Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
gelet op artikel 125 en 172 van de Gemeentewet en artikel 2:59 en 2:60 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Groningen 2021;
BESLUIT:
Vast te stellen de volgende “Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Groningen 2023”.
Artikel 1 Juridisch kader
-Gemeentewet (Gw), artikel 125
-Gemeentewet (Gw), artikel 172
-Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Groningen 2021, art 2:59
-Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Groningen 2021, art 2:60
Artikel 1.1 Overige relevante regelgeving
-Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:9
-Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:25
-Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:29
-Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 5:31
-Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 6:1
-Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 7:1
-Wetboek van Strafrecht (Sr), artikel 300
-Wetboek van Strafrecht (Sr), artikel 350
-Wetboek van Strafrecht (Sr), artikel 425
Artikel 1.2 Begripsbepalingen
Licht bijtincident:
van een licht bijtincident is sprake wanneer een hond een persoon, een andere hond of een ander dier bijt, waarbij er sprake is van geen of gering letsel. Van gering letsel wordt gesproken indien niet direct medische behandeling noodzakelijk is.
Ernstig bijtincident:
van een ernstig bijtincident is sprake:
1wanneer het bijtincident ernstige gevolgen heeft, doordat een persoon, hond of ander dier overlijdt als direct gevolg van het bijtincident;
2wanneer een hond ernstig letsel toebrengt aan een persoon, hond of ander dier;
3wanneer een hond een persoon, hond of ander dier zodanig vastbijt en er sprake is van prooi-schudden en/of het niet willen loslaten, ook niet bij dwang;
4in ieder ander geval dat door de burgemeester als ernstig wordt aangemerkt.
Ernstig letsel: van ernstig letsel is sprake wanneer bij een persoon of dier medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Het gaat dan bijvoorbeeld om letsel, waarbij chirurgisch herstel nodig is.
Gevaarlijke hond: een hond, die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt.
Hinderlijke hond: een hond, die een licht bijtincident, overlast en/of schade aan roerende of onroerende zaken heeft veroorzaakt.
Kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, die gemeten van hand tot halsband, niet langer is dan 1,50 meter.
Muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer, of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van een mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek van de hond toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn
Artikel 2 Protocol
Stap 1. Bijtincidenten worden geregistreerd bij de politie
Inwoners en bezoekers van de gemeente Groningen kunnen bij de politie melding of aangifte doen van een bijtincident. De politie registreert de melding of aangifte en stuurt een rapportage op. De politie geeft de rapportage, met toestemming van de melder/aangever, door aan de gemeente.
Met de politie is afgesproken dat in de registratie, voor zover bekend, de volgende gegevens worden opgenomen:
•personalia eigenaar of houder;
•personalia benadeelde partij;
•personalia getuige(n);
•gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens;
•indien van toepassing gegevens slachtoffer;
•indien van toepassing gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens;
•indien van toepassing gegevens van gebeten dier of object;
•aard en omvang van letsel en schade;
•omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten;
•of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf- of bestuursrecht);
•of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot 2 jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn.
De informatie wordt vanuit de politie, team hondenbrigade, middels een rapportage naar de postbus (bijtincidenten@groningen.nl) van de afdeling Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte bij de gemeente gestuurd.
Soms worden meldingen van bijtincidenten bij de gemeente gedaan. De gemeente doet zelf de registratie van de bestuurlijke maatregelen die de burgemeester oplegt. Als de gemeente een verzoek krijgt van een burger om een hond van een andere eigenaar, verzorger of houder een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod op te leggen, dan vindt er altijd overleg met de politie plaats.
BESTUURSRECHTELIJK TRAJECT
Stap 2. Beoordeling bijtincident
Na het verzamelen van de gegevens wordt het incident door de gemeente beoordeeld en gekwalificeerd. Uitgangspunt in onze gemeente is dat iedereen zich vrij in de openbare ruimte moet kunnen bewegen en iedereen zijn werk moet kunnen uitoefenen, zonder gebeten of aangevallen te worden door honden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende bijtincidenten. Afhankelijk van de kwalificatie wordt er dan opgetreden. De gemeente hanteert bij incidenten de kwalificaties lichte en ernstige bijtincidenten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan ook meteen worden overgegaan tot de volgende stap.
Stap 3. Gemeente reikt na eerste licht bijtincident een waarschuwing uit.
De gemeente stuurt na een eerste licht bijtincident een waarschuwing naar de eigenaar, houder of verzorger van de hond. In een waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de gemeente het vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel vindt dat een mens of dier gebeten wordt. Voorts wordt van de eigenaar, houder of verzorger verwacht dat hij alle maatregelen zal treffen om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door uit voorzorg de hond aan te lijnen en te muilkorven op openbaar gebied of het plaatsen van een deugdelijke omheining of het volgen van een gedragstraining.
Stap 4. De gemeente stuurt een voornemen tot het opleggen van een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod voor de hond
Er is sprake van een ernstig bijtincident of een herhaling licht bijtincident. Het college stuurt het voornemen tot het opleggen een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod voor de hond aan de eigenaar, verzorger of houder van de hond, indien op grond van een rapport en/of een melding blijkt dat deze hond een (tweede) bijtincident heeft veroorzaakt. De eigenaar, houder of verzorger krijgt 7 dagen de tijd om een zienswijze kenbaar te maken.
Stap 5. Zienswijze eigenaar, houder of verzorger
Binnen 7 dagen kan de eigenaar, houder of verzorger een zienswijze tegen het voorgenomen besluit indienen. Deze termijn van 7 dagen kan korter zijn als de burgemeester dit gezien de feiten en omstandigheden noodzakelijk acht.
Is de houder, eigenaar of verzorger het niet eens met het voornemen dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren via de daartoe bevoegde instantie, om aan te tonen dat zijn hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. De gemeente dient het rapport rechtstreeks van de toetsende instantie te ontvangen.
Een gedragstest is bijvoorbeeld een MAG-test (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag), agressietest (zoals ontwikkeld door de universiteit Utrecht) of een TOP-test (Toetsing Op Persoonlijkheid). Een professionele gedragsbeoordelaar heeft de opleiding tot gedragskeurmeester of gedragsbeoordelaar met succes afgerond en beschikt over (voldoende recente) praktijkervaring, zoals een door de Raad van Beheer op kynologisch gebied Nederland benoemde gedragskeurmeester.
Stap 6. Besluit tot het opleggen van een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod voor de hond
Na afloop van de zienswijzetermijn, wordt een eventuele zienswijze betrokken bij het nemen van het definitieve besluit. Dit kan een kort aanlijngebod of een kort aanlijn- en muilkorfgebod zijn. Als dat besluit is genomen, moet de hond binnen de in de brief aangegeven tijd kort te worden aangelijnd en, indien van toepassing, een muilkorf dragen.
Een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod worden in principe opgelegd voor onbepaalde tijd. Een besluit tot het opleggen van een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod voor de hond is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat.
Aan dit besluit wordt een dwangsom gekoppeld bij een eventuele overtreding van het besluit bij een volgend vastgesteld bijtincident.
Stap 6.1 Ernstig bijtincident of na twee overtredingen van het besluit
Bij een ernstige incident of bij het herhaaldelijk overtreden van het opgelegde besluit, kan maatschappelijk onrust binnen een wijk of directe omgeving ontstaan. Om deze onrust weg te nemen is het soms van belang dat er aanvullende maatregelen worden genomen. Indien daar niet vrijwillig aan meegewerkt wordt door de eigenaar, verzorger of houder van de hond, dan kan op dat moment ook inbeslagname van de hond aan de orde zijn. Een ernstig bijtincident kan aanleiding geven om nader onderzoek te gelasten (gedragstest).
Stap 7. Bezwaar tegen besluit
De eigenaar, houder of verzorger van de hond kan binnen zes weken bezwaar maken tegen het besluit en een verzoek tot voorlopige voorziening indienen.
Stap 8. Bestuurlijke strafbeschikking bij overtreding van een besluit
Als het besluit door de eigenaar, houder of verzorger wordt genegeerd of overtreden riskeert men een bestuurlijke strafbeschikking. Dit is het geval bij de eerste twee overtredingen van het besluit. Van een overtreding is sprake als er een ondeugdelijke lijn en/of ondeugdelijke muilkorf wordt gebruikt of als in zijn geheel geen lijn en/of muilkorf wordt gebruikt.
Stap 9. Dwangsom verbeuren bij overtreding van een besluit
Als het besluit door de eigenaar, houder of verzorger wordt genegeerd of overtreden, riskeert men het verbeuren van een dwangsom die mag worden ingevorderd. Van een overtreding is sprake als er een ondeugdelijke lijn en/of ondeugdelijke muilkorf wordt gebruikt of als in zijn geheel geen lijn en/of muilkorf wordt gebruikt.
Hoogte van de dwangsom
De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het geschonden belang in deze is de veiligheid van inwoners, hun gasten en hun dieren. Zij moeten zich zonder gebeten te worden vrijelijk in de openbare ruimte kunnen bewegen.
De beoogde werking van de dwangsom is het opvolgen van het opgelegde kort aanlijn- en/of muilkorfgebod. De hoogte van de dwangsom bij bijtincidenten die zijn voorgekomen na het opleggen van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod bedraagt € 500,- per geconstateerde overtreding met een totaal van maximaal € 1.500,-.
Een invorderingsbeschikking is ook een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep open staat.
De eigenaar, houder of verzorger van de hond loopt tevens het risico op een eventuele strafrechtelijke boete van de politie. Overtreding van artikel 2:59 APV kan op grond van het bepaalde in artikel 6:1 van de APV worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Stap 10 Bestuursdwang
Artikel 3 Heroverweging van het kort aanlijn‐ en/of muilkorfgebod
De eigenaar, houder of verzorger van een hond, die een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod opgelegd heeft gekregen, kan handelingen verrichten waardoor de burgemeester het besluit heroverweegt. De eigenaar, houder of verzorger van de hond kan de hond zelf laten onderzoeken door een daartoe gecertificeerde instelling. Dit gebeurt op zijn kosten. Indien uit het onderzoek blijkt dat de hond geen gevaar (meer) vormt, of indien de eigenaar, houder of verzorger en/of hond (een) cursus(sen) heeft/hebben gevolgd, die door de onderzoeker wordt/worden voorgesteld en uit het onderzoek vervolgens blijkt dat de hond geen gevaar (meer) vormt, kan de burgemeester het besluit tot het opleggen van een kort aanlijn- en of muilkorfgebod van de hond heroverwegen.
De eigenaar, houder of verzorger van de hond dient een schriftelijk verzoek in te dienen met het verzoek het besluit te heroverwegen met toevoeging van een schriftelijke rapportage van het onderzoek. De burgemeester zal het resultaat van het onderzoek meenemen in de heroverweging van het besluit. Mocht de burgemeester bij de heroverweging afwijken van het advies van de onderzoeker, dan zal dit in het besluit worden gemotiveerd.
Relevante jurisprudentie bijv.:
•RVS:2014:2380
•RVS:2014:4779
•RVS:2014:4659
•RVS:2015:3689
Artikel 4 Strafrechtelijk of civielrechtelijk traject
STRAFRECHTELIJK TRAJECT
Wanneer er sprake is van het door de eigenaar, houder of verzorger aanhitsen tot agressief gedrag of het niet terughouden van een hond, die een mens aanvalt (artikel 425 onder ten 1e of ten 2e Wetboek van Strafrecht), kan de politie aangifte opnemen en in een heterdaad situatie (al dan niet in overleg met de officier van justitie) overgaan tot (strafrechtelijke) inbeslagname van de hond. De politie dient altijd te vragen of de eigenaar, houder of verzorger afstand wil doen van de hond.
CIVIELRECHTELIJK TRAJECT
Het is mogelijk dat slechts sprake is van een civielrechtelijk schade-incident. Politie of de
operationeel expert GGP (Gebiedsgebonden Politie) verwijst dader en slachtoffer van het bijtincident naar een rechtshulpverlener voor de civielrechtelijke mogelijkheden of adviseert partijen om het schade-incident onderling te regelen.
Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 5.1 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag nadat zij bekend is gemaakt.
Artikel 5.2 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als de “Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Groningen 2023”.