Gemeentelijke regelgeving

Verordening behandeling bezwaarschriften personele aangelegenheden (8.3)

Gemeente Haaksbergen · geldt sinds 6 maart 1998

Aanhef

De Gemeenteraad, het College van Burgemeester en Wethouders en de burgemeester van Haaksbergen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 februari 1998;

gehoord de commissie APZ op 8 januari 1998;

gehoord de commissie voor Georganiseerd Overleg op 29 januari 1998;

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten:

vast te stellen de volgende Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften over personele aangelegenheden

HOOFDSTUK I Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

b.commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften over personele

aangelegenheden;

c.wet: Algemene wet bestuursrecht

HOOFDSTUK II Behandeling van de bezwaarschriften

Paragraaf 1 De commissie

Artikel 2 Inleidende bepaling

Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet en deze commissie is uitsluitend bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten over personele aangelegenheden.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door burgemeester en wethouders, waarvan één lid en diens plaatsvervanger op voorstel van de werknemersdelegatie uit de Commissie voor georganiseerd overleg worden benoemd en één lid en diens plaatsvervanger op voorstel van burgemeester en wethouders en de werknemersdelegatie uit de Commissie voor georganiseerd overleg worden benoemd.

2De leden en plaatsvervangend leden kiezen uit hun midden een voorzitter.

3Personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan zijn niet benoembaar tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie.

Artikel 4 Secretaris

De secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door burgemeester en wethouders. Degene die werkzaam is bij de gemeente Haaksbergen is niet benoembaar tot secretaris.

Artikel 5 Zittingsduur

1De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

2De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Paragraaf 2 Procedure

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

3Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren.

Artikel 7 Overdracht bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de artikelen:

-2:1, tweede lid,

-6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het

verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van

de wet, kan worden hersteld,

-6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie,

-7:4, tweede lid en

-7:6, vierde lid,

van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.

Artikel 8 Vooronderzoek

1De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen.

Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.

Artikel 9 Hoorzitting

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.

3Indien de voorzitter op grond van het in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:

a.de belanghebbenden en,

b.het verwerend orgaan.

Artikel 10 Uitnodiging hoorzitting

1De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

2Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 11 Quorum

Voor het houden van een hoorzitting is het vereist, dat de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger en de twee leden dan wel de plaatsvervangende leden aanwezig zijn.

Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als zijn plaatsvervanger is het vereist, dat drie leden aanwezig zijn, waarbij het lid dat door de commissie als zodanig is aangewezen fungeert als waarnemend voorzitter.

Artikel 12 Niet deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

1De hoorzittingen van de commissie zijn openbaar.

2De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

2Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.

3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4, Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 15 Nader onderzoek

1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.

3Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

4Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekent.

Artikel 17 Uitbrengen advies

1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

Artikel 18 Jaarverslag

1De secretaris van de commissie maakt jaarlijks vóór 1 maart een verslag op van de werkzaamheden van de commissie in het afgelopen jaar. Dit verslag behoeft de goedkeuring van de commissie.

2De secretaris maakt het jaarverslag zo spoedig mogelijk na de goedkeuring bekend aan burgemeester en wethouders.

HOOFDSTUK III Slotbepalingen

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: verordening behandeling bezwaarschriften personele aangelegenheden.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij is bekend gemaakt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.