1. Inleiding
Deel A Omgevingsprogramma Horeca
Inleiding
Sinds 2016 vormen Muiden, Naarden en Bussum één gemeente. De naam Gooise Meren verwijst naar een veelzijdig landschap. Zo zijn Bussum en Naarden onderdeel van het Gooi en kent de gemeente een groen karakter in een waterrijk gebied met veelzijdige kernen. Bussum is een groot (tuin)dorp met een centrum met een uitgebreid voorzieningenaanbod. Naarden is één van de best bewaarde vestingsteden aan het Gooimeer. Muiderberg is een brinkdorp en een badplaats. Muiden is een vestingstad met een zeesluis middenin het centrum, het Muiderslot (Amsterdam Castle), de Haven aan het IJmeer en het Forteiland Pampus.
Belang van horeca
Binnen dit diverse landschap speelt horeca een belangrijke rol. Voor de eigen inwoners en die van de regio, maar ook voor haar bezoekers. In economisch opzicht verlengt de horeca de verblijfsduur van consumenten, met in deze gebieden vaak hogere bestedingen tot gevolg. De sector biedt laagdrempelige én specialistische werkgelegenheid. Veel jongeren hebben hun eerste baantje in de horeca.
Goede horeca draagt bij aan de levendigheid en het voorzieningenniveau van een gebied. Ze heeft een belangrijke sociale functie voor ontmoeting, vermaak en het genieten van het leven, maar ook als plek om te werken of voor een snelle consumptie. De horeca geeft gebieden smaak en kleur en verdient daarmee aandacht in het belang van haar toekomst. Daarbij blijft aandacht nodig voor de balans met de leefbaarheid in verband met mogelijke hinder.
Aanleiding
Het Omgevingsprogramma Horeca Gooise Meren 2024 vormt het beleidskader voor de horeca in de gemeente. Het is een actualisatie ter vervanging van het ‘Horecabeleid Gooise Meren 2019-2023’. De actualisatie is in de loop van 2023 opgestart. Het praktische beleid is zoveel mogelijk in stand gehouden, in lijn met de ervaringen met het vorige beleid. Dat bleek uit het overleg met de Kerngroep Horecabeleid medio 2023 en diverse andere overleggen om input op te halen voor het nieuwe beleid. In die periode zijn ook andere horecaondernemers uit de kernen geconsulteerd. De looptijd is vanaf 2024. Aanpassingen zijn noodzakelijk vanwege veranderende wet- en regelgeving zoals de Alcoholwet (voormalige Drank- en Horecawet). Ook de verordenende, gemeentelijke bevoegdheid in het kader van gezondheid en alcoholmatiging speelt een rol. Het omgevingsbeleid en -recht zijn veranderd door invoering van de Omgevingswet. Delen van het beleidskader voor de horeca vallen hieronder en die zijn gerelateerd aan de gemeentelijke Omgevingsvisie. Ze maken onderdeel uit van dit uitvoeringsgerichte Omgevingsprogramma. De gemeente regelt hierin de sectorale inbreng voor de horecaregels in het omgevingsplan. Het programma bepaalt waar in Gooise Meren welk soort horeca is toegestaan en vormt een toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Horecabedrijven vallen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) onder het vergunningstelsel. Dat is aanvullend op het omgevingsrecht en dat deel valt buiten de Omgevingswet.
Resultaat en leeswijzer
De nota is als volgt opgebouwd:
•Met cijfers en trends brengt hoofdstuk 2 de markt in beeld.
•In hoofdstuk 3 worden de visie en ambitie gepresenteerd aan de hand van de Omgevingsvisie en Economische Visie.
•Hoofdstuk 4 gaat in op de wet- en regelgeving m.b.t. vestiging en vergunningen.
•Hoofdstuk 5 beschrijft aan de hand van herkenbare onderwerpen de lokale regelgeving.
In de beleidshoofdstukken 4 en 5 worden verschillende wet- en regelgevingen behandeld. Dit gebeurt doorgaans aan de hand van een korte inleiding (waar hebben we het over), de rode lijn (met de voorwaarden of indieningsvereisten) en indien van toepassing de actualisatie (als er iets verandert).
Tot slot hoort bij deze beleidsnota een zogenaamde ‘hand-out’ waarin de belangrijkste informatie overzichtelijk is samengevat. Heeft u vragen over het Omgevingsprogramma Horeca? Neem dan contact met ons op via vergunningen@gooisemeren.nl.
Bijlage 1 - Vestigingsbeleid horeca Bussum
In de nota is uitvoerig aandacht geschonken aan het sinds 1986 van kracht zijnde horecavestigingsbeleid. In deze bijlage wordt nader ingegaan op (veranderingen in): de zonering; de categorisering; voorkoming van overconcentratie; overname/vestiging van een horecabedrijf; en exploitatievergunning.
1.Zonering
De bebouwde kom van de gemeente Bussum is onderverdeeld in 3 zones, te weten: de A- zone, de B-zone en de C-zone.
De A-zone is het gedeelte van de bebouwde kom dat als woongebied moet worden aangemerkt. In het A-gebied wordt slechts medewerking verleend aan de vestiging van nieuwe horecabedrijven. ondergeschikte horeca-activiteiten binnen winkelconcentraties, de kantine van een sportvereniging, horeca-activiteiten bij een speeltuin die ook buiten het speeltuinseizoen kunnen worden voortgezet, horeca-activiteiten bij verzorgingstehuizen die ook een buurtfunctie hebben, de vestiging van een buurthuis of daaraan gelijk te stellen horeca-activiteiten, maar ook horecavoorzieningen en daaraan verwante activiteiten bij spoorwegstations. Daarnaast kunnen horeca-activiteiten in een A- gebied ook worden gerealiseerd indien sprake is van een gewenste ontwikkeling die in een Ruimtelijk plan wordt geformaliseerd. Voor reeds in de A-zones gevestigde horecabedrijven heeft het beleid géén gevolgen. Alleen als tot karakterverzwaring van het reeds aanwezige horecabedrijf wordt overgegaan kan dit tot problemen leiden en wel in die zin dat daaraan géén medewerking wordt verleend.
De B-zones zijn het gedeelte van de bebouwde kom dat als woongebied is aan te merken doch zich kenmerkt door de aanwezigheid van een of meer winkelconcentratie(s) en binnen welke horeca-activiteit toelaatbaar wordt geacht, voor zover deze activiteit uitsluitend is gericht op de betrokken buurt.
De C-zone is het gedeelte van de bebouwde kom dat door zijn ligging een bovenlokale functie vervult en in het centrumgebied naar gelang van bewoningsgraad en bewoningsdichtheid nader is in te delen in straten met:
•een hoge woonconcentratie; dit zijn vooral de straten met stapelbouw;
•een middelmatige woonconcentratie; straten waar zich voornamelijk winkels met bovenwoningen bevinden, al dan niet afgewisseld met volledig bewoonde percelen;
•een lage woonconcentratie; straten of gebieden waar zich relatief gezien veel winkels en/of horecabedrijven bevinden, waar relatief weinig mensen wonen en/of de woonfunctie nauw verbonden is aan de horecabedrijvigheid ter plaatse.
Voor de indeling van de Bussumse bebouwde kom op grond van bovenstaande criteria wordt verwezen naar de bij deze nota behorende zoneringskaart. Schematisch kan het bovenstaande als volgt worden weergegeven.
2.Categorisering
Zoals hierboven reeds is aangegeven is voor de beschrijving van de aard van de horeca-activiteiten aansluiting gezocht bij de terminologie die is gebruikt in de diverse Bussumse bestemmingsplannen: vanaf 2024 te harmoniseren in het omgevingsplan. Het gaat dan vooral over de wijze waarop de verschillende horeca-exploitatievormen in de Staat van Horecabedrijven worden gekwalificeerd.
Voor horeca-exploitatievormen die niet in het omgevingsplan wordt genoemd wordt bezien welke horeca-exploitatiewijze het meest aansluit bij een wel in het omgevingsplan genoemd bedrijf. Het gaat dan om de navolgende categorisering.
Categorie 1. Centrumwinkelgebied ondersteunende horeca, geen hinder veroorzakend
Het betreft de aan detailhandel verwante bedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds open behoeven te zijn. En daardoor niet of nauwelijks hinder veroorzaken. Het daarbij om de navolgende horecavormen:
•automatiek
•broodjeszaak
•cafetaria
•croissanterie
•lunchroom
•ijssalon
•koffiebar/tearoom
•traiteur
Categorie 2. Voor het centrumgebied neutrale horeca, nauwelijks hinder veroorzakend
Het betreft bedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds geopend zijn en daardoor nauwelijks hinder veroorzaken.
•bistro
•sportkantines
•restaurant
•eetcafé (mits de hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van volwaardige maaltijden)
•grand-café (rustige horeca, achtergrondmuziek, loungen, krant lezen etc.)
Categorie 3. Voor het centrumgebied neutrale horeca, potentieel beperkte hinder veroorzakend
Bedrijven die in beginsel alleen ’s avonds en overdag behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van maaltijden), maar relatief grote verkeersaantrekkende werking en daardoor beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken.
bedrijven genoemd onder 1 en 2 met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250m2
•Afhaalcentrum, pizza (bezorg) service, Mc Drive, snackbar, e.d.
•Hotel
Categorie 4. Niet direct aan het centrum gebonden horeca, potentieel hinder veroorzakend
Bedrijven die normaal gesproken ook ’s nachts geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken.
•bar
•pool(biljart)centrum
•café/grand-café
•bodega
•proeflokaal
•zalenverhuur
Categorie 5. Niet direct aan het centrum gebonden horeca, potentieel ernstige hinder veroorzakend
Bedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts moeten zijn geopend en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen.
•Danscentrum
•Dancing
•Discotheek
•Nachtclub
•Partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen)
Vanaf het moment dat de exploitatie van een gevestigd horecabedrijf wordt overgenomen door een nieuwe ondernemer wordt op basis van de feitelijke exploitatie vastgesteld in welke horeca-categorie het bedrijf moet worden ingedeeld.
3.Voorkoming van overconcentratie
Wanneer het omgevingsplan de vestiging van een horecabedrijf of een karakterverzwaring niet belemmert, komt het al dan niet verlenen van gevraagde vergunningen pas aan de orde. Aan de hand van het van kracht zijnde Omgevingsprogramma Horeca wordt beoordeeld of de nieuwvestiging of de karakterverzwaring leidt tot een overconcentratie van horeca-inrichtingen. Doel van het beleid is om te komen tot objectief kenbare grenzen, die recht doen aan de opgestelde uitgangspunten, te weten in beginsel géén horecavestiging in woongebieden, slechts daghoreca in buurtwinkelcentra en een beperkte uitbreidingsmogelijkheid in het centrumgebied.
Op de vestiging van club- en buurthuizen, kantines van sportverenigingen en verenigingsgebouwen met zaalaccommodatie is het criterium “overconcentratie” niet van toepassing. Tevens is dit toetsingscriterium niet van toepassing op horeca-activiteiten bij een speeltuin die ook buiten het speeltuinseizoen kunnen worden voortgezet, horeca-activiteiten bij verzorgingstehuizen die ook een buurtfunctie hebben of daaraan gelijk te stellen horeca-activiteiten en horeca- activiteiten bij spoorwegstations. Voor het overige kunnen aan de vestiging van nieuwe horecabedrijven (indien het omgevingsplan het toelaat) de navolgende grenzen worden gesteld (zie hierna).
CATEGORIE
1
2
3
4
5
ZONE
A
* Geen, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
* Geen, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
* Geen, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
**Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling één
B
Onbeperkt
1per winkelconcentratie
1per winkelconcentratie
Géén
Géén
C(H)
Onbeperkt
Onbeperkt
* Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
* Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
* Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
C(M)
Onbeperkt
Onbeperkt
* Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
* Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
* Géén, mits gewenste maatschappelijke ontwikkeling
C(L)
Onbeperkt
Onbeperkt
1per 50 m
1per gevellengte
1per gevellengte
4.Overname/vestiging horecabedrijf
Zodra er in Bussum wordt gestart met de exploitatie van een horecabedrijf zoals genoemd in één van de bovengenoemde horecacategorieën, kunnen zich drie situaties voordoen:
1overname van een bestaand horecabedrijf waarbij de exploitatie in ongewijzigde vorm wordt voortgezet;
2overname van een bestaand horecabedrijf waarbij de wijze van exploitatie zodanig zal wijzigen dat het bedrijf in een zwaardere horecacategorie terecht komt;
3overname van een bestaand horecabedrijf waarbij de wijze van exploitatie er toe leidt dat het bedrijf in een lichtere horecacategorie terecht komt;
4voorgenomen vestiging van een horecabedrijf in een perceel waarin voorheen nog géén horecabedrijf was gevestigd.
Ad 1.
Of er ook feitelijke exploitatie van het bedrijf kan plaatsvinden is veelal afhankelijk van de vraag of de exploitant aan de vereisten voor een exploitatievergunning kan voldoen en aan de vereisten uit de Alcoholwet kan voldoen (dit laatste geldt alleen voor bedrijven waar alcohol wordt geschonken).
Ad 2.
Overname van een bestaand horecabedrijf waarbij sprake is van een verzwaring van horecacategorie, wordt primair getoetst aan het vigerende omgevingsplan.
Indien het omgevingsplan de karakterverzwaring mogelijk maakt zal ten behoeve van de te verlenen exploitatievergunning worden getoetst of de beoogde karakterverzwaring niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat, waaraan niet door middel van het stellen van voorschriften tegemoet kan worden gekomen. Zo zal een cafébedrijf dat zich met name richt op jeugdigen, meer overlast veroorzaken dan een buurtcafé of een eetcafé. Over de mate van hinder en overlast zal de burgemeester zich uitvoerig door de politie laten informeren.
Ad 3.
Overname van een bestaand horecabedrijf waarbij sprake is van een lichtere horecacategorie, is in beginsel mogelijk. De exploitant dient te voldoen aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Ad 4.
Heeft de beoogde vestiging betrekking op een perceel waarin tot op dat moment nog géén horeca was gevestigd, dan dient allereerst aan het omgevingsplan te worden getoetst. Als het omgevingsplan géén horeca toelaat dan zal niet tot vestiging kunnen worden overgegaan. Op het moment dat het omgevingsplan vrijstellingsmogelijkheden biedt, dan zal in de praktijk de vestiging alleen mogelijk worden indien er van gemeentewege van de vrijstellingsmogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Als het omgevingsplan géén vrijstellingsmogelijkheden biedt en de vestiging van een nieuw horecabedrijf (of karakterverzwaring van een bestaand bedrijf) als een wenselijke ontwikkeling wordt beschouwd, kan de vestiging worden gerealiseerd door middel van een wijziging van het omgevingsplan. In de bovenomschreven situatie moet de politie en OFGV positief hebben geadviseerd en moeten belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld zienswijzen in te brengen.
Bijlage 2 - Vestigingsbeleid horeca Naarden
Categorie 1. Lichte horeca
Horecabedrijven, die gelet op de aard en omvang ervan zowel vanuit functionele als uit milieuoverwegingen (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) niet of nauwelijks storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze horecabedrijven en waarvan de openingstijden grotendeels overeenkomen met die van detailhandelsvestigingen. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden:
Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca
•automatiek
•broodjeszaak
•cafetaria
•crêperie
•croissanterie
•koffiebar
•lunchroom
•snackbar
•tearoom
•ijssalon
•Proeflokaal
Categorie 2. Middelzware horeca
Horecabedrijven, die gelet op de aard en omvang ervan zowel vanuit functionele als uit milieuoverwegingen aanzienlijk storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze horecabedrijven:
•bistro
•bed & breakfast
•restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice)
•restaurant met een bezorg- en/of afhaalservice (bijvoorbeeld pizzeria, chinees)
•shoarma/grillroom
Categorie 3. Zware horeca
Horecabedrijven waar hoofdzakelijk in de avonduren en/of de vroege nacht dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen:
•bar;
•café (openbare gelegenheid waar men dranken kan gebruiken, met daaraan ondergeschikt dansgelegenheid)
•zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen) een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
Bijlage 3 - Vestigingsbeleid horeca Muiden en Muiderberg
De bestaande horecalocaties krijgen in het omgevingsplan de bestemming Horeca. De horecafunctie is een diverse functie. Zo is bijvoorbeeld een theesalon horeca, maar ook een hotel of bar/dancing. De aard en ruimtelijke uitstraling van de horecagelegenheden kunnen onderling sterk verschillen. Het gaat hierbij om aspecten als bijvoorbeeld verkeersaantrekkende werking, parkeren, geluid, omvang, bezoekersaantallen en het moment van open zijn. Omdat de verschillende horecagelegenheden van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van het woon- en leefmilieu en dus op de ruimtelijke kwaliteit, is ervoor gekozen om binnen de horecabestemming een differentiatie aan te brengen met onderscheid in een vijftal categorieën, namelijk:
•categorie 1: spijsverstrekkers, zoals ijssalons, lunchrooms, croissanterieën, koffie-/theehuizen, waarbij geen alcoholische dranken worden geschonken;
•categorie 2: maaltijdverstrekkers, zoals restaurants, bistro’s, eetcafés, cafetaria’s/snackbars, fastfood restaurants, crêperies, grillrooms, shoarma/pizzabedrijven;
•categorie 3: drankverstrekkers, zoals cafés/bars;
•categorie 4: logiesverstrekkers, zoals hotels, pensions en motels;
•categorie 5: nachtclubs, dancings, disco’s en partycentra.
Volledigheidshalve wordt hierbij aangetekend dat het exacte functioneren, waaronder bijvoorbeeld de openingstijden, geregeld wordt via de APV en de Wet milieubeheer en dat dat niet via een omgevingsplan is te regelen. Het omgevingsplan gaat over de functie en niet direct over de openingstijden.
Catering
Catering en traiteurs zijn er in velerlei vormen. Indien de catering een vestiging betreft waar alleen voedsel bereid wordt, er geen balie / toonbank aanwezig is om het ter plaatse bereide voedsel te verkopen en het voedsel door de betreffende vestiging naar elders wordt getransporteerd, dan worden dergelijke vestigingen aangemerkt als “Bedrijfsbestemming” en niet als detailhandel. Indien in de vestiging ook verkoop plaats vindt van ter plaatse bereide waren, via balie / toonbank, dan is er ruimtelijk gezien geen verschil met een bakker of slager en wordt een cateraar of traiteur aangemerkt als detailhandel.
Bijlage 4 - Aanvraag Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning horeca
Voor het exploiteren van een horecabedrijf is in de gemeente Gooise een exploitatievergunning horeca op grond van het bepaalde in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vereist en een vergunning op grond van de Alcoholwet voor het schenken van alcoholhoudende dranken. De procedure voor het verlenen van een Alcoholwetvergunning kan op grond van de Alcoholwet 8 weken in beslag nemen. Deze periode kan in geval van een BIBOB-onderzoek langer zijn: indien noodzakelijk kan de beslistermijn verlengd worden (zie Algemene wet bestuursrecht (Awb) artikel 4:14). Voor deze verlenging wordt een termijn van maximaal 8 weken aangehouden. De genoemde termijnen zijn algemene richtlijnen.
Aanvragen om vergunning worden alleen in behandeling genomen indien de aanvraag is voorzien van de vereiste bescheiden. De bescheiden die zijn vereist worden expliciet aangegeven in de checklist die met het vergunningsaanvraagformulier wordt meegestuurd. Op het moment dat deze gegevens zijn aangeleverd, kan in beginsel een ontvankelijkheidsverklaring worden afgegeven, waarin staat vastgelegd dat de ondernemer voor eigen risico en eigen kosten open kan tijdens de beslisperiode over het wel/niet toekennen van de aangevraagde vergunning(en).
Aan de ontvankelijkheidsverklaring worden nadere voorschriften verbonden, zoals voorschriften inhoudende dat de ontvankelijkheidsverklaring kan worden ingetrokken in geval van het verstrekken van onjuiste informatie dan wel andere omstandigheden die vergunningverlening in de weg staan.
Exploitatievergunning horeca
De feitelijke exploitatie van een horecabedrijf kan pas worden gestart op het moment dat ontvankelijke vergunningsaanvragen zijn ingediend bij de gemeente. Voor bedrijven waar alcohol wordt geschonken moet in ieder geval een Alcoholwetvergunning worden aangevraagd en een exploitatiewetvergunning op grond van de APV. Voor bedrijven waar alleen alcoholvrije dranken worden geschonken, bijvoorbeeld een snackbar, kan worden volstaan met een exploitatievergunning horeca. De beslistermijn over de vergunningaanvraag is 8 weken. Indien noodzakelijk kan de beslistermijn verlengd worden (artikel 1:2 lid 1 en 2 van de APV). Voor deze verlenging wordt een termijn van maximaal 8 weken aangehouden.
Bijlage 5 - Paracommerciële gelegenheden
De Alcoholwet definieert paracommercie als volgt:
“Paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf”.
Voor de regels die betrekking hebben op paracommerciële instellingen wordt verwezen naar de Alcoholwetverordening van de gemeente Gooise Meren.
Bijlage 6 - Sluitingstijden horeca
Sluitingstijdenregeling volgens artikel 2:29 APV.
Bussum
C(H)-zone, categorie 2 en 3
-op zaterdagen en zondagen tussen 00.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 00.00 en 07.00 uur;
C(H)-zone, categorie 4 en 5
-op zaterdagen en zondagen tussen 02.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 01.00 en 07.00 uur;
C(M)-zone, categorie 2
-op zaterdagen en zondagen tussen 01.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 00.00 en 07.00 uur;
C(M)-zone, categorie 3 en 4
-op zaterdagen en zondagen tussen 02.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 01.00 en 07.00 uur;
C(M)-zone, categorie 5
-op zaterdagen en zondagen tussen 03.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 02.00 en 07.00 uur
C(L)-zone, categorie 2
-op zaterdagen en zondagen tussen 01.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 01.00 en 07.00 uur;
C(L)-zone, categorie 3 en 4
-op zaterdagen en zondagen tussen 02.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 01.00 en 07.00 uur;
C(L)-zone, categorie 5
-op zaterdagen en zondagen tussen 04.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 04.00 en 07.00 uur;
B-zone, categorie 2 en 3
-op zaterdagen en zondagen tussen 01.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 00.00 en 07.00 uur;
A-zone, categorie 2 en 3
-op zaterdagen en zondagen tussen 00.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 00.00 en 07.00 uur;
Alle zones, categorie 1
-op zaterdagen en zondagen tussen 22.00 en 09.00 uur;
-op overige dagen tussen 22.00 en 07.00 uur.
Voor bepaalde cafébedrijven gelden de navolgende regels:
•De flexibele sluitingstijden houden in dat alle deelnemende bedrijven in het weekend om 04.00 uur gesloten moeten zijn in plaats van 02.00 uur.
•Bezoekers kunnen tot 02.00 uur worden toegelaten
•Het mobiele toezicht zal plaatsvinden op zaterdag van 23.30 uur tot 04.30 uur.
•De Boa’s kunnen zo nodig op flexibele wijze worden ingezet.
Naarden
1Openbare inrichtingen zijn gesloten op:
a.maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02:00 en 06:00 uur.
2Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
3De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
4Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
5Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
6Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Muiden en Muiderberg
Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd).
Bijlage 7 - Terrassenbeleid Gooise Meren
De grondslag van het terrassenbeleid wordt gevormd door de Alcoholwet en de APV. Hierin wordt de burgemeester aangewezen als bevoegd gezag (artikel 2:28). Een terras kan gelegen zijn op of aan de openbare weg, maar ook op eigen (binnen)-terrein.
Toetsingskader
1Omgevingsplan
2Algemene Plaatselijke Verordening: Een exploitatievergunning met onderdeel terras wordt verleend op basis van artikel 2:28 APV. De vergunning is gericht op de inrichting en bij de afweging om al dan niet tot vergunningverlening over te gaan worden ook de mogelijke consequenties voor de directe leefomgeving meegenomen.
3Alcoholwet: Omdat het terras deel uit maakt van de horeca-inrichting is het alleen toegestaan om alcoholhoudende dranken op een terras te verstrekken, als dit terras ook expliciet vermeld staat op de Alcoholwetvergunning. Dit betekent o.a. dat: “een Alcoholwetvergunning moet worden ingetrokken als zich feiten en omstandigheden op het terras hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat, indien de vergunning van kracht blijft, dit gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid”.
Het gaat er om dat aan het publiek sta- en/of zitgelegenheid wordt geboden en dat op het terras tegen vergoeding consumpties kunnen worden genuttigd. Niet relevant is of een terras op eigen terrein of op gemeentegrond is gelegen. Als het terras voor klanten bereikbaar is, en dus voor publiek toegankelijk, dient een vergunning aanwezig te zijn. Slechts voor terrassen in particuliere tuinen geldt het terrassenbeleid niet. In bijzondere gevallen (bijvoorbeeld tijdens evenementen) kan met toestemming van de burgemeester worden afgeweken van deze beleidsregels.
Terrassen Bussum
Beleidsregels als bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 1 Begripsomschrijving
1.1 Inrichting: een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
1.2 Terras: een terras, als bedoeld in artikel 2.28 van de APV.
1.3 Eilandterras: Een terras niet direct aansluitend gesitueerd aan een voor- of zijgevel. Hierbij moet gedacht worden aan een terras met een weg ertussen of anderszins, in ieder geval geen terras direct aansluitend aan de gevel of binnen de aangegeven afbakening.
1.4 Terrasmeubilair: stoelen, (sta-) tafels, parasols (waaronder partytenten niet inbegrepen), terrasschermen, uitstallingen: waaronder reclameborden, plantenbakken en alle overige objecten die op het terras geplaatst zijn ten dienste van het terras en /of het overige deel van de inrichting.
1.5 Terrasscherm: een schot dat gebruikt wordt ter fysieke afbakening van het terras.
1.6 Ongehinderde doorgang: het gedeelte van de straat of trottoir waarvan voetgangers en\of hulpdiensten gebruik kunnen maken zonder gehinderd te worden door objecten.
1.7 Vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.28 van de APV.
1.8 Terrassenseizoen: de periode van 1 april tot en met 31 oktober / daghoreca in Bussum vanaf 1 februari; De overige kennen geen terrassenseizoenen.
Artikel 2 Vergunning en duur
Een vergunning is zowel persoon- als inrichtingsgebonden en wordt in beginsel voor onbepaalde tijd verleend. Ten behoeve van de vergunning dient een situatietekening (inclusief maatvoering) te worden ingediend. Ook voor terrassen op eigen terrein dient een vergunning te worden aangevraagd.
Artikel 3 Situering van terrassen
Voor vergunning in aanmerking komende terrassen dienen gesitueerd te zijn vóór het eigen horecabedrijf. Alleen in bijzondere situaties kan hiervan worden afgeweken. Dit is ter beoordeling aan de burgemeester. Bij de beoordeling worden tenminste de volgende adviezen ingewonnen.
Politieadvies
Aan de hand van een individuele aanvraag wordt aan de politie om advies gevraagd m.b.t. de effecten van ontheffing op het Woon- en leefklimaat.
OOV-Advies
Aan de Afdeling Openbare Orde- en Veiligheid zal ook een advies worden gevraagd in het kader van het Woon- en leefklimaat.
Artikel 4 Ongehinderde doorgang en veiligheid bezoekers
5.1 De hulpdiensten (brandweer, politie, ambulancediensten) dienen ongehinderd de (horeca-) panden te kunnen bereiken. De doorgang tussen twee naast elkaar gelegen terrassen dient minimaal 3,5 meter te bedragen.
5.2 De doorgang op het trottoir mag niet worden gehinderd. Er dient voldoende vrije loop- en verblijfsruimte te zijn. Voor voetgangers dient de ongehinderde doorgang minimaal 1,50 meter te bedragen. Indien er een stoeprand is, wordt deze afstand gemeten vanaf die stoeprand. Het is daarom niet toegestaan terrasmeubilair dan wel andere objecten in de loopruimte te plaatsen.
5.3 De opstelling van een terras mag het wegverkeer niet hinderen.
5.4 Brandkranen moeten vrij toegankelijk zijn voor hulpdiensten.
5.5 Indien aanwezig, dient de blindengeleideroute te allen tijde vrij te blijven van obstakels.
5.6 Het is niet toegestaan overkappingen aan te brengen op of bij het terras. Uitzondering hierop vormt een parasol of zonnescherm. Hiervoor geldt echter dat deze inklapbaar, dan wel inschuifbaar moet zijn en dat in uitgeklapte dan wel uitgeschoven toestand het laagste punt minimaal 2.20 meter hoog moet zijn. De gehele parasol (dus inclusief doek bij uitgeschoven of uitgeklapte situatie) moet binnen de grenzen van het terras blijven. Bepaalde constructies in dit kader kunnen bouw-vergunningsplichtig zijn.
5.7 De vergunninghouder controleert voor de opstelling van het terras de ondergrond ervan. Indien het wegdek/trottoir niet aan de (veiligheids)eisen voldoet die redelijkerwijs verwacht mogen worden en hij dit niet zelf kan verhelpen, dan markeert hij de onveilige plaats.
Artikel 5 Feitelijke markering
De omvang van het vergunde terras moet direct waarneembaar zijn. De manier waarop het terras wordt gemarkeerd behoeft instemming van de gemeente.
Artikel 6 Terrasseizoen
De vergunning is alleen van kracht gedurende het terrasseizoen:
•1 februari tot en met 31 oktober voor horeca-varianten in categorie 1 en 2: daghoreca gelegen in het centrumgebied;
•1 april tot en met 31 oktober voor alle overige horeca.
Het terrasmeubilair, terrasschermen en andere voorwerpen voorzover behorend bij het terras, dienen buiten dit seizoen verwijderd te zijn.
In incidentele gevallen kan de burgemeester, te zijner beoordeling, overwegen medewerking te verlenen aan het plaatsen van een terras buiten het terrasseizoen; de zogenoemde winterterrassen. Winterterrassen zijn mogelijk indien er sprake is van horecabedrijven die voornamelijk overdag zijn geopend. Dit zijn de horeca-varianten zoals genoemd in categorie 1 en 2: daghoreca gelegen in het centrumgebied. De sluitingstijd van een winterterras is niet later dan 18.00 uur en op vrijdagavonden uiterlijk tot 21.00 uur (winkeltijden).
Artikel 7 Uiterlijk aanzien
Op terrassen gelegen in het centrum van Bussum (Brinklaan, Nassaulaan, Nassaustraat en omgeving) zijn richtlijnen ten aanzien van het uiterlijk aanzien van terrasmeubilair opgenomen in de welstandsnota.
Artikel 8
Terrassen gevestigd in het horecaconcentratiegebied Stationsweg, Gen. De la Reijlaan e.o. De trottoirs gelegen in dit horecaconcentratiegebied zijn gelet op artikel 4 van dit terrassenbeleid niet breed genoeg voor de exploitatie van een terras.
Aan de horecaondernemers gevestigd in dit concentratiegebied wordt, mits er sprake is van voldoende doorgang (artikel 1, 1.6), de mogelijkheid geboden om tot maximaal 23.30 uur een zitbankje en enige stoeltjes te plaatsen ten behoeve van de horecabezoekers. Indien deze situatie tot hinder /overlast leidt zal de ondernemer worden gesommeerd geen gebruik meer te maken van de weg.
Vestiging van nieuwe terrassen
Het voornemen tot het verlenen van vergunning ten behoeve van nieuw terras (niet eerder vergund) zal worden gepubliceerd in de plaatselijke media.
Artikel 9 Openingstijden van het terras
Het is verboden het terras voor bezoekers geopend te hebben:
a.tussen 21.30 uur en 09.00 uur voor alle categorie I-inrichtingen
b.tussen 23.30 uur en 09.00 uur voor de overige horeca-inrichtingen.
Openingstijden van het winterterras: tot uiterlijk 18.00 uur geopend zijn en op vrijdagavonden tot 21.00 uur (winkeltijden).
Na sluitingstijd dient het terrasmeubilair binnen de inrichting te worden opgeslagen. Indien dit niet mogelijk blijkt, moet het meubilair op zijn minst opgestapeld worden en worden voorzien van ketting en slot (m.a.w. onbruikbaar worden gemaakt), ter voorkoming van diefstal en vandalisme. De vergunninghouder wordt verantwoordelijk gehouden voor het onderhoud aan het terras. Daartoe behoort ook de ondergrond. Naast vegen en schoonhouden van de ondergrond, wordt hiermee ook bedoeld het verwijderen van zwerfvuil, afval en onkruid.
Artikel 10 Muziek / tapinstallatie
Hert is niet toegestaan op het terras muziek ten gehore te brengen, tenzij kennisgeving is gedaan op grond van artikel 4.1.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), danwel sprake is van een collectieve festiviteit op grond van artikel 4.1.2. van de APV. Het is niet toegestaan een tapinstallatie op het terras aan te brengen.
Artikel 11 Gedragsregels
De vergunninghouder is gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om hinder en overlast, veroorzaakt door de op het terras aanwezige bezoekers, te voorkomen of te beperken.
Artikel 12 Beëindigen vergunning
De vergunning wordt in beginsel voor onbepaalde tijd verleend. Wanneer naar het oordeel van de burgemeester de vergunning moet worden ingetrokken dan wel beëindigd, ontvangt de vergunninghouder hiervan gemotiveerd bericht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn:
-bij ernstige en/of herhaaldelijke verstoring van de openbare orde ten gevolge van het gebruik van het terras.
-wanneer zwaarwegende belangen dit vereisen, zoals bijvoorbeeld infrastructurele aanpassingen of wets- of beleidswijzigingen.
Artikel 13
Voor het gebruik van gemeentegrond is de vergunninghouder precario verschuldigd. De hoogte daarvan is afhankelijk van het aantal m2 terras dat in gebruik wordt genomen.
Artikel 14 Hardheidsclausule
Indien een concreet geval dat verlangt, kan de burgemeester besluiten af te wijken van de bepalingen als opgenomen in dit Omgevingsprogramma Horeca. Ook kunnen aangepaste of aanvullende regels worden gesteld. Hogere wetgeving biedt de burgemeester deze afwijkmogelijkheid niet.
Terrassen Naarden
Begripsomschrijvingen
1Eilandterras: Een terras niet direct aansluitend gesitueerd aan een voor- of zijgevel. Hierbij moet gedacht worden aan een terras met een weg ertussen of anderszins, in ieder geval geen terras direct aansluitend aan de gevel of binnen de aangegeven afbakening.
2Gevel: Buitenmuur van een gebouw
3Gevelterras: Een terras gelegen aan de gevel van het bijbehorende horeca-etablissement. Het betreft een terras waartussen geen weg of anderszins tussen is gelegen, maar in ieder geval binnen de aangegeven afbakening. Een gevelterras is nooit breder dan de inrichting waartoe het behoort.
4Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
5Terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt, artikel 2:27 sub b van de APV
6Binnenterras: inpandige terrassen, niet direct grenzend aan een weg.
7Uitstalling: een losstaand voorwerp, dat op de openbare weg voor een pand is geplaatst met als kennelijke doel verfraaiing, reclame of aandachtstrekker van een winkel of horecagelegenheid.
8Weg: Omschrijving als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Voorschriften
Terrassen
1Voor de begrenzingen van de zijkanten van het terras is een plantenbak ontwikkeld, die mede gebaseerd is op de vormgeving van de ‘fietsnietjes’. Deze worden toegepast bij alle terrassen. De stalen plantenbakken zijn rechthoekig en de kleur van de bakken en het frame is monumentengroen. De voorkant van het terras wordt begrensd door ‘punaises’, noppen tussen de straatstenen.
2Naast deze begrenzing is het niet toegestaan om aan de voorzijde van het terras overige begrenzing toe te passen in de vorm van touw, kabels plantenbakken o.i.d.
3De lijngoot voor de terrassen is zwart i.p.v. blauw, zodat voor een ieder duidelijk is dat er niet geparkeerd mag worden ter plaatse van de terrassen. De blauwe lijn geeft immers de blauwe parkeerzone aan.
4Bij de aanvraag om een exploitatievergunning moet worden aangegeven of de ondernemer een terras wenst uit te baten. Een terras zal onderdeel uitmaken van de exploitatievergunning.
Locatie Terras
1Afhankelijk van de ligging van de openbare inrichting en het bepaalde in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), mag een terras in beginsel alleen direct grenzend aan de voor-, zij- en /of achtergevel van de eigen openbare inrichting worden ingenomen. In bijzondere situaties kan hiervan worden afgeweken. Dit ter beoordeling van het daartoe bevoegde bestuursorgaan.
2Terrassen morgen bij voorkeur niet door een weg worden gescheiden. De rijbaan moet vrijgehouden worden.
3Een eilandterras is toegestaan mits de situatie dat toelaat.
4Wanneer een terras op eigen terrein is gelegen mag van het eerste lid van dit artikel, met inachtneming van het bepaalde in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), worden afgeweken.
5Het terras(meubilair) op of aan de openbare weg moet binnen de afbakeningen in het straatwerk worden geplaatst. Hierbij moet gekeken worden naar de zogenoemde nietjes waarop de plantenbakken worden geplaatst en de RVS punaises die op de weg zijn aangegeven. Het terras wordt begrensd door plantenbakken die door de gemeente zijn geplaatst en door roestvast stalen noppen.
Hinder en overlast
1De terrashouder is gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om hinder en overlast , veroorzaakt door op het terras aanwezige bezoekers, te voorkomen of te beperken.
2Het gebruik van het terras mag niet leiden tot hinder, schade of overlast voor derden. De regels uit het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal) zijn van toepassing
3Terrassen mogen in beginsel niet geplaatst worden op zodanige wijze, dat op enige manier het zicht voor verkeersdeelnemers wordt beperkt. Terrassen dienen verkeersveilig te zijn opgesteld.
4Het is verboden op het terras versterkte muziek ten gehore te ( laten) brengen. Anders dan met de vergunning op grond van de APV.
Overig
1Drank en– voedselverstrekking moet direct vanuit de inrichting plaatsvinden, tappunten en dergelijke op terrassen zijn toegestaan, mits er een rechtsgeldige vergunning is verleend waarop het terras als lokaliteit staat vermeld.
2Het verstrekken van alcoholhoudende drank is slechts toegestaan gedurende de tijden dat het horecabedrijf geopend mag zijn, mits het terras is opgenomen in de Alcoholwetvergunning. In Naarden dienen terrassen op grond van de APV om 22:00 uur te sluiten. Na 22.00 uur mag niemand zich meer op het terras bevinden. In de zomer op vrijdag- en zaterdagavond 23:30 uur als sluitingstijd.
Voor de binnenterrassen geldt altijd de sluitingstijd van 22:00 uur. Het is verboden drank te verstrekken aan personen, die geen gebruik maken van de op het terras aanwezige zitplaatsen.
3Het terrasmeubilair dient buiten openingstijden van het terras inpandig te worden opgeslagen. Indien dit niet mogelijk blijkt, moet het meubilair op zijn minst onbruikbaar worden gemaakt.
4Het is niet toegestaan de terrasmeubelen op te stapelen en/of te overspannen met zeilen.
Bijlage 8 - Convenant Bussum Centrum || Veilig uitgaan 2022
Convenant Bussum Centrum II 2022
Colofon
Het Convenant Bussum Centrum II, Veilig Uitgaan is opgesteld door/ in samenwerking met:
-Gemeente Gooise Meren, burgemeester
-Nationale politie, Basisteam Gooi- en Vechtstreek
-Diverse exploitanten van de horecaondernemingen
-Bewonerscomité Generaal de la Reijlaan e.o.
-Bewonerscommissie Cacaostraat
-Bewoners van Nassaupark
-Bewoners van de Herenstraat
-Gemeente Gooise Meren, team Openbare Orde en Veiligheid.
-Gemeente Gooise Meren, team vergunningen, toezicht en handhaving
-Koninklijke Horeca Nederland
Het convenant is te downloaden op: www.gooisemeren.nl/horecaconvenant
Overwegende dat:
1Het de wens is van de convenantpartners om te komen tot een convenant Veilig Uitgaan;
2Het centrum van Bussum een populair uitgaansgebied is met bezoekers uit Bussum en de regio. Het niet de verwachting is dat de populariteit of aard van het gebied de komende jaren zal veranderen;
3Het uitgaansleven dynamisch is door wisselende horecaconcepten, verandering van de maatschappij, het economisch klimaat en nieuwe regelgeving. Deze ontwikkelingen vergen permanente aandacht om het uitgaan veilig te houden en om tevens de leefbaarheid in de omliggende wijken in stand te houden;
4Bij de publieke en private partijen de overtuiging bestaat dat een veilig uitgaansklimaat alleen behouden blijft/verbeterd wordt door integrale samenwerking, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid;
5Partijen streven naar een balans tussen levendigheid, veiligheid en leefbaarheid;
6Er concrete afspraken nodig zijn om invulling te geven aan publiek- private samenwerking.
7Het convenant van toepassing is voor het centrumgebied van Bussum (in ieder geval: de Brinklaan, Generaal de la Reijlaan, Havenstraat, Herenstraat, Huizerweg, Kapelstraat, Karel Doormanlaan, Kerkstraat, Laarderweg, Landstraat, Nassaustraat, Singel, Spiegelstraat, Stationsplein, Stationsweg, St. Janslaan, St. Vitusstraat, Veerplein, Veerstraat, Veldweg, Vlietlaan, Wilhelminaplantsoen), zie onderstaande kaart:
8Met de ondertekening van dit convenant vervalt het Horecaconvenant Gooise Meren Kern Bussum 2017-2022.
1De convenantpartners verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
In dit convenant en het bijbehorende uitvoeringsprogramma ‘Veilig Uitgaan 2022’ staan de afspraken beschreven die tussen de Gemeente Gooise Meren, Nationale Politie (team Gooi- en Vechtstreek), de horecaondernemers van Bussum Centrum, bewoners(groepen) en Koninklijke Horeca Nederland Midden-Nederland zijn gemaakt met het doel om gezamenlijke inzet voor een veilig, gezellig en leefbaar uitgaansgebied te realiseren.
1.1Doelstelling
Het doel van het convenant Veilig Uitgaan is het verkrijgen en behouden van een prettig, gastvrij, veilig en beheersbaar uitgaansleven, in een leefbare buurt. Een veilig en gastvrij uitgaansleven, waarbij overlast en geweld wordt tegengegaan, draagt bij aan een levendig, maar ook leefbaar centrum voor bezoekers, ondernemers en bewoners. De convenantpartners erkennen dat ze gebaat zijn bij het behalen van deze doelstelling en gaan met dit convenant de samenwerking aan vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid om de doelstelling te behalen.
1.2Verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheid voor veilig uitgaan dragen alle betrokkenen, zoals ondernemers, beveiligingsbedrijven, politie, gemeente, uitgaanspubliek en bewoners samen. Want alleen samen kunnen we Bussum veilig maken en veilig houden.
1.3Gemeente Gooise Meren
De regievoering is belegd bij team Openbare Orde en Veiligheid (OOV) van de Gemeente Gooise Meren. De regierol brengt met zich mee dat de gemeente de samenwerking en afstemming met en tussen de partijen stimuleert. Binnen de gemeente zorgt het team OOV voor afstemming met alle betrokken organisatieonderdelen.
1.4Horecaondernemers en Koninklijke Horeca Nederland (KHN)
De horecaondernemers zijn primair verantwoordelijk voor de gang van zaken in en om het eigen bedrijf, waaronder het toegangsbeleid, het onderhouden van contacten met de buurt, veiligheid, leefbaarheid en sfeer. Koninklijke Horeca Nederland afdeling Midden-Nederland vertegenwoordigt de aangesloten horecaondernemers.
1.5Politie
De verantwoordelijkheid van de politie is gericht op het opsporen van strafbare feiten en op het handhaven van de openbare orde (repressief). De politie heeft daarnaast een signalerende, adviserende, preventieve en
1.6Bewoners(groepen)
De bewonersgroepen (te weten: bewonerscomités, bewonerscommissies en overige groeperingen) treden op voor de belangen van de bewoners uit het gebied. Zij leveren input en geven signalen en waarnemingen door.
Daarnaast verzorgen zij de communicatie richting de inwoners van de gebieden die zij vertegenwoordigen.
1.7Werkgroep Veilig Uitgaan
Het is het streven om een werkgroep Veilig Uitgaan op te richten, bestaande uit een vertegenwoordiging vanuit de ondernemers, een vertegenwoordiging van de bewonersgroepen, de Gemeente Gooise Meren, de politie en Koninklijke Horeca Nederland afdeling Midden-Nederland ten behoeve van de uitvoering van het convenant. proactieve rol.
2Inspanningen op de cruciale thema´s voor Veilig Uitgaan
De afspraken ten behoeve van het veilig uitgaan zijn te vatten in vier thema’s welke opgeteld een belangrijke bijdrage leveren aan een veilig uitgaansleven in een leefbare buurt. De maatregelen en verantwoordelijkheden zijn per thema inzichtelijk gemaakt in het uitvoeringsprogramma (zie bijlage), welke onlosmakelijk verbonden is aan dit convenant.
2.1Veiligheid en bescherming van het publiek en horecapersoneel
Het zorgen voor de veiligheid en de bescherming van bezoekers en personeel zijn cruciaal voor een veilig en gastvrij uitgaansleven. Zowel het terugbrengen van het aantal geweldsincidenten (objectieve veiligheid) als het verhogen van het gevoel van veiligheid (subjectieve veiligheid) dragen bij aan Veilig Uitgaan. Iedereen is welkom in het uitgaansleven van Bussum mits je je aan een aantal vooraf kenbaar gemaakte huisregels houdt. Horecaportiers en horecaeigenaren hebben een uniforme werkwijze: gastvrij voor bezoekers die een gezellige avond willen beleven en streng voor diegenen die het uitgaansleven willen verstoren.
➢ Belangrijke uitvoeringsmaatregelen in dit thema zijn: o.a. kwaliteit en uniformiteit horecaportiers/ -eigenaren, spelregels voor het uitgaansgebied, helder deurbeleid, (collectieve en individuele) horecaontzeggingen, verantwoord schenkbeleid, aanpak drugs, terugdringen diefstal en bejegening van en door uitgaanspubliek.
2.2Veiligheid en bescherming van de leefomgeving
In het centrum van Bussum zijn verschillende functies aanwezig zoals winkels, bedrijven, kantoren, horeca, woningen en trein- en busstations. Het is onvermijdbaar dat enige overlast wordt ervaren van alle verschillende functies. Overmatige en structurele overlast is echter niet acceptabel. Wederzijds begrip en het elkaar aanspreken bij het ervaren van overlast draagt bij aan het tegengaan van het ervaren van overlast. Van horecaondernemers wordt verwacht dat zij bezoekers aanspreken en aansporen om de overlast voor de directe omgeving te beperken. Van bewoners wordt verwacht dat ze enige mate van overlast accepteren en ondernemers aanspreken als overlast wordt ervaren, zodat gezamenlijk naar oplossingen kan worden gezocht. De kwaliteit en aantrekkelijkheid van het openbaar uitgaansgebied is van invloed op het gedrag en veiligheidsgevoel van mensen. Een schone, goed verlichte en hoogwaardige omgeving draagt bij aan een goed uitgaansklimaat.
➢ Belangrijke uitvoeringsmaatregelen in dit thema zijn: o.a. heldere communicatie, geluidsoverlast terugdringen, veilige verlichting en afspraken over het schoonhouden van de omgeving.
2.3Toezicht, handhaving en sanctionering
De convenantpartners spannen zich in om alle regelgeving op het gebied van uitgaan, zoals de Alcoholwet, de Algemene plaatselijke verordening, het Horecabeleid van de Gemeente Gooise Meren, Opiumwet, Wet op de particuliere beveiliging na te leven. De politie is verantwoordelijk voor de opsporing van strafbare feiten en handhaving van de openbare orde. De gemeente is verantwoordelijk voor de toezicht en handhaving op de Alcoholwet en de exploitatievergunning. Op drukke horeca avonden en nachten (zaterdag en evt. vrijdag) worden zogenaamde mobiele hosts ingezet. Doelstelling van de hosts is het voorkomen van incidenten en het in een vroegtijdig stadium aanspreken van mogelijke incidentplegers, oftewel: de-escalerend optreden. Tot slot worden notoire overlastgevers m.b.v. collectieve horecaontzeggingen aangepakt.
➢ Belangrijke uitvoeringsmaatregelen in dit thema zijn: o.a. de collectieve horecaontzegging, gebiedsverboden, mobiele hosts en de borging van toezicht en handhaving.
2.4Overleg en communicatie
Om de doelstelling voor een veilig en gastvrij uitgaansleven te borgen is overleg en communicatie tussen de partijen belangrijk. Partijen zoeken elkaar op om samen te werken aan veilig uitgaan. Partijen spreken elkaar direct aan op elkaars verantwoordelijkheid. De gemeente organiseert en faciliteert regulier overleg behorende bij het convenant, draagt zorg voor de communicatie namens de convenantpartners en organiseert de evaluatie van het uitvoeringsprogramma.
Deze thema’s zijn veelomvattend. De opzet is om onder deze (hoofd) onderwerpen te benoemen. Deze onderwerpen worden vervolgens concreet vertaald naar specifieke acties, danwel vervolgstappen die ingezet kunnen worden om een bepaald onderwerp aan te pakken. In het uitvoeringsprogramma worden acties geformuleerd voor de komende vijf jaar, waarbij de verwachting is dat het uitgaansgebied aangenaam en veilig wordt/ blijft.
Hieronder worden de acties voor de komende vijf jaar geschetst waarbij het uitgangspunt is dat elke partner op zijn eigen wijze een bijdrage levert aan een veilig uitgaansklimaat. Per thema wordt er een doelstelling geformuleerd die de komende vijf jaar gezamenlijk wordt uitgevoerd. Elk jaar – iedere laatste dinsdag van oktober - wordt het uitvoeringsprogramma geëvalueerd met de partners en indien nodig worden extra speerpunten benoemd voor het komende jaar. Aanleiding voor de extra speerpunten kunnen worden ingegeven door actualiteiten die noodzaken tot extra maatregelen of op basis van geldende actualiteiten.
3Slotbepalingen
Partijen spannen zich in om de gemaakte afspraken in dit convenant na te komen en spreken elkaar daarop aan wanneer dit niet gebeurt. De werkgroep Veilig Uitgaan bewaakt de uitvoering van dit convenant. De gemeente fungeert als meldpunt voor vragen en opmerkingen over de inhoud van dit convenant.
Het convenant treedt in werking zodra alle partijen het convenant hebben ondertekend.
Partijen beogen met het convenant niet om juridisch afdwingbare rechten en plichten in het leven te roepen.
Partijen spreken uit dat het convenant ieder jaar geëvalueerd wordt. De gemeente neemt hierin het initiatief.
Partijen spreken uit dat indien een van de partijen van mening is dat dit convenant gewijzigd of aangevuld dient te worden, dit in overleg gebeurt met alle betrokken partijen. Een herziening van dit convenant is van kracht zodra deze door alle partijen is ondertekend.
Partijen spreken af dat het convenant stilzwijgend wordt verlengd, tenzij partners anders afspreken.
Gemeente Gooise Meren, Burgemeester
De Nationale Politie, Basisteam Gooi en Vechtstreek
Bewonerscomité Generaal de la Reijlaan e.o.
Namens bewoners Nassaupark
Bewonerscommissie Cacaostraat
Namens bewoners Herenstraat
Koninklinke Horeca Nederland, Afdeling Midden Nederland.
Bijlage 1. Uitvoeringsprogramma convenant Veilig Uitgaan 2022
Thema 1: Veiligheid en bescherming van het publiek en horecapersoneel
Veiligheid van het uitgaanspubliek is in ieders belang. Goed gastheerschap en duidelijke huisregels dragen bij aan de veiligheid voor zowel het uitgaanspubliek als voor het horecapersoneel. Zo worden er hosts ingezet op (in principe) de vrijdag- en zaterdagavond. De mobiele hosts de- escaleren, corrigeren en wijzen op (gedrags-)regels.
Hieronder staan de afspraken die gemaakt zijn tussen de deelnemende partners van het actieprogramma, met het doel om de veiligheid en bescherming van het publiek en horecapersoneel te waarborgen:
1Horecabeveiligers /-portiers
➢ Horecabeveiligers/-portiers voldoen aan de Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Daarnaast voldoen zij aan enkele andere eisen:
o Portiers mogen de laatste 4 jaar niet zijn veroordeeld voor een misdrijf waarbij een geldboete werd opgelegd en mogen de laatste 8 jaar niet zijn veroordeeld voor een misdrijf waarbij gevangenisstraf werd opgelegd.
o Toestemming kan door de politie geweigerd worden als op basis van feiten kan worden aangenomen dat de portier 'onvoldoende betrouwbaar' is om voor een beveiligingsorganisatie te werken. Sinds 1 mei 2014 kan toestemming geweigerd worden wanneer er concrete aanwijzigingen zijn dat iemand 'verkeert in (zware) criminele kringen’.
o De portiers moeten bovendien een legitimatiebewijs dragen;
o Portiers dienen te beschikken over het diploma Horecaportier of het diploma Algemeen Beveiligingsmedewerker;
o De werkgever van de portiers moet een vergunning hebben van het ministerie van Justitie.
➢ Horecabedrijven spannen zich in om zoveel mogelijk de uniformiteit en samenwerking tussen de beveiligingsbedrijven te bevorderen. Hierover worden onderlinge afspraken gemaakt.
2Deurbeleid en Huisregels worden gevoerd
➢ De horecaondernemers hebben huis- en gedragsregels op een zichtbare plek bij de ingang van de horecagelegenheid hangen.
➢ De horecaondernemers instrueren horecabeveiligers over de wijze waarop het deurbeleid moet worden uitgevoerd.
➢ Horecabeveiligers en –ondernemers mogen publiek weigeren op basis van (overlastgevend) gedrag of het zich niet houden aan de huis- en gedragsregels. Indien dit problemen oplevert, wordt de politie ingeschakeld.
➢ De ondernemer maakt geen onderscheid bij het toelaten van bezoekers of het bedienen van gasten en houdt hij zich aan de “Gedragscode anti- rassendiscriminatie horeca” zoals die is opgesteld door het Bedrijfschap Horeca en Catering en zorgt ervoor dat:
o Duidelijk is dat discriminatie niet wordt geaccepteerd in het horecabedrijf;
o Bezoekers worden aangesproken op discriminerend gedrag.
3Horecapersoneel wordt getraind
Het is van belang dat horecapersoneel wordt getraind om ook vanuit hen ervoor te zorgen dat uitgaan in Bussum gezellig, gastvrij en veilig is.
➢ De gemeente organiseert (indien er behoefte is) twee keer per jaar een training gericht op de veiligheid van personeel en bezoekers en op goed gastheerschap.
➢ KHN biedt trainingen aan ten aanzien van bedrijfshulpverlening en alcohol- en drugsgebruik.
4Alcoholgebruik onder jongeren wordt tegengegaan
Het aanbieden van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar is strafbaar.
➢ Alle horecaondernemers spannen zich in om te voorkomen dat jongeren beneden de leeftijd van 18 jaar alcohol kunnen verkrijgen in hun onderneming.
➢ Horecaondernemers hebben duidelijk zichtbaar leeftijdsgrenzen aanduidingen in de inrichting hangen.
➢ Bij jonge personen wordt de leeftijd gecontroleerd (ID-check).
➢ De gemeente voert regelmatig controles uit op drankverstrekking aan minderjarigen of het aanwezig hebben van drank bij minderjarigen.
➢ Er wordt aangesloten bij de landelijke campagnes van NIX18.
➢ Gemeente maakt 4-jaarlijks een preventie en handhavingsplan alcohol en drugs voor het project ‘In control alcohol en drugs’.
5Niet schenken aan beschonken personen
Onder het motto ‘genoeg = genoeg’ wordt niet meer geschonken aan aangeschoten of dronken personen. Uitgangspunt is “Aangeschoten of dronken bezoekers worden niet toegelaten of uitgezet”. Hoewel dat ook dit niet 100% eenduidig is, is de regel met deze formulering beter te handhaven dan “onder invloed van alcohol”.
➢ Horecaondernemers committeren zich aan de richtlijn van KHN en kunnen allemaal de elearning* module ‘verantwoord alcohol schenken’ volgen bij interesse.
➢ Geïnteresseerd horecapersoneel kan de e-learning module verantwoord alcohol schenken’ van KHN volgen.
* In deze (gratis) e-learning leren horecamedewerkers meer over de regels voor verantwoorde alcoholverstrekking. De nadruk ligt op de naleving van de leeftijdsgrens, het voorkomen van weder verstrekking en het niet schenken aan dronken personen.
6Glasoverlast
➢ Glaswerk buiten de horecagelegenheid in het concentratiegebied is niet toegestaan, behoudens op de terrassen. Bij constatering van glaswerk in het openbaar gebied zal door handhaving en de politie worden gehandhaafd. Deze actie kan zich vertalen naar verbalisering en inbeslagname van het gevonden item.
➢ De horecaondernemer en – beveiliging ziet er op toe dat geen glazen en drank buiten de inrichting (inclusief terras) worden meegenomen. Ook de hosts zien hierop toe en spreken bezoekers aan.
7Drugs
De aanwezigheid van harddrugs en/of softdrugs en/of andere stoffen als bedoeld in de Opiumwet zijn per definitie niet toegestaan in horecagelegenheden of openbare ruimtes.
➢ Horecaondernemers melden bij constatering van handel in of gebruik van harddrugs en/of soft drugs en/of andere stoffen als bedoeld in de Opiumwet direct de politie.
➢ Hetzelfde geldt voor de handel in of gebruik van genoemde stoffen in de onmiddellijke omgeving van de inrichting.
Thema 2: Veiligheid en bescherming van de woonomgeving
In het centrum van Bussum zijn verschillende functies aanwezig zoals winkels, bedrijven, kantoren, horeca, woningen en trein- en busstations. Het is onvermijdbaar dat enige overlast wordt ervaren van alle verschillende functies. Overmatige en structurele overlast is echter niet acceptabel. Van horecaondernemers wordt verwacht dat zij hun uiterste best doen de overlast voor de directe omgeving te voorkomen.
Gezamenlijk wordt hiervoor de volgende aanpak voorgesteld:
1Geluidsoverlast
•Horecaondernemers in het horecaconcentratiegebied respecteren de rust van omwonenden en plegen de maximale inzet om overlast te voorkomen:
o Ramen en deuren zijn (zoveel als mogelijk) gesloten als er muziek of geluid ten gehore wordt gebracht;
o Horecaondernemers doen zelf onderzoek naar de maximale geluidsbelasting binnen de geldende normen in hun inrichting.
•Partijen spannen zich in om bij klachten van omwonenden samen met de gemeente in de richting van de horecaondernemer te bemiddelen.
•2x per jaar wordt er een overleg georganiseerd waarbij met vertegenwoordigers van het horecaconcentratiegebied, gemeente, Politie en omwonenden wordt gesproken over zaken aangaande overlast van horecabedrijven.
2Verlichting
•De horecaondernemer zorgt voor voldoende sociale (veilige) verlichting rond zijn bedrijf.
•De gemeente zorgt voor voldoende verlichting op de uitgaanspleinen en aanloopstraten.
•Bij knelpunten op het gebied van openbare verlichting wordt een schouw georganiseerd. De gemeente beoordeelt de noodzaak en de mogelijkheden.
3Afval
•De ondernemer zorgt ervoor dat binnen 25 meter (conform de afvalstoffenverordening) van zijn bedrijf het achtergebleven afval – voor zover dat kennelijk uit of van zijn bedrijf afkomstig is – direct na sluitingstijd wordt opgeruimd.
4Vernielingen
•De inwoners en (horeca)ondernemer stellen de politie zo snel mogelijk in kennis van vernielingen in of aan zijn inrichting en/of woning of in de onmiddellijke omgeving hiervan. Koninklijk Horeca Nederland (KHN), afdeling Midden-Nederland zal de leden wijzen op het belang van het doen van aangifte. Incidenten en klachten dienen te worden gemeld bij de politie.
5Overlast bezoekers op straat
•Horecaondernemers zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid om maatregelen te treffen om de overlast van bezoekers op straat zoveel mogelijk te beperken.
•De gemeente zet in samenwerking met de politie en horecaondernemers ter bestrijding van geluidsoverlast door bezoekers in de omliggende straten van het concentratiegebieden de mobiele hosts in.
6Glaswerk en drank buiten de horeca
•De ondernemer ziet erop toe dat er geen glaswerk en drank buiten het horecabedrijf komen.
Thema 3: Toezicht, handhaving en sancties
De gemeente is verantwoordelijk voor de toezicht en handhaving op de Alcoholwet. Ook heeft de gemeente mobiele hosts die ingezet worden op drukke horecanachten. Doelstelling van de hosts is het voorkomen van incidenten en het in een vroegtijdig stadium aanspreken van mogelijke incidentplegers.
1Toezicht en Handhaving is geborgd
•De gemeentelijke handhavers controleren horecaondernemers op het naleven van de bepalingen van het Horecabeleid en de Alcoholwet. Controles hebben ook betrekking op brandveiligheid, in samenwerking met de brandweer, en regelgeving voor bijbehorende terrassen.
•Een belangrijk onderdeel is de controle van de horecaondernemingen op het verstrekken van alcohol onder 18 jaar. En de controle van de leeftijdgrens bij het in bezit hebben van alcohol in de openbare ruimte.
•De mobiele hosts worden ingezet in en rond het horecaconcentratiegebied.
2Politie is geborgd
•De politie zet tijdens uitgaanstijden voldoende personeel in en zorgt voor een vast aanspreekpunt voor de horeca.
3Collectieve Horecaontzegging
•De ondernemer ontzegt klanten die de huisregels overtreden of zich op andere wijze misdragen de toegang tot het bedrijf en informeert de ondernemers in de omgeving over deze maatregel.
•De ondernemer draagt bij aan het in samenwerking met de politie opzetten van een systeem van collectieve horecaontzeggingen, zodat klanten die zich structureel en/of ernstig misdragen voor een langere periode uit zoveel mogelijk horecabedrijven worden geweerd.
4Notoire overlastgevers worden aangepakt
•Bij de dadergerichte aanpak van geweldplegers werkt de politie samen met de gemeente en het Openbaar Ministerie. Bij notoire geweldplegers van uitgaansgeweld wordt altijd gekeken naar de mogelijkheid van het opleggen van een gebiedsverbod c.q. gedragsaanwijzing.
Thema: 4 Overleg en Communicatie
De gemeente organiseert en faciliteert overleg behorende bij het uitvoeringprogramma en draagt zorg voor de communicatie namens de ondertekenende partners en organiseert de evaluatie van het uitvoeringsprogramma.
1Overleg
•De gemeente stimuleert en ondersteunt overleg van publieke en private partijen indien dit relevant is voor onderwerpen over uitvoeringsprogramma ‘Veilig Uitgaan’.
•Tweemaal per jaar wordt er een overleg georganiseerd waarbij met vertegenwoordigers van het horecaconcentratiegebied (en omliggende straten) en evt. omwonenden wordt gesproken over zaken aangaande overlast van horecabedrijven.
•Naar beoordeling van de werkgroep kan voor bepaalde onderwerpen opgeschaald worden naar bestuurlijk niveau.
2Communicatie
•Alle Partijen nemen de verantwoordelijkheid om de inhoud van het uitvoeringsprogramma te communiceren naar eigen achterban of organisatie en te zorgen voor een verwijzing naar hun website.
•KHN afdeling Midden-Nederland zet zich in om de achterban actief te betrekken bij de uitvoering van dit uitvoeringsprogramma.
•De regie over de communicatie inzake het uitvoeringsprogramma ligt bij de gemeente.
•Partners maken waar mogelijk gebruik van sociale media (twitter, facebook, pushberichten) om berichten over het uitgaan te delen.
Bijlage 9 Overzicht wijzigingen/actualisaties
Onderwerp (hoofdstuk)
Voorheen (was)
Wordt (actualisatie)
Titel
Horecabeleid Gooise Meren 2019-2023
Omgevingsprogramma Horeca Gooise Meren 2024
Looptijd
2019-2023
Vanaf 2024
Omgevingsbeleid en -recht (algemeen)
Aparte wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vervallen.
Invoering Omgevingswet. Het Omgevingsprogramma vormt een sectorale en uitvoeringsgerichte uitwerking van de doelen van de Omgevingsvisie. APV en vergunningverlening vallen erbuiten.
Inbreng van horecaregels in bestemmingsplannen
Inbreng van horecaregels in Omgevingsplan
Melding via Activiteitenbesluit internetmodule (AIM)
Melding van activiteiten via het Omgevingsloket en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Onderscheid naar inrichtingen en activiteiten
Meer focus op de activiteiten zelf
Vestigingsbeleid (H4.2)
Vestigingsaanvraag getoetst aan bestemmingsplan, daarna aan horecabeleid
Vergunningaanvraag getoetst aan Omgevingsplan, daarna aan Omgevingsprogramma
Alcoholwet (H4.3)
Drank- en horecawetvergunning
Alcoholwetvergunning
Verordening Drank- en horecawet en inhoud Bijlage 5
Alcoholwetverordening Gooise Meren met verplichte regels voor paracommerciële gelegenheden en - indien gewenst - verordenende bevoegdheden voor prijsverboden, tijdelijk verbod alcoholverstrekking, leeftijdsgrenzen bezoekers en proeverijen
Terrassen (H5.4)
In 2019 was de pandemie met de noodzaak tot tijdelijke terrasverruiming nog niet voorzien
Beleidsregels Tijdelijke terrasverruiming 2022-2023-2024 vervallen per 1-1-2024
Veiligheid (H5.6)
Horecaconvenant Bussum (versie juli 2018)
Convenant Bussum centrum II, Veilig uitgaan
Gezondheid (H5.7)
Drugs: middelen lijst I (hard) en II (soft) uit Opiumwet aangepast
Rookbeleid: aangescherpt landelijk beleid
Toezicht en handhaving (5.8)
Bouwregelgeving
Besluit bouwwerken leefomgeving
Feiten en cijfers, trends en ontwikkelingen, SWOT-analyse
Achtergronddocument bij het horecabeleid
Focus op belangrijkste ontwikkelingen 2019-2023 in het Omgevingsprogramma
Participatie
Uitgebreid participatietraject in bijlage 9
Bijeenkomst kerngroep horecabeleid 19 juni 2023 en consultatie van horeca-ondernemers door de gemeente