Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel uitgangspunten onderzoeksmethodiek funderingen Woltersum

Gemeente Groningen · geldt sinds 2 maart 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Groningen

Gelet op artikel 11 lid 8 Subsidieverordening funderingen Woltersum

Besluit vast te stellen

Beleidsregel uitgangspunten onderzoeksmethodiek funderingen Woltersum

De gemeente Groningen heeft onderstaande uitgangspunten inclusief stappenplan en leidraad kostenraming op 31 augustus 2021 vastgesteld. Deze documenten zijn onderdeel van de ‘subsidieverordening funderingen Woltersum’ die op 30 juni 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Woningeigenaren in Woltersum die gebruik willen maken van subsidie voor onderzoek naar de fundering, dienen deze documenten te overhandigen aan het ingenieursbureau dat het onderzoek namens hem uitvoert. Het ingenieursbureau dient deze documenten te betrekken bij de samenstelling van het onderzoeksrapport. De subsidieaanvraag wordt hierop getoetst.

2 Uitgangspunten

2.1 Uitgangspunten subsidieverordening

2.1.1 Doelstelling subsidieverordening

De subsidieverordening is bedoeld om woningeigenaren van Woltersum tegemoet te komen in een bijdrage voor het oplossen van huidige draagkrachtproblemen aan de fundering van hun woning, indien daar sprake van is.

2.1.2 Financieringen vanuit subsidieverordening

•De subsidieverordening voorziet de woningeigenaren van Woltersum tot een bedrag van €10.000,- incl. BTW voor het laten uitvoeren van een onderzoek naar draagkrachtproblemen van de fundering onder hun woning.

•De subsidieverordening voorziet de woningeigenaren van Woltersum tot een bedrag van €150.000 incl. BTW in het uitvoeren van funderingsverbetering dan wel funderingsherstel voor het oplossen van een eventueel aanwezig draagkrachtprobleem.

2.1.3 Afbakening subsidieverordening

In onderstaande figuur is de context van de subsidieverordening weergegeven. Te zien is dat de subsidieverordening uitsluitend bedoeld is voor het oplossen van huidige draagkrachtproblemen. Andere factoren, die mogelijk ook een rol spelen in het evt. toekomstig ontstaan van funderingsproblemen, zijn uitgesloten.

Figuur 1 – Context subsidieverordening funderingen Woltersum (bovenstaande is geen uitputtend overzicht)

3 Stappenplan opdrachtomschrijving

3.3 Toelichting per stap

3.3.1 Stap 1: Beoordelen van fundering op basis van bewezen sterkte

Doel stap 1

Het doel van stap 1 is:

-Bepaling of sprake is van een verminderd functioneren van de fundering

-Ophalen aanvullende informatie t.b.v. berekeningen

Werkzaamheden stap 1

(voor uitvoering van stap 1 wordt aanbevolen de F3O richtlijn: Onderzoek en beoordeling van funderingen op staal (ondiepe funderingen) in acht te nemen)

Stap 1.1 Verzamelen en bestuderen van basis-informatie

-Het verzamelen van de basis-informatie van de woning. Er kan gebruik worden gemaakt van o.a.:

o Beschikbare inspectierapporten, schaderapporten, versterkingsadviezen en bouwtekeningen.

o Algemeen beschikbare bronnen (dinoloket, kadaster, peilbuis gegevens etc).

o Overige beschikbare informatie, van sommige panden is bijvoorbeeld een 3D scan beschikbaar.

-Het bestuderen van de beschikbare informatie ten behoeve van beeldvorming van de situatie en ter voorbereiding van de inspectie op locatie.

Stap 1.2 Inspectie op locatie

Basis inspectie

Tijdens een inspectie op locatie dient het volgende in kaart te worden gebracht:

-Fijnmazige lintvoegwaterpassing van gevels;

-Scheefstandmetingen gevels (staan gevels recht of uit het lood?);

-Vloerveldwaterpassing;

-Controle op klemmende deuren en ramen;

-Het nemen van grondboringen, waarbij geadviseerd wordt:

o Voor vrijstaande woningen: minimaal 4 grondboringen per pand uitvoeren (voor, achter, zij links, zij rechts)

o Indien het een grote vrijstaande woning betreft, kan overwogen worden om meer grondboringen uit te voeren.

o Voor 2-onder-1 kap woningen: minimaal 3 grondboringen per pand uitvoeren (voor, achter, zij)

o Voor rijtjeswoningen: minimaal 2 grondboringen per pand uitvoeren (voor en achter)

o Indien uit het locatiebezoek blijkt dat er sprake is van lokale verzakkingen van het pand, wordt geadviseerd om ter plaatse van de verzakking een aantal extra grondboringen te nemen.

o Grondboringen dienen mimimaal 10 meter uit elkaar genomen te worden.

-Algemene schouwing, beeldvorming situatie (evt. scheurvorming).

Aanvullende inspectie werkzaamheden

Er kan overwogen worden om tijdens de inspectie op locatie, aanvullend het volgende in kaart te brengen:

-Kelder:

o Dikte keldervloer

o Betreft het een dragende keldervloer

o Staan de keldermuren gefundeerd op de keldervloer of naast de keldervloer in de grond?

-Poeren en stiepen:

o Afmetingen van voet poer/stiep

o Diepteligging voet poer/stiep ten opzichte van maaiveld niveau

-Kruipruimte:

o Vrije hoogte in kruipruimte

o Vrije hoogte in kruipruimte ter plaatse van balken

o Aanwezigheid kruipgaten

Opmerking: Bovengenoemde aanvullende informatie is van belang voor de uitvoering van de berekeningen. Echter kan het op locatie blijken dat vergaand destructief onderzoek noodzakelijk is om één en ander in kaart te brengen. Als dat het geval is, kan afgeweken worden. Dan dient er, tijdens de berekeningen, een realistische aanname te worden gedaan voor deze onderdelen. Realistisch betekent in deze: maak een keuze zo dicht mogelijk bij de lijn der verwachting. Realistisch is in deze niet: zo conservatief mogelijk.

Uitgangspunt in stap 1.2 is:

-Er worden geen funderingsputten gegraven om de fundering in kaart te brengen. Uitgangspunt is dat deze informatie beschikbaar is in de bronnen.

-De aanwezige scheurvorming in de woning wordt niet in kaart gebracht. Deze informatie is beschikbaar in de bronnen. Indien niet beschikbaar in de aanwezige bronnen, dan kan tijdens de inspectie op locatie een beeld gevormd worden van de scheurvorming.

Stap 1.3 Beoordeling

Op basis van de informatie volgend uit de beschikbare bronnen en volgend uit de inspectie op locatie, kan een oordeel gevormd worden over de huidige staat van de fundering.

Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de beoordelingsmethodiek van de F3O-richtlijn Onderzoek en beoordeling funderingen op staal (ondiepe funderingen).

De F3O-richtlijn stuurt op het bepalen van een handhavingstermijn van funderingen onder bestaande woningen. Om goed aan te sluiten op de vraagstelling, die past binnen de subsidieverordening, wordt in deze ‘opdrachtomschrijving’ gedeeltelijk afgeweken van de F3O-richtlijn.

In het kader van de vraagstelling die past bij de subsidieverordening funderingen Woltersum, dient de bestaande fundering beoordeeld te worden op het volgende:

1Er zijn geen tekenen waargenomen die wijzen op een verminderd functioneren van de fundering. (>> ga door naar stap 4)

2Er zijn wel tekenen waargenomen die wijzen op een verminderd functioneren van de fundering. (>> ga door naar stap 2)

Het is aan het ingenieursbureau om de onderzoeksresultaten in zijn totaliteit te interpreteren en op basis hiervan het oordeel te geven. De F3O-richtlijn is bedoeld om hierin sturing geven.

Indien er wel tekenen zijn waargenomen die wijzen op een verminderd functioneren van de fundering, dan dient een rekenkundige draagkrachttoetsing te worden uitgevoerd.

**Einde stap 1**

3.3.2 Stap 2: Uitvoeren van rekenkundige draagkracht-toetsing

Doel stap 2

Het doel van stap 2 is:

-Het middels berekeningen aantonen in hoeverre er in de huidige situatie sprake is van een draagkrachtprobleem van de fundering.

Werkzaamheden stap 2

Stap 2.1 Uitvoering rekenkundige toetsingen

De toetsing van de rekenkundige draagkracht van de fundering wordt uitgevoerd op basis van:

-Een gewichtsberekening van het pand

Deze berekening wordt uitgevoerd op basis van regelgeving uit Eurocode (NEN-EN1990+A1+A1 C2) aangevuld met NEN8700.

-Een draagkrachtberekening van de ondergrond

Deze berekening wordt uitgevoerd op basis van Eurocode 7 (NEN 9997_1+C2_2017).

-Een draagkrachttoetsing

Voor de toetsing van de draagkracht van de fundering wordt de belasting vanuit de woning (per funderingsstrook) vergeleken met de draagkracht van de ondergrond.

o Indien de draagkracht van de ondergrond groter is dan het de belasting vanuit de woning, dan voldoet de rekenkundige toetsing. (>> ga door naar stap 4)

o Indien de draagkracht van de ondergrond kleiner is dan de belasting vanuit de woning, dan voldoet de rekenkundige toetsing niet en wordt funderingsverbetering geadviseerd. (>> ga door naar stap 3)

**Einde stap 2**

3.3.3 Stap 3: Opstellen fundering-verbeterplan en kostenraming

3.3.3.1Doel stap 3

Het doel van stap 3 is:

-Het komen tot een fundering-verbeterplan inclusief kostenraming passend binnen de grenzen van de subsidieverordening.

3.3.3.2Werkzaamheden stap 3

Stap 3.1 Opstellen fundering-verbeterplan

Er dient, op basis van de resultaten uit stap 1 en 2, een fundering-verbeterplan opgesteld te worden voor het oplossen van het huidige draagkrachtprobleem. Dit verbeterplan dient uitgewerkt te worden tot een voorlopig ontwerp.

Er zijn meerdere mogelijkheden om de fundering te verbeteren dan wel te vernieuwen. Kies voor een sobere en doelmatige aanpak, passend binnen het subsidiebedrag van € 150.000,- inclusief BTW.

Controleer in hoeverre het fundering-verbeterplan overlap heeft met het versterkingsplan van de NCG. Maatregelen die al zijn voorgeschreven vanuit het versterkingsplan hoeven niet opnieuw geraamd te worden in de kostenraming (stap 3.2).

Stap 3.2 Opstellen kostenraming

De kosten voor uitvoering van dit fundering-verbeterplan dienen inzichtelijk te worden gemaakt in een kostenraming. De kosten dienen inclusief BTW te worden opgegeven. De bijgaande ‘leidraad kostenraming herstel draagkrachtgebrek fundering’ dient hiervoor als uitgangspunt te worden gebruikt. Deze leidraad is op verzoek ook digitaal beschikbaar.

Indien de kosten voor maatregelen al opgenomen zijn in de kostenraming van het versterkingsadvies, dan hoeven ze niet opnieuw begroot te worden in de kostenraming voor het fundering-verbeterplan.

De subsidieverordening voorziet alleen in het financieren van kosten voor het oplossen van het draagkrachtprobleem. De subsidieverordening voorziet niet in het oplossen van alle mogelijke toekomstige risico’s die een rol kunnen spelen bij de betreffende woningen.

(>> ga door naar stap 4)

**Einde stap 3**

3.3.4Stap 4: Vastlegging resultaten in rapportage

Doel stap 4

Het doel van stap 4 is:

-Vastlegging van de resultaten in een heldere rapportage.

-Het beantwoorden van de onderzoeksvragen:

o Is er sprake van een draagkrachtprobleem in de huidige situatie?

o Zo ja:

•Welke maatregelen zijn noodzakelijk om het huidige draagkrachtprobleem op te lossen?

•Wat kosten deze maatregelen?

Werkzaamheden stap 4

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.