2. Doel, reikwijdte en status van de Nota
2.1 Doel van de Nota
De Nota kent de volgende doelstellingen:
a.Toepassing geven aan de uitwerking van de huidige wettelijke bevoegdheid voor het privaatrechtelijk kunnen verhalen van kosten van de grondexploitatie, betrekking hebbende op bovenwijkse netwerkvoorzieningen mede ten behoeve van toekomstige ontwikkellocaties.
b.Het vaststellen van de beleidsmatige kaders en de methodiek, volgens welke de verhaalbare kosten van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen, worden omgeslagen naar zowel de bestaande stad als naar toekomstige ontwikkellocaties.
c.Het vaststellen van de reikwijdte van de toepassing van de Nota, waar het gaat om:
1Ingeval van kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie in ontwikkellocaties, de in de Wet ruimtelijke ordening verankerde bevoegdheid van privaatrechtelijk kostenverhaal van kosten van de grondexploitatie (op basis van een anterieure overeenkomst).
2Ingeval van gemeentelijke grondexploitatie van ontwikkellocaties, de ingevolge het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geldende normen voor de toedeling van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
d.Het uitwerking van de beleidsmatige kaders naar de beschrijving van:
1De aard en omvang van de verhaalbare kosten van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
2De omvang en verdeling van de toekomstige ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven.
3De verdeling van de kosten over de bestaande stad en de ontwikkellocaties/ ontwikkelopgaven.
e.Het vaststellen van de beleidsmatige kaders voor periodieke actualisatie van de Nota.
Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 maakt de gemeentelijke ambitie om snel en voortvarend aan de slag te gaan met de groeiopgave, dat het van belang is dat op korte termijn, moet kunnen worden beschikt over het beleidskader voor verhaal van kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen in nieuwe ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven. Daarbij wordt tot aan de invoering van de Omgevingswet voor de toepassing van het privaatrechtelijk kostenverhaal van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen uitgegaan van een aantal bouwstenen, zoals die zijn opgenomen in de voorstellen voor wetgeving voor het publiekrechtelijk kostenverhaal van financiële bijdragen voor de toepassing onder de nieuwe Omgevingswet.
De doelstellingen hebben betrekking op de toepassing van de Nota onder de huidige Wro.
Met het voorsorteren op de kaders zoals die in de nieuwe publiekrechtelijke kostenverhaalsregeling voor financiële bijdragen in de Omgevingswet worden opgenomen, wordt bereikt dat de in de Nota gehanteerde beleidskaders in beginsel ook bruikbaar zijn als basis voor zowel de privaat- als publiekrechtelijke toepassing zodra het nieuwe instrumentarium onder de nieuwe Omgevingswet in werking treedt.
Zodra de Omgevingswet en het daarvan deel uitmakende nieuwe kostenverhaalsinstrumentarium worden ingevoerd wordt de Nota (waar nodig) geactualiseerd en aangepast op basis van de definitieve wettelijke regeling.
De gemeente sorteert met de Nota voor op de kaders zoals die in de nieuwe publiekrechtelijke kostenverhaalsregeling voor financiële bijdragen onder de Omgevingswet gesteld worden.
De aanleg van de in de Nota opgenomen bovenwijkse netwerkvoorzieningen leidt ertoe dat nieuwe ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven in objectieve zin voordeel hebben van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen, in de zin dat kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de betreffende nieuwe ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven verbetert.
De verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving heeft, gezien het schaalniveau van deze groep van investeringen, zowel betrekking op de bestaande stad als op de toekomstige ontwikkellocaties.
De vaststelling van de Nota heeft niet tot doel de (vervolg)vraag te beantwoorden wat de te verwachten opbrengst uit de toepassing van kostenverhaal respectievelijk uit de dekking vanuit gemeentelijke grondexploitaties is bij concrete ontwikkellocaties.
Met de vaststelling van de Nota vindt de onderbouwing plaats van de toedeling van de verhaalbare kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen aan ontwikkellocaties als zodanig. Hiermee is nog niet de vraag beantwoord of het aan een ontwikkellocatie toe te rekenen aandeel van de kosten van genoemde bovenwijkse voorzieningen ook daadwerkelijk kan worden verhaald.
Dit laatste is, ingeval van gemeentelijke grondexploitatie, afhankelijk van de vraag of alle ten laste van de specifieke ontwikkellocatie komende kosten van de grondexploitatie, met inbegrip van de toedeling van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen, ook daadwerkelijk kunnen worden terugverdiend via de gemeentelijke gronduitgifte. Ingeval van particuliere exploitatie is dit afhankelijk van het resultaat van de te voeren onderhandelingen over het aangaan van een (anterieure) overeenkomst. Dit vereist dat er in de te ontwikkelen locatie sprake is van voldoende waardestijging.
Of de aan ontwikkellocaties toe te delen kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen daadwerkelijk kunnen worden verhaald, is afhankelijk van de vraag of er sprake is van voldoende waardestijging van de te ontwikkelen gronden.
De beantwoording van die vraag is afhankelijk van factoren zoals onder andere de complexiteit van de ontwikkeling, het woningbouwprogramma, de inbrengwaarde en de eisen en ambities die de gemeente stelt.
2.2 De reikwijdte van de Nota
Met de Nota wordt, onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, toepassing gegeven aan de uitwerking van de gemeentelijke wettelijke bevoegdheid voor het privaatrechtelijk kunnen verhalen van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen in nieuwe ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven. Voor zover de ontwikkellocatie (deels) wordt ontwikkeld op basis van een gemeentelijke grondexploitatie, worden de financiële bijdragen verhaald via de gemeentelijke gronduitgifte van bouwpercelen.
In de praktijk is in Haarlem sprake van zowel gemeentelijke als particuliere grondexploitaties. Doordat elke methode eigen regels kent, kan dit ertoe leiden dat (zonder een duidelijk beleidskader) onbedoeld verschillen ontstaan in de toedelingsmethodiek voor het verhaal van de kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Dit kan leiden tot onduidelijkheden en dit is niet gewenst.
De toepassing van de Nota heeft in beginsel doorwerking naar alle nieuwe ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven, ongeacht of deze nu worden ontwikkeld op basis van een gemeentelijke grondexploitatie dan wel een particuliere grondexploitatie.
Voor de gemeente is van belang dat zij, vanuit een integrale (gemeentebrede) benadering van alle daarvoor in aanmerking komende bovenwijkse netwerkvoorzieningen, komt tot de vaststelling van uniforme beleidskaders voor het verhaal van de daarvoor in aanmerking komende kosten ten laste van de verschillende toekomstige ontwikkellocaties binnen de gemeente.
Onder uniforme beleidskaders wordt verstaan dat de methodiek van de vaststelling en toedeling van de verhaalbare kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen in nieuwe ontwikkellocaties op gelijke wijze wordt toegepast in gevallen van gemeentelijke grondexploitatie en bij toepassing van privaatrechtelijk kostenverhaal bij particuliere exploitatie.
De consequentie van deze beleidskeuze is dat voor de bepaling van de omvang van de verhaalbare kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen en de wijze van toedeling van de kosten naar de bestaande stad en naar ontwikkellocaties, wordt voorgesorteerd op een aantal bouwstenen van de toekomstige wettelijke kaders zoals die gelden voor het publiekrechtelijk verhalen van financiële bijdragen onder de Omgevingswet.
Op basis van de Nota kan tijdig aan initiatiefnemers voor ontwikkellocaties inzicht worden geboden in de methodiek en toedelingssystematiek voor het privaatrechtelijk verhaal van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Dit komt de duidelijkheid en transparantie van beleid ten goede.
2.3 De status van de Nota
Met de vaststelling van de Nota wordt beleid vastgesteld hoe op integrale en uniforme wijze toepassing wordt gegeven aan de gemeentelijke bevoegdheid tot privaatrechtelijk verhaal van kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Tot die uitwerking behoort voorts de wijze van toedeling van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen aan gemeentelijke grondexploitaties van ontwikkellocaties.
Voor de toepassing van het privaatrechtelijk kostenverhaal bij een particuliere grondexploitatie en voor de toedeling van de kosten aan gemeentelijke grondexploitaties zijn onder de Wro de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit niet dwingend van toepassing.
Voor de wijze van toedeling van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen aan de nieuwe ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven wordt gebruik gemaakt van en voorgesorteerd op de nieuwe Omgevingswet. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de daarin opgenomen kaders voor publiekrechtelijk verhaal van zogenaamde “financiële bijdragen” aan “ontwikkelingen ter verbetering van de fysieke leefomgeving”.
De opstelling van de Nota is gebaseerd op de (ten tijde van de opstelling) bekende inzichten in het wetgevingsproces van de nieuwe Omgevingswet. Het wetgevingsproces voor onder meer dit onderdeel van het instrumentarium is echter nog niet voltooid. De ontwikkelingen in het wetgevingsproces worden op de voet gevolgd. Indien de ontwikkelingen in het wetgevingsproces gevolgen hebben voor de inhoud en/of toepassing van de Nota wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad.
Er is, onder de werking van de Wet ruimtelijke ordening, geen sprake van een wettelijke (zelfstandige) verplichting een (integrale gemeentebrede) Nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor de gemeente Haarlem vast te stellen. Het ontbreken van deze wettelijke verplichting maakt dat er geen specifieke procedurele eisen gelden ten aanzien van het proces van voorbereiding en besluitvorming van de Nota. Gezien de functie en het karakter van de Nota geschiedt de vaststelling door de gemeenteraad. De Nota is opgebouwd uit 2 delen:
•Deel A. Het beleidskader.
•Deel B. Uitwerking beleidskader.
Na vaststelling van de Nota wordt hiervan kennis gegeven op de website van de gemeente Haarlem
13www.haarlem.nl/bekendmakingen
.
Kenmerk voor een effectieve werking van de Nota is dat deel B (Uitwerking beleidskader) periodiek wordt geactualiseerd op basis van de doorwerking van vastgestelde/bijgestelde beleidskaders over onder meer:
•Een uitvoeringsprogramma voor de realisatie van bovenwijkse netwerkvoorzieningen ter uitvoering van de Structuurvisie openbare ruimte.
•Wijzigingen in de aard en omvang van ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven en daaraan verbonden programmatische kaders.
•Wijzigingen in de uitvoeringsfasering van de realisatie van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen en de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven.
•Actualisatie van investeringsramingen van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen, respectievelijk het vastleggen van de kosten van gerealiseerde bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
•Actualisatie van door de gemeente geraamde en ontvangen vergoedingen voor financiële bijdragen inzake de bedoelde groep van infrastructurele voorzieningen.
•Actualisatie van parameters inzake (kosten)indexeringen en rente.
Op de uitvoering van de Nota (waaronder de periodieke actualisatie) wordt nader ingegaan in hoofdstuk 5 (Implementatie van de Nota).
Zodra de Omgevingswet in werking treedt, gelden er eisen ten aanzien van de vastlegging en uitwerking van het kostenverhaalsbeleid voor deze groep van investeringen in onder meer de omgevingsvisie en/of gemeentelijke programma’s
14Bedoeld wordt hier het nieuwe instrument van het “programma”, zoals opgenomen in afdeling 3.2 Omgevingswet.
en, ingeval van publiekrechtelijke toepassing van het kostenverhaal, in het omgevingsplan. Waar nodig zal op dat moment actualisatie van de Nota plaatsvinden.
3. Wettelijk kader kostenverhaal
3.1 Inleiding
In paragraaf 2.1 zijn de met de vaststelling van de Nota beoogde doelen beschreven. Daaruit volgt dat de Nota een functie heeft in de uitwerking en toepassing van het aan de gemeente toegekende huidige wettelijke instrumentarium voor privaatrechtelijk verhaal van kosten bij particuliere exploitatie.
In dit hoofdstuk is een beschrijving op hoofdlijnen opgenomen van het huidige en het toekomstige wettelijke kostenverhaalsinstrumentarium, waarbij in beide gevallen nader wordt ingegaan op de plaats die de Nota in het huidige c.q. toekomstige instrumentarium inneemt.
3.2 De wettelijke kostenverhaalsregeling onder de Wro
3.2.1De wettelijke kostenverhaalsplicht
De realisatie van ontwikkellocaties voor de nieuwbouw respectievelijk transformatie van woningen, kantoren en andere functies gaat gepaard met diverse kosten. Denk aan de verwerving van gronden, het bouwrijp maken van uitgeefbare gronden, de aanleg van voorzieningen in de openbare ruimte (zoals wegen, riolering etc), plan- en apparaatskosten en het treffen van maatregelen (zoals milieumaatregelen).
Indien de gemeente eigenaar is van de gronden in toekomstige ontwikkellocaties en zij ook voornemens is de regie te nemen bij de grondexploitatie, dan worden de kosten van de grondexploitatie verdisconteerd in de te hanteren marktconforme uitgifteprijzen (gerelateerd aan de te realiseren functies) van door de gemeente uit te geven bouwpercelen. Indien het initiatief voor de ontwikkeling bij particuliere exploitanten ligt, dan is eveneens sprake van grondexploitatiekosten, maar ontbreekt voor de gemeente de mogelijkheid deze kosten terug te verdienen via gemeentelijke gronduitgifte.
Op gemeenten rust, ingevolge afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening, de plicht om de kosten van de grondexploitatie te verhalen indien zich de volgende situatie voordoet:
a.De ontwikkeling vindt plaats op basis van een in de wet aangewezen planologisch besluit
15Het overzicht van “aangewezen planologische besluiten” is opgenomen in bijlage 1.
én:
b.De ontwikkeling bestaat uit een in de wet aangewezen bouwplanmogelijkheid
16Het overzicht van “aangewezen bouwplanmogelijkheden” is opgenomen bijlage 1.
, die mogelijk wordt gemaakt op grond van dit planologisch besluit.
3.2.2Gemengd kostenverhaalsstelsel
Het kostenverhaalsinstrumentarium is opgenomen in een gemengd stelsel, dat zowel de mogelijkheid bevat het kostenverhaal toe te passen via een vrijwillig te sluiten overeenkomst (privaatrecht), als eenzijdig op te leggen als financieel voorschrift verbonden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen (publiekrecht).
De kostenverhaalsplicht komt tot uitdrukking door de regel dat gelijktijdig met een aangewezen planologisch besluit een exploitatieplan moet worden vastgesteld. In dit exploitatieplan is onder meer de uitwerking opgenomen van de voor de betreffende ontwikkellocatie aan de orde zijnde verhaalbare kosten, de omslag van de kosten over de eigendommen en de bepaling van de hoogte van de individuele exploitatiebijdragen.
Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan, in relatie tot de kostenverhaalsplicht, worden afgezien, indien voor alle gronden in het gebied waarvoor in het planologische besluit aangewezen bouwplannen zijn opgenomen, het kostenverhaal ten tijde van de vaststelling van het planologisch besluit, anderszins is verzekerd. Van “anderszins verzekeren” is bijvoorbeeld sprake indien het uitgeefbare gronden van de gemeente betreft en/of eigendommen van particuliere exploitanten, waarvoor tijdig een (anterieure) overeenkomst over kostenverhaal is gesloten.
In de praktijk is de aanpak gericht op het sluiten van dergelijke (anterieure) kostenverhaalsovereenkomsten met particuliere exploitanten. De toepassing van een exploitatieplan heeft de functie van verplicht publiekrechtelijk sluitstuk van het instrumentarium en functioneert daarmee als stok achter de deur.
In de Wro is voorts een regeling opgenomen voor kruimelgevallen, waarin de gemeente kan afzien van de toepassing van kostenverhaal
17De criteria voor toepassing zijn vastgelegd in artikel 6.2.1 a Bro.
.
3.2.3Publiekrechtelijk kostenverhaal
De toepassing van publiekrechtelijk kostenverhaal onder de Wro vindt plaats door de vaststelling van een exploitatieplan. Tot het exploitatieplan behoort een juridische exploitatieopzet voor de functie van de toepassing van de kostenverhaalsplicht.
In de exploitatieopzet wordt de uitwerking opgenomen van de verhaalbare kosten, zoals opgenomen in de wettelijke kostensoortenlijst
18De kostensoortenlijst is opgenomen in bijlage 1.
, voor de betreffende ontwikkellocatie. Voor de bepaling van de verhaalbare kosten van onder meer voorzieningen (zoals de aanleg van wegen, fietsinfrastructuur en infrastructuur voor openbaar vervoer) geldt de aanvullende eis dat moet worden voldaan aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit
19Een omschrijving van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit is opgenomen in bijlage 1.
Voor de vraag of de verhaalbare kosten volledig kunnen worden verhaald, geldt de toets van de
zogenaamde “macro-aftopping”. Hierbij worden de totale verhaalbare kosten (minus subsidies) afgezet tegen de opbrengsten uit fictieve gronduitgifte. Is de opbrengst uit gronduitgifte hoger of gelijk aan het totaal van de verhaalbare kosten, dan dienen alle verhaalbare kosten in het kostenverhaal te worden betrokken. Indien de opbrengst uit gronduitgifte lager is dan het totaal van de verhaalbare kosten, dan is de opbrengst van het kostenverhaal beperkt tot het totaal van de uitgifteopbrengsten. De gemeente blijft in dat geval zitten met kosten, die niet kunnen worden verhaald doordat er sprake is van een te beperkte waardestijging op het niveau van de gehele ontwikkellocatie.
Voor de bepaling van de kostenverhaalsbijdrage voor een individueel eigendom wordt opnieuw gekeken naar de vraag of sprake is van voldoende waardestijging.
3.2.4Privaatrechtelijk kostenverhaal
Op basis van het gemengd stelsel is er de mogelijkheid om voorafgaand aan de vaststelling van het planologische besluit een (anterieure) overeenkomst te sluiten met een particuliere exploitant ter uitvoering van de genoemde wettelijke kostenverhaalsplicht. Een dergelijke overeenkomst wordt daarmee aangegaan voordat of zonder dat later een exploitatieplan wordt vastgesteld.
In de wettelijke regeling is vastgelegd dat tal van uitvoeringsregels die van toepassing zijn in het publiekrechtelijke spoor (zie paragraaf 3.2.3) in deze fase van privaatrechtelijk kostenverhaal, niet van toepassing zijn. Zo zijn de genoemde criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit niet dwingend van toepassing op de anterieure contractfase.
3.2.5De toepassing van de Nota onder de huidige Wro
Uit de inhoud van de Nota volgt dat het gaat om concreet en specifiek benoemde infrastructurele voorzieningen die betrekking hebben op het gemeentelijk en/of regionale verkeers- en openbaarvervoersnetwerken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar voorzieningen voor autoverkeer, fietsverkeer en openbaar vervoer. Hiermee is sprake van “voorzieningen”, zoals die deel uitmaken van de kostensoortenlijst van de kosten van de grondexploitatie.
In de periode tot aan inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de inhoud van de Nota, vanuit de beoogde transparantie en duidelijkheid van beleid, als kader voor de toepassing van privaatrechtelijk kostenverhaal voor aan specifieke ontwikkellocaties toe te rekenen kosten van de in deze Nota opgenomen bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
Doordat de toepassing van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit niet goed mogelijk is, is voor het vast te stellen beleidskader voor het kostenverhaal van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen, aansluiting gezocht bij c.q. voorgesorteerd op uitgangspunten, zoals die zijn opgenomen in de voorstellen voor een nieuwe publiekrechtelijke kostenverhaalsregeling voor verhaal van financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Als bouwstenen gelden daarbij dat:
•De in de Nota betrokken bovenwijkse netwerkvoorzieningen worden, als geheel, in de voorstellen voor de nieuwe wettelijke regeling zijn aangemerkt als “ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving”.
•De in het kostenverhaal te betrekken bovenwijkse netwerkvoorzieningen zijn concreet in de Nota benoemd en omschreven.
•Voor de verhaalbare kosten van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen is uitgegaan van de geraamde realisatiekosten voor zover de bekostiging niet anderszins is verzekerd. Dit betekent dat, waar van toepassing, de raming van de realisatiekosten is verminderd met ontvangen subsidies of bijdragen van derden.
•Voor de toedeling van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen aan de toekomstige ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven is uitgegaan van de functionele samenhang van enerzijds de verschillende voorzieningen en anderzijds de per wijk te onderscheiden ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven.
•De Nota bevat de uitwerking van de methodiek van de toedeling van de verhaalbare kosten van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen naar de bestaande stad en de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven, onderscheiden naar de 21 wijken van de stad.
•De toedeling van de kosten van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen is zowel van toepassing voor situaties van particuliere exploitatie als bij gemeentelijke grondexploitaties.
•Verslaglegging van de verantwoording van de ontvangen kostenverhaalsbijdragen en de besteding daarvan.
5. Implementatie van de Nota
5.1 Bestemmingsreserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen
Ter uitvoering van de Nota wordt een bestemmingsreserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen gevormd. Deze reserve is geoormerkt aan de voorzieningen, zoals opgenomen in de Nota. Deze toepassing heeft tot gevolg dat de bestemmingsreserve in stand blijft gedurende de afschrijvingsperiode van de in de Nota opgenomen voorzieningen.
Bestedingen ten laste van de bestemmingsreserve
De vaststelling van de Nota heeft niet tot gevolg dat daarmee door de raad (tevens) de benodigde kredieten zijn gevoteerd voor de realisatie van de verschillende bovenwijkse netwerk-voorzieningen. Over deze kredietvotaties zal steeds afzonderlijk worden beschikt bij afzonderlijke raadsbesluiten.
Wordt een krediet gevoteerd, dan wordt voor de dekking het aandeel van de kosten dat ingevolge deze Nota wordt toegerekend aan het geheel van de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven, ten laste van deze reserve gebracht. Voor het niet aan de ontwikkellocaties/ontwikkelopgave toe te rekenen aandeel van de kosten wordt een separaat dekkingsvoorstel aan de raad gedaan.
De voeding van de bestemmingsreserve
De bestemmingsreserve wordt gevoed met de bijdragen, afkomstig uit:
a.Gemeentelijke grondexploitaties;
b.Particuliere grondexploitaties, op basis van privaatrechtelijk kostenverhaal.
5.2 Periodieke actualisatie van de Nota
Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 (status van de Nota) is het voor een effectieve werking en toepassing van de Nota van belang dat deel B (Uitwerking beleidskader) periodiek wordt geactualiseerd, ten aanzien van onder meer:
•De wijzigingen in het uitvoeringsprogramma voor de realisatie van bovenwijkse netwerkvoorzieningen (ter uitvoering van de (huidige) Structuurvisie openbare ruimte).
•Wijzigingen in de aard en omvang van de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven en de daaraan verbonden programmatische kaders.
•Wijzigingen in de uitvoeringsfasering van de realisatie van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen en de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven.
•Actualisatie van de investeringsramingen van de nog te realiseren bovenwijkse netwerkvoorzieningen c.q. het vastleggen van de kosten van gerealiseerde bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
•Actualisatie van de door de gemeente ontvangen en nog te ontvangen kostenverhaalsbijdragen en bijdragen uit gemeentelijke grondexploitaties in de bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
•Actualisatie van parameters zoals de kostenindexeringen en rente.
Deze actualisatie ziet daarmee toe zowel op de bijstelling van ramingen, als op de verslaglegging van de gerealiseerde kosten en ontvangen vergoedingen. De actualisatie kan bijvoorbeeld in samenhang met de jaarstukken van de gemeente plaatsvinden en volgt dan de reguliere begrotingscyclus van de gemeente. De actualisatie kan ook plaatsvinden via de Meerjaren Prognose Grondexploitaties.
5.3 Toepassing van de Nota onder de Omgevingswet
Tot aan de invoering van de Omgevingswet wordt voor de toepassing van het privaatrechtelijk kostenverhaal van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen, uitgegaan van een aantal bouwstenen. Deze bouwstenen zijn afgeleid van de voorstellen voor wetgeving voor het publiekrechtelijk kostenverhaal van financiële bijdragen voor de toepassing onder de nieuwe Omgevingswet.
Met het voorsorteren op de kaders, zoals die in de nieuwe kostenverhaalsregeling voor financiële bijdragen in de Omgevingswet worden opgenomen, wordt bereikt dat de in de Nota gehanteerde beleidskaders in beginsel ook bruikbaar zijn als basis voor (zowel de privaatrechtelijke als publiekrechtelijke) toepassing van het kostenverhaal zodra het nieuwe instrumentarium onder de Omgevingswet in werking treedt.
Zodra de Omgevingswet en het daarvan deel uitmakende nieuwe kostenverhaalsinstrumentarium worden ingevoerd, wordt de Nota (waar nodig) geactualiseerd en aangepast op basis van de definitieve wettelijke regeling.
9. Toedeling van verhaalbare kosten aan ontwikkellocaties
9.1 Schaalniveau van toerekening bovenwijkse netwerkvoorzieningen
De bovenwijkse netwerkvoorzieningen worden toegerekend aan de ontwikkellocaties/ontwikkel-opgaven en de bestaande stad op het niveau van wijken. De gemeente Haarlem kent 21 wijken en op basis van het hanteren van de wijkindeling als schaalniveau zal de uiteindelijke bijdrage differentiëren tussen deze wijken.
9.2 Gehanteerde verdeelsleutels
Voor de onderscheidene categorieën van bovenwijkse netwerkvoorzieningen worden verschillende verdeelsleutels gehanteerd voor de bepaling van de mate van proportionaliteit (in relatie tot de functionele samenhang). De netwerkvoorzieningen die toezien op de fietsinfrastructuur en het openbaar vervoer worden toegerekend aan de hand van de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen. De netwerkvoorzieningen voor de auto-infrastructuur zijn toegerekend aan de hand van verkeersintensiteitsanalyses zoals opgenomen in het verkeersmodel van de gemeente Haarlem.
Toelichting verdeelsleutel infrastructuur voor fiets- en openbaarvervoer-voorzieningen
Om de groei van Haarlem als verdeelsleutel te bepalen is, gebruik gemaakt van de programma’s die ten grondslag liggen aan het Verkeersmodel Haarlem 2019. Dit programma is reeds in hoofdstuk 7 toegelicht. Om dit programma te kunnen gebruiken, is allereerst het programma uitgedrukt in m² bvo. Voor woningbouw is daarmee rekening gehouden met het gemiddelde oppervlak van een woning in de gemeente Haarlem, zijnde 133 m² bruto vloeroppervlakte
26Bron: CBS, 2020, gemiddeld oppervlak woningen (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?fromstatweb).
. Voor het overige programma is op basis van arbeidsplaatsen een vertaling gemaakt naar oppervlakte. De gehanteerde omslagfactor is gebaseerd op de CROW-verkeerskengetallen. Dit levert op dat één arbeidsplaats gelijk staat aan 67 m² detailhandel, 33 m² industrie en 25 m² bvo overige functies. Dit volgt uit de rapportage van Goudappel Coffeng, opgenomen in bijlage 4.
De volgende stap bestaat uit de weging van de verschillende functies ten opzichte van elkaar. Dit komt voort uit het feit dat een vierkante meter bvo wonen niet hetzelfde effect heeft op verkeersintensiteiten dan een vierkante meter detailhandel, industrie of overige functies. In de Nota wordt de onderlinge weging van functies gebaseerd op het verkeersgenererend vermogen van de verschillende functies (zie hoofdstuk 4). De normen die hiervoor worden gehanteerd zijn afkomstig van de rapportage van Goudappel Coffeng (zie bijlage 4). Met behulp van deze normen is vervolgens een weging bepaald voor de verschillende functies, waarbij woningbouw als standaardreferentie heeft gediend. Met behulp van deze omrekenfactor is een gelijke omslag naar aantal eenheden bepaald, op basis van de ontwikkelopgave per wijk. Dit resulteert in een weging die is gebaseerd op het aantal ritten per vierkante meter nieuwe functie. Dit is weergegeven in de tabel op de volgende pagina.
woningen
detail
industrie
overig
ritten / woning of abp
27Abp=arbeidsplaats
4,75
3,5
2
2,25
m² / woning of abp
133
67
33
25
ritten / m²
0,0357
0,0560
0,0710
0,0920
Weging
1,00
1,56
1,98
2,57
Tabel 11 – weging verschillende functies o.b.v. verkeersgeneratie
Met behulp van deze wegingsfactor kan de verdeelsleutel voor de bestaande stad en de groei van de stad worden vastgesteld. Hiervoor zijn allereerst alle programma’s (te weten: huidig, toekomstig en ontwikkeling) vermenigvuldigd met deze wegingsfactor. Vervolgens is het gewogen ontwikkelprogramma per wijk gedeeld door de totale gewogen toekomstige voorraad (nieuwbouwontwikkelingen + de bestaande stad). De totale gewogen toekomstige voorraad bestaat uit 16.498.769 m².
Gewogen toekomstige voorraad
Waarvan ontwikkelprogramma
Toerekenfactor fiets- en OV-infrastructuur
Amsterdamsewijk
629.823
5.287
0,03%
Boerhaavewijk
1.168.580
466.351
2,83%
Delftwijk
391.322
15.216
0,09%
Duinwijk
576.636
67.938
0,41%
Europawijk
850.689
99.239
0,60%
Haarlemmerhoutkwartier
1.218.672
12.842
0,08%
Houtvaartkwartier
1.031.072
291.301
1,77%
Indischewijk
658.262
61.249
0,37%
Meerwijk
846.027
100.542
0,61%
Molenwijk
621.684
29.710
0,18%
Oude Stad
2.075.455
59.271
0,36%
Parkwijk
608.456
63.860
0,39%
Slachthuiswijk
590.793
143.040
0,87%
Te Zaanenkwartier
755.069
60.833
0,37%
Ter Kleefkwartier
894.267
27.886
0,17%
Transvaalwijk
777.544
57.851
0,35%
Vogelenwijk
304.757
521
0,00%
Vondelkwartier
419.927
48.935
0,30%
Waarder- en Veerpolder
1.385.026
79.635
0,48%
Zijlwegkwartier
642.994
2.678
0,02%
Spaarndam
51.716
1.295
0,01%
Totaal
16.498.769
1.695.478
10,28%
Tabel 12 – toerekenfactor fiets- en ov-infrastructuur
Op basis van deze analyse kan geconcludeerd worden dat op totaalniveau 10,28% van de kosten voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor fietsinfrastructuur en ov-infrastructuur, toerekenbaar zijn aan de nieuwe ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven .
Toelichting verdeelsleutel auto-infrastructuur
Voor de categorie auto-infrastructuur geldt dat de kosten worden toegerekend aan de wijken aan de hand van een verkeersmodel waarin een verkeersintensiteitsanalyse is uitgevoerd. Dit verkeersmodel is opgesteld door Goudappel Coffeng (zie bijlage 4) en hierin zijn, per voorziene maatregel voor auto-infrastructuur, zogenaamde selected zone-analyses uitgevoerd. Daarin wordt een vergelijking gemaakt tussen het verkeer van en naar een bepaalde wijk in de autonome situatie (dat wil zeggen zonder toevoeging van het ontwikkelprogramma) en in de situatie met toevoeging van het voorziene ontwikkelprogramma. Het procentuele verschil tussen beide bepaalt de mate waarin de ontwikkelopgave in een bepaalde wijk belang heeft bij een bepaalde ingreep. De resultaten van deze analyse zijn samengevoegd en op totaalniveau leidt dit tot de onderstaande toerekenfactoren.
Wijk
Toerekenfactor
auto-infrastructuur
Amsterdamsewijk
0,05%
Boerhaa
vewijk
5,98%
Delftwijk
0,14%
Duinwijk
0,58%
Europawijk
0,81%
Haarlemmerhoutkwartier
0,02%
Houtvaartkwartier
3,02%
Indischewijk
0,51%
Meerwijk
0,71%
Molenwijk
0,28%
Oude Stad
0,14%
Parkwijk
0,46%
Slachthuiswijk
1,06%
Te Zaanenkwartier
0,56%
Ter Kleefkwartier
0,25%
Transvaalwijk
0,54%
Vogelenwijk
0,01%
Vondelkwartier
0,41%
Waarder- en Veerpolder
0,50%
Zijlwegkwartier
0,01%
Spaarndam
0,00%
Totaal
16,05%
Tabel 13 – toerekenfactor auto-infrastructuur
Een uitgebreidere toelichting op de gehanteerde systematiek is terug te vinden in de rapportage van Goudappel Coffeng (bijlage 4).
9.3 Tarief bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen
Op basis van de gehanteerde systematiek ontstaan voor de fietsinfrastructuur en ov-infrastructuur een verdeelsleutel op basis van een vast bedrag per m² exclusief btw. Voor de fietsinfrastructuur draagt elke nieuwe vierkante meter ontwikkeling € 2,18 bij en voor de ov-infrastructuur bedraagt dit € 1,86. Voor de auto-infrastructuur varieert het tarief per wijk als gevolg van de verkeersintensiteitenanalyse. De differentiatie tussen de verschillende totaaltarieven per wijk ontstaat daarom door de toerekening van de kosten voor auto-infrastructuur.
De totale tarieven per eenheid nieuwe ontwikkeling exclusief btw zijn als volgt:
Wijk
Totaaltarief
Amsterdamsewijk
€ 11,70
Boerhaavewijk
€ 14,51
Delftwijk
€ 10,36
Duinwijk
€ 11,15
Europawijk
€ 10,87
Haarlemmerhoutkwartier
€ 5,58
Houtvaartkwartier
€ 12,68
Indischewijk
€ 9,17
Meerwijk
€ 9,75
Molenwijk
€ 11,82
Oude Stad
€ 5,99
Parkwijk
€ 9,18
Slachthuiswijk
€ 10,10
Te Zaanenkwartier
€ 10,53
Ter Kleefkwartier
€ 10,69
Transvaalwijk
€ 11,59
Vogelenwijk
€ 18,88
Vondelkwartier
€ 9,63
Waarder- en Veerpolder
€ 8,10
Zijlwegkwartier
€ 7,26
Spaarndam
€ 6,22
Tabel 14 – totale tarieven per eenheid ontwikkeling per wijk
Om de aan een ontwikkellocatie/ontwikkelopgave toe te rekenen bijdrage in de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen te bepalen, dient het aantal eenheden van de nieuwe ontwikkeling te worden berekend. De eenheden worden bepaald aan de hand van de weging die eerder ook bij de toerekening is toegelicht. Voor het bepalen van het totaal aantal eenheden kan onderstaande hulptabel worden gebruikt.
woningen
detail
industrie
overig
Totaal
A) m² bvo programma
…
…
…
…
B) weging eenheden
1,00
1,56
1,98
2,57
resultaat (A x B)
…(1)
…(2)
…(3)
…(4)
1+2+3+4 (C)
Totaal eenheden
… m² bvo (C)
Tarief betreffende wijk
€ … (D)
Toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen
€ … (C x D)
Tabel 15 – rekentabel bepalen toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen
Voorbeeld berekening toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen
Een initiatiefnemer wenst een ontwikkellocatie te realiseren in de Amsterdamsewijk. Zijn plan voorziet in de realisatie van 200 woningen van gemiddeld 80 m² bvo, 1.000 m² bvo kantoren en een kleinschalige buurtwinkel van 250 m² bvo. Het totale bouwoppervlak bedraagt 17.250 m².
Op basis van de weging in de tabel levert dit 16.000 eenheden op voor de woningbouw, 2.570 eenheden voor kantoor (overig programma) en 390 eenheden voor de winkel (detailhandel). In totaal betreft dit 18.960 eenheden. Het tarief in de Amsterdamsewijk bedraagt € 11,70 per eenheid. De totale toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen bedragen daarmee € 221.832 exclusief btw (op prijspeil 1-1-2020, rente dragend tegen 2,8% per jaar).
Bijlage 1 – Relevante begrippen
Aangewezen bouwplannen:
De in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening opgenomen overzicht van de categorieën bouwplannen, waarvoor de wettelijke kostenverhaalsplicht geldt. Dit overzicht bestaat uit:
a.de bouw van een of meer woningen;
b.de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen;
c.de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen;
d.de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;
e.de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt;
f.de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.
Aangewezen categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving
In artikel 13.23 Omgevingswet is bepaald dat in het Omgevingsbesluit het overzicht van de aangewezen categorieën van ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt opgenomen wordt vastgelegd. Dit voor de toepassing van publiekrechtelijk verhaal van financiële bijdragen.
In het ontwerpbesluit voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen
28Ontwerpbesluit van 8 januari 2021
wordt voorgesteld het volgende overzicht op te nemen in het Omgevingsbesluit:
a.wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van landschappelijke elementen;
b.aanleg of wijziging van gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet of gebieden die in het omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen en herstel, op basis van een omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving:
1°. ter vermindering van de stikstofdepositie; of
2°. ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
c.aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang;
d.aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in ieder geval worden begrepen parken en recreatiegebieden;
e.ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving buiten het gebied waar de activiteit, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, plaatsvindt,
voor zover in dat gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen:
1°. in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a of b, van dat besluit of in een programma is opgenomen; en
2°. tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, op grond van het eerste lid van dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie van de benodigde gronden ontstaat; en
f.stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen of wijzigen van wegen.
Aangewezen planologische besluiten
De wettelijke kostenverhaalsplicht geldt voor aangewezen bouwplannen die worden opgenomen in aangewezen categorieën planologische besluiten. Deze categorieën planologische besluiten zijn opgenomen in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.15 van de Crisis- en herstelwet. Het gaat om de volgende categorieën:
a.Een bestemmingsplan;
b.Een wijzigingsplan (artikel 3.6 eerste lid Wet ruimtelijke ordening);
c.Een omgevingsvergunning voor planologisch afwijken met ruimtelijke onderbouwing (artikel 2.12 eerste lid onder a 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht);
d.Een omgevingsvergunning voor planologisch afwijken in de gevallen die daartoe aangewezen zijn in het Besluit omgevingsrecht (artikel 2.12 eerste lid onder a2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht);
e.Een projectuitvoeringsbesluit (artikel 2.10 Crisis- en herstelwet).
Bruto-vloeroppervlak:
Het bruto vloeroppervlak is de som van de vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een gebouw, gemeten langs de buitenomtrek
29Zie Kenniscentrum Infomil (www.infomil.nl) en nadere uitwerking in NEN normblad 2580
.
Criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit
Deze criteria zijn van toepassing bij het publiekrechtelijk kostenverhaal van (onder meer) voorzieningen en zijn vastgelegd in artikel 6.13 lid 6 Wet ruimtelijke ordening. In de wettelijke regeling is geen omschrijving van deze drie criteria opgenomen. Onderstaande omschrijving is ontleend aan de Memorie van toelichting van het wetsvoorstel Grondexploitatiewet
30Memorie van Toelichting (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 30218 nr 3 blz 23)
:
•profijt: de grondexploitatie moet nut ondervinden van de te treffen voorzieningen.
•toerekenbaarheid: er bestaat een causaal verband (de kosten van de voorzieningen zouden niet gemaakt worden zonder het plan voor de ontwikkellocatie) of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van het plan voor de ontwikkellocatie. Kosten van voorzieningen die op een andere grondslag gefinancierd worden (bijvoorbeeld door een subsidie of bij nutsvoorzieningen voor elektra via de verbruikstarieven) zijn niet toerekenbaar.
•proportionaliteit: als meerdere locaties profijt hebben van een voorziening worden de kosten naar rato van profijt verdeeld. Aan elke profijt hebbende ontwikkellocatie wordt zodoende een evenredig deel van de kosten toegerekend.
Kostensoortenlijst
De lijst van via een exploitatieplan verhaalbare kosten van de grondexploitatie is opgenomen in de artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 Besluit ruimtelijke ordening. Deze artikelen zijn hieronder opgenomen.
Artikel 6.2.3
Tot de kosten, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, ten eerste, van de wet, worden, voor zover deze redelijkerwijs zijn toe te rekenen aan de inbrengwaarde van de gronden, gerekend de ramingen van:
a.de waarde van de gronden in het exploitatiegebied;
b.de waarde van de opstallen die in verband met de exploitatie van de gronden moeten worden gesloopt;
c.de kosten van het vrijmaken van de gronden in het exploitatiegebied van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht en zakelijke lasten;
d.de kosten van sloop, verwijdering en verplaatsing van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen in het exploitatiegebied.
Artikel 6.2.4
Tot de kosten, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, ten tweede, van de wet, worden gerekend de ramingen van:
a.de kosten van het verrichten van onderzoek, waaronder in ieder geval begrepen grondmechanisch en milieukundig bodemonderzoek, akoestisch onderzoek, ander milieukundig onderzoek, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek;
b.de kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren, het verrichten van grondwerken, met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;
c.de kosten van de aanleg van voorzieningen in een exploitatiegebied;
d.de kosten van maatregelen, plannen, besluiten en rechtshandelingen met betrekking tot gronden, opstallen, activiteiten en rechten in het exploitatiegebied, waaronder mede begrepen het beperken van milieuhygiënische contouren en externe veiligheidscontouren;
e.de in artikel 6.2.3 en de onder a tot en met d en g tot en met n bedoelde kosten met betrekking tot gronden buiten het exploitatiegebied, waaronder mede begrepen de kosten van de noodzakelijke compensatie van in het exploitatiegebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen;
f.de in artikel 6.2.3 en de onder a tot en met d bedoelde kosten, voor zover deze noodzakelijk zijn in verband met het in exploitatie brengen van gronden die in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen;
g.de kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering, verband houdende met de aanleg van de voorzieningen en werken, bedoeld onder a tot en met f, en in artikel 6.2.3, onder c en d;
h.de kosten van het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen ten behoeve van het exploitatiegebied;
i.de kosten van het opzetten en begeleiden van gemeentelijke ontwerpcompetities en prijsvragen voor het stedenbouwkundig ontwerp van de locatie, en de kosten van vergoedingen voor deelname aan de prijsvraag;
j.de kosten van andere door het gemeentelijk apparaat of in opdracht van de gemeente te verrichten werkzaamheden, voor zover deze werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in dit besluit bedoelde voorzieningen, werken, maatregelen en werkzaamheden;
k.de kosten van tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente verworven gronden, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten;
l.de kosten van tegemoetkoming van schade, bedoeld in artikel 6.1 van de wet;
m.niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW, of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder a tot en met l;
n.rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten.
Artikel 6.2.5
Tot de voorzieningen, bedoeld in artikel 6.2.4, onder c, worden gerekend:
a.nutsvoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, voor zover de aanlegkosten bij of door de gemeente in rekening worden gebracht en niet via de verbruikstarieven kunnen worden gedekt;
b.riolering met inbegrip van bijbehorende werken en bouwwerken;
c.wegen, ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen verband houdende werken en bouwwerken;
d.infrastructuur voor openbaar vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, voor zover de aanlegkosten bij of door de gemeente in rekening worden gebracht en niet via de gebruikstarieven kunnen worden gedekt;
e.groenvoorzieningen, waaronder begrepen openbare parken, plantsoenen, speelplaatsen, trapvelden en speelweiden, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen;
f.openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen;
g.straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte;
h.gebouwde parkeervoorzieningen, voor zover deze leiden tot optimalisering van het grondgebruik en verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, openbaar toegankelijk zijn en voornamelijk worden gebruikt door bewoners en gebruikers van het exploitatiegebied, voor zover de aanlegkosten bij of door de gemeente in rekening worden gebracht en niet via de gebruikstarieven kunnen worden gedekt;
i.uit een oogpunt van milieuhygiëne, archeologie of volksgezondheid noodzakelijke voorzieningen.
Netto contante waarde
De netto contante waarde is de huidige waarde van toekomstige (in de tijd gespreide) investeringen of kosten. De berekening van de netto contante waarde gebeurt door het totaal van toekomstige kosten en opbrengsten terug te rekenen naar het prijspeil van nu, met behulp van een gehanteerde rente. Het zogenaamde disconteren (uitdrukken op het prijspeil van nu) maakt het mogelijk om financiële resultaten die op verschillende momenten in de tijd plaatsvinden, onderling vergelijkbaar te maken.
Bijlage 2 – Overzichtstabel bovenwijkse netwerkvoorzieningen
De lijst bovenwijkse netwerkvoorzieningen is een overzicht van maatregelen die nodig zijn om Haarlem met een groeiend aantal inwoners bereikbaar te houden. De lijst is gebaseerd op bestaand beleid, zoals de SOR, en wordt periodiek geactualiseerd. Bij deze actualisatie wordt de lijst aangepast op nieuw beleid, zoals het Mobiliteitsbeleid.
Het is goed te bedenken dat voorzieningen opgenomen onder het kopje ‘auto infrastructuur’ ook maatregelen voor fiets en voet omvatten, zoals vrij liggende fietspaden.
De reserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen mag uitsluitend worden ingezet voor voorzieningen die op de lijst staan. De gemeente is echter niet verplicht alle voorzieningen die op de lijst staan uit te voeren.
#
Voorziening / maatregel
Investering*
Type raming
Fasering
Bronvermelding
Fietsinfrastructuur
F1
Fietsparkeren binnenstad
€ 3.340.071
Globale raming
2020-2023
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F2
Fietsparkeren bij OV Houtplein
€ 1.308.037
Detailraming
2020-2025
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F3
Korte termijn oplossing fietsparkeren OV Spaarnwoude
€ 229.329
Detailraming
2020-2021
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F4
Fietsparkeren bij OV R(egio)net haltes
€ 371.032
Globale raming
2020-2025
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F5
Fietsknelpunt Kennemerplein / Schoterweg / Kennemerstraat
€ 3.326.933
Globale raming
2023-2024
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F6
Herinrichting Lodewijk van Deijssellaan tot fietsstraat
€ 674.546
Globale raming
2021-2022
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F7
Korte termijn maatregelen fietsparkeren bij OV Stationsplein
€ 143.540
Globale raming
2020
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F8
Lange termijn maatregelen fietsparkeren bij OV Stationsplein
€ 5.691.500
Globale raming
2022-2024
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
F9
Herprofileren Kennedylaan, Belgiëlaan en Floris van Adrichemlaan
€ 3.419.887
Globale raming
2022-2023
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR
#
Voorziening / maatregel
Investering*
Type raming
Fasering
Bronvermelding
F10
Versmalling van de rijbaan Amsterdamsevaart
€ 2.000.000
Detailraming
2018
Programmabegroting 2020-2024
F11
Ontbrekende fietsschakels Planetenlaan – Schoterbos
€ 688.992
Detailraming
2020
Beschikbaar stellen krediet vervolgfase schoterbos (B&W 26 mei 2020)
F12
Fietsring: Bolwerken, Raaks en Wilhelminastraat
€ 7.291.658
Globale raming
>2025
Uitvoeringsprogramma 2020-2040
F13
Fiets- en voetbrug over de Ringvaart
€ 4.539.899
Globale raming
2024
Uitvoeringsprogramma 2020-2040
F14
Fietsenstallingen bij economische centra (niet de binnenstad)
€ 1.783.652
Globale raming
>2025
Uitvoeringsprogramma 2020-2040
F15
Fietsparkeren lange termijn bij station Spaarnwoude
€ 1.137.621
Globale raming
>2025
Uitvoeringsprogramma 2020-2040
Auto infrastructuur
A1
Vergroten vervoerscapaciteit N200
€ 15.144.213
Globale raming
> 2025
Rapport Groeipotentie
A2
Herstructurering stadsstraat Europaweg
€ 9.547.740
Detailraming
2023-2024
Uitvoeringsprogramma 2020-2040
#
Voorziening / maatregel
Investering*
Type raming
Fasering
Bronvermelding
A3
Herinrichting kruispunten Amerikaweg
€ 6.564.363
Detailraming
2021
Investeringsprogramma - Haarlemse Rapportage Grote Projecten
A4
Verbetering doorstroming Waarderweg - Vondelweg
€ 2.854.071
Detailraming
2021
Programmabegroting 2020-2024, investeringsplan
A5
Aanleg ongelijkvloerse kruising en herinrichting kruispunt Schipholweg - Amerikaweg / Prins Bernhardlaan
€ 5.608.968
Globale raming
>2025
Amendement SOR
A6
Herinrichting kruispunt Orionweg
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A7
Herinrichting kruispunt Simon Vestdijkpark
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A8
Herinrichting kruispunt Stuyvesantstraat
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A9
Herinrichting kruispunt Kleverlaan
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A10
Herinrichting kruispunt Zijlweg
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A11
Herinrichting kruispunt De Ruijterweg
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
#
Voorziening / maatregel
Investering*
Type raming
Fasering
Bronvermelding
A12
Herinrichting kruispunt Pijlslaan
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A13
Herinrichting kruispunt Leidsevaart
€ 3.926.277
Globale raming
>2025
Rapportage groeipotentie
A14
Bevordering gebruik hoofdroutes Oudeweg / Schipholweg
€ 2.756.247
Globale raming
> 2025
Rapportage groeipotentie
A15
Verbinding Veerplas
€ 3.190.620
Detailraming
> 2025
Ontwikkelvisie Oostpoort
OV-infrastructuur
OV1
Mobiliteitshub Nieuw-Zuid
€ 17.074.499
Globale raming
2022-2024
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR, maatregel 20
OV2
Herinichting Houtplein
€ 7.523.330
Detailraming
2022
Haarlemse Rapportage Grote Projecten
OV3
Herstructurering stadsstraat Rijksstraatweg: OV-maatregelen
€ 3.287.000
Detailraming
2019-2020
Uitvoeringsprogramma 2020-2040 SOR, maatregel 19
OV4
Herprofileren Tempeliersstraat
€ 538.461
Globale raming
>2025
Uitvoeringsprogramma 2020-2040, adaptieve maatregel 45
OV5
Herinrichting Nassaulaan
€ 2.283.257
Detailraming
2022
Programmabegroting 2020-2024
* investering betreft de netto contante waarde (per 1-1-2020) van de gemeentelijke kosten op basis van de exploitatieopzet
Bijlage 3 – Exploitatieopzet bovenwijkse netwerkvoorzieningen
In hoofdstuk 8 is toegelicht dat de volgende stappen zijn doorlopen voor de kostenramingen:
1Inventarisatie bovenwijkse netwerkvoorzieningen
2Bepalen aanlegkosten
3In mindering brengen van subsidie
4Vermeerderen met 15% bijkomende kosten voor verwerving, toezicht en uitvoering (van nog te realiseren voorzieningen)
5Fasering vaststellen
6Verwerken in exploitatieopzet
De samenvatting van de exploitatieopzet is in deze bijlage opgenomen. In de exploitatieopzet is rekening gehouden met de volgende rekenkundige uitgangspunten:
•Prijspeil: 1 januari 2020
•Startdatum exploitatie: 1 januari 2020
•Contante waarde datum: 1 januari 2020
•Kostenstijging: 2,5%
•Rente: 2,8%
•Disconteringsvoet: 2,8%
In navolgende pagina’s wordt een overzicht gegeven van de exploitatieopzet. Eerst wordt een overzicht gegeven van de nominale kosten per voorziening en de verdeling over boekwaarde en nog te realiseren kosten. Vervolgens is zowel de reële waarde van de investeringen is (de waarde van de kasstroom inclusief kostenstijging) als de netto contante waarde (de waarde van de kasstroom inclusief kostenstijging op prijspeil 1 januari 2020) per voorziening gepresenteerd.
Overzicht nominale kosten en verdeling over boekwaarde / prognose
Totaal
Realisatie
Prognose
Omschrijving
Nominaal
(boekwaarde)
(nog te realiseren)
Fietsinfrastructuur
Fietsparkeren binnenstad
3.363.750
-
3.363.750
Fietsparkeren bij OV Houtplein
1.317.618
-
1.317.618
Korte termijn oplossing fietsparkeren OV Spaarnwoude
230.000
-
230.000
Fietsparkeren bij OV R(egio)net haltes
373.750
-
373.750
Fietsknelpunt Kennemerplein / Schoterweg / Kennemerstraat
3.366.050
-
3.366.050
Herinrichting Lodewijk van Deijssellaan tot fietsstraat
678.500
-
678.500
Korte termijn maatregelen fietsparkeren bij OV Stationsplein
143.750
-
143.750
Lange termijn maatregelen fietsparkeren bij OV Stationsplein
5.750.000
-
5.750.000
Herprofileren Kennedylaan, Belgielaan en Floris van Adrichemlaan
3.450.000
-
3.450.000
Versmalling van de rijbaan Amsterdamsevaart
2.000.000
2.000.000
-
Ontbrekende fietsschakels Planetenlaan – Schoterbos
690.000
-
690.000
Fietsring: Bolwerken, Raaks en Wilhelminastraat
7.475.000
-
7.475.000
Fiets- en voetbrug over de Ringvaart
4.600.000
-
4.600.000
Fietsenstallingen bij economische centra (niet de binnenstad)
1.828.500
-
1.828.500
Fietsparkeren lange termijn bij station Spaarnwoude
1.437.500
-
1.437.500
Auto infrastructuur
Vergroten vervoerscapaciteit N200
22.425.000
-
22.425.000
Herstructurering stadsstraat Europaweg
9.660.000
-
9.660.000
Herinrichting kruispunten Amerikaweg
6.612.500
-
6.612.500
Verbetering doorstroming Waarderweg - Vondelweg
2.875.000
-
2.875.000
Aanleg ongelijkvloerse kruising en herinrichting kruispunt Schipholweg - Amerikaweg / Prins Bernhardlaan
5.750.000
-
5.750.000
Totaal
Realisatie
Prognose
Omschrijving
Nominaal
(boekwaarde)
(nog te realiseren)
Herinrichten kruispunt Orionweg
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt Simon Vestdijkpark
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt Stuyvesantstraat
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt Kleverlaan
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt Zijlweg
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt De Ruijterweg
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt Pijlslaan
4.025.000
-
4.025.000
Herinrichten kruispunt Leidsevaart
4.025.000
-
4.025.000
Bevordering gebruik hoofdroutes Oudeweg / Schipholweg
2.825.550
-
2.825.550
Verbinding Veerplas
3.270.845
-
3.270.845
OV-infrastructuur
Mobiliteitshub Nieuw-Zuid
17.250.000
-
17.250.000
Herinichting Houtplein
7.578.500
-
7.578.500
Herstructurering stadsstraat Rijksstraatweg: OV-maatregelen
3.287.000
3.287.000
-
Herprofileren Tempeliersstraat
552.000
-
552.000
Herinrichting Nassaulaan
2.300.000
-
2.300.000
TOTALEN NOMINAAL
153.290.813
5.287.000
148.003.813
Overzicht reële en netto contante kosten
Voorziening
Reële waarde
Netto contante waarde*
Fietsinfrastructuur
Fietsparkeren binnenstad
€ 3.571.940
€ 3.340.071
Fietsparkeren bij OV Houtplein
€ 1.402.375
€ 1.308.037
Korte termijn oplossing fietsparkeren OV Spaarnwoude
€ 235.768
€ 229.329
Fietsparkeren bij OV R(egio)net haltes
€ 397.792
€ 371.032
Fietsknelpunt Kennemerplein / Schoterweg / Kennemerstraat
€ 3.715.773
€ 3.326.933
Herinrichting Lodewijk van Deijssellaan tot fietsstraat
€ 712.903
€ 674.546
Korte termijn maatregelen fietsparkeren bij OV Stationsplein
€ 145.536
€ 143.540
Lange termijn maatregelen fietsparkeren bij OV Stationsplein
€ 6.270.319
€ 5.691.500
Herprofileren Kennedylaan, Belgielaan en Floris van Adrichemlaan
€ 3.715.556
€ 3.419.887
Versmalling van de rijbaan Amsterdamsevaart
€ 2.000.000
€ 2.000.000
Ontbrekende fietsschakels Planetenlaan – Schoterbos
€ 698.572
€ 688.992
Fietsring: Bolwerken, Raaks en Wilhelminastraat
€ 9.226.326
€ 7.291.658
Fiets- en voetbrug over de Ringvaart
€ 5.140.617
€ 4.539.899
Fietsenstallingen bij economische centra (niet de binnenstad)
€ 2.256.901
€ 1.783.652
Fietsparkeren lange termijn bij station Spaarnwoude
€ 1.774.294
€ 1.402.242
Auto infrastructuur
Vergroten vervoerscapaciteit N200
€ 27.678.979
€ 21.874.974
Herstructurering stadsstraat Europaweg
€ 10.663.645
€ 9.547.740
Herinrichting kruispunten Amerikaweg
€ 7.033.562
€ 6.564.363
Verbetering doorstroming Waarderweg - Vondelweg
€ 3.058.071
€ 2.854.071
Aanleg ongelijkvloerse kruising en herinrichting kruispunt Schipholweg - Amerikaweg / Pr. Bernhardlaan
€ 7.097.174
€ 5.608.968
Herinrichten kruispunt Orionweg
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Herinrichten kruispunt Simon Vestdijkpark
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Herinrichten kruispunt Stuyvesantstraat
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Herinrichten kruispunt Kleverlaan
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Voorziening
Reële waarde
Netto contante waarde*
Herinrichten kruispunt Zijlweg
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Herinrichten kruispunt De Ruijterweg
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Herinrichten kruispunt Pijlslaan
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Herinrichten kruispunt Leidsevaart
€ 4.968.022
€ 3.926.277
Bevordering gebruik hoofdroutes Oudeweg / Schipholweg
€ 3.487.551
€ 2.756.247
Verbinding Veerplas
€ 4.037.175
€ 3.190.620
OV-infrastructuur
Mobiliteitshub Nieuw-Zuid
€ 18.810.957
€ 17.074.499
Herinichting Houtplein
€ 8.061.074
€ 7.523.330
Herstructurering stadsstraat Rijksstraatweg: OV-maatregelen
€ 3.287.000
€ 3.287.000
Herprofileren Tempeliersstraat
€ 681.329
€ 538.461
Herinrichting Nassaulaan
€ 2.446.457
€ 2.283.257
TOTAAL
€ 177.351.821
€ 150.725.066
*per 1 januari 2020
Bijlage 4 – Notitie verkeerseffecten nieuwbouw Haarlem (Goudappel Coffeng)
1Inleiding
De gemeente Haarlem heeft een aanzienlijke woningbouwopgave. Binnen de gemeente zijn 8 ontwikkelzones aangewezen, zie figuur 1, waar deze ruimtelijke ontwikkelingen voornamelijk zullen plaatsvinden tussen 2014 en 2030:
■ Europaweg
■ Korte Verspronckweg – Spoorwegstraat
■ Oostpoort – Amsterdamsevaart
■ Planetenlaan – Orionweg
■ Schipholweg
■ Spaarndamseweg
■ Spaarnesprong
■ Spoorzone Zuidwest
figuur 1.1. Ontwikkelzones binnen Haarlem
Deze ruimtelijke ontwikkelingen zorgen voor een extra druk op de bestaande infrastructuur. Infrastructurele maatregelen zijn dan ook noodzakelijk om de toename van verkeer in de toekomst op een goede manier te kunnen faciliteren. In een uitwerking van de Structuurvisie openbare ruimte (SOR) is maatregelen plan opgesteld met alle voorgenomen inframaatregelen. Onderdeel hiervan zijn een aantal grootschalige inframaatregelen:
■ Oudeweg verbreden naar 2x2 rijstroken;
■ Afwaarderen van de Amsterdamsevaart;
■ Herinrichten van het kruispunt Amerikaweg Schipholweg;
■ Herinrichten Europaweg (noord);
■ Knip autoverkeer op het Houtplein;
■ Ongelijkvloerse oversteek voor fietsers op 8 kruispunten van de Westelijke Randweg.
Om te achterhalen welke ontwikkelzones en overige ontwikkelingen profijt hebben van de infrastructurele maatregelen en indirect daarmee een bijdrage aan de kosten voor de maatregelen te kunnen berekenen heeft de gemeente Haarlem aan Goudappel Coffeng B.V. gevraagd om inzicht te geven in de afzonderlijke verkeerseffecten van de verschillende wijken in Haarlem. Deze notitie omvat een beschrijving van de toegepaste rekenmethodiek en gehanteerde uitgangspunten om tot deze toerekenbare bedragen per wijk te komen. Ter verduidelijking is in hoofdstuk 4 aan de hand van een voorbeeld de rekenmethodiek doorgelopen.
2Methodiek
Om de verkeerseffecten van de voorgenomen grootschalige maatregelen inzichtelijk te maken zijn de volgende stappen doorlopen:
1Verkeersintensiteiten plansituatie
2Selected zone analyses
3Verkeersbijdrage nieuwbouw
4Kosten toerekenbaar aan ruimtelijke ontwikkelingen
Stap 1:
In stap 1 is met behulp van het verkeersmodel Noord Holland-Zuid (NHZ) een prognose gemaakt van de toekomstige verkeerscijfers in de gemeente Haarlem in 2030. Hierin zijn alle maatregelen uit de SOR opgenomen en wordt ervan uit gegaan dat alle geplande ruimtelijke ontwikkelingen tot 2030 zijn gerealiseerd. Met deze verkeerscijfers wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel verkeer er in de plansituatie gebruik maakt van de wegvakken waar de maatregelen uit de SOR op aangrijpen.
Daarnaast is ook bepaald wat de autonome verkeerscijfers zijn in 2030. Hierbij is gerekend zonder de realisatie van de ruimtelijke ontwikkelingen, maar is wel rekening gehouden met de infrastructurele maatregelen. Door het verschil tussen de verkeersintensiteiten in de plansituatie en de autonome situatie te berekenen is het effect bepaald van puur de ruimtelijke ontwikkelingen op het wegennet.
De infrastructurele maatregelen uit de SOR zorgen voor een verkeerseffect die het grootst meetbaar is in de directe omgeving van de maatregel. Per maatregel is hiertoe een selectie gemaakt van wegvakken waar de maatregel op aangrijpt. Door het verkeerseffect over deze selectie van wegvakken te middelen, wordt het verkeerseffect van de maatregel verkregen. Een maatregel op een kruispunt met 4 toeleidende wegen zal bijvoorbeeld een effect hebben op de verkeersintensiteiten op alle 4 de takken van het kruispunt. Om het effect van deze maatregel op het kruispunt te bepalen is allereerst het effect bepaald op elke tak afzonderlijk en is vervolgens het gemiddelde effect van de 4 takken genomen.
Stap 2:
Door middel van selected zone analyses is vervolgens de bijdrage van de verschillende wijken of buurten van het verkeer op deze wegvakken berekend. Dit geeft aan in welke mate het verkeer uit een bepaalde wijk profiteert van de genomen infrastructurele maatregelen. Omdat naast de 8 ontwikkelzones ook ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden op overige locaties verspreid over de verschillende wijken in Haarlem, is deze analyse uitgevoerd voor alle 21 wijken in Haarlem:
1Amsterdamsewijk
2Boerhaavewijk
3Delftwijk
4Duinwijk
5Europawijk
6Haarlemmerhoutkwartier
7Houtvaartkwartier
8Indischewijk
9Meerwijk
10Molenwijk
11Oude Stad
12Parkwijk
13Slachthuiswijk
14Te Zaanenkwartier
15Ter Kleefkwartier
16Transvaalwijk
17Vogelenwijk
18Vondelkwartier
19Waarder- en Veerpolder
20Zijlwegkwartier
21Spaarndam
Door de selected zone analyses uit te voeren voor bovenstaande wijken op alle wegvakken waar de maatregelen op aangrijpen, is een database gegenereerd.
Stap 3:
Met behulp van de geplande ontwikkelprogramma’s van de ruimtelijke ontwikkelingen is per wijk de verkeersgeneratie berekend voor zowel de autonome als de plansituatie. Vervolgens is het verschil in verkeersgeneratie tussen de autonome en plansituatie berekend waarmee een factor is te bepalen die een indicatie geeft van het planeffect per wijk. Met behulp van deze factor is per wijk berekend, wat het aandeel is van het verkeer in de plansituatie als gevolg van de realisatie van de ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwbouw).
Stap 4:
Wanneer de kosten per maatregel bekend zijn, kunnen deze worden verdeeld over de wijken op basis van het verkeersaandeel als gevolg van nieuwbouw (berekend in stap 3). Vervolgens zijn deze kosten per wijk uitgesplitst over de verschillende typen ruimtelijke ontwikkelingen. In deze berekening is de ontwikkeling van woningen en arbeidsplaatsen (detailhandel (winkels), industrie (fabrieken), rest (kantoren, voorzieningen)) meegenomen. Deze omrekenfactoren zijn gebaseerd op dezelfde bronnen waarmee de verkeerskengetallen van het CROW zijn bepaald. De kosten zijn verdeeld over deze typen ruimtelijke ontwikkelingen aan de hand van het aandeel in de ritgeneratie. De ontwikkelingen die het meest verkeer genereren, dragen hierbij het meest bij aan de kosten voor infrastructurele maatregelen. Tot slot is de bijdrage per ontwikkeling omgerekend naar kosten per woning/arbeidsplaats en naar kosten per vierkante meter bruto vloeroppervlak met behulp van kengetallen zoals weergegeven in tabel 2.1.
woningen
detail
industrie
rest
eenheid
auto
4,75
3,5
2,0
2,25
mvt/etm per woning of arbeidsplaats
vracht
0,0
0,3
0,3
0,1
mvt/etm per woning of arbeidsplaats
m2
133
67
33
25
m2 per woning of arbeidsplaats
Ritten/m2
0,036
0,056
0,071
0,092
Ritten/m2 per woning of arbeidsplaats
equivalent
1,00
1,56
1,98
2,57
tabel 2.1: Kengetallen
3Uitgangspunten
Instrumentarium
Het verkeersmodel waarmee prognoses zijn gemaakt voor de toekomstige verkeerscijfers in de gemeente Haarlem is het Noord Holland-Zuid (NHZ) model, versie 2.4.
Prognose: Planvariant 2030
In de plansituatie 2030 zijn alle geplande ruimtelijke ontwikkelingen meegenomen. Ook nemen we de voorgestelde infrastructurele maatregelen uit de SOR mee (voor zover het bovenwijkse voorzieningen betreft). Een overzicht van deze maatregelen is weergegeven in tabel 3.1. Door de landelijke groeiprognoses toe te passen in combinatie met de ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen worden de verkeerscijfers van toekomstjaar 2030 in beeld gebracht. Daarin nemen we de matrixreductie als gevolg van lokaal beleid mee, zoals ook in de vastgestelde SOR opgenomen. Hierbij gaat het om een reductie van 15% voor het verkeer van en naar het centrum en 7,5% voor het verkeer in de rest van Haarlem.
Nr.
Auto infrastructuur
Locatie
Toelichting
A1
Verbreden Oudeweg en aanpassen Prinsenbrug
Tracé: Oudeweg tussen Wim van Eststraat en Waarderweg + Prinsenburg
Verbreding van de Oudeweg naar 2 x 2 rijstroken. Daarnaast dient de Prinsenbrug te worden aangepast, waardoor het voor autoverkeer mogelijk wordt om vanaf de Prinsenbrug linksaf te slaan naar de Friese Varkenmarkt.
A2
Verbreding Waarderweg
Tracé: Waarderweg tussen Oudeweg en Schoterburg
Verbreding van de Waarderweg naar 2x2 rijbanen tussen de Oudeweg en de Schoterbrug
A3
Herstructurering stadsstraat Europaweg
Tracé: Europaweg
De Europaweg dient in het kader van de SOR te worden afgewaardeerd tot stadsstraat. De maatregel is gerelateerd aan het OV-knooppunt Buitenrust en de gebiedsontwikkeling Oostpoort.
A4
Herinrichting kruispunten Amerikaweg
Kruisingen op de Amerikaweg (met de Schipholweg, Boerhaavelaan en Kennedylaan)
De Amerikaweg doorkruist verschillende wegen, zoals de Boerhaavelaan, de Kennedylaan en de Schipholweg. De Amerikaweg vormt de toegangsweg van Schalkwijk en ten behoeve van de doorstroming worden de kruispunten geherstructureerd.
A5
Verbetering doorstroming Waarderweg - Vondelweg
Tracé: Vondelweg en Waarderweg
Om het verkeer van de Vondelweg en Waarderweg naar de regioring te leiden worden aanpassingen gedaan aan de wegbewijzering, indeling en VRI van deze wegen, verbetering doorstroming
A6
Aanleg ongelijkvloerse kruising en herinrichting kruispunt Schipholweg - Amerikaweg / Prins Bernhardlaan
Kruisingen: N205 bij Amerikaweg en Prins Bernhardlaan
Aanleg ongelijkvloerse kruising onder de n205 tussen de Amerikaweg en de Prinsbernhardlaan voor voetgangers en fietsers. Hiermee stroomt de N205 beter door en kunnen fietsers en voetgangers veiliger van de Amerikaweg naar de Prins Bernhardlaan.
A7
Westelijke randweg: Orionweg
Kruising Westelijke randweg en Orionweg
Herinrichting van de kruising Westelijke randweg (n208) - Orionweg ten behoeve van een betere doorstroming.
A8
Westelijke randweg: Simon Vestdijkpark
Kruising Westelijke Randweg en Simon Vestdijkpark
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (n208) - Simon Vestdijkpark ten behoeve van een betere doorstroming.
A9
Westelijke randweg: Stuyvesantstraat
Kruising Westelijke Randweg en Stuyvesantstraat
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (N208) - Stuyvesantstraat ten behoeve van een betere doorstroming.
A10
Westelijke randweg: Kleverlaan
Kruising Westelijke Randweg en Kleverlaan
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (N208) - Kleverlaan ten behoeve van een betere doorstroming.
A11
Westelijke randweg: Zijlweg
Kruising Westelijke Randweg en Zijlweg
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (N208) - Zijlweg ten behoeve van een betere doorstroming.
A12
Westelijke randweg: De Ruijterweg
Kruising Westelijke Randweg en De Ruijterweg
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (N208) - De Ruijterweg ten behoeve van een betere doorstroming.
A13
Westelijke randweg: Pijlslaan
Kruising Westelijke Randweg en Pijlslaan
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (N208) - Pijlslaan ten behoeve van een betere doorstroming.
A14
Westelijke randweg: Leidsevaart
Kruising Westelijke Randweg en Leidsevaart
Herinrichting van de kruising Westelijke Randweg (N208) - Leidsevaart ten behoeve van een betere doorstroming.
A15
Bevordering gebruik hoofdroutes Oudeweg / Schipholweg
Gebied: omgeving Oudeweg + Schipholweg
Afwaardering van alternatieve routes, zoals de Amsterdamsevaart, Gedempte Oostersingelgracht en Europaweg om het gebruik van de hoofdroutes te stimuleren. De ingrepen zien toe op onder andere aanpassingen in de verharding en bewijzering.
A16
Verbinding Veerplas
Camera Obscuraweg thv N200
Aanpassing bestaande viaduct richting de Veerplas door de Camera Obscuraweg het talud van de N200 te laten doorkruizen.
tabel 3.1: Overzicht van maatregelen uit de SOR
4Voorbeeldberekening: Amsterdamse wijk
In dit hoofdstuk is ter verduidelijking de rekenmethodiek doorgelopen aan de hand van een voorbeeld voor de Amsterdamse Wijk. De locatie van de wijk is weergegeven in figuur 4.1.
figuur 4.1: Locatie Amsterdamse wijk
4.1Stap 1: Verkeer plansituatie
In figuur 4.2 is in beeld gebracht wat het verkeerseffect is wat de ruimtelijke ontwikkelingen binnen Haarlem in 2030. Hieruit blijkt dat op alle wegvakken, afgezien van lokale uitzonderingen, de verkeersintensiteit toeneemt als gevolg van de nieuwbouw binnen Haarlem.
figuur 4.2: Verkeerstoename plansituatie 2030 tov 2030 zonder nieuwbouw
4.2Stap 2: Selected zone analyse
Om te berekenen wat het aandeel van de Amsterdamse wijk is in de verkeersgroei als gevolg van nieuwbouw is een selected zone analyse uitgevoerd. Het resultaat van deze analyse is weergegeven in figuur 4.3. De blauwe lijnen geven het verkeer vanuit de Amsterdamse wijk weer. Hoe dikker de blauwe lijn, hoe meer verkeer en dus hoe groter het verkeersaandeel van de Amsterdamse wijk op dat wegvak.
Uit figuur 4.3 blijkt dat de Amsterdamse wijk verkeerskundig gezien een sterke relatie heeft met de Prins Bernhardlaan, de Kruistochtstraat en de Gedempte Oostersingelgracht. Daarnaast wordt een aanzienlijk deel van het verkeer via de Amsterdamsevaart en de Schipholweg (N205) afgewikkeld.
figuur 4.3: Selected zone analyse Amsterdamse wijk
4.3Stap 3: Verkeersbijdrage nieuwbouw
De ruimtelijke ontwikkelingen in de Amsterdamse wijk zorgen voor een groei van het verkeer. Deze groei is gelijk aan 18.312 – 18.031 = 281 mvt wat neer komt op een verkeersgroei van 1,6%.
Door het aandeel verkeer vanuit de selected zone te vermenigvuldigen met 1,6 % wordt het aandeel nieuwbouw in de verkeersbijdrage berekend. De resultaten zijn weergegeven in tabel 4.1.
Uit tabel 4.1 blijkt dat de nieuwe ontwikkelingen in de Amsterdamse wijk verkeerskundig gezien het meest bijdraagt aan het verkeer op het wegvak waarop maatregel A15 aangrijpt (0,49%). Deze maatregel omvat de afwaardering van de Amsterdamsevaart, Gedempte Oostersingelgracht en Europaweg. Dit is te verklaren doordat uit de selected zone analyse bleek dat de Amsterdamse wijk een sterke verkeerskundige relatie heeft met bovengenoemde wegvakken.
Maatregel SOR
Verkeersbijdrage Amsterdamse wijk (mvt/etm)
(uit selected zone)
Aandeel nieuwbouw Amsterdamse wijk (mvt/etm) (vermenigvuldigd met 1,6%)
Aandeel in plan 2030 door nieuwbouw (%)
A1
1.309
20
0,10%
A2
464
7
0,03%
A3
1.010
16
0,11%
A4
2.172
34
0,11%
A5
405
6
0,03%
A6
1.988
31
0,10%
A7
0
0
0,00%
A8
5
0
0,00%
A9
10
0
0,00%
A10
10
0
0,00%
A11
0
0
0,00%
A12
0
0
0,00%
A13
0
0
0,00%
A14
42
1
0,00%
A15
3.551
55
0,49%
tabel 4.1: Verkeersaandeel nieuwbouw Amsterdamse wijk
4.4Stap 4: Kosten toerekenbaar aan ruimtelijke ontwikkelingen
Door de kosten per maatregel te vermenigvuldigen met het verkeersaandeel in de plansituatie 2030 als gevolg van nieuwbouw is berekend welke kosten toerekenbaar zijn aan de nieuwbouw in de Amsterdamse wijk. Ter controle van de berekening is hier een fictief bedrag van € 100.000,- per maatregel gehanteerd. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de kosten toerekenbaar aan nieuwbouw in de Amsterdamse wijk per maatregel.
maatregel
Aandeel nieuwbouw
Kosten maatregel
Kosten toerekenbaar aan nieuwbouw in Amsterdamse wijk
A1
0,10%
€ 100.000
€ 48,31
A2
0,03%
€ 100.000
€ 26,65
A3
0,11%
€ 100.000
€ 112,64
A4
0,11%
€ 100.000
€ 107,98
A5
0,03%
€ 100.000
€ 28,22
A6
0,10%
€ 100.000
€ 104,64
A7
0,00%
€ 100.000
€ 0,01
A8
0,00%
€ 100.000
€ 0,39
A9
0,00%
€ 100.000
€ 0,69
A10
0,00%
€ 100.000
€ 0,70
A11
0,00%
€ 100.000
€ 0,01
A12
0,00%
€ 100.000
€ 0,01
A13
0,00%
€ 100.000
€ -
A14
0,00%
€ 100.000
€ 4,28
A15
0,49%
€ 100.000
€ 163,33
tabel 4.2: Kosten toerekenbaar aan nieuwbouw per maatregel
Vervolgens kunnen deze kosten worden verdeeld over de verschillende typen ruimtelijke ontwikkelingen. In tabel 4.3 is een overzicht weergegeven van de geplande ontwikkelingen binnen de Amsterdamse wijk tot 2030 met de daarbij behorende verkeersgeneratie in mvt/etm. De verkeersgeneratie is berekend met behulp van de kengetallen zoals weergegeven in tabel 2.1.
woningen
detail
industrie
rest
totaal
toename/afname
30
4
2
12
Ritgeneratie
143
16
4
27
190
%
75%
8%
2%
14%
100%
tabel 4.3: Ruimtelijke ontwikkelingen met realisatiejaar 2030 binnen Amsterdamse wijk
Op basis van de verhoudingen tussen de verschillende types ruimtelijke ontwikkelingen zijn de kosten verdeeld over de woningen, detail, industrie en rest. De resultaten van deze verdeling zijn weergegeven in tabel 4.4. Omdat woningen zorgen voor het grootste aandeel in de ritgeneratie (75%) zijn ook de meeste kosten toerekenbaar aan de ontwikkeling van woningen binnen de Amsterdamse wijk.
maatregel
woningen
detail
industrie
rest
A1
€ 36,47
€ 3,99
€ 1,00
€ 6,86
A2
€ 20,12
€ 2,20
€ 0,55
€ 3,78
A3
€ 85,03
€ 9,30
€ 2,32
€ 15,99
A4
€ 81,51
€ 8,92
€ 2,23
€ 15,32
A5
€ 21,30
€ 2,33
€ 0,58
€ 4,00
A6
€ 78,99
€ 8,64
€ 2,16
€ 14,85
A7
€ 0,01
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
A8
€ 0,30
€ 0,03
€ 0,01
€ 0,06
A9
€ 0,52
€ 0,06
€ 0,01
€ 0,10
A10
€ 0,53
€ 0,06
€ 0,01
€ 0,10
A11
€ 0,01
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
A12
€ 0,01
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
A13
€ -
€ -
€ -
€ -
A14
€ 3,23
€ 0,35
€ 0,09
€ 0,61
A15
€ 123,29
€ 13,49
€ 3,37
€ 23,18
Totale kosten
€ 451,31
€ 49,37
€ 12,34
€ 84,85
tabel 4.4: Kosten toerekenbaar aan verschillende typen ruimtelijke ontwikkelingen
De totale kosten per type ruimtelijke ontwikkeling kunnen vervolgens door middel van kentallen zoals weergegeven in tabel 2.1 worden omgerekend naar kosten per vierkante meter bruto vloeroppervlak (m2 bvo). In tabel 4.5 zijn de resulterende kosten weergegeven.
woningen
detail
industrie
rest
Kosten per woning/arbeidsplaats
€ 20,44
€ 16,06
€ 10,04
€ 9,86
kosten per m2
€ 0,15
€ 0,24
€ 0,30
€ 0,39
tabel 4.5: Omgerekende kosten toerekenbaar aan ruimtelijke ontwikkelingen