Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota grondgebruik groen- en reststroken gemeente Gooise Meren

Gemeente Gooise Meren · geldt sinds 3 december 2024

3 Toetsingscriteria

3.2 Criteria hoofdgroen- en nevengroenstructuur

3.2.1 Uitzondering hoofdgroen- en nevengroenstructuur

Sommige groen- en reststroken zijn al jaren in gebruik. De groen- en reststroken maken dan al langere tijd geen onderdeel uit van de hoofdgroen- en nevengroenstructuur en/of heeft al langere tijd geen functionele waarde.

•Als groen- en reststroken al langer dan 10 jaar in gebruik zijn genomen dan kan de gemeente ervoor kiezen om de groen- en reststroken, die onderdeel uitmaken van de hoofdgroen- en nevengroenstructuur, toch te verkopen als wordt voldaan aan de overige toetsingscriteria.

•Ook indien groen- en reststroken niet meer zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente dan kan de gemeente ervoor kiezen om de groen- en reststroken, die onderdeel uitmaken van de hoofdgroen- en nevengroenstructuur, toch te verkopen.

In deze situaties levert de gemeente maatwerk.

3.5 Criteria stedenbouw, landschap en planologie

3.5.1 Gebruik groen- en reststroken

Het is niet werkbaar om na elke verkoop van groen- en reststroken gelijk een herziening van het omgevingsplan door te voeren.

Kopers van groen- en reststroken mogen de grond als tuin gebruiken in afwijking van het omgevingsplan. Dit houdt in dat er beplanting geplant mag worden. Het aanbrengen van verharding (tegels, klinkers, asfalt, e.d.) is niet toegestaan. In beginsel wordt geen vergunning verleend voor een andere functie (bestemming) dan tuin.

4 Oneigenlijk gebruik groen- en reststroken

4.3 Ontruimen van de groen- en reststrook

4.3.1 Privaatrechtelijk handhaven

De privaatrechtelijke weg is de te bewandelen route als het eigendomsrecht is geschonden door oneigenlijk gebruik van groen- en reststroken van de gemeente waarbij door verjaring het eigendom kan overgaan.

De gemeente handelt als private persoon: eigenaar en rechthebbende van de grond.

Bij privaatrechtelijk handhaven moeten ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen.

Het handhaven heeft als doel het terugvorderen van eigendom en het voorkomen van het verlies van eigendom door verjaring. De gemeente is als eigenaar van de grond bevoegd de grond van eenieder die haar zonder recht houdt, op te eisen (artikel 5:2 Burgerlijk Wetboek, BW), indien noodzakelijk bij de civiele rechter.

4.3.2 Bestuursrechtelijk handhaven

Bij de publiekrechtelijk weg staat niet het eigendom van groen- en reststroken centraal, maar de (openbare) functie daarvan.

Bestuursrechtelijke handhaving kan dan om diverse redenen plaatsvinden, bijvoorbeeld omdat de groen- en reststrook in strijd met het Omgevingsplan of de Algemene Plaatselijke Verordening wordt gebruikt.

De bestuursrechter zou echter kunnen oordelen dat gekeken moet worden of de situatie gelegaliseerd kan worden, daarom wordt de voorkeur gegeven aan de privaatrechtelijke weg bij handhaving zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.

4.4 Verjaring van de groen- en reststrook

4.4.1 Verkrijgende en bevrijdende verjaring

In het Burgerlijk Wetboek wordt onderscheid gemaakt in twee soorten verjaring: verkrijgende en bevrijdende verjaring.

Verkrijgende verjaring wordt bepaald in artikel 3:99 BW

Verkrijgende verjaring treedt op als de groen- en reststrook gedurende tien jaar onafgebroken en te goeder trouw in bezit is.

Het begrip ‘te goeder trouw’ houdt in dat de verkrijger niet wist en niet kon weten dat het goed niet van hem was. In de praktijk wordt slechts in een zeer klein aantal gevallen aan dit begrip voldaan aangezien degene die een beroep doet op verjaring in bepaalde mate zelf een onderzoeksplicht heeft.

Indien iemand uit de openbare registers kan opmaken dat de groen- en reststrook niet aan hem toebehoort, dan is er geen sprake van goede trouw van zijn kant.

Bevrijdende verjaring wordt bepaald in artikel 3:105 BW

Van bevrijdende verjaring is sprake als de groen- en reststrook twintig jaar onafgebroken in bezit is. Het begrip ‘te goeder trouw’ speelt hierbij geen rol.

Van bezit is sprake als de groen- en reststrook wordt gebruikt alsof de gebruiker eigenaar is en niemand anders. De inrichting van de grond is hierbij van belang. De tuin inclusief de groen- en reststrook dient niet meer toegankelijk te zijn voor derden en samen één geheel te vormen. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een hoge ondoordringbare haag om de tuin of een schuurtje op de groen- en reststrook. In die gevallen kan er sprake zijn van bezit.

Wordt alleen het gras gemaaid, staan er planten of liggen er tegels op de groen- en reststrook dan zijn dat voorbeelden van inrichtingen die onvoldoende zijn om te spreken van bezit.

4.4.2 Schadevergoeding

Door een geslaagd beroep op verkrijgende of bevrijdende verjaring verliest de gemeente haar groen- en reststrook.

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverlies door verjaring het gevolg is van onrechtmatig handelen. De gemeente kan hierdoor een schadevergoeding vorderen van de nieuwe eigenaar op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

Het uitgangspunt is in beginsel schadevergoeding in geld. De gemeente kan bij een vordering tot schadevergoeding in geld de geldende grondprijzen als uitgangspunt nemen. De gemeente zal per dossier beoordelen of er schadevergoeding gevorderd moet worden.

Enkel de situaties waarbij de gemeente de grond vanwege strategische redenen nodig heeft, zal de gemeente verder juridisch onderzoek doen of het mogelijk is om schadevergoeding in natura te vorderen.

Voor het vorderen van schadevergoeding gelden strikte juridische eisen. Het vorderen van schadevergoeding is daardoor niet in alle gevallen mogelijk. In de situaties waarbij het vorderen van schadevergoeding noodzakelijk en mogelijk is, zal de gemeente, indien noodzakelijk via de rechter, vorderen dat zij de grond in natura terug geleverd krijgt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.