B: Uitwerking artikelen
1. Begripsomschrijvingen
Begripsomschrijvingen:
College
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
Verordening
Algemeen bindend voorschrift, vastgesteld door de gemeenteraad, geldig op het grondgebied van de gemeente
Openbaar vervoer (volgens de wet Personenvervoer)
Voor een ieder openstaand vervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig
Taxivervoer (volgens de wet Personenvervoer)
Personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer
Personenvervoer
Het tegen betaling verplaatsen van één of meerdere personen met behulp van een vervoermiddel
Alternatief personenvervoer
Het met een vergunning van het college als ondernemer met een voertuig tegen betaling personenvervoer aan te bieden aan de weg, op bepaalde momenten, niet zijnde openbaar vervoer of taxivervoer volgens de wet Personenvervoer. Dit kan in een vaste route of in een aangewezen zone. Onder alternatief personenvervoer vallen geen taxi’s en openbaar vervoerlijnen, zoals deze in de Wet Personenvervoer 2000 zijn opgenomen. Ook deelfietsen en andere individuele fietsverhuur valt hier niet onder.
Groepsfietsen
Een door meerdere personen door trapaandrijving voortbewogen fiets waarop, naast de bestuurder, drie of meer personen tegen betaling gelijktijdig kunnen plaatsnemen.
Bierfiets
Een groepsfiets waarop alcoholhoudende dranken worden verstrekt en/of genuttigd
Emissievrij/Duurzame voertuigen
Elektrische voertuigen of voertuigen die rijden op groen gas of waterstof. Met emissievrij wordt bedoeld lokaal emissievrij/uitstootvrij. Dat betekent geen lokale uitstoot (op straat) van PMx, NOx en CO2 door het voertuig
Vergunning
Een door het college afgegeven besluit waarmee het is toegestaan om met een vervoermiddel alternatief personenvervoer als dienst aan te bieden op de openbare weg in de (binnen)stad van Haarlem
Parkeren
Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen
Halteren
Gedurende korte tijd (maximaal 10 minuten) laten stilstaan om vervoersdiensten aan te bieden. Bijvoorbeeld het in- en uitstappen van passagiers. Hierbij mag het overige verkeer niet gehinderd worden.
Zonering
Zones waarbinnen het is toegestaan diensten van alternatief personenvervoer aan te bieden. De autoluwe binnenstad vormt de belangrijkste zonering.
Vergunninghouder
De natuurlijke- of rechtspersoon aan wie de vergunning is verleend
Enkelvoudige vergunning
Een vergunning of de aanvraag daarvan waarbij de vergunninghouder tevens de enige bestuurder van het voertuig is waarvoor vergunning is verkregen of wordt gevraagd
Meervoudige vergunning
Een vergunning of de aanvraag daarvan waarbij de vergunninghouder derden (handelend onder de naam van de vergunninghouder) de voertuigen waarvoor vergunning is verkregen of wordt gevraagd, laat besturen.
Georganiseerde tour
Een georganiseerde tocht tegen betaling met een vervoermiddel op de weg, langs toeristische en culturele hoogtepunten, onder begeleiding van een (digitale) gids
2. Kenmerken vergunning
1De vergunning wordt aan natuurlijke of rechtspersonen verleend
2Er zijn twee typen vergunningen; enkelvoudige (voor één voertuig) en meervoudige (voor meerdere voertuigen).
3De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar
4De vergunning heeft betrekking op één voertuigtype.
5De vergunning wordt verleend met betrekking tot hop-on hop off vervoer op de weg voor maximaal vijf en met betrekking tot overige categorieën vervoer vier jaar. Wanneer daartoe aanleiding bestaat kan het college besluiten de vergunning toe te kennen voor een periode korter dan de genoemde maximum periode.
3. Voorwaarden, Voorschriften en eisen
Ondernemers van alternatief personenvervoer kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor een 4- dan wel 5-jaarlijkse vergunning als zij minimaal voldoen aan de volgende voorschriften:
a.Ondernemers checken zelf bij de provincie of hun initiatief/onderneming valt onder de Wet Personenvervoer. Verder moeten ondernemers nagaan of ze moeten voldoen aan de taxi-regelgeving.
b.Bij gebruik van meerdere voertuigen door ondernemers is uniformiteit het uitgangspunt. Ondernemers dienen aan te geven hoeveel voertuigen zij inzetten.
c.Voertuigen dienen te voldoen aan de eisen van de Rijksdienst voor het Wegverkeer en dienen als zodanig door deze instantie toegelaten te zijn op de openbare weg.
d.Bij de aanvraag voor een vergunning dient de ondernemer altijd een advies ten aanzien van handhaafbaarheid, juridische juistheid, verkeersveiligheid en aansprakelijkheid voor de wegbeheerder van de verkeersadviseur van de politie en eventueel de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toe te voegen. Ook de doelstellingen van de Wegenverkeerswet 94, artikel 2 dienen te worden nageleefd.
e.Indien geen vervoer wordt aangeboden met het voertuig dient deze op eigen terrein/gehuurd terrein geparkeerd te zijn.
f.De (bedrijfs)naam van de vergunninghouder moet duidelijk zichtbaar én leesbaar aan de achter- of voorzijde van het voertuig worden vermeld.
g.Voor ondernemers met een door trek- of lastdieren getrokken wagen is het verboden om vervoersdiensten aan te bieden aan de openbare weg. Ondernemers met een door trek- of lastdieren getrokken wagen kunnen hun diensten blijven aanbieden in het kader van een specifiek, kortdurend evenement of gebeurtenis, zoals een trouwerij. Indien voor het evenement of gebeurtenis een vergunning/toestemming nodig is, dient deze tevens de voornoemde dienst te omvatten. Voor het voetgangersgebied in de binnenstad buiten de venstertijden om is daarvoor een ontheffing nodig.
Ondernemers moeten zich verder houden aan de welzijnsrichtlijnen voor trek- en lastdieren en te voldoen aan de wet- en regelgeving daaromtrent.
4. Voorwaarden met betrekking tot veiligheid
Bestuurder
4.1 Aan de bestuurder worden eisen gesteld op het gebied van vakbekwaamheid. In alle gevallen dient de chauffeur te beschikken over goede en controleerbare rijvaardigheid. Voor het rijden met hop on hop off busvervoer gelden wettelijke regelingen.
4.2 De bestuurder, niet tevens zijnde de vergunninghouder, dient een arbeidsrechtelijke verhouding te hebben met de aanbieder.
Aansprakelijkheid en veiligheid en klachten
4.3 De vergunninghouder neemt voldoende voorzorgsmaatregelen om er voor te zorgen dat de onder zijn naam handelende bestuurders zich bij het aanbieden van het alternatief personenvervoer gedragen zoals dat van hen verwacht mag worden.
4.4 De vergunninghouder is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de veiligheid van zijn passagiers tijdens het vervoer en draagt deze aansprakelijkheid niet over aan derden.
4.5 De vergunninghouder houdt administratie bij van de data van het periodiek onderhoud en de aan het voertuig gepleegde verrichtingen.
4.6 De vergunninghouder dient zich gedurende de looptijd van de vergunning in de hoedanigheid van personenvervoerder een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) te sluiten.
4.7 Indien met een motorrijtuig (voertuig met kenteken) alternatief personenvervoer wordt aangeboden, dient de vergunninghouder en/of bestuurder zich gedurende de looptijd van de vergunning te verzekeren tegen:
a.aansprakelijkheid voor schade aan derden (WA-verzekering) conform het gestelde in de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen.
b.van schade voor inzittenden (schadeverzekering inzittenden).
5. Voorwaarden met betrekking tot milieu en duurzaamheid
5.1 Alle voertuigen dienen bij het ingaan van de vergunningsperiode uitstootvrij/emissievrij te zijn. Voertuigen met benzine/diesel als brandstof zullen geen vergunning krijgen.
5.2 Ondernemers dienen zelf zorg te dragen voor oplaadpunten voor hun elektrische vervoermiddel of gebruik te maken van de aanwezige openbare laadpunten. Alleen de voertuigen die net zoals elektrische auto’s vallen in de categorie motorvoertuigen van het RDW en voldoen aan de hieraan gestelde eisen, mogen parkeren (en laden) op de openbare laadplekken in Haarlem.
6. Hinder voor woon- of leefklimaat
6.1 Vervoersmiddelen voor alternatief personenvervoer mogen geen (verkeers)overlast, versperde (fiets)paden en verstoring van de openbare orde veroorzaken in het drukke stadscentrum en elders in Haarlem. Bierfietsen en andere groepsfietsen krijgen geen vergunning in Haarlem.
6.2 Voor het aanbieden van alternatief personenvervoer door middel van verhuur van alle soorten bijzondere bromfietsvoertuigen (w.o. segways, quads en elektrische steps), teneinde daarmee in groepsverband door de stad te rijden, zal geen vergunning worden toegekend, op grond van de drukte en beperkte ruimte in de stad, waardoor verkeersonveilige situaties en irritaties kunnen ontstaan en overlast voor andere weggebruikers.
7. Voorwaarden met betrekking tot verkeerscirculatie
Route
7.1 Ondernemers hebben zelf de mogelijkheid om voor hun vervoermiddel een route te ontwerpen in afstemming met de gemeente Haarlem. De route zal bij de aanvraag worden toegevoegd.
Ondernemers die niet volgens een vaste route rijden, zoals fietstaxi’s en Tuk Tuk’s, stemmen de zone waarin zij zich bewegen af met de gemeente. De zone zal bij de aanvraag worden toegevoegd. De beperkingen van de autoluwe binnenstad moeten daarin zijn meegenomen.
7.2 De route mag geen hinder opleveren voor het overig verkeer, inclusief het openbaar vervoer. De doorstroming van het overige verkeer en de verkeersveiligheid dient gewaarborgd te zijn.
7.3 Afhankelijk van de soort van alternatief personenvervoer en de intensiteit daarvan kunnen ook fietspaden in de routestructuur worden opgenomen. Dit geldt uiteraard niet voor gemotoriseerd vervoer/auto- en busvervoer.
7.4 Fietstaxi’s dienen zich te houden aan de beperkingen van de autoluwe binnenstad en de beperkingen van het voetgangersgebied. Het is daarnaast onwenselijk dat fietstaxi’s in het voetgangersgebied komen (aan de hand gehouden) tijdens drukke winkeltijden.
7.5 Bij evenementen en markten in de (binnen)stad kan aanpassing van de route nodig zijn. Voor zover de evenementen en markten op voorhand bekend zijn, dient daarmee rekening te worden gehouden bij de aanvraag.
Halteren
7.6 In- en uitstappen is mogelijk langs het trottoir en vanuit parkeervakken, met uitzondering van het Stationsplein, het Kennemerplein en de Grote Markt.
7.7 Kortstondig halteren bij bestaande bushaltes voor laag frequent openbaar vervoer en laad- en losplekken is alleen toegestaan bij de bushalte bij de Koudenhorn ten behoeve van het uitstappen. Daarnaast zijn er nog mogelijkheden om kortstondig te halteren op de taxistandplaats bij het Wilsonplein en bij de laad- en losplek aan de Kampervest, bij de Turfmarkt.
7.8 Het is verboden te halteren binnen 25 meter van bouwlocaties die de vrije verkeersruimte beperken (een deel van het trottoir of de rijweg in beslag nemen).
7.9 Het is verboden om met twee of meer voertuigen naast elkaar personenvervoer aan te bieden.
7.10 Tijdens het aanbieden van het personenvervoer dient de bestuurder binnen een afstand van twee meter van het voertuig aanwezig te zijn.
7.11 Fietstaxi’s en Tuk Tuk’s dienen bij hun aanvraag een overzicht bij te voegen van mogelijke plaatsen waar zij langduriger kunnen stilstaan in afwachting van het oppikken van passagiers.
7.12 Haltes alternatief personenvervoer zijn herkenbaar en de aanduidingen vermelden de maanden, dagen en tijden van halteren. Bij de aanvraag dient een overzicht van frequentie en tijdstippen te worden toegevoegd. Bij seizoensgebonden vormen van vervoer dienen met de dienst samenhangende objecten te worden verwijderd binnen een maand na afloop van het seizoen.
8. Voorwaarden met betrekking tot welstand
8.1 Voor het regelen van haltebordjes/aanduidingen dient de exploitant contact op te nemen met de gemeente Haarlem (afdeling BBOR). De gemeente hanteert een uniforme lay out en maatvoering voor toeristische bewegwijzering, waarbinnen wel een herkenbare verwijzing naar het type vervoermiddel mogelijk is.
8.2 Aparte kiosken en mobiele standplaatsen voor kaartverkoop (voor zover nog niet aanwezig) zijn niet toegestaan.
8.3 Op de voertuigen mag geen (commerciële) reclame staan afgedrukt (uitsluitend eigen naamsvermelding of vermelding van de stad Haarlem). De verschijningsvorm dient passend te zijn bij Haarlem, in lijn met het uitstallingen- en reclamebeleid.
8.4 Toeristentreintjes zullen in Haarlem geen vergunning krijgen op grond van het niet passend zijn bij het historische karakter en uitstraling van de (binnen)stad. Door hun lengte en massa kunnen zij daarnaast zorgen voor opstoppingen in het verkeer.
9. Maximering
Voertuigen dienen allereerst te voldoen aan de gestelde beleidsregels.
Vervolgens wordt aan de hand van een toetsingskader met criteria bepaald of de aanvraag voldoet aan de minimale eisen. Er zal vanuit verschillende afdelingen van de gemeente Haarlem een commissie worden ingesteld die de toetsing zal uitvoeren. Daarbij zijn de volgende afdelingen betrokken:
•Team Economie van de afdeling Economie, Cultuur, Duurzaamheid en Wonen
•Team Handhaving van de afdeling Veiligheid en Handhaving
•Team Mobiliteit en Verkeer van de afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte
Het toetsingskader zal van tevoren bekend zijn. Ondernemers krijgen de mogelijkheid hun voorstel binnen twee weken aan te passen, indien het voorstel niet voldoet aan de minimale eisen.
Indien voor een type voertuig een vergunningenplafond geldt, wordt aan de hand van het toetsingskader een vergelijkende toets uitgevoerd om te bepalen welke ondernemer de meeste punten heeft behaald en in aanmerking komt voor een vergunning.
De selectiecriteria en de richtlijnen voor het beoordelen en toekennen van de punten, worden nader uitgewerkt in het Toetsingskader die het college zal vaststellen.
Het vergunningenplafond per categorie voertuig bedraagt:
Vervoersmiddel
Mogelijk / niet mogelijk
maximering
Hop on Hop off busvervoer, maximaal 20 pp inclusief chauffeur (NB hiervoor is een groot rijbewijs noodzakelijk)
Is mogelijk, maar alleen in de vorm van een minibus.
maximaal 1 vergunning
Fietstaxi’s
Is mogelijk
Maximaal 6 fietstaxi’s
Elektrische Tuk Tuk (w.o. ook Tuk Tuk limousine)
Is mogelijk
Maximaal 4 Tuk Tuk’s
Toeristentrammetje/treintje. Hiervoor is sowieso een ontheffing van de wegbeheerder nodig
Niet mogelijk
Door trek- of lastdieren getrokken wagen
Niet mogelijk als vervoermiddel in het kader van alternatief personenvervoer dat aangeboden wordt aan de openbare weg. Voor een bijzonder, kortdurend evenement of gebeurtenis, zoals een trouwerij, kan een koets of huifkar haar diensten blijven aanbieden.
Indien voor het evenement of gebeurtenis een vergunning / toestemming nodig is, dient deze tevens de voornoemde dienst te omvatten. Een ontheffing is nodig voor het voetgangersgebied in de binnenstad, buiten de venstertijden om.
Alle soorten bijzondere bromfietsen (w.o. Segways, elektrische steps en quads), waarmee onder begeleiding tours worden aangeboden
Niet mogelijk in tourverband. Past niet in de voetgangerszones en ook het parkeren van de vervoersmiddelen is problematisch.
Bierfiets/groepsfiets
Niet mogelijk
Amfibievoertuig
Niet mogelijk
10. Voorlopige procedure
10.1 Een aanvraag dient schriftelijk bij het college van B&W te worden ingediend door de exploitant van het alternatief personenvervoer.
10.2 De inschrijfperiode voor de periode 2020-2023 vangt aan één dag na de bekendmaking van dit besluit. De publicatie van dit besluit is op .......in ..... De aanvraag dient binnen 6 weken na de bekendmaking te worden ingediend. De periode van indienen start op ....
10.3 Initiatiefnemers die eerder vervoersplannen kenbaar hebben gemaakt bij de gemeente worden apart door de gemeente geïnformeerd over de inschrijfmogelijkheid.
10.4 Na afloop van de inschrijfperiode worden de aanvragen getoetst aan de beleidsregels en een nog op te stellen toetsingskader. Het toetsingskader zal van tevoren bekend worden gemaakt en toegevoegd worden aan het collegebesluit en de raadsnota.
De vergelijkende toets zal dan bestaan uit drie onderdelen:
a.In fase A wordt beoordeeld of de aanvraag en daarbij gevoegde bijlagen voldoen aan de indieningsvereisten;
b.In fase B wordt aan de hand van de overgelegde gegevens en op basis van criteria die van tevoren bekend zullen zijn (het toetsingskader) een score toegekend. De aanvraag moet in ieder geval voldoen aan de minimale score. De ondernemer krijgt gedurende korte tijd de kans om zijn plan aan te passen, mocht de minimale score niet zijn behaald.
c.In fase C wordt afhankelijk van de ruimte die het ingestelde vergunningenplafond biedt en het aantal voertuigen dat per aanvrager maximaal is toegestaan, aan de aanvraag die het hoogste heeft gescoord in fase B een vergunning verleend.
10.5 Indien twee of meer aanvragen in fase B gelijk scoren en als gevolg van schaarste niet beide aanvragers voor een vergunning in aanmerking kunnen worden gebracht, zal worden geloot.
10.6 Aanvragen die voldoen aan de minimale eisenscore, maar als gevolg van schaarste niet worden vergund, worden geplaatst op een ranglijst. Bij een vrijgekomen plaats wordt aan de hoogst scorende aanvraag een vergunning verleend voor zover het ingestelde vergunningenplafond hiertoe ruimte biedt.
10.7 Bij de afloop van de vergunningenperiode en een volgende selectieprocedure vervallen alle op de ranglijst geplaatste aanvragen en start een nieuwe aanvraagprocedure.
Bepalend voor het in behandeling nemen van de aanvraag van alternatief personenvervoer is de datum van ontvangst bij de gemeente (registratiestempel gemeente). Komt een aanvraag na afloop van de inschrijfperiode bij de gemeente binnen dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.
11. Indieningsvereisten
11.a Bij de vergunningaanvraag dient de aanvrager te verklaren dat binnen twee weken nadat de gemeente Haarlem hem bericht heeft de aanvraag alternatief personenvervoer in behandeling te zullen nemen de volgende documenten bij de gemeente zullen zijn ingediend:
•Rijbewijs bestuurder(s);
•Indien toepasselijk een kopie van de tussen ondernemer en bestuurder van de voertuigen aangegane overeenkomst(en);
•Verklaring RDW inzake goedkeuring toelating voertuigcombinatie op de openbare weg;
•Verklaring omtrent gedrag (VOG) van aanvrager (bij een rechtspersoon de bestuurders van de rechtspersoon) en indien de aanvrager niet de bestuurder is tevens van de bestuurder(s). Indien deze documenten niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend, wordt de aanvraag afgewezen en de vergunning toegekend aan de eerstvolgende in rangorde die wel aan de indieningsvereisten voldoet.
11.b Bij de vergunningaanvraag dient de aanvrager in ieder geval de volgende bescheiden toe te voegen:
•Foto’s van het voertuig of voertuigen
•Voor elk voertuig kopie voertuiggegevens, zoals vermelding van het aantal zitplaatsen/maximaal aantal te vervoeren personen (met vermelding van het aantal decibel en energiebron).
•Beschrijving van de dienstverlening die geleverd gaat worden.
•Indien toepasselijk routekaart (met eventueel de gewenste halteplaatsen).
•Indien toepasselijk lijst van bezienswaardigheden waar langs de route loopt.
•Indien toepasselijk werkgeversverklaring en beschrijving van de relatie met de bestuurders van de voertuigen die onder de naam van de aanvrager vervoersdiensten zullen aanbieden.
•Businessplan
•Aangeven of initiatief eventueel past bij/voldoet aan taxiregelgeving en de Wet Personenvervoer
12. Weigeringsgronden
1De aanvraag wordt geweigerd als:
a.Het voertuig waarvoor vergunning wordt gevraagd valt onder de Wet Personenvervoer 2000.
b.Het voertuig niet voldoet aan de minimale voorschriften, zoals benoemd in artikel 3, de voorschriften op het gebied van veiligheid, zoals benoemd in artikel 4, de voorwaarden m.b.t. milieu en duurzaamheid zoals benoemd in artikel 5, de voorwaarden m.b.t. hinder en leefklimaat zoals benoemd in artikel 6, de voorwaarden m.b.t. verkeerscirculatie zoals benoemd in artikel 7 en de voorwaarden m.b.t. welstand zoals benoemd in artikel 8.
c.De documenten genoemd onder 11.1 niet binnen de termijn van 2 weken door de gemeente zijn ontvangen in verband met de doorlooptijd en aanvraagprocedure.
d.De aanvraag naar het oordeel van het college kennelijk bedoeld is om derden handelend onder eigen naam vervoersdiensten te laten aanbieden.
2De aanvraag kan worden geweigerd als:
a.Naar het oordeel van het college de feitelijke toestand niet in overeenstemming is of zal zijn met hetgeen in de aanvraag is vermeld.
13. Kosten
a.Voor een 4- of 5-jaarlijkse exploitatievergunning zal een onderscheid gemaakt worden tussen (elektrisch) gemotoriseerd en ongemotoriseerd toeristisch vervoer. De hoogte van de leges worden eenmaal per jaar vastgesteld bij de begrotingsbehandeling.
14. Handhaving
De gemeentelijke handhaving richt zich op:
1Handhaven van legale, vergunde voertuigen, waarbij de nadruk ligt op het voldoen aan wettelijke regels, de vergunningsvoorschriften en het tegengaan van hinder en overlast.
2Handhaving van illegale niet-vergunde voertuigen, waarbij de nadruk ligt op het tegengaan dat met niet-vergunde voertuigen diensten worden aangeboden.
Afhankelijk van de aard, herhaling en zwaarte van de overtreding richt handhaving zich op het geven van een mondelinge of schriftelijke waarschuwing, het toepassen van last onder dwangsom, last onder bestuursdwang of het tijdelijk of definitief intrekken van de vergunning.
15. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op het moment dat de bepaling in de APV in werking treedt.