5 C Duurzaamheid
5.1 Bevorderen biodiversiteit
5.1.1 We worden als groene gemeente nog groener en versterken onze groene en blauwe kwaliteiten
Een groene omgeving zorgt voor een beter welzijn voor de inwoners en is van belang voor het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress of wateroverlast. Meer groen draagt daarnaast ook bij aan het behoud en de versterking van de biodiversiteit en ecologische structuren, zowel binnen als buiten de gemeente.
Beleidsdoel 1: Het versterken van groen in de gemeente en het versterken van onze groen / blauwe kwaliteiten
De gemeente verstrekt subsidie aan initiatieven die zorgen voor een toename van groen, onder de voorwaarde dat dit geen invasieve soorten betreft en met een voorkeur voor inheemse beplanting Wanneer gebruikt wordt gemaakt van niet-inheemse beplanting moet dit onderbouwd worden in de subsidie aanvraag.
5.1.2 We streven naar een grote diversiteit aan ecosystemen en landschappen
Om soorten verder te beschermen en te versterken is het belangrijk om de leefomgeving -habitats- voor soorten te verbeteren. Zo zet de gemeente in op het verhogen van natuurwaarden en vergroten en verbinden van leefgebieden van planten- en diersoorten.
Beleidsdoel 1: Het verhogen van natuurwaarden en het verbinden (en daarmee vergroten) van leefgebieden van planten en dieren
De gemeente verstrekt subsidie aan initiatieven die bijdragen aan toename van leef-, verblijfs- en nestgelegenheden voor de in het Programma Biodiversiteit genoemde icoonsoorten. Ook verleend de gemeente subsidie aan initiatieven die bijdragen aan het vergroten en/of verbinden van leefgebieden van planten- en diersoorten.
5.1.3 Inzet op recreatie in de natuur
Waar zich dat laat verenigen met de natuurfunctie willen we de (robuuste) natuur toegankelijk maken, daarbij gaan we uit van extensieve recreatievormen in balans met de natuur.
5.2 Versnellen energietransitie
5.2.1 Energiebesparing: we zetten in op isolatie en reductie van de warmte- en elektriciteitsvraag.
Energie die we besparen hoeft niet te worden opgewekt. Daarom is dit een belangrijk doel en eerste stap in de energietransitie. Zowel voor bedrijven als voor inwoners betekent besparing door betere isolatie en efficiëntere apparaten dat er minder (duurzame) energie opgewekt moet worden en wordt de energierekening lager Specifiek is er aandacht voor inwoners in (dreigende) energiearmoede; deze hebben het meeste baat bij besparende maatregelen.
5.2.2 De energie die we verbruiken, wekken we duurzaam op.
Hiervoor benutten we de potentie voor zon op grote daken, zon langs (spoor)wegen en zon op parkeerplaatsen, waarbij zorgvuldig aandacht is voor alle beschermingsregimes die gelden voor het landschap en de historische kernen.
5.2.3 Gebouwde omgeving in 2050 is voorzien van een duurzame, aardgasvrije vorm van verwarming.
Collectieve warmtenetten en warmtepompen spelen daarbij in onze gemeente een belangrijke rol. Buurt voor buurt werken we in de periode tot 2050 aan het aardgasvrij maken van de woningen in Gooise Meren. Hierbij kijken we ook wat de lokale mogelijke warmtebronnen zijn om te gebruiken.
5.2.4 Een toekomstbestendig energiesysteem waar vraag en aanbod in balans zijn.
We onderzoeken de mogelijkheden voor energieopslag via (buurt)batterijen en warmtebuffers, en hoe we de pieken op het elektriciteitsnet aan de invoer- en afnamekant kunnen beperken. We ondersteunen bij nieuwe vormen van lokaal energie delen, de ontwikkeling van nieuwe energiegemeenschappen die lokaal energie opwekken, opslaan en gebruiken en we dragen bij aan het vergroten van lokale eigenaarschap in de energietransitie.
5.3 Klimaatadaptatie
5.3.1 Alle straten, pleinen en parken zijn uiterlijk in 2050 volledig klimaatbestendig ingericht
Klimaatbestendig betekent vergroenen en minder verstenen. Dit zorgt voor een fijnere leefomgeving, maar ook voor een betere waterhuishouding, het beperken van hittestress en een bijdrage aan meer biodiversiteit. door regenwater in de bodem te brengen, en niet af te voeren, dragen wij bij aan de sponswerking van de bodem. Sponswerking draagt bij meer beschikbaarheid van schoon water in droge perioden en een betere waterkwaliteit. door de bovengrondse ruimte waar nodig slimmer in te richten, voorkomen wij schade en ernstige hinder bij hevige regenbuien. Als maatregelen bovengronds niet toereikend zijn, kijken wij of oplossingen ondergronds mogelijk zijn.
5.4 Circulaire samenleving
5.4.1 Versterken aandacht voor en kennis van circulariteit bij onze ondernemers
We verstrekken financiële middelen voor activiteiten die bijdragen aan het vergroten van de kennis over circulariteit en de circulaire mogelijkheden in het MKB (midden- en kleinbedrijf) van Gooise Meren. Hierbij ligt de focus op bedrijven met 2 tot 100 werknemers.
5.4.2 Stimuleren circulaire (keten)projecten in de bouw in samenwerking met lokale bedrijven
We faciliteren initiatieven van ondernemers die de keten van een product of dienst in de bouw zo circulair mogelijk willen maken. Hierbij vinden wij het van belang dat de keten een zo lokaal mogelijk karakter heeft, bijvoorbeeld rond herkomst en hergebruik van bouwmaterialen. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol door bijvoorbeeld middelen beschikbaar te stellen voor een procesondersteuner. We stellen geen middelen beschikbaar voor de ontwikkeling van circulaire producten en processen.
5.4.3 Ondersteunen van initiatieven uit onze samenleving die bijdragen aan de circulaire doelen van Gooise Meren
Het is van belang dat bottum-up initiatieven rond circulariteit ondersteunt worden. Daarom verstrekken we financiële middelen aan initiatiefnemers (van inwoners tot maatschappelijke organisaties en ondernemers) die met projecten en activiteiten bijdragen aan de doelen van de Beleidsnota ´Een circulaire samenleving, Beleid circulaire economie Gooise Meren 2025 – 2030´. Voorbeelden van projecten en activiteiten zijn: aandacht voor circulariteit in het basis- en voortgezet onderwijs, duurzame en circulaire activiteiten van Broedplaatsen, ondersteunen van activiteiten die delen van spullen en recycling mogelijk maken.
De keus om in te zetten op een circulaire samenleving is een eigen ambitie die voortvloeit uit de toenemende wet- en regelgeving waar ondernemers mee te maken krijgen. De beleidsdoelen staan in de Omgevingsvisie Gooise Meren, deel A, pag. 16 (2023) en in het in 2025 vastgestelde “Beleidsnota Een circulaire samenleving, beleid Circulaire Economie Gooise Meren, onze koers voor 2025 – 2030”.
5.4.4 Afval dat wij produceren is in 2030 voor 50% en in 2050 100% recyclebaar, we hergebruiken alle grondstoffen / circulaire economie
We verstrekken financiële middelen aan projecten en activiteiten die hergebruik en reparatie stimuleren, waardoor verspilling van grondstoffen wordt voorkomen en de winning van nieuwe grondstoffen niet nodig is. Voorbeelden van projecten en activiteiten zijn: deel- en ruilinitiatieven, Repair Cafés en het omvormen van oude materialen tot nieuwe producten.
5.5 Voedseltransitie
5.5.1 Circulaire en duurzame voedselproductie
Een natuur inclusieve voedselproductie is duurzaam, circulair en versterkt natuur en biodiversiteit. Voorbeelden die hieronder kunnen vallen zijn natuurbeheer, waterberging, CO2-absorptie en kunstmestvrije melkveehouderij. Natuur inclusieve voedselproductie versterkt de biodiversiteit op en rond het boerenland en belast de natuur zo min mogelijk. Daarbij is het ontwikkelen van toekomstbestendige verdienmodellen, om de voedselproductie ook economisch vitaal te houden, een voorwaarde. Voorbeelden hiervan zijn sociale of recreatieve nevenactiviteiten.
5.5.2 Gezonde en duurzame voeding
Door een gezond en duurzaam voedingsaanbod te stimuleren, maken we het makkelijker voor inwoners om hier ook voor te kiezen. Een gezond gewicht en gevarieerd eetpatroon bevordert de gezondheid door middel van de preventie van leefstijl gerelateerde ziekten, zoals diabetes en hart – en vaatziekten. Voorbeelden van stimulatie van gezonde voeding zijn het voedselaanbod van publieke organisaties meer in lijn te brengen met de adviezen van het Voedingscentrum, de bewustwording van voedselkeuzes bij kinderen te vergroten en het ongezonde voedselaanbod in het straatbeeld te verminderen.
5.5.3 Duurzaam voedsel van dichtbij
Het verkorten van de voedselketen, waarbij geen of zo min mogelijk schakels zijn tussen de voedselproducent en consument, verhoogt de duurzaamheid. Voedsel gaat bijvoorbeeld rechtstreeks van de boer naar de consument, via een webshop, boerderijwinkel, zelf oogst pluktuin of kraam langs de weg. Ook het stimuleren van meer eetbaar groen in de openbare ruimte is een voorbeeld van lokaal duurzaam voedsel stimuleren.
5.5.4 Terugdringen van voedselverspilling en optimaal benutten van restromen
Door bewustwording te creëren, circulaire initiatieven te bevorderen en samenwerking aan te gaan met regionale partners, kan voedselverspilling worden verminderd en organische reststromen op een hoogwaardige manier worden verwerkt.
6 Wegingskader
6.1 Kernwaarden
6.1.1 Doeltreffendheid
Ons uitgangspunt is dat in beginsel financiering wordt verstrekt voor activiteiten die binnen de gemeente Gooise Meren worden uitgevoerd of waarvan in hoge mate de inwoners van de gemeente Gooise Meren voordeel hebben. Daarbij gaat het om de vraag of de activiteiten voldoende bijdragen aan de beleidsdoelen die we hebben vastgesteld en de gewenste maatschappelijke effecten. Dit noemen we doeltreffendheid. Welke doelen we nastreven en wat we daarbij van organisaties verwachten zijn beschreven in het Inhoudelijke kader.
6.1.2 Toegankelijkheid
De gemeente hecht sterk aan een toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen. Hierbij gaat het om de vraag hoe open een organisatie is naar de samenleving en de buurt. We verwachten dat organisaties interactie zoeken met de buurt en voldoende bekendheid geven aan de activiteiten. Daarbij is het van belang dat organisaties open staan voor inwoners met een beperking en voor kwetsbare groepen. Het uitgangspunt is dat deze groepen inwoners zo veel mogelijk in staat worden gesteld om deel te nemen aan het reguliere aanbod van activiteiten en voorzieningen.
6.1.3 Behoefte centraal
De gemeente hecht grote waarde aan een aanbod dat aantoonbaar aansluit bij de vraag vanuit de samenleving. Het doel is dat zoveel mogelijk inwoners kunnen participeren en meedoen op de door hen gewenste wijze. Om vraaggericht te denken is veelal een omslag in de denkwijze van organisaties nodig. Het gaat niet alleen om de vraag van de eigen leden of doelgroep maar ook om een bredere oriëntatie op de vraag vanuit de samenleving. Dit vraagt van organisaties om regelmatig kritisch te kijken naar het eigen aanbod en om de vraag actief op te halen.
6.1.4 Samenwerking
De activiteiten waarvoor financiering wordt verleend staan over het algemeen niet op zichzelf. Zij zijn onderdeel van een sociale structuur, van een buurt, vanuit cultuur of sport, of vanuit welzijnswerk, etc. We verwachten dat de activiteiten bijdragen aan meer betrokkenheid van inwoners bij de samenleving. Van organisaties wordt gevraagd om open te staan voor andere organisaties met dezelfde doelen, open te staan voor nieuwe (inwoner)initiatieven, en zo mogelijk verbindingen te leggen. Samenwerking schept kansen voor nieuwe initiatieven en verlaagt drempels voor de inwoners om deel te nemen aan activiteiten.
6.1.5 Doelmatigheid
Een belangrijke voorwaarde voor financiering is dat de activiteit doelmatig is. Daarbij gaat het om de vraag of het bedrag aanvaardbaar is ten opzichte van wat daarmee bereikt wordt en of de budgetten efficiënt worden ingezet. We verwachten dat organisaties een inzichtelijke en logische kostprijsopbouw van de activiteiten leveren. Verder hebben we oog voor de prijs- kwaliteitsverhouding. Onderwerpen die hierbij ook een rol spelen zijn bijvoorbeeld de omvang van de doelgroep die met de activiteiten wordt bereikt, de bezettingsgraad en multifunctioneel gebruik van een accommodatie of een mogelijke overlap met andere activiteiten.
6.1.6 (Financiële) draagkracht
Bij het verstrekken van financiële middelen gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en organisaties. Financiering wordt alleen verleend als dit door de gemeente noodzakelijk wordt geacht en de overige mogelijkheden voor het verkrijgen van inkomsten voldoende zijn benut. Het verstrekken van financiële middelen vormt zo het sluitstuk. We verwachten van organisaties dat zij hun draagkracht maximaal benutten door zich voldoende in te spannen om inkomsten te werven uit deelnemersbijdragen, contributie, entreeprijzen, fondsen, donaties sponsoring, et cetera. Het eigen vermogen, maar ook bijvoorbeeld middelen die via gelieerde organisaties beschikbaar kunnen worden gemaakt, maken deel uit van de beoordeling van de financiële aanvraag.
6.1.7 Vernieuwing
Van organisaties wordt verwacht dat zij hun aanbod regelmatig evalueren zodat het blijft voldoen aan de behoefte van de doelgroep en aansluit bij de doelen van de gemeente. Ook is het belangrijk dat organisaties oog houden voor veranderingen in de vraag in de samenleving. Nieuwe innovatieve projecten die een vliegwiel vormen naar verbeteringen in de samenleving kunnen ter stimulering worden ondersteund met eenmalige financiering.
6.1.8 Duurzaamheid
De gemeente streeft naar een duurzame gemeente waar inwoners, organisaties en bedrijven zich kunnen ontplooien, met zo min mogelijk afwenteling van negatieve gevolgen op andere mensen, andere regio’s en andere generaties. Deze visie rust op vier pijlers: Een duurzame gemeente Gooise Meren is klimaatbewust, heeft een vitale samenleving, een gezonde leefomgeving en duurzame bedrijvigheid. In de gemeentelijke visie op duurzaamheid past ook dat met organisaties afspraken worden gemaakt op het gebied van Social Return om maatschappelijke meerwaarde te creëren. We vinden het belangrijk dat organisaties oog hebben voor een duurzaam resultaat van hun activiteiten voor de samenleving, en voor de continuïteit van de organisatie. Een voorbeeld daarvan is het realiseren van nieuwe aanwas voor de organisatie.
7 Instrumentarium
7.1 Subsidie
7.1.1 Eenmalige subsidie
Dit zijn subsidies:
a.die voor het eerst worden aangevraagd;
b.incidentele projecten;
c.activiteiten die niet regelmatig terugkeren;
d.en die voor een van tevoren bepaalde periode voor maximaal vier jaar aaneensluitend kunnen worden verstrekt.
7.1.2 (Meer)Jaarlijkse subsidie
Dit betreft herhaalde subsidiering. Het gaat om een subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling wordt verstrekt.
7.1.3 Subsidies boven € 25.000
Bij subsidies in de categorie minder dan € 25.000 hanteren we de werkwijze “verlenen is vaststellen”. Indien daar aanleiding toe is kan ook uitgegaan worden van de splitsing tussen verlenen (is bevoorschotting) en vaststelling (is toekenning) . In de aanvraag wordt aangegeven aan welke gemeentelijke beleidsdoelstellingen via welke activiteiten wordt bijgedragen. Bij het indienen van een nieuwe aanvraag wordt kort inhoudelijk verantwoord waar de vorige subsidie aan besteed is. Steekproefsgewijs worden jaarlijks een aantal subsidieverstrekkingen gecontroleerd, of de subsidies zijn besteed aan de doelen waarvoor zij zijn verstrekt.
7.1.4 Subsidies boven € 25.000
Bij subsidies in de categorie meer dan € 25.000 hanteren we bij de subsidieverlening en subsidievaststelling gescheiden procedures. In de aanvraag wordt aangegeven aan welke gemeentelijke beleidsdoelstellingen via welke activiteiten wordt bijgedragen. Er worden meetbare prestaties of resultaten afgesproken. Er vindt een inhoudelijke- en financiële verantwoording plaats.
De financiële verantwoording wordt ingediend vergezeld van een accountantsverklaring.
7.4 Vernieuwende instrumenten
7.4.1 Subsidie: bestuurlijk subsidiëren
Om meer ruimte te kunnen bieden aan experimenten en initiatief is, in analogie met bestuurlijk aanbesteden, bestuurlijk subsidiëren ontstaan. Hierbij kunnen subsidies verleend worden voor het proces en de doelstellingen van de beoogde activiteiten, zonder vooraf prestatie- of output afspraken te maken. Bij bestuurlijk subsidiëren kan het initiatief uit de maatschappij starten. Ook is het mogelijk dat de gemeente het initiatief neemt en een oproep doet om voorstellen in te dienen om specifieke maatschappelijke knelpunten op te lossen of om bepaalde resultaten en nieuw aanbod te ontwikkelen.
7.4.2 Subsidie of inkoop: right to Challenge
De WMO biedt de mogelijkheid van ‘Right to Challenge’, een stap verder dan het bestuurlijk subsidiëren. Dit ‘recht om uit te dagen’, staat voor de mogelijkheid dat (georganiseerde) bewoners taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat zij het beter, goedkoper of passender kunnen uitvoeren dan de gemeente of gesubsidieerde organisaties of door gemeente ingekochte diensten. De bewoners nemen dan het initiatief en nemen ook de rol van opdrachtgever en uitvoerder op zich. De gemeente kan aangeven welke beleidsterreinen of soorten voorzieningen opengesteld worden voor ‘ Right to Challenge’ en bewoners oproepen om hiervoor met betere ideeën en oplossingen te komen. De bewoners krijgen de mogelijkheid om de gemeentelijke taak over te nemen en te laten zien dat zij het beter of goedkoper kunnen realiseren.
7.4.3 Financiering: crowdfunding
Een nieuwe vorm van financiering van maatschappelijke initiatieven is ‘crowdfunding’; een methode waarbij mensen die geld nodig hebben voor hun activiteit of een plan willen uitvoeren, andere mensen vragen om bij te dragen aan het initiatief als ze dat ondersteunen. Gemeenten, bedrijven of overheden kunnen daar ook aan bijdragen en doen dat door bijvoorbeeld toe te zeggen om het bedrag wat verzameld wordt te verdubbelen of om bij aanvang een bedrag toe te zeggen om daarmee andere partijen te stimuleren ook bij te dragen.
7.4.4 Financiering: donaties c.q. stimulering burger initiatieven
Het betreft hier eenmalige vereenvoudigde financiële verstrekkingen van €500 voor het opstarten van nieuwe burgerinitiatieven welke bijdragen aan de stimulering van sociale ontmoeting en sociale activiteiten. De gemeente toetst deze aanvragen marginaal m.b.v. de beleidsdoelstellingen in het inhoudelijk kader. De toekenning is niet voor beroep vatbaar.