Aanhef
De raad van de gemeente Gulpen-Wittem;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023;
en gelet op artikel 17.9 van de Omgevingswet.
Besluit
6abijgaande 'verordening gemeentelijke adviescommissie Mergelland' vast te stellen.
6bDeze verordening in werking te laten treden gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 1 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
–aangesloten gemeenten: de gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Vaals en Valkenburg aan de Geul;
–bestuur: het bestuur van de commissie;
–college: het college van burgemeester en wethouders;
–commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Wet, genaamd de Gemeentelijke adviescommissie Mergelland;
–stads- of dorpsbouwmeester, erfgoeddeskundige, landschapsdeskundige: respectievelijk het lid van de commissie aan wie door de raad bij of krachtens deze verordening specifieke taken zijn opgedragen;
–goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de Wet;
–monument: monument als bedoeld in de bijlage bij artikel 1 van de Wet.
–raad: gemeenteraad;
–vertegenwoordiger: één van de leden van het college;
–Wet: de Omgevingswet.
Artikel 2 Taken commissie
1De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de Wet met het oog op het bereiken, bevorderen en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt.
2De stads- of dorpsbouwmeester heeft als taak te adviseren over (aan)vragen met betrekking tot welstands- en stedenbouwkundige voorschriften.
3De erfgoeddeskundige heeft als taak te adviseren over (aan)vragen met betrekking tot erfgoed.
4De landschapsdeskundige heeft als taak te adviseren over initiatieven zoals bepaald in de:
a.intergemeentelijke structuurvisie of het gemeentelijk kwaliteitsmenu met betrekking tot landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit;
b.omgevingsvisie of het omgevingsplan met betrekking tot landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit (na vaststelling van deze beleidsdocumenten);
c.gemeentelijke regels en over andere (aan)vragen met betrekking tot landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit;
d.rechtsopvolger(s) van plannen als bedoeld onder a. en b.
5De leden van de commissie geven advies voor zover dat voor de vervulling van hun taak nodig is.
6Leden van de commissie die betrokken zijn of zijn geweest bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is ingediend waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
Artikel 3 Samenstelling commissie
De commissie bestaat uit het aantal leden dat mede gelet op de aard en omvang van het te beoordelen plan nodig wordt geacht door de voorzitter van de commissie.
Artikel 4 Benoeming commissieleden en plaatsvervangers
1De leden en plaatsvervangers van de commissie worden door het bestuur voor maximaal vier jaar benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering.
2De leden en plaatsvervangers zijn direct voorafgaand aan de benoeming gedurende tenminste vijf jaar niet werkzaam geweest onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur van één of meer van de aangesloten gemeenten.
3Herbenoeming van leden van de commissie en plaatsvervangers, kan steeds voor maximaal vier jaar plaatsvinden.
4De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen door het bestuur worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid, niet naleven van de procedures of op andere zwaarwegende gronden.
Artikel 5 Ondersteuning commissie
1De commissie wordt ondersteund door tenminste één ambtelijk secretaris.
2De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
3De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris.
4De secretaris noch de ambtelijke medewerkers zijn lid van de commissie.
Artikel 6 Commissiebestuur en taken
1Het bestuur bestaat uit één collegelid per aangesloten gemeente.
2Het bestuur benoemt de leden van de commissie alsmede de secretaris en hun plaatsvervangers.
3Het bestuur stelt in ieder geval nadere regels vast met betrekking tot:
–werkafspraken;
–de werkzaamheden van de secretaris, inclusief notulering en dossiervorming;
–de financiële vergoeding van de commissieleden en de plaatsvervangers;
–de wijze waarop besluiten worden genomen, inclusief het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering;
–de kostenverdeling van de aangesloten gemeenten.
4Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter.
5De functie van secretaris van het bestuur wordt vervuld door de secretaris van de commissie.
Artikel 7 Vergadering commissie
1De data van de vergaderingen van de commissie worden op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
2Alleen de aanvrager van de omgevingsvergunning en diens gemachtigde hebben de mogelijkheid tijdens de vergadering het woord te voeren, een toelichting op de aanvraag te geven en hierover het gesprek aan te gaan met de commissie.
Artikel 8 Adviestermijn
1Bij een adviesverzoek aan de commissie geeft het college aan binnen welke termijn een advies moet worden uitgebracht.
2Als het college geen termijn heeft gesteld brengt de commissie binnen twee weken advies uit.
Artikel 9 Overgangsrecht
1De op grond van de Bouwverordening en Erfgoedverordening zoals die golden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van de aangesloten gemeenten benoemde leden van de commissie en de plaatsvervangers, worden geacht te zijn benoemd op grond van dit hoofdstuk. De benoemingstermijn als bedoeld in artikel 4 begint vanaf het moment van benoeming op grond van dit hoofdstuk.
2Als voor de inwerkingtreding van de Wet een beoordeelbare aanvraag is ingediend, blijft het oude recht met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Gemeentelijke adviescommissie Mergelland wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet en de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988, zoals die golden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bedoelde commissie te zijn.