Aanhef
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort; overwegende:
dat de raden van genoemde gemeenten bij raadsbesluit hebben ingestemd met de “Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland (2021)”;
dat het juridisch borgen van langjarige samenwerking onontbeerlijk is voor het tot uitvoering brengen van deze regionale visie;
dat deze Gemeenschappelijke Regeling daartoe een goed middel is;
dat deze Gemeenschappelijke Regeling op grond van opgedane ervaringen geëvalueerd en desgewenst aangepast kan worden;
gelet op:
-de Wet gemeenschappelijke regelingen;
-het besluit van de raad van de gemeente Bloemendaal d.d. 27 juni 2013 ;
-het besluit van de raad van de gemeente Haarlem d.d. 31 januari 2013 ;
-het besluit van de raad van de gemeente Heemstede d.d. 31 januari 2013 ;
-het besluit van de raad van de gemeente Zandvoort d.d. 15 januari 2013;
besluiten:
De gemeenschappelijke regeling, in werking getreden op 1 juli 2024, te wijzigen en als volgt vast te stellen:
HOOFDSTUK I Begripsbepalingen
Artikel 1 Definities
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a.Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;
b.Regeling: Gemeenschappelijke Regeling Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland;
c.Deelnemers: de aan de Regeling deelnemende gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort;
d.Orgaan Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland (verder aangeduid als “orgaan”): het gemeenschappelijk orgaan, samengesteld uit leden van de colleges van burgemeester en wethouders van deelnemers, belast met het doen van voorstellen aan de deelnemers ter uitwerking van de Visie;
e.Visie: Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland, zoals vastgesteld in de raden van de onder c genoemde gemeenten in december 2021;
f.Fonds: het door de deelnemers te voeden Regionaal Mobiliteitsfonds, bedoeld om maatregelen uit de Visie mogelijk te maken;
g.Begroting: de jaarlijkse raming van baten en lasten, samenhangend met het Fonds en met overige baten en lasten, samenhangend met uitwerking van de Visie;
h.Werkdeel: het deel van de begroting dat dient voor studie, onderbouwing, communicatie inzake projecten uit het fonds, in het stadium dat deze projecten nog niet voorzien zijn van een projectbudget uit het fonds dan wel anderszins;
i.Projectendeel: het deel van de begroting dat dient voor studie, onderbouwing, communicatie, realisatie van projecten zodra deze projecten voorzien zijn van een projectbudget uit het fonds of anderszins (van het projectendeel maakt in ieder geval het Fonds deel uit);
j.Uitvoering in regionaal verband: realisatie van projecten die in lijn zijn met de visie met inzet van gelden uit het fonds;
k.Medeoverheden: de voor realisatie van maatregelen uit de Visie relevante overheden, buiten de deelnemers;
l.Klankbordgroep: een door het orgaan aan te wijzen groep deskundigen vanuit overheden en maatschappelijke organisaties, die het orgaan gevraagd en ongevraagd van advies dient.
HOOFDSTUK II Het gemeenschappelijk orgaan
Artikel 2 Het gemeenschappelijk orgaan Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland
1Er is een gemeenschappelijk orgaan genaamd “Orgaan Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, als bedoeld in de zin van artikel 8, tweede lid, van de Wet, hierna ook te noemen “orgaan”. Het orgaan is gevestigd te Haarlem.
2Elk van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers wijst uit zijn midden één lid aan, die hem in het orgaan vertegenwoordigt, alsmede voor elk lid een plaatsvervangend lid, dat het lid bij verhindering vervangt.
3Het lid dat is aangewezen door het college van de gemeente Haarlem vervult de functie van voorzitter van het orgaan.
4Een ambtenaar van de gemeente Haarlem vervult de functie van secretaris.
5Het lidmaatschap van het orgaan eindigt van rechtswege zodra men ophoudt burgemeester of wethouder van desbetreffende deelnemer te zijn.
6Indien tussentijds een plaats van een lid van het orgaan vacant of beschikbaar komt, wijst het college van burgemeester en wethouders van de deelnemer die het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering, of zo dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna een nieuw lid aan.
7Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het orgaan wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
8Een lid van het orgaan kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de deelnemer die het aangaat. De betreffende deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het orgaan. Het lid houdt zitting in het orgaan totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 3 Te behartigen belangen
1De regeling dient om de door de raden van de deelnemers genomen besluiten inzake samenwerking op het gebied van bereikbaarheid in onderlinge afspraken vast te leggen en aldus over een langdurige periode te borgen.
2De door de raden van de deelnemers genomen besluiten betreffen met name de instelling van een Regionaal Mobiliteitsfonds en de vaststelling van de bereikbaarheidsvisie, zoals benoemd in artikel 1, sub e.
3De in lid 1 en 2 bedoelde besluiten dienen om de vier opgaven voor Zuid-Kennemerland (woningbouw, economie, landschap & recreatie en klimaat & energie) op te pakken en de doelstelling, zoals geformuleerd in de Bereikbaarheidsvisie, dichterbij te brengen:
-Een economisch krachtige regio met een hoge leefomgevingskwaliteit en oog voor duurzaamheid.
Artikel 4 Bevoegdheden
1Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is het orgaan bevoegd besluiten voor te bereiden voor de besturen van de deelnemers.
2Ten behoeve van de voorbereiding van de besluiten genoemd onder 1 is het orgaan bevoegd namens alle deelnemers met medeoverheden en derden besprekingen en onderhandelingen te voeren.
3Het orgaan legt de voorstellen voor aan de deelnemende gemeenten, via een jaarplan en meerjarenbegroting, die daarover op de voor hen geëigende wijze besluiten.
4Het orgaan is bevoegd om ten behoeve van de in lid 1 genoemde werkzaamheden onderzoek te laten uitvoeren. Het formele opdrachtgeverschap voor dergelijk onderzoek berust bij een daartoe door het orgaan aan te wijzen deelnemer.
5Het orgaan is bevoegd te beschikken over het projectendeel en werkdeel van de begroting zoals bedoeld in art. 12.2. na het doorlopen van een zienswijzenprocedure in de raden van alle deelnemers en vaststelling van de begroting in het orgaan.
6Alle correspondentie van het orgaan alsmede besluiten uit hoofde van artikel 4 worden ondertekend door of namens de voorzitter en secretaris van het orgaan.
Artikel 5 Informatie- en verantwoordingsplicht
1Een lid van het orgaan verstrekt de deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van die deelnemer worden gevraagd.
2Een lid van het orgaan kan door het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen te allen tijde ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het orgaan gevoerde beleid.
3Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
4Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeenten.
5Het bepaalde in de voorgaande leden is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK III Werkwijze van het orgaan
Artikel 6 Vergaderingen
1Het orgaan vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo vaak als de voorzitter dat nodig oordeelt of ten minste één vierde van het aantal deelnemers daarom schriftelijk en met opgaaf van redenen verzoekt.
2De vergaderingen van het orgaan zijn openbaar. Als een beraadslaging betrekking heeft op onderhandelingen waarbij één of meer (organisaties van) de leden van het orgaan direct is/zijn betrokken, kan/kunnen één of meer leden van het orgaan de voorzitter verzoeken de vergadering in beslotenheid te houden of voort te zetten. De voorzitter geeft aan dit verzoek gevolg.
3Besluiten van het orgaan worden bij meerderheid van stemmen genomen, waarbij elk van de deelnemers één stem heeft. Bij het staken van de stemmen is het voorstel verworpen.
4Voor het aan de colleges van de deelnemers doen van voorstellen voor het wijzigen van de doelstelling van de Regeling ingevolge artikel 3 en/of de uitgangspunten voor de kostentoerekening ingevolge artikel 13 en 14 is geen meerderheid van stemmen, maar unanimiteit vereist.
5De vergadering van het orgaan wordt niet geopend voordat tenminste drie van de vier leden van het orgaan aanwezig zijn.
6Besluiten over het grondgebied of de bereikbaarheid van een deelnemer worden nooit zonder deze deelnemer genomen.
7Indien ingevolge het vijfde lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
HOOFDSTUK IV Gevolgen besluitvorming raden voor projecten
Artikel 8 Gevolgen besluitvorming raden
1Een bijdrage uit het Fonds aan een project dat zich buiten het grondgebied van elke deelnemende gemeente bevindt kan alleen worden verleend als de raden van alle deelnemende gemeenten daarmee instemmen.
2Aan de raden zal elk jaar een jaarplan voor het daarop volgende jaar worden voorgelegd. Daarin wordt de stand van zaken van het fonds en de projecten en maatregelen uit de visie weergegeven en wordt aangegeven welke projecten inclusief de daarmee gemoeide middelen uit het fonds het volgende jaar ter hand genomen zullen worden. De raden kunnen daarop hun zienswijze geven.
HOOFDSTUK V De advisering en ondersteuning van het orgaan
Artikel 9 Advisering
1Het orgaan kan een of meer adviseurs aanstellen. Zij kunnen het orgaan gevraagd en ongevraagd van advies dienen.
2De onder 1 genoemde adviseurs kunnen deelnemen aan de beraadslagingen van het orgaan; zij hebben geen stemrecht in de vergaderingen.
3De adviseurs kunnen een door het orgaan te bepalen vergoeding voor hun werkzaamheden krijgen.
Artikel 10 Klankbordgroep
1Er is een klankbordgroep, waarin een ambtelijke vertegenwoordiging van medeoverheden en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en van het bedrijfsleven zitting hebben.
2Over deelname aan de klankbordgroep beslissen het orgaan en de klankbordgroep in goed overleg.
3De voorzitter van het orgaan treedt tevens op als voorzitter van de klankbordgroep.
4De klankbordgroep brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het orgaan.
5De adviezen van de klankbordgroep aan het orgaan zijn niet bindend. Als van deze adviezen wordt afgeweken, wordt dat gemotiveerd.
Artikel 11 Ondersteuning
1De algemene secretariële ondersteuning van het orgaan, zoals het voorbereiden van vergaderingen en de verslaglegging daarvan, wordt verzorgd door de gemeente Haarlem, die hiervoor een vergoeding krijgt uit het fonds.
2De administratieve ondersteuning van het orgaan, zoals het opstellen van begroting en rekening en het voeren van de financiële administratie wordt verzorgd door de gemeente Haarlem, die hiervoor een vergoeding krijgt uit het fonds.
3Een gemeente die de werkzaamheden genoemd onder 1 of 2 vervult, kan het orgaan schriftelijk verzoeken daarvoor één van de andere gemeenten aan te wijzen. Het orgaan beslist hierover tijdens de eerstvolgende vergadering. Voor het nemen van dit besluit volstaat een meerderheid binnen het orgaan, waarbij bij staken van de stemmen de stem van de voorzitter de doorslag geeft.
HOOFDSTUK VI Begroting, rekening, bevoorschotting en kostentoerekening
Artikel 12 Begroting
1Het orgaan stelt de begroting van het orgaan vast uiterlijk 1 augustus voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt.
2De begroting bestaat uit een werkdeel en een projectendeel. In het werkdeel worden de ramingen voor onderzoek, advies, communicatie opgenomen, betrekking hebbend op het stadium dat er nog geen afzonderlijk budget voor een project vastgesteld is. In het projectendeel worden de ramingen voor onderzoek, advies, communicatie almede voor de realisatie van projecten opgenomen betrekking hebbend op het stadium dat er wel een afzonderlijk budget voor het project vastgesteld is.
3Het orgaan zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij door het orgaan wordt vastgesteld toe aan de raden van de deelnemers.
4De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
5De raden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting bij het orgaan hun zienswijzen naar voren brengen. Het orgaan voegt de zienswijzen bij de ontwerpbegroting.
6Het orgaan zendt het vastgestelde jaarplan, inclusief begroting en de eventuele zienswijzen vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten.
7Indien het orgaan afwijkt van de zienswijzen van de deelnemers, zendt het de vastgestelde begroting aan de raden van de deelnemers. De raden van de deelnemers kunnen Gedeputeerde Staten van hun zienswijze op de hoogte brengen.
8Het bepaalde in het tweede, vierde en vijfde lid, alsmede het bepaalde in artikel 192 Gemeentewet is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
9In afwijking van het bepaalde in het zevende lid, worden wijzigingen op het projectendeel van de begroting tot 10% van de jaarlijkse totale exploitatiekosten niet voorgelegd aan de deelnemers; het bepaalde in artikel 192, eerste lid Gemeentewet blijft op dergelijke wijzigingen van toepassing.
Artikel 13 Rekening
1Het orgaan stelt de rekening over het afgelopen jaar en het jaarverslag jaarlijks vóór 14 juli vast.
2Het orgaan stuurt de rekening en het jaarverslag uiterlijk twaalf weken voor de vaststelling door het orgaan aan de raden van de deelnemers.
3De raden van de deelnemers kunnen omtrent de rekening en het jaarverslag bij het orgaan hun zienswijzen naar voren brengen. Het orgaan voegt de zienswijzen bij de rekening en het jaarverslag.
4Het orgaan zendt de vastgestelde rekening, het jaarverslag en de eventuele zienswijzen vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 14 Kostentoerekening en bijdragen werkdeel
1De kosten voor het werkdeel over het voorgaande kalenderjaar worden bij de deelnemers in rekening gebracht op basis van de door het orgaan voor het betreffende jaar, bij de begroting, vastgestelde uitgangspunten.
2Het orgaan kan aan de deelnemers verzoeken, los van het bepaalde in artikel 15, bij te dragen aan extra voeding van het werkdeel.
3Eventuele rente wordt aan het werkdeel toegevoegd.
Artikel 15 Bijdragen van gemeenten voor projecten en maatregelen
1Voor realisatie van de projecten en maatregelen hebben de raden van de deelnemers besloten een fonds in te stellen.
2De deelnemers verplichten zich dit fonds vanaf 2013 te voeden gedurende een periode van vijftien jaren tot een bedrag van € 19.526.602. Het orgaan kan de deelnemers voorstellen de periode en het bedrag te wijzigen.
3De voeding vindt voor de hele periode genoemd onder 2 plaats naar rato van het inwonertal van de deelnemers per 1 januari 2010.
4Indien er deelnemers toetreden of uittreden wordt door het orgaan een nieuwe voeding voor de deelnemers vastgesteld.
5De voeding per jaar per deelnemer is als volgt vastgelegd:
-Bloemendaal € 161.000
-Haarlem € 1.090.000
-Heemstede € 190.000
-Zandvoort € 121.000
6Eventuele bijdragen voor projecten van medeoverheden of derden worden niet noodzakelijkerwijze gestort in het fonds. De betrokken medeoverheden of derden en het bestuur besluiten of een dergelijke bijdrage in het fonds wordt gestort of dat deze rechtstreeks voor het project wordt bestemd.
7Eventuele rente wordt aan het fonds toegevoegd.
HOOFDSTUK VII Duur, wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Artikel 16 Duur van de regeling
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 17 Wijziging
1Voor wijziging van de regeling is de unanieme instemming van de deelnemers vereist.
2Zowel het orgaan als elk der deelnemers is bevoegd tot het doen van voorstellen tot wijziging van de regeling.
Artikel 18 Toetreding
1Andere overheden, zoals gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk, kunnen toetreden tot de regeling.
2Voor toetreding tot de regeling is de unanieme instemming van de deelnemers vereist.
3Het orgaan kan aan de toetreding voorwaarden verbinden.
Artikel 19 Uittreding
1Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk.
2Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan de voorzitter van het orgaan medegedeeld.
3Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten.
4Uitgangspunt voor het opstellen van het liquidatieplan zijn de verplichtingen die voortvloeien uit reeds door de deelnemers genomen besluiten over projecten ten laste van het mobiliteitsfonds. Hierdoor reeds verschuldigde, maar nog niet feitelijk gedane stortingen in het fonds dienen door de uittredende deelnemer als nog te worden voldaan. Een overschot aan stortingen ten opzichte van reeds aangegane verplichtingen wordt teruggestort aan de uittredende deelnemer.
5Onder verplichtingen in lid 4 wordt verstaan het aandeel dat de uittredende gemeente heeft, naar rato van inwonertal, in het totaal van de gelden uit het fonds waarvan vastgelegd is dat die aan de uitvoering van de visie besteed zullen worden.
6Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het orgaan en de daarin omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
7Nadat het liquidatieplan is vastgesteld zijn zowel de uittredende deelnemer als de andere deelnemers gehouden om binnen zes maanden de daarin omschreven financiële verplichtingen te voldoen.
8De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer, die het voornemen heeft om uit te treden.
Artikel 20 Opheffing
1Instemming van ten minste drie vierde van het aantal deelnemers is vereist voor opheffing van de regeling.
2Bij opheffing van de regeling wordt een plan opgesteld als bedoeld in artikel 19.
3Opheffing is niet mogelijk gedurende de eerste drie jaren na de datum van inwerkingtreding van de regeling.
Artikel 21 Archief
1Het orgaan draagt zorg voor de archiefbescheiden van de regeling overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften daaromtrent. Het archief komt te berusten bij de gemeente die het secretariaat voert.
Artikel 22 Geschillen
1Van een geschil als bedoeld in artikel 28, eerste lid van de Wet is sprake als ten minste één der deelnemers zodanige mening is toegedaan.
Artikel 23 Evaluatie
1De regeling wordt vanaf 2030 elke tien jaar onderworpen aan een zelfevaluatie. Vanaf 2035 wordt daarnaast elke tien jaar een onafhankelijke externe evaluatie uitgevoerd.
Artikel 24 Inwerkingtreding, citeertitel
1Deze gewijzigde regeling treedt in werking op 1 september 2026.
2Deze regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.
3Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland.