Gemeentelijke regelgeving

Regeling Commissie Bezwaarschriften Gemeente Gooise Meren 2020

Gemeente Gooise Meren · geldt sinds 1 januari 2020

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren en

de burgemeester van de gemeente Gooise Meren;

Ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft;

gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;

besluiten vast te stellen

“de Regeling Commissie Bezwaarschriften Gemeente Gooise Meren 2020".

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

College:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren;

Commissie:

Vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;

Verwerend orgaan:

Het bestuursorgaan (college of burgemeester) dat het bestreden besluit heeft genomen;

Enkelvoudige kamer:

Een kamer bestaande uit een voorzitter of een lid;

De Wet

De Algemene wet bestuursrecht (Awb);

Aanwijzingsbesluit

Het Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften USD en VTH Gemeente Gooise Meren.

Artikel 2 Inleidende bepaling commissie

1Er is een commissie in de zin van artikel 7:13 van de Wet ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren tegen besluiten van het college en de burgemeester.

2In afwijking van het eerste lid van dit artikel, maakt het college geen gebruik van de commissie in de categorieën van besluiten die zijn genoemd in het Aanwijzingsbesluit.

3De commissie is niet bevoegd te adviseren ten aanzien van:

a.besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet Onroerende zaken;

b.zaken, waarbij het bestuursorgaan heeft ingestemd met het verzoek tot rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter;

c.rechtspositionele zaken;

d.door het college daartoe aangewezen categorieën bezwaarschriften als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit tenminste één voorzitter en tenminste twee leden.

2De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de (plaatsvervangende) leden worden door het college danwel de burgemeester benoemd, geschorst en ontslagen.

3De (plaatsvervangend) voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Gooise Meren.

4Een (plaatsvervangend) voorzitter kan ook als lid optreden.

Artikel 4 Kamers van de commissie

1De commissie bestaat uit twee kamers, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften: de Algemene Kamer en de Sociale Kamer.

2De commissie stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld.

3Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden:

a.een voorzitter of plaatsvervangend voorzitter in de zin van artikel 7:13 van de Wet;

b.ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden.

4De enkelvoudige kamer kan beslissen dat de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie zal geschieden.

5De voorzitter kan besluiten het horen te laten plaatsvinden door een enkelvoudige kamer.

6Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze regeling zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

7Ten aanzien van niet in deze regeling geregelde aangelegenheden, regelt de commissie haar werkwijze.

Artikel 5. Secretaris

1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.

2Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

Artikel 6. Zittingsduur

1De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk twee keer herbenoemd te worden.

2De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment schriftelijk ontslag nemen.

3De aftredende of ontslag nemende (plaatsvervangend)voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 7. Ingediend bezwaarschrift

1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2Het bezwaarschrift met de overgelegde stukken wordt per direct door de secretaris naar de vakafdeling gezonden en mede in handen van de commissie gesteld, indien de commissie over het bezwaarschrift gaat adviseren.

3Tussen de secretaris en de juridisch adviseur van de vakafdeling wordt per direct overleg gepleegd of het bezwaarschrift valt onder het Aanwijzingsbesluit.

4Voor de categorie besluiten die niet onder het Aanwijzingsbesluit vallen, verzorgt de secretaris van de commissie binnen drie werkdagen het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de Wet.

5Bij de behandeling door de commissie wordt het advies door de commissie in beginsel binnen een termijn van 9 weken uitgebracht, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De afhandeltermijn voor het college, wordt niet op voorhand in het ontvangstbewijs -zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel- verdaagd.

6De voorzitter van de commissie geeft toepassing aan artikel 7:10 vijfde lid indien de termijn van tien weken voor het uitbrengen van het advies niet wordt gehaald.

Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Wet, worden voor de toepassing van deze regeling uitgeoefend door de (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie:

a.artikel 2:1, tweede lid;

b.artikel 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn;

c.artikel 6:17;

d.artikel 7:4,tweede lid;

e.artikel 7:6,vierde lid;

f.Artikel 7:10, derde lid;

g.Artikel 7:10,vierde lid;

h.Artikel 7:10, vijfde lid:

Artikel 9 Vooronderzoek

1De (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen die relevant zijn voor de beoordeling van de zaak.

2De (plaatsvervangend) voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de zaak en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan onkosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 10 Hoorzitting

1De (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting, waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2Ten behoeve van de hoorzitting wordt door of namens het verwerend orgaan een verweerschrift opgesteld. Dit verweerschrift wordt uiterlijk één week vóór de hoorzitting door de secretaris verzonden aan de commissie en de belanghebbenden. In het verweerschrift wordt puntsgewijs ingegaan op de gronden van het bezwaar.

3De (plaatsvervangend) voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Wet en doet daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

Artikel 11 Uitnodiging zitting

1De (plaatsvervangend) voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan medegedeeld.

4De (plaatsvervangend) voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 12 Quorum

1Voor het houden van een zitting van de commissie is vereist dat de meerderheid van het aantal leden van de bezwarencommissie onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

2De voorzitter kan besluiten om te horen in beperkte samenstelling. Aanwezig zijn dan in ieder geval de voorzitter en een lid.

Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling

De (plaatsvervangend) voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie, danwel nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 14 Openbaarheid zitting

1De zitting van de commissie is openbaar. De zitting van de Sociale kamer van de commissie vindt in ieder geval achter gesloten deuren plaats

2De deuren worden gesloten indien de (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.

Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging

1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat er door alle aanwezigen over en weer is gevraagd en geantwoord en wat verder ter zitting is voorgevallen.

3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

5Het verslag wordt ondertekend door de (plaatsvervangend) voorzitter en de secretaris van de commissie, nadat de betreffende kamer akkoord is met de inhoud.

Artikel 16 Nader onderzoek

1Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de (plaatsvervangend) voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na de verzending van de nadere informatie aan de (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De (plaatsvervangend) voorzitter beslist op zo'n verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze regeling die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17 Raadkamer en advies bezwarencommissie

1De commissie beslist en beraadslaagt achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Indien bij de stemming de stemmen staken, beslist de stem van de (plaatsvervangend) voorzitter.

4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

5De secretaris van de commissie heeft een adviserende stem.

6Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

7Het advies wordt door de (plaatsvervangend) voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 18 Uitbrenging advies en verdaging Bezwarencommissie

1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 van deze regeling en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. De Commissie verstrekt het advies op het bezwaarschrift in beginsel binnen negen weken na het verstrijken van de bezwaartermijn.

2Indien naar het oordeel van de (plaatsvervangend) voorzitter de beslistermijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, voor het college ontoereikend is in verband met vertraging van het uitbrengen van een advies, verdaagt hij, namens het bestuursorgaan, de beslissing. Het advies van de commissie mag in dat geval niet later dan veertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken worden uitgebracht, tenzij gemotiveerd kan worden aangegeven dat de belanghebbenden hebben ingestemd met verder uitstel wegens noodzakelijk onderzoek van de zaak of naleving van wettelijke procedurevoorschriften conform artikel 7:10 vierde lid van de wet.

3Van het in mandaat genomen verdagingsbesluit ontvangt het bestuursorgaan en de belanghebbenden een afschrift.

4Bij de bekendmaking van de beslissing op het bezwaarschrift worden het advies, het verslag en de eventuele nadere informatie meegezonden of uitgereikt.

Artikel 19. Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 20 Intrekken oude regeling

Tegelijkertijd met het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling wordt de Regeling Commissie Bezwaarschriften 2016 ingetrokken.

Artikel 21 Citeer titel en Inwerkingtreding

Dit besluit kan worden aangehaald als “regeling Commissie Bezwaarschriften Gemeente Gooise Meren 2020” en treedt in werking op 1 januari 2020.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.