Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader microturbines

Gemeente Haarlemmermeer · geldt sinds 6 maart 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Haarlemmermeer;

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 26 november 2024,

nummer 11571771;

besluit met inachtneming van amendement AM 01:

1de nota van zienswijzen behorend bij het 'Beleidskader microturbines' vast te stellen;

2het 'Beleidskader microturbines', met uitzondering van de eis om eerst zonnepanelen te hebben voordat een vergunning verleend wordt om een microturbine te plaatsen, vast te stellen;

3adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de Omgevingswet, 1e wijziging vast te stellen, welke wijziging inhoudt dat geen advies van de gemeenteraad nodig is en participatie niet verplicht is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit bij nieuwbouw of uitbreiding van microturbines.

Inleiding

In Haarlemmermeer is er vraag naar het realiseren van microturbines. Deze kleine windturbines van maximaal 15 meter (ashoogte) kunnen een goede aanvulling zijn op zonnepanelen op daken. Dit beleidskader geeft aan onder welke voorwaarden Haarlemmermeer bereid is medewerking te verlenen aan het plaatsen van deze microturbines in het landelijk gebied.

Doel beleidskader

In Haarlemmermeer willen wij microturbines faciliteren en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit waarborgen. Met dit beleidskader beogen wij transparantie en uniformiteit te creëren en zorgen wij dat deze ontwikkeling in relatie staat met andere opgaven, zoals landschap, natuur en cultuurhistorie. Daarnaast biedt dit beleid ondernemers, met name die actief zijn in de landbouwsector, de gelegenheid om hun bedrijfsvoering door middel van microturbines te verduurzamen.

Leeswijzer

Dit beleidskader is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2, Beleidsregels, bevat de begrippenlijst met een kansenkaart om inzichtelijk te krijgen waar in Haarlemmermeer (onder voorwaarden) microturbines zijn toegestaan. In datzelfde hoofdstuk worden de randvoorwaarden en ruimtelijke plaatsingscriteria beschreven waaraan de omgevingsvergunningaanvraag voor een microturbine moet voldoen. Daarna volgt Hoofdstuk 3, Proceswijzer en Checklist. De proceswijzer is een stappenplan voor initiatiefnemers die een omgevingsvergunning willen aanvragen voor een microturbine in Haarlemmermeer. In de checklist staan verder de vereiste documenten die moeten worden ingediend bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een microturbine.

Dan is er nog de bijlage. Bijlage A, Juridisch kader en aanpalend beleid, biedt ondersteuning aan initiatiefnemers door aan te geven waar zij nog meer rekening mee dienen te houden naast de beleidsregels.

Disclaimer

Dit beleidsdocument biedt naast de Beleidsregels (hoofdstuk 2) ook aanvullende informatie en begeleiding voor het aanvragen van een microturbine. Hoewel de inhoud van de aanvullende informatie zorgvuldig is samengesteld, kunnen er geen rechten worden ontleend aan missende of afwijkende informatie over het Juridische kader en aanpalend beleid (Bijlage A) die hierin wordt verstrekt. Het document is onderhevig aan wijzigingen en aanvullingen en dient uitsluitend als basis te worden geïnterpreteerd. De lezer wordt aangemoedigd om professioneel advies in te winnen om de specifieke toepasselijke regelgeving in zijn/haar/hen situatie te beoordelen.

Beleidsregels

Dit hoofdstuk bevat de begrippenlijst met een kansenkaart om inzichtelijk te krijgen waar in Haarlemmermeer (onder voorwaarden) microturbines zijn toegestaan. Ook worden in dit hoofdstuk de randvoorwaarden en ruimtelijke plaatsingscriteria beschreven waaraan de omgevingsvergunning-aanvraag voor een microturbine moet voldoen.

Bijlage A: Juridisch kader en aanpalend beleid

Deze bijlage bevat een inventarisatie van regelgeving en beleid dat van toepassing is naast dit beleidskader voor microturbines in Haarlemmermeer. Dit zijn zowel rijksregels als regels in de provinciale omgevingsverordening. Naast het Omgevingsplan wegen reeds bestaande gemeentelijke kaders mee in de voorwaarden van het plaatsen van een microturbine.

Rijksregels

Op rijksniveau zijn regels vastgesteld over een aantal onderwerpen voor windturbines, zoals externe veiligheid, geluid, slagschaduw en constructieveiligheid.

Het gaat om de volgende regels:

a.de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving; technische eisen, bijv. gericht op brand- en constructieveiligheid;

b.de eisen van het Besluit Activiteiten Leefomgeving; veiligheid (NEN-normen)

c.de eisen van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving; (risico-contouren bij kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen, geluid, slagschaduw, hoogtebeperkingen luchtvaart)

d.de regels van de Omgevingswet, zoals de regels die zien op natuurbescherming en de daaruit volgende voorwaarden;

e.beleidsstukken ten aanzien van het bouwen in de nabijheid van (rijks)wegen, hoogspanningsleidingen en spoorwegen.

In de Bruidsschat Omgevingswet zijn regels voor het tijdelijk deel van het omgevingsplan opgenomen voor geluid, slagschaduw en lichtschittering van windturbines.

Natuurbescherming (Omgevingswet)

De effecten van een microturbine op natuurwaarden worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. De wettelijke grondslag hiervan ligt per 1 januari 2024 in de Omgevingswet en het Bal (hoofdstuk 11). Het Bal regelt onder andere de soortenbescherming van planten en dieren, dit betreft de in het wild voorkomende vogels onder de Vogelrichtlijn en de dier- en plantensoorten onder de Habitatrichtlijn. Dier- en plantensoorten die in de bijlage van het besluit genoemd worden vallen ook onder de beschermde soorten, op deze lijst kunnen uitzonderingen worden gemaakt in een programma of provinciale omgevingsverordening. In het Bal is eveneens de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Bij een concreet plan voor de plaatsing van een microturbine moet worden bepaald of er sprake is van verblijfplaatsen, vliegroutes of een belangrijk foerageergebied van (strikt) beschermde soorten, zoals Habitatrichtlijnsoorten, Vogelrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten of van functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten en op basis van de algemene zorgplicht ook voor andere vogels met een hoog aanvaringsrisico (huiszwaluw, torenvalk, boerenzwaluw, houtduif en gierzwaluw). Indien deze soorten in de nabijheid aanwezig zijn, moet bij de positionering rekening worden gehouden met deze soorten, zodat het aanvaringsrisico wordt geminimaliseerd. In dat geval is niet meer dan een incidenteel slachtoffer te verwachten. Verder moeten alle andere mogelijke effecten (verstoring, vernietiging, etc.) op beschermde soorten en gebieden getoetst worden.

Ecosensys heeft in 2019 en 2022 onderzoek uitgevoerd naar de effecten van microturbines op vleermuizen en roofvogels. In dit onderzoek doet Ecosensys een aantal aanbevelingen om de gevolgen voor deze dieren en het aantal slachtoffers te beperken. Aanbevolen wordt om birdspikes/meeuwenpennen te plaatsen op de microturbine om te voorkomen dat roofvogels en uilen op de microturbine landen en om onder de microturbine een vegetatie aan te leggen die minder aantrekkelijk is voor veldmuizen. De aanleg van ‘overhoekjes’ voor veldmuizen op grotere afstand van de windturbine kan stimuleren dat veldmuizen zich daar vestigen. Deze aanbevelingen zijn niet voorgeschreven in het beleidskader. We geven deze aanbevelingen graag ter overweging mee.

Provinciale Omgevingsverordening

Op aanvragen voor een vergunning voor de bouw van een microturbine zijn provinciale regels van toepassing. In subparagraaf 6.2.3.1 van de Omgevingsverordening NH2022 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) zijn instructieregels voor microturbines in het omgevingsplan opgenomen.

Voor een alomvattend beeld zijn bij de vaststelling van dit beleidskader de volgende kaders in overweging genomen:

•Artikel 6.35 Toepassingsbereik

•Artikel 6.37 Kleine windturbines in landelijk gebied

•Artikel 6.38 Vervanging windturbines

•Natuurnetwerk Nederland (incl. verbindingen) (subparagraaf 6.2.5.1)

•Bijzonder provinciaal landschap (subparagraaf 6.2.5.2)

•Erfgoederen van universele waarde (subparagraaf 6.2.5.3)

•Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied (paragraaf 6.2.6)

•Cultureel erfgoed – provinciale monumenten (paragraaf 6.2.7)

Artikel 6.35 Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het bouwen, opschalen en vervangen van windturbines.

Artikel 6.37 Kleine windturbines in landelijk gebied

1Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het werkingsgebied Landelijk gebied kan het, in afwijking van Artikel 6.36, ook buiten de zoekgebieden zoals opgenomen in de Regionale energiestrategieën Noord-Holland Noord 1.0 en Noord-Holland Zuid 1.0 voorzien in de bouw van één windturbine, als:

a.de windturbine wordt gebouwd op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke activiteit is toegestaan;

b.de ashoogte niet meer bedraagt dan 15 meter vanaf het maaiveld;

c.de windturbine in landschappelijk opzicht aansluit op de bijbehorende bebouwing; en

d.de windturbine zorgvuldig ruimtelijk wordt ingepast.

2In het Delegatiebesluit Omgevingsverordening NH2022 is bepaald dat Gedeputeerde Staten regels kunnen stellen over de zorgvuldige ruimtelijke inpassing als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6.38 Vervanging windturbines

In afwijking van Artikel 6.36 kan een omgevingsplan ook buiten de zoekgebieden zoals opgenomen in de Regionale energiestrategieën Noord-Holland Noord 1.0 en Noord-Holland Zuid 1.0 vervanging van een of meer met vergunning gebouwde windturbines mogelijk maken mits sprake is van eenzelfde aantal of minder windturbines met eenzelfde, vergelijkbare of geringere ashoogte, rotordiameter en verschijningsvorm.

Daarnaast gelden er andere instructieregels die in acht moeten worden genomen, zoals de instructieregels voor:

Natuurnetwerk Nederland (incl. verbindingen) (subparagraaf 6.2.5.1)

De wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland zijn vastgelegd in bijlage 6 van de Omgevingsverordening NH2022.

Bijzonder provinciaal landschap (subparagraaf 6.2.5.2)

De kernkwaliteiten van het bijzonder provinciaal landschap zijn vastgelegd in bijlage 7 van de Omgevingsverordening NH2022.

Erfgoederen van universele waarde (subparagraaf 6.2.5.3)

De kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zijn uitgewerkt en geobjectiveerd in bijlage 8a Kernkwaliteiten UNESCO, Bijlage 8b Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies en bijlage 8c Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies van de Omgevingsverordening NH2022.

Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied (paragraaf 6.2.6)

De provinciale belangen ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland op 10 april 2018.

Cultureel erfgoed – provinciale monumenten (paragraaf 6.2.7 )

Waterschapsverordening Rijnland

Op grond van de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur van het Hoogheemraadschap Rijnland is onder andere een omgevingsvergunning nodig voor het bouwen in de kernzone van een waterkering of oppervlaktewater.

Gemeentelijke kaders

Voor een alomvattend beeld zijn bij de vaststelling van dit beleidskader de volgende beleidsstukken in overweging genomen:

•De Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040;

•Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer 2020;

•Natuurvisie Haarlemmermeer 2040;

•Trotse dragers van het landschap visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven;

•Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030;

•Programmatische aanpak Energietransitie Haarlemmermeer, juli 2019;

•Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026.

De Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040

De Omgevingsvisie beoogt het faciliteren van microturbines, op een manier die past bij de lokale omgeving en de agrarische uitstraling, terwijl rekening wordt gehouden met mogelijke negatieve effecten op het landschap, zoals geluid, slagschaduw en natuur.

Relevante uitgangspunten:

1Raadpleeg de Omgevingsvisie om op de hoogte te zijn van de toekomstige plannen in de gemeente. Het kan voorkomen dat landelijk gebied wordt omgezet in niet-landelijk gebied, waardoor het plaatsen van een microturbine op die locatie niet mogelijk is.

Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer 2020

In het Welstandsbeleid zijn (nog) geen specifieke toetsingscriteria opgenomen voor microturbines. Wel mag van een bouwwerk verwacht worden dat het voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Relevante uitgangspunten:

2Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig schaadt.

3Hoogte relateren aan nabijgelegen bebouwing;

4Indien zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied slank vormgeven;

5Materialen en kleuren onopvallend;

6Check de omgevingskaart als een toegankelijk middel om het welstandsbeleid van het gebied inzichtelijk te krijgen.

Natuurvisie Haarlemmermeer 2040

De uitvoeringsprincipes van de Natuurvisie Haarlemmermeer bieden richtlijnen voor het integreren van natuurbehoud en -versterking in ruimtelijke ontwikkelingen, dagelijks beheer van de openbare ruimte en samenwerkingen met externe partijen.

Relevante uitgangspunten:

7In al ons functioneren met zorg omgaan met de ecologische kwaliteiten van de stedelijke omgeving en het landelijk gebied;

8Behouden en realiseren van een grote variatie aan biotopen met daarin vitale populaties van planten- en diersoorten en verbindingen tussen de leefgebieden.

Trotse dragers van het landschap visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven

Ze zijn kenmerkend voor Haarlemmermeer: de lange polderwegen met daaraan bomen, boerderijen, bedrijven en akkers. Om deze polderlinten te beschermen én verder te ontwikkelen heeft de gemeente een visie ontwikkeld.

De Visie is een handreiking en inspiratie voor ondernemers, inwoners, initiatiefnemers en andere belanghebbenden. Het is een uitgangspunt voor gemeentelijke ontwikkelingen, aanpassingen in en de inrichting van de openbare ruimte. Daarbij zijn de ontwikkelprincipes in paragraaf 3.5 over de bebouwing op de erven toegevoegd aan de welstandsnota 'Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer 2020' (2020.0002340).

Gebiedsuitwerking Agrarische context

De uitwerking laat zien hoe de principes voor de polderlinten vorm kunnen krijgen in het agrarische gebied. Er ontstaan ‘opgedikte’ polderlinten met meer ruimte voor waterberging en nieuwe oevervegetaties die bijdragen aan een betere waterkwaliteit. Extra zones met kruidenrijke akkerranden en gevarieerde erfbeplantingen zorgen voor meer biodiversiteit. De vegetaties en de daarbij horende insecten zijn ook gunstig voor het tegengaan van ziekten en plagen in de landbouw. Voor de bebouwing zijn met name de principes voor een ‘agrarisch productie-erf’ en een ‘traditioneel erf’ relevant. Naar de weg presenteert de bebouwing zich met representatieve gevels en tuinen. Aan de achterzijde is voldoende ruimte voor de agrarische productieprocessen en ruimte voor de plaatsing van een kleine windturbines (tot 15 meter).

Gebiedsuitwerking

Afbeelding A: Gebiedsuitwerking agrarische context. Bron: Visie Polderlinten Haarlemmermeer- 4.2 Agrarische context-productie en pionieren.

De ‘opgedikte’ polderlinten in het agrarische landschap met meer ruimte voor water en natuurlijke vegetaties. Tussen de bebouwingsclusters liggen open delen met ruime doorzichten naar het achterliggende polderland.

Relevante uitgangspunten:

9Behoud en versterk in het polderlint de continuïteit van de begeleidende beplanting en het water langs de weg.

10Zorg voor erfinrichting met inheemse beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit en een stapsteen is in de ecologische structuur.

11Plaatsing van windturbine (ashoogte niet hoger dan 15 m) aan de achterkant van het erf.

Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030

Alle cultuurhistorische elementen van de gemeente zijn in de Nota beleid cultureel erfgoed Haarlemmermeer beschreven en gewaardeerd. De codes van archeologische en cultuurlandschappelijke waarden komen overeen met de codes op de beleidskaart Archeologie. In de gemeente doet zich de situatie voor dat in een aantal gevallen de archeologische waarden onlosmakelijk verbonden zijn met de cultuurlandschappelijke elementen en structuren.

Relevante uitgangspunten:

12Controleer de Nota beleid cultureel Erfgoed Haarlemmermeer | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) om te verifiëren dat de voorgestelde locatie voor de microturbine niet gelegen is op een plek van aanzienlijke cultuurhistorische waarde (zoals bijvoorbeeld de Stelling van Amsterdam). Dit zou mogelijke belemmeringen kunnen opleveren voor het voorgenomen initiatief.

Programmatische aanpak Energietransitie Haarlemmermeer, juli 2019.

Het Energietransitie Haarlemmermeer programma richt zich op het realiseren van een CO2-neutraal energiesysteem tegen 2050 door gezamenlijke inspanningen op het gebied van verbruik, opwekking, transport en opslag, in lijn met de Regionale Energiestrategie (RES) specifiek voor opwek.

In de RES 2.0 is opgenomen dat de gemeente werkt aan een beleidskader voor de ruimtelijke inpassing van microturbines in Haarlemmermeer. Daarmee worden microturbines via een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) mogelijk. Het is de wens om deze mogelijkheid daarna op korte termijn op te nemen in het Omgevingsplan.

Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026

In de Actualisatie Programma Energietransitie 2022-2026 (2022.0002591) heeft het college besloten om de doelstellingen op het gebied van klimaat en energie voor 2030 te verhogen naar 55% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 en als er middelen vanuit het Rijk of de Europese Unie beschikbaar komen zo mogelijk verder te verhogen naar 60% CO2-reductie. In de collegeperiode 2022-2026 wordt uitvoering gegeven aan deze doelstelling middels negen focusprojecten, waaronder windturbines.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.