Gemeentelijke regelgeving

Participatiestrategie Fysieke Leefomgeving

Gemeente Gouda · geldt sinds 12 november 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Gouda;

gelezen het voorstel van 15 september 2020,

besluit:

1Tot het vaststellen van de Participatiestrategie Fysieke Leefomgeving

Vroegtijdig anderen betrekken kan de kwaliteit van oplossingen vergroten en ervoor zorgen dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit op tafel komen. Belangen inzichtelijk maken door het organiseren van participatie kan zo bijdragen aan snellere en betere besluitvorming over de fysieke leefomgeving en is daarom een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet

1D e nieuwe participatieregels uit de Omgevingswet gelden vanaf inwerkingtreding 1/1/2022. Aangezien het voor iedereen prettig is om te weten hoe de gemeente met de nieuwe regels omgaat verschijnt de eerste versie van deze participatiestrategie al voor inwerkingtreding.

. De Omgevingswet regelt wanneer de gemeente of een initiatiefnemer uit de samenleving participatie organiseert, maar laat de invulling verder helemaal vrij.

Deze strategie biedt handvatten voor het organiseren van participatie in het kader van de Omgevingswet door zowel de gemeente als initiatiefnemers uit de samenleving. Het is een aanvulling en nadere uitwerking van de Goudse Inspraak- en Participatieverordening

2H et sociaal domein heeft daarnaast eigen verordeningen.

. De bepalingen uit deze verordening blijven onverminderd van toepassing. Bestaande inspraakmogelijkheden zoals het indienen van zienswijzen of het maken van bezwaar en beroep blijven ook gewoon bestaan.

De participatiestrategie fysieke leefomgeving geeft antwoord op de volgende vragen:

1Wat willen we bereiken met participatie?

2Wanneer in het proces moet participatie plaatsvinden?

3Welke rollen en verantwoordelijkheden zijn er in een participatietraject?

4Wanneer is er succesvol geparticipeerd?

5Wat doen we met de resultaten?

In bijlage 1 is een begrippenlijst toegevoegd met een uitleg van de belangrijkste begrippen. Op basis van de uitgangspunten en regels voor participatie in deze strategie wordt een toolbox voor het organiseren van participatie ontwikkeld. Met de praktische tools kunnen initiatiefnemers stap voor stap hun participatieproces inrichten.

Voor meer informatie over de Omgevingswet en de tools voor participatie kunt u terecht op de website van de gemeente Gouda.

Toelichting

Aldus besloten in de openbare vergadering 28 oktober 2020.De raad van de gemeente voornoemd,griffiermr. drs. E.J. Karman-Moermanvoorzittermr. frs. P. Verhoeve

Bijlage 1: begrippenlijst

Binnenplans: een initiatief dat voldoet aan de regels in het omgevingsplan maar toch een vergunningplicht heeft in het omgevingsplan, heet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

Buitenplans: wanneer een initiatief niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan, heet dit een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Fysiekeleefomgeving: de fysieke leefomgeving is alles wat we nodig hebben om te leven, wonen, werken, studeren, recreëren zoals water, lucht, bodem, natuur, wegen, energie en gebouwen.

Initiatieven/initiatiefnemer: met initiatieven wordt bedoeld: alle projecten/plannen in de fysieke leefomgeving, ongeacht of deze van inwoners, bedrijven of de gemeente uitgaan.

Krachtenveld: het krachtenveld bestaat uit alle belanghebbenden, hun betrokkenheid, hun invloed en hoe de onderlinge relaties zijn.

Omgevingswaarden: omgevingswaarden zijn bedoeld voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Hiermee kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit.

Omgevingswet: de Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Op dit moment zijn er veel aparte wetten en regels die over onze fysieke leefomgeving gaan. Door de Omgevingswet worden al die wetten en regels één samenhangende wet. Het verschil met de huidige wetgeving moet vooral tot uiting komen in beleid voor de fysieke leefomgeving en de cultuur en dienstverlening van overheidsorganisaties. Dit is uitgewerkt in vier verbeterdoelen van het Rijk: 1) leefomgeving centraal, 2) ruimte voor maatwerk, 3) inzichtelijk Omgevingsrecht, 4) snellere en betere besluitvorming. Participatie is daarom een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet omdat het kan bijdragen aan snellere en betere besluitvorming.

Omgevingsvisie: de omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving, vanuit een integrale afweging van maatschappelijke en ruimtelijke doelen. Daarmee vervangt dit instrument de eerdere Structuurvisies. In de Omgevingsvisie worden richtinggevende uitspraken gedaan voor de fysieke leefomgeving. Dit kan bestaan uit het formuleren van opgaven en doelstellingen.

Omgevingsprogramma: het programma is een veelzijdig instrument. In een programma kan de gemeente uitwerking geven aan het te voeren beleid. Het is een verdere concretisering van de Omgevingsvisie. Ook kunnen er maatregelen opgenomen worden om te voldoen aan andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. Overigens is het niet verplicht om van programma’s gebruik te maken: de gemeente kan de Omgevingsvisie globaal houden en het beleid verder uitwerken in programma’s. Of ze kan ervoor kiezen om de omgevingsvisie veel specifieker te maken en zo minder met programma’s werken.

Omgevingsplan: de omgevingsvisie is de basis voor het omgevingsplan. Hierin staan alle regels voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan vervangt alle bestemmingsplannen. Daarnaast krijgt de gemeente er een aantal taken van het rijk bij. Samen met een deel van de plaatselijke verordeningen vormen deze drie onderdelen het omgevingsplan.

Omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning is een vergunning die door een gemeente wordt verstrekt met betrekking tot het verrichten van activiteiten die invloed hebben op de omgeving zoals bouwactiviteiten en activiteiten in het milieu, de natuur en de ruimte.

Participatieladder: op de participatieladder kunt u zien of en op welke manier u invloed heeft op de beleidsvorming. Hoe hoger op de ladder, hoe meer invloed u kunt uitoefenen. Voorwaarde voor participatie is dat betrokkenen vooraf weten welke invloed zij hebben, welke randvoorwaarden er zijn en wat het uiteindelijke doel is. Er zijn vijf verschillende niveaus:

•Informeren: de initiatiefnemer geeft informatie of voorlichting. De belanghebbende krijgt geen ruimte voor een eigen visie en heeft geen invloed op het beleid.

•Raadplegen: inwoners en belanghebbenden worden gevraagd mee te denken. De initiatiefnemer bestudeert de visies, maar behoeft deze niet over te nemen.

•Adviseren: de initiatiefnemer vraagt belanghebbenden om advies. De initiatiefnemer mag alleen van het advies afwijken als zij goed motiveert waarom.

•Coproduceren: de initiatiefnemer werkt samen met belanghebbenden. De initiatiefnemer en belanghebbenden benoemen samen een probleem, waarna ze gezamenlijk naar oplossingen zoeken.

•Meebelissen: de initiatiefnemer laat de ontwikkeling van en de besluitvorming over aan de belanghebbenden.

Een hoger participatieniveau is niet altijd beter! Niet ieder initiatief leent zich immers voor coproductie/meebeslissen. Zoals eerder aangegeven is dit afhankelijk van een aantal factoren, zoals gebiedskenmerken, omgevingswaarden en de impact van een project op de fysieke leefomgeving. Ook wettelijke kaders vanuit andere overheden bepalen mede hoeveel ruimte er is voor participatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.