Aanhef
De raad van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van 21 februari 2023,
gelet op artikel 149 en 229 van de Gemeentewet en de artikelen 2.1 en 2.2, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
besluit:
1Tot het vaststellen van de Nota van beantwoording zienswijzen-ambtshalve wijzigingen en het Beleidskader Deelvervoer.
MANAGEMENTSAMENVATTING
Gouda zet zich in om de stad aantrekkelijker, leefbaarder, gezonder duurzamer en bereikbaarder te maken. De stad blijft doorgroeien. Met deze groei ontstaan er een aantal grote uitdagingen en kansen \ op het gebied van duurzame mobiliteit.
Deelvervoer is een belangrijke schakel in de oplossingen voor de uitdagingen waar Gouda voor staat. Daarom is de ambitie (o.a. in het Verkeerscirculatieplan opgenomen) om deelvervoer te stimuleren. Tegelijkertijd zien we de vraag en het aanbod van deelvervoer langzaam groeien. Om er voor te zorgen dat deelvervoer altijd op een goede manier in de stad past, is er steeds meer de behoefte om deelvervoer te reguleren. Er is tot nu toe echter nog geen beleid of juridische basis om deelvervoer te kunnen reguleren.
Het doel van dit beleidskader is om de aanpak van deelvervoer die het beste bij Gouda past te onderbouwen. De bijbehorende aanpassingen aan de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFLO) en de Algemeen
Plaatselijke Verordening (APV) maken het mogelijk om deelvervoer gereguleerd in Gouda te organiseren. Met dit beleidskader worden de belangrijkste uitgangspunten en keuzes geformuleerd, die verder uitgewerkt worden in een vergunningsstelsel en een Actieplan Deelvervoer.
In dit beleidskader wordt allereerst uitgelegd wat deelvervoer is en wat voor concepten er zijn. In dit document worden de keuzes voor Gouda en de uitgangspunten per type deelvervoer (deelauto, -fiets, -scooter, -bakfiets) uitgewerkt. De belangrijkste keuzes en uitgangspunten zijn:
•In het algemeen wil Gouda deelvervoer pro-actief stimuleren door het aanbod te vergroten en barrières weg te nemen.
•Deelauto’s zien we als het beste middel om autobezit te verlagen in de stad. Ze zijn al gereguleerd en hebben nu vooral proactieve stimuleringen nodig; een duidelijkere rol binnen gebiedsontwikkelingen, deelauto’s als vast onderdeel van vernieuwde straatontwerpen, proactieve laadpaal-realisatie, promotie, ondersteuning van coöperatief autodelen en betere clustering van het aanbod.
•Deelfietsen zien we als de vorm van deeltweewielers die het beste passen bij de compacte stad die Gouda is. Onder strikte voorwaarden laten we twee partijen toe met elk maximaal 100 deelfietsen om bij te dragen aan actieve mobiliteit en het OV-netwerk te versterken. Om overlast te voorkomen mogen deeltweewielers rondom het station en de binnenstad alleen geparkeerd worden op door ons gekozen plekken (‘hubs’).
•Deelbakfietsen zien we als kansrijk om autobezit en -gebruik in dichtbebouwde wijken met veel gezinnen te verminderen. Door de grotere ruimtelijke impact staan we via een vergunning 10 zorgvuldig gekozen locaties toe, met mogelijkheid om uit te breiden tot 25.
•Deelscooters zien we voornamelijk als een kansrijke vervanger van regionale autoritten. Voor ritten binnen Gouda is er de deelfiets. We gaan daarom pas met deelscooters aan de slag wanneer we afspraken hebben gemaakt met de omliggende gemeentes. Vanwege de potentiële overlast beperken we het aantal voertuigen, dwingen we af dat er wordt gestart met een kleiner aantal voertuigen, werken we nauw samen met handhaving en richtten we specifieke plekken in waar deelvoertuigen geparkeerd mogen worden.
3. Beleidskader
3.2. Deeltweewielers
3.2.1. Deelfietsen
Voor deelfietsen is een extra beleidskeuze gemaakt die geldt bovenop de hiervoor genoemde keuzes voor deeltweewielers. Dit geldt niet voor deelscooters en deelbakfietsen.
Beleidskeuze 11: De gemeente faciliteert in de binnenstad en bij scholen exclusieve deelfietslocaties om actieve mobiliteit te stimuleren.
Om de deelfiets aantrekkelijker te maken dan de deelscooter, zet Gouda in op specifieke parkeervoorzieningen voor deelfietsen die niet toegankelijk zijn voor deelscooters. Dit geldt in ieder geval voor de binnenstad, waar twee à drie parkeerlocaties gefaciliteerd worden exclusief voor deelfietsen. Deze locaties liggen dichterbij aantrekkelijke bestemmingen.
Ook wordt de samenwerking gezocht met scholen en onderwijslocaties die per OV moeilijk te bereiken zijn. Omdat voor een deelscooter een rijbewijs nodig is en voor een deelfiets niet, liggen daar kansen om actieve mobiliteit te stimuleren en scooterbezit te voorkomen.
3.2.2. Deelscooters
Voor deelscooters zijn specifieke keuzes gemaakt die gelden bovenop de hiervoor genoemde keuzes voor deeltweewielers. Deze gelden niet voor deelfietsen en deelbakfietsen.
Beleidskeuze 12: 1 jaar na de datum van vergunningverlening wordt het aanbod elektrische deelscooters geëvalueerd.
Aangezien het aanbieden van deeltweewielers een nieuw proces is, wordt een jaar na de ingang van de vergunningen geëvalueerd. De tussentijdse evaluatie worden gebruikt om uitdagingen in het huidige vergunningstraject bij te schaven, waarbij ervoor scooters extra aandacht nodig is voor de overlast. Bij een positieve evaluatie (met belangrijkste KPI: gebruik per voertuig, dekkingsgraad en minimale overlast) is het mogelijk om het aantal voertuigen uit te breiden.
Beleidskeuze 13: Scooters mogen niet geparkeerd worden in en rond de binnenstad, tenzij de gemeente daar specifieke locaties voor inricht.
Ook bij deelscooters wordt gebruik gemaakt van digitaal afgebakende zones om op de drukste locaties overlast te voorkomen. Om de bereikbaarheid en leefbaarheid van de binnenstad te borgen, worden scooters zo veel mogelijk geweerd uit de binnenstad. Omdat de binnenstad ook met deelscooters een populaire bestemming zal zijn, faciliteert de gemeente voldoende fysieke parkeerlocaties langs of op de Singel.
Beleidskeuze 14: 45 km/uur deelscooters worden toegestaan.
De gemeente Gouda wil haar gemeente zo bereikbaar mogelijk maken. Door ook deelscooters te faciliteren die 45 km/uur rijden kunnen grotere afstanden worden bereikt en komen de deelscooters beter tot hun recht. Echter is het niet wenselijk om alleen 45 km/uur deelscooters aan te bieden, door het snelheidsverschil tussen andere wegdeelnemers. De gemeente zoekt samen met de deelscooteraanbieder naar de juiste balans tussen 25 km/uur snorfietsen en 45 km/uur bromfietsen.
3.2.3. Deelbakfietsen
Beleidskeuze 15: Er worden 10 locaties aangewezen waar deelbakfietsen gestart kan worden. Bij intensief gebruik kan worden opgeschaald tot 25 deelbakfietsen.
Bij de locaties wordt rekening gehouden met de robuustheid van een netwerk. De plekken zijn op loopafstand van elkaar, zodat de gebruiker er meer op kan vertrouwen. Het aanwijzen van de plekken gebeurt op basis van data-analyse ten aanzien van gebruikers en maatschappelijke opgave (bijv. parkeerdruk) in combinatie met inspraak vanuit handhaving.
Beleidskeuze 16: De vergunning voor deelbakfietsenworden toegewezen op basis van het ‘first come, first served’ principe
Gezien de marktomstandigheden is het uitdagend om een kwalitatieve selectie toe te passen. De eerste deelbakfietsvergunning wordt een ‘first come, first served’ principe toegepast, op basis van de door de gemeente vastgestelde kwaliteitseisen.
3.3. Deelauto’s
3.3.1. Standplaatsgebonden deelauto’s
Beleidskeuze 17: Standplaatsgebonden deelauto’s worden proactief gefaciliteerd, door een locatie-plan op te stellen voor de buurten met de hoogste parkeerdruk en stedelijke dichtheid.
Standplaatsgebonden deelauto’s bieden twee belangrijke voordelen voor bewoners; het altijd kunnen laden van de auto, waardoor de drempel om (elektrisch) te autodelen sterk verlaagd wordt, en het altijd kunnen parkeren van de auto. Deze voordelen zijn groter naar mate de stedelijke dichtheid hoger is. De uitdagingen voor de locatiekeuze nemen echter ook toe naarmate de stedelijke dichtheid groter is. Gouda kiest er daarom voor om proactief locaties uit te zoeken in de wijken met de hoogste parkeerdruk en stedelijkheid. Middels een verkeersbesluit kunnen deze plekken (in de toekomst) worden gereserveerd voor het aanbieden van deelauto’s.
Beleidskeuze 18: Bij de herinrichting van straten in de buurten uit het locatie-plan worden standplaatsgebonden (elektrische) deelauto’s vast onderdeel van het vernieuwde straatontwerp
Wanneer straten opnieuw worden ingericht, is het belangrijk om de mogelijkheden te verkennen van het reduceren van parkeerplaatsen. Worden standplaatsgebonden deelauto’s gelijk in het nieuwe ontwerp meegenomen, dan vergroot dat het draagvlak voor een reductie in parkeerplaatsen. Vooral bij de herinrichting van de binnenstad is dit belangrijk.
Beleidskeuze 19: Aanbieders worden gestimuleerd om deelautovergunningen in tweetallen op de markt te zetten en op huidige locaties uit te breiden naar twee locaties.
Bewoners kunnen pas hun eigen auto wegdoen of geen aanschaffen wanneer ze vertrouwen hebben in de beschikbaarheid van deelauto’s. Het is daarbij essentieel dat er meerdere deelauto’s op loopafstand van elkaar staan – is de deelauto in de eigen straat niet beschikbaar, dan is er altijd een ‘plan B’. Uit data-analyses in andere steden blijkt dat het gebruik van deelauto’s tot wel 40% hoger ligt wanneer een tweede deelauto op loopafstand is. Ook worden deelauto’s vaker gebruikt voor langere ritten wanneer dit het geval is. Op dit moment is er in veel wijken in Gouda maar één deelauto beschikbaar, zonder tweede optie in de buurt is. De beste manier om de situatie te verbeteren, is om standplaatsen niet als losse plekken in te richten maar als dubbele plekken en op centrale plaatsen uit te bouwen tot mobiliteitshubs. Ook voor de transitie naar elektrische deelauto’s is dit beter, omdat er dan met één laadpaal gelijk twee deelauto’s bediend kunnen worden.
3.3.2. Zone-gebaseerde deelauto’s
Beleidskeuze 20: Wanneer een vergunning wordt afgegeven voor een zone-gebaseerde deelauto, dan verkent de gemeente proactief of er een extra laadpaal geplaatst kan worden in die wijk.
Sommige deelauto-aanbieders werken niet met vaste standplaatsen, maar met zones waarbinnen de deelauto geparkeerd mag worden. De zone wordt in gereguleerd gebied vrijwel altijd bepaald door de parkeerzones, omdat de benodigde parkeervergunning dan ook voor die parkeerzone geldt. In Gouda is de autodatevergunning beschikbaar voor alle parkeerzones en kan de aanbieder zelf een zone afstemmen. Het voordeel van zone-gebaseerde deelauto’s, is dat er geen fysieke maatregelen nodig zijn om ze te faciliteren. Zone-gebaseerde deelauto’s werken vooral goed wijken waar de parkeerdruk niet te hoog is en er voldoende laadpalen zijn.
De vraag naar laadpalen zal toenemen. Doordat in de laadpaal-concessie opgenomen is dat er laadpalen bijgeplaatst mogen worden bij toegenomen gebruik, is dit een probleem dat zichzelf deels oplost. Deelauto’s staan soms langer aan de laadpaal dan reguliere auto’s. Laadpaalkleven kan een vorm van overlast zijn. Veel aanbieders hebben echter initiatieven om laadpaalkleven te voorkomen zoals het belonen van verplaatsing indien voertuig volledig geladen. Het is daarom wenselijk om, bij het afgeven van een vergunning voor een zone-gebaseerde deelauto, ook proactief de laadinfra te plaatsen.
Voor standplaats gebonden en zonefloating deelauto’s gelden dezelfde beleidskeuzes:
•De voorwaarden voor het aanbieden van deelauto’s zijn opgenomen in het huidige parkeerbeleid.
•De plekken worden verdeeld op basis van het ‘first come, first served’ principe.
•De deelauto’s krijgen automatisch een vergunning toegekend met de geldigheid voor vier jaar. Voor deelauto’s is een vergunningstermijn van vier jaar wenselijk om een aanbieder de kans te bieden een businesscase te ontwikkelen. Aangezien de markt nog sterk ontwikkelt, is het wenselijk om elke paar jaar bij te kunnen sturen op de vergunningen.
•De parkeervergunningen die zijn en worden verstrekt aan aanbieders vóór en in 2023 zijn per locatie geldig tot 2027.
3.3.3. Freefloating deelauto’s
Beleidskeuze 21: Gemeente Gouda wacht de resultaten van de SHPV-pilot voor freefloating deelauto’s van voordat de gemeente freefloating deelauto’s gaat vergunnen.
In Rotterdam, Den Haag en Amsterdam zijn freefloating deelauto’s uitgerold in de vorm van een pilot en positief ontvangen. De auto’s kunnen tussen deze steden rijden en op elke plek geparkeerd worden. Freefloating deelautosystemen werken met gemeente brede parkeervergunningen en servicegebieden. De gemeente ziet freefloating deelauto’s als een kansrijke aanvulling op het deelauto-aanbod in Gouda. Om het aanbod zo optimaal in te passen, wil gemeente Gouda wacht gemeente Gouda de resultaten af van de Freefloating deelauto pilot die wordt uitgevoerd door de landelijke organisatie Servicehuis Parkeren en Verblijfrechten (SHPV-pilot). Indien de SHVP-pilot resulteert in positieve resultaten inclusief de mogelijkheid tot een nationaal vergunningsstelsel, wil gemeente Gouda freefloating deelauto’s als pilot in de gemeente toelaten. In principe is de basis hiervoor gelegd in de huidige autodatevergunning die geldt in alle zones. Een aanvullende vergunning is echter wenselijk om in een freefloating vergunning een plafondaantal voertuigen en aanbieders te reguleren. Na één jaar wordt geëvalueerd hoe freefloating deelauto’s functioneren in Gouda en of het plafond kan worden opgeschaald.
Aanvullend een pilot gelden de volgende beleidskeuzes:
•Aanbieders kunnen een aanvraag indienen om een vergunning voor freefloating deelauto’s te krijgen. Hiervoor wordt gewerkt op een first come, first served’ basis.
•Wanneer de freefloating deelauto’s tussen meerdere steden kunnen worden uitgewisseld, is de aanbieder verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de gemeente over de registratie van parkeeracties indien de deelauto zich in gereguleerd gebied bevindt.
•Het uitgangspunt is dat het huidige gereguleerde parkeergebied als servicegebied wordt ingesteld. Een eventuele uitbreiding van het servicegebied voor de stadsbrede vergunning wordt gekoppeld aan uitbreiding van het gereguleerde parkeergebied.
•Met de aanbieders worden afspraken gemaakt over de monitoring van het aantal deelauto’s in het Goudse servicegebied. Er mogen maximaal 10 deelauto’s op eenzelfde moment worden geparkeerd. Als buffer dient de aanbieder gebruik te maken van particuliere hubs.
•Met de aanbieder(s) worden afspraken gemaakt over de druk van elektrische deelauto’s op de laadpalen in de omgeving. Laadpaalkleven moet worden voorkomen. De regels opgenomen Kader voor de plaatsing van openbare laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen (Gouda, 2020) dienen gevolgd te worden.
3.3.4. Coöperatieve deelauto’s
Beleidskeuze 22: Bewoners die op eigen initiatief een deelauto in eigen beheer willen starten komen ook in aanmerking voor een standplaats. De voorwaarde is dat de parkeerdruk in de straat gelijk blijft en er dus geen ‘extra’ auto bij komt.
De gemeente Gouda staat positief tegenover particulieren die samen met hun omgeving of gemeenschap willen gaan autodelen. De gemeente wil naast professionele aanbieders ook bewoners faciliteren die met hun straat of buurt in eigen beheer auto’s willen delen. Daarbij is het wel noodzakelijk dat de bewoners zich organiseren bij de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik (VGA) of een andere vergelijkbare (deel)vervoercoöperatie. De gemeente kijkt naar mogelijkheden binnen het parkeerbeleid om ook deze deelauto’s te stimuleren. De daadwerkelijke uitwerking vind plaats in het Actieplan Deelvervoer.
Bijlage 1: Deelsystemen
Er bestaan verschillende systemen waarin deelvervoer kan worden aangeboden. Het deelsysteem bepaalt of de deelauto, -fiets of -scooter naar dezelfde locatie moet worden teruggebracht, of ergens anders kan worden achtergelaten. We onderscheiden drie hoofdssystemen: free-floating, back-to-one en back-to-many. Per systeem bestaan er nog sub-varianten (afbeelding 1). In deze bijlage worden de verschillende systemen toegelicht, zodat in de volgende hoofdstukken helder is wat deze systemen inhouden.
Afbeelding 4: Schematisch overzicht van de verschillende deelsystemen
Freefloating
Bij ‘freefloating’ kunnen de voertuigen binnen een afgebakend gebied overal worden ontgrendeld en overal worden achtergelaten. Er hoeven dus geen parkeerplekken voor de voertuigen worden geserveerd. De deel-escooters werken op deze wijze en in Amsterdam en Rotterdam zijn ook freefloating (mono-city/one city) deelauto’s actief.
In het geval van mono-city/one city is het afgebakende gebied één stad. Bij multi-city kunnen de voertuigen in meerdere steden worden opgepikt en achtergelaten. Sinds juni 2020 kunnen de deelauto’s van Sixt Share in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam worden achtergelaten. Sixt Share is daarmee de eerste aanbieder die de auto’s via het multi-city freefloating systeem aanbiedt.
Freefloating geeft de gebruiker de meeste vrijheid. Bovendien is het voordeel dat de gemeente zelf geen faciliteiten hoeft aan te bieden. Het nadeel is dat de voertuigen overal achtergelaten kunnen worden en dus tot ‘vervuiling’ van het straatbeeld kan leiden. Om te voorkomen dat de voertuigen op ongewenste locaties (bijvoorbeeld winkelstraten of parken) worden achtergelaten, kunnen deze locaties via geo-fencing worden uitgesloten. Het is dan via de gebruiksvoorwaarden niet mogelijk om op die plek te parkeren. Bovendien geldt voor elektrische deelauto’s de randvoorwaarde dat er voldoende laadpalen in het gebied aanwezig zijn om te garanderen dat de auto’s weer opgeladen kunnen worden.
Voorbeelden: Felyx, Check, GO Sharing (e-scooter), ShareNow (deelauto) en Sixt Share (deelauto), Baqme (deelbakfietsen).
Back-to-many
Bij ‘back-to-many’ kunnen de voertuigen op meerdere specifieke locaties worden opgehaald en achtergelaten, waardoor een enkele rit (one-way) mogelijk is. In tegenstelling tot freefloating zijn er specifieke plekken aangewezen waar de voertuigen kunnen worden geparkeerd.
In het geval van multi-city/inter-hub kunnen de voertuigen ook in andere steden/gemeenten worden opgepikt en achtergelaten. Dit is bijvoorbeeld de eHubs het geval. Een andere vorm is ‘station based’, waarbij de voertuigen alleen binnen dezelfde stad kunnen worden opgepikt en achtergelaten bij de aangegeven parkeerplekken. Deze variant komt met name voor bij deelfietsen. Oorspronkelijk wordt dit systeem uitgevoerd met speciale fietsrekken door de hele stad, maar tegenwoordig worden de parkeerplekken ook enkel door middel van geo-fencing afgebakend.
Het voordeel van dit systeem is dat het parkeren beter kan worden gereguleerd, maar dat de gebruiker nog steeds veel vrijheid heeft. Een nadeel is dat de ruimtelijke capaciteit op piekmomenten berekend moet zijn en dat de gebruiker geen ultieme deur-tot-deur oplossing heeft. Ook is het nadeel is dat er voor alle deelauto’s een parkeervergunning/ontheffing nodig is. Vooral voor de deelauto’s die door het multi-city/inter-hub systeem tussen meerdere steden worden uitgewisseld is dit een uitdaging, waar momenteel aan wordt gewerkt.
Voorbeeld ‘multi-city/inter-hub’: Amber (deelauto)
Voorbeeld ‘mono-city’: HTM Bike (deelfiets), Donkey Republic (deelfiets)
Back-to-one
Bij het back-to-one systeem dient het voertuig altijd op dezelfde locatie teruggebracht te worden. In het geval van ‘station based’ (ook wel standplaats gebonden genoemd), moet het voertuig altijd naar dezelfde plek worden teruggebracht. Bij deelauto’s gaat het dan om een gereserveerde parkeerplek. Deelfietsen kunnen bij één punt worden opgehaald en ingeleverd en voor deelbakfietsen kan bijvoorbeeld een stuk stoep worden afgekaderd. Voor ‘zone based’ geldt dat er geen specifieke plek gereserveerd is, maar een (digitaal) afgebakend gebied. Dit systeem wordt met name voor deelauto’s ingezet.
Het voordeel van ‘back-to-one’ is de ruimtelijke overzichtelijkheid. Omdat het voertuig altijd naar dezelfde plek moet worden teruggebracht, beperkt het de gebruiker echter wel in de vrijheid.
Voor de ‘station based’ variant wordt er ruimte gereserveerd, wat zowel voor de gebruiker als vanuit het ruimtelijke perspectief duidelijkheid geeft. Het nadeel is dat hierdoor dubbelgebruik van de ruimte niet mogelijk is. Wanneer het voertuig in gebruik is, kan er geen ander voertuig parkeren.
Wat dat betreft beidt ‘zone based’ het voordeel dat er geen specifieke parkeerplek dient te worden afgekruist. Het nadeel is daarentegen dat de gebruiker niet altijd exact weet waar de auto zich bevindt. (Dit is echter wel zichtbaar op de app). Bovendien is er bij het retourneren geen parkeerplek gegarandeerd. Ook geldt voor elektrische deelauto’s de randvoorwaarde dat er voldoende laadpalen in de zone aanwezig zijn om te garanderen dat de auto’s weer opgeladen kunnen worden.
Voorbeelden ‘station based’: Greenwheels (deelauto), MyWheels (deelauto), OV-fiets (deelfiets), Cargaroo (deelbakfietsen), We Drive Solar (deelauto), OnzeAuto (deelauto, in besloten kring). Voorbeelden ‘zone based’: MyWheels (deelauto).
Bijlage 2: Begrippenlijst
APV en VFLO
Algemene Plaatselijke Verordening en Verordening Fysieke Leefomgeving: gemeentelijke regels die gaan over de fysieke leefomgeving
Beleidskader Deelvervoer
Spelregels voor deelvervoer aanbieders in de gemeente Gouda
CROW
Een onafhankelijk kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.
Deelvervoer
Deelvervoer betekent het delen van transportmiddelen tussen gebruikers, dan wel tegelijk of na elkaar. Deelvervoer biedt gebruikers op korte termijn toegang tot een van de vervoersmiddelen wanneer dat voor de gebruiker nodig is
Deelvervoersconcept
Het product/service die een deelvervoersaanbieder aanbiedt
Deelsystemen
Vormen van deelvervoer
Deeltweewielers
Deelfietsen, deelscooters en deelsteppen (nog niet toegestaan in Nederland)
Duurzame bereikbaarheid
Bereikbaarheid die langdurig wordt aangeboden
Duurzame mobiliteit
Transportmiddelen die geen directe uitstoot hebben van schadelijke- of klimaatgassen, bijvoorbeeld elektrische auto's of fietsen
Fietsersbond
Belangenvereniging die opkomt voor de belangen van de fietser
Infrastructurele capaciteit voor extra autoverkeersbewegingen
De capaciteit die de infrastructuur heeft voor het opvangen van extra verkeer
KPI
Kritieke prestatie indicatoren
Ketenmobiliteit
De keten van verschillende vormen van transport die gebuikt wordt voor het afleggen van een reis
Laadpaal-concessie
Contract dat de gemeente heeft afgesloten met een marktpartij voor het leveren van laadpalen in de openbare ruimte
‘Last mile’ van
De laatste nog af te leggen afstand tussen de halte van het openbaar vervoer en de bestemming
Mobiliteitshubs
Locaties in de gemeente waar meerdere vormen van deelvervoer worden aangeboden en ingeleverd kunnen worden
Mobiliteitsoplossing
Oplossing in de vorm van een aanbod voor de vraag naar transport (mobiliteit)
Mobiliteitssysteem
Een samenhangend systeem bestaande uit verschillende vormen van mobiliteit die het mogelijk maakt om een reis te maken van A naar B
Mobility as a Service
Een vervoersmiddel dat je niet bezit maar als service afneemt
Ov-knooppunt
Een knooppunt waar meerdere vormen van Openbaar Vervoer samenkomen
OV-netwerk
Een netwerk van openbaar vervoer waarin bestaande uit verschillende vormen van mobiliteit zoals de bus en trein
Parkeereis
Een eis die het aantal parkeerplaatsen voorschrijft bij een functie van een gebouw
Plaatsingsplan
Een plan voor het uitrollen en plaatsen van deelvervoer in de gemeente
Verkeerscirculatieplan
Een gemeentelijk plan voor de bereikbaarheid en de doorstroming van het verkeer in de stad
Bijlage 3: Beleidsanalyse
Gemeentelijk beleid
Gemeente Gouda heeft in 2022 haar omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie omschrijft de ambities omtrent de ruimtelijke ontwikkeling van Gouda. Duurzame en actieve mobiliteit is hierbij ook een van de grote thema’s. Er dient te worden ingezet op goede regionale en (inter)nationale fietsverbindingen. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat gemeente Gouda zich de aankomende jaren wil inzetten voor een compacte, complete, strategisch bereikbare en groene stad. De regio- en centrumfunctie van Gouda dient behouden te blijven, met goede verbindingen naar omliggende steden. Gezonde mobiliteit staat centraal met een focus op de fiets. Daarnaast is ook de verduurzaming van mobiliteit een thema waar in Gouda de aankomende jaren aandacht aan wordt besteed, waaronder de elektrificatie van het wagenpark. Voor gebiedsontwikkeling geldt Stappen, Trappen, OV, Maas en de Privé auto (STOMP) als uitgangsprincipe voor de ontwikkeling van nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals de Spoorzone. Daarnaast wil de gemeente Gouda zichzelf ontwikkelen als regionale OV-hub. In de omgevingsvisie staat benoemd dat deelvervoer gestimuleerd dient te worden, in verschillende vormen.
In 2017 is het mobiliteitsplan gemaakt voor de periode 2017-2026. Het mobiliteitsplan omvat een uitwerking van de te behalen ambities op het gebied van mobiliteit. Gouda heeft een compact centrum, met gedifferentieerde wijken. De ambitie is om mobiliteit in Gouda integraal te benaderen, in samenwerking met andere beleidsdomeinen. Bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid staan centraal. Het stimuleren van de deeleconomie is ook een van de aandachtspunten. Hierbij gaat het ook om een verdelingsvraagstuk: hoeveel deelauto’s zijn waar nodig zijn. Om parkeren en de leefbaarheid te waarborgen wordt gekeken hoe het gebruik van deelauto’s gestimuleerd kunnen worden. Voor deelvervoer zijn acties nodig om de vraag naar parkeren te verminderen en autodelen te promoten.
Andere ambities zijn om het OV-netwerk uit te breiden (nieuwe stations) en te verbeteren (hogere frequentie van bestaande lijnen). De concrete opgave is om een aangename fietsstad te creëren/behouden met de fiets als belangrijk vervoersmiddel. Daarnaast is het waarborgen van een goede afwikkeling voor gemotoriseerd vervoer en minder gemotoriseerd verkeer in de binnenstad wenselijk. In eerste instantie focust de gemeente zich op beter benutten van bestaande infrastructuur.
Als nadere uitwerking van het mobiliteitsplan is in 2021 het verkeerscirculatieplan vastgesteld. Het verkeerscirculatieplan draagt bij aan de bredere ambitie om Gouda Aantrekkelijker, Leefbaarder, Gezonder, Duurzamer en Beter Bereikbaar te maken. Het verkeerscirculatieplan richt zich in de uitwerking op het verbeteren van verkeersveiligheid, het inrichten van 30 km/uur, maar ook bereikbaarheid waarborgen. Er moet ruimte blijven voor iedereen in Gouda. In het verkeerscirculatieplan staan de voetganger en fietser centraal met als doel het verbeteren van de verbindingen voor deze verkeersdeelnemers. Zo worden stadse fietsverbindingen logisch aangesloten op doorfietsroutes. De auto wordt langs de randen van de stad gebundeld. Deelvervoer en OV komen samen op OV-knooppunten waar hoogwaardige verbindingen langs lopen. Ook wil de gemeente bij parkeergarages deelvervoersvoorzieningen aanbieden zoals Park + Bike. De gemeente ziet vier categorieën mobiliteitshubs waar deelvervoer kan worden aangeboden: grote transferhubs, kleine transferhubs, wijkhubs en fietsenstallingen.
Het verkeerscirculatieplan omschrijft 10 maatregelen die vooral gericht zijn op het veranderen en verbeteren van fysieke infrastructuur. Deze maatregelen moeten de geluidskwaliteit, luchtkwaliteit en economisch aantrekkelijk klimaat van Gouda verbeteren. Ook moeten de maatregelen de binnenstad meer aantrekkelijk maken. Onderdeel van het verbeteren van het verblijfsklimaat in de binnenstad, is het inzetten op deelvervoer.
Het Parkeerplan Gouda 2020 stelt de parkeernormen voor fiets en auto bij nieuwe gebiedsontwikkelingen vast. De parkeernormen zijn gebaseerd op woninggrootte en locatie van de ontwikkeling. De nieuwe parkeernormen zijn een verdere uitwerking van het mobiliteitsplan. Er is een focus op minder gratis parkeren en minder parkeeroverlast, voornamelijk in de binnenstad in een schil eromheen. Bij gebiedsontwikkelingen is er sprake van maatwerk om van de parkeernorm af te wijken. Zo is het mogelijk om een parkeereisreductie toe te passen voor nieuwe mobiliteitsconcepten waaronder deelauto’s en MaaS. Per geplaatste deelauto mogen er 5 bewonersparkeerplekken worden gereduceerd (netto 4). Hierbij is het noodzakelijk dat er een vijfjarig contract wordt gesloten tussen ontwikkelaar en aanbieder. Maximaal 20% van de mobiliteitseis mag worden gereduceerd in ongereguleerd gebied. In gereguleerd parkeergebied mag tot 100% van de parkeereis worden gereduceerd. Ook mag er in een mobiliteitsplan worden onderbouwd hoe MaaS wordt toegepast in relatie tot de beoogde doelgroepen.
Een voorbeeld waarin de huidige parkeerbeleidsregels zijn toegepast is in het ontwikkelperspectief voor de Spoorzone (2020). De Spoorzone is een gebiedsontwikkeling die zich langs het spoor strekt en zich rondom station Gouda bevindt. Een van de uitgangspunten is het ontwikkelen van een mobiliteitsconcept waarin de auto minder ruimte heeft en biedt de gemeente ruimte aan maatwerk een deelvervoersalternatieven. Gezien de ligging wordt de Spoorzone omschreven als Transit Oriented Development (TOD), een gemengde woonwijk bij een centrale vervoersknoop waaronder hoogwaardige OV verbindingen naar Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Dit gebied wordt van hoofdzakelijk bedrijventerrein omgebouwd tot gemengd woon-werkgebied. Een van de acht gebiedsprincipes is duurzame mobiliteit. In de Spoorzone staan verschillende mobiliteitshubs ingetekend, naast pakketpunten in gebouwen. De gemeente heeft de ambitie om maatwerk toe te stappen, STOMP prioritering aan te houden en een duurzame reisbeleving te faciliteren. Het aanbod moet wel goed onderbouwd zijn. De gemeente ziet een lage parkeernorm, gereguleerd parkeren en deelvervoer op sommige locaties vanuit een gezamenlijke mobiliteitshub als mobiliteitsaanbod.
Ook het masterplan van Westergouwe 2.0 past het huidige parkeerbeleid toe. Waar Westergouwe een ander karakter heeft dan de Spoorzone (meer gezinswoningen), wordt deelvervoer ook hier toegepast. VOF Westergouwe heeft aanbieder We Drive Solar geselecteerd om deelauto’s te plaatsen bij enkele nieuwe autoluwe woonmilieus in deelgebied Westergouwe III.
Regionaal beleid
Op regionaal niveau is het regionaal Verkeers- en Vervoerplan (RVVP) voor de regio Midden-Holland belangrijk om mee te nemen. Het RVVP is opgesteld in 2017 en vastgesteld voor een periode van 10 jaar. Elke 3 tot 5 jaar wordt het programma waaronder in 2020, uitgewerkt als uitvoeringsprogramma
9https://rvvp-middenholland-up.ireporting.nl/
. Het RVVP heeft als beleidsdoel een concurrerende regio te creëren qua bereikbaarheidsklimaat en wil daarnaast een leefbare, groene en veilige regio te creëren en met een adaptief karakter. Hiervoor zijn verschillende projecten opgesteld. Het bevorderen van deelgebruik is een van de speerpunten om een sterke lokale sociale samenhang te behouden tussen de verschillende gemeenten. Hierbij worden onder andere deelfietsen en deelauto’s benoemd als mogelijke vervoersopties. De regio wil hier vooral op inzetten in stedelijke gebieden zoals Gouda. Deelvervoer komt ook weer terug in regionale projecten zoals de inpassing van nieuwe verstedelijking in Westergouwe. Onder het thema Ketenmobiliteit en Deelvervoer wordt het ‘stimuleren van duurzaam mobiliteitsgedrag inclusief werkgeversaanpak en deelvervoer’ benoemd als een van de projecten voor de aankomende jaren. Ook het voorzien van ketenmobiliteit op OV-knooppunten waaronder deelvervoer is een van de projecten waarin deelvervoer terugkomt.
Bijlage 4: Stakeholderanalyse
Denktank
De Denktank is een brede vertegenwoordiging van belangenverenigingen zoals buurtverenigingen, reizigersorganisaties zoals Rover en de Fietsersbond en ondernemersverenigingen. De Denktank van Gouda heeft onder andere meegedacht in het opstellen van het mobiliteitsplan. Van de genodigden, was slechts een klein deel aanwezig. De Denktank aanwezigen vragen zich af welke doelgroep in Gouda gebruik zal maken van deelvervoer. De aanwezigen zien een risico voor overlast, zeker in het centrum en in de schilwijken eromheen.
De Denktank is niet tegen deelvervoer, maar wil vooral overlast voorkomen. Dit betreft met name op de parkeerchaos die op dit moment al ervaren wordt door scooters en fietsen op trottoirs en in wijken. Ook vindt de Denktank het belangrijk dat er een duidelijke gebruikersgroep voor ogen is. De denktank geeft aan het aanbieden van deelscooters niet als meerwaarde te zien voor Gouda. Zeker niet als het beperkt is tot de gemeentegrenzen. Deelfietsen vinden ze een beter aanbod, maar ook daar ziet de Denktank kans op parkeeroverlast, vooral in het centrum en in de schilwijken. Daarnaast vraagt de Denktank zich af of er een gebruikersgroep voor deelvervoer is in Gouda.
Schriftelijk heeft de Fietsersbond aangegeven dat ze veel goeds zien in het huidige OV-fietssysteem. De fietsersbond ziet niet direct kansen voor concurrentie voor andere deeltweewieleraanbieders. Daarnaast ziet de fietsersbond dat deelauto’s wel gestimuleerd zouden moeten worden voor verplaatsingen buiten de stad. Voor verplaatsingen binnen de stad (<7,5 km), moet de fiets in hun beleving het hoofdvervoersmiddel zijn. De gemeente ziet dat de (elektrische) deelfiets complementair kan zijn aan de OV-fiets. Waar de OV-fiets de fietsbewegingen van en naar het station kunnen faciliteren, biedt een elektrische deelfiets de mogelijkheid om enerzijds enkele ritten te maken en anderzijds ook routes te fietsen die niet beginnen en eindigen bij het station. Rover onderschrijft het uitgangspunt dat de Gemeente enerzijds deelvervoer wil stimuleren, maar anderzijds overlast van deelvoertuigen in de openbare ruimte wil voorkomen. Rover deelt de mening van de fietsersbond.
Het Platform Binnenstad heeft schriftelijk laten weten dat ze het belangrijk vinden dat de wensen van aanbieders niet leidend zijn. Het platform ziet ook kansen voor particuliere deelauto’s, waarbij bewoners met elkaar een deelauto delen vanwege de hoge gasprijzen. De partij is nog sceptisch over het aanbieden van deeltweewielers in Gouda.
Dit Beleidskader formuleert duidelijke beleidskeuzes om de richting aan te geven hoe Gouda wil omgaan met deelvervoer. Hierin speelt ook het risico op overlast een rol. Daarnaast speelt wordt het belang van communicatie en marketing voor deelvervoer ook meegenomen.
Gemeentelijke beleidssessie
De gemeente heeft in eerdere beleidsstukken de ambitie om deelvervoer/deelvervoer beter te reguleren en faciliteren vastgesteld. Deelvervoer kan bijdragen aan diverse maatschappelijke doelstellingen zoals een beter bereikbare stad en een divers mobiliteitsaanbod. Met verschillende medewerkers is een werksessie georganiseerd. Hierbij zijn onder andere de afdelingen BOR, POR, RBA, STZ, V&W en CVO voor betrokken (Beheer Openbare Ruimte, Projecten Openbare Ruimte, Ruimtelijk Beleid en Advies, Stadstoezicht, Veiligheid & Wijken, Cultuur Vastgoed Ontwikkeling, Onderwijs). Tijdens de sessie zijn onder andere de verschillende doelgroepen voor deelvervoer besproken. Om deelvervoer zo inclusief mogelijk te maken, vindt de gemeente het waardevol om na te denken over het bedienen van bewoners met een laag inkomen.
Ook het integreren van centrale parkeerlocaties voor deeltweewielers wordt door de betrokken beleidsmedewerkers positief ontvangen. Dit is vooral toepasselijk op locaties waar het parkeren van deelscooters tot mogelijke overlast kan leiden.
Koppelkansen worden onder andere gezien met bestaande bedrijventerreinen en ondernemersverenigingen. Ook sportverenigingen en grote werkgevers zoals de gemeente zelf kunnen organisaties zijn waarmee samenwerking met mobiliteitsaanbieders wordt gezocht. Het meenemen van gebiedsontwikkelingen in een stadsbreed aanbod wordt ook als waardevol ervaren.
Aanbiedergesprekken
Er zijn zeven aanbiedergesprekken gehouden met deelauto, deelscooter en deeltweewieleraanbieders. MyWheels, Greenwheels en We Drive Solar bieden alle drie deelauto’s aan. GO Sharing en Check bieden beide deelscooters aan. GO Sharing biedt ook deelfietsen aan. Daarnaast is gesproken met Bolt en Bondi, beide deelfietsaanbieders.
Het aanbod deelauto’s groeien langzaam in Gouda. MyWheels en Greenwheels willen allebei hun aanbod laten toenemen met de toename in gebruik. Voor aanbieders is het van belang dat er een aanspreekpunt is bij de gemeente. Daarnaast werken de aanbieders graag samen met de gemeente in marketingsinitiatieven. Verder zien de aanbieders vooral een faciliterende rol van de gemeente: Het makkelijk aanvragen van vergunningen en een helder beleid.
De partijen geven aan elektrificatie grote prioriteit heeft. We Drive Solar is al volledig elektrisch. Het verkrijgen van nieuwe elektrische auto’s is echter een uitdaging. Alle aanbieders kampen met leveringsproblematiek van nieuwe deelauto’s door o.a. chiptekorten. Zeker Greenwheels, met een grote huidige fossiele vloot, wil graag meer elektrische auto’s bijplaatsen en huidige deelauto’s vervangen Dit blijft lastig vanwege de huidige tekorten. Greenwheels heeft daarnaast ook afspraken met één autoleverancier, waardoor de partij minder flexibel kan opschalen.
Greenwheels zet de aankomende jaren in de op het verbeteren van de dekking van hun deelauto’s en elektrificatie. De aanbieder richt zich voornamelijk op deelauto’s in de openbare ruimte en in mindere mate bij gebiedsontwikkelingen. De aanbieder plaatst liever minder en schaalt dan op. In Gouda zien ze het gebruik langzamerhand toenemen. Het invoeren van gereguleerd/betaald parkeren wordt door de aanbieder omschreven als belangrijke invloedsfactor op het gebruik van hun deelauto’s.
We Drive Solar heeft op dit moment deelauto’s staan bij de gebiedsontwikkeling Westergouwe. De aanbieder heeft verder geen directe plannen om in Gouda stadsbreed uit te breiden maar kijkt wel naar de mogelijkheden bij andere gebiedsontwikkelingen. We Drive Solar faciliteert hun eigen laadpalen bij voorkeur zelf en ziet uiteindelijk ook deelauto’s als een middel om bidirectioneel te kunnen laden. Op dit moment worden hun deelauto’s en laadpalen al gebruikt om slim te laden.
MyWheels is gefuseerd met Amber, een voornamelijk freefloating deelauto-aanbieder. De concepten blijven gescheiden: Amber als zakelijke deelauto, MyWheels als privé concept gericht op het vervangen van de (tweede) privé auto. Op den duur kan Amber ook en aanvullende optie worden ten opzichte van het aanbod deelauto’s van MyWheels. MyWheels zet vol in op het zonefloating concept, waarbij gereserveerde parkeerplekken niet noodzakelijk zijn. De auto parkeert in gereguleerd gebied net zoals een eigen privé auto in de vergunde parkeerzone.
Bij gebiedsontwikkelingen geven deelauto-aanbieders aan het prettiger te vinden als de ontwikkelaars meer vrijheid krijgen om hun eigen concept in te regelen, zoals op dit moment in Gouda ook beleidsmatig en op basis van mobiliteitsvisies is geregeld. We Drive Solar is van mening dat de realisatie van de businesscase voor woningen en het mobiliteitsconcept nauw op elkaar aansluit. Zij ervaren het als minder wenselijk als een gemeente die twee verweven onderdelen van de gebiedsontwikkeling uit elkaar trekt. Greenwheels en MyWheels geven aan minder geïnteresseerd te zijn in samenwerkingen met gebiedsontwikkelaars. De langer termijn afspraken en de onzekerheden in de businesscase zijn daar de oorzaak van.
Deeltweewieler-aanbieders geven aan de provincie Zuid-Holland een interessante regio te vinden om hun aanbod uit te breiden. Gouda is ook een van de steden waar verschillende deeltweewieler-aanbieders interesse in hebben getoond. Eén van de deelscooteraanbieders geeft aan dat ze op dit moment al duizend gebruikers heeft die in Gouda wonen, en dat hun app maandelijks zo’n 5,000 keer wordt geopend in Gouda. Niet elke partij ziet direct een businesscase, vooral door toegenomen exploitatiekosten en vandalisme. De aanbieders geven aan dat een divers aanbod met meerdere aanbieders/mobiliteitsvormen wenselijk is om voor de gebruiker het beste aanbod te garanderen.
Verschillende deeltweewielers geven aan geïnteresseerd te zijn in het aanbieden van LEVs bijvoorbeeld in de vorm van deelstepjes. Een deel van de deeltweewieler-aanbieders is ook actief in het buitenland met dit product. Zo is Bolt een van de partijen die internationaal dit product al veel aanbiedt.
Qua zonering geven de meeste aanbieders aan een combinatie van freefloating en hubs prettig te vinden. Ze begrijpen ook de keuze voor het afsluiten van de binnenstad en het stationsgebied als gebieden met mogelijk veel (extra) parkeeroverlast van scooters en fietsen. De partijen geven wel aan dat zeker voor deelscooters ruim een derde van de ritten wordt gestart of gestopt op het station. Dit laat de sterke ‘last mile’ functie zien van een deeltweewieler. Een (digitaal ontsloten) hub op loopafstand tot het station wordt als zeer wenselijk ervaren door aanbieders. Data-analyses van aanbieders laten zien dat loopafstanden. Op andere drukke plekken kunnen hubjes ook wenselijk werken.
Een volledig back-to-many systeem wordt in ieder geval voor deelscooters niet als wenselijk ervaren. Voor deelfietsen kan dit wel van toepassing zijn, zeker omdat deelfietsen makkelijker in of naast bestaande fietsenrekken kunnen worden geplaatst. Zichtbare en toegankelijke locaties waar gebruikers makkelijk naar toe kunnen rijden zijn wenselijk.
GO Sharing is een van de weinige aanbieders die zowel deelfietsen als deelscooters aanbiedt. De aanbieder ziet de deelscooter als kansrijk vervoersmiddel voor de korte tot middellange afstanden in de regio. Voor korte afstanden in de stad, kan de deelfiets/deel-e-bike beter worden gestimuleerd. Waar mogelijk probeert de aanbieder koppelkansen te zoeken met de omliggende gemeenten.
Per 1 januari 2023 is de helmplicht ingevoerd voor snorfietsen. Aanbieders geven aan nog niet zeker te weten wat voor effect dit heeft op hun businesscase. Op dit moment worden deelscooters frequenter (meer ritten per deelscooter per dag) gebruikt dan deelfietsen. Hoewel het lastig te voorspellen is wat voor effect dit heeft op het gebruik, is de verwachting dat de deelfiets/deel-e-bike populairder zal worden omdat daar geen helmplicht voor geldt.
Bijlage 5: Beleidsscenario’s Deelvervoer
Scenario’s deelvervoer: potentie van deelvervoer is sterk afhankelijk van aanvullende Beleidsmaatregelen
10https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2021/10/05/deelauto--en-deelfietsmobiliteit-in-nederland-ontwikkelingen-effecten-en-potentie
Een middel om meer vat te krijgen op de potentie van deelvervoer is het werken met scenario’s. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van het ministerie heeft 4 scenario’s opgesteld (zie onderstaande figuur) aan de hand van sets van maatregelen: beleid dat deelvervoer stimuleert en beleid dat gericht is op het reduceren van autogebruik en -bezit. Maatregelen die volgens experts de meeste impact zouden hebben op de ontwikkeling van deelvervoer, zijn in de scenario’s opgenomen. De scenario’s zijn kwalitatief van aard. Ze geven een beschrijving van mogelijke effecten in relatieve zin (meer of minder), maar bieden geen inzicht in de absolute groei van de deelvervoer als gevolg van de genomen maatregelen.
Scenario 4 is het kansrijkst als het gaat om de toename van het gebruik van deelvervoer. In dit scenario worden maatregelen om de deelvervoer te stimuleren en maatregelen om het autogebruik en -bezit tegen te gaan, gecombineerd. Naar verwachting leidt dit tot een (niet-gekwantificeerde) toename van het autodelen. De toename van het fietsdelen blijft ten opzichte van het basisscenario met deze maatregelen naar verwachting nog beperkt, tenzij er ook concrete maatregelen gericht op de deelfiets geïmplementeerd worden. Voorwaarde voor de toename is dat er voldoende aanbod van deelvervoer is. De potentie van deelvervoer ligt voornamelijk in de stedelijke gebieden.
Bijlage 6: Deelvervoer bij gebiedsontwikkeling
Er zijn verschillende manieren waarop deelmobiliteit bij gebiedsontwikkelingen kan worden vormgegeven met afhankelijk van het samenwerkingsmodel een grotere of kleinere rol voor de gemeente. De samenwerkingsmodellen staan op volgorde van marktinzet. In het samenwerkingsmodel waarbij de gemeente zowel eigenaar als exploitant is, heeft de markt geen input. Het andere uiterste is een samenwerkingsmodel waarbij de marktpartij alle regie heeft, de huidige situatie.
Modeltypen
Voordelen
Nadelen
Gemeente als eigenaar en exploitant
•Borging inclusiviteit van het parkeer- en mobiliteitsaanbod
•Grip op parkeervraagstuk en uitrol deelvervoer
•Vraagt grote aanvangsinvesteringen
•Alle risico’s in exploitatie bij gemeente
PPS – volledig gezamenlijk eigendom en exploitatie door gemeente, marktpartijen en beleggers
•Gedeelde aanvangsinvesteringen (bv. gemeente financiert onrendabele top of aandeel naar eigen default percentage in gebied)
•Grip op parkeervraagstuk deelvervoersaanbod en flankerend beleid vallen samen
•Belangen liggen gelijk tussen markt en gemeente
•Borging gezamenlijke belangen op lange termijn
•Gedeeld risico in exploitatie voor gemeente (economisch eigendom bij markt)
•Complexe structuur om op te zetten; vraagt professionele sturing
PPS – economisch & juridisch eigendom gescheiden
•Gedeelde aanvangsinvesteringen (bv. gemeente financiert onrendabele top)
•Zeer beperkt risico in exploitatie voor gemeente (economisch eigendom bij markt)
•Enige grip op parkeervraagstuk middels afspraken over o.a. tarifering/indexatie en looptijd contract (juridisch eigendom bij gemeente)
•Belangen markt en gemeente liggen niet geheel gelijk; meer een klantleveranciers relatie. Heel goede afspraken vooraf nodig.
•Juridische afspraken kunnen de werkelijkheid inhalen, waardoor er alsnog nieuwe afspraken gemaakt moeten worden
•Gemeente is grip op parkeervraagstuk kwijt voor lange tijd (20-30 jaar looptijd)
VVE Model: Marktpartij ontwikkelt aanbod en VVE of coöperatie exploiteert het aanbod.
•Beperkte aanvangsinvesteringen
•Beperkt risico in exploitatie (enkel parkeerplekken deelauto’s, sporthal en school)
•Grip op aanbod deelauto’s
•Directe inspraak bewoners via VVE of mobiliteitscoöperatie
•Beperkt grip op parkeervraagstuk
•Lange termijn borging deelvervoersaanbod na opstartperiode van 5-10 jaar niet gegarandeerd
•Niet uitvoerbaar in (sociale) huursegment i.v.m. doorlegging kosten deelauto’s
Marktpartij ontwikkelt en belegger exploiteert
(huidige situatie)
•Geen investeringen voor gemeente
•Geen risico in exploitatie hubs en deelvervoer voor gemeente
•Grip op parkeer- en deelvervoersvraagstuk volledig en voorgoed kwijt.
•Risico op niet inclusief parkeeraanbod bewoners
•Lange termijn borging deelvervoersaanbod na opstartperiode van 5-10 jaar niet gegarandeerd