Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Non-formele volwasseneneducatie 2026

Gemeente Gorinchem · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem;

-gelet op artikel 2 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Gorinchem 2026;

-gelet op het Beleidskader voor subsidie Gemeente Gorinchem vanaf 2026;

Besluit:

-vast te stellen subsidieregeling Non-formele volwasseneneducatie 2026.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.ANBI instelling: een instelling met een algemeen nut beogende doelstelling;

b.arbeidsmarktregio Gorinchem: een afgebakend gebied in Nederland waar gemeenten en het UWV samenwerken om werkgevers en werkzoekenden te ondersteunen deelnemende gemeenten binnen deze regio zijn: Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden;

c.basisvaardigheden: vaardigheden als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b t/m f van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

d.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem;

e.deelnemer: een volwassen persoon die het scholingsaanbod volgt en behoort tot de doelgroep;

f.doelgroep: inwoners vanaf 18 jaar uit de arbeidsmarktregio Gorinchem, die (grote) moeite hebben met verstaan, spreken, lezen, schrijven van de Nederlandse taal en (grote) moeite hebben met rekenen, waardoor zij in het dagelijks leven of op het werk minder goed kunnen functioneren;

g.doorlopende leerlijn: een sluitende leerlijn tussen de educatieve activiteit die de deelnemer volgt en een vervolgactiviteit die de vorm kan hebben van enerzijds doorstroom naar non-formele of formele educatietrajecten en anderzijds de vorm kan hebben van activiteiten waarbij centraal staat dat deelnemers blijven oefenen met de basisvaardigheden;

h.eindtermen WEB: vastgelegde doelen voor het meten van de groei van de basisvaardigheden taal, rekenen en digitale geletterdheid in de WEB in relatie tot één of meerdere leefgebieden;

i.gemeente: de gemeente Gorinchem;

j.incidentele subsidie: subsidie voor eenmalige of kortdurende activiteiten;

k.maatschappelijk effect: het maatschappelijk effect op de doelgroep en diens omgeving;

l.non-formele educatie: niet diplomagerichte educatie van taal-, reken- en digitale vaardigheden, maar wel gericht op deelaspecten van de eindtermen Wet educatie en beroepsonderwijs;

m.NT1: volwassenen met Nederlands als eerste taal, maar moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen;

n.NT2: volwassenen met Nederlands als tweede taal;

o.resultaat: een direct tot de activiteit herleidbaar resultaat, zoals het aantal deelnemers aan een activiteit, aantal deelnemers dat doorverwezen is, aantal (opgeleide) vrijwilligers en het aantal intakegesprekken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen NT1- en NT2-leerders;

p.WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 2 Doelstelling

Het doel van de regeling is de zelfredzaamheid van de doelgroep te bevorderen.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

1Een kalenderjaarsubsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de activiteit(en) themagericht laagdrempelige scholingsaanbod in de arbeidsmarktregio Gorinchem, gericht op:

a.basisvaardigheden taal;

b.basisvaardigheden rekenen;

c.basisvaardigheden digitale vaardigheden;

d.verhogen van de zelfredzaamheid;

e.oriënteren en beter functioneren op de arbeidsmarkt.

2De activiteit levert een bijdrage gericht op de deelaspecten van de eindtermen van de WEB in relatie tot één of meerdere leefgebieden.

3Voor zover het plafond niet bereikt is met de kalenderjaarsubsidies, kan een activiteitensubsidie worden verstrekt voor een aanvullend en/of vernieuwd deel aan het jaarlijks onderwijsprogramma uit het eerste lid.

Artikel 4. Aanvrager

Het college verstrekt uitsluitend subsidie aan een organisatie die:

a.KVK geregistreerd is met een volledige rechtsbevoegdheid;

b.geen winstoogmerk heeft;

c.een ANBI status heeft;

d.activiteiten aanbiedt in de arbeidsmarktregio Gorinchem;

e.een vestigingsadres in de arbeidsmarktregio Gorinchem heeft.

Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen

Artikel 5. Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie

1Voor subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 1, komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten met een maximum van 100% van het exploitatietekort.

2Voor subsidie zoals benoemd in artikel 3 lid 3 komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van het vernieuwende of aanvullende deel van de activiteit, met een maximum van € 5.000 per aanvraag.

3Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten van omzetbelasting.

4Niet subsidiabel is scholingsaanbod waar:

a.een andere organisatie al een dekkend aanbod voor verzorgt;

b.andere financieringsmogelijkheid beschikbaar voor is.

Artikel 6. Subsidieplafond en wijze van verdeling

1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

2Het subsidieplafond wordt vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad.

3Indien het subsidieplafond wordt overschreden met de kalenderjaarsubsidies, wordt het subsidiebedrag per aanvrager met een percentage verlaagd, totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden.

4Indien het subsidieplafond niet is bereikt met de kalenderjaarsubsidies wordt het resterende bedrag beschikbaar gesteld voor activiteiten subsidies, zoals benoemd in artikel 3 lid 3.

Hoofdstuk 3 Aanvraag subsidie

Artikel 7. Aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 6 ASV wordt een bewijs van de ANBI status aangeleverd.

Artikel 8. Aanvraagtermijn

1Een aanvraag om een kalenderjaarsubsidie wordt volgens artikel 7 lid 1 ASV ingediend.

2De aanvrager dient in afwijking van artikel 7 lid 3 ASV de subsidieaanvraag voor een activiteiten subsidie uiterlijk 12 weken voor start van de activiteiten in.

Hoofdstuk 4 Beoordeling subsidieaanvraag

Artikel 9. Beoordelingscriteria

Volledige en tijdig ingediende aanvragen die voldoen aan de voorwaarden uit art 3 en 4 worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a.aantoonbare samenwerking (in de regio);

b.lokale binding;

c.doorlopende leerlijn;

d.omschrijving bereik doelgroep, met splitsing tussen NT1- en NT2-leerders;

e.onderbouwing van de individuele behoefte;

f.de mate waarin vrijwilligers betrokken worden bij de scholingstrajecten;

g.de wijze waarop de niveauverhoging van de deelnemers getoetst wordt;

h.concreet gedefinieerd meetbaar resultaat, zowel betreft het maatschappelijke effect en het resultaat.

Artikel 10. Beslistermijn

1Het college beslist conform artikel 8 ASV binnen 13 weken op de subsidieaanvraag zoals benoemd in artikel 3 lid 1.

2Het college beslist in afwijking van artikel 8 ASV binnen 12 weken op de subsidieaanvraag zoals benoemd in artikel 3 lid 3.

Artikel 11. Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op artikelen 11 en 12 van de ASV dient de subsidieontvanger te voldoen aan de volgende verplichtingen, de subsidieontvanger:

a.werkt volgens het regionaal kwaliteitskader Wmo Beschermd wonen en Opvang;

b.levert een halfjaarlijks inhoudelijk verslag aan met eventuele afwijkingen ten op zichte van de aanvraag uitgelegd;

c.neemt deel aan de kwartaalgesprekken.

Hoofdstuk 5 Verantwoording subsidie

Artikel 12. Verzoek tot subsidievaststelling

1De subsidie zoals benoemd in artikel 3 lid 1 wordt conform artikelen 15 en 16 ASV vastgesteld.

2De subsidie zoals benoemd in artikel 3 lid 3 wordt in afwijking van artikel 14 ASV niet direct vastgesteld.

3Het verzoek tot subsidievaststelling uit het tweede lid wordt uiterlijk 8 weken na afloop van de subsidieperiode ingediend, dit verzoek bevat:

a.een inhoudelijke verantwoording, bestaande uit een kort verslag van de activiteit(en);

b.een financiële verantwoording, bestaande uit ten minste een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Hoofdstuk 6 Hardheidsclausule, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een of meerdere artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 2, 4, 5, 6, 9 en 11 indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 14. Overgangs- en slotbepalingen

1De nadere regel non-formele volwasseneneducatie wordt ingetrokken.

2Deze subsidieregeling treedt op 1 januari 2026 in werking.

3Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend en subsidies die zijn verstrekt voor deze datum zijn de bepalingen van de nadere regel non-formele volwasseneneducatie nog van toepassing.

4Voor 2026 is het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies op grond van deze subsidieregeling bekendgemaakt op 20 november 2025 (Gemeenteblad 2025, 502232 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-502232.html). Dit besluit moet worden geacht mede te zijn gebaseerd op deze subsidieregeling.

5Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: subsidieregeling Non-formele volwasseneneducatie 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.