Gemeentelijke regelgeving

Woonwagen- en Woonwagenstandplaatsenbeleid Gemeente Groningen

Gemeente Groningen · geldt sinds 12 april 2024

Aanhef

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;

besluit vast te stellen;

Woonwagen- en WoonwagenstandplaatsenbeleidGemeente Groningen

4. Kaders nieuwe locatie

4.3 Locatie & omvang

4.3.1 Bereikbaarheid en afstand tot voorzieningen

In “Ruimte voor Retail” (gemeente Groningen, december 2021) staat dat het uitgangspunt in een woonomgeving een fijnmazig netwerk aan dagelijkse voorzieningen is, op loop- en fietsafstand van de consument. Dit in verband met het belang van voorzieningen voor de leefbaarheid en de wijk- en ontmoetingsfunctie van centra. Dit betekent dat winkels en voorzieningen, maar ook scholen, op korte afstand bereikbaar zijn. Daarnaast staat in onze mobiliteitsvisie (Groningen goed op weg, dec. 2021 ) dat we inzetten op een zo min mogelijke groei van mobiliteit door onze gemeente zo in te richten dat voorzieningen dichtbij zijn en middels korte reisafstanden zijn te bereiken.

4.3.2 Parkeren

Gezamenlijk werken we aan een duurzame toekomst, waarin duurzame mobiliteit centraal staat. In onze parkeernota hebben wij opgenomen dat er maximaal 1 parkeerplaats per adres kan worden gerealiseerd. Om oneigenlijk gebruik van de openbare ruimte door de geparkeerde auto te beperken, dient de weginrichting hier rekening mee te houden.

4.3.3 Leefomgeving

Zowel binnen ons Gezondheidsbeleid als ons beleid rondom klimaat en groen staat het belang van een prettige, gezonde leefomgeving voorop. In fysieke zin betekent dit dat er voldoende groen aanwezig moet zijn. Dit is belangrijk voor de (fysieke en mentale) gezondheid van mensen en het is nodig om de effecten van klimaatverandering op te vangen. Denk hierbij aan het voorkomen van wateroverlast, omdat water beter wegloopt in onverharde grond en het voorkomen van hittestress, omdat groen water verdampt en bomen zorgen voor schaduw.

De Uitvoeringsagenda Klimaatbestendig Groningen bevat richtlijnen die ervoor zorgen dat de leefomgeving klimaatadaptief is (Groningen Klimaatbestendig uitvoeringsagenda, pagina 74/75). Deze kunnen dienen als uitgangspunt bij het ontwerpen van de nieuwe woonwagenlocaties. Hiernaast adviseert het beleidskader Natuurinclusief bouwen maatregelen voor in de gevel van woningen, denk aan nestkasten, voor vergroening van de gevel en het dak en van vergroening van de directe omgeving van een gebouw.

Verder zijn we momenteel bezig met het onderzoeken van groennormen. Deze gaan hoogstwaarschijnlijk ook op woonpercelen voorschrijven dat een deel van het oppervlak onverhard moet zijn, en moet bestaan uit struiken of bomen. Bij de nieuwe woonwagenlocatie(s) is het goed om dit al als uitgangspunt mee te nemen in het ontwerp en de invulling van de ruimte, zowel privaat als openbaar.

4.3.5 Gasloos

Sinds 1 juli 2018 krijgen nog te bouwen bouw(werken) geen nieuwe gasaansluiting meer. De Rijksoverheid heeft de Gaswet hierop aangepast. Hieronder vallen ook woonwagenlocaties. Woonwagens en doelgroepwoningen op een nieuwe locatie dienen dus gasloos te zijn. Een uitzondering hierop is wanneer het financieel-technisch niet haalbaar is. Bijvoorbeeld wanneer het tweedehands woonwagens betreft of een verplaatsing van bestaande woonwagens. Woonwagens ombouwen naar gasloos is financieel niet haalbaar.

6. Financieel

6.2 Beheer en onderhoud

6.2.1 Meerjarig onderhoudsplan (MJOP)

Er bestaat binnen de gemeente geen meerjarig onderhoudsplan voor de woonwagenlocaties en er zijn geen structurele middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoud en beheer van woonwagens, woonwagenstandplaatsen en sanitaire units op de woonwagenstandplaatsen (die behoren tot het gemeentelijk eigendom). Tot op heden wordt dit incidenteel opgelost. Voor wat betreft de openbare ruimte valt het onderhoudsplan binnen het standaard meerjarig onderhoudsplan openbare ruimte van de gemeente. Voor de toekomst dient een financiële voorziening opgericht te worden van waaruit in het vervolg het onderhoud van de verhuur van bestaande woonwagens, sanitaire units en woonwagenstandplaatsen kan worden voorzien. Om hierin te kunnen voorzien wordt in 2024 een inventarisatie gedaan van het eigendom van de objecten en gronden en wordt voor de eigendommen van de gemeente de stand van zaken vastgesteld en vervolgens een onderhoudsplan opgesteld voor de komende 5-10 jaar. Daaruit afgeleid volgt een bedrag dat per jaar in de voorziening wordt toegewezen.

De gemeente Amsterdam past per 1 januari 2015 de huursystematiek ‘Huuropstal’ voor de woonwagenstandplaatsen bij nieuwe verhuringen toe. Dit betekent dat de huurders van de standplaats automatisch ook de verantwoordelijkheid krijgen voor de berging als deze op de standplaats aanwezig is, of het recht hebben om een eigen opstal (berging) te plaatsen.

Bijlage

Huisvestingsverordening gemeente Groningen:

Artikel 16 Wachtlijst

•1. Het college houdt een wachtlijst aan voor:

o a) de woonwagenlocaties, inclusief de doelgroepwoningen, ‘De Kring’, ‘Peizerweg’, ‘Zuiderweg’ en ‘Leegeweg’;

o b) de woonwagenlocaties in Beijum;

o c) de woonwagenlocatie voor (ex-)kermisexploitanten.

•2. Personen op de wachtlijst moeten 18 jaar of ouder zijn.

Artikel 17 Rangorde op de wachtlijsten

•1. Voor de wachtlijst woonwagenlocaties De Kring, Peizerweg, Zuiderweg en Leegeweg, en de wachtlijst woonwagenlocaties Beijum is de rangorde:

o a) eerst de ingeschrevene die op de betreffende locaties of de locatie is geboren en sindsdien woonachtig is en de ingeschrevene die op de locaties respectievelijk de locatie geboren is en daar tenminste 10 jaar aaneengesloten woonachtig is geweest;

o b) daarna de ingeschrevene die tenminste 10 jaar aaneengesloten op de locaties respectievelijk de locatie woonachtig is en aantoonbaar uit de woonwagencultuur afkomstig is;

o c) daarna de ingeschrevene die tenminste 10 jaar aaneengesloten rechtsgeldig in een woonwagen op een standplaats elders in het toepassingsgebied van de verordening woont of heeft gewoond en de ingeschrevene die rechtsgeldig tenminste 10 jaar aaneengesloten buiten het toepassingsgebied van de verordening in Nederland rechtmatig in een woonwagen op een standplaats woont of heeft gewoond;

o d) daarna de overige ingeschrevenen.

•2. Voor de wachtlijst woonwagenlocatie Helper Westsingel:

o a) eerst de ingeschrevene die op de betreffende locaties of de locatie is geboren en sindsdien woonachtig is en de ingeschrevene die op de locaties respectievelijk de locatie geboren is en daar tenminste 10 jaar aaneengesloten woonachtig is en aantoonbaar uit de cultuur van kermisexploitanten komt;

o b) daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen het toepassingsgebied van de verordening staat ingeschreven;

o c) daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen elders in Nederland staat ingeschreven;

o d) daarna de overige ingeschrevenen

•3. Voor de wachtlijst woonwagenlocatie Gdanskweg is de rangorde:

o a) eerst de ingeschrevene die op de betreffende locaties of de locatie is geboren, sindsdien woonachtig is en aantoonbaar kermisexploitant en de ingeschrevene die op de locaties respectievelijk de locatie geboren is, daar tenminste 10 jaar aaneengesloten woonachtig is en aantoonbaar kermisexploitant;

o b) daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen de staan ingeschreven in het toepassingsgebied van de verordening;

o c) daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen elders in Nederland staat ingeschreven;

o d) daarna de overige ingeschrevenen.

•4. Voor het overige wordt op de wachtlijst de volgorde van inschrijving aangehouden.

Artikel 18 Toewijzing

•1. Het college wijst de woonwagenstandplaats of de doelgroepwoning toe aan de eerst ingeschrevene op de van toepassing zijnde wachtlijst.

•2. Het college mag een woonwagenstandplaats inclusief een aanwezige te verhuren woonwagen toewijzen.

•3. Indien hun ouders of verzorgers overlijden of naar een verpleeghuis verhuizen, kunnen kinderen van 18 jaar en ouder die tenminste 10 jaar bij hun ouders of verzorgers inwonen het huurcontract van de ouder(s) op hun naam krijgen. Het oudste kind komt daarvoor dan als eerste in aanmerking. Het college kan vrijstelling verlenen van de leeftijdgrens van 18 jaar.

•4. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de toewijzingsregels.

Artikel 19 Overige bepalingen

De toewijzing van een woonwagenstandplaats wordt ingetrokken als de ingeschrevene niet binnen 6 maanden kan voorzien in een woonwagen met omgevingsvergunning.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.