Gemeentelijke regelgeving

VERORDENING MARKTGELDEN 2018

Gemeente Gorinchem · geldt sinds 25 december 2017

Aanhef

De raad van de gemeente Gorinchem;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2017, nummer 2017 - 1954

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2018 (Verordening marktgelden 2018).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

1dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

2week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

3maand: een kalendermaand;

4jaar: een kalenderjaar

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "marktgelden" wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats op de warenmarkt.

Artikel 3 Belastingplicht

Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene op wiens verzoek dan wel ten behoeve van wie de standplaats wordt toegewezen.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1Het marktgeld bedraagt € 11,30 per dag per eenheid van 4 strekkende meter.

2In afwijking van het eerste lid bedraagt het marktgeld voor houders van een vaste standplaats € 497,20 per jaar per eenheid van 4 strekkende meter.

3In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het marktgeld op paas- en pinkstermaandag € 22,60 per dag per eenheid van 4 strekkende meter.

4Voor de berekening van het marktgeld wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot het marktgeld dat per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

1Het marktgeld wordt bij wege van aanslag geheven.

2In afwijking van het eerste lid wordt het voor een dag verschuldigde marktgeld geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1Het marktgeld als bedoeld in artikel 4, tweede lid is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het marktgeld verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1De aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

2In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in elf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3Indien het marktgeld wordt geheven door middel van een kennisgeving als bedoeld in artikel 6, eerste lid dient het marktgeld te worden voldaan op het moment van uitreiking van de kennisgeving.

4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de marktgelden.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

1De "Verordening marktgelden 2017", vastgesteld bij raadbesluit van 10 november 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening marktgelden 2018".

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.