Aanhef
De gemeenteraad van Gulpen-Wittem,
Overwegende
•het voorstel BD004 van het college van burgemeester en wethouders d.d. dinsdag 4 november 2025;
•artikelen 149 en 229 van de Gemeentewet.
Besluit
1de Verordening marktgelden Gulpen-Wittem 2026 vast te stellen, zoals hierna volgt:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
a.markt: de reguliere warenmarkten die krachtens besluit van het college op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd worden gehouden;
b.marktterrein: de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die voor het houden van markten door het college zijn aangewezen zoals bedoeld in de Marktverordening gemeente Gulpen-Wittem 2024 of zoals laatstelijk gewijzigd;
c.marktvergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning voor het innemen van een vaste standplaats op een markt, of een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning voor het innemen van een dagplaats op een markt;
d.standplaats: ruimte op een markt die voor de duur van de markt beschikbaar is voor de houder van een marktvergunning;
e.vaste standplaats: ruimte op een markt die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning;
f.dagplaats: ruimte op een markt die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning;
g.dagplaatsvergunning: vergunning voor het innemen van een standplaats op een markt voor het bedrijven van handel voor de duur van een marktdag;
h.vaste standplaatsvergunning: vergunning met een geldigheidsduur van 10 jaar om op marktdagen een standplaats op een markt in te nemen voor het bedrijven van handel;
i.marktdag: het gedeelte van een dag waarop markt wordt gehouden;
j.jaar: een kalenderjaar;
k.maand: een kalendermaand;
l.dag: een kalenderdag.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam “marktgeld” worden rechten geheven voor het innemen van een standplaats op een marktterrein en voor het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten en/of het gebruik van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte voorzieningen die in verband met het innemen van een standplaats worden verleend.
Artikel 3 Belastingplicht
Het marktgeld als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene aan wie een standplaats is toegewezen.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
1Het marktgeld wordt geheven naar een vast bedrag per marktdag en naar het aantal strekkende meters van de frontbreedte van de ingenomen standplaats.
2Een gedeelte van een meter wordt als gehele meter gerekend.
3Een gedeelte van een marktdag wordt als gehele marktdag gerekend.
Artikel 5 Tarieven
Het marktgeld bedraagt:
1voor het innemen van een standplaats op de markten te Epen en Mechelen:
a.voor een vaste standplaats:
per marktdag: € 1,91
vermeerderd met een bedrag per strekkende meter frontbreedte van: € 0,74
en met een totaal minimumbedrag per dag van: € 4,91
b.voor een dagplaats:
per marktdag: € 5,99
vermeerderd met een bedrag per strekkende meter frontbreedte van: € 0,74
en met een totaal minimumbedrag per dag van: € 8,98
2voor het innemen van een standplaats op de markt te Gulpen:
c.voor een vaste standplaats:
per marktdag: € 1,91
vermeerderd met een bedrag per strekkende meter frontbreedte van: € 1,28
en met een totaal minimumbedrag per dag van: € 7,04
d.voor een dagplaats:
per marktdag: € 10,26
vermeerderd met een bedrag per strekkende meter frontbreedte van: € 1,28
en met een totaal minimumbedrag per dag van: € 15,39
3In afwijking van lid 2 en 3 zijn voor een vaste standplaats maandtarieven naar rato van de tarieven per marktdag aan de orde.
Artikel 6 Wijze van heffing
Het marktgeld wordt voor vaste standplaatsen en voor dagplaatsen geheven bij wege van aanslag dan wel door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur waarop het verschuldigde bedrag is vermeld.
Artikel 7 Belastingtijdvak
1Voor vaste standplaatsen is het belastingtijdvak een kalendermaand.
2Voor dagplaatsen is het belastingtijdvak een dag.
Artikel 8 Tijdstip van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet het marktgeld worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de aanslag of kennisgeving.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 9 Kwijtschelding
Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Overgangsrecht
De “Verordening marktgelden Gulpen-Wittem 2025” van 19 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, van deze verordening genoemde datum, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.
3Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening marktgelden Gulpen-Wittem 2026”.