Gemeentelijke regelgeving

Beeldkwaliteit Polderlaag

Gemeente Haarlemmermeer · geldt sinds 11 mei 2023

Aanhef

Voorwoord

In 2011 is Masterplan PARK21 vastgesteld door de raad van gemeente Haarlemmermeer. Een belangrijk doel van het Masterplan is het beleefbaar houden van de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken van de polder in het toekomstige park. Het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag is een verdere uitwerking van het Masterplan en geeft belangrijke richtlijnen voor de verdere ontwikkeling van respectievelijk de polderlinten, het polderland, erven en bebouwing op de erven. Het beeldkwaliteitsplan toont het ambitieniveau en bevat de formele regels waaraan ruimtelijke initiatieven in de polderlaag van PARK21 moeten voldoen.

De formele regels uit het beeldkwaliteitsplan vormen samen met de regels uit de vigerende bestemmingsplannen het formele kader waaraan ruimtelijke initiatieven getoetst zullen worden.

De formele regels die in het beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen zijn een specificatie van de Welstandsnota Gemeente Haarlemmermeer voor de polderlaag in PARK21. Conform deze welstandsnota zullen de formele regels van het beeldkwaliteitsplan na vaststelling door de raad, onderdeel uitmaken van de Welstandsnota Haarlemmermeer. De eisen uit het beeldkwaliteitplan prevaleren dan boven de algemene regels uit de welstandsnota.

Naast formele regels geeft het beeldkwaliteitsplan inzicht in het ambitieniveau voor ruimtelijke en functionele kwaliteit in de polderlaag. Het beeldkwaliteitsplan is in die zin ook te beschouwen en gebruiken als een document ter inspiratie met richtinggevende uitgangspunten voor het bereiken van ruimtelijke kwaliteit bij inrichtingsplannen. Het beeldkwaliteitsplan zal een belangrijke rol spelen bij de begeleiding van initiatieven door het Q-team PARK21.

Leeswijzer

In hoofdstuk 1: Inleiding, wordt de polderlaag in Masterplan PARK21 kort beschreven. Vervolgens wordt de rol van het beeldkwaliteitsplan als kaderstellend en richtinggevend document voor ruimtelijke kwaliteit toegelicht. Tevens wordt de relatie met andere beleidsdocumenten en de vigerende bestemmingsplannen gelegd. Tot slot wordt het beeldkwaliteitsplan beschreven als specificatie van de Welstandsnota van de Gemeente Haarlemmermeer.

In hoofdstuk 2: De betekenis van de polderlaag in PARK21, wordt uitgebreid stilgestaan bij de ontginningsgeschiedenis van de polder. De belangrijkste landschappelijke kenmerken van polder passeren daarbij de revue. Tegen de achtergrond van deze informatie kunnen de richtinggevende uitspraken in het beeldkwaliteitsplan in de juiste context worden geplaatst.

In de hoofdstukken: 3. Beeldkwaliteit Polderlinten, 4. Beeldkwaliteit Polderland, 5. Beeldkwaliteit Erven en 6. Beeldkwaliteit Bebouwing, worden voor de essentiële structuurdragers van de polderlaag achtereenvolgens beschreven: wat de historische kenmerken zijn, hoe de bestaande situatie er uitziet als referentie en welke ruimtelijke ontwikkelingen er spelen. Vervolgens is steeds een paragraaf 'formele regels' geformuleerd die richtinggevend zijn voor ruimtelijke initiatieven. Aanvullend zijn nog aanvullende adviezen, referenties en voorbeelden opgenomen ter illustratie van het ambitieniveau.

In hoofdstuk 7 wordt nog kort stilgestaan bij de toepassing van het beeldkwaliteitsplan, de rol van het Q-team PARK21 en de communicatie over ruimtelijk initiatieven.

FORMELE REGELS POLDERLINTEN

•versterken van de linten door herstel van de cultuurhistorische dubbelzijdige wegbeplanting met populieren, waar mogelijk: dat geldt ook voor de Hoofdweg-West en Hoofdweg-Oost;

•herstel, waar mogelijk, van de cultuurhistorische wegsloten en erfsloten: dit verfraait de wegprofielen in zeer hoge mate, is van betekenis voor de ruimtelijke positionering van de erven en draagt bij aan het verbeterd droogmakerijsysteem, in het bijzonder de waterhuishouding van linten en erven;

•het nieuwe profiel van de linten wordt als gevolg van toe te voegen beplanting en sloten breder: zie profielen;

•de erven liggen in een zone begrensd door rooilijnen, zich uitstrekkend tot 125 meter vanuit het hart van het lint; daarbij is sprake van een bebouwingsvrije zone van 20 meter uit het hart van het lint;

•de bestaande ruimtes tussen de erven, uitgezonderd de parklaag, moeten in principe open blijven; in een enkele geval, daar waar veel ruimte tussen de bestaande erven aanwezig is, zou de realisatie van een nieuw erf met bebouwing denkbaar zijn.

FORMELE REGELS POLDERLAND

•in Masterplan PARK21 zijn zichtlijnen opgenomen die het ook in de toekomst mogelijk maken om de karakteristieke maten van de polder te blijven ervaren: het gaat hier bijvoorbeeld om zichtlijn van lint naar lint van 2 km; daarnaast is het belangrijk om zichtlijnen te behouden vanuit het gebied op bijvoorbeeld de bruggen over de Hoofdvaart, de Citer (parkentree Hoofddorp) en de Harp (parkentree Nieuw-Vennep), het Kasteel in Nieuw-Vennep, de hoogbouw van kantorenpark de Beukenhorst en Schiphol;

•buiten de erven is geen nieuwe bebouwing toegestaan;

•de water- en perceelsstructuur kunnen alleen worden aangepast conform het karakter van de oorspronkelijke structuur; de topografische kaart van 1900 is hiervoor een goede referentie; ten behoeve van het verbeterd droogmakerijsysteem kunnen sloten worden toegevoegd die aansluiten bij dat patroon; anders gezegd: het is niet gewenst om sloten te verbreden, maar wel om sloten volgens het cultuurhistorisch patroon toe te voegen: op die manier worden de contrasten tussen polder en park versterkt; dit sluit tevens aan bij de doelstelling wegsloten en erfsloten te herstellen; er mogen geen sloten worden gedempt;

•in de programmatabel (Masterplan PARK21) staat aangegeven welke functies in het polderland wel, en welke niet worden gewenst;

•in het polderland kunnen lokale of regionale polderevenementen plaatsvinden voor maximaal 2500 bezoekers;

•kavel- en veldpaden koppelen aan watergangen; begeleiden met akkeronkruiden is een goede optie;

•voor het ontwikkelen van plannen voor verbreding van agrarische bedrijven en de inrichting van bijgaande gronden verdient het aanbeveling om terughoudend met verdichting om te gaan in verband met de openheid van de polder; bijvoorbeeld bij de aanleg van boomgaarden, windsingels of hoogopgaande beplanting; maatwerk is gewenst; meer grasland met vee is zeer welkom voor variatie in het landschap;

•perceelsgrenzen zijn bijvoorkeur sloten of hagen; hekwerken op percelen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen; in het geval van paardenhouderij verdienen houten hekken de voorkeur boven afzettingen met witte linten.

Samenvatting

FORMELE REGELS ERVEN

•de erven zijn cruciale elementen in de beleving van de polderlaag; de functie van de erven is daarom in PARK21 primair (verbreed) agrarisch;

•ontwikkel of herstel de erven op basis van de kernwaarden zoals in dit rapport beschreven en verbeeld; behoud van de cultuurhistorische kwaliteiten van de erven is van belang voor de eigenheid en aantrekkelijkheid van Haarlemmermeer;

•kies bij nieuwe ontwikkelingen op het erf voor een stedenbouwkundige opzet waarbij het doorzicht over erftoegang naar het achterland een open zichtas blijft; maak in de positionering een duidelijk ordening naar hoofdgebouw en bijgebouwen;

•de ruimte voor het hoofdgebouw is ingericht met levend groen, als tuin; deze ruimte is geen verhardingsvlak of ruimte voor parkeren; parkeren kan plaatsvinden op het binnenterrein van het erf, buiten de zichtas naar het achterland;

•parkeren geschiedt op eigen erf; maximaal 50 parkeerplaatsen per erf;

•in verband met de capaciteit van de linten gelden er beperkte bezoekersaantallen (circa 50-300 personen tegelijkertijd en circa 150- 900 personen per dag);

•voor de erven aan de Rijnlanderweg gelden extra beperkingen in verband met het LIB Schiphol;

•de erfgrens aan de achterzijde is 125 meter vanaf de polderweg vanuit het hart van het lint, aan de voorzijde 20 meter vanuit het hart van het lint;

•aan de zijkanten en op de achterkant van het bouwperceel wordt een erfbeplanting aangebracht in een strook van minstens 5 meter breed;

•erfbeplanting bestaat uit streekeigen beplanting, bij voorkeur geen exoten of cultivars (zie beplantingsvoorschriften Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte PARK21);

•herstel waar mogelijk de waterstructuur rondom de erven;

•kies toepasselijk materiaalgebruik voor verharding, buitenruimtemeubiliair en verlichting, passend in de landelijke en groene sfeer, volgens bijgaande referenties. bebording / reclame dienen te passen bij het welstandsbeleid van de gemeente en Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte PARK21.

FORMELE REGELS BEBOUWING ERVEN

•de functionele invulling van de bebouwing dient gekoppeld te zijn aan agrarisch gebruik en agrarische verbreding;

•principes van duurzaam bouwen zijn van toepassing;

•geldende wet- en milieuregelgeving is van toepassing;

•kies voor een bebouwingstypologie met een landelijke uitstraling: kappen (geen platte of afgetopte daken) en natuurlijke materialen zoals baksteen, pannen van natuurlijk materiaal, hout en riet (zie bijgaande referentiebeelden).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.