initiatief wordt een concept participatieplan aangeleverd.

Minimaal te betrekken belanghebbenden zijn dorps- en wijkraden en gemeente.

Aanmelding

Aanmelding vindt plaats via het door gemeente aangeleverde formulier.

Participatieplan

Bij aanmelding van het initiatief wordt een concept participatieplan aangeleverd.

Minimaal te betrekken belanghebbenden zijn dorps- en wijkraden, omwonenden van de warmtebron en gemeente.

Inhoud van het concept participatieplan

Bij aanmelding van een middelgroot of groot initiatief wordt een concept participatieplan meegestuurd. Het concept participatieplan wordt vervolgens samen met de omgeving verder uitgewerkt tot een participatieparagraaf in het Projectplan. Het concept participatieplan heeft als doel om de omgeving aan het begin van het proces te betrekken bij keuzes en beschrijft;

•wat de doelgroep(en) voor participatie zijn;

•beschrijft hoe de omgeving betrokken gaat worden bij het opstellen van het definitieve participatieplan;

•maakt duidelijk welke participatiemomenten plaats gaan vinden en hoe hierover wordt gecommuniceerd;

•geeft aan waarover geparticipeerd wordt en wat het mandaat (beslissingsbevoegdheid) van de participanten is;

•maakt duidelijk hoe voortgang wordt teruggekoppeld naar de omgeving.

6.4 Projectplan

Initiatiefnemer stelt een projectplan op. Dit projectplan is de basis voor fase 2. Het projectplan omvat verschillende onderdelen op basis waarvan getoetst wordt of het initiatief binnen de vastgestelde kaders past. Het projectplan bevat in ieder geval de volgende elementen:

1omschrijving van het initiatief;

2participatieparagraaf;

3planning opstellen wijkplan;

4onderbouwt hoe het initiatief aansluit op de voorkeursoplossing zoals opgenomen in de Warmtevisie of onderbouwt een eventuele afwijking.

Minimale eisen

Kleinschalige lokaleinitiatieven

Middelgrote initiatieven

Grote initiatieven

Omschrijving van het initiatief

-Beschrijving initiatiefnemer(s) en organisatievorm;

-Bevat een voorlopige gebiedsafbakening.

Omschrijving van het initiatief

-Beschrijving initiatiefnemer(s) en organisatievorm;

-Bevat een concept afbakening van het plangebied;

-Geeft aan wat beoogde bron/techniek is;

-In overleg met gemeente wordt besloten of in het projectplan een risicoparagraaf opgenomen moet worden en waar deze aan moet voldoen;

-Er is sprake van keuzevrijheid voor de gebouweigenaren;

-De voorlopige gebiedsafbakening is zodanig dat geïnteresseerde gebouweigenaren de kans krijgen aan te sluiten.

Omschrijving van het initiatief

-Beschrijving initiatiefnemer(s) en organisatievorm;

-Bevat een concept afbakening van het plangebied;

-Geeft aan wat beoogde bron/techniek is;

-In het projectplan is een risicoparagraaf opgenomen, inclusief beheersmaatregelen. Uit deze risicoparagraaf blijkt dat er goede slagingskans is;

-Er is sprake van keuzevrijheid voor de gebouweigenaren;

-De voorlopige gebiedsafbakening is zodanig dat geïnteresseerde gebouweigenaren de kans krijgen aan te sluiten.

Participatieparagraaf

-Er is een beschrijving met daarin de wijze waarop aangrenzende gebouweigenaren worden geïnformeerd over het initiatief en of/hoe ze kunnen aansluiten.

Participatieparagraaf

-Een participatieparagraaf is vereist. Hiermee worden alle directe belanghebbende betrokken;

-Er is consent over de participatieparagraaf

-Het plan voldoet aan de eisen zoals beschreven in dit beleidskader;

-Er is opgenomen dat een draagvlak onderzoek plaatsvindt

-Er zijn voldoende middelen gereserveerd voor uitvoering van de participatieparagraaf.

Participatieparagraaf

-Er is een uitgebreide participatieparagraaf waarin, naast directe belanghebbenden, ook de omgeving van het plangebied en van de warmtebron zijn betrokken;

-Er is consent over de participatieparagraaf;

-Het plan voldoet aan de eisen zoals beschreven in ditbeleidskader;

-Er is opgenomen dat een draagvlak onderzoek plaatsvindt;

-Er zijn voldoende middelen gereserveerd voor uitvoering van de participatieparagraaf.

Planning opstellen wijkplan

-Geeft een grove planning voor het proces.

Planning opstellen wijkplan

-Planning is uitgewerkt;

-Geeft beoogde eindjaar aardgaslevering aan;

-Beschrijft welk onderzoek is gedaan naar koppelkansen en of deze benut worden.

Planning opstellen wijkplan

-Er is sprake van een complete projectplanning. Belangrijke mijlpalen zijn opgenomen;

-Geeft beoogde eindjaar aardgaslevering aan;

-Belangrijke risico’s voor de planning, inclusief beheersmaatregelen zijn opgenomen.

Onderbouwing oplossing

-Onderbouwing ten opzichte voorkeursoplossing is niet nodig.

Onderbouwing oplossing

-Initiatief sluit aan op de voorkeursoplossing of onderbouwt afwijking;

-Bij afwijking worden een indicatie gegeven van de effecten op eindgebruikerskosten, voortgang en ruimtelijke consequenties;

-Indicatie investeringsopgave gebouweigenaren.

Onderbouwing oplossing

-Initiatief sluit aan op de voorkeursoplossing of onderbouwt afwijking;

-Bij afwijking worden een indicatie gegeven van de effecten op eindgebruikerskosten, voortgang en ruimtelijke consequenties, inpasbaarheid m.b.t. energie- infrastructuur en gevolgen voor de nationale kosten;

-Indicatie investeringsopgave gebouweigenaren.

Participatieparagraaf

De participatieparagraaf beschrijft de participatie aanpak die wordt uitgevoerd in fase 2, opstellen van een het wijkplan.

Er is sprake van een toereikend definitief participatieparagraaf als belanghebbende en initiatiefnemer overeenstemming hebben over de participatieparagraaf en dit is goed gekeurd door de gemeente. Hiervoor is minimaal het conceptplan besproken met de wijk- en dorpsraden van de dichtstbijzijnde kernen. De definitieve participatieparagraaf moet zo goed mogelijk aansluiten op de wensen van de belanghebbende. De gemeente loopt mee in het participatieproces zodat zij kan beoordelen of dit adequaat verloopt.

Communicatie van initiatiefnemer is in afstemming met de gemeente. Gemeente is verantwoordelijk voor participatie en communicatie rondom de warmtetransitie. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatie- en communicatie op projectniveau en verantwoordt dat aan de gemeente.

Aanvullende inhoud en eisen aan uitgebreide participatieparagraaf:

De uitgebreide participatieparagraaf moet alle punten uit de beknopte participatieparagraaf behandelen. Dit wordt aangevuld met onderstaande punten:

•indien van toepassing: beschrijving van hoe de aanpak past binnen het proces op gebiedsniveau;

•beschrijving van de wijze waarop draagvlak/weerstand geïnventariseerd wordt;

•er is vastgelegd wanneer er sprake is van draagvlak voor het wijkplan.

6.5 Toets 2: Projectplan door gemeente

Het projectplan wordt door de initiatiefnemer aangeleverd bij de gemeente. De initiatiefnemer krijgt van de gemeente een ontvangstbevestiging een inhoudelijk reactie. Afhankelijk van de beoordeling kan de gemeente besluiten om een afspraak te maken om de reactie toe te lichten.

Als de het projectplan is goedgekeurd door de gemeente kunnen initiatiefnemers beginnen met het opstellen van het wijkplan (fase 2).

•De omschrijving van het initiatief is compleet;

•Gemeente toetst of er afdoende is geparticipeerd over de participatie. Dit gebeurt aan de hand van participatieverslagen, deelname aan participatie momenten en de resultaten en verantwoording van het participatieproces;

•De middelen voor uitvoering participatieparagraaf zijn afdoende;

•Planning is conform eisen uitgewerkt;

•Techniekkeuze is voldoende onderbouw en past binnen de gemeentelijke kaders. Bij (kans op) grote negatieve gevolgen voor de haalbaar en betaalbaarheid kan gemeente besluiten het initiatief niet te omarmen en niet mee te werken aan verdere uitwerking.

7. Fase 2: Opstellen wijkplan

7.1 Toets 3: concept wijkplan

Na het wijkplan is opgesteld wordt getoetst of het conform eisen in dit beleidskader is. Wanneer wordt voldaan aan de eisen wordt het wijkplan voorgelegd aan College van B&W en Gemeenteraad.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.