4 Vooruitblik
4.1.1 Omgevingswet
De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving
Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Naar verwachting zal de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking treden.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft gevolgen voor overheden die verantwoordelijk zijn voor de fysieke leefomgeving. Ook inwoners, bedrijven en andere initiatiefnemers die activiteiten willen uitvoeren in de fysieke leefomgeving krijgen te maken met de Omgevingswet. Zo wordt actiever contact gezocht en gecommuniceerd met inwoners en bedrijven.
De ODMH is zich al enige tijd aan het voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet.
Inhoudelijk is de ODMH betrokken bij diverse pilots en leerkringen die de gevolgen van de Omgevingswet in kaart brengen en worden medewerkers opgeleid. Bijvoorbeeld in verband met de toetsing aan en toezicht op de omgevingsplannen.
Ook op gebied van ICT is de ODMH aangehaakt bij het landelijk traject om te komen tot een DSO (digitaal stelsel Omgevingswet).
De Omgevingswet volgt de veranderende rol van de overheid. Niet denken vanuit de eigen taak of criteria, maar opgavegericht vanuit het doel/de opgave die vooruit moet worden geholpen. Niet alleen de regels volgen, maar oplossingen zoeken in een open gesprek met initiatiefnemers, betrokken inwoners en collega’s. Veel gemeenten vragen van hun ambtenaren om op deze manier te gaan werken.
Als ODMH hebben wij ook de ambitie om in onze dienstverlening hierbij aan te haken. In 2018 is daarom een traject klantgericht werken gestart waar alle medewerkers aan mee doen. Dit traject wordt de komende jaren verder uitgebouwd.
Onderdeel daarvan is ook een onderzoek naar de toonzetting en leesbaarheid van de brieven.
Alle stappen van de ODMH-voorbereiding op de Omgevingswet zijn vastgelegd in een, met de aangesloten gemeenten gedeeld, implementatieplan.
Bodem
Bodem neemt in de Omgevingswet een aparte plaats in. Meer hierover in paragraaf 8.1.
4.1.2 Zeer zorgwekkende stoffen
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens, dier en milieu. Dit kan zijn omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren bij mensen en dieren en/of zich in de voedselketen ophopen. De landelijke regelgeving rond ZZS is nog relatief nieuw waardoor het uitvoeringsbeleid nog niet is uitgekristalliseerd.
In de periode 2019-2022 zijn de volgende hoofdacties te verwachten:
•Kennisontwikkeling bij toezichthouders en vergunningverleners door middel van cursussen en informatiebijeenkomsten;
•Samenwerking en kennisdeling met andere omgevingsdiensten binnen de provincie Zuid-Holland voor eenduidige uitvoering van het landelijk beleid voor ZZS;
•Een uitvraag aan bedrijven uit relevante branches die er op gericht is inzicht te krijgen op de toepassing van ZZS binnen het bedrijf;
•De uitkomsten van deze aanschrijving beoordelen en toetsen aan het landelijk beleid zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Waar nodig zal dit kunnen leiden tot het vaststellen van maatwerkvoorschriften.
6 Toezicht en Handhaving
6.5 Klachten en calamiteiten
6.5.1 Paraatheid
Om invulling te geven aan die wettelijke taak is de ODMH het hele jaar door, 24 uur per dag, bereikbaar voor klachten die betrekking hebben op milieuoverlast. Inwoners, bedrijven en instellingen kunnen klachten melden via een speciale milieuklachtenlijn of via een webformulier. Alle klachten worden geregistreerd. Vervolgens wordt een, bij de klacht, passende actie ondernomen.
6.5.2 Calamiteiten
Naast de behandeling van klachten met betrekking tot de naleving, speelt de ODMH ook een rol bij calamiteiten. Met de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) zijn afspraken gemaakt over de participatie van de ODMH in de gemeentelijke en regionale crisisteams. Uitgangspunt is dat een medewerker van de ODMH in zulke gevallen als liaison in het crisisteam participeert. Doel van die participatie is om te:
-informeren, bijvoorbeeld over installaties die in het bedrijf aanwezig zijn,
-adviseren, ter voorkoming of beperking van (verdere) milieuschade, en
-coördineren van de te treffen maatregelen om milieuschade te voorkomen of te beperken.
Een overzicht van de taken van de ODMH tijdens calamiteiten is beschreven in de Informatiekaart partners – omgevingsdiensten van de veiligheidsregio. ODMH heeft zijn crisistaken beschreven in een calamiteitenplan.
6.6 Samenwerking
6.6.1 Samenwerking binnen de ODMH
Binnen de ODMH werken de verschillende afdelingen samen op het gebied van toezicht. Op die manier wordt toezichtcapaciteit efficiënter ingezet en wordt in sommige gevallen de toezichtlast voor de ondernemer verminderd. Hieronder volgt een aantal voorbeelden van interne samenwerkingen:
Toezicht opslag van grond
Over het toezicht op de naleving van milieuregels bij inrichtingen die grond opslaan worden interne afspraken gemaakt. De ODMH voert bij dergelijke bedrijven toezicht uit op de naleving van de Wet milieubeheer op inrichtingsniveau en voor de grondstromen. Dit toezicht wordt door verschillende afdelingen uitgevoerd: Wm-toezicht door de afdeling Bedrijven en Bbk-toezicht door de afdeling Expertise. Waar nodig wordt gezamenlijk gecontroleerd.
Milieu- en BWT-toezicht
Sinds 2012 voert de ODMH voor een deel van de aangesloten gemeenten ook toezichtstaken uit op het gebied van bouw en woningtoezicht (BWT) en slopen. Dergelijk toezicht heeft op verschillende thema’s raakvlakken met milieutoezicht. Kennis van beide toezichtsgebieden wordt gedeeld, zodat medewerkers voor elkaar signaaltoezicht uitvoeren.
Bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van stalsystemen zullen toezichthouders van de afdeling bedrijven samenwerking zoeken met toezichthouders van de afdeling BWT vanwege de naleving van de bijzondere uitvoeringseisen voor dergelijke voorzieningen.
Maar ook bij het slopen waarbij asbest vrijkomt, wordt nauw samengewerkt tussen diverse afdelingen.
Voor gemeenten die de toezichtstaken op het gebied van BWT en slopen niet bij de ODMH hebben ondergebracht, zal voor de samenwerking contact worden gezocht met de afdeling bouw- en woningtoezicht van de betreffende gemeente.
6.6.2 Samenwerking met andere instanties
De ODMH werkt op het gebied van de gemeentelijke milieutaken samen met diverse handhavingspartners. Het onderstaande overzicht geeft inzicht in de afspraken die de ODMH met de verschillende handhavingspartners heeft gemaakt.
•Toezicht veehouderijen – het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR), het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) en de ODMH werken samen bij het toezicht op veehouderijen. Eén toezichthouder van een instantie voert een controle uit waarbij gelet wordt op de aspecten afvalwater en afwatering (waterschappen) en inrichtingen (ODMH). De bevindingen worden met de andere instanties gedeeld. Elke instantie verzorgt zelf de aanschrijving en het (eventuele) handhavingstraject.
•Toezicht glastuinbouw – Sinds 2005 voeren het HHSK en de ODMH gezamenlijk controles uit bij glastuinbouwbedrijven. Naast het eigen toezicht, voeren de toezichthouders ook signaaltoezicht uit voor de NVWA op het thema bestrijdingsmiddelen. Elke instantie verzorgt zelf de aanschrijving en het (eventuele) handhavingstraject.
•Toezicht emissieregistratie glastuinbouw – Het HHSK, het HHR en de ODMH voeren gecoördineerde administratieve controles uit op het gebied van de emissieregistratie bij glastuinbouwbedrijven. De ODMH verzorgt de schriftelijke afhandeling van de controles en het eventuele handhavingstraject.
•Toezicht binnen de veiligheidsregio Hollands-Midden – Met de Omgevingsdienst West-Holland, de GHOR Hollands-Midden, de Veiligheidsregio Hollands-Midden en het Korps Landelijke Politiediensten is een convenant afgesloten waarin is afgesproken om, waar de werkprocessen dat vragen, de samenwerking te zoeken. De komende jaren zal de samenwerking worden uitgebouwd.
Afstemming met handhavingspartners
Bestuursrechtelijk optreden moet in sommige gevallen met andere betrokken bestuursorganen worden afgestemd. Dat geldt in ieder geval bij situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn. Daarnaast is het wenselijk dat gegevens over de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke handhaving met de betrokken handhavingspartners worden gedeeld (binnen de kaders van de AVG).
Ketentoezicht
Met ketentoezicht wordt geprobeerd vat te krijgen op de hele keten door samen te werken met ketenpartners, zoals de politie en aangrenzende omgevingsdiensten. Daarnaast kunnen ketenpartners geïnformeerd worden, bijvoorbeeld wanneer grond vanuit het toezichtsgebied van één van de partners naar het gebied van een andere partner getransporteerd wordt, of wanneer partijen grond bij één van de partners geweigerd wordt.
Met name op de thema’s grondstromen en afval zoekt de ODMH actief naar mogelijkheden voor samenwerking in de keten.
Afstemming met strafrechtelijke partners
De afspraken over de afstemming met strafrechtelijke handhavingspartners en het uitwisselen van gegevens, zijn opgenomen in de sanctiestrategie.
6.6.3 Informatiegestuurde handhaving (IgH)
Om samenwerking tussen de handhavingspartners te intensiveren en de handhavingscapaciteit efficiënter en effectiever vorm te geven, is een systematiek ontwikkeld, die informatiegestuurde handhaving mogelijk maakt. Informatiegestuurde handhaving houdt in dat op basis van actuele en betrouwbare informatie rationele beslissingen worden genomen, zodat mensen en middelen optimaal worden ingezet en handhavingsdoelen worden behaald.
Ketentoezicht en administratief onderzoek zijn onderdeel van deze systematiek.
Binnen IgH wordt een vijftal niveaus onderscheiden:
1Basis: Elke instantie werkt met eigen opslag- en registratiesysteem. Processen zijn niet (bewust) op elkaar afgestemd.
2Handhavingsprocessen en -procedures zijn efficiënt en bewust op elkaar afgestemd. Informatie wordt digitaal vastgelegd.
3Informatiesystemen van de partijen in het handhavingsproces zijn aan elkaar gekoppeld en zijn voor gemachtigden opvraagbaar en beschikbaar. Partijen kunnen in elkaars gegevens kijken.
4Op tactisch niveau worden per handhavingstaak beslissingen genomen op basis van de verkregen producten van de informatieorganisatie, die informatie verzamelt, analyseert met informatieanalisten en -makelaars.
5Op strategisch niveau wordt, aan de hand van de producten van de informatieorganisatie, beleid gemaakt op langere termijn over de handhavingsinzet.
Informatiegestuurde handhaving in Midden-Holland
De ODMH heeft al een aantal stappen gezet in het IgH-proces. Zo is er een intern opslag- en registratiesysteem, dat de gegevens digitaal vastlegt. Verder zijn op operationeel niveau de handhavingsprocessen en –procedures op elkaar afgestemd. Daarmee heeft de ODMH niveau 2 (van de 5) bereikt. De ODMH is inmiddels aangesloten bij Inspectieview milieu. Daarmee worden handhavingsprocessen en informatiesystemen van externe partijen aan elkaar gekoppeld en krijgen partijen de mogelijkheid om in elkaars gegevens te kijken.
Gedurende de looptijd van deze nota wordt ingezet op het versterken van niveau 3 en doorgroei naar niveau 4. De ODMH neemt deel aan de landelijke Werkgroep Informatiegestuurde Handhaving (Wigh). Ook onderzoeken we de mogelijkheden om controleresultaten die andere diensten via Inspectieview milieu met de ODMH delen, te gebruiken bij het opstellen van toezichtplannen (via een data-makelaar).
Interne informatie
Naast het koppelen van de informatie van externe partijen, zet de ODMH ook in op het efficiënt gebruik maken van eigen data. Het betreft de verzamelde data vanuit de werkprocessen, zoals vergunde activiteiten, informatie over installaties en gedrag verkregen tijdens controles en informatie uit beoordelingen van rapportages. Naar aanleiding van informatie uit de verzamelde data kunnen toezichtplannen worden opgesteld of aangepast. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 7.
6.7 Sanctiestrategie
6.7.1 De overheid als overtreder
In het Besluit omgevingsrecht is de eis opgenomen dat het handhavingsbeleid inzicht geeft in de strategie die wordt gehanteerd met betrekking tot de wijze waarop wordt omgegaan met overtredingen die zijn begaan door, of in naam van, overheidsorganen. In deze paragraaf wordt het beleid voor dit aspect beschreven.
Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
Overheden of publieke ondernemingen hebben een voorbeeldfunctie. Wanneer ze overtredingen plegen, bijvoorbeeld een waterschap als beheerder van een afvalwaterzuiveringsinstallatie, worden ze bestuursrechtelijk op dezelfde wijze behandeld als private ondernemingen of inwoners, waarbij wel rekening gehouden wordt met de voorbeeldfunctie. De sanctiestrategie wordt daarom voor overheden minimaal op gelijk niveau als voor bedrijven toegepast.
In voorkomende gevallen kan het nodig zijn om, naast het bestuursrechtelijke traject, ook strafrechtelijke handhavingsinstrumenten in te zetten voor overtredingen die zijn gepleegd door overheidsorganen. Met het Functioneel Parket zal dan worden overlegd over de wijze waarop het strafrecht kan worden ingezet.
6.7.2 Bestuurlijke strafbeschikking (Bsbm)
De directeur van de ODMH kan een bestuurlijke strafbeschikking milieu uitvaardigen. De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een strafrechtelijk instrument dat het voor onder meer de directeur van een omgevingsdienst mogelijk maakt om ten behoeve van de bestuurlijke handhavingstaak, zonder tussenkomst van het Openbaar Ministerie (OM), een boete op te leggen voor, bij Algemene Maatregel van Bestuur bepaalde eenvoudige strafbare feiten op milieuterrein. De gedachte hierachter is dat efficiëntere en effectievere handhaving mogelijk wordt doordat relatief eenvoudige strafbare feiten binnen het milieuterrein op basis van een proces-verbaal (de grondslag voor de boete), opgemaakt door een opsporingsambtenaar, gestandaardiseerd en geautomatiseerd kunnen worden afgedaan. Waar oplegging van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang over het algemeen enige tijd vergt, kan met de bestuurlijke strafbeschikking direct opgetreden worden tegen overtredingen.
Oplegging van een bestuurlijke strafbeschikking sluit het gebruik van een last onder dwangsom of onder bestuursdwang niet uit. Er kan zelfs een combinatie van betreffende sancties worden opgelegd. Met het Functioneel Parket, de politie en gemeenten zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de Bsbm.
De Bsbm is opgenomen in het productenboek van de ODMH, maar wordt vooralsnog terughoudend ingezet.
8 Bijzondere VTH-taken
8.3 Geluid
8.3.1 Evenementenbeleid
In 2017 is door de ODMH het Handhavingsbeleid geluidsnormen bij evenementen opgesteld voor de gemeenten in de regio van Midden-Holland. Doel hiervan is om het nalevingsgedrag van de geluidsnormen bij evenementen te verhogen om geluidsoverlast te beperken.
Een deel van de aangesloten gemeenten heeft reeds het beleid vastgesteld. De ODMH streeft ernaar om voor alle gemeenten het huidige beleid toe te passen.
8.3.2 Horeca
In het jaarprogramma worden per gemeente afspraken gemaakt voor preventief toezicht op geluidsnormen in de avond en nachtperiode. Deze controles vinden plaats onder de noemer ‘horecaronde’ en worden periodiek uitgevoerd.
Naast het uitvoeren van preventieve horecarondes wordt ook specifieke geluidcontroles uitgevoerd naar aanleiding van klachten of lopende handhavingstrajecten.
8.3.3 Zonebeheer
Het bewaken van de grenzen van gezoneerde industrieterreinen heeft prioriteit, omdat bij het overschrijden van de normen geen vergunningen meer afgegeven kunnen worden. Doel is dan ook om geen overschrijding te laten optreden. De bewaking van de normen van gezoneerde industrieterreinen en bedrijventerreinen met een geluidafspraak wordt uitgevoerd door de toezichthouder van het team Geluid, Lucht, Ecologie & Veiligheid.
Het bewaken van de normen vindt plaats door middel van een zonebewakingsmodel. Het relevante deel van dit zonebewakingsmodel wordt aan de bedrijven ter beschikking gesteld om bij de aanvraag van een vergunning, of het indienen van een melding, een akoestisch rapport op te kunnen stellen. Het aangepaste model wordt door de toezichthouder weer in het zonebewakingsmodel ingebracht. Vervolgens wordt gecontroleerd of de inrichting kan voldoen aan de normen. Indien voldaan wordt aan de norm, wordt de vergunning verleend of de melding geaccepteerd. In het geval van een melding wordt in bijna alle gevallen ook een maatwerkvoorschrift voor geluid opgelegd, om de geluidsruimte van de inrichting in het zonebewakingsmodel vast te leggen. Bij het toetsen aan de norm wordt tevens duidelijk hoeveel geluidruimte nog aanwezig is in de geluidszone.
Daarnaast wordt elk half jaar een visuele controle op het industrieterrein uitgevoerd door de toezichthouder van het team Geluid, Lucht, Ecologie & Veiligheid en de toezichthouder van de afdeling Bedrijven om te controleren of alle bedrijven op het gezoneerde industrieterrein bekend zijn bij de ODMH en op een juiste wijze in het zonebewakingsmodel zijn ingebracht.
Bijlage 1 Actiepunten naar aanleiding van deze VTH-nota (2019-2022)
Hfd/ pgf
Onderwerp
Blz
Actie
1
Adviesrol
6
Uitbouwen/ plan maken
1
Mediation bij klachten
6
Pilot uitwerken
4.1.2
ZZS
10
Uitwerken en uitvoeren beleid inzake ZZS
4.2
Duurzaamheid
31
Behouden voorloperspositie
5.3
Actualisering vergunningen
13ev
Jaarlijks opstellen actualiseringsprogramma.
Ontwikkelen actualiteitstoets
5.4
Proefnemingen
14
Ontwikkelen toestemmingsbeleid
6.3/6.4/7
Preventiestrategie
18ev
Opstellen preventiestrategie met daarin:
Instrumenten mbt informeren/stimuleren;
Voorlichting naar inwoners en bedrijven;
Opnemen in productenboek
Preventiestrategie opnemen in processchema’s
6.4
Afspraak controles
20
Protocol opstellen (on-)aangekondigd controleren
6.6.2
Samenwerking
23
Samenwerking uitbouwen
6.6.3
IGH
24
Bereiken en versterken niveau 3, doorgroei naar niveau 4
6.4
Toezichtstrategie
19
Beleid t.a.v. (on-) aangekondigd controleren
7
Databeheer
27
Verbetering van de dataregistratie en het databeheer
7
Risicomodel
27
Het milieurisicomodel wordt aangepast.
7
Toezichtplannen
27
Toezichtplannen opstellen op basis van
data
nieuwe risico’s
bestaande werkafspraken
8.2
Energiebesparing bij bedrijven
30
Verwerken nieuwe wetgeving, gevolgen bespreken en vastleggen met gemeenten
8.3.1
Evenementen
32
Beleid laten vaststellen door alle aangesloten gemeenten
9.3
Monitoring voortgang
Voortgang actie nota opnemen in jaarrapportages gemeenten, waar nodig acties bijstellen.
10
Communicatie
35
Uitwerken acties voor punten 10.1 t/m 10.4
Bijlage 2
Evaluatie
Bonus-malus verder doorvoeren
Bijlage 6
IGH
Vastleggen van de plaats in de IGH matrix.
Bijlage 2 Evaluatie actiepunten VTH-nota 2015-2018
Hieronder worden de handhavingsdoelen uit de VTH-nota 2015-2018 opgesomd, met daarachter een korte evaluatie.
Vergunningverlening
1.Waarborgen van een actuele vergunningsituatie.
Het informatiesysteem is aangepast zodat een overzicht gemaakt kan worden welke vergunningen actueel zijn op basis van de in VTH-nota genoemde criteria. Gebaseerd op dit overzicht is de actualiteit van de vergunning getoetst; deze toets is inmiddels voor bijna alle bedrijven uitgevoerd. Dit wordt in de komende planperiode gecontinueerd. Uit de toetsing is gebleken dat in sommige gevallen actualisatie nodig is. Voor deze situatie is een procedure tot actualisatie van de vergunning uitgevoerd of gepland.
Toezicht
2.Na controle, hercontrole en bestuursrechtelijke sancties voldoen alle geïnspecteerde bedrijven aan de voorschriften die tijdens de inspectie zijn gecontroleerd.
Bedrijven voldeden na hercontrole of bestuursrechtelijk optreden aan de voorschriften. Er zijn geen gedoogbeschikkingen met betrekking tot milieu afgegeven vanaf 2015.
Zie punt 6 voor een nadere analyse van het naleefgedrag.
3.Alle opslagtanks inspecteren ter voorkoming van bodemverontreiniging.
Tanks die in de afgelopen 4 jaren zijn aangetroffen bij een controle, zijn gecontroleerd op alle verplichtingen zoals gecertificeerde installatie- en gebruiksvoorschriften. Bedrijven zijn aangeschreven om de installatie te certificeren. Deze certificaten zijn ingediend en geregistreerd zodat deze data gebruikt kunnen worden bij latere controles. Tanks die niet konden worden voorzien van een certificaat zijn gesaneerd. Een deel van tanks is projectmatig gecontroleerd. Het project is beëindigd. Tanks worden in het reguliere handhavingsproces gecontroleerd.
In de periode 2015 tot en met 2017 zijn bij 271 bedrijven één of meer tanks gesaneerd. De kans op bodemverontreiniging door verouderde tankinstallatie is daardoor verkleind.
4.Toezicht op preventieve maatregelen bij luchtwassers en natte koeltorens.
Alle biologische, chemische en gecombineerde luchtwassers bij veehouderijbedrijven zijn gecontroleerd. Tijdens de controles is gebleken dat de gebruiksvoorschriften slecht worden nageleefd.
De actieve luchtwassers zijn nu allemaal voorzien van elektronische monitoring. Daarnaast hebben de bedrijven naar aanleiding van toezicht van de ODMH gedragsvoorschriften opgesteld met betrekking tot intern en extern onderhoud. Naar aanleiding van toezicht door de ODMH hebben de bedrijven gedragsvoorschriften opgesteld met betrekking tot intern en extern onderhoud.
Naar aanleiding van het slechte naleefgedrag, ziet de ODMH nu door speciale aspectcontroles actief toe op deze installaties. De bedrijven worden jaarlijks bezocht. Het eerste jaar betreft het een integrale controle, het tweede jaar betreft het een aspectcontrole voor de luchtwasser. Door deze controles is het toezicht op het beheer van de luchtwassers verbeterd, waardoor stikstofemissies zijn voorkomen.
In de komende planperiode wordt een toezichtplan opgesteld met betrekking tot andere stikstofbeperkende maatregelen bij veehouderijen, zoals stoppersmaatregelen, stalsystemen, beweidingsplannen, enz.
Bij negen bedrijven zijn natte koeltorens aanwezig. In de afgelopen planperiode zijn van al deze installaties de beheersplannen en risicoanalyses opgevraagd en beoordeeld. In de komende planperiode wordt een toezichtplan opgesteld. Daarnaast zijn alle bedrijven met natte koeltorens door andere milieurisico’s al ingedeeld in categorie 3 of 4 zodat deze tenminste eenmaal per twee jaar worden gecontroleerd.
5.Agrarische loonwerkers zijn gecontroleerd en worden tenminste eenmaal per twee jaar weer bezocht.
Loonwerkers worden ingedeeld in milieucategorie 3 of 4 waardoor deze bedrijven in de afgelopen planperiode zijn gecontroleerd.
6.Naleefgedrag wordt opgenomen in risicomodel
Het milieurisicomodel is in de afgelopen planperiode op enkele punten geactualiseerd. Er is echter nog geen sprake van een geïntegreerd risicomodel waarin alle milieuactiviteiten én het naleefgedrag zijn opgenomen.
Wel is in een pilottraject informatie vastgelegd over onder meer het naleefgedrag in een bonus-malus-systeem voor de categorie 3 bedrijven. In de periode 2015 tot en met 2017 zijn 32 (3,5%) bedrijven gesignaleerd als achterblijver, 789 (85%) als middenmoter en 107 (11,5%) als koploper.
De koplopers en achterblijvers zijn inmiddels bekend, maar dit heeft nog niet geleid tot aanpassing van de controlefrequentie.
Het naleefgedrag is nog niet opgenomen in het huidige milieurisicomodel.
In hoofdstuk 7 van deze nota is verder beschreven hoe het risicomodel geheel vernieuwd wordt.
7.Controle op alternatieve maatregelen om de ammoniakemissie te verminderen (Stoppersmaatregelen)
In 2016 en 2017 zijn 35 agrarische bedrijven binnen korte termijn gecontroleerd op de maatregelen van de Stoppersregeling. Het betrof gecombineerde bezoeken door toezichthouders en vergunningverleners. Hierdoor konden tekortkomingen efficiënt worden afgehandeld. De naleving was heel wisselend: diverse bedrijven waren te streng, andere hadden alternatieve maatregelen genomen. In veel gevallen zijn genomen maatregelen gelegaliseerd door intrekking van de vergunning of het indienen van een melding. Over het algemeen is de intentie van de veehouders goed en zijn bedrijven goed op de hoogte van de regels. In de komende planperiode worden deze bedrijven nogmaals gecontroleerd.
8.Tafel van elf
De voorlichting volgens de ‘tafel van elf’-methode is een methodiek waarbij de doelgroep uitgebreid wordt geanalyseerd, bedrijven veelal per branche. Doordat het aan de nodige detailinformatie ontbrak was het lange tijd lastig was om een goede doelgroep te kiezen. Uiteindelijk is gekozen voor de glastuinbouw. De uitwerking van de methode, in samenwerking met een hoogheemraadschap is nog in volle gang waardoor de resultaten van dit onderdeel niet geëvalueerd kunnen worden. Onderdelen van de ‘tafel van elf’-methode zullen terugkomen in de nieuw te ontwikkelen preventiestrategie.
Bijlage 3 Samenvatting bijeenkomst bedrijvenverenigingen d.d. 29 mei 2018
Tijdens deze bijeenkomst voor bedrijvenverenigingen staat de VTH-nota centraal. Daarnaast worden de aanwezigen uitgenodigd aan te geven hoe de contacten met ODMH ervaren worden.
De VTH-nota is een wettelijk verplicht document dat opgesteld wordt door de ODMH in opdracht van de aangesloten gemeenten om het regionale beleid ten aanzien van de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te leggen voor een bepaalde periode.
De ODMH heeft te maken met 3 VTH-nota’s:
•VTH-nota van de provincie Zuid-Holland
•VTH-nota Bouw en woningtoezicht
•VTH-nota gemeentelijke milieutaken.
In dit geval gaat het om een actualisatie van de VTH-nota voor de gemeentelijke milieutaken voor de periode 2019-2022.
Binnen de regio zijn de VTH-afspraken zoveel mogelijk uniform en is er afstemmingsplicht met de andere handhavingspratners. De inhoud van de nota is deels wettelijk bepaald (nalevingsstrategie), deels is er ruimte voor de regionaal of lokaal beleid. Er is afstemming met de andere regio’s en met de andere handhavingspartners.
De overheid van nu kan niet meer dezelfde zijn als de overheid van enkele jaren geleden; ze moet transparanter zijn en participatief zijn ingesteld, met meer aandacht voor de communicatie.
Deze ontwikkelingen komen terug in de nieuwe VTH-nota. Ook deze bijeenkomst is daar een voorbeeld van.
In 2021 wordt de Omgevingswet van kracht, dit is een omvangrijke wetswijziging waarop geanticipeert wordt. Speerpunten in de nieuwe VTH-nota zijn; duurzaamheid/ energiebesparing bij bedrijven, innovatieve ontwikkelingen, datakwaliteit, andere vormen van communicatie naar bedrijven en risicogericht en informatie gestuurd werken.
De nalevingsstrategie Toezicht en Handhaving bestaat uit 4 onderdelen:
–preventiestrategie: Wat kunnen we doen in het vooroverleg om te voorkomen dat er geen overtreding van de wet plaats zal vinden.
–toezichtstrategie: De toezichtstrategie willen we meer op milieurisico en veiligheid gaan richten.
–sanctiestrategie: Dit is een landelijke strategie waar we ons als ODMH namens de gemeenten aan conformeren
–gedoogstrategie: In principe gedogen we niet in Nederland maar deze hoort wel opgenomen te zijn in de nalevingsstrategie.
Samenvattend is het volgende besproken:
–Door de aanwezigen is dit initiatief voor een bijeenkomst als zeer positief ervaren.
–De ervaringen met de ODMH zijn overwegend positief, met een aantal punten ter verbetering.
–De bedrijven verwachten meer communicatie rondom (vooraf, tijdens en na) de VTH.
–Heroverweging van het onaangekondigd controleren wordt gevraagd.
–Afstemming met andere regio’s wordt als belangrijk ervaren.
–De ODMH stelt de bedrijfsverenigingen voor om hem te vragen om te komen vertellen wat de ODMH doet en met elkaar in gesprek te gaan.
–Onderzoek of mediation bij vergunningverlening ingezet kan worden.
–Motto voor de ODMH-medewerkers: “behandel een bedrijf zoals je zelf behandeld wil worden”.
–Onderzoek hoe de communicatie via website verbeterd kan worden.
–Een meer adviserende rol voor de ODMH is gewenst vanuit de bedrijven.
–Roep om uniformere regelgeving in het land; deze VTH-nota geldt voor 6 gemeenten binnen de regio, maar het is ook gewenst om met de regio’s daarbuiten af te stemmen.
–Met diverse verenigingen worden vervolgafspraken gemaakt.
Bijlage 4 Milieurisico-indeling (anno 2018)
Controlefrequentie
Zoals al in de probleemanalyses is opgemerkt, lopen de milieurisico’s van bedrijven sterk uiteen. Om die reden worden niet alle bedrijven met dezelfde frequentie gecontroleerd. Bedrijven met een hoog milieurisico worden vaker gecontroleerd dan bedrijven met een laag milieurisico. De hiervoor aangehaalde risicomodellen worden gebruikt om in de risico’s een rangorde te kunnen aanbrengen. Hoe hoger het milieurisico, des te hoger is de controlefrequentie.
Voor het bepalen van de controlefrequentie van integrale controles wordt gebruik gemaakt van de volgende staffel.
Milieu-
categorie
Controlefrequentie
Bedrijven: 0 tot 50 punten
1
Projectmatig
Bedrijven: 50 tot 100 punten
2
Eenmaal per 5 jaar
Bedrijven: 100 tot 250 punten
3
Eenmaal per 2 jaar
Bedrijven: 250 punten of meer
4of 5
Eenmaal per jaar
Categorie 5 betreft bedrijven waarop tot 1 januari 2014 de Verklaring van geen bedenkingen milieu van toepassing was. Voor deze bedrijven geldt ook een controlefrequentie van eenmaal per jaar. Categorie 6 betreft bedrijven waarvoor het college van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is. Deze categorie bedrijven valt niet onder deze VTH-nota.
Bepaling van de milieucategorie vindt plaats met behulp van een model waarin de basisrisico’s van een bedrijf worden gewaardeerd.
Gedurende de looptijd van deze nota zal het huidige model worden omgevormd tot een model waaruit de basisrisico’s worden gewaardeerd. Dit kan op basis van de branche of op basis van een sommatie van relevante milieuaspecten. De aspecten/ activiteiten die meer of anders bij een bedrijf aanwezig zijn ten opzichte van de branche, worden apart gewaardeerd. Voor deze aspecten/ activiteiten wordt een aspectcontrole ingepland. Deze controle kan gelijktijdig met het basistoezicht uitgevoerd worden, maar kan ook door een gespecialiseerde toezichthouder in een aparte controle worden behandeld.
Bijlage 5 Uitvoering controles en aspectcontroles
Uitvoering van een controle
Voordat de integrale controle wordt uitgevoerd bereidt de toezichthouder die voor. De voorbereiding bestaat voornamelijk uit dossieronderzoek waarbij wordt nagegaan welke technische voorzieningen binnen het bedrijf aanwezig zijn en welke voorschriften van toepassing zijn. Bij veehouderijen zijn bij de voorbereiding de gemelde dieraantallen, de beweidingsplannen en de systeembeschrijving van belang. Daarnaast worden de bevindingen van de laatste controle en de (eventuele) klachtenhistorie doorgenomen. Ook kunnen de digitale registratiesystemen van andere instanties worden geraadpleegd. Zo kunnen online de afvalstromen en de tank- en installatiecertificaten worden ingezien. Ook kunnen het risicoregister (RRGS) en de digitale registratiesystemen van andere instanties worden geraadpleegd.
Tijdens de controle kan gebruik worden gemaakt van een tabletcomputer met een digitale checklist. In die checklist kan per voorschrift de naleving daarvan worden vastgelegd. Van relevante milieutechnische voorzieningen worden foto’s gemaakt die later in het milieubevindingenrapport worden verwerkt. Een controle is daarnaast bij uitstek een goede gelegenheid om met de eigenaar van het bedrijf een informerend of aansporend gesprek aan te gaan om naleving te bevorderen.
Na afloop van de controle wordt, aan de hand van de bevindingen en foto’s van de controle, een milieubevindingenrapport gegenereerd. Dat rapport wordt vervolgens in het informatiesysteem geladen. Wijzigingen die relevant zijn voor het risicoregister worden gemeld, via risicokaart@odmh.nl aan de specialist externe veiligheid, die verantwoordelijk is voor het actueel houden van het register.
Daarnaast worden in het informatiesysteem de milieutechnische en milieujuridische gegevens bijgewerkt. Zo wordt nagegaan of het bedrijf nog in dezelfde milieucategorie valt en worden de (technische) gegevens van milieurelevantie installaties bijgewerkt.
Bij het toezicht op agrarische bedrijven wordt veelal gebruikt gemaakt van een gedetailleerde checklist waarmee ook voor andere instanties wordt gecontroleerd. De ingevulde checklist wordt na afloop van de controle gedeeld met de betrokken samenwerkingspartner.
Elke controle wordt schriftelijk (met een brief) aan het bedrijf bevestigd. Als tijdens de controle tekortkomingen zijn geconstateerd dan worden in die brief de bevindingen van de toezichthouder vermeld, aangevuld met het artikel of voorschrift dat is overtreden. Ook wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de tekortkomingen op te heffen en welke termijn daarvoor wordt gegund (zie onder Begunstigingstermijn).
De komende tijd zal de vorm van de aanschrijving meer worden afgestemd op de geconstateerde overtreding. In sommige gevallen kan worden volstaan met een informerende of waarschuwende brief. In dat geval hoeft geen begunstigingstermijn te worden opgenomen.
Als bij een bedrijf tekortkomingen zijn geconstateerd en daarbij is een begunstigingstermijn aangegeven, dan volgt altijd een hercontrole. Zo’n hercontrole kan bestaan uit een nieuwe, fysieke controle waarbij wordt gecontroleerd op herstel van de tekortkoming. Een ander vorm is het uitvoeren van een administratieve hercontrole waarbij het bedrijf schriftelijke gegevens overlegt die door de toezichthouder worden beoordeeld. Een hercontrole wordt in beginsel binnen drie weken na afloop van de begunstigingstermijn uitgevoerd.
Indien blijkt dat na de hercontrole de tekortkomingen niet zijn opgeheven, dan wordt een (bestuurlijke) sanctie opgelegd. In situaties waarbij aantoonbaar sprake is van overmacht, of als het milieubelang van de overtreding gering is, kan de begunstigingstermijn worden verlengd.
(On-)aangekondigd controleren
Controles kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Om effectief en doelmatig te werk te gaan is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren. Deze vormen van toezicht kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Of een controle wordt aangekondigd is afhankelijk van het soort controle, het doel van de controle en de historische ervaring met het bedrijf.
Begunstigingstermijn
Wanneer een overtreding wordt geconstateerd, moet deze ongedaan worden gemaakt. Hiervoor krijgt het bedrijf een termijn, de zogenoemde begunstigingstermijn. Het uitgangspunt is dat de begunstigingstermijn zo kort als nodig is om de tekortkoming op te heffen. In de onderstaande tabel zijn de termijnen opgenomen die in beginsel worden aangehouden.
Type overtreding
Afweging
Termijn
Administratieve overtreding
-
Maximaal 4 weken
Ontbreken van technische voorziening, keuring of onderzoek
Is er sprake van gevaar, verhoogd risico of gegronde klachten?
Ja
Niet langer dan nodig is om de tekortkoming op te heffen.
Nee
Maximaal 8 weken
Gedragsovertreding
-
Zo spoedig mogelijk / Per direct
Bijzondere omstandigheden kunnen, mits gemotiveerd, leiden tot een langere begunstigingstermijn. Zo zullen agrarische bedrijven bij administratieve overtredingen – vanwege een andere bedrijfsvoering op dat gebied dan bij reguliere bedrijven – doorgaans een begunstigingstermijn hebben van acht weken.
Bijlage 6 Stappenplan sanctiestrategie
Figuur : de interventiematrix
Om tot een passende interventie te kunnen komen en in vergelijkbare situaties steeds vergelijkbare keuzes te maken, bevat de Landelijke Handhavingstrategie een stappenplan. In hoofdstuk 3 van de strategie is het stappenplan uitgewerkt. Hieronder worden de stappen kort benoemd en toegelicht.
Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix
Gestart wordt met het ‘taxeren’ van de bevinding en het plaatsen van die bevinding in de zogenoemde interventiematrix (in voorgaande figuur ‘interventiematrix’). Afhankelijk van het gedrag van de overtreder en de (mogelijke) gevolgen van de overtreding wordt een licht, midden, of zwaar segment gekozen. Die keuze van een segment in de matrix vormt het startpunt van de keuze van de interventie.
Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten
Indien verzwarende aspecten een rol spelen bij de bevinding, kan dat een reden zijn om, naast bestuursrechtelijk, ook strafrechtelijk op te treden. Hoe meer verzwarend aspecten van toepassing zijn, des te groter de kans wordt dat ook het strafrechtelijke spoor wordt ingezet. Bij verzwarende omstandigheden moet onder andere worden gedacht aan:
•Verkregen financieel voordeel
•Status verdachte / voorbeeldfunctie
•Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect
•Combinatie met andere relevante delicten
•Medewerking van deskundige derden
•Normbevestiging
•Waarheidsvinding
Stap 3 – Noodzaak overleg politie/OM
Aan de hand van de uitkomsten van stap 1 en stap 2 bepaalt de ODMH of overleg tussen het openbaar bestuur en politie/OM nodig is. De bedoeling van een eventueel overleg is een weloverwogen inzet van het bestuursrecht en het strafrecht.
Stap 4 – Optreden met de interventiematrix
Aan de hand van het geselecteerde segment (stap 1) wordt een van de interventies gekozen (of een combinatie daarvan) die in dat segment zijn opgenomen (zie figuur ‘interventiematrix’). Daarbij wordt steeds gestart met de minst zware interventie, tenzij wordt gemotiveerd waarom een andere (combinatie van) interventie(s) in die concrete situatie beter past.
De handhavingsprocedure wordt pas beëindigd als sprake is van naleving. Indien naleving binnen de gestelde termijn uitblijft, wordt een zwaardere interventie toegepast.
Voor wat betreft de keuze van de termijnen – doorgaans begunstigingstermijnen genoemd – geldt het volgende:
•Bij overtreding van gedragsvoorschriften wordt geen of een zeer korte begunstigingstermijn gegeven.
•Bij andere overtredingen – bijvoorbeeld waar voorzieningen of installaties moeten worden aangepast en waarbij kosten zijn gemoeid – geldt dat naar mate naleving van de norm urgenter is (lees: grote milieurisico’s, gevaarlijke situaties) de termijn korter is.
Stap 5 – Vastlegging
De keuzes in de stappen 1 tot en met 4 dienen te worden vastgelegd. Voor de ODMH vindt registratie plaats in het registratiesysteem.
Bijlage 7 Toezicht op emissies
Soort emissie
Geluid
Periodiek toezicht
-Bij horecabedrijven wordt 4 á 5 keer per jaar een gebiedsgerichte controle uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
Klachten
-Bij geluidsklachten over bedrijven wordt een meting uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
-Bij klachten over laagfrequent geluid wordt een meting uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
Trillingen
Klachten
-Klachten op het gebied van trillingen komen zeer zelden voor. Indien een trilling onderzoek moet worden uitgevoerd, dan wordt daarvoor een extern bureau ingehuurd.
Licht
Klachten
-Het toezicht op de lichtemissies van bedrijven, met uitzondering van assimilatiebelichting vindt uitsluitend plaats naar aanleiding van klachten. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.
Periodiek toezicht
-Het toezicht op het gebruik van assimilatiebelichting wordt tijdens periodieke, gebiedsgerichte controles uitgevoerd.
Afvalwater
Klachten of vermoedens
-Bij klachten of vermoedens wordt aan een extern bureau de opdracht gegeven het afvalwater te bemonsteren en te analyseren. De ODMH bepaalt vooraf de parameters en de te contoleren lozingspunten.
Lucht
Periodiek toezicht
-De verplichting voor bedrijven om eenmalig of periodiek onderzoek te doen naar luchtemissies, is vastgelegd in AMvB’s en vergunningen. Bedrijven dienen zelf opdracht te geven aan een onderzoeksbureau dat daarvoor is gecertificeerd. Gedurende reguliere controles houdt de ODMH toezicht op die verplichting. Daarnaast beoordelen we de onderzoeksopzet en het onderzoeksrapport.
Bodem en grondwater
Periodiek toezicht
-De verplichting voor bedrijven om eenmalig of periodiek onderzoek te doen naar bodememissies, is vastgelegd in AMvB’s en vergunningen. Bedrijven dienen daartoe zelf opdracht te geven aan een onderzoekbureau dat daarvoor is gecertificeerd. Gedurende reguliere controles houden we toezicht op die verplichting. Daarnaast beoordeelt de ODMH ook de onderzoeksopzet en het onderzoeksrapport.
Calamiteiten
-Bij calamiteiten waarbij stoffen in de bodem of het grondwater zijn geraakt, wordt de veroorzaker, of anders de eigenaar van de grond, aangezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar de emissies. Het onderzoek wordt zo nodig afgedwongen door middel van een last onder bestuursdwang. Wordt niet aan de last voldaan, dan geeft de ODMH opdracht tot het uitvoeren een onderzoek en worden de kosten op de veroorzaker of eigenaar verhaald. Alle onderzoeken worden door gecertificeerde bureaus uitgevoerd.
Administratief
Aanleiding
Wijze van controleren
Integraal PRTR-verslag
Jaarlijks
-Bedrijven die onder de reikwijdte van de Europese PRTR-verordening (Pollutant Release and Transfer Register) moeten– onder andere – de emissies naar lucht, water en bodem registreren in een elektronisch milieujaarverslag (e-MJV). Het PRTR-deel van het e-MJV wordt door de ODMH beoordeeld.