Aanhef
Beleid is op 30 oktober 2018 geactualiseerd in verband met een aantal (technische) wijzigingen in de Wet kinderopvang per 1 maart 2018.
Burgemeester en wethouders van Haarlem
Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb);
Gelet op Artikel 1.72 van de Wet kinderopvang (verder: Wko);
Gelet op het collegebesluit van 21 maart 2017 nr. 2016/519348 (= besluit tot het invoeren van de bestuurlijke boete op verschillende handhavingsterreinen)
Besluiten:
Het handhavingsbeleid bestuurlijke boete kinderopvang vast te stellen in aanvulling op het Beleidsprogramma 2016-2019 Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeente Haarlem.
ARTIKELEN:
Artikel 1 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtredingen op de volgende drie domeinen:
-Verklaring omtrent het gedrag (vog)
-Beroepskracht-kindratio
-Beroepskwalificatie
In gevallen als opgenomen in het afwegingsoverzicht.
Artikel 2 Hoogte bestuurlijke boete
1) Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72 lid 1 van de Wko, worden voor alle overtredingen de boetebedragen die zijn neergelegd in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd.
2) In afwijking van het vorige lid, geldt dat de boetebedragen als neergelegd in het afwegingsoverzicht als volgt worden berekend:
Grootte houder/organisatie en hoogte boetes (zie 3/3 boetebedragen in het afwegingsoverzicht):
Meer dan 150 kindplaatsen of gastouderbureau
= 3/3 bedrag
51t/m 150 kindplaatsen
= 2/3 bedrag
Minder dan 51 kindplaatsen
= 1/3 bedrag
Gastouder
= 1/6 bedrag
3) In geval van overtredingen bij beroepskwalificatie wordt slechts een boete opgelegd indien:
a) bij een volgende inspectie blijkt dat er sprake is van een voortgaande overtreding, en/of
b) sprake is van een volgende overtreding van beroepskwalificatie binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van de beroepskwalificatie is geconstateerd.
Artikel 3 Samenloop
De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Artikel 4 Citeertitel
Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘Handhavingsbeleid bestuurlijke boete Wet kinderopvang’.
TOELICHTING:
Artikel 1 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete:
Artikel 1.72 van de Wko geeft de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan kindercentra (zoals kinderdagverblijven (incl en excl peuterspeelzaalwerk) en buitenschoolse opvang), gastouderbureaus en gastouders. Wij willen deze mogelijkheid vooralsnog inzetten voor overtredingen op de volgende drie domeinen:
-Verklaring omtrent gedrag (vog)
-Beroepskracht-kindratio (bkr)
-Beroepskwalificatie
Artikel 2 Hoogte bestuurlijke boete:
Gelijktijdig met het toepassen van een bestuurlijke boete zal worden gehandhaafd met de last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. Een last moet ervoor zorgen dat de overtreding wordt beëindigd. Het opleggen van een boete bestraft de overtreder. Dit heeft naar verwachting een preventief effect op overtredingen in de toekomst. Overtredingen worden immers niet alleen meer hersteld maar ook bestraft. Aangezien de dwangsom en bestuursdwang een herstellende functie hebben en de bestuurlijke boete een bestraffende functie heeft mogen deze twee methoden op grond van de Awb gelijktijdig worden ingezet.
Herstelaanbod bij vog en bkr
Bij overtredingen van de regels op gebied van de vog en bkr wordt in beginsel een herstelaanbod gedaan door de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Een herstelaanbod is een mogelijkheid van korte duur om direct de overtreding te beëindigen. Als deze mogelijkheid is gegeven en de overtreding binnen de door de GGD gegeven herstelperiode is beëindigd wordt geen bestuurlijke boete opgelegd, in andere gevallen in principe wel.
Recidive bij beroepskwalificatie
Bij overtredingen op de beroepskwalificatie wordt een bestuurlijke boete pas opgelegd als bij een
volgende inspectie blijkt dat een overtreding op dit onderdeel nog steeds bestaat of opnieuw binnen 2 jaar is begaan.
Berekening
Voor het bepalen van het aantal kindplaatsen wordt organisatiebreed gekeken. Dus niet per locatie.
De boetes worden per overtreding opgelegd.
Differentiatie
Het is redelijk en effectief als het boetebedrag evenredig is. Dus hoe groter het kinderopvangcentrum, hoe meer inkomsten, hoe hoger het bedrag om de prikkel die er vanuit gaat effectief te laten zijn. Gastouderbureaus betalen altijd het hoogste bedrag omdat, los van het feit dat zij vaak toch al meer dan 150 kindplaatsen onder hun hoede hebben, zij zelf ook een belangrijke rol qua toezicht hebben op de bij hen aangesloten gastouders. Gastouders daarentegen vangen maximaal 6 kinderen op en zijn altijd particulieren. Vandaar dat het redelijk is om het bedrag daar op 1/6 van het totaal te zetten.
Artikel 3 Samenloop:
De boetes worden opgelegd per geconstateerde overtreding. Dus, hebben 3 beroepskrachten, werkzaam bij 1 kinderdagverblijf niet de juiste beroepskwalificatie, dan worden er 3 boetes opgelegd.
AFWEGINGSOVERZICHT:
Verklaring omtrent het gedrag (vog)
Onderdeel
Wetsartikelen
Bedrag
Verklaring omtrent het gedrag (vog)
Bij kindercentrum:
artikel 1.50 Wko
Bij gastouder:
artikel 1.56b Wko
Bij gastouderbureau:
artikel 1.50 Wko jo. artikel 1.56 Wko
€ 3.000,- per ontbrekende, te late, niet overlegde en te oude vog.
Of per niet of te laat ingeschreven en/of gekoppelde persoon in het PRK (personenregister kinderopvang).
Beroepskracht-kindratio (bkr)
Er worden dagelijks voldoende beroepskrachten ingezet voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen, afgewogen naar leeftijd.
Bij dagopvang (kinderdagverblijf):
artikel 1.50 Wko jo. artikel 7 Besluit kwaliteit kinderopvang
Bij buitenschoolse opvang:
artikel 1.50 Wko jo. artikel 16 Besluit kwaliteit kinderopvang
€ 6.000,- per ontbrekende beroepskracht
Als conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum of gastouder met meer dan 3 kinderen aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld.
Bij dagopvang (kinderdagverblijf):
artikel 1.50 Wko jo. artikel 7 Besluit kwaliteit kinderopvang
Bij buitenschoolse opvang:
artikel 1.50 Wko jo. artikel 16 Besluit kwaliteit kinderopvang
Bij gastouder:
Artikel 1.56b Wko, jo. Artikel 12 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang jo. artikel 12 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang
€ 3.000,-
Beroepskwalificatie
Beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding en gastouders beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie.
Bij dagopvang (kinderdagverblijf):
Artikel 1.50 Wko jo. artikel 6 Besluit kwaliteit kinderopvang jo. artikel 7, 8 en 9 Regeling Wet kinderopvang
Bij buitenschoolse opvang:
Artikel 1.50 Wko jo.Artikel 15 Besluit kwaliteit kinderopvang jo. Artikel 9a, 9b en 9c Regeling Wet kinderopvang
Bij gastouder:
Artikel 1.56b Wko jo. Artikel 13 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang jo. Artikel 10, 10a, 10b en 10d Regeling Wet kinderopvang
€ 3.000,- per persoon die niet voldoet