Aanhef
De raad van de gemeente Gooise Meren;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025 met zaaknummer 1410098
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Financiële Verordening Gooise Meren 2025
Inleiding
Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening vult daarnaast de vrije ruimte nader in die iedere gemeente heeft bij de inrichting van het eigen financieel beleid, beheer en organisatie en de rechtmatigheid. De Gemeentewet biedt de belangrijkste kaders voor het financiële beleid, bijvoorbeeld de nadere eisen aan de inrichting van de begroting en de jaarrekening. Dit is uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies (hierna: BBV). Het BBV schrijft voor op welke wijze de gemeente moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. De financiële verordening is hierop een aanvulling.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) organisatieonderdeel: een afgebakend geheel van taken, producten en diensten onder verantwoordelijkheid van een leidinggevende.
b) administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
c) administratieve organisatie (AO/IB): het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding en gericht op een goede interne controle en het voorkomen van frauduleus handelen.
d) Besluit begroting en verantwoording (BBV): de wettelijke eisen voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening zijn vastgelegd in dit besluit (o.b.v. artikel 196 Gemeentewet).
e) financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van de gemeentelijke organisatie, teneinde te komen tot een goed inzicht in:
1de financieel-economische positie;
2het financieel beheer;
3de uitvoering van de begroting;
4het afwikkelen van vorderingen en schulden;
5het afleggen van rekening en verantwoording.
f) financieel beheer: de activiteiten die moeten bewerkstelligen dat de uitvoering van de begroting volgens de gestelde plannen en doelen en binnen de gestelde kaders plaatsvinden en dat de financiële positie daarmee in overeenstemming is.
g) rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn van de financiële beheershandelingen met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten.
h) rechtmatigheidsverantwoording: de toelichting in de jaarrekening waarin het college aangeeft in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen;.
i) doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt.
j) doeltreffendheid: de mate waarin met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.
k) programma: onder programma wordt verstaan het programma zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording: een samenhangend geheel van activiteiten, genoemd in de begroting en jaarstukken.
l) verbonden partijen: rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.
m) periodiek: regelmatig, maar in ieder geval als er vanuit wetgeving of de praktijk aanleiding is om aanpassingen te doen.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2 Kalender
1Het college van burgemeester en wethouders (hierna het college) biedt jaarlijks, vóór 31 december, een bestuurlijke planning voor het volgende begrotingsjaar aan de Raadgemeenteraad (hierna de raad) aan. In deze planning zijn de data opgenomen met betrekking tot het aanbieden en vaststellen van de planning- en control-documenten.
2De planning- en control-documenten in een kalenderjaar zijn:, perspectiefnota, begroting, twee tussentijdse rapportages, een financiële eindprognose en de jaarstukken.
Artikel 3. Programmabegroting en –indeling
1Jaarlijks wordt door het college de programmabegroting aangeboden aan de gemeenteraad.
2De begroting is ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven indeling in het Besluit Begroting en Verantwoording.
3Bij het vaststellen van de begroting, stelt de raad tevens de programma-indeling vast.
4De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, per programma vast:
a.de speerpunten van het beleid, de ambities, de beleidsdoelen en de aan deze doelen gekoppelde criteria;
b.de beleidsindicatoren, waaronder de beleidsindicatoren bedoeld in artikel 25 lid 2a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, waarmee de beleidsdoelen worden gemonitord;
c.het college geeft per programma bij de prestaties weer welk budget nodig is om deze prestaties te realiseren.
5De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd
6Bij de uiteenzetting van de financiële positie wordt:
a.inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen;
b.van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven;
7In de begroting wordt een post onvoorzien van € 10.000 opgenomen voor zaken die onvermijdbaar, onvoorzienbaar en onuitstelbaar zijn.
8In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, worden per programma tenminste de posten groter dan € 70.000 gespecificeerd, en kunnen de overige posten als een totaalbedrag worden opgenomen. Voor de in het overzicht opgenomen gespecificeerde posten wordt een toelichting gegeven.
Artikel 4. Perspectiefnota
1De raad stelt jaarlijks de Perspectiefnota vast, die een periode van minimaal 4 jaar beslaat (begrotingsjaar en de 3 jaren daarna), waarin de ontwikkelingen (trends/risico’s) en de toedeling van de financiële middelen worden benoemd.
2Besluiten over nieuwe ontwikkelingen/wensen vinden zo veel mogelijk integraal plaats bij het vaststellen van de Perspectiefnota.
3De Perspectiefnota beschrijft in elk geval de nieuwe ontwikkelingen die van invloed zijn op de koers en/of het meerjarig financiële beeld.
4In de Perspectiefnota worden de (technische) uitgangspunten voor de begroting vastgesteld.
5De Perspectiefnota bevat in ieder geval een meerjarig investeringsplan.
6In de jaarlijkse begroting vindt de uitwerking en actualisering van de kaders vanuit de Perspectiefnota plaats.
Artikel 5. Uitvoering begroting en autorisatie
1De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
2Het college is er verantwoordelijk voor dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.
3Het college draagt er zorg voor dat wijzigingen op de oorspronkelijk geraamde lasten en baten in de programmabegroting geautoriseerd worden door de raad, indien deze wijzigingen leiden tot een verandering van de omvang van een programmabudget.
4Bij de begrotingsbehandeling stelt de raad vast welke investeringen met het vaststellen van de Financiële begroting worden geautoriseerd. Het college doet hiervoor een voorzet.
5Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet en dekking aan de raad voor.
6Als richtlijn voor het al dan niet autoriseren van een investeringskrediet via het vaststellen van de begroting wordt gehanteerd dat investeringen alsnog separaat aan de gemeenteraad worden voorgelegd als er sprake is van:
a.investeringen met betrekking tot de bedrijfsvoering en voorbereidingskredieten groter dan € 500.000;
b.overige investeringen groter dan € 250.000.
De raad kan bij de begrotingsbehandeling hiervan afwijken door aan te geven welke investeringskredieten hij desondanks op een later tijdstip alsnog apart wenst te autoriseren.
Artikel 6. Voortgangsverslag
1Het college informeert de raad tweemaal per jaar (voor- en najaar) over de realisatie van de begroting en doet daarbij voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten.
2Het voortgangsverslag is in eerste instantie bedoeld voor beleidsinhoudelijke afwijkingen met de eventueel daaruit voortvloeiende financiële effecten.
3In het voorgangsverslag rapporteert het college:
i.per programma over afwijkingen;
ii.over prestaties (wat gaan wij daarvoor doen);
iii.over het totale saldo van de baten en lasten inclusief de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
iv.over de inhoudelijke en financiële voortgang van de investeringen;
v.niet over stand van zaken (geen bericht is goed bericht);
vi.over majeure en/of politieke relevante afwijkingen.
4Er is onderscheid tussen sturingsinformatie en aanvullende informatie.
5Over afwijkingen wordt gerapporteerd in het voortgangsverslag, wanneer de afwijking groter is dan € 70.000 en/of relevant is voor het uitoefenen van de kaderstellende en controlerende taken van de raad.
6Bij het tweede voortgangsverslag wordt er een stand van zaken gegeven ten aanzien van de omvang van de onrechtmatigheden van het lopende boekjaar. De bevindingen boven de rapportagetolerantie als bedoeld in artikel 12 lid 2 worden gedeeld en tussentijdse maatregelen worden waar nodig aangegeven.
Artikel 7. Decemberwijziging
1De Decemberwijziging is bedoeld om te voldoen aan de vereisten van financiële rechtmatigheid en om de raad een geactualiseerd beeld te geven van de gemeentelijke financiën.
2Het college kan in de Decemberwijziging de raad voorstellen om restantmiddelen voor activiteiten, waarvoor de raad een jaar gebonden budget beschikbaar heeft gesteld, over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
3Voor de (bijna) afgesloten investeringen worden de begrotingsbedragen in overeenstemming gebracht met de werkelijke uitgaven wanneer sprake is van een overschrijding van minimaal € 10.000. Voor deze overschrijdingen wordt een aanvullend krediet aangevraagd.
4De Decemberwijziging wordt uiterlijk in december van het betreffende jaar aangeboden aan de raad.
Artikel 8. Criteria voor overheveling jaargebonden budgetten
1Indien de activiteiten, waarvoor de raad een jaargebonden budget beschikbaar heeft gesteld, niet of niet geheel in het boekjaar kunnen worden uitgevoerd, dan is onder de volgende voorwaarden, de mogelijkheid van overheveling aanwezig. Een voorstel hiervoor zal door het college aan de raad worden voorgelegd als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.Het gaat om incidenteel toegekende middelen, met een minimumbedrag van € 50.000;
b.De gevraagde ruimte is op het betreffende beschikbaar gestelde budget in het boekjaar nog aanwezig;
c.Aangetoond is dat de afwikkeling door omstandigheden niet heeft kunnen plaatsvinden, maar nog wel moet plaatsvinden;
d.De uitvoering van de activiteiten kan worden ingebed in de werkplanning van het nieuwe boekjaar.
2In het tweede Voortgangsverslag en/of de jaarstukken wordt een deugdelijke toelichting op de omvang en de oorzaak van een niet besteed jaargebonden budget opgenomen.
3Bij de jaargebonden budgetten zijn de volgende twee gevallen voor overheveling in ieder geval uitgesloten:
a.Budgetten voor de grondexploitatie, omdat deze budgetten jaarlijks naar de stand per begin van het nieuwe boekjaar opnieuw worden bepaald en beschikbaar gesteld;
b.Budgetten waarbij op grond van een daartoe genomen raadsbesluit de verschillen tussen het beschikbaar gestelde budget en de werkelijke baten/lasten worden verrekend met een daartoe ingestelde (egalisatie) reserve/voorziening.
Artikel 9. Jaarstukken
1Het college legt in het jaarverslag en de jaarrekening verantwoording af aan de raad over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording is opgenomen:
a.wat de realisatie is per programma van de doelstellingen en prestaties:
b.welke budgetten zijn ingezet om de prestaties te realiseren;
c.een analyse op hoofdlijnen van de afwijkingen ten opzichte van de definitieve begroting.
2De programma’s in het jaarverslag bevatten een toelichting waarin oorzaken van afwijkingen worden aangegeven en of deze incidenteel of structureel van aard zijn.
3Het college legt in het jaarrekeningdeel van de Jaarstukken verantwoording af over de mate waarin de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen.
4In de Jaarstukken wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.
5De jaarstukken zijn ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven indeling in het Besluit Begroting en Verantwoording.
Artikel 10. Informatieplicht
Conform artikel 169 Gemeentewet informeert het college in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft:
a.de aan- en verkoop van (onroerende) goederen, werken en diensten groter dan € 750.000;
b.het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 100.000;
c.het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
Artikel 11. EMU-saldo
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 12. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
1De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
2In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves, met ingang van het jaar 2025.
3In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 125.000 nader toegelicht.
Artikel 13. Voorwaardencriterium
1Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
2Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheers handelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 14. Begrotingscriterium
1Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheers handelingen tot stand moeten zijn gekomen.
2De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, namelijk op programmaniveau zoals is opgenomen in artikel 4.
3Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
4Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
a.Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
b.Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
c.Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt en dit wordt geconstateerd na afloop van het verantwoordingsjaar;
d.De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage, zijnde VV1, VV2 en decemberwijziging;
e.De gemeenteraad is wel geïnformeerd, maar er is geen begrotingswijziging vastgesteld;
f.Er is sprake van een afwijking als gevolg van een aanpassing van de rekenrente die wordt gehanteerd bij de berekening van de voorziening pensioenen en wachtgelden wethouders.
5Afwijkingen van de (bijgestelde) begroting als gevolg van hogere baten en/of lagere lasten, lagere investeringen en lagere baten zijn rechtmatig indien de afwijkingen tijdig tot een aanpassing van de begroting hebben geleid of de raad tijdig over de afwijking is geïnformeerd. Voor afwijkingen die ontstaan na de laatste tussentijdse rapportage en 31 december kan het melden en verantwoorden in de financiële eindprognose en/of jaarrekening als tijdig worden geduid.
6Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 15 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
1Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheers handelingen.
2Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
3Het college draagt zorg voor een actuele, door de raad vastgestelde nota met de uitgangspunten voor het beleid voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen en eigendommen.
4Periodiek biedt het college een evaluatie (van de uitvoering van) de nota M&O aan, met daarin een voorstel tot aanpassing of handhaving van de bestaande nota.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 16. Waardering en afschrijving vaste activa
1Het college biedt de raad periodiek een nota activering en afschrijving aan. De raad stelt deze vast.
2De nota behandelt:
a.de waarderingsgrondslagen;
b.het afschrijvingsbeleid;
c.de afschrijvingstermijnen.
3Materiële vaste activa worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd voor zover dit boven de € 25.000 uitkomt. Uitzonderingen hierop zijn:
a.Gronden en terreinen (worden altijd geactiveerd);
b.Kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde ( worden nimmer geactiveerd).
4Materiële vaste activa worden met uitzondering van de in lid 1 genoemde activa lineair afgeschreven met ingang van het jaar na ingebruikname van het actief.
5De te hanteren termijn van afschrijving wordt bij de aanvraag van de investering gemotiveerd en vastgelegd, waarbij de verwachte levensduur een rol speelt. De te hanteren afschrijvingstermijnen passen binnen de kaders zoals in de Nota Activabeleid van de gemeente Gooise Meren is vastgelegd.
6Bij het activeren van investeringen wordt een omslagrente gehanteerd over de boekwaarde per 1 januari.
Artikel 17. Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor de vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vordering ouder dan een jaar.
Artikel 18. Reserves en voorzieningen
1Het college biedt de raad periodiek een Nota Reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld.
2De reserves en voorzieningen worden jaarlijks in de begroting en jaarstukken toegelicht.
3Bestemmingsreserves worden alleen ingesteld voor zeer specifieke doelen met een einddatum. Daarmee zijn ze incidenteel van aard (m.u.v. egalisatiereserves).
4De vorming of instandhouding van reserves worden getoetst aan de volgende criteria:
i.een expliciet doel voor de instelling van een reserve;
ii.een onderbouwing voor de instelling van een reserve;
iii.de wijze waarop de reserve wordt gevormd / gevoed;
iv.de minimumhoogte van een reserve bij vorming van € 100.000;
v.de maximale hoogte van een reserve: ter voorkoming van oneigenlijke toevoegingen worden reserves gemaximeerd op het bedrag dat nodig is om het doel van de reserve te bereiken;
vi.de bestedingsraming voor de komende jaren van een reserve;
vii.de uiterste termijn van aanwending / doorlooptijd.
5Er vindt geen rentetoevoeging plaats aan de reserves. De stand van de reserves wordt periodiek beoordeeld.
6De omvang van de algemene reserve is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de ratio van het weerstandsvermogen minimaal uitkomt op het waarderingscijfer C (voldoende) volgens de waarderingstabel van de universiteit Twente. De ondergrens van de algemene reserve is gerelateerd aan de norm voor het verkrijgen van een aanvullende uitkering volgens artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet, welke norm is uitgewerkt in de Handleiding Artikel 12 Financiële Verhoudingswet.
Artikel 19. Kostenverdeling
1Alle kosten op de kostenplaatsen worden op hoofdlijnen verdeeld.
2Er is geen sprake van nacalculatie.
3Periodiek is er sprake van herijking van de voorcalculatie.
4Het verschil tussen de geraamde en de werkelijke kosten worden op één plek in de begroting en jaarstukken afgewikkeld en toegelicht.
Artikel 20. Kostprijsberekening
1Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.
2Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid.
3Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. Deze omslagrente wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld.
4Voor de toerekening van de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met investeringen, groot onderhoud en grondexploitaties, binnen het taakveld overhead wordt een stelsel van kostentoerekening gehanteerd.
5Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
6Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het vierde en vijfde lid betreffen, wordt de gehanteerde methodiek van toerekening in een toelichting binnen het taakveld overhead inzichtelijk gemaakt.
Artikel 21. Prijzen economische activiteiten
1Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.
2Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.
3Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
4Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:
a.leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;
b.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
c.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
d.een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
e.een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
f.een bevoordeling van publieke media-instellingen; en
g.een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
Artikel 22. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten en leges.
2Voor de heffingen wordt in beginsel naar 100% kostendekkendheid gestreefd. Indien heffingen niet 100% kostendekkend worden voorgelegd in de begroting, wordt dit gemotiveerd toegelicht in de paragraaf lokale heffingen van de begroting.
3Het college legt het beleid met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten aan de raad voor.
Artikel 23. Financieringsfunctie
1Het uitoefenen van de financieringsfunctie geschiedt overeenkomstig de uitgangspunten van het vastgestelde Treasurystatuut.
2Bij het uitzetten en het aantrekken van middelen worden de volgende kaders in acht genomen:
a.Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste drie prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd;
b.Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden;
c.Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.
Hoofdstuk 5. Paragrafen
Artikel 24. Lokale heffingen
In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen dat de paragraaf lokale heffingen ten minste bevat:
i.de geraamde inkomsten;
ii.het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
iii.een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen van deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
iv.een aanduiding van de lokale lastendruk;
v.een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Daarnaast wordt de ontwikkeling van de woonlasten (Onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing) in beeld gebracht (lokaal, regionaal en landelijk).
Artikel 25. Weerstandsvermogen & risicobeheersing
In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ten minste bevat:
i.een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
ii.een inventarisatie van de risico's;
iii.het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's;
iv.een kengetal voor de:
1a°. netto schuldquote;
1b°. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
2°. solvabiliteitsratio;
3°. grondexploitatie;
4°. structurele exploitatieruimte, en
5°. Belastingcapaciteit;
v.een beoordeling van de verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Artikel 26. Onderhoud kapitaalgoederen
In artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen dat de paragraaf onderhoud van kapitaalgoederen ten minste de volgende kapitaalgoederen bevat:
i.wegen;
ii.riolering;
iii.water;
iv.groen;
v.gebouwen.
1Van deze kapitaalgoederen wordt informatie gegeven over de voortgang van het geplande onderhoud conform vastgestelde onderhoudsplannen, zoals de omvang van het achterstallig onderhoud en van de consequenties daarvan, met betrekking tot openbaar groen, waterwerken, wegen, kunstwerken, riolering en gebouwen.
2Het college biedt de raad periodiek een visie en een uitvoeringsprogramma aan, waarin minimaal het kader voor het beoogde onderhoudsniveau aan openbaar groen, waterwerken, wegen, kunstwerken, riolering en gebouwen is opgenomen. De raad stelt deze vast.
3Het college biedt de raad periodiek een meerjarig-onderhoudsplan aan, waarin de definitieve programmering is opgenomen. De raad stelt dit vast.
Artikel 27. Financiering
In artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille bevat en inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Artikel 28. Bedrijfsvoering
1In artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen dat de paragraaf bedrijfsvoering ten minste inzicht geeft in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
2Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
a.een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 11 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
b.een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;
c.rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen, en
d.geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.
3Tellen de bevindingen op tot boven de ‘signaleringsgrens’ van 1% van het totaal van de werkelijke lasten in de jaarrekening, dan zal er tevens een verbeterplan worden opgesteld dat ook bij de verantwoording toegelicht wordt.
Artikel 29. Verbonden partijen
Het college legt periodiek in een beleidsnota vast hoe de gemeente besluit tot samenwerking in een verbonden partij en wat de rollen van het college en de gemeenteraad zijn bij deelname en oprichting, bij het sturen en beheersen ervan en bij de evaluatie en heroverweging van het samenwerkingsverband van verbonden partijen. In de beleidsnota worden de gemeentelijke uitgangspunten meegegeven voor de inrichting van de governance van verbonden partijen.
De lijst van verbonden partijen, welke wordt onderverdeeld in:
1°gemeenschappelijke regelingen;
2°vennootschappen en coöperaties;
3°stichtingen en verenigingen, en
4°overige verbonden partijen;
In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:
i.de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
ii.het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
iii.de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en het einde van het begrotingsjaar;
iv.de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
v.de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, eerste lid, onderdeel b. van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente;
vi.de betrokken (overheids-)instellingen van de verbonden partij.
Artikel 30. Grondbeleid
In artikel 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is opgenomen dat de paragraaf grondbeleid ten minste bevat:
1een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting;
2een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
3een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
4een onderbouwing van de geraamde winstneming;
5de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken;
6Het deel van de kosten van bovenwijkse voorzieningen dat aan een in de toekomst te openen grondexploitatie wordt toegerekend, zal tot het moment dat de betreffende grond feitelijk in exploitatie wordt genomen, worden geactiveerd;
7Voor het tussentijds winst nemen zal de percentage of completion methode worden gevolgd. Dit is verder uitgewerkt in de Nota Grondbeleid;
8Als het verwachte resultaat van een grondexploitatie negatief is, dan treft de gemeente hiervoor direct een voorziening. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De disconteringsvoet die hierbij wordt gebruikt is het maximale meerjarig streefpercentage voor de inflatie binnen de Eurozone van de Europese Centrale Bank (nu 2%). De dekking van de verliesvoorziening komt uit de reserve grondexploitatie indien deze toereikend is en anders uit de algemene reserve;
9Jaarlijks zal een herziening van de grondexploitatiebegroting plaatsvinden;
10Het college biedt, indien de actualiteit of andere omstandigheden dit vereisen, een bijgestelde “Nota Grondbeleid” aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 31. Administratie
Het college draagt er zorg voor dat:
1De inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording en andere relevante wet- en regelgeving;
2De vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten;
3De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;
b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten;
c.het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
d.het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e.de controle op, en het afleggen van verantwoording door het college over, de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
f.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie.
Artikel 32. Financiële organisatie
Het college draagt zorg voor:
a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
e.de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f.de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie;
g.het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; de regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie;
h.het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen, waarbij in overeenstemming met de regels van de Europese Unie wordt gehandeld, en
i.het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 33. Interne controle
1Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 27 lid 2a. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
2Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd.
3Het college draagt zorg voor de interne controlewerkzaamheden ten behoeve van het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording als genoemd in artikel 11 lid 2 en de toelichting daarop als genoemd in artikel 27 lid 2.
4Het college borgt de onafhankelijkheid en deskundigheid van de met de interne control en auditfunctie belaste functionarissen. Hiertoe stelt zij een control statuut op, waarin de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de control- en auditfunctie wordt vastgelegd, alsmede de informatieplicht van de ambtelijke organisatie aan deze functionarissen.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 34. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht
De Financiële verordening gemeente Gooise Meren 2023 wordt ingetrokken.
Artikel 35. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
2Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Financiële Verordening Gooise Meren 2025’.