Aanhef
De raad van de gemeente Gorinchem,
gelezen het voorstel van het college van 21 september 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen:
Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem 2021
1. Inleiding
1.1 Aanleiding
Op 1 januari 2022 zal de Omgevingswet in werking treden. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, waardoor er minder regels zij en er meer ruimte is voor initiatieven. De wet biedt hierdoor kansen om nog beter, efficiënter, maar ook sneller op nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving in te kunnen spelen.
Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren hebben overheden verschillende instrumenten tot hun beschikking, waaronder het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Ter voorbereiding op het werken met het omgevingsplan, kunnen gemeenten er nu al als tussenstap voor kiezen een Verordening Fysieke Leefomgeving vast te laten stellen.
De Verordening fysieke leefomgeving is een integratie van de regels over de fysieke leefomgeving uit diverse Gorcumse verordeningen. Dit is immers ook het criterium dat de Omgevingswet hanteert voor het opnemen van verordenende bepalingen in het omgevingsplan.
Middels deze verordening wordt door de gemeente Gorinchem nu alvast geanticipeerd op het werken met het omgevingsplan onder de Omgevingswet.
1.1.2 Doelstelling en subdoelstelling
Het hoofddoel van deze integratie is geweest om te komen tot een eenduidige opzet en een goede onderlinge samenhang tussen artikelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hiernaast is naar het behalen van de volgende subdoelen gestreefd: (I) praktische toepasbaarheid, (II) leesbaarheid, (III) actualiteit en (IV) afwezigheid van dubbelingen en tegenstrijdigheden.
1.2 Methodiek
In 2020 zijn alle artikelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving gecentraliseerd in één overzichtelijk Excel-bestand. De eerste actie lag in het vinden van deze verordeningen, waarop de centralisatieslag volgde. Het Excel-bestand bestaat op dit moment uit ruim 469 vigerende artikelen. Deze afzonderlijke artikelen zijn allereerst geanalyseerd op basis van de volgende aspecten:
•Wel/geen directe betrekking op de fysieke leefomgeving;
•Type van de regel in het artikel (algemene regel, vergunningplicht, verbodsbepaling etc.).
Hierna zijn de artikelen, indien mogelijk, 'gelabeld' op de volgende drie aspecten:
•Thema: Milieu, Economie, Bodem etc.;
•Activiteit: Milieubelastend, bouwen, kappen etc.;
•Gebruiksfunctie: Groen, horeca, verkeer etc.
Vanuit deze analyse is een kernteam aangesteld met diverse (vakinhoudelijke) medewerkers uit verschillende disciplines. In de verschillende overleggen die voor het kernteam zijn georganiseerd, zijn de relevante regels geanalyseerd op basis van in welke mate deze nog actueel zijn en in aanmerking komen voor de Verordening fysieke leefomgeving. Omdat beleidsneutraal wordt overgegaan, zijn de inhoudelijke opmerkingen van de medewerkers in het kernteam nog niet in de VFL verwerkt. Wel zijn staan deze opmerkingen in een apart document genoteerd om later deze slag gemakkelijk te kunnen maken. Hiernaast is in deze overleggen direct een eerste slag gemaakt in het kijken naar tegenstrijdigheden en dubbelingen.
1.3 Reikwijdte
De Verordening fysieke leefomgeving bestaat uit een aantal verordeningen en afzonderlijke regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Verordeningen en regels die een ander motief hebben, zoals openbare orde en veiligheid, zijn daarom niet meegenomen in de integratie.
Omdat de Omgevingswet aan de burgemeester als bestuursorgaan geen bevoegdheden toekent, zijn ook regels die de burgemeester bevoegdheden geeft (bijvoorbeeld omtrent evenementen) niet in de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen. Dit zijn vaak ook regels met het motief openbare orde en veiligheid en deze regels komen daardoor al niet voor integratie in aanmerking.
In de Verordening fysieke leefomgeving zijn de volgende verordeningen of onderdelen daarvan opgenomen:
•Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem;
•Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur van de Gemeente Gorinchem (AVOI 2018);
•Beheersverordening Begraafplaatsen Gemeente Gorinchem 2018;
•Beheersverordening Lingehaven Gemeente Gorinchem 2011;
•Bouwverordening Gemeente Gorinchem 2012;
•Erfgoedverordening Gemeente Gorinchem 2018;
•Marktverordening Gemeente Gorinchem 2011;
•Parkeerverordening Gemeente Gorinchem;
•Verordening Geurhinder en Veehouderij Gemeente Gorinchem 2012;
•Verordening Naamgeving en Nummering Gemeente Gorinchem 2011;
•Wijziging APV Gemeente Gorinchem.
1.4 Uitgangspunten
Het uitgangspunt is geweest om verordeningen beleidsneutraal te integreren, behalve op het punt van:
•Begripsbepalingen en procedurele regels: Deze regels van de opgenomen verordeningen zijn zo veel mogelijk op elkaar afgestemd en vereenvoudigd;
•‘Quick wins’: Het doorvoeren van wijzigingen die de leesbaarheid en toepasbaarheid van de verordeningen ten goede komen. Dit omvat het schrappen van overbodige regels, het herschrijven van slecht leesbare regels en het logisch ordenen van regels. Her en der zijn (ondergeschikte) inhoudelijke wijzigingen aangebracht.
1.5 Leeswijzer
De Verordening fysieke leefomgeving is ingedeeld in 12 hoofdstukken. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in één of meerdere afdelingen. Elke afdeling bevat één of meerdere artikelen.
Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. Dit betreft vooralsnog alleen een regeling van de begripsbepalingen. De daarop volgende hoofdstukken bevatten regelingen voor diverse onderwerpen. Dit varieert van specifieke onderwerpen, zoals erfgoed, tot meer algemene regelingen, bijvoorbeeld voor 'omgevingshinder' in brede zin. De laatste 4 hoofdstukken zijn algemeen en gelden in samenhang met elk afzonderlijk hoofdstuk. Deze hoofdstukken bevatten procedurele regels en straf-, overgangs- en slotregels.
Uitgangspunt bij het opstellen van de verordening was om de regels die de verordeningen gemeen hebben (bijvoorbeeld regels over beslistermijnen en toezicht), te bundelen in één van de algemene hoofdstukken. In hoofdstukken 9, 10, 11 en 12 is daarom zo veel mogelijk de algemene lijn uit de verschillende verordeningen gedestilleerd. Toch was het niet mogelijk om alle procedurele bepalingen bij elkaar te zetten. Sommige verordeningen bevatten regelingen die zo specifiek zijn dat ze zich niet leenden voor opname in de algemene bepalingen. In die gevallen is de specifieke procedurele regel gehandhaafd in het inhoudelijke hoofdstuk.
2. Toelichting per hoofdstuk
1 Inleidende regels
De meeste verordeningen beginnen met een opsomming van begripsbepalingen. In deze verordening zijn al deze begripsbepalingen samengevoegd en waar mogelijk geharmoniseerd.
2 Economie
Binnen het hoofdstuk Economie worden de bepalingen die betrekking hebben op economische aspecten in relatie tot de fysieke leefomgeving weergegeven. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
•Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem
•Marktverordening Gemeente Gorinchem 2011
3 Bodem, milieu en natuur
De samenvoeging van de onderdelen bodem, milieu en natuur komt voort uit de samenhang tussen de onderwerpen. Het in de verordening opnemen van aparte hoofdstukken hiervoor, zou kunnen leiden tot verwarring. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
•Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem;
•Beheersverordening Begraafplaatsen Gemeente Gorinchem 2018;
•Bouwverordening Gemeente Gorinchem 2012;
•Verordening Geurhinder en Veehouderij Gemeente Gorinchem 2012
4 Erfgoed
Vanwege de hoeveelheid bepalingen wordt erfgoed opgenomen als apart hoofdstuk. Regels uit de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
Erfgoedverordening Gemeente Gorinchem 2018
5 Parkeren, stallen en liggen
Parkeren wordt als apart hoofdstuk behandeld omdat het een breed onderwerp betreft met veel bepalingen. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
•Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem;
•Beheersverordening Lingehaven Gemeente Gorinchem 2011;
•Parkeerverordening Gemeente Gorinchem
6 (Ondergrondse) Infrastructuur en riolering
Infrastructuur is een breed onderwerp, hierdoor zijn er meerdere bepalingen op van toepassing uit verschillende verordeningen. Om ervoor te zorgen dat deze eenduidig geborgd worden binnen de verordening is er ook voor infrastructuur een apart hoofdstuk opgesteld.Regels van de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
•Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur van de Gemeente Gorinchem (AVOI 2018)
7 Bouwwerken en bouwkwaliteit
Vanwege de bouwopgave die vanuit het rijk en de provincie geambieerd wordt, is het handig om een hoofdstuk specifiek op dit thema te richten. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
•Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem
•Bouwverordening Gemeente Gorinchem 2012
•Verordening Naamgeving en Nummering Gemeente Gorinchem 2011
8 Veiligheid
Omdat veiligheid een belangrijk onderwerp is binnen de fysieke leefomgeving en hier meerdere regels aan worden gewijd, is ook het thema veiligheid ondergebracht in een apart hoofdstuk. Regels van de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen:
•Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem
9 Algemene bepalingen voor vergunningen
In hoofdstuk 10 komen de algemene bepalingen aan bod.
10 Toezichtbepalingen
In hoofdstuk 11 bevinden zich alle regels met betrekking tot toezicht.
11 Strafbepalingen
In hoofdstuk 12 bevinden zich de strafbepalingen uit alle regels.
12 Overgangs- en slotbepalingen
In hoofdstuk 13 bevinden zich de overgangs- en slotbepalingen uit alle regels.
Hoofdstuk 4. Erfgoed
4.1 Aanwijzing gemeentelijk monument
4.1.1 Het gebruik van het monument
Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De gemeente verplicht te stellen rekening te houden met het gebruik van het gemeentelijk monument.
4.1.2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument
1Het college van burgemeester en wethouders kan een zaak, terrein of terrein van archeologische waarde aanwijzen als gemeentelijk monument.
22. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een zaak of een terrein wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. Een terrein van archeologische waarde wordt beoordeeld op de in-situ te behouden waarden.
3Mocht de zaak een gebouw betreffen, dan vallen zowel interieur als exterieur onder de bescherming, tenzij het interieur nadrukkelijk is uitgesloten van de bescherming.
4De aanwijzing kan geen beschermd rijksmonument betreffen.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een monument of archeologisch monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandschap niet) te regelen. Dit artikel regelt ook dat monumenten enkel aan te wijzen zijn op basis van vrijwilligheid.
4.1.3 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
1De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders.
2Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De voorwaarden waaraan het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.1.4 Facultatieve Voorbescherming
Het college van burgemeester en wethouders kan tegelijk met de adviesaanvraag bedoeld in artikel 4.4.1, lid 2, dan wel bij een voorgenomen besluit, dan wel bij nadere beschikking bepalen dat tot het moment dat bijschrijving op de gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in artikel 4.1.6, plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt bijgeschreven op deze gemeentelijke monumentenlijst, de artikelen 4.2.1 tot en met 4.3.2 van overeenkomstige toepassing zijn.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Ten aanzien van gemeentelijke monumenten in voorbescherming te voorzien.
4.1.5 Mededeling aanwijzingsbesluit
De aanwijzing als bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De voorwaarden waaraan de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.1.6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst
1Het college van burgemeester en wethouders registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. Deze lijst is openbaar en toegankelijk.
2De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding de tenaamstelling en een redengevende omschrijving of het archeologisch selectiebesluit van het gemeentelijke monument.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Informatievoorziening betreffende het (beschermd) gemeentelijk aangewezen cultureel erfgoed, dat krachtens deze verordening is aangewezen.
4.1.7 Wijzigen van de aanwijzing
1Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing wijzigen.
2Artikel 4.1.4, tweede lid, alsmede artikel 4.1.3, 4.1.4 en 4.1.5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.
3Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege.
4De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Het faciliteren van wijzigen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling.
4.1.8 Intrekken van de aanwijzing
1Indien het college van burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4.1.4, tweede lid, en artikel 4.1.3 van overeenkomstige toepassing.
2De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet.
3De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Het faciliteren van intrekken van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling.
4.2 Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken
4.2.1 Instandhoudingbepaling
1Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te beschadigen, door achterstallig onderhoud te laten vervallen of te vernielen.
2Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders / het bevoegd gezag
a.een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
b.een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht,
3Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd én indien de werkzaamheden vallen binnen de uitzonderingsregels als genoemd in de bijlage met uitzonderingsregels.
4Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument , geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
5Het college van burgemeester en wethouders kan de instandhouding van gemeentelijke monumenten bevorderen in de vorm van het beschikbaar stellen van onderhoudsadvies en verbouwingsadvies aan de eigenaren van Gemeentelijke monumenten
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Het voorkomen van situaties waarin er schade wordt aangebracht aan Gemeentelijke monumenten.
4.2.2 De schriftelijke aanvraag
Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 4.2.1 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden digitaal ingediend.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De voorwaarden waaraan de indiening van een aanvraag dient te voldoen te regelen.
4.2.3 Advies en vergunningverlening
1Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voor advies.
2Bij aanvragen om een vergunning voor ingrijpende maatregelen aan een monument kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit of het college van burgemeester en wethouders van de aanvrager de uitvoering van een bouwhistorisch onderzoek eisen.
3Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering gebruikt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit de uitgangspunten als genoemd in de bijlage uitgangspunten gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.
4Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gebruik maken van uitvoeringsrichtlijnen en technische criteria voor planbeoordeling. Bij de advisering kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voorwaarden stellen op basis van deze richtlijnen en criteria.
5Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning brengt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Te regelen dat het bevoegd gezag bij vergunning voor een gemeentelijk monument de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit raadpleegt, alsmede de wijze waarop de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit advies uit brengt.
4.2.4 Weigeringsgronden
De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
ArtiIntrekken van de vergunningkelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo)
Beoogt:
De gevallen en voorwaarden waaronder een vergunning kan worden geweigerd te regelen.
4.2.5 Intrekken van de vergunning
De vergunning kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:
a.blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b.blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.3.2 niet naleeft;
c.de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
4.3 Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten
4.3.1 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht
1De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
2Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.
3Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst.
4De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een Een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
5Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijke omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt.
Vervallen.
6Dit artikel is niet van toepassing op een beschermde stads- of dorpsgezichten dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermend of provinciaal beschermd stads-of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De mogelijkheid te bieden aan de gemeenteraad om gemeentelijke dorpsgezichten aan te wijzen, die vervolgens krachtens het bestemmingsplan moeten worden beschermd.
4.3.2 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- of dorpsgezicht
1De gemeenteraad kan, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 4.3.1, tweede lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan.
2Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet.
3Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat direct bijgehouden op de gemeentelijke monumentenlijst.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Te bepalen dat bij wijziging (van niet-ondergeschikte aard) van een aanwijzing en bij intrekking van de status als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht dezelfde procedure geldt als bij de aanwijzing daarvan.
4.3.3 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning
1Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen.
2De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
3De artikelen 4.2.1 lid 4 en 4.2.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
4Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo)
Beoogt:
Het slopen in een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht vergunningplichtig te maken.
4.4 Aanwijzing beeldbepalende panden
4.4.1 De aanwijzing tot beeldbepalend pand
1Het college van burgemeester en wethouders kan een pand of een bouwwerk aanwijzen als beeldbepalend pand.
2Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een pand wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde.
3De aanwijzing tot beeldbepalend pand betreft uitsluitend het exterieur.
4De aanwijzing kan geen beschermd rijksmonument of beschermd gemeentelijk monument betreffen.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Dat er voor beeldbepalende panden of zaken die zijn aangewezen op grond van de erfgoedverordening, een minder zwaar regime dan voor monumenten geldt.
4.4.2 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
1De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders.
2Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De voorwaarden waaraan het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.4.3 Mededeling aanwijzingsbesluit
De aanwijzing als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
De voorwaarden waaraan de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.4.4 Registratie op de lijst van beeldbepalende panden
1Het college van burgemeester en wethouders registreert het beeldbepalende pand op de lijst van beeldbepalende panden. Deze lijst is openbaar en toegankelijk.
2De lijst van beeldbepalende panden bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing en de kadastrale aanduiding.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Informatievoorziening betreffende beeldbepalende panden, die krachtens deze verordening zijn aangewezen.
4.4.5 Wijzigen van de aanwijzing
1Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing wijzigen.
2Artikel 4.4.1, tweede lid, alsmede artikel 4.4.2, 4.4.3 en 4.4.4 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.
3Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege.
4De inhoud en de datum van de wijziging worden op de lijst van beeldbepalende panden aangetekend.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Het faciliteren van wijzigen van de aanwijzing als beeldbepalend pand.
4.4.6 Intrekken van de aanwijzing
1Indien het college van burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4.4.1, tweede lid, en artikel 4.4.2 van overeenkomstige toepassing.
2De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn indien een toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet of artikel 4.1.4 van deze verordening.
3De intrekking wordt op de lijst van beeldbepalend panden geregistreerd.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Het faciliteren van intrekken van de aanwijzing als beeldbepalend pand.
4.4.7 Instandhouding van beeldbepalende panden
De instandhouding van beeldbepalende panden is vastgelegd in de Welstandsnota. Beeldbepalende panden kunnen met een specifieke aanduiding worden opgenomen in een bestemmingsplan of een omgevingsplan.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Het voorkomen van situaties waarin er schade wordt aangebracht aan beeldbepalende panden.
4.5 Rijksmonumenten
4.5.1 Vergunning voor beschermd rijksmonument
1Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.
2De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk over de ontvankelijke en complete aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo)
Beoogt:
Te regelen dat de gemeenteraad bij omgevingsvergunningen bij rijksmonumenten de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit raadpleegt.
4.6 Instandhouding van archeologische terreinen
4.6.1 Vangnet archeologie
1Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij:
a.voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet is verleend;
b.het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring;
c.de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of
d.met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
2Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
Toelichting
Herkomst:
Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo)
Beoogt:
De ruimtelijke borging van bescherming van archeologische waarden als daarin niet via een bestemmingsplan in is voorzien.