Gemeentelijke regelgeving

BELEIDSREGELS TERRASSEN

Gemeente Goirle · geldt sinds 1 december 2022

Aanhef

Voorschriften voor terrassen in de gemeente Goirle

Inleiding

We willen als Goirle en Riel graag een gastvrije en levendige gemeenschap zijn. In onze Omgevingsvisie omschrijven we onszelf dan ook als een “doenerig dorp” met “prachtlandschap” waar het “goed toeven” is. Dit “goed toeven” komt tot uiting in een aantrekkelijk aanbod van horeca in onze kernen en in het buitengebied. In de Omgevingsvisie staat dat we levendige centra willen creëren waar de boodschappen- en winkelfunctie de functionele drager blijft, maar waar ook nadruk ligt op een aantrekkelijke verblijfs- en ontmoetingsfunctie met cultuur, evenementen en horeca. Ook in het buitengebied, zo zegt de visie, moet bij de landgoederen ruimte zijn voor recreatieve voorzieningen en horeca.

Het hebben van terrassen bij de horeca draagt bij aan de aantrekkelijke verblijfs- en ontmoetingsfunctie waarvan horeca een onderdeel is.

Doel van de beleidsregels

Beleidsregels voor terrassen hebben als doel de burgemeester handvatten te geven hoe hij kan omgaan met zijn bevoegdheid tot het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een terras bij een openbare inrichting. De voorschriften worden ook als voorwaarden bij deze vergunning meegestuurd. Als een ondernemer met zo’n vergunning zich niet houdt aan de voorschriften kan de burgemeester handhavend optreden. Deze voorschriften gaan over de functionaliteit van het openbare gebied en de eisen die aan de inrichting van het terras gesteld worden. Ze zijn een aanvulling op de bestaande juridische kaders en beleid zoals vastgelegd in bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), het Bibob-beleid, de Alcoholwet en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

Horeca Afdeling Riel Goirle (HARG)

Bij het opstellen van de beleidsregels is goed overleg gevoerd met de HARG. Ondernemers die verbonden zijn aan de HARG hebben op basis van de beleidsregels uit 2016 aan kunnen geven waar de beleidsregels wat hen betreft volstaan, waar ze aanvulling verdienen en wat anders of beter kan. Daar waar dit mogelijk was, is de inbreng van de HARG meegenomen in de beleidsregels. Daar waar dit niet mogelijk is, is aan de HARG duidelijk uitgelegd waarom dit niet mogelijk was. De HARG kan zich vinden in deze beleidsregels.

Leeswijzer

In deze beleidsregels leest u eerst de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan tussen 2016 en 2022, oftewel de looptijd van beleidsregels zoals deze in 2016 zijn vastgesteld. Daarbij wordt stilgestaan bij landelijke ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving. Dit wordt gevolgd door een doorkijk naar de lokale ontwikkelingen. Daarna volgen de beleidsregels.

Ontwikkelingen in regelgeving sinds 2016

De oude beleidsregels terrassen stammen uit 2016. In de afgelopen zes jaar zijn er diverse ontwikkelingen geweest die ook betrekking hebben terrassen.

Op landelijk niveau gaat het om de volgende ontwikkelingen:

2. Vergunning

1Een vergunning is vereist voor een terras voor zover het een terras betreft in het openbaar gebied zoals bedoeld in de APV met uitsluiting van terrassen op sportvelden of -terreinen.

2De voorschriften maken onderdeel uit van de beschikking die volgt op de aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een terras.

3Voor het plaatsen van een terras in het woon-/ winkelcentrum De Hovel is behalve de toestemming van het bevoegd gezag ook instemming vereist van de Vereniging Beheer en Onderhoud (VBO). Dit staat ook in het Huishoudelijk reglement van de VBO d.d. 18 juli 2006. Bij verschil van opvatting is het bevoegd gezag bevoegd toestemming te verlenen of te weigeren tegen de opvatting van het VBO in, nadat uitwisseling van argumenten heeft plaatsgevonden.

4Aan de vergunning wordt een situatietekening (schaal 1:100) gevoegd, waarin de afmetingen van het terras en de situering van verankerde objecten zijn aangegeven.

5De vergunninghouder moet ervoor zorgdragen dat niet wordt afgeweken van de, bij de vergunning gevoegde situatietekening, zoals bedoeld in artikel 2.4.

6Een nieuwe exploitatievergunning voor een terras moet worden aangevraagd als een wijziging in de terrasafmetingen, of in de situering van verankerde objecten plaatsvindt, of een nieuwe exploitatievergunning nodig is.

7De vergunning geldt niet ten tijde van evenementen zoals bedoeld in artikel 2:24 en 2:25 van de APV, waarvoor een evenementenvergunning is verleend, als het voeren van het terras het evenement hindert, belemmerd, dan wel onmogelijk maakt.

8In geval van een evenement als bedoeld in artikel 2:24 en 2:25 van de APV waarvoor een evenementenvergunning vereist is of waar een melding voor moet worden gedaan, kan worden bepaald dat gedurende het evenement een terras mag worden uitgebreid. De toestemming voor de tijdelijke uitbreiding van een terras kan worden verleend binnen de evenementenvergunning of de melding.

9Direct na het verstrijken van de vergunningstermijn en/of de gebruiksperiode is de vergunninghouder verplicht alle meubilair, schotten en andere voorwerpen, voor zover afkomstig van of behorende bij het terras, te verwijderen.

3. Periode en openingstijd

1Een vergunning voor de exploitatie van een terras wordt verleend voor een periode van maximaal 4 jaar. Na toetsing van een nieuwe aanvraag aan het geldende beleid en de vereiste criteria kan een vergunning daarna meerdere malen verleend worden, voor een periode van steeds maximaal 4 jaar.

2De openingstijden van de terrassen zijn gelijk aan die van de inrichting, maar nooit later dan 01.00 uur.

3Van het bepaalde in artikel 3.1. kan het bevoegd gezag afwijken, als daarop op grond van de openbare orde en veiligheid reden toe is.

4Van het bepaalde in artikel 3.2. kan afgeweken worden na schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag, mits de afwijking past binnen de kaders van het evenementenbeleid.

5Gedurende de periode dat door of vanwege de gemeente of nutsbedrijven werkzaamheden in of aan de in gebruik gegeven grond moeten worden uitgevoerd, is het de houder van de vergunning niet toegestaan de in gebruik gegeven grond in te richten als terras.

4. Afmetingen en situering

1Behoudens het bepaalde in artikel 4.8. moet het terras gelegen zijn direct tegen de voor- zij- of achtergevel van het pand van de inrichting of het bedrijf ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd.

2De breedte van een terras mag niet meer bedragen dan de breedte van de voor- zij- of achtergevel van het pand van de inrichting of het bedrijf ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. Van deze regel kan worden afgeweken als de rechthebbende op naastgelegen onroerende goederen daar schriftelijk toestemming voor hebben gegeven. Dit moet bij de aanvraag worden aangetoond.

3Met het oog op de functionaliteit en doelmatigheid moet een terras een minimale diepte hebben van 1,50 meter.

4Een terras kan een maximale diepte hebben vanaf de gevel tot 1,20 meter vanaf de trottoirband. Er dient sprake te zijn van een vrije doorgang zoals geregeld in artikel 5 van deze beleidsregel.

5Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 4.4. indien de aanwezigheid van een terras geen hinder oplevert voor het doorgaande verkeer of de directe omgeving.

6Het gedeelte waar straatmeubilair is geplaatst is geen onderdeel van een terras.

7Het terras wordt ter plaatse door de gemeente gemarkeerd door aanduidingen in de bestrating (metalen markeerkopspijkers)

8Het bevoegd gezag kan vanwege ruimtelijke en functionele overwegingen in afwijking van het gestelde onder 4.1. een vergunning verlenen voor de oprichting van een terraseiland, mits het geen hinder oplevert voor het doorgaande verkeer of de directe omgeving. Bij de afwijking van het bepaalde in 4.1. geldt dat het terras tenminste gelegen dient te zijn in de onmiddellijke omgeving van de inrichting ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd.

9Bij definitieve wijziging van de openbare ruimte zal in overleg met de vergunninghouder worden beoordeeld wat de nieuwe terrascontour wordt. De gemeente is niet gehouden de oorspronkelijk oppervlakte terug te brengen.

5. Vrije doorgang/toegankelijkheid

1De terrassen moeten zodanig worden ingericht dat voor o.a. voetgangers en rolstoelgebruikers een ongehinderde doorgang, vrij van obstakels zoals bomen, palen, masten, afvalbakken en dergelijke van minimaal 1,20 meter op het trottoir vrij blijft.

2Het gedeelte waar door of met toestemming van de gemeente objecten zijn geplaatst die al dan niet bereikbaar moeten zijn voor derden, zoals brandkranen, parkeerautomaten, fietsenrekken (inclusief fiets) en straatmeubilair, dient onbeperkt toegankelijk te zijn voor gangbaar gebruik.

3Putten, kolken en inspectiedeksels moeten onverwijld vrijgemaakt en vrij toegankelijke gemaakt kunnen worden voor daartoe bevoegde personen, nadat hierom is verzocht.

4De toegang(en) tot het bedrijf waartoe het terras behoort moeten vrij toegankelijk zijn.

5De voor de rijbaan bestemde gedeelten van de openbare weg moeten volledig obstakel vrij zijn.

6Op wegen of weggedeelten, enkel bestaand uit een trottoir (pleinen, passages of doorgangen) moet altijd een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3,50 meter aanwezig zijn voor de hulpdiensten.

6. Inrichting

Windschermen en andere terrasafscheidingen

1Windschermen en andere terrasafscheidingen zijn toegestaan als:

1de schermen of afscheidingen demontabel of inklapbaar zijn en worden verwijderd gedurende de periode dat het terras niet wordt geëxploiteerd;

2de schermen of afscheidingen niet hoger zijn dan 1,50 meter, waarbij de eerste 1,00 meter, gemeten vanaf het maaiveld, ondoorzichtig zijn;

3de schermen of afscheidingen haaks op de voor- zij- of achtergevel van het pand van de inrichting of het bedrijf ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd staan, met een maximale diepte van het terras, zoals weergegeven op de situatietekening die bij de vergunning hoort;

4de reclamevoering op de schermen of afscheidingen alleen betrekking heeft op de naam van het horecabedrijf of een product dat in het bedrijf wordt verkocht of verstrekt.

2Op een terraseiland mogen geen windschermen of terrasafscheidingen worden geplaatst.

3Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 6.1. en 6.2. een exploitatievergunning verlenen voor een terras met windschermen of terrasafscheidingen die niet haaks op de voor- zij- of achtergevel van het pand van de inrichting of het bedrijf ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd of op een terraseiland als dit naar het oordeel van het bevoegd gezag:

1geen onevenredige afbreuk doet aan het straatbeeld, en/of;

2geen onevenredige afbreuk doet aan de veiligheid op of bij het weggedeelte waar het afwijkende windscherm/terrasafscheiding wordt geplaatst, en/of;

3geen onevenredige afbreuk doet aan de bruikbaarheid van het weggedeelte waarop of waarbij het afwijkende windscherm/terrasafscheiding wordt geplaatst.

4Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 6.1. een exploitatievergunning verlenen voor een terras met windschermen/terrasafscheiding die hoger zijn dan 1,50 meter, en of met een grotere ondoorzichtigheid, mits dit naar het oordeel van het bevoegd gezag:

1geen onevenredige afbreuk doet aan het straatbeeld, en/of;

2geen onevenredige afbreuk doet aan de veiligheid op of bij het weggedeelte waar het afwijkende windscherm/terrasafscheiding wordt geplaatst, of en/of;

3geen onevenredige afbreuk doet aan de bruikbaarheid van het weggedeelte waarop of waarbij het afwijkende windscherm/terrasafscheiding wordt geplaatst.

Parasols

1Parasols zijn toegestaan mits:

1de parasols inklapbaar zijn;

2niet in de grond verankerd zijn, en;

3als de parasols als afzonderlijk bestandsdeel herkenbaar blijven.

2In afwijking van artikel 6.5. sub b. is een verankering toegestaan als deze verzonken is in de bestrating én als het bevoegd gezag daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend.

3Parasols zijn uitgevoerd in stof of tentdoek van brandvertragend materiaal.

4De volant van de parasols moeten in uitgeklapte toestand minstens 2,20 meter hoogte boven het maaiveld zijn.

5De parasols mogen in uitgeklapte toestand de terrasgrenzen zoals weergegeven op de situatietekening die bij deze vergunning hoort niet overschrijden.

6De reclamevoering op de parasols mag alleen betrekking hebben op de naam van het bedrijf of op een product dat in het bedrijf wordt verkocht of verstrekt.

7Parasols mogen alleen uitgeklapt zijn gedurende de openingstijden van het terras.

Terrasmeubilair

1Losse elementen (schotten, bloembakken en dergelijke) zijn toegestaan als deze:

1deze verplaatsbaar zijn, en;

2een maximale hoogte hebben van 1,50 meter boven het maaiveld. (Hierbij wordt bij plantenbakken de hoogte van de planten niet meegerekend!)

2per terras zijn meerdere menuborden toegestaan met een maximale hoogte van 1,35 meter. Deze borden moeten binnen de terrasgrenzen staan zoals weergegeven op de situatietekening die bij deze vergunning hoort.

3Het bevoegd gezag kan in afwijking van de artikelen 1.1, 1.2 en 2 een exploitatievergunning verlenen voor een terras met losse elementen die hoger zijn dan 1,50 meter als dit naar oordeel van het bevoegd gezag:

1geen afbreuk doet aan het straatbeeld, en/of;

2geen afbreuk doet aan de veiligheid op of bij het weggedeelte waar het afwijkend element wordt geplaatst, en/of;

3geen afbreuk wordt gedaan aan de bruikbaarheid van het weggedeelte waar het afwijkend element wordt geplaatst.

Vlonders

1Het is niet toegestaan om vlonders, vloerbedekking of een vloer in welke vorm dan ook op de terrassen te hebben.

Markiezen

2Reclamevoering op markiezen mag alleen betrekking hebben op de naam van het bedrijf of een product dat in het bedrijf wordt verkocht of verstrekt.

Opslag terrasmeubilair

1Het is toegestaan om terrasmeubilair buiten openingstijd op het openbare gebied te laten staan als:

1De opslag zich verdraagt met de openbare orde en veiligheid;

2Het terrasmeubilair op een afdoende manier is beveiligd.

Tappunten op een terras

1Vaste én mobiele tappunten op een terras zijn niet toegestaan.

2Van bovenstaand punt kan alleen afgeweken worden als het terras onderdeel uitmaakt van een evenement waarvoor op basis van artikel 2:24 en 2:25 van de APV een vergunning is verleend. Voor het schenken van zwak-alcoholische drank vanuit een tappunt op een terras moet dan op basis van artikel 35 van de Alcoholwet een ontheffing worden verleend dat van toepassing is op het evenement.

7. Kwaliteit en uitstraling Centrumgebied Goirle

1Het bevoegd gezag kan in het Centrumgebied van Goirle nadere regels stellen ten aanzien van de kwalitatieve uitstraling van de terrassen.

2Voor uitvoering van de onder 7.1. genoemde nadere regels kan het bevoegd gezag een adviescommissie instellen die bestaat uit een onafhankelijke lid van minimaal de volgende organisaties:

1lokale afdeling Koninklijke Horeca Nederland

2de ondernemers in het Centrumgebied Goirle

3de gemeente Goirle

3Het bepaalde in artikel 7.1. is in elk geval van toepassing indien een terras niet voldoende in harmonie is met de architectuur van het gebouw of het karakter van de omgeving door kleurstelling, materiaalgebruik of inrichting.

4Ongeacht het bepaalde in artikel 7.1, 7.2, en 7.3. en de overige voorschriften moeten terrassen in het centrumgebied voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

1per terras is één type parasol toegestaan;

2parasols en luifels moeten eenkleurig zijn;

3per terras is één type luifel toegestaan;

4per terras is één type windscherm of andere terrasafscheiding toegestaan;

5reclamevoering op een windscherm en andere terrasafscheiding is niet toegestaan, met uitzondering van reclamevoering die enkel betrekking heeft op de naam van het bedrijf ten behoeve waarvan het terras geëxploiteerd is wordt of op een product dat in het bedrijf wordt verkocht of verstrekt;

6per terras dienen de tafels en stoelen dezelfde kleurstelling en materiaaluitstraling te hebben;

7op een terras zijn niet toegestaan:

1stoelen of tafels die in een stuk gegoten zijn van dezelfde kleur kunststof en geen toevoegingen of toepassingen van ander materiaal hebben;

2terrasmeubilair met zichtbaar achterstallig onderhoud, dat blijkt uit ernstige wisselende kleurverschieting, slijtage, gebreken, of daarmee gelijkt te stellen voorkomendheden.

8. Voorschriften en beperkingen verbonden aan de exploitatievergunning ten behoeve van een terras

1Alleen publiek dat op het terras zittend aanwezig is mag worden bediend. Bediening mag alleen vanuit een horeca-inrichting plaatsvinden.

2De horecaondernemer ziet erop toe dat glaswerk of ander servies, uitgezonderd glaswerk of ander servies dat door bedienend personeel wordt meegedragen, zich niet bevindt buiten het gebied van het terras.

3Op het terras mag geen muziek ten gehore worden gebracht tenzij dit is toegestaan in het kader van een festiviteit waarvoor op basis van artikel 2:24 en 2:25 een evenementenvergunning verleend is of waarvoor een akkoord gegeven is op basis van een evenementenmelding.

4Het terras en de onmiddellijke omgeving daarvan moeten door de vergunninghouder worden vrijgehouden van afval en zwerfvuil, al dan niet afkomstig van of veroorzaakt door het gebruik van het terras.

5De (horeca)-exploitant dient alles te doen en na te laten wat redelijkerwijs gevergd kan worden om hinder en overlast, veroorzaakt door op het terras aanwezige bezoekers, te voorkomen.

6Er mogen zonder toestemming van de wegbeheerder geen voorzieningen (windschermen, parasols, vlonders, speeltoestellen, reclameobjecten etc.) in de grond, aan wegmeubilair of aan bomen worden verankerd of anderszins nagelvast aan een gebouw worden opgesteld. Ook de verharding mag niet zonder instemming van de wegbeheerder worden gewijzigd.

7Het terras dient op verzoek van de gemeente geheel of gedeeltelijk ontruimd te worden indien onderhoud of andere werkzaamheden aan het openbare gebied dat vereist (zie artikel 3.5 van deze beleidsregels.

8Het terras in het centrumgebied De Hovel dient op verzoek van de Vereniging van Eigenaren van De Hovel geheel of gedeeltelijk ontruimd te worden indien onderhoud of andere werkzaamheden aan de opstallen van leden van de Vereniging van Eigenaren dat vereist.

9Alle aanwijzingen gegeven door de politie, brandweer, marktmeester, kermismeester of andere daartoe door de burgemeester en wethouders aangewezen opsporingsambtenaren moeten stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

9. Brandveiligheid

1In verband met de (brand)veiligheid en de bereikbaarheid van panden is het niet toegestaan om een terras te plaatsen voor (nood)uitgangen, brandkranen en dergelijke. Ook het gebruik van openbare voorzieningen, zoals straatmeubilair mag niet worden beperkt door het plaatsen van een terras.

2De doorgang van brandweer, politie en ambulance moet altijd worden gewaarborgd. Een terras mag niet worden geplaatst op een plaats waar die doorgang niet wordt gewaarborgd.

3Er kunnen omstandigheden zijn, zoals bij een gaslek, kabelbreuk of verstoring van de openbare orde, waarbij direct handelen op de terraslocatie nodig is. Terrassen moeten dan op de eerste aanzegging of vordering van de burgemeester en/of politie of brandweer onmiddellijk verwijderd worden en zonnodig inpandig worden opgeslagen worden.

4Vanuit het oogpunt van brandveiligheid is open vuur op terrassen niet toegestaan.

5Het is vanwege de brandveiligheid niet toegestaan eten te bereiden op het terras, tenzij dit gebeurt op basis van een vergund of gemeld evenement.

6De plaatsing van terrasverwarming moet gebeuren volgens de bij de verwarmingsarmatuur behorende gebruiks- en installatievoorschriften en volgens de voorschriften in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening openbare plaatsen.

10. Schadeloosstelling

1Gedurende de periode dat de vergunninghouder geen gebruik maakt van de in gebruik gegeven grond of als aan de gronden tijdelijk een andere bestemming moet worden gegeven, bestaat geen recht op schadevergoeding of restitutie van betaalde precariorechten, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

2De vergunninghouder vrijwaart de gemeente voor alle vorderingen welke hij of derden mochten kunnen doen gelden tot vergoeding van de schade welke met het plaatsen, hebben, gebruiken, onderhouden of verwijderen van de op de weg geplaatste voorwerpen in verband staan.

3Als de gemeente of een nutsbedrijf werkzaamheden moet uitvoeren aan of onder de bestrating waar een terras staat, is de gemeente niet aansprakelijk voor mogelijke schade in verband met het afbreken en opbouwen van het terras en een mogelijk verminderde omzet.

11. Tijdelijke maatregelen infectieziekten/pandemieën

1Wanneer landelijke maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid en de openbare orde en veiligheid dit verlangen, kunnen deze beleidsregels per direct vervallen.

2Deze beleidsregels kunnen verruimd worden om maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid en de openbare orden en veiligheid uit te voeren.

12. Overgangs- en slotbepaling

1In alle gevallen waarin bovengenoemde beleidsregels niet voorzien, beslist het bevoegd gezag.

2De “Beleidsregels terrassen”, zoals vastgesteld op 4 april 2016 door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, toentertijd ieder voor zover het zijn bevoegdheden betrof, komen met de inwerkingtreding van deze beleidsregels, voor zover het de bevoegdheden van de burgemeester aangaat, te vervallen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.