Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem:
Overwegende dat het voor de uitvoering van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2023 en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2026 wenselijk is beleidsregels te stellen;
Dat onder beleidsregels volgens artikel 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan,
Besluit:
In te trekken de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2021;
vast te stellen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2026.
3. Individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf (artikel 4.4, artikel 4.5, artikel 4.6 van de Verordening)
3.2 Individuele begeleiding
3.2.1 Cliëntprofiel met een lichte ondersteuningsvraag
Er is sprake van lichte problemen ten aanzien van de dagelijkse routine en het uitvoeren van vooral complexere activiteiten. Er is enige stimulans, aansturing of toezicht nodig bij het vormgeven van het sociale leven, doen van aankopen en beheer van geld. Er is vaak met praten bij te sturen. De cliënt kan zelf om hulp vragen en er is geen noodzaak tot het daadwerkelijk overnemen van taken. Soms is er sprake van lichte gedragsproblemen die bijsturing vereisen, maar geen directe of acute belemmering vormen voor de zelfredzaamheid.
Omvang/frequentie
De ondersteuning is planbaar en gemiddeld is eenmaal per week een persoonlijk contact noodzakelijk. Daarnaast kunnen mogelijk nog enkele telefonische of digitale contacten plaatsvinden. Voor de inwoner die voldoet aan dit cliëntprofiel is één tot twee uur individuele begeleiding veelal voldoende.
3.2.2 Cliëntprofiel met een gemiddelde ondersteuningsvraag
Het oplossen van problemen, zelfstandig nemen van besluiten en gevolgen daarvan overzien, het regelen van de dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine zijn voor cliënt niet vanzelfsprekend. Dit levert af en toe zodanige problemen op dat de cliënt afhankelijk is van ondersteuning en hulp. De cliënt begrijpt niet altijd goed wat anderen zeggen en/of kan zichzelf niet altijd voldoende begrijpelijk maken. Het niet bieden van ondersteuning kan leiden tot forse achteruitgang, met eventueel verwaarlozing of opname tot gevolg. Er kan sprake zijn van gedragsproblemen welke bijsturing door een deskundige professional vereisen. Als er geen bijsturing wordt geboden, verslechtert de situatie.
Omvang/frequentie
De ondersteuning is overwegend planbaar en gemiddeld is twee keer per week (maximaal drie) persoonlijk contact noodzakelijk. Daarnaast kunnen enkele telefonische of digitale contacten plaatsvinden. Voor de inwoner die voldoet aan dit cliëntprofiel is twee tot vier uur individuele begeleiding veelal voldoende.
3.2.3 Cliëntprofiel met een intensieve ondersteuningsvraag
De cliënt is vaak niet in staat om complexe taken zelfstandig uit te voeren, een deel hiervan moet worden overgenomen (bijv. een bewindvoerder). Er zijn problemen met het initiëren en uitvoeren van eenvoudige taken en er kunnen problemen in de communicatie bestaan.
Cliënt is niet in staat zelfstandig problemen op te lossen en/of besluiten te nemen en de gevolgen daarvan te overzien. Voor de dagstructuur en het voeren van de regie is de cliënt afhankelijk van hulp. Er kan sprake zijn van ernstig probleemgedrag waardoor zelfredzaamheidsproblemen ontstaan. Mogelijk zijn er ook risico’s voor veiligheid van de cliënt of zijn omgeving. Er is deskundige, professionele sturing nodig om dit gedrag in goede banen te leiden.
Omvang/frequentie
De ondersteuning via persoonlijk contact is gemiddeld drie of meer keren per week noodzakelijk, op planbare maar soms ook op niet geplande momenten. Daarnaast kunnen ook telefonische en/of digitale contacten plaatsvinden. Deze mate van ondersteuning wordt veelal kortdurend ingezet om (verdere) escalatie van een situatie te voorkomen, maar kan in sommige gevallen ook van langdurige aard zijn. Voor de inwoner die voldoet aan dit cliëntprofiel is vier tot zeven uur individuele begeleiding veelal voldoende.
3.2.4 Extra inzet
Deze inzet kan nodig zijn wanneer er sprake is van een zeer intensieve begeleidingsbehoefte in verband met bijvoorbeeld ernstige gedragsproblematiek. Als extra inzet aan de orde is kan het logisch zijn om verwijzing naar een aanvraag op grond van de Wet langdurige zorg te overwegen.
Extra inzet kan erop gericht zijn het ontstaan van een crisissituatie of opname in een intramurale setting te voorkomen.
Extra inzet wordt veelal voor korte duur geïndiceerd.
3.3 Dagbesteding
3.3.1 Dagbesteding Basis
Dagbesteding Basis is aan de orde wanneer cliënt in staat is om, eventueel met ondersteuning, zelf hulp te vragen. Onder stabiele omstandigheden kan de cliënt (redelijk) zelfstandig functioneren. Wel bestaat het risico op overvraging van de cliënt door de omgeving.
Cliëntprofiel
•De cliënt is op het gebied van ADL meestal zelfstandig. Er kan wel behoefte zijn aan toezicht en stimulatie;
en/of
•De cliënt heeft naar aanleiding van psychosociale/cognitieve functies af en toe behoefte aan hulp, toezicht en sturing, met name vanwege beperkingen met betrekking tot geheugen en denken, concentratie en motivatie;
en/of
•Bij deze cliënt is sprake van enige gedragsproblematiek waarbij af en toe hulp, toezicht of sturing nodig is. Bij deze cliënt kan ook psychiatrische problematiek voorkomen, vooral passief van aard.
Omvang/frequentie
Het volume van Dagbesteding basis is afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en de frequentie die nodig is om de gestelde doelen te behalen. Dagbesteding kan ook worden ingezet als respijtzorg (overname van de zorg om de mantelzorger te ontlasten). In dit geval is de behoefte aan respijtzorg en de thuissituatie medebepalend voor het volume.
Het volume wordt uitgedrukt in dagdelen per week.
3.3.2 Dagbesteding speciaal
Cliënt is vanwege een diversiteit aan oorzaken, niet in staat zelf hulp te vragen. Er is sprake van beperkt tot geen inzicht in de eigen vermogens. Zorg is vaker onplanbaar.
Cliëntprofiel
•De cliënt heeft op het gebied van ADL ten aanzien van verschillende functies ondersteuning nodig;
en/of
•De cliënt heeft naar aanleiding van psychosociale/cognitieve functies vaak of (nagenoeg) continu hulp, toezicht en sturing nodig. Er zijn beperkingen met betrekking tot regievoering, oriëntatie, concentratie, geheugen en denken;
en/of
•Er is bij deze cliënt vaak sprake van gedragsproblematiek, waarbij vaak of (nagenoeg) continu hulp, toezicht of sturing nodig is. Er kan sprake zijn van actieve psychiatrische problematiek.
Omvang/frequentie
Het volume van Dagbesteding speciaal is afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en de frequentie die nodig is om de gestelde doelen te behalen. Dagbesteding kan ook worden ingezet als respijtzorg (overname van de zorg om de mantelzorger te ontlasten). In dit geval is de behoefte aan respijtzorg en de thuissituatie medebepalend voor het volume.
Het volume wordt uitgedrukt in dagdelen per week.
3.3.3 Vervoer
Cliënten met een indicatie voor Dagbesteding kunnen in aanmerking komen voor vervoer indien zij niet zelfstandig of met behulp van hun netwerk in staat zijn de locatie waar de ondersteuning plaatsvindt te kunnen bereiken, met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke vervoermiddelen. Als het bereiken van een passende locatie problemen oplevert dient eerst te worden gekeken of de noodzakelijke zorg ook geboden kan worden op een locatie waarvoor een vervoersindicatie niet noodzakelijk is. Verstrekking van de goedkoopst compenserende voorziening wordt hiermee bereikt.
3.5 Afbakening
3.5.1 Wet langdurige zorg ( Wlz )
Indien er sprake is van een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag kan cliënt een beroep doen op zorg vanuit de Wlz.
Zorg vanuit de Wlz is in principe voorliggend op de Wmo. Het is mogelijk dat ondersteuning vanuit de Wmo aanvullend geboden wordt. Bijvoorbeeld ten aanzien het vervoer (MolenHopper) of huishoudelijke ondersteuning ten behoeve van een thuiswonende partner of wanneer de huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wlz onvoldoende is.
Er is intensievere ondersteuning met toezicht en zorg of behandeling nodig. Bij deze cliënten is sprake van een combinatie van beperkingen op het gebied van het cognitief en/of fysiek functioneren, ADL-vaardigheden, oriëntatie en gedragsmatig/psychisch functioneren. Door deze beperkingen kunnen blijvend gevaren optreden, waarbij de cliënt niet in staat is om die goed in te schatten of hierbij adequate hulp in te roepen. Het uitstellen van een hulpvraag is soms niet mogelijk.
Om vast te stellen of een cliënt in aanmerking komt voor een indicatie voor ondersteuning vanuit de Wlz dienen de volgende vragen beantwoord te worden:
•Heeft de cliënt blijvend behoefte aan permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen?
•Heeft de cliënt blijvend behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft ook op niet planbare momenten.
•Heeft de cliënt blijvend behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft?
Wanneer één van deze drie vragen met ja wordt beantwoord is er mogelijk sprake van een indicatie voor zorg vanuit de Wlz. De cliënt dient een Wlz-indicatie aan te vragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Tijdelijk kan eventueel ter overbrugging van de duur voor het doen van de aanvraag en afhandeling bij het CIZ een indicatie voor ondersteunng vanuit de Wmo afgegeven worden.
3.5.2 Zorgverzekeringswet ( Zvw )
Behandeling kan voorliggend zijn op begeleiding wanneer dezelfde doelen worden beoogd.
Behandeling is zorg die (para-)medisch specialisten bieden en behoort tot de geneeskundige zorg die in het kader van de Zvw is verzekerd en geboden wordt. De zorg is gericht op behandeling van een stoornis en heeft als doel herstel of voorkomen van verergering van deze stoornis. De behandeling is niet beperkt tot de medische interventies, maar omvat, afhankelijk van de aard van de ingreep, in de Zvw ook de nodige begeleiding. Het kan hier gaan om individuele begeleiding, maar ook om dagbesteding met of zonder opname vanwege psychiatrische behandeling. Deze begeleidingsactiviteiten zijn een onlosmakelijk onderdeel van behandeling en behoren niet tot de Wmo.
Als er sprake is van ambulante Zvw-behandeling dan is het van belang om te onderzoeken of deze behandeling de totale zorgbehoefte van de cliënt op het gebied van de zelfredzaamheid compenseert. Als dat niet het geval is, kan er in overleg met de behandelaar, aanspraak zijn op Individuele begeleiding naast de ingezette behandeling.
Persoonlijke verzorging vanuit de Zorgverzekeringswet is voorliggend wanneer er sprake is van een behoefte aan, of een hoog risico op, geneeskundige zorg (zie ook hoofdstuk 3.2 van deze beleidsregels). De scheiding tussen Zvw en Wmo is niet altijd even duidelijk. Met name waar het het toedienen/gebruiken van maaltijden betreft. Overleg met de zorgleverancier biedt hierin vaak al een oplossing.
Als de cliënt een zorg-/behandelmijder is en er is risico op verwaarlozing, dan kan er aanspraak worden gemaakt op Individuele begeleiding. Ondanks dat er behandeling mogelijk is als voorliggende voorziening, kan er in deze situatie voor de periode van zes maanden minimale ondersteuning vanuit de Wmo worden geïndiceerd ter voorkoming van verwaarlozing. Daarbij moet het belangrijkste doel van de ondersteuning zijn om de cliënt te motiveren zich te laten behandelen. Dit is een voorwaarde bij de inzet van de ondersteuning.
Zorg-/behandelmijders met risico op verwaarlozing kunnen ook in aanmerking komen voor (bemoei)zorg via de centrumgemeente (Dordrecht). Aanmelding of overleg is mogelijk via Het Meldpunt Zorg & Overlast van de GGD Zuid Holland Zuid. Het Meldpunt werkt onder andere samen met de Wijk GGD, sociale wijkteams, bemoeizorg, verslavingszorg, Geestelijke Gezondheidszorg, Leger des Heils, politie, Wmo-instellingen, Veilig Thuis ZHZ en woningbouwcorporaties om de signalen of meldingen goed aan te kunnen pakken. Het Meldpunt beoordeelt en leid toe naar het Team Toeleiding & Bemoeizorg (TT&B). Dit is een samenwerkingsverband van GGD ZHZ, Antes, De Hoop GGZ, Leger des Heils, en Yulius. Het TT&B gaat de zorg regelen en uitvoeren.
3.5.3 Participatiewet
De Participatiewet is een aan de Wmo 2015 voorliggende voorziening. De Participatiewet is het vangnet van de sociale zekerheid. De Participatiewet richt zich op de arbeidsparticipatie van mensen. Het doel van de Participatiewet is zoveel mogelijk mensen naar reguliere arbeid toe te leiden. Vanuit de Participatiewet kan in bijzondere gevallen ook vervoer geregeld worden.
Cliënten die arbeidsverplichtingen hebben in het kader van de Participatiewet, hebben geen aanspraak op dagbesteding ter vervanging van arbeid op grond van de Wmo.
Als de cliënt op basis van aandoeningen/stoornissen niet in staat is (aangepast) te werken of naar school te gaan, kan er aanspraak bestaan op Dagbesteding ter vervanging van arbeid of school.
De cliënt komt niet in aanmerking voor Dagbesteding als de cliënt:
•Met ondersteuning (jobcoach) in staat is om te werken;
•Met ondersteuning in staat is om te studeren of naar school te gaan;
•Een beschikking heeft van het UWV dat er wordt verwacht dat er in een later stadium wel gewerkt kan worden (de dagbesteding kan dan alleen ingezet worden ter overbrugging van een beperkte periode);
•Nog geen eindbeoordeling heeft gekregen dat deze duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is.
Jongeren die van speciaal onderwijs of de praktijkschool komen, krijgen een doelgroepverklaring via het UWV (beoordeling arbeidsvermogen/indicatie banenafspraken). De doelgroepverklaring wordt door de scholen aangevraagd en geregeld. Met een doelgroepverklaring hebben deze jongeren recht op job coaching en de mogelijke werkgever recht op loonkostensubsidie.
Om te kunnen beoordelen of een cliënt volgens de Participatiewet naar reguliere arbeid geleid kan worden zal door het UWV de loonwaarde (arbeidscapaciteit) bepaald moeten worden. De loonwaarde kan in de loop van de tijd verbeteren, waardoor andere loopbaanmogelijkheden ontstaan. Bij een IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) kan er aanspraak bestaan op Dagbesteding ter vervanging van arbeid.
Bij een cliënt zonder arbeidsverleden, waarbij geen beoordeling heeft plaatsgevonden door het UWV van de mate van arbeidsongeschiktheid vanwege de uitkeringsregeling Wajong, moet beoordeeld worden of er een indicatie bestaat voor Dagbesteding.
6. Huishoudelijke ondersteuning (artikel 4.8 van de Verordening)
6.1 Beoordeling van de noodzaak voor huishoudelijke ondersteuning (HO)
6.1.1. Gemiddelde inzet
Bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde frequenties en tijdsbestedingen op basis van het HHM-protocol.
Per resultaatgebied is uitgewerkt hoeveel professionele inzet nodig is voor de verschillende resultaten in de gemiddelde cliëntsituatie en wat het effect hierop is van verschillende factoren.
Bij toepassing van het normenkader wordt een optelsom gemaakt van de noodzakelijke tijd van de resultaatgebieden waarbij de cliënt ondersteuning nodig heeft. Zo nodig wordt ‘meer inzet’ opgeteld, en ‘minder inzet’ afgetrokken op basis van het HHM-protocol. De toepassing van het protocol op deze onderwerpen is maatwerk.
Het totaal aantal minuten van het normenkader wordt op de volgende manier geïnterpreteerd:
•De ondersteuningstijd, zoals in het kader weergegeven bij de gemiddelde cliëntsituatie, betreft volledige professionele overname van alle activiteiten. Dit vormt de basis voor het maatwerk voor de individuele cliënt;
•De hulp verdeelt zelf de uit te voeren werkzaamheden en de beschikbaar gestelde minuten per week, in overleg met de cliënt. Zo worden uiteindelijk alle activiteiten uit het ondersteuningsplan met de overeengekomen frequentie uitgevoerd (dus ook de activiteiten die niet iedere week hoeven te worden uitgevoerd);
•Het normenkader betreft de voor de hulp beschikbare totale tijd. Het betreft dus geen instructietijd voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten. In ieder huishouden, in iedere situatie, is sprake van net weer wat andere verdelingen van activiteiten en van de tijd die dit kost;
•In het normenkader is naast de directe tijd ook indirecte tijd opgenomen, dit is tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, interactie met de cliënt en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen;
•De geïndiceerde uren zijn daadwerkelijke uren. De hulp neemt pauze in eigen tijd; pauze is geen onderdeel van de indirecte tijd;
•De totale tijd die conform het normenkader beschikbaar wordt gesteld, zien wij als het gemiddeld wekelijks aantal minuten dat is te besteden ten behoeve van de te bereiken resultaten. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat deze totaaltijd toereikend is om te doen wat nodig is in de gemiddelde cliëntsituatie. Voorwaarde hiervoor is daarom dat goed onderzoek is gedaan naar de individuele situatie van de cliënt;
•Met het normenkader kan een verantwoord niveau van een schoon, opgeruimd en georganiseerd huishouden worden gerealiseerd. Persoonlijke opvattingen van cliënten of hulpen kunnen soms anders zijn dan waarop dit normenkader is gebaseerd. In die gevallen is het normenkader leidend, omdat deze op basis van onderzoek bij en met vele cliënten en in afstemming met diverse deskundigen tot stand is gekomen;
De gemiddelde inzet is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
•Het huishouden bestaat uit één of twee volwassenen zonder (thuiswonende) kinderen;
•Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;
•De cliënt kan elementaire dagelijkse activiteiten (aanrecht afnemen en in het algemeen opruimen) zelf uitvoeren;
•De cliënt kan zelf niet bijdragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
•Een sociaal netwerk ontbreekt; er is geen ondersteuning van mantelzorgers;
•Er zijn geen beperkingen of belemmeringen bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;
•De woning is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.
6.1.2. Niet- gemiddeld huishouden
Een aantal factoren kan maken dat een situatie niet gemiddeld is, maar dat andere inzet nodig is door een andere frequentie van activiteiten of andere tijdsbesteding. Het gaat dan om de volgende factoren:
•Kenmerken van de cliënt;
•Kenmerken van het huishouden;
•Kenmerken van de woning.
Als deze extra inzet noodzakelijk is kan het zijn dat er frequenter per week hulp moet worden geboden.
6.1.2.1 Kenmerken cliënt
Mogelijkheden cliënt zelf
•Hier wordt gekeken naar de mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Wanneer deze zeer beperkt zijn, kan meer inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee. Interventies in het algemeen vallen hier ook onder: reorganisatie en het ergonomisch maken van de woning en de inzet van hulpmiddelen (bijvoorbeeld de wasmachine op ooghoogte zetten, inzetten swiffer of stok) en zorgtechnologie.
Beperkingen en belemmeringen van de cliënt
•Hier wordt gekeken naar de beperkingen en belemmeringen van de cliënt die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. Naarmate een cliënt meer beperkingen en belemmeringen ervaart, kan meer inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Leidend is de hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is; niet de problematiek als zodanig.
Voorbeelden zijn Ziekte van Huntington, ALS, Ziekte van Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerigheid, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d.
Dit kan op twee manieren uitwerken:
•Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus).
•Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit medisch geobjectiveerde aandoeningen.
Ondersteuning vanuit mantelzorgers, sociaal netwerk en vrijwilligers
•Hier wordt gekeken of er ondersteuning wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers. Afhankelijk van de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden kan minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk zijn omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
6.1.2.2 Kenmerken huishouden
Samenstelling van het huishouden
•Hier wordt gekeken naar het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet per se extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp).
•De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk).
•Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimten in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee de benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is.
Huisdieren
•Door de aanwezigheid van één of meer huisdieren in het huishouden, kan door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen, dit staat los van de verzorging van huisdieren. Een huisdier vraagt niet altijd extra benodigde inzet (goudvis in een kom, een niet verharende hond, etc.). Een huisdier heeft vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. In voorkomende gevallen wordt 15 minuten extra toegekend, ongeacht het soort en aantal huisdieren. Het uitgangspunt is namelijk dat de gevolgen van huisdieren op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager behoren.
6.1.2.3 Kenmerken woning
Inrichting van de woning
•Er kan extra inzet nodig zijn doordat er bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer staan of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De inrichting van de woning is een eigen keuze, hier wordt geen meer inzet op ingezet.
Bewerkelijkheid van de woning
•Er kan extra inzet nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand- of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes.
Omvang van de woning
•Een grote woning kan, maar hoeft niet per se meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimten kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld te stofzuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt extra tijd. Hoeveel extra tijd hangt af van het gebruik. Bij dagelijks intensief gebruik wordt er meer tijd geïndiceerd dan wanneer de slaapkamer niet dagelijks intensief wordt gebruikt.
6.3 Gebruikelijke hulp
6.3.1 Definitie en afbakening gebruikelijke hulp en mantelzorg
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden. Ze bewonen namelijk als leefeenheid een woning en dragen op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van een huishouden. Werk of vrijwilligerswerk en/of het volgen van een opleiding zijn geen reden om huishoudelijke ondersteuning toe te kennen.
Gebruikelijke hulp en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Gebruikelijke hulp is per definitie zorg waarop geen aanspraak bestaat op grond van de Wmo. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Van iedere huisgenoot wordt een bijdrage verwacht in het huishouden rekening houdend met het eigen vermogen van de huisgenoot. Zo wordt er bij kinderen rekening gehouden met de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt.
Mantelzorg is zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte en duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Mantelzorg is niet afdwingbaar waardoor voor de zorg die door de mantelzorger geboden wordt ook aanspraak op grond van de Wmo kan bestaan. Dit is het geval wanneer de mantelzorger de zorg (tijdelijk) niet meer kan of wil verlenen.
6.3.2 Huisgenoot, een duurzaam huishouden en leefeenheid
Onder “duurzaam huishouden” wordt bedoeld; alle huisgenoten met een gezamenlijke huisvesting, die samen bijdragen in de kosten van huishouden dan wel het op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
Een “huisgenoot” betreft ieder persoon met wie de cliënt een gemeenschappelijke woning bewoont.
Een “leefeenheid” betreft alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren. Bewoners kunnen zowel volwassenen als minderjarigen betreffen.
Wanneer een cliënt een kamer verhuurt aan een derde wordt de huurder niet tot de leefeenheid gerekend. De huurder dient de gehuurde ruimte zelf schoon te houden en een evenredige bijdrage te leveren aan het schoonhouden van gemeenschappelijke ruimten. Een cliënt die wel met anderen in één huis woont maar samen met één of meer van hen geen leefeenheid vormt en geen duurzaam huishouden met de huisgenoten vormt, heeft een eigen woon/slaapkamer en deelt andere vertrekken met de huisgenoten. Bij de indicatie wordt de eigen woon/slaapkamer berekend en voor de gemeenschappelijke ruimte een evenredig aandeel van de cliënt in het gebruik van de ruimte.
6.3.3 Zorgplicht van ouders voor kinderen
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, zowel bij gezondheid als ziekte. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Hierbij dienen zij zelf naar oplossingen voor problemen in de zorg te zoeken. Zorgverlof, mantelzorg of andere voorliggende voorzieningen als kinderopvang kunnen een oplossing bieden bij problemen in de zorgverlening door een ouder. Als deze zorg niet realiseerbaar is dan kan ondersteuning op grond van de Wmo overwogen worden.
Bij een echtscheiding of beëindiging van de relatie vervalt niet de plicht om voor de kinderen zorg te dragen. Er dient wel rekening gehouden te worden met door de rechter vastgelegde afspraken rondom de zorg voor de kinderen.
6.3.4 Uitgangspunten bij de zorg voor gezonde kinderen
Onderstaand wordt aangegeven wat bij gezonde kinderen in een bepaalde leeftijdsfase verwacht kan worden in relatie tot zorg. Er dient bij de indicatie altijd individueel beoordeeld te worden of de verwachting ook reëel is bij het kind van een cliënt. Indien dit niet het geval is wordt er beargumenteerd afgeweken.
1Kinderen van nul tot en met vier jaar:
•Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;
•Moeten veelal volledig verzorgd worden bij aan- en uitkleden, eten en wassen;
•Zijn tot vier jaar veelal niet zindelijk;
•Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding en hebben dit niet in verenigingsverband;
•Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.
2Kinderen van vijf tot en met elf jaar:
•Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;
•Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij hun persoonlijke verzorging;
•Zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeels ook;
•Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, gemiddeld twee keer per week;
•Hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en naar hun activiteiten gaan;
•Hebben een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur per week.
3Kinderen van twaalf tot en met zeventien jaar:
•Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen, kunnen vanaf twaalf jaar enkele uren alleen gelaten worden, kunnen vanaf zestien jaar dag en nacht alleen gelaten worden;
•Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging;
•Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, onbekend aantal keer per week;
•Hebben bij hun vrijetijdsbesteding geen begeleiding nodig in het verkeer;
•Hebben een reguliere dagbesteding op school/ opleiding.
6.3.5 Gebruikelijke hulp door kinderen/ jongvolwassenen
Onderstaand wordt aangegeven wat van gezonde kinderen in een bepaalde leeftijdsfase verwacht kan worden in relatie tot het geven van gebruikelijk hulp. Er dient bij de indicatie altijd individueel beoordeeld te worden of de verwachting ook reëel is bij het kind van een cliënt. Indien dit niet het geval is wordt er beargumenteerd afgeweken.
1Kinderen van nul tot en met vier jaar:
•leveren geen bijdrage aan het huishouden;
2Kinderen van vijf tot en met twaalf jaar:
•worden naar eigen mogelijkheid betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden, zoals opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/ afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien;
3Kinderen van dertien tot en met zeventien jaar:
•worden geacht te kunnen helpen bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien en hun eigen kamer op orde houden (waaronder wordt verstaan rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen);
4Huisgenoten van achttien tot en met tweeëntwintig jaar:
•kunnen een eenpersoonshuishouden voeren (bij zwaar huishoudelijk werk wordt de norm voor de kleinste woningmaat gehanteerd). Dit wil zeggen het schoonhouden van de sanitaire ruimte(n) en één kamer, de was doen voor één persoon, boodschappen doen voor één persoon, de maaltijden verzorgen, afwassen en opruimen. Indien nodig en mogelijk kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun activiteiten behoren;
5Van huisgenoten van drieëntwintig jaar en ouder:
•wordt verwacht dat zij alle huishoudelijke activiteiten overnemen. De zorg door kinderen en jongvolwassenen wordt in mindering gebracht op de indicatie voor het gezin. Het betreft te allen tijde maatwerk.
6.3.6 Uitzonderingen voor gebruikelijke hulp
Hoewel gebruikelijke hulp een verplichtend karakter heeft zijn er situaties waar gebruikelijke hulp geen doeltreffende oplossing voor een probleem kan bieden. In deze paragraaf worden voorbeelden hiervan behandeld.
6.3.6.1 (dreigende) Overbelasting
Wanneer er sprake is van (dreigende) overbelasting van een huisgenoot kan worden afgeweken van het principe van gebruikelijke hulp. Het gaat daarbij om het overnemen van (een deel van) het huishouden voor een tijdelijke periode met als doel ontlasting van de gebruikelijke taken.
Voor het vaststellen of een persoon overbelast is, kan een grondig (medisch/ psychisch) onderzoek noodzakelijk zijn.
6.3.6.2 Voorkomen van crisis en ontwrichting bij verzorging en opvang van kinderen
Indien ondersteuning bij de verzorging van gezonde kinderen noodzakelijk is, heeft de inzet van voorliggende voorzieningen en/of gebruikelijke hulp een verplichtend karakter. Gebruik van voorliggende voorzieningen is gangbaar tot en met vijf dagen per week. Als deze niet aanwezig, niet toepasbaar of uitgeput zijn, is inzet van hulp voor verzorging van kinderen voor een korte periode mogelijk. Dit is mogelijk voor een maximale periode van drie maanden zodat de ouders de gelegenheid krijgen een eigen oplossing te vinden.
6.3.6.3 Overlijden van de geïndiceerde
In geval van overlijden van de geïndiceerde of opname van de geïndiceerde in een instelling wordt de toegekende huishoudelijke ondersteuning maximaal 8 weken voortgezet.
6.3.6.4 Versterken van de zelfredzaamheid
In sommige situaties kan het versterken van de zelfredzaamheid noodzakelijk zijn als bepaalde huishoudelijke activiteiten nog nooit door een cliënt zijn uitgevoerd. Voor het versterken van de zelfredzaamheid kan tijdelijk huishoudelijke ondersteuning worden geïndiceerd voor maximaal zes weken.
6.3.6.5 Fysieke afwezigheid huisgenoot
Er wordt geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden, lange werkweken of veel reistijd. Er wordt alleen rekening worden gehouden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Dit is bijvoorbeeld bij internationale vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de offshore of krijgsmacht het geval. Men kan niet verwachten dat huisgenoten een andere baan zoeken om gebruikelijke hulp te kunnen leveren.
De afwezigheid van de huisgenoot dient echter wel te voldoen aan de volgende kenmerken:
•De afwezigheid is inherent aan het werk;
•De afwezigheid heeft een verplichtend karakter;
•De afwezigheid is voor een aaneengesloten periode van ten minste zeven etmalen.
De genoemde zeven etmalen in de laatste regel moet volgens jurisprudentie (CRvB 06-01-2009) genuanceerd worden toegepast. Er moet vastgesteld worden of de huisgenoot feitelijk kan voorzien in het verlenen van de gebruikelijke hulp. Het betreft te allen tijde een individuele afweging. In de periode van afwezigheid van de gebruikelijke zorggever kan ook bij de berekening van de noodzakelijke hulp rekening gehouden worden met diens afwezigheid.
8. Vervoersvoorziening (artikel 4.9 van de Verordening)
8.2 Individuele vervoersvoorzieningen
8.2.1 Autoaanpassingen
Bij verstrekking van autoaanpassingen is het redelijk om van de cliënt te verlangen dat de aan te passen auto de investering nog waard is (de auto moet niet ouder zijn dan zeven jaar, zodat de aanpassing minimaal zeven jaar mee kan).
Niet eerder dan zeven jaar na de laatste toekenning kan een nieuwe autoaanpassing worden verstrekt. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van vervanging van de auto, de afschrijving en de mogelijkheid van hergebruik van de eerder verstrekte aanpassingen.
8.2.2 Gewenningsrijlessen
Gewenningsrijlessen als gevolg van een autoaanpassing of verstrekking van een scootmobiel of elektrische rolstoel worden indien nodig voor 100% vergoed. Het aantal lessen wordt vastgesteld door de indicatiesteller. In beginsel worden maximaal 3 rij- of gewenningslessen vergoed. Hiervan kan gemotiveerd afgeweken worden.
Wanneer tijdens het onderzoek de verwachting is dat sowieso meer dan 3 lessen noodzakelijk zijn, wordt cliënt doorverwezen naar de 1e-lijns ergotherapie voor (aanvullende) rijlessen. Verwijzing vindt bij voorkeur (niet verplicht) plaats via de huisarts.
Autorijlessen met als doel het rijbewijs te halen worden niet vergoed.
De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2026 treden in werking op 1 januari 2026.
Bijlage 1. Lijst van gebruikte afkortingen
ADL
Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (eten, zich wassen, naar het toilet gaan en het voeren van een huishouden)
CIZ
Centrum Indicatiestelling Zorg (organisatie die o.a. aanvragen beoordeelt voor voorzieningen uit de Wet langdurige zorg (Wlz))
CRvB
Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad van Beroep is een van de drie hoogste bestuursrechters die Nederland kent. De Centrale Raad van Beroep oordeelt in hoger beroep over geschillen op het terrein van de sociale verzekeringen, de sociale voorzieningen en ambtenarenzaken.
CVV
Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (ook wel MolenHopper genoemd)
GGZ
Geestelijke Gezondheidszorg
HKZ
Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ stelt kwaliteits- en veiligheidsnormen op voor ruim 30 branches in Zorg en Welzijn.
HO
Huishoudelijke Ondersteuning
IVA
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten
Pgb
Persoonsgebonden budget
Pgb-plan
Persoonsgebonden budgetplan
UWV
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Het UWV belast is met de uitvoering van alle werknemersverzekeringen (o.a. WW, WAO, WIA en de Ziektewet.)
Wlz
Wet langdurige zorg
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning
Zin
Zorg in natura
Zvw
Zorgverzekeringswet
Zzp’er
Zelfstandige zonder personeel
Bijlage 2. Lijst algemeen gebruikelijke voorzieningen
Wanneer is iets algemeen gebruikelijk?
•De voorziening of het hulpmiddel is gewoon in de winkel te koop
•De voorziening is niet speciaal bedoeld voor mensen met een langdurige aandoening of beperking
•De voorziening is niet (veel) duurder dan andere voorzieningen met hetzelfde doel
•Een inwoner met een minimum inkomen kan de voorzienig betalen of er wordt verwacht dat dat kan
De voorziening is naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen gangbaar onder de gehele bevolking. Een voorziening moet door álle inkomensgroepen in de bevolking gebruikt (kunnen) worden om het predicaat 'algemeen gebruikelijke voorziening' te kunnen krijgen.**
Voorzieningen in en rond het huis (woonvoorzieningen)
•Aanrechtblad
•(Mobiele) airco
•Anti-sliptegels of anti-slipcoating
•Automatische deuropener voor garage
•Badplank
•Bedbeugel
•Centrale verwarming
•Deurdranger
•Douchekop en glijstang
•Douchezitje (in elke uitvoering)
•Douchestoel op poten
•Drempelhulpen (binnen- en buiten, ook voor schuurtjes/bergingen)
•Eénhendelmengkranen
•Handgreep/wandbeugel (≤ 60cm)
•Hangend toilet
•Keramische- of inductiekookplaat
•Keukenapparatuur
•Losse toiletverhoger
•Losse intercom (niet als onderdeel van een elektrische deuropener)
•Luchtbevochtiger en ontvochtiger
•Meterkast met meerdere groepen
•Ophogen straatwerk (bij verzakking)
•renovatie van keuken (ouder dan 15 jaar)
•renovatie van badkamer (ouder dan 25 jaar)
•Robotstofzuiger
•Sanibroyeur, dan wel 2e toilet
•Standaard zonwering (binnen en buiten)
•Stofzuiger met HEPA-filter (een HEPA-filter vangt hele kleine stofdeeltjes uit de lucht)
•Zonwering screens)
•Stalling voor (driewiel)fiets
•Thermostatische mengkraan
•(extra) trapleuning
•Verhoogd toilet (6+, 10+)
•Vervangen van stoffen meubilair door glad meubilair
•Wasdroger
***Renovatie is het uitvoeren van activiteiten om een ruimte te laten voldoen aan moderne eisen vanuit wet- en regelgeving of aan een moderne vraagstelling inzake het gebruik (de functionaliteit) van een ruimte
Voorzieningen voor verover en mobiliteit
•Aankoppelfiets/aanhangfiets
•Autoaanpassingen zoals:
o Automatische transmissie
o Stuurbekrachtiging
o Elektrische ramen
o Warmte werend glas
o Cruise control
o Airco
•Bakfiets
•Beenzak/voetenzak/schootskleed
•Buggy (afhankelijk van maatvoering)
•Fiets met hulpmotor en/of lage instap (voor kinderen tot 12 jaar niet algemeen gebruikelijk)
•Ligfiets (2-wiel) met of zonder hulpmotor/trapondersteuning
•Opvouwbare scootmobiel
•Rolstoelhandschoenen
•Segway
•Snorfiets, bromfiets, scooter
•Step/elektrische step
•Tandem (met of zonder hulpmotor)
•Windscherm (voor fiets of scootmobiel)
Voorzieningen in speciale gebouwen
Denk hierbij aan gemeenschappelijke ruimten in een complex met seniorenwoningen of gebouwen voor mensen met een beperking
•Elektrische deuropeners
•Intercomsystemen
•Onbelemmerde toegang (ook met rolstoel of scootmobiel) tot wooncomplex en/of berging
Beoordeling per persoon
Als iets algemeen gebruikelijk is, kijkt de gemeente of het voor u:
•Ook echt beschikbaar is
•Betaalbaar is
•Goed genoeg helpt.
Wat als u het niet kunt betalen?
Uw inkomen en spaargeld tellen alleen mee als u zegt dat u het niet kunt betalen. Dan moet u dit bewijzen met documenten. Als blijkt dat u recht heeft op bijzondere bijstand, dan is het voor u in veel gevallen niet algemeen gebruikelijk.
Uitzondering bij noodsituatie
Als u door een plotselinge beperking snel iets moet vervangen, dan is het soms geen algemeen gebruikelijke voorziening meer.
Bijlage 3. HHM-Protocol
[Deze bijlage kunt u via de wetstechnische informatie als pdf document downloaden.]
Bijlage 4. Zelfredzaamheidmatrix
[Deze bijlage kunt u via de wetstechnische informatie als pdf document downloaden.]