Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda;
gelezen het voorstel van 31 maart 2026,
gelet op hoofdstuk 4, titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
besluit:
Vast te stellen de Beleidsregels kunst in de openbare ruimte Gouda 2026
Artikel 1 Begripsbepalingen
–Adviescommissie: een door de gemeente benoemde externe commissie van onafhankelijke deskundigen die adviezen verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders over de artistieke, kwalitatieve en technische aspecten van een projectvoorstel of kunstwerk en deze toetst aan het gemeentelijk collectieprofiel en het collectiebeleid.
–Collectiebeleid: het door de gemeente vastgestelde collectieplan Kunst in de openbare ruimte 2025-2033 “Kunst op de Kaart: Gouda’s route naar Behoud, Beheer en Beleving”.
–Collectieprofiel: het door de gemeente vastgestelde kader uit het beleidsplan voor kunst in de openbare ruimte 2025-2033 waarin de uitgangspunten en thematische richtlijnen voor de gemeentelijke kunstcollectie zijn opgenomen.
–Initiatiefnemer: een natuurlijke of rechtspersoon die een aanvraag indient voor de plaatsing van een kunstwerk in de openbare ruimte.
–Kunstwerk in de openbare ruimte: een door een kunstenaar vervaardigd object met een inhoudelijke, artistieke of cultuurhistorische waarde, bestemd voor plaatsing in de openbare ruimte.
–Openbare ruimte: alle voor het publiek toegankelijke plaatsen binnen de gemeente.
Artikel 2 Indienen verzoek plaatsing kunstwerk
1Initiatiefnemer dient een schriftelijk verzoek tot plaatsing van een kunstwerk in de openbare ruimte of anderszins op gemeentelijk eigendom in bij het college.
2Het verzoek is voorzien van een projectplan, een artistiek concept, technische specificaties, planning en een sluitende en gespecificeerde begroting. Een checklist met details van de vereisten waarmee een aanvrager rekening mee dient te houden staat op Gouda.nl.
3Indien burgemeester en wethouders instemmen met het verzoek vraagt de initiatiefnemer een omgevingsvergunning aan voor de plaatsing van het kunstwerk.
Artikel 3 Beoordelingscriteria
Burgemeester en wethouders stemmen in met het verzoek genoemd in artikel 2 indien het kunstwerk:
a.Aansluit bij het gewenste collectieprofiel zoals vastgelegd in het gemeentelijke collectieprofiel en het collectiebeleid;
b.van overtuigende inhoudelijke, artistieke en/of cultuurhistorische meerwaarde en kwaliteit is voor de openbare ruimte;
c.in voldoende mate bijdraagt aan de gewenste ontwikkeling van de gemeentelijke kunstcollectie;
d.niet in strijd is met de goede zeden en de openbare orde en veiligheid, en er voldoende draagvlak is bij omwonenden en eventuele overige belanghebbenden, en;
e.voldoet aan de technische voorwaarden voor plaatsing als genoemd in artikel 4.
Artikel 4 Technische voorwaarden voor plaatsing
1De aanleg, constructie en aanwezigheid van de kunstuiting mag geen schade opleveren aan de openbare ruimte en geen gevaar opleveren voor het veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte.
2De kunstuiting dient nagelvast aan de ondergrond te worden bevestigd, zodat verplaatsen, omvallen of omduwen niet mogelijk is.
3De kunstuiting is vandalismebestendig waardoor beschadiging zoveel mogelijk voorkomen kan worden en/of graffiti eenvoudig te verwijderen is.
4De kunstuiting is zoveel mogelijk vervaardigd uit onderhoudsarme materialen die bestand zijn tegen weersinvloeden.
5De kunstuiting moet goed bereikbaar zijn voor onderhoud en mag geen belemmering vormen voor het beheer van openbaar groen en van omliggende objecten en voorzieningen. Ook mag het niet in de weg staan voor hulpdiensten.
Artikel 5 Adviescommissie
1Een adviescommissie wordt, in gevallen waar dit opportuun wordt geacht, per project samengesteld en door het college benoemd.
2Burgemeester en wethouders kunnen advies inwinnen bij een adviescommissie over een aanvraag voor een nieuw kunstwerk en de artistieke waarde hiervan, de evaluatie van een kunstwerk, het afstoten van een kunstwerk of wanneer zij dit nodig achten.
3Een adviescommissie bestaat uit leden die onafhankelijk zijn van instellingen en organisaties van wie zij de initiatieven beoordelen. Bij de samenstelling van een adviescommissie wordt ernaar gestreefd dat de gezamenlijke deskundigheid van de leden zoveel mogelijk het gehele advies terrein bestrijkt en daarbinnen zo evenwichtig mogelijk verdeeld is.
Artikel 6 Kosten plaatsing nieuwe kunst
1Initiatiefnemer betaalt de vervaardigings- en plaatsingskosten, inclusief de kosten voor onderzoeken en vergunningen.
2In beginsel wordt er geen gemeentelijke subsidie beschikbaar gesteld voor nieuwe kunst in de openbare ruimte.
3Burgemeester en wethouders kunnen van het tweede lid afwijken indien het initiatief deel uitmaakt van een gemeentelijk (totaal)project gericht op verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte en/of erop gericht is de betrokkenheid van inwoners bij kunst in de openbare ruimte te stimuleren.
Artikel 7 Onderhoud
1Vanaf het moment van plaatsing is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de kosten van onderhoud en het (laten) uitvoeren hiervan voor een periode van tien jaar.
2Onder onderhoud wordt verstaan het in stand houden van het kunstwerk zoals oorspronkelijk bedoeld, conform het bij plaatsing afgesproken onderhoudsniveau.
3De initiatiefnemer kan burgemeester en wethouders schriftelijk verzoeken dat de gemeente het kunstwerk onderhoudt. Indien burgemeester en wethouders daarop positief beslissen, zal de initiatiefnemer eenmalig een vergoeding aan de gemeente verschuldigd zijn, gelijk aan het bedrag voor de kosten voor onderhoud voor een periode van tien jaar.
4De hoogte van de vergoeding genoemd in het derde lid wordt bepaald na onderzoek en advies van een deskundige.
5Burgemeester en wethouders wijst een verzoek als genoemd in het derde lid af indien:
a.onzekerheid bestaat over de toekomstige locatie, instandhouding of fysieke context van het kunstwerk, bijvoorbeeld vanwege herinrichting, sloop of gebiedsontwikkeling;
b.voor het beheer en onderhoud aantoonbaar alternatieve, niet-gemeentelijke afspraken of voorzieningen zijn getroffen;
c.beheer en behoud technisch, veiligheidskundig of organisatorisch niet redelijk uitvoerbaar zijn.
6Burgemeester en wethouders kunnen van het eerste lid afwijken en zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de kosten en uitvoering indien het initiatief deel uitmaakt van een gemeentelijk (totaal)project gericht op verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte en/of erop gericht is de betrokkenheid van inwoners bij kunst in de openbare ruimte te stimuleren.
Artikel 8 Overeenkomst, plaatsingsduur en evaluatie van kunstwerken
1Met het oog op de kosten van vervaardiging, (ver)plaatsing, eigendom, onderhoud, schenking, plaatsingsduur en auteursrechten zal een overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente Gouda worden gesloten.
2Het uitgangspunt is dat het kunstwerk wordt geplaatst voor een periode van tien jaar.
3Na afloop van de overeengekomen periode wordt een evaluatie uitgevoerd, waarbij wordt beoordeeld of het kunstwerk wordt behouden, verplaatst of verwijderd. De aard van het kunstwerk, de locatie, de artistieke of cultuurhistorische waarde, de onderhoudsstatus en de kosten van onderhoud kunnen daarbij onder meer een rol spelen.
4Burgemeester en wethouders kunnen bij de evaluatie advies inwinnen bij een adviescommissie als genoemd in artikel 5.
Artikel 9 Waarborgen kwaliteit openbare ruimte
Burgemeester en wethouders behouden zich het recht voor om een kunstwerk te verwijderen of te verplaatsen indien door omstandigheden de onderhoudskosten voor het kunstwerk te hoog worden, de grond voor andere doeleinden nodig is of het kunstwerk niet meer of onvoldoende bijdraagt aan het gemeentelijk collectieprofiel en/of collectiebeleid of anderszins, met als doel de kwaliteit en de veiligheid van de openbare ruimte te kunnen waarborgen.
Artikel 10 Intrekking oude beleidsregels
De Beleidsregels Kunst in de openbare ruimte Gouda 2017 worden ingetrokken.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 12 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels kunst in de openbare ruimte Gouda 2026.