Aanhef
De raad van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van 12 november 2024,
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
besluit:
1De Nota Waardering en afschrijving vaste activa 2025 vast te stellen.
2De Nota waardering en afschrijving vaste activa 2019 in te trekken.
2 Activeren
2.1 Soorten activa
2.1.1 Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa zijn die vaste activa waar geen fysieke bezittingen tegenover staan.
De immateriële vaste activa bestaan volgens artikel 34 van het BBV uit:
•kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio;
•kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief;
•bijdrage in activa in eigendom van derden.
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio
Het verschil tussen het schuldbedrag en het uitgekeerde bedrag, het (dis)agio, kan naar keuze al dan niet worden geactiveerd. Als het (dis)agio wordt geactiveerd vindt afschrijving plaats in overeenstemming met artikel 64 lid 4. Hierin is bepaald dat de afschrijvingsduur van de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo agio en disagio, maximaal gelijk is aan de looptijd van de lening. Daarbij moet worden opgemerkt dat in de toelichting op het BBV wordt geadviseerd om de kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio niet te activeren. Maar deze kosten in het jaar waarin ze worden gemaakt in één keer ten laste van het eigen vermogen te brengen (exploitatielast in de jaarrekening).
Het uitgangspunt in Gouda is dat deze kosten niet worden geactiveerd.
Uitgangspunt 1 (Gouda):
De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden niet geactiveerd.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief
In overeenstemming met artikel 60 van het BBV kunnen kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden geactiveerd als:
a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling zijn immateriële kosten. Het activeren van immateriële kosten leidt tot bijkomende (rente-)lasten en daarmee uiteindelijk tot hogere exploitatielasten zonder dat daar een voordeel of een materieel bezit tegenover staat. Daarom is het van belang zorgvuldig af te wegen hoeveel immateriële kosten redelijkerwijs tot de kostprijs van het actief kunnen worden gerekend. De toevoeging in de BBV-regel ‘voor het realiseren van een bepaald actief’ is hier essentieel. De vooronderzoeken in de voorbereidende fasen leiden tot een definitief ‘go-or-no-go’ moment waarop het bestuurlijk besluit valt om over te gaan tot de realisatie van een bepaald actief van een bepaalde omvang en kwaliteit en voor het verleende budget.
Immateriële kosten voor het realiseren van een bepaald actief in eigendom van de gemeente, worden in Gouda geactiveerd vanaf het moment dat het investeringsbudget is vastgesteld door de gemeenteraad. Immateriële kosten in de fase(n) daarvóór worden niet geactiveerd. Op basis van een onderbouwd voorstel kan de gemeenteraad hier anders over besluiten.
Uitgangspunt 2 (Gouda):
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden zoveel mogelijk geactiveerd.
Bijdrage in activa in eigendom van derden
Een voorbeeld van een ‘bijdrage in activa in eigendom van derden’ is een bijdrage aan een gebouw in eigendom van derden. Bepalend is dat het economisch eigendom niet bij de gemeente berust. Bijdragen in activa in eigendom van derden mogen volgens artikel 61 van het BBV worden geactiveerd als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
•er is sprake van een investering door een derde;
•de investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente;
•deze derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals overeengekomen;
•de gemeente kan de bijdrage terugvorderen als de derde in gebreke blijft of anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Uitgangspunt 3 (Gouda):
Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden in Gouda geactiveerd.
2.1.2 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn investeringen met een meerjarig economisch nut of maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Volgens artikel 35 van het BBV bestaan er drie soorten materiële vaste activa, welke afzonderlijk in de balans van de gemeente moeten worden opgenomen:
1investeringen met een economisch nut;
2investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
3investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Het BBV heeft in het kader van de uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid tussen gemeenten, het zogenaamde netto activeren verplicht gesteld. Dit houdt in dat eventuele bijdragen van derden in aftrek moeten worden gebracht op de investering. Het verrekenen van bijdragen uit reserves is met ingang van 2017 niet meer toegestaan. Reserves mogen alleen worden ingezet ter dekking van de afschrijvingslasten.
Investeringen met economisch nut
Dit zijn investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn: investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, installaties en automatisering.
Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Dit zijn investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn, waarvoor ook heffingen kunnen worden opgelegd, zoals investeringen in afval en riolering.
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
De BBV bepaalt in artikel 59 lid 1 dat er geen keuze meer is om deze investeringen wel of niet te activeren. Het criterium ‘maatschappelijk nut’ is niet hetzelfde als ‘maatschappelijke functie’. Dat laatste geldt voor het overgrote deel van het gemeentelijk bezit. Voor de duidelijkheid hanteert het BBV in geval van maatschappelijk nut de extra toevoeging ‘in de openbare ruimte’. Materiële vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen inkomsten, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen.
2.1.3 Financiële vaste activa
Dit soort activa bestaat uit:
A) Kapitaalverstrekkingen aan:
1Deelnemingen
2Gemeenschappelijke regelingen
3Overige verbonden partijen.
B) Leningen aan:
1Openbare lichamen (zoals: het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen);
2Woningbouwcorporaties;
3Deelnemingen;
4Overige verbonden partijen;
Leningen die aan derden worden verstrekt, worden gewaardeerd en op de balans opgenomen tegen de nominale waarde. De belangen in gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen, evenals effecten, worden gewaardeerd tegen de kostprijs.
Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen
Agio en Disagio en kosten (her)financiering
niet activeren
Automatisering (hardware en software)
aanschaf hardware
5
aanschaf software, inclusief de eenmalige kosten voor een gebruiksrecht van onbepaalde duur
5
aanschaf mobiele telefoons
3
Begraafplaatsen
aanleg
40
overige voorzieningen
20
Bruggen, viaducten, duikers, tunnels, enz.
nieuwbouw
40
overige voorzieningen
10
Gebouwen
nieuwbouw
40
(levensduurverlengende) renovatie grotendeels van steen
20
overige voorzieningen
15
vernieuwbouw van gebouwen
40
aankoop bestaande panden (niet te vergeten, grond en pand te splitsen) (of afhankelijk van gebruiksduur)
40
Scholen
nieuwbouw
40
uitbreiding van school
40
(levensduurverlengende) renovatie grotendeels van steen
20
vernieuwbouw van scholen
40
Onderwijs
1einrichting onderwijsleerpakket (OLP), meubilair
15
noodlokalen: afschrijvingstermijn afhankelijk van gebruiksduur
Gronden
op gronden vindt geen afschrijving plaats
Haven-, sluis en kadewerken
nieuwbouw
40
renovatie (nieuwe situatie)
20
beschoeiing
20
Installaties, machines
10
Molens
25
Openbare verlichting
20
Park (landschap), aanleg
40
Bomen
40
Parkeren
aanleg terreinen
25
parkeermeters, automaten etc.
10
Riolering
-aanleg/vervanging riolering
40
-mechanische installaties
15
-elektrotechnische installaties
10
-gemalen
25
Speelterreinen
10
Sportterreinen
gronden geen afschrijving
Sportvelden
grasvelden 1e aanleg 15
15
-Kunstgrasvelden:
o bovenlaag kunstgrasveld
12
o onderlaag kunstgrasveld
24
o drainage (kunst-) grasveld
24
asfalt
15
hekwerk
20
Straten/pleinen/wegen
aanleg
40
Renovatie/reconstructie (nieuwe situatie, waaronder ook ophoging wordt verstaan)
20
verkeersregelinstallaties
15
terreinmeubilair en bebording
10
Voertuigen
8
Zonnepanelen
20
Bijlage 2 Begrippen
Hierna wordt een aantal kernbegrippen nader omschreven.
Activa
De bezittingen van de gemeente zoals gronden, gebouwen, voertuigen en infrastructuur. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa.
Activeren
Het opnemen van investeringen op de balans. De jaarlijkse kosten (kapitaallasten) worden ten laste van de exploitatie gebracht.
Afschrijven
Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten.
Agio/Disagio
Agio en disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het hogere of lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio en disagio kan ook betrekking hebben op aandelen.
Annuïtaire afschrijving
Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom.
Boekwaarde
Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.
BBV
Besluit begroting en verantwoording.
Boekwinst/-verlies
Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die hoger of lager is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop.
Componentenbenadering
De componentenbenadering houdt in dat een investering wordt opgedeeld in verschillende onderdelen. Deze onderdelen kennen een ander verloop van de waarde. Per onderdeel verschilt hierdoor de economische levensduur.
Desinvesteren activa
De definitieve buiten gebruikstelling van duurzame (materiële) productiemiddelen (bijvoorbeeld verkoop of sloop).
Economische levensduur
De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen. Met andere woorden, slijtage van activa door veroudering.
Financiële vaste activa
Activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).
Immateriële vaste activa
Investeringsuitgaven waar geen bezit tegenover staat (bijvoorbeeld kosten sluiten geldlening).
Investeringen
Uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking van een doel waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend.
Investeringsbudget
Het bedrag dat door de gemeenteraad of het college beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering.
Investering met economisch nut
Activa die verhandelbaar zijn (waar markt voor is zoals bijvoorbeeld gebouwen) of die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen. Deze investeringen moeten worden geactiveerd.
Investering met maatschappelijk nut
Activa waarmee geen middelen gegenereerd kunnen worden maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, groenvoorziening, bruggen e.d. Op basis van geactualiseerde BBV-voorschriften moeten ook deze investeringen geactiveerd worden.
Investering met maatschappelijk nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
Investeringen met een economisch nut, waarvoor een bestemmingsheffing kan worden geheven. Bijvoorbeeld riool- en afvalinvesteringen.
Kapitaallasten
Kapitaallasten zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en rente of alleen uit rente.
Lineaire afschrijving
Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af.
Materiële vaste activa
Activa waar een bezit tegenover staat en waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend.
Onderuitputting kapitaallasten
Er is sprake van onderuitputting van kapitaallasten wanneer er een vertraging in de uitvoering van een investering optreedt en/of een gepland werk niet tot uitvoering komt.
Rente
Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De rente is onderdeel van de kapitaallasten.
Restwaarde
De restwaarde vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.
Vaste activa
Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan 1 jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa.
Verkrijgingsprijs
Het bedrag dat betaald is om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten).
Vervaardigingsprijs
De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief (bijvoorbeeld een boek).
Vlottende activa
De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan een jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld. Voorbeelden zijn: voorraden, debiteuren en liquide middelen (bank en kas).
Voorraden
Dit zijn goederen die je in bewaring houdt voor later gebruik. Voorbeelden zijn: grond- en hulpstoffen, gereed product en handelsgoederen.