Aanhef
Deelplan ten behoeve van de graven en opstallen op de Oude Begraafplaats
III BEHEERVISIE: EEN TERUGBLIK
§ 1 Bouwstenen
§ 1.1 Gemeente Naarden
De gemeente Naarden vindt het van belang dat de huidige sfeer van de Begraafplaats zoveel mogelijk behouden blijft. Het beheer moet zich voornamelijk richten op behoud van de huidige waarden en het gefaseerd doorvoeren van noodzakelijke wijzigingen. Het op ‘agressieve’ wijze restaureren en schoonmaken van de grafmonumenten vinden wij geen optie. Wij pleiten voor het veilig stellen van de grafmonumenten, hiermee bedoelen we het wegnemen van het risico van persoonlijk letsel door derden. Wij zijn van mening dat restauratie terughoudend aangepakt moet worden. Per geval is gekeken wat de gewenste ingreep is zowel op het gebied van de grafmonumenten als op groengebied.
Ook het groenonderhoud is erop gericht om het huidige karakter van de Begraafplaats te behouden.
In het deelplan graven en opstallen is onderzocht hoe de begraafmogelijkheden kunnen worden uitgebreid zonder het karakter en de sfeer aan te tasten. Wij denken hierbij aan bijzetting van asbussen, urnengraven, een urnenmuur of asverstrooiingen. Wij realiseren ons dat het plaatsen van een urnenmuur een nieuw element zal zijn in een bestaande structuur, maar toch willen wij de mogelijkheid overwegen.
Wij zijn een voorstander van lezingen en rondleidingen zodat de Begraafplaats meer verankerd wordt in de samenleving. Een parkfunctie is eventueel ook mogelijk, maar we maken ons zorgen over allerlei toegevoegde elementen zoals bankjes, prullenbakken en afzettingen die dan moeten worden gerealiseerd. Het karakter verdwijnt naar onze mening dan omdat de stiltefunctie ook verdwijnt. Daarbij is er geen rondgang over de Begraafplaats te maken; de padenstructuur is zo minimaal dat wij vrezen dat er over de graven gelopen gaat worden wat natuurlijk absoluut niet de bedoeling kan zijn. Tenslotte is er nog het probleem van de hondenuitlaters die dan nog meer de vrijheid voelen om dat op de Begraafplaats voort te zetten.
Uitgangspunt van de gemeente Naarden is het budget dat de raad ter beschikking heeft gesteld voor het onderhoud van de Begraafplaats. Binnen deze kaders zullen wij moeten opereren. Het spreekt voor zich dat de uitbreiding van de begraafcultuur meer inkomsten zal opleveren die dan weer aangewend kunnen worden voor het onderhoud. In de toekomst zal de Begraafplaats zoveel mogelijk kostendekkend moeten worden. Hoewel dit niet geheel haalbaar is, zullen de financiën van beide begraafplaatsen gescheiden worden zodat opbrengsten van de Oude Begraafplaats ook echt ten behoeve van de Oude Begraafplaats worden aangewend.
§ 1.2 Stichting tot Behoud van de Oude Begraafplaats van Naarden
De doelstelling van de Stichting is het in redelijke staat houden van de Begraafplaats en het behoud van de sociaal- en cultuurhistorische waarden.
De volgende doelen zijn geformuleerd:
•behoud van de sfeer van de Begraafplaats
•behoud van de aanleg en de infrastructuur
•behoud van die grafmonumenten, die essentieel zijn voor de sociaal- en cultuurhistorische waarden van de Begraafplaats, waaronder de Rijksmonumenten
•behoud van die beplanting, die gezien kan worden als essentieel voor het oorspronkelijke ontwerp of voor de sfeer van de Begraafplaats
•behoud van de begraaffunctie
•toevoegen van nieuwe functies, die een bijdrage leveren aan de bovengenoemde doelstelling, waarbij die bijdrage financieel kan zijn (inkomsten uit rondleidingen, een urnenveld) of van betekenis voor de buurt, de gemeente, de regio of het land (rondleidingen, exposities).
Om dit te concretiseren zijn een deelplan groen en een deelplan graven en opstallen opgesteld, waarin het eventuele herstel en het noodzakelijk beheer zijn uitgewerkt, inclusief richtlijnen voor de restauratie. Ook zal de gemeentelijke verordening – waar nodig – worden toegespitst op de specifieke situatie van de Begraafplaats.
Ten aanzien van de administratie is een taakverdeling tussen de gemeente Naarden en de Stichting gemaakt:
•De Stichting heeft de inventarisatie van de Begraafplaats uitgevoerd.
•De gemeente Naarden voert de administratie van de Begraafplaats vanaf het jaar 2000.
Wat betreft de financiering levert de Stichting eigen bijdragen. Dit geldt met name voor de financiering van diverse herstelwerkzaamheden, omdat het niet reëel is deze uit de begroting voor het onderhoud van de Begraafplaats te financieren.
Daarnaast levert de Stichting een bijdrage door daadwerkelijk arbeid te verrichten en door fondsenwerving voor omschreven deelprojecten.
De samenwerking tussen de gemeente Naarden en de Stichting is vastgelegd in een convenant Er is een periodiek overleg waarin de activiteiten van de gemeente Naarden en de Stichting op elkaar worden afgestemd, deelplannen gezamenlijk worden opgesteld en de uitvoering daarvan wordt bewaakt. Jaarlijks wordt ook de samenwerking geëvalueerd.
§ 1.3 RCE
Vanuit de RCE werd enthousiast gereageerd op het initiatief van de Stichting om te komen tot een adequaat beheerplan voor de Begraafplaats. Uit de eerste gesprekken tussen de RCE en de Stichting volgden later gesprekken met de gemeente Naarden. Op basis van de algemene visie die de RCE heeft op het behoud en het beheer van monumenten in het algemeen en begraafplaatsen in het bijzonder stelden zij het volgende ten aanzien van de Begraafplaats:
•Na voltooiing van het Plan voor Instandhouding en Ontwikkeling (PIOBB) dient in deelplannen de uitwerking geformuleerd te worden van de wijze waarop de instandhouding en ontwikkeling daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden;
•De gemeente zou moeten accepteren dat de Begraafplaats nimmer kostendekkend te maken is.
•De aangewezen en omschreven waarden van de Begraafplaats dienen zorgvuldig en conform de wettelijke richtlijnen beheerd te worden waarbij de Begraafplaats als eenheid benaderd dient te worden;
•De sfeer van de Begraafplaats en de wijze waarop deze in de loop der tijd karakter heeft gekregen dient gehandhaafd te blijven. Grote ingrepen zijn daarbij niet nodig, wel is goed onderhoud en betere begeleiding vereist;
•De functionaliteit van de plek, dat wil zeggen een terrein bedoeld voor bijzetten van doden, dient in bijna alle gevallen als uitgangspunt van beheer en behoud te dienen. Maatregelen ten behoeve van een goede lijkbezorging moeten ingepast kunnen worden in het geheel.
Dit deelplan is zoveel mogelijk in de geest van bovenstaande punten opgezet.
§ 1.4 Overige bouwstenen
De gemeente Bussum heeft in het gehele proces dat leidde tot het opstellen van de beheervisie en deelplannen geen actieve rol gespeeld, maar werd van tijd tot tijd op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Zowel de gemeente Naarden als de Stichting heeft regelmatig contact met de gemeente Bussum. In het verdere proces, dat zal leiden tot een betere basis voor het behoud van de Begraafplaats, zullen deze contacten worden voortgezet. Nu de status van rijksmonument is toegekend, zal er tevens een werkwijze moeten worden gedefinieerd voor het verkrijgen van de nodige vergunningen.
V BEHEER VAN DE GRAFMONUMENTEN
§ 1 Doelstelling behoud
§ 1.1 Blok I
In blok I zijn de bestaande graven in het algemeen in goede staat, met uitzondering van een aantal zerken uit de 19e eeuw. Het is niet wenselijk om het gevarieerde aanzicht van dit blok te wijzigen.
Toekomstig beeld:
1Het verval begeleiden van graven waarvoor een herstel niet meer mogelijk is.
2Zerken (en/of hun funderingen) waar nodig repareren om verval tegen te gaan.
3Bij nieuwe uitgave van graven alleen zerken toevoegen; nieuwe staande stelès zijn niet wenselijk.
Voor het toekomstig beheer van graven in blok I betekent dit:
•Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.
•Graven zonder rechthebbenden
1Hier vallen ook de algemene graven onder.
die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.
•Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.
•Per rij is bezien of het opvullen van lege plekken wel/niet nagestreefd moet worden. Doelstelling is geweest om het beeld van het blok te handhaven;
o Rij B, C t/m F, H en K: niet opvullen en de openheid bewaren
o Rij A, G, I en L: wel opvullen
o Rij J: wel opvullen vanwege het pad dat er ligt, met uitzondering van de linker bovenhoek (de zogenaamde groene hoek, waar vroeger kindergraven aanwezig waren); hier kunnen eventueel overtollige zerken worden neergelegd.
§ 1.2 Blok II
In blok II zou er in principe ruimte zijn om nieuwe graven te maken en wel op de paden. Hier lagen vroeger ook algemene graven. Hoewel hiermee een oude situatie kan worden hersteld, bestaat de huidige situatie er al geruime tijd (30 á 40 jaar) en zou dit schade kunnen aanbrengen aan de huidige graven en aan het beeld van dit blok. Om die redenen is nieuwe uitgifte van graven op de paden niet verantwoord en wordt de voorkeur gegeven aan het eventueel heruitgeven van bestaande graven.
Blok 1
Blok 1
Blok 2
Veel graven in blok II zijn van rond 1900. Er is veel gebruik gemaakt van zerken met hekwerken. Er zijn ook meer stelès dan in blok I.
Toekomstig beeld:
1Het verval begeleiden van graven waarvoor een herstel niet meer mogelijk is.
2Zerken (en/of hun funderingen) waar nodig repareren om verval tegen te gaan.
3De hekwerken en afzettingen handhaven en waar nodig restaureren/in goede staat brengen.
4De lege rijen handhaven: géén nieuwe grafuitgiften in geruimde rijen, om de zichtruimte te behouden.
5Bestaande graven, inclusief zerken, opnieuw uitgeven.
Voor het toekomstig beheer van graven in blok II betekent dit:
•Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.
•Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.
•Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.
•Lege plekken in volledig geruimde rijen niet opvullen met nieuwe graven.
•Lege plekken in niet geruimde rijen kunnen wel worden opgevuld met nieuwe graven.
§ 1.3 Blok III
De structuur van het blok dient te worden behouden, omdat het afwijkt van de andere blokken en hiermee een nieuwe architectonische tuinstijl werd geïntroduceerd op de Begraafplaats.
De Art Deco is kenmerkend voor blok III. In de rijen A en B (langs het Nicolaas Beetspad) bevinden zich allemaal bijzondere graven. In de andere rijen komen veel stèles met banden voor en soms zerken. De rijen kennen weinig lege plekken. De hagen zorgen voor een besloten karakter. De rijen C en D aan de binnenzijde geven een rommelig aanzicht.
Toekomstig beeld:
1Rij A en B handhaven en waar nodig herstellen.
2De lege plekken die breed genoeg zijn kunnen opnieuw worden uitgegeven.
3Rijen C/F handhaven en waar nodig stelès, zerken en hekjes restaureren.
4In de rij D/E aan de zijde van de Joodse begraafplaats graven beschikbaar stellen voor het begraven van niet-Joodse partners.
Voor het toekomstig beheer van graven in blok III betekent dit:
•Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.
•Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.
•Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.
•Er zijn een beperkt aantal lege plekken in de rijen C, D en E buitenzijde die opgevuld kunnen worden met nieuwe graven. Lege plekken in de rijen C, D en E binnenzijde niet opvullen.
§ 1.4 Blok IV
Blok IV is een gecompliceerd blok. Het maakt een rommelige indruk. Er zijn enkele graven die nog frequent door familie worden bezocht en onderhouden. Het betreft zowel eigendom als huurgraven. Ook met de huurgraven moet prudent worden omgegaan, omdat een aantal van bijzondere waarde is. Voorgesteld wordt voor dit blok een herinrichting toe te passen. Er zijn graven die op de huidige plaats behouden blijven en daaromheen kunnen de andere (vaak losliggende en soms al verplaatste) grafstenen worden geconcentreerd. Hierdoor ontstaat in dit blok ruimte voor nieuwe toevoegingen zoals een urnenmuur, een verzamelgraf etc. In hoofdstuk VI worden deze mogelijkheden verder uitgewerkt.
Blok 3
Blok 3
Blok 3
Rijen A en H zijn familiegraven. De tussengelegen rijen B tot en met G zijn wat rommeliger: bijna allemaal huurgraven en met kleinere stenen van slechtere kwaliteit. Vaak zijn meerdere stenen achter
elkaar geplaatst wat heel bijzonder is. Dat is het gevolg van huurgraven. In een huurgraf liggen drie vreemden bij elkaar en voor elke persoon bestaat de mogelijkheid voor een grafmonument.
Vanuit de Joodse Gemeente is de idee ontstaan om in blok IV (met name in rij H) graven beschikbaar te stellen voor het begraven van niet-Joodse partners, waarvan de Joodse partner op de Joodse Begraafplaats is begraven. Niet-Joodse partners kunnen niet op de Joodse Begraafplaats worden begraven/bijgezet. Door in deze rij graven voor hen beschikbaar te stellen, vinden de niet-Joodse partners dicht bij hun Joodse partner een laatste rustplek.
Toekomstig beeld:
1Rijen B en G: de maatvoering van deze rijen is zeer beperkt waardoor nieuwe uitgiftes niet mogelijk zijn. Bestaande stelès blijven behouden, de overige ruimte kan benut worden voor andere uitvaartmogelijkheden zoals een urnenmuur.
2Belangrijk aandachtspunt is dat de graven met de meerdere stelès op een graf niet opnieuw mogen worden uitgegeven.
3In de rij H graven beschikbaar stellen voor het begraven van niet-Joodse partners.
Voor het toekomstig beheer van graven in blok IV, rij A en H betekent dit:
•Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.
•Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.
•Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.
•Lege plekken kunnen worden opgevuld met nieuwe graven of urnen.
Voor het toekomstig beheer van graven in blok IV, rij C/F betekent dit:
•Handhaven van de aanwezige algemene graven.
•Lege plekken kunnen worden opgevuld met nieuwe urnengraven.
§ 1.5 Blok V
In blok V is per graf bekeken wat gehandhaafd kan worden en welk graf kan worden geruimd en opnieuw uitgegeven.
Toekomstig beeld:
1Lege plekken opvullen met stelès met banden.
2Op de korte zijden geen toevoegingen.
3Stelès en zerken waar nodig restaureren/onderhouden.
Voor het toekomstig beheer van graven in blok V betekent dit:
•Graven met rechthebbenden behouden hun status quo.
•Graven zonder rechthebbenden die niet hersteld kunnen worden, vervallen geleidelijk verder.
•Graven zonder rechthebbenden die in goede/redelijke staat verkeren, komen in aanmerking voor hergebruik.
•Er zijn een beperkt aantal lege plekken die opgevuld kunnen worden met nieuwe graven. Als er twee plekken naast elkaar vrij zijn, zouden deze ook gecombineerd kunnen worden tot één graf.
VI BEGRAAFPLAATSBEHEER
§ 1 Ruimen graven
§ 1.1 Wettelijke kader ruimen
Onder ruiming wordt verstaan het leegmaken van een graf, waarbij de overblijfselen van de lijken zonder kist opnieuw op een begraafplaats ter aarde worden besteld. In de Wet op de lijkbezorging is daarover het volgende opgenomen (artikel 31, lid 2 en 3):
•Lid 2: Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf.
•Lid 3: De overblijfselen der lijken worden op een begraafplaats ter aarde besteld of (…) in een crematorium gecremeerd.
Hieruit blijkt de wettelijke grafrusttermijn van tien jaar. Het ter aarde bestellen kan op twee manieren gebeuren: door herbegraving van de stoffelijke resten onder in hetzelfde graf (schudden van een graf) of door deze bijeen te brengen en te bergen in één graf: een verzamelgraf (ook soms knekelgraf of –put genoemd).
§ 1.2 Schudden
Het schudden van graven is een vorm van ruimen. Bij het schudden van een graf worden stoffelijke resten onder het graf opnieuw begraven zodat een graf weer volledig gebruikt kan worden. Deze vorm van ruimen wordt toegepast bij incidentele ruimingen die op verzoek van de rechthebbende plaatsvinden. In het verleden is dat in enkele gevallen gebeurd op de Begraafplaats.
De huidige praktijk op de Begraafplaats is als volgt:
Bij het schudden van de graven die voor onbepaalde tijd (= eeuwigdurend) zijn uitgegeven wordt het bestaande grafrecht automatisch beëindigd. Het graf wordt dan opnieuw uitgegeven met een grafrecht voor 20 jaar (bepaalde tijd).
Nabestaanden vinden het vaak een prettige gedachte dat de familie “in het graf” blijft liggen maar het blijkt dat men moeite heeft met het afstand doen van de rechten voor onbepaalde tijd op het graf. Een mogelijkheid is om bij het schudden weliswaar afstand te doen van de rechten voor onbepaalde tijd maar het grafrecht voor een langere periode uit te geven. Voor het beheer van de begraafplaats is het wenselijk om zoveel mogelijke graven met een grafrecht voor bepaalde tijd te hebben. Enerzijds is dat nodig voor het actueel houden van de begraafplaatsadministratie en anderzijds zorgt het voor inkomsten die bijdragen aan het onderhoud van de begraafplaats.
Ook in de toekomst is het mogelijk om graven te schudden op de Begraafplaats. Na het schudden van een graf met een uitgifte van onbepaalde tijd wordt het grafrecht na het schudden voor bepaalde tijd uitgegeven. De eerste uitgifte na het schudden is een periode van veertig jaar (dubbele uitgiftetermijn) waarna het grafrecht na het verlopen van deze termijn telkens met tien jaar verlengd kan worden.
§ 1.3 Verzamelgraf
Op de Begraafplaats zijn ook graven die geruimd moeten worden op het moment dat ze opnieuw worden uitgegeven. Deze ruimingen kunnen niet via het schudden plaatsvinden omdat het graf aan ‘vreemden’ wordt uitgegeven. Eventueel aanwezige stoffelijke resten dienen in een verzamelgraf te worden bijgezet.
Op de Begraafplaats is nu geen verzamelgraf aanwezig.
Voordat tot heruitgifte kan worden overgegaan is het noodzakelijk om een verzamelgraf aan te leggen. Bij de aanleg van een verzamelgraf gelden een aantal aandachtspunten. Voor zowel de aanleg van het graf als voor het gebruik van het graf is het van belang dat de locatie goed bereikbaar is voor het materieel dat daarbij wordt ingezet. Ook moet de locatie tijdelijk afschermbaar zijn van bezoekers op momenten dat ruimingen plaatsvinden. Indien het wenselijk is om het verzamelgraf te markeren met een gedenkteken, dient de locatie ook bereikbaar te zijn voor bezoekers.
Door plaatsing van een monument op een verzamelgraf waarin de restanten van de ruimingen zijn bijgezet kan worden gezorgd voor een waardige afsluiting van grafruimingen ter nagedachtenis aan de gestorvenen die aldaar waren begraven. Voor de nabestaanden kan een monument op een verzamelgraf een belangrijk functie vervullen omdat het monument de plek markeert waar de dierbare uiteindelijk begraven is, zodat
nabestaanden de gelegenheid hebben om op deze plek te gedenken. Bovendien geeft een monument blijk van respectvolle omgang met nabestaanden en overledenen.
In blok IV is het mogelijk om een verzamelgraf aan te leggen zonder dat dit afbreuk doet aan het karakter van de Begraafplaats. Dit blok voldoet ook aan bovengenoemde aandachtspunten van bereikbaarheid zowel voor het personeel van de begraafplaats als voor nabestaanden. Daarnaast is het blok goed afschermbaar zodat ruimingen uit het zicht van bezoekers kunnen worden uitgevoerd. In bijlage 3 is de voorgestelde locatie van het verzamelgraf te zien.
§ 2 Asbestemmingen
§ 2.1 Asverstrooiing
Een asverstrooiing is op de Begraafplaats alleen op graven mogelijk. Dit vindt zeer incidenteel plaats. Een centrale mogelijkheid voor asverstrooiing op de Begraafplaats, zoals bijvoorbeeld een strooiveld, is er niet (en nooit geweest). Voorgesteld wordt om niet over te gaan tot het bieden van ruimere mogelijkheden, omdat de Begraafplaats zich niet daarvoor leent.
§ 2.2 Het plaatsen van urnen
Het bijzetten van urnen in graven is altijd een mogelijkheid geweest. Dit blijft behouden. Verruiming van deze mogelijkheid door het plaatsen van bijvoorbeeld een urnenmuur is mogelijk. Er zijn hiervoor op de Begraafplaats een aantal mogelijkheden. Achter blok III staat een dubbele beukenhaag. Het is een mogelijkheid om een van de hagen te verwijderen zodat er ruimte ontstaat voor een urnenmuur. De toegang van deze urnenmuur is echter lastig vanwege de rij graven die ervoor ligt. Een andere mogelijkheid is het aanleggen van een urnenmuur in blok IV. Direct achter de haag die het blok omringt is een smalle strook gras, oorspronkelijk was dit rij G. Deze ruimte is te smal voor het uitgeven van graven maar is qua breedte ideaal voor het plaatsen van een urnenmuur. In het verleden zijn hier ook urnen geplaatst. In bijlage 4 zijn foto’s opgenomen van voorbeelden van een urnenmuur.
§ 3 Grafrechten
§ 3.1 Uitgifte van graven zonder begrafenis
De huidige praktijk (op begraafplaats Nieuw Valkeveen) is dat graven alleen worden uitgeven bij directe begraving. Op de Begraafplaats is het mogelijk om graven uit te geven zonder dat direct een begrafenis volgt. Voor de reservering van een graf op de locatie naar keuze is het wel noodzakelijk om een tarief in rekening te brengen. De ingangsdatum van het grafrecht gaat pas in op het moment van de begrafenis en geldt dan voor twintig jaar.
§ 3.2 Fasering van uitgifte van graven
Bij het heruitgeven van graven wordt prioriteit gegeven aan het heruitgeven van graven boven het opvullen van lege plekken in Blok II, III, IV en Blok V. Doel is om het huidige beeld van de Begraafplaats zoveel mogelijk te handhaven. Dit betekent overigens niet dat lege plekken niet kunnen worden opgevuld, maar daarmee wordt wel terughoudender omgegaan.
§ 3.3 Overschrijven grafrechten
In 2006 en 2007 is een onderzoek naar rechthebbenden uitgevoerd op de Begraafplaats. Door het plaatsen van bordjes op de graven en het plaatsen van advertenties zijn rechthebbenden opgeroepen om zich te melden. Door deze actie zijn van 100-150 graven de rechten overgeschreven op nieuwe rechthebbenden (nabestaanden, er moest sprake zijn van een familieband). Van de graven waarbij niemand zich heeft gemeld zijn de rechten vervallen verklaard. De rechten van deze graven zijn in 2008 overgeschreven op naam van de gemeente Naarden.
Nog steeds vinden overschrijvingen van graven op naam van familieleden plaats (Grafrechten gaan over van de gemeente Naarden op naam van een particulier). Zolang het graf fysiek niet is geruimd is dit mogelijk. In het verleden vinden deze overschrijvingen plaats met behoud van de oorspronkelijke uitgifteduur (onbepaalde tijd).
Voor het beheer van de begraafplaats is het wenselijk om zoveel mogelijke graven met een grafrecht voor bepaalde tijd te hebben. Enerzijds is dat nodig voor het actueel houden van de begraafplaatsadministratie en anderzijds zorgt het voor inkomsten die bijdragen aan het onderhoud van de begraafplaats.
In het vervolg worden de grafrechten van een graf dat inmiddels op naam van de gemeente Naarden staat indien mogelijk wel overgeschreven op naam van de nabestaanden (1e en 2e graads familieleden van de begraven personen en/of rechthebbende) maar dan geldt wel een uitgifteduur van veertig jaar. De eerste uitgifte na het opnieuw op naam zetten van een graf is dan een periode van veertig jaar (dubbele uitgiftetermijn) waarna het grafrecht na het verlopen van deze termijn telkens met tien jaar verlengd kan worden. Voor verdere verwanten (3e, 4e graad etc.) of rechtspersonen zonder familieband geldt een uitgifteduur van twintig jaar.
VIII FINANCIËN
§ 1 Algemeen
§ 1.1 Onderhoud baarhuisje
Dit is één van de objecten die is aangewezen als rijksmonument. Volgens een inspectierapport van de Monumentenwacht uit 2002 was het in redelijke staat. In 2006 is de buitenkant opgeknapt. Op korte termijn voorzien wij geen noodzaak voor grote herstelwerkzaamheden. Het houtwerk wordt in 2011 geschilderd. In het reguliere onderhoud is tevens opgenomen dat bladeren uit de goten verwijderd worden om verstoppingen en lekkages te vermijden.
§ 1.2 Onderhoud toegangshek
Ook het toegangshek is aangewezen als rijksmonument. In 2006 is het hek grondig gerestaureerd. Het heeft daarom voorlopig geen specifieke aandacht nodig. Voor het reguliere onderhoud geldt dat periodiek nieuwe aanslag op stenen wordt verwijderd door te stomen.
§ 1.3 Onderhoud grafmonumenten
Het onderhoud van de grafmomenten is een verplichting voor de rechthebbenden van een graf. Veel graven hebben echter geen rechthebbenden meer. Met name de grafmonumenten waarbij een hekwerk om het graf is aangebracht vragen om periodiek onderhoud. Een aantal hekwerken is in de afgelopen jaren geschilderd door vrijwilligers van de Stichting. In de toekomst volgen de overige hekwerken. Raadzaam is op regelmatige basis (bijvoorbeeld 1x per 2 jaar) te inspecteren welke hekwerken onderhoud nodig hebben. Jaarlijks kan een deel van de hekwerken geschilderd worden.
In de afgelopen jaren is aan enkele tientallen grafmonumenten noodherstel uitgevoerd onder toezicht en in opdracht van de Stichting. Met het noodherstel wordt ernstig verval (bijv. omvallen) van grafmonumenten voorkomen. Jaarlijks wordt beoordeeld welke grafmonumenten in aanmerking komen voor het noodherstel
§ 1.4 Overzicht kosten voor regulier onderhoud
In de begroting van de gemeente is budget opgenomen voor jaarlijkse onderhoud van de Begraafplaats.
Activiteit
Frequentie
Derden
Eigen dienst
Tijdsbesteding
Kosten
Inspectie baarhuisje
1xper jaar
X
1uur
Reinigen dakgoot
1xper jaar
X
Schilderen houtwerk
1xper 5 jaar
X
€ 750- € 1000
Inspectie toegangshek
1xper jaar
X
½ uur
Reinigen toegangshek
1xper jaar
X
Inspectie hekwerken graven
1xper 2 jaar
Schilderen hekwerken graven
1xper 5-8 jaar
IX AANBEVELINGEN EN PLANNING
§ 1 Aanbevelingen
§ 1.1 Aanpassen verordening
Op 10 februari 2011 is een aparte verordening voor de Begraafplaats in werking getreden. In het hoofdstuk VI (begraafplaatsbeheer) worden een aantal nieuwe mogelijkheden voor de Begraafplaats beschreven. Het gaat daarbij om de aanleg van een urnenmuur, nieuwe uitgiftes van graven, nieuwe richtlijnen voor het schudden van graven, voor het hergebruik en het restaureren van bestaande grafmonumenten en voor het toevoegen van nieuwe grafmonumenten op lege plekken, etc. Belangrijk is dat de verordening hierop wordt aangepast, waarbij de geformuleerde doelstelling voor het behoud van de Begraafplaats kaderstellend is. De huidige verordening biedt bijvoorbeeld geen mogelijkheid voor de uitgifte van graven. Het is belangrijk om de verordening op korte termijn aan te passen. Pas na vaststelling van de nieuwe verordening kunnen nieuwe uitgiftes plaatsvinden.
§ 1.2 Aanpassen tarievenlijst
Op de Begraafplaats zijn nieuwe mogelijkheden ontwikkeld die nog niet voorkomen in Naarden zoals het uitgeven van graven zonder dat direct een begrafenis plaatsvindt.
De tarievenlijst moet worden aangepast op de nieuwe mogelijkheden. In ieder geval moet een tarief voor het schudden van graven worden opgenomen en een tarief voor de uitgifte van graven (zonder begrafenis).
BIJLAGE 1: ALGEMENE RICHTLIJNEN ONDERHOUD GRAFMONUMENTEN
Voor het behoud van de technische en monumentale kwaliteiten van de graven hebben wij algemene richtlijnen opgesteld. De richtlijnen zijn bedoeld als leidraad voor planbeoordeling en de uitvoering van restauratiewerkzaamheden. Het is een beknopte leidraad voor veel voorkomende praktijkgevallen. Deze restauratieve richtlijnen zijn opgesteld vanuit een behoudtechnische optiek. Uitspraken over nieuwe toevoegingen of aanpassingen worden niet gedaan, zolang er geen historische onderdelen geschonden worden en de wijzigingen technisch, fysisch en chemisch verenigbaar zijn met het grafmonument.
Deze richtlijnen bewaken dus de bouwkundige en monumentale kwaliteit van de graven. Het is nagenoeg onmogelijk hiervoor algemene, toetsbare criteria op te stellen. Veel is afhankelijk van de ouderdom, het materiaalgebruik, de fysische condities en de monumentaliteit. Met name dit laatste begrip is niet absoluut te definiëren.
Gebruik
Deze richtlijnen zijn gebaseerd op twee beginselen van de monumentenzorg te weten ‘behoud gaat voor vernieuwen’ en ‘de bouwgeschiedenis eerbiedigen’. De diverse onderdelen van de richtlijnen liggen in het verlengde van deze uitgangspunten.
Behoud gaat voor vernieuwen
De historische bouwmaterialen, structuren en constructiewijzen vertegenwoordigen een belangrijke monumentale en historische waarde. Deze waarde dient zoveel mogelijk te worden gerespecteerd, opdat de geschiedenis van een graf afleesbaar is. De tand des tijds mag dus zeker zichtbaar zijn. Door vervanging gaat deze afleesbaarheid voorgoed verloren.
Onderdelen of elementen mogen niet worden vervangen als herstel mogelijk is. Indien een onderdeel of element, ondanks kwaliteitsverlies, zijn functie nog vervult is vervanging geen optie. Indien een toevoeging nodig is om een onderdeel of element naar behoren te laten functioneren is dit te prevaleren boven een volledig nieuw onderdeel of element.
Historie eerbiedigen
Het transformatieproces heeft een grote historische waarde. Een graf ontleent veelal zijn waarde aan de geschiedenis. Door reconstructie wordt deze afleesbaarheid verstoord. In een reconstructie wordt weliswaar getracht een historisch beeld op te roepen, maar daarvoor moeten vaak historisch waarde-volle onderdelen wijken.
Nieuw toe te passen materialen moeten verenigbaar zijn
Historische materiaaltoepassingen en/of constructiewijzen zijn niet altijd verenigbaar met de hedendaagse bouwmaterialen of constructiewijzen. Zij kunnen fysische en/of chemische reacties veroorzaken die schade toebrengen aan het graf. De toe te passen technie¬ken mogen geen mechanische, fysische of chemische schade toebrengen aan een monu¬ment. Vernieuwen met oude materialen blijft vernieuwen. Hergebruik van historische bouwmate¬rialen verdient echter wel de voorkeur.
Noviteiten mogen niet zonder meer toegepast worden bij een graf. Materialen of technieken moeten hun toepasbaarheid door attest of ervaring aantonen.
Fundering
Een graf mag slechts worden voorzien van een nieuwe fundering als de oorspronkelijke fundering aantoonbaar slecht en/of overbelast is. Het graf kan worden voorzien van nieuwe fundering zonder behoud van de oude fundering.
Graven
De uiterlijke kwaliteiten en technische staat van een graf zijn van groot belang voor de historische waarde en de beleving van een graf. Een zorgvuldige en terughoudende omgang met het graf is derhalve een voorwaarde. Onzorgvuldig omgaan met het graf leidt tot onherstelbare beschadiging. Materiaaltoepassing, metselverband, patina, textuur, vorm en uiterlijk van het voegwerk, vormen een wezenlijk bestanddeel van de historische waarde van een graf. Conservering van het bestaande graf dient derhalve het uitgangspunt te zijn
Metselwerk: reiniging
Reinigen van graven is niet toegestaan tenzij de verontreiniging (organisch of chemisch) schade kan veroorzaken aan het graf (metselwerk) of een opstand dermate vuil is dat de architectonische expressie volledig verlo¬ren is gegaan. Bij de reiniging wordt een graf in fysieke en esthetische zin gewijzigd.
Voegwerk
Alleen die delen van het voegwerk die slecht zijn dienen te worden vervangen. Een licht beschadigde voeg die zijn functie nog vervult is te prevaleren boven een moder¬ne voeg. Een voeg is slecht als hij zijn waterwerende functie niet meer vervult. Hardheid is geen criterium voor het vervangen van een voeg. De voeg moet worden verwijderd met gereedschap dat geen schade toebrengt aan het historisch metselwerk. Een lintvoeg dient, alvorens hij met een naaldbeitel wordt uitgehakt, eerst langs een rei met een op lage toeren draaiende diamantzaag tot de gewenste uithak-diepte te worden ingezaagd. Vervolgens kan de stootvoeg handmatig worden verwijderd. Bij metselwerk met een lintvoeg die smaller is dan 7 mm is alleen inzagen van de lintvoeg toegestaan. Een stootvoeg smaller dan 1,5 mm mag niet worden verwijderd. Het gebruik van een slijptol voor het verwijderen van voegwerk is niet toegestaan. De voegmortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de samenstelling en hardheid van het bestaande metselwerk. De voegafwerking moet identiek zijn aan de bestaande situatie. Het metselwerk moet dusdanig bevochtigd zijn dat er geen wateronttrekking aan de voeg¬specie optreedt. Het uitdrogen van vers voegwerk dient te worden voorkomen. Het is niet mogelijk kalk en trasvoegen aan te brengen in een periode waarin vorst kan optreden.
Reparatie en inboeting
Bestaand metselwerk dient geconserveerd te worden. Metselwerk mag pas vervangen worden als de onderlinge samenhang en scheurvorming herstel verhinderen. De in te boeten stenen moeten qua hardheid, formaat, kleur en textuur aansluiten op het bestaande metselwerk. Hierbij zijn de fysische eigenschappen van de inboeting belangrijker dan de kleur. De in te boeten stenen moeten in hetzelfde verband worden verwerkt als in de bestaande situatie. De metselmortel moet aangepast zijn aan de samenstelling en hardheid van de bestaande mortel.
In het geval dat bestaande beschadigde stenen verdere schade tot gevolg kunnen hebben is een reparatiemortel toegestaan mits uitgevoerd volgens de richtlijnen in de brochure RDMZ info restauratie en beheer nr. 5, 1996. IJzeren elementen in het metselwerk dient men te ontroesten en ijzeren restanten zonder functie (of decoratieve waarde) te verwijderen.
Natuursteen
Indien schade aan natuursteen verdere schade aan het graf tot gevolg heeft, dient de steen met een daartoe geëigende reparatiemortel gerepareerd te worden. Hierbij mag de reparatieplek niet grotere omvang hebben dan 10 cm³. In geval van ernstige schade dan wel verwering (meer dan 10 cm³) is inboeting van een nieuw stuk natuursteen van dezelfde soort, kleur en afwerking toegestaan. Natuursteen mag pas vervangen worden als herstel niet mogelijk is. Ernstig aangetaste natuurstenen elementen waarvan het materiaalverlies door verwering meer dan 10% is ten opzichte van het oorspronkelijke element, mogen vervangen worden door een kopie van dezelfde steensoort. Voor ornamenten kan, indien de expressie volledig verloren is gegaan, in overleg met de gemeente Naarden, het element vervangen worden door een kopie in dezelfde steensoort. Indien een natuursteensoort niet meer voorradig is, kan in overleg met de gemeente Naarden een alternatie¬ve steensoort of reparatiemethode worden gezocht.
Consolidatie van natuurstenen onderdelen met een acrylhars is alleen toegestaan als regu¬liere reparatiemethoden geen oplossing bieden en de dampdichtheid van de behandelde onderdelen geen schade bij het monument kunnen veroorzaken. De methode is alleen toe te passen met toestemming van de gemeente Naarden. Nieuw aan te brengen natuursteen dient eenzelfde afwerking te krijgen als in de bestaande situatie.
Constructieve onderdelen
Aanpassingen in een grafmonument mogen in geen geval een wijziging of aantasting van de constructie tot gevolg hebben. Herstel van de bestaande constructie is het uitgangspunt. Indien de bestaande constructie niet toereikend is, dienen noodzakelijke versterkingen of stabiliteitsvoorzieningen in beginsel een reversibele toevoeging te zijn.
Dragend metselwerk
Scheuren moet men niet dichtsmeren maar inboeten zodat het een constructief geheel blijft vormen. De te gebruiken stenen en mortel moeten zijn aangepast aan de fysische en chemi¬sche eigenschappen (hardheid, samenstelling) van het bestaande metselwerk. Indien het inboet¬werk niet is aangepast aan het bestaande metselwerk kunnen reacties optreden die schade veroorzaken. Voorts bestaat het risico dat het inboetwerk onvoldoende aan het bestaande werk hecht.
Indien er sprake is van een kalkmortel alleen schelpkalk toepassen en geen cement toevoe¬gen. De schelpkalk moet voldoen aan NEN 9031. Hulpstoffen zijn niet toegestaan. Meng¬verhoudingen, afhankelijk van de milieuklasse en de samenstelling van het bestaande metselwerk volgens NEN 3835.
IJzer, staal
Constructieve ijzeren of stalen onderdelen dienen te worden gehandhaafd en indien nodig hersteld, tenzij aantoonbaar is dat herstel niet mogelijk is.
Dak
De bestaande historische dakbedekking van het baarhuisje dient te worden gehandhaafd. De oorspronkelijke dakbedekking is vaak in samenhang met de architectonische uitdruk¬kingsvorm gekozen. De bestaande historische dakbedekking dient daarom gehandhaafd te worden en daar waar de dakbedekking in het verleden is vervangen door een product dat historisch gezien niet toegepast had mogen worden dient deze bij een restauratie te worden vervangen door een historisch verantwoord product.
Dakbeschot
Het bestaande dakbeschot handhaven. Indien het bestaande dakbeschot aantoonbaar slecht is en vervangen moet worden, dienen het herstel in hout van dezelfde soort en afmetingen als in de bestaande toestand te worden uitgevoerd.
Pannen
Bij het afnemen van de pannen dienen deze gesorteerd te worden en de bruikbare exempla¬ren, dat wil zeggen pannen waarvan levensverwachting 15 jaar of langer is, te worden hergebruikt.
Mocht er een technische noodzaak zijn om tot gedeeltelijke of gehele vervanging over te gaan, dan wordt eenzelfde type pan toegepast.
Zink, koper en lood
Koper, lood en zink moeten bij restauraties op dezelfde wijze worden toegepast als in de bestaande situatie met gebruikmaking van bestaande bevestigingsmethoden van het graf in kwestie.
Houten vensters en deurpartijen
Bestaande houten vensters en deurpartijen van het baarhuisje dienen zo veel mogelijk te worden gehandhaafd. Het volledig vervangen van vensters of deurpartijen die nog hersteld kunnen worden of nog in goede staat verkeren, is niet toegestaan. Zijn onderdelen van een venster of de deurpartij slecht, dan wordt niet het gehele element maar alleen de slechte onderdelen vervangen. Een onderdeel is slecht als meer dan 40% is aangetast. De detaillering en de afmetingen van de nieuwe onderdelen van vensters of deurpartij moet worden aangepast aan de bestaande detaillering en afmetingen en uitgevoerd in dezelfde houtsoort. Voor de reparatie van de vensters en deurpartij moeten de reeds bestaande verbin¬dingstechniek worden toegepast. Het verlijmen van verbindingen is niet toegestaan. De bestaande venster- en deurpartijen horen tot de monumentale waarden van het pand. Het streven om deze onderdelen zoveel mogelijk aan de huidige normen te laten voldoen, mag nooit leiden tot aantasting van de monumentale waarden of integraal vervangen van de onderdelen.
Beglazing
Historisch glas dient zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven. Getrokken glas heeft de voorkeur ten opzichte van floatglas.
BIJLAGE 2: INVENTARISATIE TOEKOMSTIGE BESTEMMING VAN GRAVEN EN BEHEER VAN GRAFSTENEN
Voorafgaand aan het opstellen van het deelplan graven en opstallen is door vrijwilligers van de Stichting een inventarisatie uitgevoerd op de Begraafplaats. De inventarisatie heeft plaatsgevonden in de periode 2006 tot 2009 en daarbij zijn de graven geïnventariseerd.
Mede op basis van deze inventarisatie is vervolgens per graf vastgesteld wat de toekomstige bestemming kan zijn en wat dit betekent voor het beheer van de grafstenen.
Allereerst is vastgesteld of een graf in aanmerking komt voor het uitgeven aan een nieuwe/andere rechthebbende. Daarbij is uitgegaan van: een nieuwe uitgave is mogelijk, tenzij.
Dit tenzij geldt uiteraard als er al een rechthebbende is.
Daarnaast zijn er een (in aantal beperkt) aantal graven aangemerkt voor het niet opnieuw uitgeven om diverse redenen:
•het graf/de grafsteen dient in de huidige toestand behouden te blijven, vanwege de architectonische of cultuurhistorische waarden,
•de grafsteen verkeert in een te vervallen toestand en dit verval kan worden voortgezet,
•het graf is niet voorzien van een grafsteen en het is niet gewenst deze ‘lege’ ruimte opnieuw op te vullen door een heruitgave (graven zonder grafsteen worden in deze inventarisatie aangeduid als ‘leeg’: dit wil niet zeggen dat niemand in dat graf is begraven – veelal zijn in het verleden op de Oude Begraafplaats grafstenen verwijderd, zonder het graf te ruimen).
Vervolgens is onderzocht wat de hoofdlijn is voor het beheer van de grafstenen per graf. Er is een onderscheid gemaakt in:
•het graf/de grafsteen moet behouden blijven
•het graf/de grafsteen is/kan vervallen (geen herstel is mogelijk)
•het graf/de grafsteen kan/moet worden hersteld
•het graf is ‘leeg’ en een nieuwe grafsteen is mogelijk
INVENTARISATIE BEHEER GRAVEN/GRAFSTENEN OUDE BEGRAAFPLAATS VAN NAARDEN
LEGENDA
CODERING M.B.T. HET WEL/NIET HERUITGEVEN VAN EEN GRAF
L
=
LEEG
R
=
GRAF MET EEN RECHTHEBBENDE
U
=
NIEUWE UITGAVE IS MOGELIJK
CODERING M.B.T. HET BEHEER VAN HET GRAF/GRAFSTEEN
B
=
HET GRAF/GRAFSTEEN MOET BEHOUDEN BLIJVEN
V
=
HET GRAF/FRAFSTEEN IS/KAN VERVALLEN (GEEN HERSTEL IS MOGELIJK)
H
=
HET GRAF/GRAFSTEEN KAN/MOET HERSTELD WORDEN
N
=
EEN NIEUWE GRAFSTEEN IS MOGELIJK
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
I
A
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
X
6
X
X
7
X
X
8
X
X
9
X
10
X
11
X
X
12
X
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
X
X
20
X
X
X
21
X
X
X
22
X
X
X
23
X
X
X
24
X
X
X
25
X
X
X
26
X
X
X
27
X
X
X
28
X
29
X
30
X
31
X
32
X
X
33
X
34
X
35
X
36
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
37
X
X
X
38
X
X
X
39
X
40
X
X
41
X
X
X
42
X
X
43
X
44
X
45
X
46
X
47
X
48
X
49
X
50
X
51
X
X
52
X
X
53
X
X
54
X
I
B
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
X
7
X
8
X
9
X
10
X
X
11
X
12
X
13
X
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
X
19
X
20
X
21
X
22
X
23
X
24
X
25
X
26
X
27
X
28
X
29
X
30
X
X
31
X
32
X
33
X
34
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
35
X
36
X
37
X
X
38
X
X
39
X
40
X
41
X
42
X
43
X
44
X
X
45
X
46
X
47
X
48
X
49
X
50
X
51
X
52
X
X
53
X
54
X
55
X
X
56
X
X
I
C
1
X
2
X
3
X
X
4
X
X
5
X
6
X
X
7
X
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
13
X
14
X
X
15
X
X
16
X
17
X
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
23
X
24
X
25
X
X
26
X
27
X
28
X
29
X
30
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
31
X
32
X
33
X
34
X
35
X
36
X
37
X
38
X
X
39
X
40
X
41
X
42
X
X
43
X
X
44
X
X
45
X
X
46
X
X
47
X
X
48
X
X
49
X
X
50
X
X
51
X
X
52
X
X
53
X
54
X
55
X
56
X
I
D
1
X
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
X
7
X
X
8
X
9
X
X
10
X
X
11
X
12
X
X
X
13
X
X
X
14
X
X
15
X
16
X
17
X
X
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
23
X
24
X
25
X
X
26
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
36
X
37
X
38
X
39
X
40
X
41
X
42
X
43
X
44
X
45
X
46
X
47
X
48
X
49
X
X
50
X
51
X
X
52
X
X
53
X
54
X
X
55
X
X
56
X
X
I
E
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
X
6
X
7
X
X
8
X
9
X
10
X
X
11
X
X
12
X
X
13
X
X
14
X
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
23
X
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
31
X
X
32
X
X
33
X
34
X
X
35
X
X
36
X
37
X
X
38
X
39
X
X
40
X
41
X
42
X
43
X
44
X
45
X
46
X
47
X
X
48
X
X
49
X
50
X
X
51
X
X
X
52
X
X
X
53
X
X
X
54
X
X
55
X
56
X
I
F
1
X
2
X
X
3
X
4
X
X
5
X
X
6
X
X
7
X
8
X
9
X
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
X
14
X
15
X
X
16
X
X
17
X
X
18
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
19
X
20
X
21
X
X
22
X
23
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
34
X
35
X
36
X
37
X
38
X
X
39
X
X
40
X
41
X
42
X
43
X
X
44
X
X
45
X
I
G
1
X
2
X
X
3
X
4
X
5
X
X
6
X
X
7
8
X
X
9
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
X
X
14
X
X
15
X
16
X
17
X
18
X
X
19
X
X
20
X
X
21
X
22
X
X
23
X
X
24
X
X
X
25
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
26
X
27
X
28
X
29
X
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
36
X
37
X
38
X
39
X
X
40
X
X
41
X
41A
X
X
I
H
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
X
X
13
X
X
14
X
X
15
X
X
16
X
17
X
18
X
X
19
X
20
X
21
X
22
X
23
X
24
X
25
X
X
26
X
27
X
28
X
X
29
X
30
X
31
X
32
X
X
33
X
X
34
X
35
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
36
X
37
X
X
38
X
X
39
X
40
X
X
41
X
I
I
1
X
X
2
X
X
3
X
4
X
5
X
6
X
X
7
X
X
8
X
X
9
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
X
14
X
X
X
15
X
X
X
16
X
X
17
X
X
18
X
X
19
X
X
20
X
21
X
22
X
23
X
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
36
X
37
X
X
38
X
X
39
X
40
X
X
41
X
X
I
J
1
X
2
X
X
3
X
X
X
4
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
5
X
X
X
6
X
X
X
7
X
X
X
8
X
X
22
X
X
23
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
28
X
X
29
X
X
X
30
X
X
31
X
32
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
36
X
X
37
X
X
38
X
39
X
40
X
X
41
X
X
I
K
1
X
X
2
X
3
X
X
X
4
X
5
X
X
X
6
X
X
X
7
X
X
8
X
9
X
10
X
X
11
X
X
I
L
1
X
X
2
X
3
X
X
4
X
5
X
6
X
7
X
X
8
X
X
9
X
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
23
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
X
35
X
X
X
36
X
X
X
37
X
X
38
X
X
39
X
X
40
X
X
41
X
X
41A
X
X
42
X
X
43
X
X
44
X
X
45
X
X
II
A
1A
X
X
1
X
X
X
2
X
X
3
X
X
X
4
X
X
X
5
X
X
6
X
X
7
X
X
8
X
9
X
X
X
10
X
X
11
X
12
X
X
13
X
X
14
X
X
15
X
X
X
16
X
17
X
X
X
18
X
19
X
20
X
21
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
22
X
X
23
X
24
X
25
X
26
X
27
X
28
X
29
X
X
30
X
X
31
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
36
X
37
X
II
C
1A
X
X
1
X
X
X
2
X
X
X
3
X
X
4
X
X
X
5
X
6
X
X
X
7
X
X
X
8
X
X
9
X
X
10
X
X
X
11
X
X
12
X
X
X
13
X
X
14
X
X
15
X
X
16
X
X
17
X
X
X
18
X
X
X
19
X
X
X
20
X
X
X
21
X
X
X
22
X
X
23
X
X
24
X
X
25
X
X
X
26
X
X
27
X
28
X
X
X
29
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
X
35
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
36
X
X
37
X
X
38
X
X
II
E
1A
X
X
X
1
X
X
2
X
X
3
X
X
4
X
X
5
X
X
6
X
X
X
7
X
X
8
X
X
9
X
10
X
11
X
X
12
X
X
13
X
X
14
X
X
15
X
X
X
16
X
X
X
17
X
X
X
18
X
X
X
19
X
X
X
20
X
X
21
X
X
X
22
X
X
23
X
24
X
X
25
X
X
X
26
X
X
27
X
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
X
36
X
37
X
X
38
X
X
X
II
G
1A
X
X
1
X
X
2
X
X
X
3
X
X
X
4
X
X
5
X
X
6
X
X
X
7
X
X
8
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
9
X
X
10
X
X
11
X
X
12
X
X
13
X
X
14
X
15
X
X
16
X
17
X
X
18
X
X
19
X
X
20
X
X
21
X
X
22
X
X
23
X
X
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
34
X
X
35
X
X
36
X
X
37
X
X
38
X
X
II
H
34
X
II
I
1A
X
X
1
X
X
2
X
X
3
X
X
X
4
X
X
5
X
6
X
X
7
X
X
X
8
X
9
X
10
X
X
11
X
12
X
X
X
13
X
X
14
X
X
15
X
X
16
X
X
17
X
X
18
X
X
19
X
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
20
X
X
21
X
X
22
X
23
X
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
X
27
X
28
X
X
X
29
X
X
X
30
X
31
X
X
32
X
33
X
34
X
35
X
X
36
X
37
X
X
38
X
II
K
1A
X
1B
X
X
1
X
X
2
X
X
X
3
X
X
4
X
5
X
X
6
X
7
X
X
8
X
X
9
X
X
X
10
X
11
X
12
X
13
14
X
X
15
X
X
16
X
X
17
X
X
18
X
X
19
X
X
III
A
1
X
X
2
X
3
X
4
X
X
5
X
X
6
X
7
X
8
X
III
B
1
X
2
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
3
X
X
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
9A
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
14
X
X
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
III
C
1
X
2
X
3
X
X
4
X
5
X
6
X
X
7
X
X
8
X
9
X
X
10
X
11
X
12
X
X
13
X
X
14
X
15
X
16
X
X
17
X
18
X
19
X
X
20
X
21
X
X
22
X
X
23
X
X
24
X
X
25
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
X
31
X
X
32
X
X
33
X
34
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
35
X
36
X
X
X
37
X
X
38
X
39
X
X
40
X
X
41
X
X
42
X
X
X
43
X
X
44
X
45
X
X
46
X
X
47
X
X
48
X
49
X
X
50
X
51
X
52
X
53
X
X
54
X
X
55
X
X
X
56
X
X
57
X
X
58
X
59
X
X
60
X
61
X
62
X
X
63
X
X
64
X
X
65
X
X
66
X
67
X
III
D
1
X
X
2
X
X
3
X
X
4
X
X
5
X
X
6
X
X
7
X
8
X
9
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
X
14
X
15
X
16
X
X
17
X
18
X
X
19
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
20
X
X
21
X
22
X
X
23
X
24
X
25
X
26
X
27
X
28
X
28A
X
29
X
30
X
X
X
31
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
36
X
X
X
37
X
X
38
X
X
39
X
40
X
41
X
42
X
43
X
X
44
X
X
45
X
X
46
X
X
47
X
X
48
X
X
49
X
X
50
X
X
51
X
X
52
X
53
X
X
X
54
X
X
55
X
X
56
X
X
57
X
58
X
59
X
X
60
X
X
61
X
62
X
X
63
X
X
64
X
65
X
66
X
X
67
X
68
X
X
69
X
70
X
71
X
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
72
X
X
73
X
74
X
X
75
X
X
76
X
77
X
78
X
X
79
X
80
X
X
81
X
III
E
1
X
X
X
2
X
X
3
X
4
X
X
5
X
X
6
X
X
7
X
X
8
X
X
9
X
10
X
11
X
X
12
X
13
X
X
X
14
X
15
X
X
16
X
17
X
X
18
X
X
19
X
20
X
X
21
X
22
X
X
23
X
X
24
X
25
X
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
30
X
31
X
X
32
X
X
33
X
34
X
X
35
X
X
36
X
37
X
38
X
X
39
X
X
40
X
41
X
42
X
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
43
X
X
44
X
45
X
46
X
X
47
X
X
48
X
X
49
X
50
X
51
X
52
X
X
53
X
X
54
X
X
55
X
X
56
X
X
57
X
X
58
X
59
X
60
X
X
X
61
X
62
X
X
63
X
X
64
X
X
III
F
1
X
2
X
X
3
X
X
4
X
X
5
X
X
6
X
7
X
X
8
X
9
X
X
10
X
X
11
X
12
X
X
X
13
X
X
14
X
X
X
15
X
X
16
X
X
17
X
18
X
X
IV
A
1
X
X
2
X
X
3
X
X
4
X
5
X
6
X
X
X
7
X
X
8
X
X
9
X
10
X
X
X
11
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
12
X
13
X
X
14
X
X
X
IV
B
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
IV
C
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
IV
D
1
X
2
X
3
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
IV
E
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
IV
F
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
11
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
22
X
IV
G
1
X
2
X
3
X
4
X
5
X
6
X
7
X
8
X
9
X
10
X
11
X
12
X
13
X
14
X
15
X
16
X
17
X
18
X
19
X
20
X
21
X
IV
H
1
X
2
X
X
3
X
X
X
4
X
X
X
5
X
6
X
X
7
X
X
8
X
X
9
X
10
X
X
11
X
X
12
X
13
X
14
X
X
15
X
V
1
X
X
2
X
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
3
X
X
4
X
5
X
X
X
6
X
X
7
X
8
X
X
9
X
X
10
X
X
11
X
12
X
X
13
X
X
14
X
15
X
X
16
X
X
X
17
X
X
X
18
X
X
19
X
X
20
X
21
X
X
X
22
X
X
23
X
X
24
X
X
25
X
X
26
X
X
27
X
X
28
X
X
29
X
X
30
X
31
X
X
X
32
X
X
33
X
X
34
X
X
35
X
X
36
X
X
37
X
X
38
X
X
X
39
X
X
X
40
X
X
41
X
X
42
X
X
43
X
X
X
44
X
X
45
X
X
46
X
X
47
X
X
48
X
49
X
50
X
51
X
52
X
X
53
X
X
54
X
55
X
CODERING HERUITGEVEN
CODERING BEHEER
BLOK
RIJ
NUMMER
L
R
U
B
V
H
N
56
X
57
X
X
58
X
59
X
60
X
61
X
62
X
63
X
64
X
65
X
66
X
X
67
X
68
X
69
X
70
X
71
X
72
X
73
X
X
74
X
X
75
X
X
76
X
77
X
X
78
X
X
79
X
80
X
81
X
82
X
83
X
X
84
X
X
85
X
X
86
X
X
87
X
X
X
88
X
89
X
X
90
X
X
91
X
92
X
X
X
93
X
X
94
X
95
X
X
96
X
X
97
X
98
X
99
X
100
X
101
X
102
X
BIJLAGE 3: VOORBEELDEN URNENMUUR
Mogelijke locatie van een urnenmuur (blok IV rij G):
Voorbeelden van urnenmuren: