Aanhef
Randvoorwaarden waaronder tweedelijns bebouwing mogelijk is
Bijlage 1 Definities
Achtererf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
Achtergevellijn
De doorgetrokken lijn van de van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel en die niet als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
Huishouden
Een groep mensen waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid.
Kamerverhuur
Bij kamerverhuur wordt er een onzelfstandige woonruimte verhuurd. Dit betekent dat de kamer geen eigen toegang heeft en dat voorzieningen zoals toilet, badkamer en/of keuken niet in de kamer aanwezig zijn.
Kangoeroewoning
Een combinatie van twee zelfstandige woningen of wooneenheden onder één dak, die aan elkaar verbonden zijn met een intern afsluitbare verbindingsdeur, geschikt voor de huisvesting van maximaal 2 hulpbehoevende en/of oudere personen, die een familiale band hebben.
Mantelzorg
Langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Mantelzorgwoning
Huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. Als de noodzaak voor mantelzorg vervalt, moet de huisvesting voor mantelzorg beëindigd worden.
Openbare ruimte
Ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de grond in eigendom is van een publieke partij. Plaatsen die onder de openbare ruimte vallen zijn onder andere straten, pleinen en parken.
Perceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Stedelijk gebied
Percelen gelegen binnen de rood begrensde gebieden aangeduid op de kaart in bijlage 2. Dit bestaat grotendeels uit de aaneengesloten bebouwingsgebieden binnen de gemeente.
Stedenbouwkundige korrel
De afmetingen en hun onderlinge verhouding van de bebouwing en de onderlinge ligging en afstanden tussen bebouwing, deels bepaald door de kavelgrootte, waarmee de stedenbouwkundige structuur van de omgeving gedefinieerd wordt.
Stedenbouwkundige structuur
De indeling van een gebied in bebouwing, tuinen en openbare ruimte met wegen, groenvoorzieningen, e.d. Hierbij is kenmerkend voor een gebied de stedenbouwkundige korrel, de verhouding tussen de bebouwde en de onbebouwde ruimte en de verhouding tussen private en openbare ruimte.
Tweedelijns bebouwing
Bebouwing (in de vorm van een hoofdgebouw) die niet direct gelegen is aan de openbare ruimte, maar die gelegen is achter de achtergevellijn van een hoofdgebouw dat wel een directe relatie (in de vorm van de directe ligging aan de openbare ruimte, een voortuin, (kort) oprit, zichtrelatie vanuit het hoofdgebouw) heeft met de openbare ruimte. Hierdoor wordt er een tweede lijn met bebouwing gecreëerd.
Voorgevel
De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Voorgevelrooilijn
De naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak, dan wel bij het ontbreken van een bouwvlak, de naar de weg gekeerde grens tussen de bestemming Wonen en Tuinen.
Woning
Een complex van ruimten geschikt voor de huisvesting van één huishouden. Dit kan zowel grondgebonden als gestapeld (appartement) zijn.
Bijlage 2 Kaart stedelijk gebied
Het beleid is toepasbaar op percelen gelegen binnen de rood begrensde gebieden op onderstaande kaart.