Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels huishoudelijke ondersteuning 2026

Gemeente Goirle · geldt sinds 4 juli 2026

Aanhef

1De Beleidsregels huishoudelijke ondersteuning 2026 vast te stellen en met terugwerkende kracht per 1 juli 2026 in werking laten treden;

2De Beleidsregels huishoudelijke ondersteuning 2022 gelijktijdig in te trekken.

5 Normenkader huishoudelijke ondersteuning

5.2 Schoon en leefbaar huis

5.2.1 Gemiddelde cliëntsituatie

Het resultaat ‘Schone en leefbare woning’ gaat uit van een gemiddelde cliëntsituatie

Schoon staat hierbij voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen.

Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.

Door uit te gaan van een gemiddelde cliëntsituatie krijgen de normtijden een algemeen karakter. Hiermee wordt voorkomen dat er op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld. Onder een gemiddelde situatie wordt verstaan:

•Een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen;

•Wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap;

•Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;

•De inwoner kan de woning dagelijks op orde houden zodat deze gereed is voor de schoonmaak;

•De inwoner heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;

•Er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd;

•Er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de inwoner die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;

•De woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.

5.2.2 Individuele situaties

Een aantal factoren kan ervoor zorgen dat een situatie niet-gemiddeld is. Hier is dan een andere inzet en/of frequentie van activiteiten of een andere tijdbesteding nodig. Op basis van maatwerk mag van de inzet op basis van het normkader zowel naar boven als naar beneden worden afgeweken. De minuten die genoemd zijn bij minder en meer inzet geven een richtlijn. Op basis van individuele situaties wordt bepaald of en zo ja er een andere tijdsbesteding noodzakelijk is.

Kenmerken inwoner

•Mogelijkheden inwoner zelf:

De fysieke mogelijkheden van de inwoner om bij te dragen aan de uit te voeren huishoudelijke taken. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen en/of het door de inwoner onvoldoende of niet aanwezig zijn van regie om het eigen huishouden te voeren. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de inwoner mee.

•Beperkingen en belemmeringen van de inwoner:

Beperkingen en belemmeringen van de inwoner kunnen gevolgen hebben voor de benodigde inzet. Leidend is de hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerigheid, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken:

–Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, knoeien als gevolg van (ernstige) tremors, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur), ziekte van Crohn of een stoma.

–Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de inwoner voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. In de meeste gevallen zal de gemeente een onafhankelijk medisch advies op vragen om de noodzaak hiervan vast te stellen.

•Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers:

De hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de inwoner en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel van de activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.

Kenmerken huishouden

•Samenstelling van het huishouden:

Dit wordt grotendeels bepaald door de regels voor gebruikelijke hulp op basis van de samenstelling van het huishouden. Bij een kind kan er sprake zijn van bijzonderheden zoals ziekte of een beperking waardoor er extra inzet van ondersteuning nodig is.

Kenmerken woning

•Inrichting van de woning:

Een extreem bewerkelijke inrichting van de woning zorgt niet voor toekenning van extra ondersteuning. Het gaat in dit geval om de uitzonderlijke situaties waarin deze inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De inwoner wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de huishoudelijke ondersteuning. De inrichting van de woning is namelijk een keuze waar de inwoner invloed op kan uitoefenen. Eventueel kunnen we ondersteunen bij het herinrichten van de woning, bijvoorbeeld door iemand in het netwerk te zoeken of een vrijwilliger om het huis opnieuw in te richten.

•Bewerkelijkheid van de woning

Extra inzet is nodig door bouwkundige en externe factoren van de woning. Bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. Dit behoort niet vanzelfsprekend tot huishoudelijke ondersteuning. We verwachten dat de cliënt in redelijkheid de woning in goede staat van onderhoud brengt, zodat deze efficiënt kan worden schoongehouden.

•Omvang van de woning

Een grote woning kan, maar hoeft niet per se meer inzet te vragen. De extra ruimtes of oppervlakte kunnen eenvoudig schoon te houden zijn en maar weinig extra ondersteuning vragen, of zijn niet altijd in (dagelijks) gebruik. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd (zie hiervoor hoofdstuk 6). Ruimtes als een garage en zolder worden niet tot dit resultaat gerekend.

Waarvoor geen extra ondersteuning wordt ingezet

•Ramen wassen buitenkant

Het aan de buitenkant wassen van ramen wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is inzake huishoudelijke ondersteuning (CRvB, 29-03-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1302). Voor het aan de buitenkant wassen van de ramen is een adequaat alternatief beschikbaar in de vorm van een glazenwasser. Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, geeft de Centrale Raad van Beroep aan dat deze kosten ook door inwoners met een minimuminkomen gedragen kunnen worden.

•Tuin- en balkononderhoud

Tuin- en balkononderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is voor huishoudelijke ondersteuning (CRvB 22-02-2017, ECLI:NL:CRVB:2017:885). Huishoudelijke ondersteuning beperkt zich tot de binnenzijde van de woning.

•Boodschappen en hand- en spandiensten

Als een cliënt niet in staat is om zelf boodschappen te doen of hand- en spandiensten als bijvoorbeeld een lamp ophangen, wordt er gekeken naar inzet van het sociale netwerk of vrijwillige inzet. Hiernaast kan men gebruik maken van de bezorgdiensten van diverse supermarkten. Deze diensten zijn algemeen gebruikelijk.

•Thuis zorgen voor kinderen onder de 6 jaar

In uitzonderlijke situaties waarbij acute ondersteuning nodig is voor kinderen tot en met 5 jaar zoekt de toegang in overleg met de cliënt en zijn netwerk naar een passende oplossing. Dit wordt dan via de Wmo op een andere manier geregeld. In afwachting van een definitieve oplossing kan tijdelijk ondersteuning worden ingezet. De zorg voor de kinderen omvat het wassen, douchen, aankleden, verschonen van luiers en het voeden van baby's. Het passen op kinderen valt hier nadrukkelijk niet onder. In de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning valt daarom niet de ondersteuning voor kinderen.

•Het klaarzetten of bereiden van eten en drinken

Voor het in uitzonderlijke situaties bieden van maaltijdondersteuning zoekt de toegang in overleg met de cliënt en zijn netwerk naar een passende oplossing. Zo nodig kan tijdelijk ondersteuning worden ingezet. De wijkverpleegkundige beoordeelt de noodzaak van ondersteuning bij maaltijden en waar nodig zorgt zij voor de inzet van passende ondersteuning. In de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning is daarom geen maaltijdbegeleiding opgenomen.

Toelichting op ‘enige’ of ‘veel’ extra ondersteuning

•Enige extra inzet:

Is nodig als duidelijk iedere week extra goed moet worden schoongemaakt of er door de aandoening/beperking van de inwoner duidelijk vaker bepaalde schoonmaakwerkzaamheden moeten worden gedaan. Dit gebeurt dan in de praktijk tijdens het 1x per week schoonmaken.

•Veel extra inzet:

Hiervan is sprake als er 2 schoonmaakmomenten per week noodzakelijk zijn.

Deze extra inzet gebeurt op basis van de specifieke situatie van de inwoner en vaak ook in afstemming met de schoonmakende partij.

Toelichting op slaapkamer (ruimte) wel/niet in gebruik:

Extra kamers in de woning, naast de hoofdslaapkamer van de cliënt, worden schoongemaakt:

•Als de extra kamer daadwerkelijk als slaapkamer in gebruik is wordt deze schoongemaakt en is hier 18 minuten per week voor beschikbaar.

De slaapkamer van een kind wordt door het kind zelf schoongemaakt vanaf 13 jaar. (Zie hiervoor hoofdstuk 3: Gebruikelijke hulp).

•Voor de andere extra kamers is er 5 minuten per week inzet van huishoudelijke ondersteuning mogelijk. Dat is onafhankelijk waar deze andere kamer voor wordt gebruikt. Met 20 minuten per maand heeft de hulp genoeg tijd om deze acceptabel schoon te houden.

Huisdieren:

Het uitgangspunt is dat de gevolgen van huisdieren op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner behoort. Dit kan anders zijn als er een bijzondere reden is waarom een huisdier aanwezig is, zoals een hulphond of blindengeleidehond. De verzorging van het dier valt buiten de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning.

Advies, instructie en voorlichting

Huishoudelijke ondersteuning kan ook gedurende een korte periode ingezet worden voor advies, instructie en voorlichting. Het gaat hier om het aanleren van activiteiten in relatie tot het huishouden, bij ontregelde huishouding in verband met bijvoorbeeld psychische stoornissen:

•Deze activiteit wordt alleen ingezet als iemand leerbaar wordt geacht;

•Deze ondersteuning wordt maximaal 1 keer per week, maximaal 6 weken lang ingezet;

•Het gaat hier nadrukkelijk om huishoudelijke ondersteuning, niet om individuele begeleiding.

Het organiseren van huishoudelijke taken

Als een cliënt niet in staat is de huishoudelijke hulp aan te sturen, wordt er gekeken of er een mantelzorger of iemand anders uit zijn netwerk hem daarbij kan ondersteunen. In de meeste gevallen kan een hulp zelf ook bepalen welke taken uitgevoerd moeten worden.

Wanneer blijkt dat de cliënt in onvoldoende mate regie kan voeren over zijn eigen huishouden, bestaat de mogelijkheid tot het inzetten van individuele begeleiding. Het betreft dan meestal een groter vraagstuk dan uitsluitend het aansturen van de huishoudelijke hulp.

5.3 Wasverzorging

5.3.1 Gemiddelde Clientsituatie

Bij wasverzorging binnen de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt uitgegaan van een gemiddelde clientsituatie. Door uit te gaan van een gemiddelde cliëntsituatie krijgen de normtijden een algemeen karakter. Hiermee wordt voorkomen dat er op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld.

5.3.2 Individuele situaties

Ook bij de wasverzorging kan een aantal factoren ervoor zorgen dat een situatie niet-gemiddeld is. Er is dan een andere inzet en/of frequentie van activiteiten of een andere tijdbesteding nodig. Op basis van maatwerk mag de inzet, op basis van het normkader, zowel naar boven als naar beneden afwijken. De minuten die genoemd zijn bij minder en meer inzet geven een richtlijn. Op basis van individuele situaties wordt bepaald of en zo ja er een andere tijdsbesteding noodzakelijk is.

Uitgangspunt is dat de cliënt zorgt voor voldoende en strijkvrije kleding en huishoudtextiel, zodat er geen extra was noodzakelijk is om over voldoende kleding en huishoudtextiel te beschikken.

Het strijken van kleding wordt alleen gedaan bij een medische noodzaak, betreft alleen bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.